Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Ontwerp bestemmingsplan “Buitengebied Middenweg ong. 2017” Vanaf 16 mei 2019 heeft het ontwerp bestemmingsplan “Buitengebied Middenweg ong. 2017.” voor 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode kon iedereen bij de gemeenteraad zijn/haar zienswijze geven op het ontwerp bestemmingsplan. In deze nota staan de ontvangen zienswijzen, de gemeentelijke reactie daarop en de wijzigingen in het bestemmingsplan. Waar gaat het bestemmingsplan over?
Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf Middenweg Agro BV van “Butterfly Orchids” op het adres Middenweg 4 in Andel. De uitbreiding past niet binnen het Huige bedrijfsperceel. De uitbreiding vindt daarom plaats op afstand van het bedrijf op twee onbebouwde agrarische percelen aan de Middenweg. Het bestemmingsplan is voorbereid op grond van 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening. De procedure is bekendgemaakt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Wie heeft er een zienswijze gestuurd? In de periode van terinzagelegging is er 1 zienswijze ontvangen: 1. Provincie Noord-Brabant, gedateerd op 28 mei 2019, ingekomen op 29 mei 2019. Hoe ziet de inhoud van deze nota er uit? Hoofdstuk 1: Samenvatting van de zienswijzen met gemeentelijke beantwoording. Hoofdstuk 2: Wijzigingen die doorgevoerd worden.
Pagina 2 van 6
1. Beantwoording zienswijzen 1. Zienswijze: Provincie Noord Brabant Ontvangstdatum: 29 mei 2019 Inhoud zienswijze In het ontwerp wordt geen rekening gehouden met de brief van Gedeputeerde staten d.d. 19 december 2018, kenmerk C2236082/4456340. Deze reactie is gegeven in het kader van het wettelijk vooroverleg. Het plan is op diverse punten in strijd met de Verordening Ruimte. Het plan zal daarom gewijzigd vastgesteld moeten worden.
Beantwoording gemeente De genoemde brief was niet bij de voormalige gemeente Woudrichem bekend.
Op grond van artikel 3.2 van de Verordening dient voor elke ruimtelijke ontwikkeling te worden voorzien in de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Op basis van de regionale afspraken behoort dit plan tot Categorie 2.
In bijlage 2 van de Plantoelichting is een landschapsinpassingsplan toegevoegd. In Artikel 4 is de bestemming ‘GroenLandschappelijke inpassing’ opgenomen. Deze is tevens verwerkt op de verbeelding. Daarnaast is een voorwaardelijke bepaling in artikel 3.2.1 van de regels opgenomen, waarin een voorwaardelijke bouw- en gebruiksbepaling is opgenomen zodat de landschappelijke inpassing in aanleg en instandhouding is geborgd.
In artikel 3.1.2 sub b van de planregels is de doeleindenomschrijving niet uitsluitend op een glastuinbouwbedrijf gericht; ook grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderij (in de Verordening betreft dit artikel 7.2, vollegronds teeltbedrijven), zijn toegestaan. De aanduiding ‘doorgroeigebied glastuinbouw’ ziet specifiek op ontwikkelingsmogelijkheden voor glastuinbouwbedrijven en niet op de nieuwvestiging van vollegronds teeltbedrijven Gelet hierop is de doeleindenomschrijving in artikel 3.1.2 sub b van de planregels is in strijd met artikel 3.1 lid 2, sub a en artikel 7.2 van de Verordening in combinatie met artikel 28 lid 4 Verordening ruimte. De omschrijving dient door de ligging van het perceel binnen groeigebied glastuinbouw uitsluitend gericht te zijn op ontwikkelingsmogelijkheden voor glastuinbouwbedrijven en niet op de nieuwvestiging van vollegronds teeltbedrijven.
De doeleindenomschrijving in artikel 3.1.2 is aangepast zodat de omschrijving uitsluitend op een glastuinbouwbedrijf is gericht.
Pagina 3 van 6
In artikel 3.3 ‘Afwijking bouwregels’, artikel 3.5 ‘Afwijking gebruiksregels’ en artikel 3.7 ‘Wijzigingsregels’ zijn diverse flexibiliteitsbepalingen opgenomen voor het toestaan en omschakelen naar (neven)functies. In de toelichting op artikel 28 van de Verordening is aangegeven dat binnen een doorgroeigebied ook nietagrarische functies kunnen worden toegelaten mits deze de ontwikkeling van het doorgroeigebied niet frustreren. Uit het plan en de Plantoelichting blijkt niet dat een dergelijke afweging heeft plaatsgevonden. Daarom dient een nadere verantwoording en afweging in de toelichting opgenomen te worden van de keuze om deze flexibiliteitsbepalingen in het plan op te nemen. Tevens dient een nadere voorwaarde voor deze flexibiliteitsbepalingen opgenomen te worden; ‘dat deze de ontwikkeling van het doorgroeigebied niet mag frustreren’.
De afweging heeft alsnog plaatsgevonden. Zie artikel 4.1.3 van de toelichting. In de artikelen 3.3, 3.5 en 3.7 is de voorwaarde opgenomen dat het toestaan en omschakelen naar (neven)functies de ontwikkeling van het doorgroeigebied niet mag frustreren.
Wij constateren bovendien dat de flexibiliteitsbepalingen in artikel 3.7 op onderdelen in strijd zijn met de Verordening. Omschakeling naar een grondgebonden veehouderij is alleen toegestaan als voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 7.3 lid 1 van de Verordening (zie artikel 3.7.1 en 3.7.3 van de planregels). In artikel 3.7.4 wordt voorzien in vormverandering en/of vergroting van het agrarisch bouwvlak. Ook in deze regeling worden de voorwaarden uit artikel 7.3 lid 1 en lid 2 van de Verordening gemist.
In artikel 3.7.1, 3.7.3 en 3.7.4 van de regels is de voorwaarde opgenomen dat moet worden voldaan aan artikel 7.3 lid 1 (en lid 2 bij 3.7.4) van de Verordening.
In de toelichting van het plan wordt uitgebreid ingegaan op de toekomstbestendigheid van het bedrijf. Wat ons daarbij opvalt is dat bij het energieverbruik uitsluitend uitgegaan wordt van aardgas. Omdat het onzeker is of de glastuinbouw na 10 tot 15 jaar nog uitsluitend aangewezen kan zijn op aardgas is het onduidelijk waarom (gedeeltelijke) alternatieve energievoorzieningen niet in de afweging en onderbouwing van het
In paragraaf 4.3.3 van de toelichting is aangepast waarin uitgebreid omschreven wordt welke afwegingen ten grondslag liggen aan de voorgestelde invulling met behulp van aardgas. Toepassing van duurzame energie wordt overwogen maar kan met de huidige ontwikkelingen nog geen volledige dekking geven van de benodigde energiestromen. Daarnaast wordt door middel van keuzes in de technische invulling voorgesorteerd op het toepassen van duurzame energie.
Pagina 4 van 6
plan zijn betrokken. Wij vragen hier nadrukkelijk aandacht voor. Zienswijze gegrond De zienswijze is gegrond. Het plan wordt gewijzigd vastgesteld. 2. Aanpassingen ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan is door de zienswijzen op onderdelen gewijzigd. Ook zijn er een aantal ambtelijke wijzigingen. Het bestemmingsplan wordt dan ook gewijzigd vastgesteld. Hieronder vindt u een overzicht van de wijzigingen. Wijzigingen: 1. Op de verbeelding is de bestemming ‘Groen-Landschappelijke inpassing’ opgenomen. 2. De doeleindenomschrijving in artikel 3.1.2 van de regels is aangepast zodat de omschrijving uitsluitend op een glastuinbouwbedrijf is gericht. 3. In de artikelen 3.3, 3.5 en 3.7 is de voorwaarde opgenomen dat het toestaan en omschakelen naar (neven)functies de ontwikkeling van het doorgroeigebied niet mag frustreren. 4. In artikel 3.7.1, 3.7.3 en 3.7.4 van de regels is de voorwaarde opgenomen dat moet worden voldaan aan artikel 7.3 lid 1 (en lid 2 bij 3.7.4) van de Verordening. 5. In Artikel 4 is de bestemming ‘Groen-Landschappelijke inpassing’ opgenomen. Daarnaast is een voorwaardelijke bepaling in artikel 3.2.1 van de regels opgenomen, waarin een voorwaardelijke bouw- en gebruiksbepaling is opgenomen zodat de landschappelijke inpassing in aanleg en instandhouding is geborgd. 6.
In de planregels is de actuele regeling voor Arbeidsmigranten is opgenomen, waardoor een Artikel 3.3.5 is toegevoegd en artikel 3.5.8 is gewijzigd. 7. De Beleidsregel Arbeidsmigrantenhuisvesting is opgenomen als bijlage 3 bij de regels; 8. Artikel 4.1.3 van de toelichting is aangepast, zodat een afweging om ook niet-agrarische bedrijvigheid te kunnen ontwikkelen binnen het doorgroeigebied is opgenomen. Daarbij wordt ook aangegeven waarom deze mogelijkheden de ontwikkeling van het doorgroeigebied niet frustreren. 9. Paragraaf 4.3.3 van de toelichting is aangepast, waarin uitgebreid omschreven wordt welke afwegingen ten grondslag liggen aan de voorgestelde invulling met behulp van aardgas. Toepassing van duurzame energie wordt overwogen maar kan met de huidige ontwikkelingen nog geen volledige dekking geven van de benodigde energiestromen. Daarnaast wordt door middel van keuzes in de technische invulling voorgesorteerd op het toepassen van duurzame energie. 10. Een nieuwe Aerius berekening en aanvraag van een WNB vergunning is als bijlage 5 toegevoegd aan de toelichting. Daarnaast is paragraaf 4.3.6 van de toelichting gewijzigd. Bij de motivatie omrent stikstof wordt geen gebruik van de PAS meer gemaakt. Dit als gevolg van de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019. 11.
In paragraaf 3.2.1 van de toelichting is de structuurvisie ruimtelijke ordening van de provincie Noord-Brabant vervangen voor het actuele provinciale beleid, namelijk de omgevingsvisie Noord-Brabant.
Pagina 5 van 6
12. 13. 14.
In paragraaf 3.2.2 van de toelichting is de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabantvervangen voor het actuele provinciale beleid, namelijk de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. In bijlage 2 van de Plantoelichting is een landschapsinpassingsplan toegevoegd. Een nieuwe Aerius berekening en aanvraag van een WNB vergunning is als bijlage 5 toegevoegd aan de toelichting. Daarnaast is paragraaf 4.3.6 van de toelichting gewijzigd. Bij de motivatie omrent stikstof wordt geen gebruik van de PAS meer gemaakt. Dit als gevolg van de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019.
Na de vaststelling van het bestemmingsplan is het plan opnieuw voorgelegd aan de provincie. Hieruit bleek dat de zienswijze niet naar tevredenheid is overgenomen. Om deze reden zijn er onderstaande aanpassingen gedaan: 15. 16. 17.
18. 19.
20. 21.
22.
23.
Artikel 3.3.5 – omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten van de regels is geschrapt. Artikel 3.4.1, lid n van de regels is geschrapt. Artikel 3.5.8 is als volgt gewijzigd: Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder i ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Naar: Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 en 3.4.1 onder i ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: In artikel 3.5.8 wordt lid e en g geschrapt. In artikel 3.5.8 wordt lid f gewijzigd van: De huisvesting wordt zoveel mogelijk geplaatst binnen of aansluitend aan het bouwvlak; Naar: Huisvesting vindt alleen plaats binnen het bouwvlak; Artikel 3.7.1 – “Wijziging t.b.v.
omschakeling naar grondgebonden veehouderij – wordt geschrapt Artikel 3.7.3, lid c, wordt gewijzigd van: in afwijking van het bepaalde onder b is een redelijke uitbreiding van een overig niet- grondgebonden agrarisch bedrijf met een grotere omvang dan bepaald onder c toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: (…) naar: in afwijking van het bepaalde onder b is een redelijke uitbreiding van een overig niet- grondgebonden agrarisch bedrijf niet zijnde veehouderij met een grotere omvang dan bepaald onder b toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: (…) Artikel 3.7.3, lid n, wordt gewijzigd van: omschakeling naar een grondgebonden veehouderij is alleen toegestaan mits: (…) naar: omschakeling naar veehouderij is alleen toegestaan mits: (…) Artikel 3.7.4, lid b, d, i, en o zijn geschrapt;
Pagina 6 van 6
24.
25.
26.
27. 28. 29.
Artikel 3.7.4, lid c is gewijzigd van: voor een verdere vergroting boven 1,5 ha voor overig niet-grondgebonden bedrijven, gelden de volgende bepalingen: (…) naar: (…) En gelden de volgende bepalingen: (…) Artikel 3.7.4, lid h is gewijzigd van: Er wordt voldaan aan de natuur, milieu- en dierenwelzijn wet en regelgeving naar: Er wordt voldaan aan de natuur en milieu wet- en regelgeving Artikel 3.7.4, lid k, wordt gewijzigd van: het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. Bij intensieve veehouderijen dient nadrukkelijk het aspect geur te worden afgewogen; naar: het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. Artikel 3.7.5 – Wijziging t.b.v. nieuwvestiging wordt geschrapt Artiekel 3.7.7 – wijziging t.b.v. woningsplitsing wordt geschrapt De overige artikelen worden hernummerd. De bijbehorende verwijzigingen worden kloppend gemaakt.