Transcript Raadsvergadering 18.06.2024
Tekst van het document
een beetje rijkelijk laat om daar vanavond nu een echte inhoudelijke discussie over te doen. Maar u heeft gelijk. Ik denk dat als het tekort zich ontwikkelt zoals het nu doet, zelfs met die wijze besluiten die we vanavond hebben voorbereid met elkaar, resteert er nog steeds een tekort en zal die discussie moeten plaatsvinden. Dus daar heeft u gelijk in. Moet daar dan het gemeentehuis ook weer bij betrokken worden? Dat is een goede vraag. Ik denk dat het prima is dat u kritisch bent. O jee, een stukje uit de neus. Het is prima dat u kritisch bent, dat is goed. En het is zeker goed dat u kritisch was tijdens de discussie. Alleen, de discussie is wel al geweest natuurlijk, dus dat hebben we met elkaar besloten. We hebben allerlei varianten bekeken, die kosten allemaal geld, de ene wat meer dan de ander. Deze kostte aardig wat. Maar we hebben wel met elkaar in meerderheid is besloten om dan dit pand uit te breiden. Wij hadden ook liever een iets andere oplossing. U wilde het liefst niets. Maar de meerderheid heeft besloten: we doen de uitbreiding. Nou, dan vinden wij wel als VVD dat we ons daar dan aan gecommitteerd hebben en daar ook gewoon dan maar voor moeten gaan. Wat ik nog wel even wil rechtzetten: u wekt de indruk dat, u zegt: als we het gemeentehuis uitbreiden, dan komen er meer fte's. Ik hoop niet dat dat zo is. Dat is een beetje een goudviseffect.
Als je zijn kom groter maakt, dan wordt de goudvis groter. In principe is de goudvis hier wel aardig groot en die hangt met zijn benen buiten de ramen. Dus ik denk het niet. Ik denk dat het ambtelijk apparaat al aardig gegroeid is en eigenlijk niet meer in pand past. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, mijnheer Timmermans van de VVA, die gaf het al aan bij het eerste punt, die wist eigenlijk al hoe iedereen erover dacht. Nou, ik wil het nog maar even benadrukken. Dit is een gelopen koers. Mijnheer Bouman van de VVD, die zei het ook al. Ik zou die discussie nu niet meer willen voeren, maar ja, de vasthoudendheid van u is, ik zal niet zeggen lovend, maar ik bedoel, die kennen we in ieder geval. En met dat tweede punt, daar wil ik eigenlijk het laatste eruit halen. Dat ambitieniveau. Ik zou het iets anders willen doen. Het zou mooi zijn als we met elkaar eens, ik zou bijna zeggen met het haar los en de benen op tafel. Voor sommigen valt dat niet mee, overigens, met het haar los, maar dan met elkaar te praten over: wat voor soort gemeente willen we nu zijn met elkaar? Als we dat onder leiding van, nou ja vul hem maar in, misschien een oud-minister, premier zou misschien kunnen.
Wat voor gemeente zouden wij nu willen zijn? Ja, of mijnheer Veerman, dat we die nog eens terughalen over de … Nou, laten we dat maar niet doen. Maar dat is dan nog wel een mooie, om dat nog eens een keer te doen in een sessie, dan wel als het raadsbreed gaat over: hoe denken we met zijn allen, wat voor gemeente zouden we nu willen zijn? En dat komen vanzelf wel die ambities aan de orde. Dus daar vindt u ons wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer Bouman: Ja, een beetje misschien even aanhakend op het laatste. Ook het CDA, ook in lijn met, ja misschien kijkend terug naar de basis, dan is het denk ik ook goed om het gesprek te durven voeren over inderdaad wat voor soort gemeente we willen zijn. Ik weet niet of de heer Veerman inderdaad weer beschikbaar is, want die had u in gedachten volgens mij. De vorige uitkomst was in elk geval een mooie gemeente Altena, dus dat was positief. Maar goed, ik denk dat iemand anders dat ook heel erg prima kan. Dan nog met betrekking tot de uitbreiding van het gemeentehuis. Ja, er is vandaag al vaker een grammofoonplaat langsgekomen, deze is al een beetje grijsgedraaid inmiddels. Ik heb geen nieuwe groeven gehoord, dus wij houden ook maar inderdaad weer ons standaard praatje hierop.
Er is hier sprake van intensieve ambtenaarhouderij, hebben wij al vaker betoogd, in dit huis en daarvoor is gewoon een stukje uitbreiding nodig, zodat mensen hier gewoon op een goede manier kunnen werken en kunnen overleggen, zodanig dat er ook een goede output vanuit het ambtenarenapparaat kan blijven komen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Duizer van de ChristenUnie. De heer Duizer: Ja, ook wij kunnen kort zijn. U kent onze standpunten, dus ik zou zeggen: luister ze gewoon terug, voor het gemeentehuis. Dus die hoef ik niet te herhalen. Alles is netjes vastgelegd. En ook inderdaad over het ambitieniveau. Ik denk dat het goed is dat we die straks langs de financiële maatlat leggen die wij, zodra we ook wat concreter weten wat ons financiële tekort gaat worden, of dat nu weinig is of veel. Dat we dan naar ons ambitieniveau kijken: prima. En dat we dat moeten bijstellen, dat zou kunnen, want het hangt er allemaal van af. Laten we die discussie in de raad voeren op het moment dat alle input daarvoor bekend is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mevrouw Maris, Progressief Altena. Mevrouw Maris: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, het standpunt van Progressief Altena is ook geen groot geheim. We waren natuurlijk zes jaar geleden de enige partij die tegen was tegen de aankoop van dit gemeentehuis. Daar zitten we nu eenmaal mee. Daar hebben we een beslissing over genomen en ik kan me toch voorstellen dat we het college ook kunnen vertrouwen daarin dat wij voor elke uitgave die we doen, daar heel goed naar kijken met elkaar. En dat geldt ook voor de huisvesting, dat geldt ook voor de ambities, dat geldt voor de programma's.
Volgens mij hebben we dit argument al een paar keer gevoerd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Ik kijk nog even of de SGP-fractie nog zich wil mengen in dit agendapunt? Niets aan toe te voegen, hoor ik. Zullen we naar het college gaan, voordat u het afrondt, mijnheer Timmermans? Ja, die twee punten tegelijk. Ja. Dan gaat wethouder Tanis namens het college allebei even doen. Ja. De heer Tanis: Ja, dank voorzitter. Ja, ik heb er namens het college eigenlijk niet zoveel aan toe te voegen. We hebben inderdaad een palet aan bezuinigingsmogelijkheden aan de raad aangeboden, met wat ons betreft ook een spoorboekje om vanuit de raad graag met de raad daarover te willen discussiëren, in aanloop ook naar de Kadernota van volgend jaar, waarbij het college de eerste stap heeft gezet om in ieder geval te komen tot de bezuiniging voor volgend jaar van 1 miljoen. Ik hoop ook dat we de ruimte krijgen. Ik weet zeker dat ik namens mijn collega's spreek om daar ook met elkaar inhoudelijk over te spreken en een stukje onderbouwing te hebben. Ik zou zeggen dat helder is wat het college daar ook mee bedoelt.
Ook het college heeft aangegeven in de aanbiedingsbrief het heel goed en wenselijk te vinden om met elkaar na te denken over: wat voor type gemeente willen we nu zijn en welk voorzieningenniveau en ambitieniveau hoort daarbij? Dus ik weet zeker dat ik namens het hele college spreek, voorzitter, dat ook wij uitzien naar die discussie, omdat die heel wezenlijk is. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Timmermans, u mag hem afronden. De heer Timmermans: Ja, om dan gelijk even op het laatste in te haken, voorzitter, mag ik dit zien als een toezegging van het college dat ze een gesprek met benen op tafel willen met ons als raad over dit punt, 6.5? De voorzitter: Ik weet niet of het met de benen op tafel is, maar … De heer Timmermans: Haren los, benen op tafel. Dat werd een beetje geschetst. Maar dan hebben we dat, want dat is wel een fundamenteel punt een beetje aan het worden, wat eigenlijk in heel deze discussie speelt en in heel dit kantje.
De heer Tanis: Ja voorzitter, dat ligt voor de hand als je met elkaar na wil denken over wat voor type gemeente je wil zijn. En de raad is de baas, dus als de raad zegt: wij hebben de behoefte aan het gesprek daarover en college, willen jullie dat faciliteren? Ja, geef aan wat jullie daarvoor nodig hebben en we gaan het gesprek aan, de heer Timmermans. De heer Timmermans: Ik hoor het, voorzitter, van meerdere partijen dat die dat toch wel van belang vinden, dus op zich noteer ik dat dan als een toezegging. Ja en verder, de vissenkom, ja die discussie is inderdaad geweest, daar refereerde ik zelf al aan. Maar in het politieke landschap heet het ook zoiets als voortschrijdend inzicht, voorzitter, en ja, ik hoor één agendapunt terug het CDA nog zeggen: nou, er staan meer dingen in programma's ter discussie eventueel om het weer opnieuw over te hebben. Ik wist dat ze dat gingen zeggen, dus vandaar dat ik het ook op de agenda had gezet, dat ook eventueel dit punt, het gemeentehuis, toch weer terug zou kunnen keren op de agenda, om het er toch eens over te hebben of het wel het nut en de noodzaak is. En ik hoor mijn collega's het zeggen, dat ze die kant uit willen, maar wij willen het nog steeds niet. Dus als u een bezuiniging wil doorvoeren, dan zijn wij daar te vinden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Dan hebben we agendapunten 6.3 en 6.5 gehad. Nog twee te gaan.
6.4, de belastingdruk. De VVD en Progressief Altena hebben dat aangekondigd. De VVD mag aftrappen. Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Ja, dank u wel. Ja, het staat bij elkaar, maar het zijn twee verschillende onderwerpen. Want volgens mij wil Progressief Altena het hebben over leges. Wij willen het hebben over de gemeentelijke belastingen, die elk jaar elk huishouden moet betalen, namelijk de OZB, de afvalstoffenheffing en het riool. Dus het zou kunnen zijn dat de discussie een beetje door elkaar gaat lopen, voorzitter, maar ik heb superveel vertrouwen in u. De voorzitter: Dank u. We zullen kijken of we dat kunnen redden. De heer Bouman: Ja. We hebben het al gehad over de rioolheffing, dus daar kunnen we heel kort over zijn. We hebben al geschetst, die gaat ongeveer 50 procent omhoog de komende vier jaar. De heer Versluis heeft heel slim laten zien dat als je de huidige cijfers pakt van het college, dat je misschien nog wel hoger komt dan het college tot nu toe presenteert. Als je dan ook nog eens de afvalstoffenheffing verhoogt met de inflatie en je doet ook de OZB nog verhogen met de inflatie en misschien ga je ook die bezwaarschriften, die de heer Versluis ook al heeft aangegeven, nog eens een keer erbij optellen, dan kom je uit op percentages voor totale belastingdrukverhoging boven de 20 procent.
Zo hebben we een beetje in sigaarkisten zitten rekenen, maar op een procentje of 22, 23 kom je dan wel uit in vier jaar tijd. Dat is een aanzienlijke extra last, die wij op onze burgers leggen en wat VVD betreft is die ook te hoog. Wat ons betreft kunnen wij het niet maken om de komende jaren ongeveer gemiddeld elke keer meer dan 5 procent belastingverhoging bij onze burgers neer te leggen. Dus dat moet omlaag. Of we dat nu gaan vinden in die rioolheffing, dat maakt ons nog niet zoveel uit. We hebben alle vertrouwen in het college dat die zijn best gaat doen om, gelet op het signaal van de raad, dat wat omlaag te brengen. Maar mocht dat nu niet lukken en mocht ook de afvalstoffenheffing omhoog moeten, dan betekent dat wat ons betreft dat de enige vrije knop waar we aan te draaien hebben als gemeente zijnde, is de OZB. Dan moet de OZB-verhoging maar getemperd worden om het binnen acceptabele grenzen voor onze burgers te houden. Dus het zou betekenen dat je bijvoorbeeld bij de OZB minder dan inflatie gaat verhogen. En dat kost geld, dat klopt, dat weten we, maar deze verhoging die we nu presenteren vanavond in deze Kadernota is gewoon te hoog voor de inwoners. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Vos, Progressief Altena.
Mevrouw Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ja mijnheer Bouman, die had het helemaal goed voorspeld, wij willen het inderdaad hebben over de leges. Want in de Kadernota die voor ons ligt heeft het college aangegeven voornemens te zijn de leges te verhogen met 10 procent. En ik wilde het eigenlijk specifiek hebben over de leges voor de gehandicaptenparkeerkaart. Nou ja, wat ons betreft een belangrijke beslissing, die onze gemeenschap direct zal beïnvloeden en dan met name onze burgers die afhankelijk zijn van de gehandicaptenparkeerkaart. Het voorstel van het college om de leges voor deze parkeerkaart met 10 procent te verhogen, heeft ons eigenlijk best wel verontrust. Wij zetten ons in voor de gelijkheid en rechtvaardigheid binnen onze gemeente en we kunnen dan ook niet anders dan onze bezorgdheid hierover te uiten. Het is wat ons betreft een stap die haaks staat op onze principes van toegankelijkheid en ondersteuning voor degenen die het al moeilijk hebben. De gehandicaptenparkeerkaart is geen luxe, het is een noodzaak die mobiliteit en daarmee de kwaliteit van leven voor onze gehandicapte inwoners mogelijk maakt. Een verhoging van de kosten zou wat ons betreft een onnodige financiële last zijn voor deze groep, die vaak al te maken heeft met extra uitgaven in hun dagelijkse leven.
En laten we vooral niet vergeten dat wij hier zijn om te dienen en te beschermen en om beleid te maken dat iedereen ten goede komt. Dus ik wil graag mijn collega's oproepen om dit voorstel te heroverwegen en samen te zoeken naar een oplossing, die de belangen voor onze gehandicapte medeburgers vooropstelt. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Andere partijen kunnen zich over beide onderwerpen in het debat mengen. Daar komen we vast uit. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij kunnen ons aansluiten bij de oproep van de VVD om het totale plaatje te beschouwen. De heer Bouman maakt wat onderscheid tussen leges en de belastingtarieven, die door Progressief Altena zijn ingebracht, maar uiteindelijk zijn het wel allemaal lasten voor onze inwoners. Dus het is niet hetzelfde, maar er zit wel een bepaalde relatie, want ook nietkostendekkende tarieven worden met de inflatiecorrectie verhoogd, plus 2 procent. Dus ook dat, ja dat tikt ook door voor onze inwoners. Als we kijken naar de verlaging van de OZB tegenover de rioolheffing. Als je de rioolheffing 15 procent verhoogt, dan moet je gemiddeld de OZB met 10 procent verlagen, dus dat scheelt weer in percentages. Dus misschien dat dat meevalt. Maar ik denk wel dat het heel lastig wordt om dat plaatje sluitend te krijgen.
Dus ik denk dat we gewoon moeten zorgen dat we geen extreme stijgingen krijgen op welke last dan ook. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Ja voorzitter, ook wij dat hetzelfde als de VVD, dat we geen extreme lastenstijging willen, het liefst eigenlijk helemaal geen lastenstijging. Maar dan komen we weer terug op het programma waar we het al eerder over gehad hebben: waar gaan we het dan ergens anders vandaan halen? En die discussie gaan we dus voeren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ja voorzitter, het lijkt vanavond allemaal heel veel op elkaar natuurlijk, maar als het gaat om de belastingdruk, het is uitgebreid uiteengezet door de heer Bouman van de VVD. Om nu als SGP gelijk de handtekening onder dat idee te zetten, dat gaat natuurlijk ook wat ver, maar laat duidelijk zijn dat de SGP natuurlijk ook er altijd al voorstander van is om die lastendruk zo laag mogelijk te houden. Nu zien wij wel wat meer in het laag en betaalbaar of tenminste, betaalbaar houden van de rioolheffing, toch een kunstvorm, zal ik maar zeggen, om de OZB te verlagen. Maar het gaat natuurlijk inderdaad wel om het hele pakket. Wij willen hierbij nog wel een keer extra aantekenen dat we het echt te gek voor woorden vinden dat wij die 1,5 procent
extra gaan innen op de OZB, omdat er 32 procent bezwaren worden toegekend. Ja, dat klinkt dan toch eigenlijk als: bestraf alle burgers voor de mensen die terecht, zal ik maar zeggen, hun bezwaar toegekend krijgen. Ja, ik zou dan toch mee willen geven namens de SGP: onderzoek, college, de oorzaak ervan en bestrijdt die oorzaak en ga als het ware niet iedereen beboeten met dat middel. Want waarschijnlijk zijn dus dan toch de getaxeerde WOZ-waarden te hoog, waardoor dit ontstaat. Dus dat willen we extra meegeven. En richting Progressief Altena, daar gaat het om die algemene stelregel, 10 procent van de leges. Ja, wij zouden op zich met de raad best nog wel een keer de discussie aan willen gaan: moet je wel voor zo’n algemene regel kiezen van plus 10 procent? Misschien moet je wel zeggen: er zijn erbij, die kunnen 40 procent omhoog en de anderen doen we 0 procent omhoog. Dus waarom zou je alles met 10 procent verhogen? Ja, wij zien daar onderdelen in dat je zegt: nou ja, neem bijvoorbeeld de evenementenvergunning, die een kostendekkendheid hebben van 10 tot 15 procent. Ja, plus 10 procent verhoging, ja blijft het eigenlijk nog steeds gewoon belachelijk. Dus ja, je zou ook kunnen spelen met die verhoging. Dus zo zouden wij op zich ook wel naar dat hoofdstuk willen kijken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Bakker van AltenaLokaal.
De heer Bakker: Ja voorzitter, volgens mij hebben we het al een aantal keren hier gehad vanavond over de belastingdruk voor onze burgers zo laag mogelijk houden, dus volgens mij zijn we het daar allemaal wel mee eens. Maar die hangt volgens mij heel nadrukkelijk samen met de discussie die we nog moeten gaan voeren over: wat voor gemeente willen we zijn, wat voor taken willen we nu hebben, wat voor programma's willen we nu houden? Dus volgens mij gaan we daar nu niet uitspraken verder over doen. Laten we die discussie eerst maar eens eventjes doen, voordat we hier verder gaan praten volgens mij over 10 procent, 15 procent of misschien maar 1 procent. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Mijnheer Roovers, CDA. De heer Roovers: Ja voorzitter, ik snap de intentie van de VVD, maar ik sluit me wel aan de heer Bakker, want we hebben het hier vanavond ook over gehad dat we in ieder geval de discussie willen voeren over wat voor gemeente we zouden willen zijn. Wij zouden daar dan ook graag aan willen koppelen: en wat willen we daar dan voor betalen en wat vragen we daarbij aan onze burgers? De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen wil daarop interrumperen, mijnheer Roovers. Even wachten. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel voorzitter.
Ik kan het niet helemaal volgen zo, want als we eerst moeten zeggen wat voor gemeente we willen zijn en dat we daar dan een prijskaartje aan gaan hangen. Ik denk dat we moeten zeggen: we willen een gemeente zijn die niet te duur is voor onze inwoners, dat we die niet te veel belasten. En wat voor plaatje past daar dan bij voor wat voor gemeente we willen zijn? En we moeten dat niet opdraaien. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Roovers. De heer Roovers: Voorzitter, als u het in een andere volgorde wil doen, is dat wat ons betreft ook prima. Als het in ieder geval maar in het totale verband bekeken wordt. De voorzitter: Mijnheer Bouman.
De heer Bouman: Ja kijk, die discussie over wat voor gemeente wil je zijn, dat is een hele wezenlijke. Dat is een beetje naïef om te denken dat je die in één sessie afrondt en dat we dat helemaal hebben uitgekauwd en uitgewerkt en op basis daarvan onze begroting 2025 gaan maken. Dat gaat gewoon niet gebeuren natuurlijk. Dat is een meerjarenproces. Maar wat er wel gaat gebeuren dan, als we niet ingrijpen in de tussentijd, gaat gewoon die riool omhoog met meer dan 15 procent, gaat die OZB omhoog met de inflatie plus de kosten voor die bezwaarschriften en gaat de afvalstoffenheffing omhoog met de inflatie, waardoor de totale belastingdruk voor onze inwoners volgend jaar in ieder geval een heel stuk omhoog gaat. En het is niet onze intentie om hier vanavond met elkaar een percentage af te spreken wat we acceptabel vinden, maar wij zouden het als VVD wel prettig vinden om van de collega's te proeven: zijn jullie het met ons eens dat het beeld, zoals dat nu geschetst wordt, met die enorme stijging van de rioolheffing, dat dat een percentage oplevert die wij in ieder geval niet acceptabel vinden en dat daar iets aan zou moeten gebeuren, wat dat dan ook zijn mag. De voorzitter: Dat was uw vraag en anderen kunnen daarop reageren of dat debat wordt later nog een keer gevolgd. Ik stel voor dat we even naar het college gaan. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja heel kort, voorzitter.
Wat mij betreft hebben we de discussie over wat voor type gemeente we willen zijn, daar hebben we volgens mij afspraken over gemaakt. Dat is één. Ik wil verder ook niet terugkomen op de discussie rond de riolering en afval, want wij hebben volgens mij, dat heeft mijn collega ook aangegeven, gehoord wat er gezegd is, dus daar moeten wij als college mee aan de gang. Wel één ding wil ik toch zeggen namens het college, voorzitter, als het gaat over … Het college pleit ook wel, maar nogmaals, dan moet u niet gaan reageren op riolering en afval, maar ik heb het wel over het andere voorstel wat er ligt. Het college pleit ook wel voor enige vorm van consistent beleid. En wat bedoel ik daarmee? De raad heeft deze portefeuillehouder de afgelopen jaren op pad gestuurd: streef naar 100 procent kostendekking. Lukt dat niet, kom met een extra verhoging om in deze collegeperiode naar die 100 procent dekking te komen. Dat is één. Twee. Als het percentage niet zo hoog is, reken dan de inflatie door, plus 2 procent. En dat is wel de onderliggende, hoe moet ik dat zeggen, de opdracht die het college meegekregen heeft, waardoor we met dit voorstel zijn gekomen. En daar kan natuurlijk altijd van afgeweken worden, daar gaat het mij niet om, maar het college pleit ook wel voor enige consistentie als het daarover gaat.
Los van het belang, want dat hecht het college ook geen misverstand aan, om te komen tot een reëel belastingtarief voor de inwoners van Altena. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen nog ter interruptie. De heer Nieuwenhuizen: Ja dank u wel, voorzitter. Ik heb misschien ten onrechte dan de indruk gewekt dat ik tegen die 2 procent plus inflatie zou zijn. Ik heb dat alleen genoemd in het totale plaatje van de lastenverhoging voor de inwoners. Dus wij zijn zeker als ChristenUnie voor consistent beleid. Dank u wel. De voorzitter: Waarvan akte, denk ik. De heer Tanis: Ja, ik had u niet specifiek op het oog, hoor. Het was meer een eruptie van mijn kant. De voorzitter: Dank. Volgens mij is dit punt ook op dit moment voldoende besproken en het zal links en rechts wellicht toch nog een keer verder een vervolg krijgen. Komen we naar het laatste agendapunt, 6.6, de instelling van nieuwe bestemmingsreserves, door de VVD aangekondigd. Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Ja, dank u wel. Dat zijn er twee, nieuwe bestemmingsreserves. De ene is een reserve voor werkzaamheden in het kader van de Omgevingswet. Dat is volgens mij een krappe miljoen. En die andere is een reserve voor glasvezel. Dat is 700.000 en nog wat, geloof ik. Ik doe het even uit mijn hoofd, mijn spullen
liggen daar. Maar als je dan de Jaarrekening bekijkt, waarin het college zou moeten onderbouwen: waarom moeten die reserves dan gevormd worden? Dan vindt daar eigenlijk een vrij matige onderbouwing plaats. Van de Omgevingswet wordt er eigenlijk niet meer gezegd van: de Omgevingswet is 1 januari 2024 ingevoerd. Nog niet alle werkzaamheden zijn verricht. Daarom maken we een bestemmingsreserve. Hop, alles in die pot. Het zou mooi zijn als je dan een inzicht zou geven: welke werkzaamheden zouden dan nog ongeveer moeten gebeuren en wat mag dat dan kosten, ter onderbouwing van dat hele bedrag wat in de pot gaat. Wij kunnen als raad nu nooit controleren: klopt het dat daar 1 miljoen apart wordt gezet en dat het college vrij mag putten uit die 1 miljoen? Die glasvezel, daar geldt in feite hetzelfde voor. Dat zijn leges en degeneratiekosten, die zijn geïnd vanuit het aanleggen van glasvezel. Het college zegt: die zijn nodig voor, ja wat was het ook alweer? Toezichtwerkzaamheden en toekomstige herstelwerkzaamheden. Dat laatste, die toekomstige herstelwerkzaamheden, die kunnen misschien wel over twintig jaar plaatsvinden. Het is een degeneratievergoeding, dat is een vergoeding die je krijgt, omdat jouw werk minder waard is geworden, doordat mensen daarin hebben zitten roeren en dat later weer herstelt, dus dat die weg sneller afschrijft.
Dat zijn geen vergoedingen die je gelijk gebruikt om de weg te herstellen, dus er is best kans dat het college daar pas over tien jaar uit gaat putten. Dat is eigenlijk raar dat je die in een aparte pot zet. Die zou je eigenlijk gewoon terug moeten vloeien naar je algemene middelen en het college zou daarbij rekening moeten houden met de onderhoudsbudgetten. En voor dat toezicht. Ik weet niet of er nu nog heel veel toezicht gehouden moet worden op dit moment, er zijn raadsleden hier die dat beter weten dan ik. Maar als dat bedoeld is voor een nieuwe aanbieder, die betaalt gewoon nieuwe leges en dan kunnen we daar de toezichthouders van betalen, zoals dat ook bedoeld is. Dus die pot snappen we in zijn geheel niet. Dus daar graag een nadere onderbouwing en anders gewoon terug de algemene reserve in. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ja, ten aanzien van … We hebben wel een verschillende mening over de twee posten. Het loopt een beetje door elkaar heen eigenlijk, gek genoeg. Ten aanzien van de omgevingsvergunning vinden wij echt als daar plannen worden gemaakt, dat wij daar als raad bij betrokken zouden moeten zijn, want ik denk inderdaad dat er werk te doen is, dat we daar, nou ja, dan praat je wel weer over: hebben we dan extra ambities? Dus daar zouden wij als raad in ieder geval wat over te willen zeggen hebben.
Ten aanzien van glasvezel word ik inderdaad gehinderd door enige kennis, maar ik ben niet meer gehinderd door werkverbanden, gelukkig. Ja, op zich vind ik dat wel duidelijk wat ze daarmee willen. duidelijker dan bij de Omgevingsvisie. Alleen, ik denk dat, ik heb daar ook wel wat over geschreven, ik denk dat daar kansen zijn, kijkend ook naar het gasnet, warmtenet, de elektranetten die verzwaard moeten worden, naar nog een tweede datanet, wat er aangelegd wordt. Daar moeten we gewoon slimmer over nadenken en die gelden die we dan over hebben, daar ook voor inzetten. Dus ik zou daar graag met elkaar ook gewoon slimmer mee omgaan en dat we die gelden die nu over zijn dan ook daar een bestemming over hebben en anders inderdaad, in lijn met de VVD, gewoon terug naar de algemene pot. De voorzitter: Mijnheer Bouman, interruptie. De heer Bouman: Misschien voor het debat gelijk even ingaand op de heer Van der Hoeven, dan hebben we dat afgehandeld. Ik zou dan toch pleiten, heer Van der Hoeven, voor gewoon transparantie. Dat je zegt: deze middelen, die zijn nu over, die gaan terug naar de algemene middelen. Komen er nieuwe aanbieders, of dat nu is inderdaad weer voor een ander datanetwerk of voor allerlei andere netwerken die in onze grond moeten roeren, dan komen er weer nieuwe leges, nieuwe degeneratievergoedingen, die gaan we dan daarvoor inzetten.
Ik denk dat we het dan het meest helder houden voor elkaar.
De voorzitter: Mijnheer Roovers. De heer Roovers: Ja, dank u wel voorzitter. Op zich snappen wij de gedachte van de VVD. Kom eerst met een plan en vraag daarna het geld. We hebben overigens technische vragen gesteld, die ook betrekking hadden op de onderbouwing van deze reserves en we hebben daar wel een antwoord van gehad van het college, waarbij het college wel uitdrukkelijk aangeeft wat de onderbouwing is van in ieder geval de vorming van de bestemmingreserve Omgevingswet. Dus daar ligt wel degelijk een gedachte achter en daar zitten ook verplichtingen aan. Dus wat dat betreft voor de verplichtingen, daar kunnen wij niet eens meer mee terug, dus moeten we wel iets. Dus ik weet niet of de heer Bouman die antwoorden ook heeft gezien. En bij de reserve die gaat over glasvezel ben ik ook wel in afwachting van het antwoord van de wethouder, want volgens mij is het zo dat bij het aanleggen van glasvezel en bij het ontvangen van die vergoedingen we uiteindelijk aan de voorkant de vergoedingen ontvangen en dat we daarna nog kosten hebben. En dan is het ook wel handig om geld achter de hand te hebben om die kosten in ieder geval te maken. Maar die bevestiging, die krijg ik dan wel of niet van de wethouder. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roovers. Mijnheer Van der Hoeven, u staat nog steeds. Ja, ik gaf u niet de kans om te reageren net. Ga uw gang.
De heer Van der Hoeven: Richting de VVD. Er vallen zo meteen gewoon een aantal gaten ook tussen de twee aanbieders die er zijn. Ik ben er ook één van de bewoners bij, die in een straat woont, die ook bij de nieuwe partij weer lastig zullen worden. En dat zal mij een lief ding zijn, ware het zo dat gewoon iedereen zo meteen glasvezel heeft en dan zou je die middelen ook kunnen gebruiken om daar samen met die twee partijen gewoon een oplossing voor te verzinnen. Het is geld wat voor glasvezel betaald is, voor degeneratie, dus daar zou best wat inventiviteit en overleg kunnen plaatsvinden. Hij is best lastig, dat weet ik ook. Misschien is het wishful thinking van mij. Maar het is wel in het belang van, zeker een groep inwoners van Altena, die nog 's avonds met de ‘…’antenne moeten draaien om een voetbalwedstrijd te kunnen kijken, spreek ik uit ervaring. De voorzitter: Vanavond kijken we in ieder geval niet met zijn allen. Bedankt, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: De SGP vindt dit een beetje lastig, voorzitter. Er is natuurlijk gesteld: ja, wij vinden dit onvoldoende onderbouwd. Dat stelt de VVD. We hebben wel een onderbouwing, we zijn niet voldoende ter zake om te kunnen zeggen: is dit nu voldoende of onvoldoende? Maar goed, gelet op het hele financiële beleid, want we hebben te horen, dan ben je natuurlijk kritisch op iedere euro.
Dus ja, uit die gedachte lijkt het natuurlijk wel een leuke gesture, maar we hebben eigenlijk toch een vraag richting het college. Met name voor de Omgevingswet is er een hele forse post, ruim 6 ton, dat zijn al uitgaven verplichtingen. Dus ja, die moet je sowieso daarvoor gebruiken. Maar wat zou er opdoen om voor alle overige het niet in een bestemmingsreserve te stoppen en u komt daar gewoon per stuk voor terug naar de raad? Of is dat nu echt heel onwerkbaar of hoe kijkt u daartegenaan? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Bakker, AltenaLokaal. De heer Bakker: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zou het mijnheer Van der Hoeven bijna aanbieden om een keer bij mij thuis dan zijn voetbalwedstrijd te komen kijken, want hij doet het toch prima in Sleeuwijk, moet ik eerlijk zeggen, dus dat is misschien als eerste. Ten aanzien van de onderbouwing inderdaad ben ik het wel eens dat dit geen optimale onderbouwing is. Maar goed, aan de andere kant moeten we het ook, wat ook al voor een deel in de technische-vragen-beantwoording is gedaan. Nog even een vraag ook richting het college. De
reserve voor de Omgevingswet is geld wat wij hebben gekregen voor de Omgevingswet, is dat nu geoormerkt geld, ja of nee? Want dan kun je hem namelijk volgens mij niet zomaar in een algemene reserve stoppen. En ten aanzien van de reserve glasvezel. Ja, op zich heeft het college ook al eerder een keer aangegeven: we willen eigenlijk zo min mogelijk reserves. We snoeien, we zagen en wat was er nu nog meer? We snijden tegenwoordig vanavond allemaal volgens mij in allemaal andere dingen in het verleden. Afzagen, oké. Schaven kunnen we ook nog inderdaad. Maar in ieder geval, daar was volgens mij het uitgangspunt: zo min mogelijk reserves creëren. En nogmaals, of het nu reserve glasvezel is of dat je die in de algemene reserve stopt, als we het geld nodig hebben, komt die daar volgens mij gewoon vanuit terug. Maar met name het belangrijkste, nogmaals, reserve Omgevingswet, is dat nu geoormerkt geld, ja of nee? Want nogmaals, volgens mij mag je het niet zomaar in de algemene reserve stoppen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Interruptie, mijnheer Bouman? De heer Bouman: Een kleine correctie mijnerzijds. Het CDA heeft gelijk. Er zit wel een onderbouwing van de reserve Omgevingswet bij de beantwoording van de schriftelijke vragen, hebben wij overheen gekeken. Dus onze fout. Dat hebben we net even bekeken, dus het is in ieder geval een onderbouwing.
Je kunt nog steeds de vraag stellen: is die voldoende? Maar er zit wel een onderbouwing bij, dus fouten moet je toegeven, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Zullen we even tot slot naar het college luisteren? Wethouder Tanis. Er zijn een aantal vragen gesteld. De heer Tanis: Ja, mijn eerste vraag heeft de heer Bouman al beantwoord, dus daar hoef ik niet meer op terug te komen. De heer Bakker heeft een punt, het zijn geen vrij te besteden middelen. Het is geoormerkt geld. Dus dat, voorzitter. En ja, het college heeft de onderbouwing gegeven bij de technische vragen, zoals u daar kennis van heeft kunnen nemen. Daar zit een onderbouwing bij, ook met betrekking tot de bestemmingsreserve glasvezel. De toelichting staat daar ook in, voorzitter. Ja, en dit is de lijn die het college voorstelt. En als de raad een andere keuze maakt, dan hoor ik het wel, even los van bestemmingsreserve Omgevingswet, want daar ligt echt een andere claim op. De voorzitter: Voldoende hiermee, mijnheer Bouman? Voor nu wel. U kunt erover nadenken wat u wilt. Daarmee kan ik concluderen dat we bijna tegen de klok van elf uur gaan lopen en dat we vanaf vanmiddag vier uur bezig zijn geweest. Dat is een behoorlijk tijdje, maar toch in een goede en constructieve sfeer met elkaar opiniërend gesproken hebben, veel agendapunten hebben geraakt.
Het is aan u om te bepalen of en hoe u die agendapunten al dan niet in moties of amendementen, dan wel in de algemene beschouwingen, want dat kan ook. Even nog geduld, even. Er is wat rumoer. Ik ben nog niet klaar, de vergadering is nog niet gesloten. Dat geldt ook achter mij inderdaad. Het is aan u om bij de algemene beschouwingen, dan wel via moties of amendementen die onderwerpen eventueel terug te laten komen in het finaledebat op 2 juli. Daarvoor wil ik u attenderen: het zou handig zijn als u moties en amendementen overweegt, om daar deze week eventueel al contact over te leggen met de griffie om u te kunnen laten helpen en ondersteunen daarmee. Uiterlijk volgende week vrijdag is de bedoeling dat we met elkaar die in het RIS hebben staan. 10. Sluiting De voorzitter: En tot slot wil ik u zeggen dat toch 400 kijkers naar u gekeken hebben. Althans, dat is dan via Notubiz, niet eens nog via Altena TV, dat zijn er misschien nog meer. 400 kijkers die naar u gekeken hebben en niet naar het voetballen vanavond. Dank u wel. Ik zie u op 2 juli weer terug.