Eindversie protocol geheimhouding en beslotenheid
Tekst van het document
April 2023
1. Aanleiding en doelstelling protocol geheimhouding en beslotenheid 2. Het kader voor openbaarheid en geheimhouding 3. De vuistregels geheimhouding en beslotenheid 4. Geheimhouding in de praktijk: de belangrijkste aandachtspunten 5. Bijlage I: wettelijke bepalingen
Openbaarheid van bestuur is een kernwaarde voor onze democratie. Vanuit de Wet open overheid (Woo) is het uitgangspunt dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie: alle overheidsinformatie is in beginsel openbaar. Transparantie is ook in Altena belangrijk, blijkt onder andere uit de Altenacode. Toch kan het voorkomen dat er geheimhouding opgelegd moet worden op informatie. Het is belangrijk dat het opleggen van geheimhouding zorgvuldig gebeurt. Het is daarom goed heldere afspraken te maken over in welke gevallen en volgens welke werkwijze geheimhouding wordt opgelegd en deze afspraken regelmatig tegen het licht te houden. Hierdoor blijven bestuur en organisatie scherp op dit aspect en kan men hierop terugvallen. De werkwijze geheimhouding komt immers niet elke dag voor, aangezien het uitgangspunt openbaarheid is. Dit protocol gaat over hoe we omgaan met de geheimhouding van informatie en het verstrekken van informatie waar een verplichting tot geheimhouding is opgelegd aan, van en tussen de gemeenteraad, het college, burgemeester (als bestuursorgaan), de Altenarondes, de Altenatafels, het presidium en andere door de raad ingestelde commissies als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet. Per 1 april 2023 zijn de geheimhoudingsbepalingen in de Gemeentewet veranderd. Deze wijzigingen zijn in dit protocol geheimhouding en beslotenheid meegenomen.
Hierdoor voldoet het protocol aan de nieuwe geheimhoudingsbepalingen. Waarover gaat het precies? --> -
Informatie opgenomen in schriftelijke documenten of mondeling verstrekte of gewisselde (beeld) informatie. Let op: dit protocol gaat expliciet over het uitwisselen van informatie met een verplichting tot geheimhouding tussen bestuursorganen zoals bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet.
Over wie gaat het precies? --> -
-
-
Het college van burgemeester en wethouders; De burgemeester; Raadsleden en burgerleden; Hierbij geldt dat wanneer er in het protocol wordt gesproken over raadsleden, het hier ook de burgerleden betreft. Leden van andere door de raad ingestelde commissies als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; Ambtenaren die betrokken zijn bij informatie met een verplichting tot geheimhouding die uitgewisseld wordt tussen bestuursorganen zoals bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; Medewerkers van de griffie.
Het protocol wordt opgesteld door de griffie en vastgesteld door het presidium, gehoord hebbende het college van B&W en de directie van de gemeente Altena.
Vertrekpunt: alle overheidsinformatie is in beginsel openbaar Als het om de openbaarheid van gemeentelijke informatie gaat, kan het niet genoeg benadrukt worden: alle overheidsinformatie is in beginsel openbaar. Transparantie van overheidshandelen en bijbehorende informatie is een belangrijke basis voor een democratie. Daarom ook is het onttrekken van informatie aan de openbaarheid - en dus ook geheimhouding opleggen - niet eenvoudig: het is een zwaar middel, het vergt extra handelingen en besluitvormingsmomenten. Het kent bovendien een strafrechtelijke kant als het misgaat. Naast wet- en regelgeving telt op dit punt ook heel sterk een aspect van de bestuurscultuur: raad en college dienen uit te stralen dat openbaarheid een belangrijke bestuurlijke waarde is en daar ook naar te handelen. Twee wettelijke kaders Voor geheimhouding en openbaarheid zijn twee wettelijke kaders van toepassing: de Gemeentewet en de Wet open overheid (Woo). Omdat er twee wettelijke kaders zijn is het zaak een duidelijk onderscheid te maken wat waarvoor wordt gebruikt. De Gemeentewet gaat over de relatie tussen gemeentelijke organen zoals college – raad, de Woo over de relatie bestuur – burger. In de Gemeentewet wordt gesproken over het opleggen en opheffen van de verplichting tot geheimhouding en het verstrekken van geheime informatie aan andere organen.
In de Woo gaat het om actieve en passieve openbaarmaking van overheidsinformatie. In dit protocol wordt met name ingegaan op geheimhouding (Gemeentewet). De Gemeentewet regelt onder meer de informatie uitwisseling tussen college of burgemeester enerzijds en gemeenteraad of commissie anderzijds. Ook regelt de Gemeentewet de uitwisseling van informatie van de raad aan een commissie en andersom. Elk van deze actoren kan op informatie geheimhouding opleggen waarbij de Gemeentewet regelt hoe dat moet en hoe de geheimhouding kan worden opgeheven. In de Gemeentewet is ook geregeld hoe en onder welke omstandigheden in beslotenheid wordt of kan worden vergaderd door raad, commissies (in Altena onder andere de Altenaronde en Altenatafel) en college. Het Woo-kader heeft betrekking op de relatie tussen het bestuur en de burger. In de meeste gevallen gaat het dan om de relatie tussen “de gemeente” en een burger of bijvoorbeeld een journalist. De Woo maakt een onderscheid tussen actieve openbaarmaking en passieve openbaarmaking. Dit laatste komt voor wanneer informatie bijvoorbeeld door een burger wordt opgevraagd. Bij informatie waarvan het bestuursorgaan meent dat deze niet voor de openbaarheid bedoeld is, kan het bestuursorgaan besluiten de informatie niet te verstrekken op grond van de Woo.
Dat dient een expliciet besluit te zijn, dat ook alleen door of namens het bevoegde gezag genomen wordt. In de praktijk is dat vooral het college of de burgemeester. Onderbouwing: Woo-verzoeken en geheimhouding vereisen expliciete besluiten Elk besluit met betrekking tot het opleggen van een verplichting tot geheimhouding behoort op grond van artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht (Awb) te worden onderbouwd. In de Woo staan
in de artikelen 5.1, eerste en tweede lid, een aantal redenen waarop een besluit tot geheimhouding/het niet verstrekken van overheidsinformatie kan worden gebaseerd (zie bijlage). In de Gemeentewet wordt in artikel 87 voor het opleggen van geheimhouding verwezen naar gronden die in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo worden genoemd. Een voorstel om een verplichting tot geheimhouding op te leggen ten aanzien van informatie moet aansluiting zoeken bij deze gronden – en dan zo concreet mogelijk: alleen het begrip “financieel belang” aanhalen is bijvoorbeeld niet voldoende. Het is overigens niet alleen juridisch van belang scherp aan te geven welke informatie in een document geheim is en waarom, maar zeker zo belangrijk is de politieke context. Wanneer de gemeenteraad beschikt over geheime informatie, kan zij daarover niet in de openbaarheid spreken of uit deze informatie putten. Er kan en mag niets over worden gezegd in de openbaarheid. Een al te omvangrijke duiding van het geheime karakter van de informatie leidt er dan toe dat de raad daarmee monddood is geworden. Samengevat, zowel vanuit juridisch als politiek oogpunt is het van belang scherp te duiden welk gedeelte van informatie geheim of niet geheim is (wat), en dat goed te motiveren (waarom). Sancties op schending geheimhouding Wie de geheimhouding schendt, kan strafrechtelijk worden vervolgd.
Dat is helder geregeld. Burgemeesters, wethouders, raadsleden en commissieleden die de geheimhouding schenden, begaan een zogeheten ambtsmisdrijf. Iedereen kan in een dergelijk geval aangifte doen. Na aangifte besluit het Openbaar Ministerie om wel of niet tot vervolging over te gaan. In geval van vervolging oordeelt de rechter uiteindelijk of er sprake is van een strafbaar feit en eventueel de sanctie. Ambtenaren die de geheimhouding schenden handelen in strijd met de Ambtenarenwet en kunnen eveneens worden vervolgd. Duidelijkheid voor alle betrokkenen Omdat het opleggen van een verplichting tot geheimhouding een ingrijpend besluit is, is een zorgvuldige procedure vereist. Alle betrokkenen – ambtenaren, collegeleden, raadsleden, commissieleden – moeten daarvan op de hoogte zijn. Dan weet iedereen ook waar hij of zij zich aan te houden heeft en kan er geen onduidelijkheid bestaan of over bepaalde informatie nu wel of niet in openbaarheid kan worden gesproken.
1. Dit protocol gaat over het uitwisselen van informatie met een verplichting tot geheimhouding tussen bestuursorganen. Informatie met een verplichting tot geheimhouding aan, van en tussen de gemeenteraad, het college, burgemeester (als bestuursorgaan), de Altenarondes, de Altenatafels, het presidium en andere door de raad ingestelde commissies als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet. 2. Geheimhouding heeft betrekking op informatie opgenomen in documenten of mondeling verstrekte of gewisselde (beeld)informatie Onder andere raadsvoorstellen, raadsinformatiebrieven of bijlagen daarbij. 3. Alle overheidsinformatie is in beginsel openbaar Transparantie van de overheid is een pijler van en kernvoorwaarde voor de democratie. Dit betekent dat er goede redenen moeten zijn voor de geheimhouding van informatie. De wet stelt niet voor niets een kader van strenge eisen aan de geheimhouding van informatie. 4. Geheimhouding opleggen is een wettelijk geregelde bevoegdheid Deze bevoegdheid is in de Gemeentewet slechts toegekend aan de raad, het college, de burgemeester en aan commissies als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet. Dit kunnen zowel raadscommissies, adviescommissies als bestuurscommissies zijn. Zulke (raads-)commissies in de gemeente Altena zijn bijvoorbeeld, de Altenarondes, de Altenatafels, de auditcommissie of de werkgeverscommissie. 5.
Een goede onderbouwing is vereist bij het opleggen van geheimhouding De onderbouwing is helder, zo specifiek mogelijk en gegrond op één of meer belangen genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid. De oplegging van geheimhouding moet daarnaast voldoen aan de overige (procedurele) eisen vanuit de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. 6. Er zijn slechts twee niveaus van openbaarheid: in beginsel openbaar en geheim Informatie is geheim of in beginsel openbaar. Iets daartussen is er formeel niet. Wanneer er geen gebruik is gemaakt van de wettelijke bevoegdheid tot het opleggen van geheimhouding, is informatie in beginsel openbaar. Hiervoor gelden slechts de uitzonderingen vanuit de Wet open overheid. Tussenvarianten als ‘vertrouwelijk’ hebben geen formele status en worden daarom, in relatie tot het uitwisselen van geheime informatie tussen bestuursorganen als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet, niet gebruikt. 7. De verplichting tot geheimhouding moet duidelijk zijn Een verplichting tot geheimhouding wordt vermeld op de informatie waarvoor geheimhouding geldt. Mocht de informatie niet schriftelijk worden aangeboden, dan moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt.
8. Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat degene die de verplichting heeft opgelegd deze opheft, tenzij de informatie waar geheimhouding is opgelegd met de raad wordt gedeeld Wanneer de verplichting is opgelegd door een commissie dan kan ook het orgaan dat deze commissie heeft ingesteld deze verplichting tot geheimhouding opheffen. Indien informatie waarop geheimhouding is opgelegd met de raad wordt gedeeld is slechts de raad bevoegd tot het opheffen van geheimhouding. 9. Bij het delen van informatie met een verplichting tot geheimhouding met de raad, mogen andere organen hierover geen informatie meer delen of de verplichting tot geheimhouding opheffen Vanaf het moment van kennisneming hiervan bij de raad, is de raad als enige bevoegd om beslissingen te nemen over de geheime status van deze informatie. Zolang de raad niets doet, blijft de geheimhouding in stand. De geheimhouding geldt totdat de raad het opheffingsbesluit heeft genomen. Het uitgangspunt is dat hiervoor een apart raadsvoorstel wordt opgesteld. 10. De informatiepositie van raadsleden moet gelijk zijn Het college of de burgemeester verstrekt informatie met een verplichting tot geheimhouding aan de gehele raad. Ook wanneer de informatie wordt opgevraagd door een individueel raadslid. 11. Vergaderingen van de gemeenteraad, de Altenaronde en Altenatafel zijn in principe openbaar.
De leden van de vergadering besluiten tot beslotenheid Zij zijn bij te wonen, live te bekijken via televisie, stream en/of terug te luisteren en/of zien. Het presidium draagt zorg voor de voorbereiding van een (besloten) vergadering. Het uitgangspunt is dat bij informatie waarop een verplichting tot geheimhouding geldt een aparte vergadering wordt belegd. Conform artikel 19 van de Gemeentewet moet in het openbaar een aankondiging worden gedaan van een te houden vergadering. Bij aanvang van die vergadering besluiten de deelnemers aan de vergadering of deze daadwerkelijk met gesloten deuren wordt gedaan. De griffie stopt een eventuele livestream, maar handhaaft ten minste de audio-opname, conform de regeling op de vergaderingen en werkzaamheden van de gemeenteraad. Toeschouwers wordt gevraagd de zaal te verlaten en de deuren worden gesloten. 12. Voor een besloten vergadering gelden niet dezelfde regels als voor geheime documenten Zodra er sprake is van een besloten vergadering is hetgeen dat in deze besloten vergadering besproken wordt van rechtswege geheim. Hier is geen expliciet besluit voor nodig, zoals dat bij bestuurlijke documenten wel het geval is. De audioregistratie is ook van rechtswege geheim en wordt alleen openbaar gemaakt wanneer de geheimhouding wordt opgeheven. De raad besluit hiertoe. 13.
Raads- en burgerleden mogen alle geheime informatie inzien Het college en/of de burgemeester (als bestuursorgaan) geven de raad alle informatie die de
raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Zij geven zo spoedig mogelijk de mondeling of schriftelijk door één of meer leden gevraagde informatie die onder het orgaan berust. Het college mag alleen informatie weigeren te verstrekken als en zolang het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang (bijvoorbeeld wanneer de veiligheid ernstig in het geding is). De verstrekte informatie waarop een verplichting tot geheimhouding geldt is voor raads- en burgerleden beschikbaar in het raadsinformatiesysteem. 14. Iedereen die toegang heeft tot de geheime informatie, houdt de informatie geheim Schending van geheimhouding is een ambtsmisdrijf (zie ook artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Dit geldt ook voor informatie waarvan men kan vermoeden dat het om geheime informatie gaat of wanneer er onzorgvuldig wordt omgegaan met informatie waarop een verplichting tot geheimhouding ligt, of met inloggegevens die daartoe toegang geven. 15. Geheime informatie die met de raad is gedeeld, kan vervolgens alleen nog door de raad met anderen (dan waarmee reeds gedeeld) worden gedeeld De raad heeft de mogelijkheid hier zelf nadere regels over te stellen. 16. Voor de procedure rondom de (her)benoeming van de burgemeester gelden afzonderlijke regels Op grond van de Gemeentewet en de regeling op de vergaderingen en werkzaamheden van de gemeenteraad.
Wie kunnen geheimhouding opleggen? De burgemeester (als bestuursorgaan), het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en door de raad ingestelde commissies als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet (bijvoorbeeld de Altenaronde, Altenatafel, Rekenkamercommissie, Auditcommissie of Bezwaarschriftencommissie) kunnen geheimhouding opleggen. Artikel 87 Gemeentewet is hiervoor de grondslag. Waarop kan geheimhouding worden opgelegd? Geheimhouding wordt opgelegd op informatie. Dit kunnen concrete documenten zijn, zoals een raadsvoorstel en eventuele bijlagen daarbij. Hiervoor is een besluit nodig. Hetgeen wat besproken wordt (mondeling of via beelden) in een besloten vergadering is van rechtswege geheim. Hiervoor is geen besluit nodig. Is het opleggen van geheimhouding altijd nodig? Het uitgangspunt is dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Transparantie is een kernwaarde voor onze democratie. Het opleggen van geheimhouding op informatie is in die zin een zwaar middel. Mede daarom is het essentieel altijd de afweging te maken of het echt noodzakelijk is een verplichting tot geheimhouding op te leggen op de informatie of dat er kan worden volstaan met het verstrekken van een deel van de informatie zonder dat dit ten koste gaat van datgene wat over de inlichtingenplicht in artikel 169 van de Gemeentewet staat.
Moet de raad geheimhouding bekrachtigen? Sinds de wijzigingen in de Gemeentewet per 1 april 2023 is geen bekrachtiging door de raad meer nodig bij informatie waarop door een ander gemeentelijk orgaan (zoals het college of de burgemeester) geheimhouding is opgelegd. Wie zorgt ambtelijk voor voorstellen oplegging geheimhouding op stukken? Het opleggen van geheimhouding op stukken van het college of van de burgemeester op grond van artikel 87 van de Gemeentewet wordt voorbereid door de ambtelijk opsteller. Het opleggen van geheimhouding door de raad op grond van artikel 87 Gemeentewet wordt voorbereid door de griffie. In alle gevallen geldt dat geheime informatie als zodanig expliciet gemarkeerd moet worden door er een aanduiding “geheim” op te zetten. Wat is een goede onderbouwing voor geheimhouding? Voor het opleggen van geheimhouding op informatie moet de noodzaak van de geheimhouding goed worden onderbouwd (motivering). Dat vereist een juiste verwijzing naar de betreffende artikelen uit de Gemeentewet (voor college, burgemeester, raad, commissie). Inhoudelijk gelden slechts de belangen als genoemd in artikel 5.1 eerste en tweede lid van de Wet open overheid (de Woo) als mogelijke gronden voor geheimhouding. Het kan zijn dat van een bepaald voorstel niet alle informatie/stukken onder de geheimhouding hoeven te vallen.
In het raadsvoorstel en –besluit of de raadsinformatiebrief moet precies worden
aangegeven (alinea, bijlage, beslispunt, etc. ) wat onder de geheimhouding valt. Dit kan bijvoorbeeld door van de geheime informatie een aparte bijlage te maken. Let op: het kan niet om informatie gaan, die al eerder openbaar is geweest. Hoe worden geheime stukken aan de raad beschikbaar gesteld? Namens het college biedt het Bestuurssecretariaat de stukken bij de griffie aan. In de regel betreft het een raadsvoorstel met eventuele bijlagen, een raadsinformatiebrief met eventuele bijlagen of, als er geen raadsvoorstel of raadsinformatiebrief is, een Memo vanuit het college met eventuele bijlagen. Wanneer het informatie betreft waarop door het college geheimhouding is opgelegd, stelt de griffie deze informatie beschikbaar aan de leden van de gemeenteraad via het raadsinformatiesysteem. Geheime informatie wordt vanzelfsprekend niet openbaar gepubliceerd. Kan geheime informatie slechts aan een individueel raadslid worden verstrekt? Het uitgangspunt (artikel 88 Gemeentewet) is dat informatie waar geheimhouding voor geldt niet slechts aan enkele raadsleden, maar aan de gehele raad moet worden verstrekt. Wanneer bijvoorbeeld een individueel raadslid informatie opvraagt waarop door het college een verplichting tot geheimhouding wordt gelegd, dan verstrekt het college deze geheime informatie met een raadsinformatiebrief aan de gehele raad.
Wie zorgt voor het opleggen van geheimhouding op mondeling verstrekte of gewisselde informatie? Zodra er sprake is van een besloten vergadering is datgene wat in deze besloten vergadering besproken wordt van rechtswege geheim. Hier is geen expliciet besluit voor nodig. De griffie maakt van de besloten vergadering wel een audio-opname. Deze audio-opname is ook van rechtswege geheim en kan alleen openbaar worden gemaakt wanneer de geheimhouding wordt opgeheven. De raad besluit hiertoe. Hoe lang duurt de geheimhouding en wie heft deze op? Aan de verplichting tot het opleggen van geheimhouding zit geen vervaltermijn. Geheimhouding blijft bestaan tot het moment dat het orgaan, dat de geheimhouding heeft opgelegd, deze weer opheft. Gaat het om door de raad opgelegde geheimhouding of geheime informatie die met de raad is gedeeld, dan is de raad het enige orgaan dat de geheimhouding kan opheffen. De geheimhouding geldt in dat geval totdat de raad het opheffingsbesluit heeft genomen. Het uitgangspunt is dat hiervoor een apart raadsvoorstel wordt gemaakt. Registratie De griffie registreert alle stukken waarop door de raad geheimhouding is opgelegd dan wel door de raad is opgeheven. Dit register is te vinden in het raadsinformatiesysteem. Eens per jaar wordt door de griffie nagegaan in de ambtelijke organisatie in hoeverre de geheimhouding moet blijven gelden.
Voor wie geldt de geheimhouding? De geheimhouding geldt voor iedereen die kennis heeft van de geheime informatie. Dus naast de burgemeester, de wethouders en de raadsleden, ook de burgerleden, de medewerkers van de organisatie en de griffie. Geheimhouding blijft ook gelden als iemand niet meer die functie heeft.
Gemeentewet Artikel 23 Openbaarheid van raadsvergaderingen 1. De vergadering van raad wordt in het openbaar gehouden. 2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of voorzitter het nodig oordeelt. 3. De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad anders beslist. 5. De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterweg voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 25 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang. Artikel 24 Verboden besluiten tijdens besloten vergaderingen In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. de toelating van nieuw benoemde leden; b. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening c. de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke belastingen en d. de benoeming en het ontslag van wethouders.
Artikel 87 De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust. Artikel 88 1. De raad kan informatie ten aanzien waarvan krachtens artikel 23, vierde lid, een verplichting tot geheimhouding geldt of hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan het college, de burgemeester, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 2. Het college kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd verstrekken aan de raad, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 3. De burgemeester kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de burgemeester en de rekenkamer. 4. Een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de burgemeester en de rekenkamer. 5.
Indien het college of de burgemeester overeenkomstig het tweede of derde lid informatie verstrekt aan een commissie waarin leden van de raad zitting hebben, verstrekt het college of de burgemeester die informatie tevens aan de raad. 6. Indien het college, de burgemeester of een commissie overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid informatie verstrekt aan de raad, kan de raad die informatie verstrekken aan anderen. De raad kan regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt. Artikel 89 1.Een verplichting tot geheimhouding wordt vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in
schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt. 2. Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen. 3. Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. 4. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van het derde lid voort totdat de raad haar opheft. 5. Een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat in strijd handelt met het tweede lid kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt. Artikel 169 Verantwoording en informatieplicht 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3.
Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met openbaar belang. 4. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van bevoegdheden, bedoeld in art. 160, 1e lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van college te brengen. 5. Indien de uitoefening van bevoegdheid, bedoeld in art. 160, 1e lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het ter zake genomen besluit. Wet open overheid Artikel 5.1. Uitzonderingen 1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: a.de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b.de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; d.
persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; e. nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt. 2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a.de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties; b.de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter; c.de opsporing en vervolging van strafbare feiten; d.de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e.de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
f.de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens; g.de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft; h.de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage; i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. 3. Indien een verzoek tot openbaarmaking op een van de in het tweede lid genoemde gronden wordt afgewezen, bevat het besluit hiervoor een uitdrukkelijke motivering. 4. Openbaarmaking kan tijdelijk achterwege blijven, indien het belang van de geadresseerde van de informatie om als eerste kennis te nemen van de informatie dit kennelijk vereist. Het bestuursorgaan doet mededeling aan de verzoeker van de termijn waarbinnen de openbaarmaking alsnog zal geschieden. 5. In uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie voorts achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden. 6.
Het openbaar maken van informatie blijft in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, in geval van milieu-informatie eveneens achterwege voor zover daardoor het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde belang ernstig geschaad wordt en het algemeen belang van openbaarheid van informatie niet opweegt tegen deze schade. 7. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu. Artikel 5.2. Persoonlijke beleidsopvattingen 1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. 2. Het bestuursorgaan kan over persoonlijke beleidsopvattingen met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie verstrekken in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt. 3.
Onverminderd het eerste en tweede lid wordt uit documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming door een minister, een commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten, een gedeputeerde, het college van burgemeester en wethouders, een burgemeester en een wethouder, informatie verstrekt over persoonlijke beleidsopvattingen in niet tot personen herleidbare vorm, tenzij het kunnen voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad. 4. In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
Algemene wet bestuursrecht Artikel 2:5 Geheimhoudingsverplichting 1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 2. Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen. Artikel 3:46 Een besluit dient te berusten op deugdelijke motivering. Wetboek van Strafrecht Artikel 272 Schending geheimhoudingsplicht 1. Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie. 2.
Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht. Grondwet Artikel 7 1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. 2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending. 3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden. 4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.