CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Lokale aanpak

Raadsvergadering 9 februari 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Regionaal beleidskader beschermd wonen5.638 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Lokale aanpak doordecentralisatie beschermd wonen

1

Inleiding ............................................................................................................................................ 2 Aanleiding ..................................................................................................................................... 2 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 2 Beleidskader....................................................................................................................................... 3 Koerswijzer..................................................................................................................................... 3 Programma doorontwikkeling sociaal domein ............................................................................... 3 De Basis............................................................................................................................................. 4 1.

Meldpunt ............................................................................................................................... 4

2.

Samenwerking ........................................................................................................................5

3.

Expertise psychosociale kwetsbaarheid ................................................................................. 6

4.

Professionele attitude ............................................................................................................. 7

Leefgebieden .................................................................................................................................... 8 5.

Zinvolle daginvulling en ontplooiing ...................................................................................... 8

6.

Wonen ................................................................................................................................... 9

7.

Financiële zelfredzaamheid .................................................................................................. 10

8.

Gezondheid .......................................................................................................................... 12

9.

Sociale contacten.................................................................................................................. 13

10.

Opvoeding en opgroeien................................................................................................... 14

11.

Veiligheid .......................................................................................................................... 15

1

Inleiding Aanleiding Met de inwerkingtreding van de Wmo 2015 is de uitvoering van beschermd wonen een verantwoordelijkheid van de gemeenten geworden, in eerste instantie van de centrumgemeenten. In 2017 heeft een commissie (cie Dannenberg) in opdracht van de VNG onderzoek gedaan naar de toekomst van beschermd wonen. In het advies van de Commissie Dannenberg staat een nieuwe kijk op psychische gezondheid centraal. Mensen met een psychische kwetsbaarheid zijn burgers, ze maken deel uit van de samenleving. In de zorg komt meer nadruk op variatie, aanpassing, veerkracht en regie van hulpvragers. Een doordecentralisatie van beschermd wonen naar alle gemeenten in Nederland past bij deze ontwikkeling. De ondersteuning voor mensen die aangewezen zijn op beschermd wonen is complex. Het betreft kwetsbare inwoners met vaak complexe problematiek. Zij zullen aangewezen zijn op lokale voorzieningen. Om onze verantwoordelijkheden richting deze mensen waar te kunnen maken zullen we zaken moeten inregelen Er is al veel beschikbaar in Altena waarop aangesloten kan worden. Echter voor deze specifieke doelgroep zal een extra inzet nodig zijn. Daarbij komt dat in regionaal verband samengewerkt wordt, financiële verantwoordelijkheden met de gemeenten in de regio gedeeld worden en voorzieningen een regionale functie hebben.

Om onnodig veelvuldig een beroep hoeven te doen op – dure- regionale, intramurale voorzieningen hebben gemeenten met elkaar afgesproken de lokale infrastructuur op orde te brengen dan wel te houden. Dit is vastgelegd in de koerswijzer. Om te komen tot een invulling van de koerswijzer voor Altena is deze lokale aanpak opgesteld. Het plan van aanpak volgt de opbouw van de koerswijzer, zodat direct een link met dit document gelegd kan worden. Dit plan is tot stand gekomen met inbreng van lokale maatschappelijke partners en beslaat diverse gemeentelijke beleidsvelden. Ook voor de uitvoering zullen we gezamenlijk aan de lat staan, om voor onze meest kwetsbare inwoners met GGZ-problematiek de ondersteuning op orde te hebben.

Leeswijzer In dit plan wordt eerst het beleidskader kort aangehaald. Tevens wordt de relatie gelegd met de doorontwikkeling sociaal domein en de maatschappelijke agenda. Vervolgens wordt op basis van de onderdelen van de koerswijzer het lokale plan inhoudelijk vormgegeven.

2

Beleidskader Eind 2017 hebben de raden van alle gemeenten de nota Opvang en bescherming in regio Breda vanaf 2020. Gezamenlijke visie en uitgangspunten Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vastgesteld. Dit ter voorbereiding op de doordecentralisatie naar alle gemeenten. (De datum van de doordecentralisatie is tussentijds verschoven naar 2021). Als nadere uitwerking van de visie stellen de gemeenten begin 2021 een regionaal beleidskader voor beschermd wonen vast, waarin de bereiken doelen tot en met 2025 zijn opgenomen. De maatschappelijke opvang wordt vooralsnog niet doorgedecentraliseerd. Het rijk neemt hierover naar verwachting in 2025 een besluit. De centrale doelen voor beschermd wonen in het beleidskader 2021-2025 zijn: 1. De uitvoering van beschermd wonen is gericht op maatschappelijk herstel van de cliënt en leidt daarmee tot duurzame uitstroom. 2. Cliënten participeren zoveel mogelijk in het reguliere dagelijks verkeer, op een zo hoog mogelijke trede van de participatieladder. 3. Aanbieders sluiten de ondersteuning van cliënten in het kader van beschermd wonen aan bij de directe leefomgeving van de cliënt. 4. De (woon)voorzieningen in de regio worden doorontwikkeld om aan te sluiten bij de uitgangspunten en gewenste regionale spreiding. 5.

De uitvoering van beschermd wonen vindt plaats binnen de financiële middelen die hiervoor door het rijk beschikbaar zijn gesteld aan de gemeenten.

Koerswijzer Regionaal is een koerswijzer ontwikkeld, waarmee in kaart gebracht is wat er lokaal nodig is om de doordecentralisatie inhoudelijk, vanuit inwonersperspectief, tot een succes te maken. De koerswijzer geeft op hoofdlijnen aan wat elke gemeente lokaal moet organiseren en realiseren. De koerswijzer beperkt zich tot de ‘WAT’-vraag. De ‘HOE’-vraag wordt door de afzonderlijke gemeenten zelf ingevuld, rekening houdend met de lokale context en samenwerkingsafspraken. Dat gebeurt middels dit implementatieplan.

Programma doorontwikkeling sociaal domein In onze gemeente wordt hard gewerkt aan de doorontwikkeling van het sociaal domein. Om de lokale voorbereiding op en uitwerking van de doordecentralisatie goed uit te kunnen voeren, is het van belang dat er een goede aansluiting is met het programma. In de diverse projecten die in het kader van dit programma worden uitgevoerd, krijgt de doordecentralisatie daarom een plaats. Dit is vooral relevant voor de toegang en de maatschappelijke agenda/open magazijn. De projecten zijn nog volop in voorbereiding en uitvoering. De feitelijke uitwerking van dit plan kan daarom afwijken van nu in dit document staat, omdat een betere aansluiting te maken met de doorontwikkeling en keuzes die daarin gemaakt worden. Het doel van dit plan – om de lokale verantwoordelijkheid voor mensen met psychosociale kwetsbaarheid en hun omgeving uit te kunnen voeren- blijft daarin wel leidend.

3

De Basis We vinden het belangrijk dat alle zorg voor mensen met een psychosociale kwetsbaarheid georganiseerd is op een wijze die bij de regionale visie en uitgangspunten aansluit. Voor en goede zorginfrastructuur moeten een aantal zaken op orde zijn. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat professionals werken op een manier die bij de regionale visie en uitgangspunten past.

1. Meldpunt Wat wordt er gevraagd? Van gemeenten wordt verwacht om ten behoeve van de doelgroep een breed toegankelijk meldpunt voor inwoners te hebben. Waar mogelijk (privacy) wordt terugkoppeling gegeven over de opvolging van een melding. Tenslotte wordt verwacht dat de bekendheid van de crisisdienst bij professionals op orde is.

Wat doen we nu al? OnsAltena is het lokale meldpunt voor inwoners met een hulpvraag, hier komen ook signalen binnen van mensen die zich zorgen maken over iemand uit de omgeving. Als het gaat om mensen met psychosociale problemen is ook het regionale meldpunt crisiszorg ingericht. Bij acute meldingen wordt direct actie ondernomen. Als een melding niet acuut is, wordt deze doorgeleid naar reguliere hulpverlening. In het meldpunt (en bij OnsAltena) is de afspraak gemaakt dat, waar dit binnen de privacyregels mag, terugkoppeling wordt gegeven aan de melder. Over het meldpunt wordt regelmatig gecommuniceerd. Er zijn geen signalen dat het meldpunt onvoldoende bekend is.

Wat is er extra nodig? In het kader van het programma doorontwikkeling sociaal domein wordt de toegang van het sociaal domein heringericht. In deze doorontwikkeling moet de bereikbaarheid ten behoeve van de doelgroep gehandhaafd blijven. Ook de verbindingen met externe organisaties moeten in stand blijven. De uitwisseling van gegevens is aan privacyregels gebonden. Er is kritiek op hoe in de wetten de gegevensverwerking in het sociaal domein is geregeld. Zo ontbreekt een wettelijke grondslag voor gemeenten om gegevens te verwerken voor integrale dienstverlening aan burgers. Dat stelt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Om dit te veranderen is een Wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) in procedure. Deze gaat ook over de uitwisseling van informatie met het meldpunt. Naar verwachting wordt deze eind dit jaar/begin 2021 ingediend bij de Tweede Kamer en zal waarschijnlijk eind 2022 in werking zal treden. In de aanloop hiernaartoe zullen we ons hierop voorbereiden.

Wanneer gaan we dat doen? De doorontwikkeling van het sociaal domein vindt plaats in 2020-2022. De voorbereiding op nieuwe wetgeving rondom privacy zullen in 2022 worden uitgevoerd.

Wat kost dat? Er zijn geen kosten gemoeid met deze stappen.

4

2. Samenwerking Wat wordt er gevraagd? Van gemeente wordt verwacht dat zij zowel de interne samenwerking als met externe partners vormgeeft. Daarbij gaat het om de afstemming tussen zorg en veiligheid door middel van implementatie van het de-escalatiemodel. Ook het beschikbaar zijn van casuïstiek overleg op zowel regionaal als lokaal niveau, waarbij de betrokken cliënten zelf zoveel mogelijk aanwezig zijn, moet geregeld zijn. In de overgang van 18-/18+ is een sluitende aanpak nodig. Tenslotte moeten er samenwerkingsafspraken met wijkbeheer, met als doel draagkracht en draaglast te bewaken. Om de samenwerking binnen de privacyregels moeten plaatsvinden, moet hiervoor een privacy-protocol vastgesteld en geïmplementeerd zijn.

Wat doen we nu al? In de gemeente wordt op diverse vlakken de verbinding tussen zorg (ggz) en veiligheid gelegd. De reguliere MASS-overleggen wordt met veel organisaties over casussen overlegd. Met de wijkteams is het de-escalatiemodel ingevoerd. De pilot wijk-GGD’er in 2020 heeft een structureel vervolg gekregen. Deze onderhoudt ook contacten met het FACT-team (ambulante hulpverlening) van GGz Breburg en huisartsen. De wet verplichte GGZ is geïmplementeerd in de gemeente. Tenslotte neemt de gemeente deel in het zorg- en veiligheidshuis Baronie Breda. In regionaal verband is voor 18-/18+ is een aanpak vastgesteld. Zo is een pool van grenshulpverleners actief, waaronder medewerkers onze wijkteams. Zij verlenen hulp aan jongeren tussen de 16 en 27 jaar en zijn het aanspreekpunt binnen hun organisatie over dit onderwerp. Met zorgaanbieders zijn afspraken gemaakt over dit thema. Op buurt- en adresniveau wordt samengewerkt met de maatschappelijke partners als woningcorporaties en maatschappelijk werk. De signalerende functie van de kernregisseurs is nog onvoldoende ingebed.

Wat is er extra nodig? Het MASS-overleg wordt geëvalueerd eind 2020/begin 2021. De huidige structuur wordt als inefficiënt en niet effectief ervaren. Vragen als wie is de procesregissseur, inrichting en deelname aan het overleg en frequentie komen daarbij aan de orde. In het beleidskader jeugd worden diverse verbeteracties voor de overgang 18-/18+ benoemd. Verbinding met Wmo is hier een van de onderdelen van, waarop ook vanuit dit plan van aanpak wordt aangesloten. De verbinding 18-/18+ is ook onderdeel van de doorontwikkeling. De kerngerichte aanpak is voornamelijk vraag gestuurd. In samenwerking met het programmateam kerngericht werken wordt een aanpak opgesteld op basis waarvan vragen/signalen over draagvlak/draagkracht van de kernen opgepakt kunnen worden door de gemeente en maatschappelijke partners. De transformatie van het sociaal domein en de uitgangspunten vormen hiervoor een belangrijk kader.

Wanneer gaan we dat doen? Evaluatie MASS: Najaar 2020/begin 2021 Aanpak 18-/18+: 2021

5

Aandacht voor doelgroep in lopende kerngerichte aanpak: start 2022

Wat kost dat? Er zijn geen kosten gemoeid met deze stappen.

3. Expertise psychosociale kwetsbaarheid Wat wordt er gevraagd? De lokale beschikbaarheid van GGZ-expertise in de toegang (tot maatwerk) is essentieel om de hulpvraag van inwoners te kunnen beantwoorden. De expertise zal ook voor maatschappelijk partners beschikbaar moeten zijn. De beschikbaarheid van ervaringsdeskundigheid en zelfhulpgroepen. Ervaringsdeskundigheid brengt andere perspectieven met zich mee, haalt mensen uit hun comfortzone en dat is essentieel voor innovatie.

Wat doen we nu al? Een van de taken van de wijk-GGD’er is het bieden van consultatie aan medewerkers van de gemeente en maatschappelijk partners. Waar nodig pakt de wijk-GGD’er ook de regie. Vooralsnog wordt hiermee in de behoefte aan de consultatiefunctie voorzien. Op regionaal niveau is ervaringsdeskundigheid beschikbaar via Fameus. Op basis van regionale afspraken kan deze inzet ook lokaal ingezet worden, waar ook gebruik van gemaakt wordt. Zelfhulpgroepen zijn eveneens op regionaal niveau actief (bijvoorbeeld via Ypsilon). Daarnaast zijn lokale aanlopen GGZ ingericht voor ontmoeting en uitwisseling.

Wat is er extra nodig? De ervaring leert dat regionale initiatieven vaak als te ver weg worden ervaren voor zelfhulpgroepen. Onderzocht zal worden of de lokale behoefte groot genoeg is om in de eigen gemeente, of op Dongemond-niveau dit te organiseren. MEE heeft aangegeven hierin een rol te kunnen spelen. Landelijk wordt gesproken over het beschikbaar stellen van een consultatiefunctie voor de GGZ, waarmee de GGZ ook kan overleggen met hulpverleners in het sociaal domein over cliënten die nog niet in zorg zijn. Met als doel te zorgen dat die snel de hulp krijgen die zij nodig hebben en niet onnodig in zorg belanden. Als dit beschikbaar gesteld wordt, wordt dit ook lokaal geïmplementeerd in samenwerking met GGz Breburg.

Wanneer gaan we dat doen? 2022: Onderzoek lokale invulling zelfhulpgroepen

Wat kost dat? De uitvoering kan binnen bestaande middelen plaatsvinden.

6

4. Professionele attitude Wat wordt er gevraagd? Gemeenten zorgen voor een integrale werkwijze, over alle leefgebieden en domeinen heen en op basis van één gezin, één plan. Voor de doelgroep wordt een werkwijze die aansluit bij de herstelbenadering voorgestaan. Een werkwijze volgens ‘de bedoeling’: mogelijk maken wat voor de cliënt belangrijk is en aansluit op de behoefte. Onze inwoners in staat stellen zo veel mogelijk de regie (weer) op te pakken. Hierbij dient de balans opgezocht te worden tussen overnemen en de eigen verantwoordelijkheid. Er wordt met andere woorden rekening gehouden met het ‘doenvermogen’ van inwoners. Het betrekken en versterken van het sociaal netwerk.

Wat doen we nu al? In het kader van de doorontwikkeling sociaal domein wordt meer en meer toegewerkt naar een integrale benadering van cliënten. De inrichting van de toegang wordt hierop aangepast en een integrale, omgekeerde verordening wordt voorbereid. Uitgangspunt wordt de hulpvraag van de inwoner. Dit past bij hetgeen er gevraagd wordt in het kader van de koerswijzer. Mensen met een psychosociale kwetsbaarheid ontvangen mantelzorg, het is van groot belang dat zij hun sociaal netwerk duurzaam kunnen behouden. Mantelzorgondersteuning draagt hier aan bij. Mantelzorgers kunnen persoonlijk advies krijgen, zijn er mogelijkheden voor respijtzorg en worden er cursussen en bijeenkomsten georganiseerd. Vrijwilligers verlenen informele zorg aan mensen die geen mantelzorgers om hen heen hebben of van wie de mantelzorgers overbelast zijn. Mantelzorg is extra belangrijk voor cliënten die zelfstandig in de wijk (gaan) wonen. De herstelbenadering sluit aan op de inkoop beschermd wonen en ambulante begeleiding, waar op basis van resultaat ingekocht wordt. In de ondersteuningsplannen, die aanbieders op basis van de indicatiebeschikking opstellen, moet de herstelbenadering expliciet benoemd worden.

Wat is er extra nodig? Niet iedereen beschikt over een ruim sociaal steunsysteem, maatschappelijk werk kan mensen koppelen aan een iemand die kan helpen om door een moeilijke periode te komen. Maatschappelijk werk biedt ondersteuning die laagdrempelig is, vrij toegankelijk en bereikbaar voor inwoners en professionals wanneer inwoners er even zelf niet uitkomen en tijdelijk hulp en ondersteuning nodig hebben (ook ter overbrugging naar geïndiceerde zorg). In het kader van de maatschappelijke agenda worden de afspraken met maatschappelijk partners opnieuw vormgegeven. Voor de doelgroep is het van belang dat hulpverlening meer outreachend (naar mensen in hun leefomgeving toe) werkt. Het opzetten van een buddy-systeem kan hierin helpen de druk op professionele hulpverlening te verlichten.

Wanneer gaan we dat doen? In 2021 krijgt de doorontwikkeling van het sociaal domein vorm. Per 2022 worden nieuwe subsidieafspraken met de welzijnsorganisaties vormgegeven.

Wat kost dat? Pm.

7

Leefgebieden 5. Zinvolle daginvulling en ontplooiing Het is van groot belang dat inwoners zoveel mogelijk meedoen in de samenleving. Zinvolle daginvulling is essentieel voor herstel. Het brengt structuur en ritme in de dag en bovendien brengt meedoen in de samenleving zelfvertrouwen en stabiliteit.

Wat wordt er gevraagd? •

• • •

•

Een inclusieve samenleving door te stimuleren dat organisaties en bedrijven mensen met een psychosociale kwetsbaarheid mee laten doen bij hun organisatie of bedrijf. Hierbij kunnen zij meedoen aan trainingen om signalen te herkennen en kunnen ze rekenen op ondersteuning als dat nodig is; snel, tijdig en op maat. Het faciliteren van afstemming tussen (in)formele zorg en verenigingen/vrijwilligers. Mogelijkheden voor matching en ondersteuning bij vrijwilligerswerk. Voldoende open toegankelijke zinvolle daginvulling waarvan het gebruik en kwaliteit geëvalueerd wordt. Wanneer deze algemene voorzieningen niet afdoende zijn, zorgen gemeenten voor passende maatwerkvoorzieningen Onderlinge aanvulling op elkaar vanuit de Wmo en de Participatiewet met het oog op zinvolle daginvulling, op basis van herstelbenadering en mogelijkheden om te klimmen op de participatieladder. Zet ook in op arbeidsmatige dagbesteding.

Wat doen we nu al? In de P-wet worden twee vormen van dagbesteding aangeboden: activerend en arbeidsmatig. Voorwaarde voor deelname hieraan is het hebben van een P-Wet uitkering. Activerend wordt geboden door syndion en zorgboeren. Arbeidsmatige dagbesteding wordt bij werkgevers en MidZuid aangeboden. Op de werkvloer wordt begeleiding gegeven door een jobcoach; ook door MEE. Deze is generalist; niet per se in mensen met psychische problemen gespecialiseerd. Voor een deel van doelgroep wordt geen activering aangeboden, omdat er weinig tot geen perspectief is op (vrijwilligers)werk. Deze mensen worden begeleid door zorgorganisaties, of het maatschappelijk werk. Bij Trema wordt het vrijwilligersbeleid uitgevoerd, waarvoor het subsidie ontvangt. Er is nog weinig specifieke aandacht voor de doelgroep. Door Trema wordt op beperkte schaal de vriendendienst GGZ/Buddyproject uitgevoerd. Hierbij is het lastig om goede vrijwilligers te werven. Trema voert eveneens de Hartenbrigade uit waar mensen met psychosociale problematiek een plek hebben gevonden. GGz Breburg en Prisma hebben laagdrempelige lokale inloopvoorzieningen voor de doelgroep. Het gebruik hiervan is wisselend. Beide organisaties werken hierin samen, steeds meer ook met lokale initiatieven.

In diverse kernen zijn (dorps)netwerken en initiatieven actief gericht op ondersteuning van, onder meer, mensen met psychosociale problematiek.

Wat is er extra nodig? Het doel is de doelgroep zoveel mogelijk zo volwaardig mogelijk te laten participeren in de samenleving. Bij voorkeur betekent dit betaald werk, maar als dit niet haalbaar is vrijwilligerswerk of dagactiviteiten. Er is nog geen specifiek aanbod voor werkgevers voor trainingen voor de doelgroep. Ook zouden meer werkgevers benaderd kunnen worden werk te bieden. MEE heeft aangegeven

8

hierin een rol te kunnen spelen. Op regionaal niveau wordt een project opgezet met als doel mensen vanuit beschermd wonen een volwaardige baan te bieden. Altena neemt deel in dit project. De omvorming van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen, zoals opgenomen in het programma, vindt ook plaats voor mensen met psychosociale problemen. De huidige structuur van aanloopvoorzieningen zal hiervoor als basis dienen. We zien een kans om een locatie als Veldzicht te benutten voor de doelgroep. Aanpassing daarvan is wel nodig om de doelgroep beter te bereiken. Voorbeeld hiervan is het opzetten van meer huiskamers in de kernen met medewerking van inwoners om deze zo normaal en laagdrempelig mogelijk te laten zijn.

Wanneer gaan we dat doen? 2020 – 2021: plan GGZ en werk (regio) 2021 – 2023: aanloopvoorzieningen

Wat kost dat? GGZ en werk is regionaal Voor aanloopvoorzieningen past dit binnen het bestaande budget voor beschermd wonen.

6. Wonen Het is van belang dat er voldoende passende en betaalbare woningen zijn, waarbij ook de noodzakelijke hulp en ondersteuning ter beschikking is. Wonen in een herstel bevorderend milieu is een essentiële randvoorwaarde om mensen met een psychosociale kwetsbaarheid zich een plek in de samenleving te laten verwerven.

Wat wordt er gevraagd? •

• • • • •

Voldoende diverse, passende en betaalbare huisvestingsmogelijkheden voor mensen met een psychosociale kwetsbaarheid (ook op het gebied van zelfstandig wonen met ambulante ondersteuning). Dit doen we in overleg met de woningcorporaties. Het maken van afspraken met woningcorporaties/verhuurders over het verkrijgen of behouden van de woning bij op- en afschaling van zorg. Het hanteren van de regels omtrent het briefadres. Begeleiding voor (nieuwe) bewoners in de wijk en buurtgenoten. Het maken van samenwerkingsafspraken met partners om vroegtijdig terugval te kunnen signaleren en op te volgen (denk aan vast aanspreekpunt). Het te allen tijde voorkomen van huisuitzettingen, tenzij er echt sprake is van een onhoudbare situatie. Gemeenten voeren beleid om escalatie te voorkomen en maken hierover afspraken met woningcorporaties. Indien huisuitzetting onvermijdelijk is, verwijst de gemeente door naar alternatieve voorzieningen zoals de doorstroomvoorziening.

Wat doen we nu al? In de prestatieafspraken met de woningcorporaties zijn afspraken gemaakt over de beschikbaarheid van vrijkomende huurwoningen voor onder meer de doelgroep. Op regionaal niveau worden in het

9

kader van “Weer Thuis!” procesafspraken gemaakt en een kwantitatieve verdeling van de doelgroep over gemeente in de regio opgesteld. Dit krijgt begin 2021 zijn beslag. Staand beleid is om huisuitzettingen zoveel mogelijk te voorkomen. In het geval van kinderen wordt in ieder geval niet uitgezet. Overige huisuitzettingen door corporaties wordt zoveel mogelijk voorkomen, onder meer door inzet van vroeg erop af. Zorg is een vast agendapunt in de overleggen tussen de woningcorporaties en de gemeente in het kader van de prestatieafspraken. Last but not least is in Altena de pilot Opvang uitgevoerd. Een lokale voorziening voor maatschappelijke opvang en ambulante begeleiding van de doelgroep in Sleeuwijk. Deze wordt naar verwachting structureel gemaakt. In Altena is een regeling vastgesteld op basis waarvan personen op het adres van de gemeente een briefadres kunnen krijgen. Dit zorgt ervoor dat zij in aanmerking komen voor onder meer identiteitsbewijzen, inkomen en zorg.

Wat is er extra nodig? De uitkomsten van “Weer Thuis!” geven een belangrijk kader voor de verdere invulling van de afspraken rondom wonen. Deze zullen geïmplementeerd worden. Er is aanscherping van de afspraken rondom communicatie over individuele gevallen nodig. Vaak worden organisaties verrast, bijvoorbeeld over het terugkomen van een cliënt na detentie of opname. Hiervoor moet een protocol opgesteld worden.

Wanneer gaan we dat doen? 2021: opstellen communicatie protocol, in samenwerking met veiligheid. 2021-2022: implementatie uitkomsten “Weer Thuis!”

Wat kost dat? Er worden geen extra kosten verwacht.

7. Financiële zelfredzaamheid Om te kunnen werken aan herstel is het belangrijk dat mensen hun financiële basis op orde hebben. Ook inwoners met weinig financiële middelen moeten de mogelijkheid hebben om zo volwaardig mogelijk deel te nemen aan de samenleving.

Wat wordt er gevraagd? • • • •

Aandacht voor vroegsignalering van schulden en een ‘er-op-af’ beleid. Goede toegang tot en ondersteuning bij schuldhulpverlening. Het beschikbaar stellen van (vrijwillige) budgetbeheer. Het bieden van financiële ondersteuning aan mensen met een laag inkomen, om mensen volwaardig deel te kunnen laten nemen aan de maatschappij (denk aan afspraken omtrent bijvoorbeeld het automatisch laten betalen van de huur vanuit de uitkering).

10

• •

Gerichte, preventieve ondersteuning om armoede duurzaam te verlichten en te voorkomen, zonder stigmatiserend te zijn. Besteed ook aandacht aan monitoring en nazorg. Samenwerkingsafspraken met partners om vroegtijdige schuldenproblematiek te kunnen signaleren en op te volgen.

Wat doen we nu al? In de gemeente Altena is Vroeg erop af structureel geïmplementeerd. In dit project wordt op aangeven van crediteuren van inwoners schuldenproblematiek vroegtijdig gesignaleerd. Middels een outreachende eropaf aanpak wordt escalatie te voorkomen. Eind 2020 wordt dit project geëvalueerd. Schuldhulpverlening is actief in de gemeente. Hierin werken Trema, Farent en de kredietbank Nederland samen met de gemeente. In beginsel is het streven om inwoners financiële zaken (zoals huurbetaling, energie, ziektekostenverzekering) doen zelf te laten doen. Voor deze doelgroep zal dat niet in alle gevallen haalbaar zijn. Veel mensen uit de doelgroep hebben ook een bewindvoerder. De inkomensondersteuning in Altena ligt over het algemeen op een hoger niveau dan het landelijk gemiddelde. In het kader van de doorontwikkeling sociaal domein worden deze voorzieningen teruggeschroefd. Uitzondering wordt gemaakt voor kindregelingen en schuldhulpverlening.

Wat is er extra nodig? Er is een nieuw beleidsplan armoedebeleid en schuldhulpverlening in voorbereiding. In dit plan is aandacht voor de doelgroep noodzakelijk aangezien hier zorg, wonen, werk en inkomen samenkomen. Het beleid moet erop gericht zijn een bijdrage te leveren aan de doelstellingen van de doordecentralisatie. Enerzijds om te voorkomen dat er belemmeringen zijn om weer normaal te gaan wonen, anderzijds om te helpen met het kunnen voeren van een zelfstandig huishouden. Voorbeelden hiervoor kunnen zijn langdurigere vrijwilligers, schulphulpmaatjes en buddy’s met het doel te leren met geld om te gaan en/of een budgetplan te maken. Cursussen kunnen ook een bijdrage leveren aan de doelen. Met corporaties en het maatschappelijk werk zullen knelpunten voor uitstroom vanuit intramurale instellingen voor beschermd wonen geïnventariseerd worden. Voor deze knelpunten moet beoordeeld worden of en hoe deze opgelost kunnen worden. Bij individuele knelpunten zal maatwerk geleverd moeten kunnen worden in samenwerking met de maatschappelijk partners.

Wanneer gaan we dat doen? Het beleidsplan armoedebeleid en schuldhulpverlening wordt naar verwachting in 2020 vastgesteld. Vanaf 2021 zal dit uitgevoerd gaan worden. 2021: vastleggen concrete huisvestingsafspraken in prestatieafspraken met woningcorporaties.

Wat kost dat? De kosten worden meegenomen in het beleidsplan armoedebeleid en schuldhulpverlening..

11

8. Gezondheid Voor mensen met een psychosociale kwetsbaarheid is juiste ondersteuning vanuit de Zorgverzekeringswet essentieel voor herstel en een stabiel leven. Daarnaast kan een gezonde levensstijl bijdragen aan het voorkomen van terugval.

Wat wordt er gevraagd? • • •

•

Afspraken omtrent een sluitende keten van betrokken professionals. Het gaat hierbij ook om afspraken over samenwerking met poh-ggz en fact-teams. Het borgen van aandacht voor psychosociale gezondheid in haar gezondheidsbeleid. Versterk het sociaal netwerk rondom mensen met een psychosociale kwetsbaarheid en betrek ‘welzijn’ hierbij. Dit kan voorkomen dat er snel een beroep wordt gedaan op zorg. Een sterk sociaal netwerk kan ook betere mogelijkheden bieden om op signalen van terugval in te spelen. Het houden van de vinger aan de pols; beschikbaarheid van waakvlamconstructie.

Wat doen we nu al? Veel huisartsen in Altena werken samen met de POH-GGZ volwassenen (en jeugd) die hen ondersteunt bij patiënten met een psychosociale kwetsbaarheid. Zij kunnen bijvoorbeeld doorverwijzen naar een zorgaanbieder van behandeling van psychische klachten in het kader van de zorgverzekeringswet. Vanuit de gemeente zijn er vanuit de wijkteams diverse contacten met huisartsen, zo loopt er een pilot voor POH GGZ-jeugd. Voor mensen die zorg nodig hebben maar hier in eerste instantie niet om vragen of deze weigeren wordt bemoeizorg ingezet, als preventie of om de situatie te herstellen. Mensen waarvoor bemoeizorg wordt ingezet kampen veelal met ernstige psychiatrische en/of verslavingsproblemen en hebben vaak geen positief sociaal netwerk meer. Bemoeizorg wordt in Altena uitgevoerd door Novadic-Kentron en GGz Breburg, in samenwerking met het AMW. Ervaringsdeskundigheid in dit team wordt vanuit Fameus GGz Breburg geleverd. Mensen worden meestal aangemeld door familieleden die zorgen hebben of door andere instanties. Bemoeizorg leidt, vaak met inzet van ervaringsdeskundigen, mensen toe naar passende zorg en draagt zo bij aan de verbetering van kwaliteit van leven voor de mensen zelf en hun omgeving. Bemoeizorg wordt met regionale middelen gefinancierd door de gemeente Breda. In het meldpunt Crisiszorg wordt samengewerkt door meerdere organisaties.

Zie hiervoor ook onder ‘Meldpunt’. Voor mensen met acuut verward gedrag die geen strafbaar feit gepleegd hebben en voorheen in een politiecel werden opgevangen is een spoedeisende psychiatrische onderzoeksruimte (SPOR) ingericht in Breda. Daarnaast zijn er in onze regio diverse time-out voorzieningen gerealiseerd waar mensen in een rustige omgeving een start kunnen maken met structureel herstel. In het kader van de Wmo kunnen mensen een beroep doen op begeleiding. Specifiek voor de doelgroep is hiervoor in de overeenkomsten met aanbieders een waakvlamconstructie ontwikkeld.

Wat is er extra nodig? De gemeente zet in op een intensivering van de relatie met POH-GGZers en zorgverzekeraars om kansen binnen de samenwerking vanuit Zorgverzekeringswet en de Wmo beter te benutten. De

12

structurele samenwerking met zorgverzekeraars die hiervoor is opgezet levert hieraan een belangrijke bijdrage. Het verbreden van Welzijn op recept is hier eveneens onderdeel van. De doorontwikkeling sociaal domein voorziet ook in het meer betrekken van welzijn bij hulpverlening. Hierin zal ook aandacht gegeven worden aan mensen met psychosociale problematiek.

Wanneer gaan we dat doen? 2021: intensivering samenwerking met medisch domein. 2020-2021: doorontwikkeling sociaal domein

Wat kost dat? Pm.

9. Sociale contacten Voor mensen met een psychosociale kwetsbaarheid is een sociaal netwerk en een veilige en stabiele omgeving essentieel voor herstel. Daarnaast heeft dit tevens een preventieve werking.

Wat wordt er gevraagd? • • • •

Ondersteuning voor initiatieven om schaamte en stigma tegen te gaan. Ondersteuning voor initiatieven om eenzaamheid tegen te gaan. Beschikbaarheid van professionals die (de principes van) sociale netwerkversterking kunnen aanbieden. Mogelijkheden voor buurtbewoners om te leren hoe zij een passende houding aan kunnen nemen.

Wat doen we nu al? In de gemeente Altena is recent de communicatiecampagne ‘ oog voor elkaar’ van de deelnemers in het platform Wonen, Welzijn en Zorg gestart. Een langdurige campagne gericht op meer onderlinge hulp en zelfredzaamheid en minder afhankelijkheid van de gemeente van professionele hulp. Simpelweg omzien naar elkaar. Daarnaast wordt aangesloten op landelijke campagnes. Diverse laagdrempelige inlopen zijn in de vorm van aanlopen en bijvoorbeeld De Hartenjager en steunpunten bij zorgcomplexen in diverse kernen beschikbaar. Waar mogelijk werken organisaties hierin samen. Het toepassen van strategieën voor sociale netwerk versterking is onderdeel van de activiteiten van MEE (onafhankelijk cliëntondersteuner). MEE organiseert samen met Trema ontmoeten voor mensen met een stoornis in het autistisch spectrum. De benutting hiervan ten behoeve van de doelgroep kan nog verder versterkt worden.

Wat is er extra nodig? De campagne ‘oog voor elkaar’ wordt uitgevoerd. Hierin kunnen activiteiten gericht op de doelgroep opgezet worden.

13

Recente ervaringen bij nieuwe initiatieven hebben laten zien dat de acceptatie van mensen met psychosociale of psychische problematiek niet zonder meer een feit is. Hieraan moet blijvend gewerkt worden. Succesvolle initiatieven, met draagvlak in de buurt, kunnen hierbij als ambassadeurs dienen. Daarnaast is structurele, gerichte voorlichting over psychische problematiek gewenst.

Wanneer gaan we dat doen? 2021: start een tegen eenzaamheid 2022: opdracht SNV verankerd in subsidieverlening onafhankelijke cliëntondersteuning 2022: gerichte voorlichting over psychische/psychosociale problematiek

Wat kost dat? Beperkte middelen voor voorlichting e.d. Dit kan uit de lopende budgetten gefinancierd worden.

10. Opvoeding en opgroeien Voor gemeenten is het essentieel om aandacht te hebben voor kinderen van ouders die we in het kader van deze opgave tegenkomen. Ook voor kwetsbare jongeren is het noodzakelijk een integrale en preventieve aanpak te hebben. Het is dus belangrijk dat er bij hulpverlening op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang te allen tijde specifiek gekeken wordt naar de ondersteuningsbehoefte van het kind; kinderen van een ouder/ouders met psychosociale kwetsbaarheid hebben een grotere kans om minder kansrijk op te groeien.

Wat wordt er gevraagd? • •

•

Aandacht en aanbod voor kinderen van ouders met een psychische problematiek (KOPP) en kinderen van verslaafde ouders (KVO) en dit te borgen in lokaal jeugdbeleid. Aandacht op scholen voor anti-stigma programma’s. Werk aan inclusie voor kinderen (zorg dat kinderen niet aangekeken worden op hun thuissituatie). Daarbij zijn jonge kinderen een belangrijke ingang in het bestrijden van stigma’s. Aanbod op het gebied van (preventieve) ondersteuning voor jonge mantelzorgers.

Wat doen we nu al? Er is op dit moment geen lokaal aanbod op het gebied van KOPP/KVO; enkel regionaal. De wens is er wel om lokale programma’s hiervoor op te zetten. Dit kan door de medewerkers van team Jeugd dan wel door de welzijnsorganisaties in samenwerking met GGZ-organisaties opgezet worden. In het uitvoeringsprogramma Mantelzorg is extra aandacht voor jonge mantelzorgers opgenomen. Onderzoek naar de behoeften van de jonge mantelzorger is een van de zaken die opgepakt worden. Daarnaast wordt er rondom de dag van de mantelzorg extra activiteiten georganiseerd, gericht op jonge mantelzorgers. In Altena is de inkomensondersteunende regeling kindpakket van kracht. Dit zorgt ervoor dat kinderen kunnen participeren en ‘er bij’ horen.

14

Er is geen beleid om stigma tegen te gaan. Er zijn ook geen signalen dat hier op dit moment extra inzet voor nodig is.

Wat is er extra nodig? In de subsidieverlening (huidig MEE, Farent en Trema) worden activiteiten gericht op de doelgroep meer expliciet benoemd. Bijvoorbeeld voor opzetten van KOPP/KVO groepen en/of deskundigheidsbevordering. Het project voor jonge mantelzorgers wordt uitgevoerd door Trema. Hierin is aandacht voor (kinderen van) de doelgroep nodig.

Wanneer gaan we dat doen? 2022: nieuwe subsidieafspraken

Wat kost dat? De kosten maken onderdeel uit van de subsidieverlening 2022 e.v.

11. Veiligheid Mensen met een psychosociale kwetsbaarheid zijn vaker dan gemiddeld zorgmijdend, met het risico op verkommering, verloedering en het ontstaan van onveilige situaties. Ook worden zij sneller het slachtoffer van misbruik, pesterijen en uitsluiting. Daarnaast gaat het ook om het veiligheidsrisico dat zij voor anderen kunnen vormen, wanneer zij overlast veroorzaken, criminele activiteiten ondernemen of geweld gebruiken.

Wat wordt er gevraagd? •

•

•

Zorgen dat er lokaal aansluitende vervolghulp en zorg beschikbaar is ten behoeve van de integrale crisiszorg (die op schaal van 18 gemeenten wordt georganiseerd). Dit is georganiseerd voor zowel mensen met een psychosociale kwetsbaarheid als voor de omwonenden. Iedereen moet op de hoogte zijn wie er te bereiken is Zorg voor zo veel mogelijk getrainde oren en ogen in de wijk (meer ‘signaleren met’ en minder ‘signaleren over’). Ondersteun bijvoorbeeld buurtpreventieteams met de juiste kennis en attitude. Het integraal bespreken van de meest pregnante personen met verward gedrag met zorg- en veiligheidspartners en samen zoeken naar de best passende en duurzame oplossing. Zorg voor een adequate, integrale aanpak crisisinterventie en een regionaal escalatiemodel. Zorg dat hier goede onderlinge en externe samenwerkingsafspraken onder liggen, om zodoende snel de juiste hulp te kunnen organiseren en multi-problematische casussen passend en duurzaam op te lossen.

Wat doen we nu al? De gemeente zet zich, samen met onder meer corporaties, de politie en maatschappelijk werk, in om de veiligheid en leefbaarheid van wijken te behouden of te vergroten. De leefbaarheid en veiligheid van de kernen wordt periodiek gemonitord. De veiligheidsbeleving is steeds beter in de onze gemeente. Afwijkend sociaal gedrag en het veroorzaken van overlast of onveilige situaties spanningen met andere inwoners veroorzaken. Wanneer het fout dreigt te gaan kan

15

buurtbemiddeling via Surplus ingezet worden of wordt in gezamenlijkheid met de partners (via reeds genoemde (overleg)structuren) bekeken wat de beste interventie is. Het de-escalatiemodel (in het kader van de aanpak personen met verward gedrag) wordt omarmd en wordt gebruikt voor de afstemming en aanpak bij gevallen waar zowel sprake is van zorg- als veiligheidsproblematiek. De Wijk-GGD’er vormt het schakelpunt tussen zorg en veiligheid. Periodiek is er een overleg met de burgemeester en de wethouder zorg over de meest pregnante casussen. Waar nodig wordt opgeschaald naar het MASS, of het zorg- en veiligheidshuis.

Wat is er extra nodig? De signaleringsfunctie kan verder versterkt worden. In Altena komen problemen als gevolg van de volksaard, vaak pas naar de voorgrond als deze al geëscaleerd is. Door in te zetten op vroegtijdige signalering door maatschappelijk partner, vrijwilligersorganisaties, kerken en inwoners kan eerder opgetreden worden. Dit kan onderdeel worden gemaakt van de kerngerichte aanpak en de eerder genoemde voorlichtingsbijeenkomsten. De aanpak bij excessen kan integraal worden uitgevoerd. De verbinding tussen zorg en veiligheid kan hiervoor nog verder versterkt worden. Hier wordt structureel aan gewerkt. De Wijk-GGD’er kan hieraan een impuls geven. Evenals de werkzaamheden in het kader van de Wet verplichte GGZ, op grond waarvan inwoners onder bepaalde – strenge- voorwaarden verplicht kunnen worden GGZ zorg te accepteren. De opdracht aan GGZ organisaties hierbij is integraal te werken.

Wanneer gaan we dat doen? 2022: signalering actief meenemen in kerngerichte aanpak 2021: integrale aanpak excessen.

Wat kost dat? Er worden geen extra kosten verwacht.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9611884/1