CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Handreiking Integriteit Altena 2023 (integrale versie incl Gedragscode)

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Gedragscode en Handreiking integriteit8.822 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HANDREIKING INTEGRITEIT VOOR RAADSLEDEN 2023

zorgvuldigheid terughoudendheid openheid dienstbaarheid onafhankelijkheid

Handreiking Integriteit

versie 2 mei 2023

1. Wat is integriteit Integriteit is een moreel oordeel over het eigen gedrag: “doing the right thing even when no one is watching” (C.S. Lewis).

Integriteit als beginsel van openbaar bestuur De wetgever heeft normen gesteld in de Gemeentewet. De raad heeft deze aangevuld en geconcretiseerd in een eigen gedragscode. Daarnaast zijn er verschillende ongeschreven regels en afspraken (omgangsvormen etc), waarvan wij in Altena vinden dat we ons daaraan houden. Deze zijn onder meer aangeduid in de Altenacode. Markering van het bewustzijn van integriteit als beginsel van het openbaar bestuur is het individueel afleggen van de eed of verklaring en belofte in de openbare raadsvergadering. Ten overstaan van de (vertegenwoordigers van) de inwoners van Altena wordt uitgesproken: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!) ". Integriteit van het openbaar bestuur betekent publiekelijk verantwoording afleggen over het persoonlijk handelen.

De verantwoordelijkheid voor integer handelen ligt primair bij het raads- of burgerlid zelf. Telkens maakt deze de afweging of hetgeen hij of zij doet of nalaat integer is. De maatstaf daarvoor wordt gegeven door de wetgever, legt de raad zichzelf op, maar wordt ook door de samenleving geformuleerd. De maatstaf is daardoor nooit altijd en overal een constante.

Integriteit als oordeel van buiten Of raadsleden integer zijn, is niet alleen aan de eigen beoordeling , maar evenzeer is van belang dat anderen het beeld hebben dat dat zo is. Van een integer raads- of burgerlid kun je op aan. Je kunt hem of haar vertrouwen. Hij is bovendien bereid en verplicht de verantwoordelijkheid die bij zijn functie hoort te nemen. Het aanzien van het openbaar bestuur, het vertrouwen in de politiek wordt mede bepaald door het beeld dat er is van integer handelen. Daarop hebben de raads- en burgerleden collectief invloed. De met elkaar afgesproken (ongeschreven) regels voor de raad van Altena sluiten aan op wat de inwoners van Altena van hun bestuur verwachten. Deze maatschappelijke meetlat van normen en waarden is de basis voor de eigen regels.

Integriteit als een moreel oordeel De morele invalshoek is het meest lastig te definiëren. Het gaat om een persoonlijke toetsing van het eigen gedrag. Integriteit betekent dan dat niet het eigenbelang, maar het hogere (maatschappelijk) belang bepalend is bij keuzes die een raads- of burgerlid maakt.

2

2. Waarom integriteit voor gemeentebestuurders belangrijk is Integriteit heeft alles te maken met het vertrouwen van onze inwoners in het openbaar bestuur.

Raadsleden lopen het risico op rolvermenging Raads- en burgerleden vervullen meerdere functies. Als volksvertegenwoordiger stellen ze zich in dienst van de samenleving. Daarnaast hebben raadsleden, net als iedereen, nog andere functies en posities in die samenleving. Anders dan bij anderen lopen raadsleden daarmee het risico op rolvermenging. En bij rolvermenging ligt integriteitsschending of de schijn daarvan op de loer. Je staat als raadslid in de schijnwerpers. Je hebt er zelf voor gekozen, maar dat vraagt wel wat van je.

Monopoliepositie van de overheid stelt hoge eisen De overheid werkt met publieke middelen en heeft op veel terreinen een monopoliepositie. Daarom is integriteit juist voor overheidsfunctionarissen van essentieel belang. De monopoliepositie stelt hoge eisen aan de betrouwbaarheid en kwaliteit van het openbaar bestuur en aan degenen die daarin functioneren. Integriteit kan het vertrouwen in de overheid maken of breken. De vraag is hoe je daarmee omgaat.

De buitenwacht oordeelt mee De rol van de ‘buitenwacht’ valt niet te onderschatten. In de meeste gevallen zal er mogelijk alleen “over gepraat worden”. Dat wordt anders wanneer dat gesprek zich verplaatst naar de sociale media en naar de reguliere media. Het oordeel van die buitenwacht wordt dan versterkt en kan dan desastreuze gevolgen hebben. De maatschappij kijkt nu eenmaal kritischer, en minder genuanceerd en objectief, naar mogelijke integriteitsschendingen. Raads- en burgerleden moeten daarom altijd alert zijn. Niet alleen integriteitsschendingen als belangenverstrengeling of dubieuze giften moeten worden vermeden, maar ook de schijn ervan. Misschien is “de schijn van …” nog wel het meest belangrijke criterium. Ook al ben je zelf overtuigd van integer handelen, kan door een onhandige of ongelukkige samenloop van zaken het beeld ontstaan dat er mógelijk onoorbare zaken spelen. Het ontstaan en bestaan van dat beeld is vaak al voldoende om als raadslid in een, wellicht onnodig, lastige positie te raken.

3. Waarom een handreiking Integriteit is een dynamisch begrip. Dat vraagt om verschillende instrumenten om die integriteit te borgen. Deze handreiking bundelt een aantal van die instrumenten. Dat instrumentarium werken we hieronder uit.

Integriteit is een werkwoord Het gaat er om hoe je als raads- of burgerlid je positie bepaalt. Om het gesprek hierover gemakkelijk te maken spreken we liever over integer handelen in plaats van integer zijn. De reden hiervoor is dat integriteit vaak geen kwestie is van goed of fout, zwart of wit. Het gaat om dilemma’s waarmee je als raadslid geconfronteerd wordt. En bij dilemma’s maak je een keuze uit een of meer alternatieven die allemaal even (on-)aantrekkelijk zijn. In deze handreiking lees je een aantal van die dilemma’s. Ze kunnen je helpen bij het praten en denken over integriteit.

3

Het dilemmagesprek als hulpmiddel Als hulpmiddel hanteren we in Altena het dilemmagesprek. Vanuit de gedachte dat de keuze om een handeling of gedraging te doen of na te laten veelal geen zwart-wit keuze is, is het goed om gestructureerd in beeld te krijgen welke argumenten te wegen zijn. In het dilemmagesprek doe je dit. Het dilemmagesprek is een werkvorm die bruikbaar is voor iedereen die met een integriteitsvraag rond loopt. Een dilemmagesprek kan zowel een tweegesprek zijn als een gesprek binnen de fractie of binnen het presidium.

Het dilemmagesprek Bij een dilemmagesprek bespreek je met anderen of een handeling of gedraging wel of niet kan. Je brengt eerst in beeld waarom je het WEL zou doen, vervolgens waarom NIET. De gekozen argumenten voor en tegen kwalificeer je vervolgens als “beginsel-argument”, “gevolgargument” of “non-argument”. Beginselargument: het argument verwijst naar een principe dat in zichzelf belangrijk is om na te streven; het gaat dan om een norm of een waarde, zonder daarbij naar de gevolgen te kijken.. Gevolgargument: het argument verwijst naar het gevolg van de handeling; het benoemt veelal een voor- of een nadeel. Non-argument: het argument is geen argument. De uiteindelijke afweging vindt vervolgens plaats op basis van het gewicht dat je verbindt aan de “beginsel-argumenten”. Veelal leidt dit tot een concreet handelingsperspectief.

Afspraken geven houvast Integriteit kun je niet los zien van een aantal regels en procedures. Die afspraken geven handen en voeten aan het integriteitsbeleid, maar ook houvast voor het raads- en burgerlid. De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad, om voor zichzelf een gedragscode vast te stellen. Deze moet de integriteit van politieke ambtsdragers helpen waarborgen. De gemeenteraad kan overigens zelf bepalen hoe die afspraken er uit zien. De gedachte is dat gedragsregels helpen om de discussie over integriteit te voeren. De Gedragscode is als bijlage 1 in deze handreiking gevoegd. In bijlage 3 zijn om het beeld compleet te maken ook een aantal (wettelijke) regels opgenomen. Houvast, hulpmiddel voor gesprek, maar daarmee zijn deze regels niet persé de enige na te leven regels. Ongeschreven regels, zowel maatschappelijk als politiek zijn evenzeer van belang. In het dilemmagesprek zullen deze ongetwijfeld ook in beeld komen en afgewogen worden.

4

Continue aandacht is nodig Integer handelen leer je niet in een training. Integriteit is ook meer dan de eed of verklaring en belofte uitspreken of je handtekening zetten onder een set afspraken. Integriteit is een persoonlijke afweging die je als raads- of burgerlid maakt, afhankelijk van tijd en context. De omstandigheden zijn nooit gelijk. Maar alleen op je eigen kompas kun je niet varen. Misschien zie je iets over het hoofd of schat je een risico anders in. Iemand anders kan heel anders denken over jouw dilemma. Daarom is het belangrijk om samen met fractieleden, collega-raadsleden, de griffier of de burgemeester het gesprek over integriteit te blijven voeren. Maar ook mensen buiten de raad kunnen je een goede spiegel voorhouden. Zo kun je je morele kompas ijken. En niet te vergeten: collega raadsleden lopen ook tegen dilemma’s aan. Samen sta je sterker en maak je betere keuzes. In de handreiking lees je een aantal tips over de manier waarop je het gesprek gaande houdt. Na het aantreden va ieder raads- of burgerlid heeft deze een gesprek met de burgemeester en de griffier. Aan de hand van een leidraad (bijlage 2) worden een aantal aandachtspunten rond de positie van het raads- of burgerlid in kaart gebracht. Vervolgens wordt samen met het lid nagegaan waar eventuele risico’s zijn en of het nodig is om afspraken te maken.

4. Wet, eed en gedragscode Integriteit heeft vooral te maken met normen en waarden, moraal en fatsoen. Wettelijke regels en eigen afspraken hierover bieden houvast.

De wet Volgens artikel 15 lid 3 Gemeentewet stelt elke gemeenteraad voor zijn leden een gedragscode vast. In bijlage 3 is de wetgeving die primair voor integriteit van belang is, bijgevoegd. Daarin zijn ook de verboden nevenfuncties en verboden handelingen terug te vinden. Deze zijn bij wet verboden. Het is als raads- of burgerlid daarom niet mogelijk hier eigen afwegingen te maken. Wel kan Gedeputeerde Staten in uitzonderingssituaties ontheffing verlenen voor het verrichten van bepaalde handelingen die in beginsel verboden zijn. Ook zijn in de Gemeentewet bepalingen opgenomen hoe om te gaan met geheime informatie. De gemeente Altena heeft dat uitgewerkt in een Protocol geheimhouding dat in het voorjaar van 2023 is onderschreven door directie, college en presidium. De burgemeester krijgt in de Gemeentewet een belangrijke rol toegekend. In artikel 170 staat te lezen: “De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente.”. Vanuit die verantwoordelijkheid ziet de burgemeester toe op de manier waarop binnen de gemeente omgegaan wordt met integriteit. Het geeft de burgemeester een titel om expliciet het gesprek aan te gaan over integriteitsvraagstukken van raadsleden.

De eed of belofte De eed of de belofte is de basis van het handelen van elk raadslid. Ieder raadslid legt aan het begin van zijn raadsperiode de eed of de belofte af . Bij een eed zweer je op de bijbel en bij God. De belofte is de niet-religieuze variant daarvan. In beide gevallen zweer of beloof je getrouw te zijn aan de Grondwet, de wetten na te komen en de plichten als lid van de gemeenteraad naar eer en geweten te vervullen. 5

Artikel 14 Gemeentewet Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!" (Dat verklaar en beloof ik!)

De gedragscode Waar normen concrete, algemeen aanvaarde gedragsregels zijn, zijn waarden de opvatting over wat wenselijk is. Waarden zijn motieven die gedeeld worden door een groep mensen. Vanuit die visie kun je waarden leggen op ‘goed raadslidmaatschap’. Elke gemeente, ook Altena, legt die waarden vast in een gedragscode. De gedragscode is de belangrijkste praktische houvast voor raads- en burgerleden. De gedragscode geeft duidelijkheid over wat wij in Altena verwachten. De waarden die het uitgangspunt vormden voor de gedragscode staan hieronder. De gedragscode is opgenomen als bijlage 1. Onderstaande voorbeelden geven enige ‘kleuring’ aan integer handelen in de dagelijkse praktijk. Waar gesproken wordt over het raadslid, wordt ook bedoeld het burgerlid. Dienstbaarheid Het raadslid is loyaal aan de gemeente en haar inwoners. Dat betekent dat hij zich inzet voor de belangen van de gemeente en van burgers. Bijvoorbeeld: Stel een raadslid ontvangt bij een regionale bijeenkomst van de eigen partij informatie, waarmee het college van Altena zijn voordeel kan doen. Misschien levert het de wethouder zelfs goede pers op. Een raadslid dat loyaal is aan de gemeente deelt de informatie, maar kan wel met de wethouder bespreken hoe dat naar buiten te brengen. Onafhankelijkheid Het raadslid vermijdt belangenverstrengeling.

Het raadslid gaat situaties waarin bepaalde belangen door elkaar lopen uit de weg. Het raadslid probeert zoveel mogelijk de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Bijvoorbeeld: Stel een raadslid is lid van het bestuur van een vereniging die over een kwestie met ambtenaren en wethouder in gesprek gaat. In die situatie kan het verwarrend worden als het raadslid met een andere pet op het gesprek in gaat. Daarom wordt in het verenigingsbestuur afgesproken dat iemand anders namens de vereniging in gesprek gaat. Rolbewustzijn Het raadslid is zich bewust van zijn positie ten opzichte van de ambtelijke organisatie. De organisatie is toegankelijk voor raadsleden die feitelijke informatie nodig hebben. Het raadslid vraagt niet naar de mening van ambtelijk medewerkers en is niet in de positie ambtelijk medewerkers aanwijzingen te geven of opdrachten te geven. Bijvoorbeeld: Stel een raadslid wil weten hoe de besluitvorming gelopen is rond de verstrekking van een Wmo-voorziening en de daarop gevolgde klachtenprocedure. In die situatie kan bij de teammanager nagevraagd worden hoe dit is gelopen. Dat kan rechtstreeks. Een oordeel over de situatie kan echter alleen gevraagd worden van het college dan wel de portefeuillehouder.

6

Het raadslid is zich bewust van eventuele verschillende rollen met verschillende belangen. wees duidelijk of je als raadslid of als inwoner of professional optreedt. Raadsleden vermijden daarbij zich als raadslid bezig te houden met onderwerpen waar hij ook als inwoner of als professional mee bezig houdt. Bijvoorbeeld: Een raadslid is als docent aanwezig bij een bijeenkomst van de gemeente over het jeugdbeleid. Daarna wordt in de fractie gesproken over dit onderwerp en wordt besloten hierover schriftelijke vragen te stellen. Het raadslid bemoeit zich niet met dit initiatief, om te voorkomen dat hij zich vanuit verschillende rollen met hetzelfde onderwerp bezig houdt. Openheid Het raadslid is transparant over nevenfuncties en handelingsredenen. Bijvoorbeeld: Stel je hebt als raadslid vanuit jouw werk informatie over het optreden van het college in een regionaal samenwerkingsverband. Voor jouw reden om daar schriftelijke vragen over te stellen. Voor het college komt het als volslagen verrassing: hoe kon het raadslid dit weten? In beginsel kies je er in dergelijke situaties voor om het onderwerp niet politiek aan te kaarten. Terughoudendheid Het raadslid is zich ervan bewust dat hij een voorbeeldfunctie heeft. Hij vermijdt situaties en uitlatingen in het openbaar die als onbezonnen geïnterpreteerd kunnen worden of die als onbehoorlijk ervaren worden.

Bijvoorbeeld: In een snelle tweet spreekt een raadslid zich uit over een collega-raadslid. In de emotie en de snelheid gebruikt deze daar minder gebruikelijke bewoordingen. Kan een keer gebeuren, maar hoe voorkom je dat dit nog een keer gebeurt? Ga in elk geval zo snel mogelijk het gesprek aan met het collega-raadslid en maak het ook binnen de fractie bespreekbaar. De nuance raakt bij een tweet snel uit zicht. Betrouwbaarheid Het raadslid gaat vertrouwelijk om met kennis en informatie voor raadsleden. Hij gebruikt die informatie niet voor andere belangen dan die van de gemeente. Bijvoorbeeld: Stel je hoort als raadslid in een overlegje met de wethouder dat het college plannen heeft om in het omgevingsbeleid meer ruimte te gaan geven aan bepaalde soorten detailhandel in een bepaald deel van de gemeente. Dit zou jouw partner goed uitkomen, maar dan moet zij er wel snel bij zijn, voordat anderen zich melden bij de gemeente. Een lastig situatie. Goed om dit in een dilemmagesprek binnen de fractie te bespreken. Zorgvuldigheid Het raadslid respecteert alle individuen en instanties en behandelt hen gelijk in gelijke gevallen. Bijvoorbeeld: De fractie onderhoudt goede relaties met iemand die bezig is met een maatschappelijk initiatief. Alle steun daarvoor. Meer dan dat, iemand uit de eigen achterban kan wel een extra zetje gebruiken.

Zou de fractie dat ook doen als het initiatief uit een andere hoek komt?

7

Nevenfuncties Welke nevenfunctie wel en welke niet passend is, is in de meeste gevallen een individuele afweging. Toch zijn er een paar handvaten te geven die houvast bieden bij het aanvaarden. 1. Wettelijk verboden nevenfuncties staan in artikel 13, lid 1 Gemeentewet. 2. Het is belangrijk maatschappelijk betrokken en zichtbaar te zijn. Nevenfuncties kunnen daar aan bijdragen. 3. Bedenk of en in welke situaties de nevenfunctie raakt aan de gemeente Altena en wat nodig is om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. 4. Bedenk welke beperkingen jouw raadslidmaatschap oplevert voor de organisatie waar je de nevenfunctie bekleedt. Het kan verstandiger zijn om een bestuurslidmaatschap te overwegen in plaats van een voorzitterschap of sowieso niet een bestuurlijke maar een andere rol. 5. Bedenk dat het voor ambtelijk medewerkers belangrijk is om in contacten helder te hebben in welke rol je het contact hebt. Probeer waar dat mogelijk is dergelijke contacten vanuit de nevenfunctie te minimaliseren door deze over te laten aan een collega van die organisatie. 6. Meld je (nieuwe) nevenfunctie terstond bij de griffie die deze openbaar maakt via de website. Geef daarbij aan of de functie wel/niet bezoldigd is. Zorg dat uit de omschrijving helder is wat het karakter is van de organisatie of het bedrijf waar je de nevenfunctie hebt.

5. Ondermijning De afgelopen jaren is er in toenemende mate aandacht voor ondermijning van de overheid. Ons democratisch systeem is kwetsbaar voor criminele ondermijning. Door de heer Van der Torre is de gemeenteraad medio 2022 geïnformeerd over de risico’s. Aan de hand van casuïstiek is besproken hoe dit actueel kan zijn voor gemeentebestuurders en politici. Belangrijk is dat ieder raads- en burgerlid zich bewust is van mogelijke criminele bijbedoelingen wanneer iemand een concreet initiatief van je verwacht. Weerbaarheid begint bij bewustzijn en alertheid. Twijfel je over de oprechte bedoelingen? Bespreek het in de fractie en zo nodig met griffier en burgemeester. Behalve criminele ondermijning is aandacht gewenst voor het effect van mogelijk ondermijnende netwerken. Lokale of regionale netwerken waarbinnen raadsleden of bestuurders persoonlijk of professioneel functioneren kunnen een zekere druk opleveren om iets voor iemand uit dat netwerk te betekenen. In de meeste gevallen is dat onschuldig en ben jij het meest benaderbare raads- of burgerlid voor die persoon. Zonder dat jij je er van bewust bent, wordt ongemerkt beïnvloed door mensen uit jouw netwerken. Realiseer je echter dat jij een positie hebt waar het altijd om het algemeen belang gaat.

Zorgvuldige afweging van álle belangen, waarin jij en de andere raads- en burgerleden “zonder last” positie in kunnen kiezen is cruciaal voor het functioneren van en het vertrouwen in de lokale democratie. Word je benaderd door bekenden uit jouw netwerk? Natuurlijk kun je hen adviseren over de te volgen procedure. Natuurlijk kun je in voorkomende gevallen het onderwerp agenderen bij college en/of gemeenteraad. Voorkom echter dat je “de aap op de schouder krijgt” en het probleem van de ander op jouw bordje ligt. Een goed functionerende lokale democratie vraagt dat jij zonder last alle belangen kunt wegen en een standpunt kunt bepalen. Gebruik ook de speciaal hiervoor ontwikkelde weerbaarheidsscan. 8

6. Spiegelvragen De spiegelvragen helpen je om je koers scherp en zuiver te houden. Als je met je antwoord steeds op ‘ja’ uitkomt, stuur je aan op een integere keuze. Maar wees alert: enkele graden afwijken kan al de verkeerde kant op leiden. Blijf er dus over in gesprek en denk niet te snel dat het jou niet overkomt. Is de handeling volgens de beginselen van goed raadslidmaatschap? Je maakt een rationele afweging: kan ik dit doen op basis van de wet, de eed of de gedragscode. Doe ik recht aan de rechten, belangen en het welzijn van alle belanghebbenden? Je toetst of je zorgvuldig omgaat met de kennis en informatie waarover je beschikt: lopen er geen belangen door elkaar? Denk bij belanghebbenden heel ruim; extern en intern, direct en indirect betrokkenen. Vinden anderen me een integer raadslid? Je maakt je een voorstelling van de reactie van anderen. Loop je het risico dat zij jouw integriteit ter discussie gaan stellen? Kan ik mezelf in de spiegel blijven aankijken? Je verantwoordt je keuze voor jezelf. Geeft het me een goed gevoel en kan ik mezelf uitleggen waarom ik deze keuze maak? Kan ik mijn keuze verantwoorden voor anderen? Je verantwoordt je keuze voor anderen. Welke waarden hanteer ik en hoe steekt mijn afweging in elkaar? Is mijn keuze consistent en consequent?

7. Melden van vermoeden van niet-integer handelen Natuurlijk wordt er soms over elkaar gepraat en ontstaan er beelden dat een collega-raads- of burgerlid, een wethouder of burgemeester een handeling heeft verricht waar je vraagtekens bij hebt. Ook kan een inwoner een melding doen over een volgens hem of haar niet integer raadslid. Het kan gebeuren dat je een signaal oppikt over het gedrag of handelen van een collega raads- of burgerlid. De eerste stap is altijd het gesprek aan te gaan met jouw collega. Uiteindelijk staan wij allemaal voor dezelfde waarden en het belang van een integer openbaar bestuur. Goede kans dat na dit gesprek het beeld bij jou is weggenomen. Bespreek dan wel hoe om te gaan met de mogelijke beeldvorming bij anderen. Misschien vraagt dat ook nog actie. Het kan ook zijn dat het vermoeden niet wordt weggenomen met een gesprek. In dat geval is het van belang zo snel mogelijk contact te hebben met de griffier en samen te bespreken of het nodig is verdere stappen te zetten en welke dat dan kunnen zijn. De griffier is jouw klankbord. De burgemeester is uiteindelijk degene bij wie iedere serieuze melding van een vermoeden van niet-integer handelen terecht behoort te komen. Vanuit zijn wettelijke rol zal de burgemeester het gesprek aangaan met de melder en daarna ook met de betrokkene.

In hoofdstuk 8 zijn de stappen uitgewerkt wat er gebeurt nadat een melding bij de burgemeester is gedaan. In algemene zin zal deze er naar streven de-escalerend op te treden.

9

8. Stappen bij integriteitsprobleem Een melding tegen een raadslid of burgerlid. Welke stappen worden dan doorlopen? Op voorhand kan gesteld worden dat geen enkele situatie hetzelfde is. Er zal altijd maatwerk nodig zijn. De beschreven procedure kan niet meer gewicht hebben dan een richtsnoer dat enige houvast biedt in een periode van hectiek en onzekerheid. Uitgangspunt is een centrale rol van de burgemeester (art. 170 Gemeentewet). Deze wordt in beginsel ondersteund in die rol door de ambtelijk integriteitscoördinator. De burgemeester kan met de griffier (in geval het een raads- of burgerlid betreft), met de secretaris (in geval het een wethouder betreft) en in de driehoek klankborden en spiegelen op de situatie en de te nemen stappen. Wanneer de burgemeester in opspraak is, ligt de centrale rol bij de waarnemend voorzitter van de gemeenteraad in samenspraak met de commissaris van de Koning. De Waarnemend voorzitter wordt hierbij ondersteund door de ambtelijk integriteitscoördinator, de griffier en de gemeentesecretaris. Melding en eerste screening Ingeval de integriteit van een raadslid of burgerlid aan de orde is, doet de burgemeester zo spoedig mogelijk een eerste screening. Tijdens de eerste screening worden altijd de melder en het raadslid gehoord tegen wie de melding gericht is.

Bij de uitnodiging geeft de burgemeester in ieder geval een korte omschrijving van de aard van de melding. Als de burgemeester na de eerste screening concludeert dat geen feitenonderzoek nodig is, stelt hij een screeningsverslag op en doet melding van zijn conclusies aan degene die de melding heeft gedaan en het raadslid. Het screeningsverslag wordt aan beide partijen verstrekt. Melder en raadslid kunnen zich wenden tot het presidium met het verzoek wel een feitenonderzoek uit te laten voeren. Aangifte Als er in enige fase van de behandeling van de melding een vermoeden is van een misdrijf kan de burgemeester, na overleg met het presidium, aangifte doen bij de politie. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. Feitenonderzoek Als de burgemeester na de eerste screening concludeert dat een feitenonderzoek nodig is, stelt hij een screeningsverslag op, dat hij gezamenlijk met een concept onderzoeksopdracht voorlegt aan het presidium. De burgemeester bespreekt hierbij de wijze en het tijdstip van informeren van de raad. Na raadpleging van het presidium, kan de burgemeester besluiten een feitenonderzoek in te stellen. Het betrokken raadslid en diens fractievoorzitter worden hierover direct geïnformeerd.

De burgemeester geeft opdracht tot een feitenonderzoek aan een onderzoeksteam vanuit een deskundig (gecertificeerd) bureau. Communicatie De burgemeester zorgt voor de interne en externe communicatie. In beginsel wordt tijdens de eerste screening en het feitenonderzoek geen melding gedaan over de melding en het onderzoek, anders dan naar direct betrokkenen en eventueel het presidium. Het betreft lopende de eerste screening en het feitenonderzoek een interne kwestie. Onderzoeksrapportage Na afronding van het onderzoek biedt de burgemeester de onderzoeksrapportage aan het betrokken raadslid aan en tegelijkertijd ter consultatie aan het presidium. Hij bespreekt de wijze en het tijdstip van informeren van de raad. Tegelijkertijd informeert hij de melder. Het presidium kan besluiten de rapportage te agenderen voor de raadsvergadering.

10

9. Eén code voor leden van raad en college Vanuit de Altenacode naar één Gedragscode De gemeenteraad en het college hebben zich gecommitteerd aan de Altenacode. Deze is ontwikkeld in 2019 en herbevestigd door de gemeenteraad in september 2022. In deze code is vastgelegd wat voor een gemeentebestuur raad en college willen zijn. Voortvloeiend uit deze gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid is gekozen voor een gezamenlijke Gedragscode voor integriteit. Deze Gedragscode is als bijlage bij deze Handreiking gevoegd en bevat regels die zowel voor raads- en burgerleden als voor de burgemeester en de wethouders gelden. Omdat een aantal zaken specifiek aan de orde zijn voor de leden van het college van burgemeester en wethouders is in een afzonderlijk hoofdstuk aandacht voor deze aanvullende integriteitsregels.

10.

Agenda

Integriteit heeft aandacht nodig, ook als er geen sprake is van een misstand Integriteit regelmatig op de agenda Dat integriteitsnormen zijn vastgelegd is goed, maar niet voldoende. Integriteit is vooral een mentaliteitskwestie en moet ´tussen de oren zitten`. Regelmatige aandacht voor integriteit haalt de beladenheid er van af. Juist op de momenten dat er geen sprake is van een misstand. In Altena zetten we integriteit regelmatig actief op de agenda. Los van de waan van de dag gaan we met elkaar in gesprek over integriteit. De raad en het college, maar natuurlijk ook fracties kunnen 11

verschillende aandachtsmomenten voor integriteit plannen. In elk geval twee maal per raadsperiode besteden we met elkaar aandacht aan integriteit. Twee maal per raadsperiode bespreken we integriteit met raad en college samen De gedragscode is een beginpunt voor integriteit. Geen eindbestemming. Is de gedragscode nog actueel? Passen de afspraken nog in de huidige context? Welke ervaringen hebben we de afgelopen tijd opgedaan en is het waardevol die te delen? Ook kunnen we het dilemmagesprek oefenen. Individuele gesprekken met burgemeester en griffier Aan de hand van een daartoe opgestelde leidraad (zie bijlage 2) bespreekt de burgemeester in aanwezigheid van de griffier met ieder raads- en burgerlid in het eerste jaar na aantreden aandachtspunten inzake integriteit. Met elkaar worden eventuele risico’s in kaart gebracht. Burgemeester en griffier kunnen daar een advies bij geven en/of er kunnen (individuele) afspraken worden gemaakt op welke wijze risico’s te vermijden dan wel te minimaliseren zijn. Organiseer een dilemmasessie Bespreek integriteit aan de hand van concrete cases. Welke belangen speelden er mee, welke argumenten waren belangrijk? Door samen dilemma’s te bespreken en af te wegen, praat je met elkaar over integriteit zonder direct te oordelen. Bovendien biedt het de kans om afwegingen te toetsen aan die van de collega-raadsleden.

Een dilemmagesprek kun je ook met de fractie voeren. Zet integriteit op de agenda van de fractie Komen er nieuwe onderwerpen op je af? In de fractie bespreek je ongetwijfeld hoe je daarmee omgaat. Denk dan als raadslid en fractie ook eens na over de mogelijke integriteitskwesties die dat nieuwe onderwerp mogelijk met zich meebrengt. Denk bijvoorbeeld aan woordvoerderschap, maar vraag je ook af of de buitenwereld misschien vooringenomen beelden heeft van de positie van een raads- of burgerlid van jouw fractie. Zo zorg je ervoor dat je ook die risico’s vooraf in beeld hebt en kun je pro-actief handelen. Voorkomen is altijd beter dan genezen.

12

Bijlage 1: Gedragscode voor bestuurders gemeente Altena 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1 Deze gedragscode geldt voor de leden van de raad en voor de beëdigde burgerleden. Onder het raadslid wordt waar dat van toepassing is, ook verstaan het burgerlid. Artikel 1.2 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium. Artikel 1.3 De code is openbaar en door derden te raadplegen op de website van de gemeente. Artikel 1.4 De leden van de raad en de burgerleden nemen voor hun aantreden kennis van de Handreiking integriteit en de Gedragscode. Artikel 1.5 Deze code is eveneens van toepassing op de burgemeester en de wethouders. Waar gesproken wordt over de raad wordt bedoeld het college van burgemeester en wethouders, waar gesproken wordt over de griffier wordt in dat geval bedoeld de gemeentesecretaris. Artikel 1.6 Voor burgemeester en wethouders gelden vanwege hun positie als dagelijks bestuurders extra gedragsregels in vergelijking met raads- en burgerleden. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 8 van deze Gedragscode.

2. Belangenverstrengeling Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het persoonlijk belang van een raadslid. Hierdoor is een zuiver besluiten of handelen in het publiek belang niet meer gewaarborgd. Raadsleden vermijden niet alleen feitelijke belangenverstrengeling, maar ook de schijn ervan. Artikel 2.1 Betaalde en onbetaalde functies die een raadslid vervult naast het raadslidmaatschap worden openbaar gemaakt op de website van de gemeente. Het raadslid levert de informatie over een functie, die openbaar gemaakt moet worden, aan bij de griffier. Wijzigingen meldt het raadslid uiterlijk op de datum van ingang van de nevenfunctie bij de griffier. De griffier draagt zorg voor een register. Artikel 2.2. De informatie over de betaalde en onbetaalde functies betreft in ieder geval de omschrijving van de functie, de organisatie voor wie de functie wordt verricht, of de functie al dan niet bezoldigd is. Artikel 2.3 Een raadslid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft (bijvoorbeeld vanuit een nevenfunctie).

13

Artikel 2.4 Een raadslid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling en de schijn daarvan tegengaan. Artikel 2.5 Een raadslid is geen woordvoerder bij onderwerpen waarbij de schijn van belangenverstrengeling aan de orde is of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Artikel 2.6 Een raadslid onttrekt zich van deelname aan de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij de schijn van belangenverstrengeling aan de orde is of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Hij geeft dit voorafgaand aan de stemming mondeling aan. Artikel 2.7 Een raadslid onthoudt zich bij beslissingen waarbij een direct persoonlijk belang aan de orde is, niet alleen van stemming, maar ook van de beïnvloeding van de opiniëring en besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces (waaronder de beraadslagingen binnen de fractie). Artikel 2.8 Een raadslid houdt zich niet vanuit verschillende functies bezig met hetzelfde onderwerp, tenzij dit vanuit een privébelang onvermijdelijk is. In dat geval maakt hij dit bespreekbaar en benoemt dit expliciet.

Artikel 2.9 Een raadslid dat een bestuursfunctie bekleedt bij een door de gemeente gesubsidieerde organisatie bespreekt met de burgemeester en griffier of en op welke wijze deze functies te combineren zijn. Artikel 2.10 Een raadslid dat beroepsmatig of als adviseur betrokken is bij een aanvraag bij de gemeente bespreekt tijdig met de burgemeester en griffier op welke wijze in deze te handelen. Artikel 2.11 Een raadslid dat liefdes- of familierelaties onderhoudt met een medewerker van de gemeentelijke organisatie doet daarvan melding en bespreekt tijdig met de burgemeester en griffier op welke wijze in deze te handelen. Artikel 2.12 Een raadslid doet er opgaaf van dat hij of zijn partner substantiële financiële belangen heeft – bijvoorbeeld aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.

14

3. Omgaan met informatie Raadsleden beschikken over veel informatie. Daar gaan zij zorgvuldig mee om. Anders wordt de geloofwaardigheid van zowel henzelf als van de gemeente aangetast. Daarom geldt een aantal basisregels voor hoe een integer raadslid met informatie moet omgaan. Artikel 3.1 De raad ziet er op toe dat het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad dan wel individuele raadsleden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. Wanneer dit in strijd is met het openbaar belang wordt de informatie onder oplegging van geheimhouding verstrekt. Dit artikel werkt het presidium uit in een protocol. Artikel 3.2 Een raadslid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht. Artikel 3.3 Een raadslid gaat zorgvuldig en correct om met niet-openbare informatie die hij tijdens de uitoefening van het ambt heeft verkregen en maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander, gebruik van deze informatie. Artikel 3.4 Een raadslid maakt brieven van inwoners en derden niet openbaar en stuurt e-mails niet door zonder instemming van de afzender.

Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.

4. Geschenken en uitnodigingen Als zij de ambtseed of belofte afleggen, verklaren raadsleden dat zij geen giften of gunsten hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd. Ook beloven ze dat ze geen geschenken zullen aannemen of beloften zullen doen in ruil voor een tegenprestatie. Artikel 4.1 Een raadslid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 4.2 Geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld. De griffier zorgt voor de registratie van deze giften en hun gemeentelijke bestemming. Hieronder valt niet een incidenteel geschenk van de gemeente zoals bijvoorbeeld een kerstpakket. Artikel 4.3 Indien een raadslid geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan € 50,-- vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van artikel 4.2 worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd. Het gaat in deze situatie om incidentele, kleine attenties, waarbij de schijn van corruptie minimaal is. Artikel 4.4 Een raadslid accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk zou maken, én de schijn van corruptie minimaal is.

15

Artikel 4.5 Een raadslid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel, én tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is. Artikel 4.6 Raadsleden nemen bij de gemeenteraadsverkiezingen geen zitting op een stembureau in de gemeente Altena. Artikel 4.7 Raadsleden en raadsfracties geven of beloven inwoners en derden geen enkele gunst of betaling.

5. Gebruiken van voorzieningen Raadsleden bevinden zich als het gaat over ‘vergoeding van kosten’ of ‘gebruik maken van voorzieningen’ in een glazen huis. Ze moeten zich voortdurend bewust zijn van het feit dat ze niet alleen verantwoord met publieke middelen omgaan, maar ook helder zijn over de hoogte van de kosten die zij maken. Hiermee voorkomen raadsleden dat ze in een kwetsbare positie terecht komen. Artikel 5.1 Een raadslid gebruikt geen gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor privédoeleinden. Artikel 5.2 Een raadslid houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderfaciliteiten, computerapparatuur met toebehoren, voorzieningen in de Fractiekamer en dergelijke. Artikel 5.3 Een raadslid houdt zich aan de regelgeving en het beleid dat is vastgesteld met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties (o.g.v. KB betreffende rechtspositie raads- en commissieleden, ministeriële circulaires en de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden).

6. Onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Elk raadslid, elke bestuurder, elke griffiemedewerker, elke ambtenaar verdient respect. Een respectvolle omgang maakt het beter mogelijk met elkaar tot een goede beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop men in de raad met elkaar omgaat van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Representativiteit als vertegenwoordiger van het openbaar bestuur staat daarom hoog in het vaandel. Te allen tijde staat de inhoud centraal en spelen we in de raad niet op de man of vrouw. Artikel 6.1 Raadsleden gaan respectvol met elkaar en met collegeleden, ambtenaren en burgers om. Artikel 6.2 Raadsleden bejegenen elkaar, de griffie en andere ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift, inclusief social media. Artikel 6.3 Een raadslid kan voor feitelijke informatie rechtstreeks contact opnemen met ambtelijk medewerkers. Het raadslid onthoudt zich van het vragen naar een oordeel van de medewerker alsmede van het geven van aanwijzingen of opdrachten.

16

Artikel 6.4 Een raadslid houdt zich tijdens de vergadering aan het reglement van orde en volgt de aanwijzingen van de voorzitter op. Artikel 6.5 Een raadslid onthoudt zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief social media, van persoonlijke uitingen over individuele ambtenaren in vergaderingen en in het openbaar. Artikel 6.6 Raadsleden gedragen en tonen zich representatief als vertegenwoordiger van de gemeente Altena.

7. Naleving van de gedragscode Naast het vaststellen ervan is het van belang dat er op wordt toegezien dat de Gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de code zijn immers de regels en waarden vastgelegd waaraan het handelen van raadsleden minimaal moet voldoen. Artikel 7.1 De raad ziet er op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de Gedragscode naleven. Artikel 7.2 Een raadslid dat twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de code zou kunnen zijn, wint hierover advies in bij de griffier. Artikel 7.3 Als een raadslid vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een ander raadslid of een wethouder, dan bespreekt hij dit met het betreffende raadslid of de wethouder. Als het vermoeden daarmee niet wordt weggenomen, kan hiervan melding worden gedaan bij de burgemeester. Als het vermoeden zich richt op de burgemeester, doet het raadslid de melding bij de plaatsvervangend raadsvoorzitter. Artikel 7.4 In het geval er een concreet vermoeden is dat een raadslid een regel van de Gedragscode heeft overtreden, kan de burgemeester besluiten een onderzoek hiernaar te doen verrichten. De burgemeester wordt hierin ondersteund door de ambtelijk integriteitscoördinator en zo nodig een extern gecertificeerd onderzoeksbureau.

Betreft het vermoeden de persoon van de burgemeester dan treedt de waarnemend voorzitter van de gemeenteraad in samenspraak met de commissaris van de Koning in de positie om te besluiten tot een onderzoek. Artikel 7.5 De gemeenteraad bespreekt het thema integriteit tenminste twee maal per raadsperiode. De actualiteit van de Gedragscode wordt daarbij in ogenschouw genomen. Burgemeester en wethouders zijn bij deze bespreking aanwezig.

17

8. Burgemeester en wethouders In aanvulling op de hoofdstukken 1 tot en met 7 zijn de in dit hoofdstuk opgenomen regels specifiek van toepassing op de burgemeester en de wethouders. Deze regels hebben betrekking op voorkomen van belangenverstrengeling, het omgaan met uitnodigingen van derden en het ondernemen van buitenlandse dienstreizen. Extra regels voorkomen van belangenverstrengeling Artikel 8.1 Een wethouder meldt een voornemen tot aanvaarding (of aanhouden) van een nevenfunctie aan de gemeentesecretaris om samen een afweging te maken of de nevenfunctie kan bestaan naast het wethouderschap. De volgende afwegingen zijn hierbij van belang: • tussen het wethouderschap en de nevenfunctie mag geen belangenverstrengeling optreden of de schijn daarvan worden gewekt, • het vervullen van de nevenfunctie mag geen afbreuk doen aan het aanzien van het wethouderschap, • de nevenfunctie mag niet zoveel tijd kosten dat het functioneren als wethouder in het geding komt, • de (hoogte van de) honorering van de nevenactiviteiten mag geen aanleiding geven tot discussies. Artikel 8.2 De burgemeester en de wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. Artikel 8.3 De burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de commissaris van de Koning.

Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester. Artikel 8.4 Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester, dan wel wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. Artikel 8.5 Burgemeester en wethouders vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oudbestuurders en bevriende relaties zijn betrokken. Artikel 8.6 Burgemeester en wethouders stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren de raad regelmatig over de toepassing in de praktijk. Artikel 8.7 Het college van burgemeester en wethouders draagt de burgemeester en een wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

18

Extra regels omgaan met uitnodigingen van derden Artikel 8.8 De burgemeester en wethouders sturen uitnodigingen, die zij van derden hebben ontvangen, door naar het bestuurssecretariaat zodat deze in het college besproken kunnen worden. Het betreft hier uitnodigingen voor lunches, diners, recepties, werkbezoeken, evenementen en excursies. Tijdens de bespreking wordt besloten of op de uitnodiging wordt ingaan. Een voorwaarde om op een uitnodiging in te gaan is dat deze functioneel, sober en in het belang van de gemeente is en dat een mogelijke belangenverstrengeling minimaal is. Extra regels ondernemen van buitenlandse dienstreizen Artikel 8.9 Een burgemeester respectievelijk een wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. Bij een voornemen om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen meldt hij dit ook. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening. Het college van burgemeester en wethouders betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.

Artikel 8.10 Een burgemeester respectievelijk een wethouder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 8.11 Voor de toepassing van de artikelen 8.9 en 8.10 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland.

Deze Gedragscode is vastgesteld door de gemeenteraad van Altena op 23 mei 2023. De raadsgriffier,

de voorzitter,

Drs. S.J. Peet

Drs. E.B.A. Lichtenberg MCM

19

Bijlage 2: Leidraad gesprek burgemeester met raads- en burgerleden 1.

Welkom en introductie - Doel van het gesprek toelichten - Vertrouwelijk karakter - Handreiking integriteit is leidraad voor raads- en burgerleden

2.

Algemeen - Zijn er zaken die je op voorhand aan de orde zou willen stellen? (zowel uit verleden, heden als in de toekomst) - In de handreiking staan de volgende begrippen centraal: dienstbaarheid, onafhankelijkheid, rolbewustzijn, openheid, terughoudendheid, betrouwbaarheid, zorgvuldigheid. Welke betekenis hebben deze voor jou? (verwijs naar de voorbeelden in de handreiking)

3.

Relatie met de gemeente - Arbeidsverleden: heb jij of heeft jouw partner in het verleden gewerkt bij de gemeente of opdrachten voor de gemeente uitgevoerd? - Conflicten: heb je als privépersoon lopende conflicten met de gemeente of lopen er nog juridische procedures? - Belangen: heb je als privépersoon of heeft een familielid (financiële) belangen die van invloed zijn op jouw relatie met de gemeente (grondpositie, pacht, huur van de gemeente)? - Zakelijke relaties: heb jij of heeft jouw partner zakelijk relaties (vanuit het werk) met de gemeente of zouden die mogelijk in de toekomst kunnen ontstaan?

4.

Nevenfuncties - Zijn de door jou opgegeven nevenfuncties actueel? - Heb je in de nevenfuncties mogelijk contacten met de gemeente? - Hoe combineer je jouw verschillende posities? Betekent het iets voor betrokkenheid in fractie of raad, woordvoerderschap, contact met ambtenaren?

5.

Informatie / aannemen van geschenken - Heb je (achteraf) weleens de ervaring dat inwoners of bedrijven jou of andere raadsleden benaderen met een andere bedoeling dan op het eerste gezicht duidelijk is (‘gevoel dat je voor een karretje gespannen bent’)? Hoe kun je voorkomen dat jij of collega’s in die positie komen? - Ben je wel eens geconfronteerd met aangeboden geschenken of uitnodigingen van partijen die belang hebben bij een gemeentelijk besluitvormingsproces?

6.

Ondermijning - In hoeverre denk je signalen van ondermijning te kunnen herkennen? - Wat is jouw inschatting van je weerbaarheid tegen ondermijning?

7.

Ervaringen met integriteit - Ervaringen: heb je in de afgelopen jaren ervaringen met integriteitskwesties? Persoonlijk of binnen de fractie? - Bedreigingen: ben je wel eens geïntimideerd of bedreigd en hoe ben je daar mee omgegaan? - Chantabel: zijn er gedragingen of voorvallen waardoor je chantabel zou kunnen zijn?

8.

Tot slot - Zijn er zaken die in het gesprek niet aan de orde zijn geweest? - Vind je dat er binnen de raad en de gemeentelijke organisatie voldoende aandacht is voor het thema integriteit?

20

Bijlage 3: Wettelijke regels Gemeentewet artikel 12 Openbaarmaking andere functies dan raadslid 1. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen. 2. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot raadslid of aanvaarding van een functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis artikel 13 Onverenigbare functies 1. Een lid van de raad is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid van de rekenkamer; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van die gemeente. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat: a.

aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. 3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder o, kan een lid van de raad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht. artikel 14 Eed en verklaring en belofte Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!) ".

21

artikel 15 Verboden handelingen en Gedragscode 1. Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; 4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; 6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente. 2. Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen. 3. De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast. artikel 28 Deelnemen aan stemmingen 1.

Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort. 2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 3. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje. 4. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. 5. Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden. artikel 170 De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente 1. De burgemeester ziet toe op: a. een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling en uitvoering zijn betrokken; b. een goede samenwerking van de gemeente met andere gemeenten en andere overheden; c. de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie; d.

een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften; e. een zorgvuldige behandeling van klachten door het gemeentebestuur. 2. De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente. 3. De burgemeester bevordert overigens een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden.

Provinciewet artikel 182, lid 1 sub c De commissaris is, volgens regels te stellen bij een door de regering gegeven ambtsinstructie, belast met het adviseren en bemiddelen bij verstoorde bestuurlijke verhoudingen in een gemeente en wanneer de bestuurlijke integriteit van een gemeente in het geding is. 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12699267/1