CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Mutatietabel

Raadsvergadering 16 februari 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Wijziging GR Nazorg gesloten stortplaatsen3.549 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijziging gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen Huidige regeling Aanhef De colleges van burgemeesters en wethouders van de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle- Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout, Werkendam, Woudrichem en Zundert;

Voorstel nieuwe regeling Aanhef De colleges van burgemeesters en wethouders van de gemeenten AlphenChaam, Altena, Baarle- Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout en Zundert;

Het algemeen bestuur Artikel 5 De colleges wijzen uit hun midden een lid van het algemeen bestuur en zijn plaatsvervanger aan. Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergaderingen van het algemeen bestuur één vaste stem. Als een lid van het algemeen bestuur een gemeente van meer dan 20.000 inwoners vertegenwoordigt, wordt de vaste stem vermeerderd met telkens één stem voor elke 20.000 inwoners of een gedeelte daarvan boven de 20.000 inwoners

Het algemeen bestuur Artikel 5 5.1 De colleges wijzen uit hun midden een lid van het algemeen bestuur en zijn plaatsvervanger aan. Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergaderingen van het algemeen bestuur één vaste stem. Als een lid van het algemeen bestuur een gemeente van meer dan 20.000 inwoners vertegenwoordigt, wordt de vaste stem vermeerderd met telkens één stem voor elke 20.000 inwoners of een gedeelte daarvan boven de 20.000 inwoners 5.2 Een college kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid ontslag verlenen als het lid zijn vertrouwen niet meer geniet. Het ontslag wordt enkel verleend nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van toepassing.

Artikel 8 Vervallen.

Inlichtingenplicht Artikel 8 8.1 Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de inlichtingen die worden gevraagd door een of meer leden van de deelnemende raden, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 8.2 Een lid van het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen die worden gevraagd door een of meer leden van de raad van de gemeente waarvan hij afkomstig is, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 8.3 Een lid van het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen die worden gevraagd door een of meer leden van het college dat hem heeft aangewezen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

1 Versie 1 d.d. 12-02-19

Toelichting Deze wijziging is het gevolg van de fusie van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot de gemeente Altena.

Het eerste lid van dit artikel blijft ongewijzigd. Het tweede lid is toegevoegd als gevolg van een verplichting die in artikel 16, vierde lid, jo. artikel 18 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) is opgenomen.

In de huidige regeling zijn de bepalingen over inlichtingenplicht en verantwoording in één artikel ondergebracht (artikel 9). In dit voorstel worden ze gesplitst en over de artikelen 8 en 9 verdeeld, waarbij artikel 8 handelt over de inlichtingenplicht. In artikel 9 wordt gesproken over ‘algemeen belang’ en ‘openbaar belang’. In de Gemeentewet wordt bij een artikel over inlichtingenplicht de term ‘openbaar belang’ gehanteerd. Dit is in het voorstel

Wijziging gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen 8.4 Onverminderd het bepaalde in 8.1 verstrekt het dagelijks bestuur de inlichtingen die worden gevraagd door een of meer leden van het algemeen bestuur dan wel een of meer leden van de deelnemende colleges, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 8.5 De in de 8.1 tot en met 8.4 bedoelde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk verstrekt, maar in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek is ontvangen.

Verantwoording Artikel 9 9.1 Het dagelijks bestuur geeft aan de colleges en de raad, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het algemeen belang. 9.2 Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen en de raad, mondeling of schriftelijk desgevraagd alle inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 9.3 Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem als lid heeft aangewezen en aan de raad, verantwoording schuldig voor zijn optreden in het algemeen bestuur. Het afleggen van verantwoording vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van het desbetreffende college. 9.4 De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor hun optreden in het dagelijks bestuur. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.

Verantwoording Artikel 9 9.1 Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording schuldig aan het college dat hem als lid heeft aangewezen voor zijn optreden in het algemeen bestuur. Het afleggen van verantwoording vindt plaats op de wijze zoals geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van het desbetreffende college. 9.2 Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording schuldig aan de raad van de gemeente waarvan hij afkomstig is. Het afleggen van verantwoording vindt plaats op de wijze zoals geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van het college van die gemeente. 9.3 De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor hun optreden in het dagelijks bestuur.

2 Versie 1 d.d. 12-02-19

conform aangepast. In de huidige regeling wordt niets geregeld over de inlichtingenplicht van de voorzitter. Dit is in het voorstel wel opgenomen. In het vijfde lid van het voorstel is een bepaling opgenomen over de termijn waarbinnen de inlichtingen moeten worden verstrekt. Ook is bepaald dat inlichtingen alleen schriftelijk worden verstrekt.

In de huidige regeling zijn de bepalingen over inlichtingenplicht en verantwoording in één artikel ondergebracht. In dit voorstel worden ze gesplitst en over de artikelen 8 en 9 verdeeld, waarbij artikel 9 handelt over verantwoording. Inhoudelijk zijn de bepalingen over verantwoording niet gewijzigd. De splitsing is vooral ter bevordering van de leesbaarheid van het artikel.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen

Begroting Artikel 13 13.1 Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 mei de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, voorzien van een memorie van toelichting alsook de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming) toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 13.2 De raden kunnen, binnen acht weken na ontvangst, omtrent de ontwerp-begroting het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 13.3 Het algemeen bestuur stelt uiterlijk 1 juli de begroting vast. 13.4 Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. 13.5 Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen zo mogelijk van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de wijzigingen die geen invloed hebben op de bijdragen van de gemeenten.

Begroting en meerjarenbeleidsplan Artikel 13 13.1 Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode, een meerjarenbeleidsplan vast waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders. 13.2 De elementen die in het meerjarenbeleidsplan naar voren dienen te komen, zijn: a. de doelen die de gemeenschappelijke regeling zal nastreven en/of prestaties die de gemeenschappelijke regeling de deelnemende gemeente zal leveren; b. de kosten die aan de in het vorige lid genoemde doelen voor de gemeenten gezamenlijk en voor elke gemeente afzonderlijk verbonden zullen zijn; c. een overzicht van de risico’s van de gemeenschappelijke regeling en een uiteenzetting over de wijze waarop deze risico’s worden beheerst. 13.3 Jaarlijks vóór 1 februari zendt het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Daarnaast bevat de kaderbrief kort de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid.

13.4 Jaarlijks uiterlijk 15 april, zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. De raden sturen hun zienswijzen vóór 1 juli naar het dagelijks bestuur. 13.5 Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen zo mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij de wijzigingen geen invloed hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen.

3 Versie 1 d.d. 12-02-19

De Nota Verbonden Partijen (hierna: de Nota) is in de huidige regeling niet verdisconteerd. In dit voorgestelde artikel zijn bepaalde spelregels uit de Nota opgenomen. De bepalingen over een meerjarenbeleidsplan in het voorgestelde eerste en tweede lid, zijn een uitwerking van spelregel 6 van de Nota. De kaderbrief uit het voorgestelde derde lid is een uitwerking van spelregel 4 van de Nota. Spelregel 5 van de Nota is uitgewerkt in het voorgestelde vierde lid van dit artikel. Het voorgestelde vijfde lid is inhoudelijk niet gewijzigd.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen Jaarrekening en verslag Artikel 14 14.1 Het dagelijks bestuur legt vóór 1 mei aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarrekening, het ingediende jaarverslag met de daarbij behorende bescheiden en een berekening van de door de gemeente te betalen bijdragen, benevens het rapport van de met de controles belaste accountant. 14.2 De jaarrekening en het verslag worden gelijktijdig aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden, die – binnen acht weken na ontvangst daarvan – schriftelijk bezwaren kunnen indienen bij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening uiterlijk vóór 1 juli vast. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening strekt – voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft – het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en andere onregelmatigheden.

Jaarrekening en verslag Artikel 14 14.1 Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de voorlopige jaarrekening aan het algemeen bestuur en aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Bij deze voorlopige jaarrekening worden eveneens de volgende bescheiden overgelegd: het jaarverslag, de berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen en de accountantsverklaring. 14.2 Het resultaat van de jaarrekening vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Hiervan kan worden afgeweken middels een voorstel tot resultaatsbestemming dat aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. 14.3 Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening na 1 juli vast. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening strekt – voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft – het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en andere onregelmatigheden.

Artikel 15 Vervallen.

Toetreding Artikel 15 Het is voor niet-deelnemende gemeenten niet mogelijk om toe te treden tot deze regeling.

4 Versie 1 d.d. 12-02-19

De Nota Verbonden Partijen (hierna: de Nota) is in de huidige regeling niet verdisconteerd. In dit voorgestelde artikel zijn bepaalde spelregels uit de Nota opgenomen. De termijn voor het indienen van de voorlopige jaarrekening in het voorgestelde eerste lid is gewijzigd naar 15 april. Dit is een uitwerking van spelregel 5 van de Nota. De tekst van het voorgestelde tweede lid is een uitwerking van spelregel 5 van de Nota. Het voorgestelde derde lid heeft nagenoeg dezelfde inhoud als het tweede gedeelte van het huidige tweede lid. De termijn van vaststelling is gewijzigd in ‘na 1 juli’. Ook dit is een uitwerking van spelregel 5 van de Nota.

Deze bepaling is nieuw. Op grond van artikel 9, eerste lid Wgr moet een gemeenschappelijke regeling bepalingen in houden over toetreding tot de regeling. Dit is in de huidige regeling niet gebeurd. Vandaar dit voorstel.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen

Uittreding Artikel 16 16.1 Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van de onderscheiden bestuursorganen van de gemeente. Er geldt een opzegtermijn van een kalenderjaar. 16.2 Het dagelijks bestuur doet een voorstel aan de raden van de deelnemende gemeenten over de financiële verplichtingen alsook over de overige gevolgen van de uittreding. Tenminste twee/derde van het aantal gemeenten dient daarmee in te stemmen. 16.3 De uittreding treedt in werking terstond nadat de daartoe strekkende besluiten van de onderscheiden bestuursorganen van een gemeente zijn ingeschreven in de registers als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen tenzij het besluit een latere datum aangeeft.

Uittreding Artikel 16 16.1 Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van de onderscheiden bestuursorganen van de gemeente. Er geldt een opzegtermijn van een kalenderjaar. 16.2 Het dagelijks bestuur doet een voorstel aan de raden van de deelnemende gemeenten over de financiële verplichtingen alsook over de overige gevolgen van de uittreding. Tenminste twee/derde van het aantal gemeenten dient daarmee in te stemmen. 16.3 De uittreding treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking in de Staatscourant door het daartoe bevoegde gemeentebestuur, tenzij het besluit een latere datum aangeeft.

Wijziging Artikel 17 17.1 Zowel het dagelijks bestuur als de colleges kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen doen inzake wijziging van de regeling. 17.2 Indien het algemeen bestuur van de regeling het wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges. 17.3 Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de colleges van tenminste drie/vierde van het aantal deelnemende gemeenten zich voor hebben verklaard. 17.4 De wijziging treedt in werking op de eerste dag nadat de besluiten daartoe zijn opgenomen in de registers, bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij het besluit een latere datum aangeeft.

Wijziging Artikel 17 17.1 Zowel het dagelijks bestuur als de colleges kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen doen inzake wijziging van de regeling. 17.2 Indien het algemeen bestuur van de regeling het wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges. 17.3 Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de colleges van tenminste drie/vierde van het aantal deelnemende gemeenten zich voor hebben verklaard. 17.4 De wijziging treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking in de Staatscourant door het daartoe bevoegde gemeentebestuur, tenzij het besluit een latere datum aangeeft.

5 Versie 1 d.d. 12-02-19

Het derde lid van dit artikel is gewijzigd als gevolg van een wetswijziging (Wgr). In de wet is opgenomen dat uittreding in de Staatscourant bekend moet worden gemaakt. Door deze bepaling wordt duidelijk wanneer een uittreding in werking treedt.

Het vierde lid van dit artikel is gewijzigd als gevolg van een wetswijziging (Wgr). In de wet is opgenomen dat wijziging van de regeling in de Staatscourant bekend moet worden gemaakt. Door deze bepaling wordt duidelijk wanneer een wijziging in werking treedt.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen Opheffing Artikel 18 18.1 De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van tenminste drie/vierde van het aantal deelnemende gemeenten daartoe besluiten. 18.2 De opheffing gaat in op de eerste dag nadat de besluiten daartoe zijn opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij het besluit een latere datum aangeeft. 18.3 In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepaling van de regeling worden afgeweken. 18.4 Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld; het liquidatieplan wordt ter kennisneming toegestuurd aan Gedeputeerde Staten. 18.5 Zo nodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

Opheffing Artikel 18 18.1 De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van tenminste drie/vierde van het aantal deelnemende gemeenten daartoe besluiten. 18.2 De opheffing treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking in de Staatscourant door het daartoe bevoegde gemeentebestuur, tenzij het besluit een latere datum aangeeft. 18.3 In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van een of meer bepalingen van de regeling worden afgeweken. 18.4 Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld; het liquidatieplan wordt ter kennisneming toegestuurd aan Gedeputeerde Staten. 18.5 Het definitieve afwikkelingsvoorstel voor de liquidatie en de bijbehorende vereffening naar de deelnemers (inclusief accountantsverklaring) wordt door het algemeen bestuur op voordracht van het dagelijks bestuur vastgesteld. 18.6 Zo nodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd. Archief en Wet openbaarheid van bestuur Artikel 18a 18a.1 Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.

18a.2 De voorzitter is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 18a.3 Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Breda. 18a.4

6 Versie 1 d.d. 12-02-19

Het tweede lid van dit artikel is gewijzigd als gevolg van een wetswijziging (Wgr). In de wet is opgenomen dat opheffing van de regeling in de Staatscourant bekend moet worden gemaakt. Door deze bepaling wordt duidelijk wanneer een opheffing in werking treedt. Het voorgestelde vijfde lid in dit artikel is nieuw. In de huidige regeling ontbreekt een bepaling voor de definitieve afwikkeling. Vandaar dit voorstel.

Deze bepaling is nieuw. Op grond van bepalingen in de Archiefwet 1995 moet bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling een voorziening worden vastgesteld voor de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de gemeenschappelijke regeling. Dit is in de huidige regeling niet gebeurd. De nu opgenomen archiefparagraaf is overgenomen uit de handreiking

Wijziging gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente Breda. 18a.5 Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. 18a.6 De archivaris van Breda brengt tweejaarlijks verslag uit aan het dagelijks bestuur over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam die niet of nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 18a.7 De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 18a.8 In een verklaring van terbeschikkingstelling wordt de periode van terbeschikkingstelling geregeld en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden. 18a.9 In de verklaring van terbeschikkingstelling kunnen nadere voorwaarden aan de terbeschikkingstelling worden gesteld.

18a.10 De colleges van de deelnemende gemeenten blijven verantwoordelijk voor de afhandeling van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ten aanzien van stukken die bij hen berusten. Slotbepalingen Artikel 20 Het gemeentebestuur van de gemeente Breda zendt namens de deelnemende gemeenten de regeling, alsook de besluiten tot wijziging en opheffing van de regeling, aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

Slotbepalingen Artikel 20 Het gemeentebestuur van de gemeente Breda draagt zorg voor bekendmaking in de Staatscourant van het besluit tot vaststelling van de regeling, van de besluiten tot wijziging en opheffing van de regeling en van de besluiten tot toetreding en uittreding en stuurt een afschrift van deze besluiten naar gedeputeerde staten.

7 Versie 1 d.d. 12-02-19

“Archiefbepalingen in gemeenschappelijke regelingen” van het Interbestuurlijk Toezicht van de Provincie Noord-Brabant van 18 juli 2018.

Deze wijziging is het gevolg van een wetswijziging (Wgr). In artikel 26 van de Wgr is bepaald dat onder meer de besluiten tot wijziging, verlenging, opheffing van de regeling bekend gemaakt moeten worden in de Staatscourant door het gemeentebestuur dat daarvoor is aangewezen. Hierbij wordt het gemeentebestuur van Breda aangewezen.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen Artikel 21 21.1 De wijziging wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking op 1 maart 2011. De besluiten worden opgenomen in het register, als bedoeld in artikel 27, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 21.2 De regeling kan worden aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen’.

Artikel 21 De regeling kan worden aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen’.

8 Versie 1 d.d. 12-02-19

De regeling rondom inwerkingtreding van de vorige wijziging is niet meer actueel en wordt om deze reden verwijderd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9738959/1