Reactiebrief
Tekst van het document
Aan: betrokkenen bij de RES West-Brabant Breda, 28 januari 2020 Betreft: Reactiebrief RES 1.0 & Uitvoeringsprogramma West-Brabant Geachte mevrouw, meneer, Namens de Stuurgroep RES West-Brabant wil ik iedereen bedanken die de afgelopen twee jaar betrokken is geweest en/ of input heeft geleverd voor de RES West-Brabant. Deze reactiebrief geeft een overzicht hoe de Stuurgroep West-Brabant (op 11 december) is omgegaan met reacties vanuit de Inwonersconsultatie, de werkateliers (2020) en de Klankbordgroep (2020). En daarmee op welke manier adviezen een plek hebben gekregen in de RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma. Veel mensen hebben het afgelopen jaar weer deelgenomen aan de (online) werkateliers en klankbordgroep bijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten stonden we stil bij onder ander de verdiepende onderzoeken, de ontwikkeling van de RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma. Daarnaast is in de zomer en de herfst van 2020 in de regio West-Brabant onderzoek gedaan naar wat inwoners belangrijk vinden bij het verduurzamen van onze elektriciteit en warmte. Adviezen en reacties uit deze groepen bevatten aandachtspunten, zorgen en ook positieve geluiden over de gemaakte keuzen. De reacties in deze brief zijn gegroepeerd per groep: Inwoners, Werkateliers en Klankbordgroep. Veel aandachtspunten zijn meegenomen in de uitwerking van de RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma.
Daarnaast zijn ook aandachtspunten ingebracht die niet tot een aanpassing hebben geleid. Dit is, net als bij de aanbieding van de concept-RES begin 2019, in een c.q. deze reactiebrief gemotiveerd. De RES 1.0, en het Uitvoeringsprogramma liggen op dit moment ter besluitvorming bij de gemeentebesturen, besturen van de Waterschappen en de Gedeputeerde Staten. Deze reactiebrief is meegezonden aan de bestuurders. Hiermee willen we transparant en navolgbaar zijn in de afwegingen die gemaakt worden. Een nieuw, recent punt in deze RES 1.0 betreft het actuele inzicht over de beperkt beschikbare netcapaciteit in delen van de regio, vanwege de beperkte teruglevercapaciteit op het landelijke hoogspanningsnet. We zijn over deze beperkingen in gesprek met de netbeheerders Enexis en Tennet om de huidige en voorziene knelpunten zo spoedig mogelijk op te lossen. We vinden het belangrijk dat bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners inzichten en meningen blijven meegeven in de uitvoering van de RES en de update naar RES 2.0 in 2023. Daarom houden we u graag op de hoogte van vervolgstappen. De opgave die we in de RES hebben afgesproken, wordt uitgewerkt in omgevingsplannen. De planning en voortgang van de plannen is opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Ook bij deze uitwerkingen is weer participatie en inspraak mogelijk..
Samen met u willen we de transitie naar een duurzame energievoorziening in West-Brabant realiseren. Met vriendelijke groet, namens de Stuurgroep RES West-Brabant Greetje Bos Wethouder gemeente Breda
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 1
A. Opbrengsten inwonersconsultatie Het onderzoek van de inwonersconsultatie is samen met de provincie Noord-Brabant uitgevoerd. We hebben onderzocht wat mensen belangrijk vinden, hoe ze in de toekomst betrokken willen worden bij plannen over duurzame elektriciteit en warmte en bij welke groepen mensen er meer en minder draagvlak is voor duurzame energie. 2.345 inwoners uit West-Brabant hebben een lijst met 25 vragen op internet ingevuld. Ze zijn op leeftijd, opleidingsniveau en woongemeente representatief voor West-Brabant. Daarna is met 60 mensen verder gepraat in een online research community. Bij de respondenten zien we dat 65% van de respondenten niet bekend was met de RES als instrument. Als we kijken naar de plannen en ambities uit de RES die aan de respondenten zijn voorgelegd, zien we dat de groep uitgesproken voorstanders en de groep uitgesproken tegenstanders ongeveer even groot is en dat er een grote groep is die nog geen duidelijke opvatting heeft of graag meer kennis wil hebben om een goede afweging te kunnen maken. De belangrijkste aandachtspunten uit het onderzoek van de inwonersconsultatie en uit de lokale activiteiten zijn als volgt: 1. Pleidooi voor een haalbare en betaalbare energietransitie Haalbaarheid en betaalbaarheid lopen als een rode draad door alle aandachtspunten heen en wordt ook expliciet genoemd als een van de belangrijkste criteria.
Ook verwachten mensen een stevige rol van de overheid. Als initiatiefnemer voor projecten en in het zorgen voor financiële arrangementen. Het liefst in de vorm van subsidies en soms ook bij het verstrekken van duurzaamheidsleningen. En mensen zien een rol voor de overheid als verstrekker van betrouwbare informatie. Reactie Een haalbare en betaalbare energietransitie van en voor iedereen is één van de leidende principe van de RES 1.0. Dit heeft aandacht op lokaal en regionaal niveau. Gemeenten zullen inwoners financieel ondersteunen, bijvoorbeeld met duurzaamheidsleningen en subsidies. De instrumenten per gemeente zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma (Uitvoeringsprogramma: figuur 6, blz. 7). Op regionaal niveau krijgt dit uitvoering in de RES-deal lokaal eigenaarschap (Uitvoeringsprogramma, RES-deal Lokaal eigenaarschap, blz. 8). Ook het Rijk speelt ook een belangrijke rol in dit principe en de uitvoering ervan. Daarom zijn in de RES 1.0 voorwaarden aan het Rijk opgenomen die bijdragen aan het bereiken van een haalbare en betaalbare energietransitie (RES 1.0: Bijdrage aan het Rijk, 5.1, blz. 35). 2. Meer aandacht voor innovatie Dat de RES zich richt op het grootschalig opwekken van duurzame energie uit wind- en zonne-energie, ervaart een deel van de mensen als te beperkt. Zij zien graag meer ruimte voor innovatie. En ook kernenergie wordt regelmatig als oplossing genoemd.
Reactie: Windturbines en zonneparken zijn op dit moment nog de enige technieken om op korte termijn grootschalig en betaalbaar duurzame elektriciteit te produceren. We vinden de ontwikkelingen van
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 2
innovatieve technieken belangrijk om bijvoorbeeld de betaalbaarheid te vergroten en de ruimtelijke gevolgen van de energietransitie te beperken. In de RES 1.0 West-Brabant hanteren we daarom een aanvullende ambitie van 0.2 TWh boven op de elektriciteitsdoelstelling van 2,0 TWh, te realiseren met innovatieve technieken. In aanvulling op de concept RES zijn in RES 1.0 ook ambities op biomassa (1 miljoen ton) en warmte (10 experimenten) opgenomen. De RES-deal innovatie is een belangrijke samenwerking om dit tot uitvoering te brengen (Uitvoeringsprogramma, Innovatie, blz. 21). Kernenergie wordt hier in eerste instantie niet meegenomen. De RES heeft een scope tot 2030, het bouwen van kerncentrales duurt langer. Daarnaast valt het eventueel bouwen van kerncentrales buiten de verantwoordelijkheid van opstellers van de RES. Het Rijk is hiervoor het besluitvormend orgaan, niet de regio. 3. Zorgen over kwaliteit van leefomgeving wind Mensen willen dat er zorgvuldig met het landschap wordt omgegaan. Dat betekent concreet liever geen windmolens als een soort hagelslag door het landschap. Mensen snappen de keuze in de RES om windmolens in clusters neer te zetten. Er lijkt meer begrip te zijn voor het uitbreiden van bestaande windparken, dan voor het bouwen van nieuwe parken.
Met als kanttekening, dat in West-Brabant net als in de rest van Nederland het onderwerp windenergie stevige reacties oproept. Sommigen zijn een groot voorstander van windenergie, anderen spreken zich hier fel tegen uit. In beide groepen zie je de zorg over de kwaliteit van de leefomgeving terug. Reactie Zoekgebieden wind in West-Brabant sluiten aan bij de wens om windmolens in clusters neer te zetten en bestaande parken uit te breiden. Een uitzondering hierop is het zuidelijke zoekgebied na 2030. Inpassing van dit zoekgebied in combinatie met natuur, landbouw en klimaatadaptatie wordt nader uitgewerkt (RES 1.0: Zoekgebieden voor wind, blz. 15). 4. Zorgen over kwaliteit van leefomgeving zon Ook voor zonne-energie geldt dat mensen het open landschap graag behouden. Mensen zijn positief over zon op dak. Daarna zien ze graag dat restruimte wordt benut. Zonneparken komen dan in knooppunten tussen snelwegen en langs landingsbanen of ze worden geplaatst aan de randen van bedrijventerreinen. Oftewel, ruimte die niet geschikt is om op een andere manier te benutten. Voor de combinatie van zonnen-energie met natuurontwikkeling, natte natuur, of in combinatie met landbouwgewassen is veel minder steun. Ook zien we dat een derde van de respondenten zonneparken liever niet combineert met windturbines.
Reactie Om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen hanteren we in nieuw zon- en energiebeleid gemeenschappelijke landschapsprincipes en bouwstenen afkomstig uit de landschappelijke verdieping. Verder is in de RES 1.0 explicieter opgenomen dat de regionale afspraken over de totale omvang van de zonneparken in de regio leidend zijn voor het lokale beleid. Mochten er toch redenen zijn om hier van af te willen wijken, dan hanteren we gezamenlijke principes die terughoudendheid t.a.v. nieuwe zonneparken (bovenop de RES-opgave) borgen. De strekking van deze principes is: we volgen de zonneladder, nieuwe zonneparken moeten passen binnen de regionale opgave voor zon op veld, en we ontzien waardevolle landschappen, landbouw- en natuurgebieden. (RES 1.0, zonneparken, blz. 13). Daarnaast hebben de natuurverenigingen aangeboden om de inventarisatie van kwetsbare natuurwaarden te betrekken in de afweging voor locatiekeuzen van zoekgebieden. Dit aanbod is overgenomen in het Uitvoeringsprogramma.
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 3
Niet alleen in de inwonersconsultatie zijn zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving uitgesproken. Ook in de Klankbordgroep en werkateliers is dit aan bod gekomen, zoals later te lezen. 5. Invloed op warmte van de toekomst Van het aardgas af is voor veel mensen een lastig en abstract onderwerp. En een onderwerp waar veel mensen zorgen over hebben. Zorgen over de kosten voor het aanpassen van de eigen woning, zorgen over de monopoliepositie van de grote energiebedrijven en de gevolgen voor je eigen energierekening en zorgen over keuzevrijheid. Voor bronnen van warmte heeft driekwart voorkeur voor restwarmte uit de industrie. Ook warmte uit afval, uit water, en uit de aarde is iets waar mensen positief tegenover staan. Er is minder draagvlak voor warmte uit verbranding van biomassa. Reactie In tegenstelling tot de elektriciteitsopgave kent de warmtetransitie veel onzekerheden. De maatschappelijk kosten- en batenanalyse heeft de eerste inzichten gegeven in de regionale warmtevoorziening. In de regionale samenwerking richten we ons op bronnen waar we op regionale schaal afspraken over moeten maken. De strategie is terug te vinden in de RES 1.0 (RES1. 0, Duurzame warmte, blz. 19), die tevens aansluit op het nationale duurzaamheidskader voor biomassa, wat in oktober 2020 aan de Tweede Kamer is gestuurd (zie ook punt 8 klankbordgroep).
In de komende jaren zal veel onderzoek gedaan worden naar de potentie en lange termijn zekerheid van warmtebronnen. Daarnaast stellen gemeenten een Transitievisie Warmte op, en brengen hier in beeld welk tijdpad zij zien voor het aardgasvrij maken van de wijken in hun gemeenten. Afstemming in de werkwijze tussen de TVW’s en de RES krijgt daarom ook veel aandacht (Uitvoeringsprogramma, regionale samenwerking, blz. 19). Zorgen over de kosten zijn begrijpelijk. In de RES zijn de uitvoeringskosten beter in beeld gebracht (RES 1.0, paragraaf 5.5) en zijn diverse financiële vragen aan het Rijk gesteld (RES 1.0, paragraaf 5.4) om aandacht te blijven vragen voor woonlastenneutraliteit. 6. Financiële participatie Mensen zijn positief over het idee dat de helft van de opbrengsten van een zonne- of windpark worden benut voor inwoners om zo de energietransitie te versnellen. Ook wil de helft zelf investeren in een windproject of een zonne-project. Een ander deel kan nu niet goed inschatten of ze zouden willen investeren. Reactie: Gemeenten en projectontwikkelaars gaan samen met omwonenden uitwerken op welke manier inwoners kunnen participeren in wind- of zonprojecten (bijvoorbeeld via een omgevingsfonds, aandelen, etc.).
Daarnaast wordt de uitvoering van lokaal eigenaarschap (zo wordt financiële participatie genoemd in de RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma) ondersteund in de RES-deal Lokaal Eigenaarschap (Uitvoeringsprogramma, RES-deal lokaal eigenaarschap, blz. 8).
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 4
7. Invloed en regie Mee kunnen praten en op de hoogte zijn van de plannen vinden mensen erg belangrijk. Een nieuwsbrief wordt vaak genoemd als middel om op de hoogte te blijven. Mensen ervaren nu zowel bij de veranderingen in het landschap als bij de maatregelen die ze in en om hun eigen huis moeten nemen weinig regie en invloed. Een groot deel zou graag meepraten. Betrokken worden in een vroeg stadium geeft gevoel van controle. En daar liggen wellicht ook kansen om het vertrouwen in de overheid te vergroten. Reactie Communicatie over de RES West-Brabant en lokale en regionale participatie blijft ook in de uitvoering van de RES een belangrijk aandachtspunt. Inwonersparticipatie en communicatie blijft de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Gemeenten verzorgen dan ook de procesparticipatie rondom de projecten. De regio houdt de focus op de regionale belangen. We blijven communiceren via een e-zine, onderzoeken de mogelijkheid voor een regionaal inwonerspanel en hebben meer aandacht dan nu voorzien voor jongerenparticipatie. (Uitvoeringsprogramma, 5.1, Pagina 23)
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 5
B. Adviezen werkateliers in 2020 1. Zorgen kwaliteit leefomgeving In de werkateliers is het dringende advies gegeven om zuinig te zijn op natuur en landschap. In het verlengde zijn deze stakeholders terughoudend met zon op veld. Reactie: Niet alleen in de Werkateliers is door stakeholders gewezen op het belang van natuur en landschap. Ook in de Klankbordgroep en uit de Inwonersconsultatie is aangegeven terughoudend te zijn met zon op veld. Om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen hanteren we in nieuw zon- en energiebeleid gemeenschappelijke landschapsprincipes en bouwstenen afkomstig uit de landschappelijke verdieping. Verder is in de RES 1.0 explicieter opgenomen dat de regionale afspraken over de totale omvang van de zonneparken in de regio leidend zijn voor het lokale beleid. Mochten er toch redenen zijn om hier van af te willen wijken, dan hanteren we gezamenlijke principes die terughoudendheid t.a.v. nieuwe zonneparken (bovenop de RES-opgave) borgen. De strekking van deze principes is: we volgen de zonneladder, nieuwe zonneparken moeten passen binnen de regionale opgave voor zon op veld, en we ontzien waardevolle landschappen, landbouw- en natuurgebieden. (RES 1.0, zonneparken, blz. 13). Daarnaast hebben de natuurverenigingen aangeboden om de inventarisatie van kwetsbare natuurwaarden te betrekken in de afweging voor locatiekeuzen van zoekgebieden.
Dit aanbod is overgenomen in het Uitvoeringsprogramma. 2. Lokale initiatieven Deelnemende stakeholders aan de Werkateliers vinden het belangrijk dat er sterke ondersteuning van lokale initiatieven wordt georganiseerd (waaronder energiecoöperaties). Dit is nodig om het vliegwiel te laten werken. Reactie In de Werkateliers (2020) is aandacht gevraagd voor de ondersteuning van lokale initiatieven, waar sprake kan zijn van expertise, tijd en/of geld. In het Uitvoeringsprogramma staat de oprichting van het Ontwikkelfonds Collectieve projecten beschreven om deze lokale initiatiefnemers te ondersteunen (Uitvoeringsprogramma, RES-deal lokaal eigenaarschap, blz. 8). 3. Regionale samenwerking In een reflectie op het samenwerkingsverband van de RES is aangeven dat de regionale samenwerking een versterking moet zijn van de lokale samenwerkingsverbanden. Dit moet niet worden overgenomen. Reactie De uitvoering van de RES zal grotendeels plaatsvinden op lokaal niveau door gemeenten, initiatiefnemers en lokale samenwerkingsverbanden. De huidige regionale samenwerking (netwerksamenwerking) zetten we de komende jaren voort, om te zorgen voor afstemming tussen gemeenten bijvoorbeeld ten aanzien de beschikbaarheid van netcapaciteit. (Uitvoeringsprogramma, regionale taken en organisatie, blz. 27).
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 6
4. Warmtetransitie communicatie & participatie De warmtransitie is voor de stakeholders in de Werkateliers nog grotendeels onduidelijk. Goede voorlichting is en blijft nodig. Daarnaast is er nog weinig bekend over de participatiemogelijkheden, dit in tegenstelling tot de elektriciteitsopgave. Deze zorgen zijn ook uit de Inwonersconsultatie gekomen. Reactie De warmtetransitie kent nog veel onzekerheden en hiervoor zetten we in de RES pas de eerste stappen. Mede hierdoor is in de procesparticipatie in de afgelopen jaren de aandacht al snel uitgegaan naar de elektriciteitsopgave en het verhaal van de RES. Communicatie en participatie over de warmtetransitie is een aandachtspunt voor komende jaren. Hier zullen de Transitie Visies warmte van gemeenten een grote rol in gaan spelen. 5. Warmtenetten De stakeholders in de Werkateliers vragen aandacht voor open netten en keuzevrijheid voor aansluiting bij een leverancier. Naast de stakeholders in de Werkateliers zijn dit ook aandachtspunten uit de Inwonersconsultatie. Reactie De aandacht voor open netten en keuzevrijheid wordt meegenomen in de verdiepende onderzoeken in het Uitvoeringsprogramma. (Uitvoeringsprogramma, regionale samenwerking, blz. 180). Daarnaast wordt er bij het Rijk aandacht gevraagd voor het creëren van standaarden voor open netten. (RES 1.0, bijdrage Rijk, blz. 36).
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 7
C. Adviezen Klankbordgroep 1. lange termijn perspectief voor de warmtevoorziening In de Klankbordgroep is gepleit voor een lange termijn perspectief voor de warmtevoorziening met daarin ook een concrete ruimtelijke duiding. Reactie Momenteel is nog veel onzeker en een concreet pad kunnen voor de warmtetransitie nog niet geven. Ook de afstemming met de TVW spelen hier een belangrijke rol. De concretisering vindt plaats richting de RES 2.0. De stappen op regionale schaal, en de onderzoeks- en afstemmingsvraagstukken zijn terug te vinden in het Uitvoeringsprogramma. (Uitvoeringsprogramma, Uitvoering warmtetransitie gebouwde omgeving, blz. 15). 2. Regionale optimalisatie De Klankbordgroep heeft aandacht gevraagd voor regionale optimalisatie. Waarbij gemeente de afzonderlijke opgave proberen los te laten en de regio als één geheel te zien. Dit zou onder andere ten goede komen aan de landschappelijke waarden en maatschappelijke kosten van netinfrastructuur. Reactie Vanaf het begin van de regionale samenwerking van de RES is het uitgangspunt geweest dat elke gemeenten bijdraagt aan de energietransitie. Voor gemeenten is het belangrijk om hun autonomie te behouden en besluitvorming ligt altijd bij de gemeenteraden. Naast deze uitgangspunten zijn er regionale afspraken gemaakt in de RES, omdat dit ten goede komt aan landschappelijke waarden en maatschappelijke kosten.
De zoekgebieden wind sluiten om deze reden aan bij de voorkeur om windmolens te clusteren en het uitbreiden van de al bestaande initiatieven en projecten binnen de regio. Voor zonneparken is de wens voor regionale optimalisatie opgenomen in een principe dat nieuwe zonneparken moeten passen binnen de totale regionale opgaven zon op veld (0,30 TWh). Nieuwe initiatieven na de vaststelling van de RES 1.0 mogen daarmee niet boven de opgave komen. Uitruil tussen gemeenten is wel mogelijk. (Concept RES 1.0, zonneparken, blz. 13). 3. Hogere ambities voor warmtebesparing In de Klankbordgroep is aandacht gevraagd voor een hogere ambitie op de warmte besparing in de gebouwde omgeving. Hier is een grote winst te behalen met een aanpak gericht op slecht geïsoleerde woningen. Reactie In de RES 1.0 houden we vast aan een warmtebesparing van 15% in de gebouwde omgeving in 2030. Met deze besparingsambitie sluiten we aan bij de verwachting van het PBL en wordt het realistisch geacht. (RES 1.0, Duurzame warmte, blz. 19). 4. Voortgang energieprojecten Graag krijgen de Klankbordgroep-leden meer inzicht in de kans van slagen van de energieprojecten. Reactie In het uitvoeringsprogramma hebben we een overzicht opgenomen van de stand van zaken van de energieprojecten (Uitvoeringsprogramma, bijlage 1). Jaarlijks monitoren we de voortgang en uitvoering van energieprojecten en andere afspraken in de RES.
De procedurele voortgang en resultaten van energieprojecten zijn ook onderdeel van het programmeringsoverleg. (Uitvoeringsprogramma, programmeringsoverleg- en afspraken, blz. 11).
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 8
5. Scholieren, studenten en de RES Gevraagd is om meer scholieren en studenten uit de regio te betrekken bij de energietransitie en de RES. Reactie In de uitvoering van de RES willen we scholieren en studenten op regionaal niveau intensiever betrekken bij de RES. Door onder ander het uitzetten van schoolopdrachten bij de MBO en HBO opleidingen in de regio (Uitvoeringsprogramma, Arbeidsmarkt en scholing, blz. 24). 6. Benut de postcoderoos systematiek Vraag om de postcoderoos systematiek te benutten ook voor kleinschalig zon op dak. Reactie De postcoderoos systematiek is onderdeel van het Ontwikkelfonds, waarbij in eerste instantie gericht wordt op zonnedaken die met het model van de (vernieuwde) Postcoderoos kunnen worden ontwikkeld. (Uitvoeringsprogramma, RES-Deal lokaal eigenaarschap, blz. 8). 7. MER plicht In de regio West-Brabant is de keuze gemaakt om geen plan M.E.R. uit te voeren op de RES 1.0. Hieronder de reactie ter verduidelijking van deze keuze: Veel (wind)projecten in de RES 1.0 zitten al in de pijplijn, waarbij al een M.E.R-analyse is of wordt uitgevoerd. Om deze reden is de Stuurgroep van mening dat het niet nodig is om ook nog een M.E.R.analyse uit te voeren op regionaal niveau. Dit zou dubbel werk opleveren. Een mogelijke uitzondering hierop zijn de zuidelijke zoekgebieden. Deze staan bewust gepland voor na 2030, zodat er nog ruimte is voor een brede afweging.
8. Biomassa Vanuit de Klankbordgroep wordt aandacht gevraag voor het gebruik van biomassa. Aangegeven wordt dat houtige biomassa niet de voorkeur heeft. Gebruik in plaats daarvan laagwaardige biomassa en alleen als transitiebrandstof. Reactie: −
-
In oktober 2020 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het duurzaamheidskader voor de inzet van duurzame biomassa in Nederland. Relevante elementen daarin zijn de strategie voor vergroting van duurzame productie van biomassa voor biobased toepassingen en voor groen gas en de afbouwstrategie van houtige biomassa voor zowel elektriciteitsopwekking als warmteproductie. Dat heeft gevolgen voor de inzet van de Amercentrale en de bronnenstrategie voor het warmtenet. De biomassa die voor groen gas benut kan worden betreft vooral natte biomassa, zoals mest, zuiveringsslib, maaisel en keukenafval. De import van houtige biomassa voor energie werd in de Concept RES al gezien als transitieoplossing. In de RES 1.0 is daarom, meer dan in de Concept RES, aandacht gevestigd op hoogwaardige benutting van biomassa (p. 23). Samenhangend is een regionale ambitie opgenomen om 1 miljoen ton regionale biomassa te gebruiken voor grondstoffen en energie in 2030 (p. 30).
9. Inwonersparticipatie Als advies van de Klankbordgroep op het Uitvoeringsprogramma werd gevraagd duidelijker te maken wat inwoners zelf kunnen ondernemen. Wijs inwoners op mogelijkheden van besparen en isoleren en richt een loket in om mensen daarbij te ondersteunen. Aandacht voor inwonersparticipatie zien we ook terug in de adviezen van de Inwonersconsultatie en de Werkateliers.
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 9
Reactie Stimuleren van kleinschalige opwek en besparen is onderdeel van de opgave voor 2030. In de RES hebben gemeenten hierover afspraken gemaakt . Gemeenten bepalen voor deze kleinschalige opwek en besparing zelf welke instrumenten in te zetten. Informeren, afspraken met woningcorporaties en aanbieden van financieringsmiddelen spelen hier een belangrijke rol om inwoners in beweging te krijgen. Alle gemeenten zullen hier mee aan de slag gaan. (Uitvoeringsprogramma, groei van kleinschalige opwerk en elektriciteit, blz. 5). 10. Biedt subsidiemogelijkheden voor particulieren om aan te sluiten op warmtenetten. Momenteel is het voor particulieren niet aantrekkelijk om gebruik te gaan maken van een warmtenet, mede vanwege de hoge aansluitkosten. Bij nieuwbouwprojecten met een warmtenet binnen de bebouwde kom zouden ook bestaande woningen kunnen meeliften. Vooral voor particuliere woningen ligt die drempel hoger dan voor collectief vastgoed van woningbouwcorporaties. Reactie In de RES 1.0 wordt in paragraaf 5.4 (bijdrage van het Rijk) aandacht gevraagd voor diverse zaken rondom de warmtetransitie. De verduurzaming van particuliere woningen is daarbij specifiek genoemd. 11. ’50% lokaal eigendom’ De Klankbordgroep vraagt om duidelijkheid wat 50% lokaal eigendom betekent, wat er mogelijk is en welke risico’s eraan verbonden zijn.
Reactie In zowel de RES 1.0 als in het Uitvoeringsprogramma wordt de overkoepelende term lokaal eigenaarschap gebruikt. Lokaal eigenaarschap is het streven naar 50% participatie van de lokale omgeving bij duurzame opwek, zowel via lokaal eigendom (mee-investeren en risiconemen) als via financiële afdracht (zoals omgevingsfondsen of omgevingsregelingen). In het achtergronddocument is een uitgebreide omschrijving opgenomen van de mogelijkheden en risico’s (achtergronddocument, blz 61). 12. Bedrijventerreinen De klankbordgroep vraagt aandacht voor duurzame opwek op bedrijventerreinen in relatie met de lokale omgeving en andere opgaven. Reactie In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan het belang van bedrijventerreinen bij de opgave voor duurzame energieopwekking. In de RES-deal Lokaal eigenaarschap staat onder andere het Versnellingsteam Zon op Bedrijfsdaken centraal. Met als taak om de ontwikkelingen van een gebiedsgerichte aanpak voor duurzame opwek bij agrarische bedrijven en bedrijventerreinen te ondersteunen. Deze opzet kan een motor zijn om koppelkansen met andere opgaven te realiseren. (Uitvoeringsprogramma, RES-deal Lokaal eigenaarschap, blz. 9). Gemeenten kunnen eventueel gebruik maken van een voorstel van het Energiefonds Brabant om – namens de omgeving van het gebied - (risicovol) te investeren in het project.
De risico’s komen dan bij het Energiefonds Brabant te liggen. Via bijvoorbeeld een lokale fonds kunnen de opbrengsten van duurzame opwek worden gebruikt voor ondersteuning van individuele duurzaamheidsmaatregelen zoals groene stroom met korting, financiering van isolatie of zonnepanelen. Zo kunnen ook mensen met een ‘kleine portemonnee’ meedoen (Uitvoeringsprogramma, RES-deal lokaal eigenaarschap, blz. 9).
Reactiebrief RES 1.0 & het Uitvoeringsprogramma West-Brabant 10