CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Uitgangspuntennotitie Nota Ruimtelijke Kwaliteit Altena - nov. 2020

Raadsvergadering 12 oktober 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Nota ruimtelijke kwaliteit3.565 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspuntennotitie Van

:

ing. S. la Grand MURb (Rho adviseurs), Annette van Wel en Ed Dirksen (gemeente Altena)

Project

:

Uitgangspuntennotitie Nota Ruimtelijke Kwaliteit Altena

Opdrachtgever :

Gemeente Altena

Datum

04 – 11- 2020

:

Uitgangspuntennotitie Nota Ruimtelijke Kwaliteit Altena 1. Aanleiding Door de gemeentelijke fusie op 1 januari 2019 is er momenteel geen eenduidig welstandsbeleid voor Altena. Op dit moment worden bouwaanvragen getoetst aan de welstandsregels van de drie voormalige gemeenten. Deze regels dienen voor 1 januari 2021 geharmoniseerd te worden op basis van Wet Arhi. Doen we dit niet, dan vervallen alle welstandsnota’s en kunnen we als gemeente vanaf 2021 niet voldoen aan de wettelijke bepaling dat iedere gemeente welstandsbeleid moeten hebben vastgesteld. Helaas is het ondanks goede voornemens niet haalbaar gebleken om voor die datum een compleet nieuw welstandbeleid in de vorm van een nieuwe Nota Ruimtelijke Kwaliteit (verder: NRK) op te stellen. Wij verwachten deze NRK in de loop van 2021 ter vaststelling aan te kunnen bieden. Als tijdelijke oplossing voor de tussenliggende periode vragen wij de raad om het bestaande beleid (welstandsnota’s en beeldkwaliteitsplannen) opnieuw vast te stellen. Tegelijk met deze vaststelling willen wij de raad onderhavige uitgangspuntennotitie aanbieden. De uitgangspuntennotitie volgt op de raadsinformatiebrief Nota ruimtelijke kwaliteit welke voor de zomer aan de raad is verzonden. Doel van de uitgangspuntennotitie is de raad van voldoende informatie te voorzien om wensen en bedenkingen mee te kunnen geven voor het vervolg.

Er zal in deze notitie achtereenvolgens aandacht worden besteed aan ons bestaande welstandsbeleid, andere beleidsstukken en regelingen die toezien op de ruimtelijke kwaliteit, twee scenario’s voor de toekomstige NRK en overige aandachtspunten voor het vervolg.

Wat is welstand? Wie in Nederland iets wil bouwen of verbouwen van enig formaat, heeft daarvoor vaak een omgevingsvergunning nodig. Wanneer de gemeenteraad een welstandsnota heeft vastgesteld, wordt de aanvraag voor de omgevingsvergunning ook getoetst aan redelijke eisen van welstand. Dit gebeurd sinds 2019 door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (verder: CRK). De CRK heeft een adviserende rol aan het college van burgemeester en wethouders over de architectuur van het gebouw, materialen, kleurgebruik, etc. Met de toetsing aan redelijke eisen van welstand is het algemeen belang gediend, want de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door de gevels van gebouwen en andere bouwwerken. Het

T:\Omgeving & Vastgoed\Team\Algemeen\Erfgoed (AW)\7. Nota ruimtelijke kwaliteit\3.Collegevoorstel RIB Uitgangspuntennotitie NRK\college 3 november 2020\Uitgangspuntennotitie Nota Ruimtelijke Kwaliteit Altena 04-11-2020_Rho.docx blz. 1

beschermen van de leefomgeving heeft niet alleen effect op het welbevinden van de gebruikers, maar verhoogt ook de waarde van onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat en de aantrekkelijkheid van de gemeente voor recreatie. Toch roepen welstandsregels vaak ook weerstand op bij initiatiefnemers. Dit is jammer, want welstand is door de jaren heen behoorlijk veranderd. De nadruk ligt nu vooral op het meedenken aan de voorkant om de kwaliteit van de planvorming te verbeteren. Eén en ander ook in de geest van de Omgevingswet. Vandaar dat er vaak niet meer wordt gesproken van welstands- en erfgoedcommissies maar van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en niet meer van welstandsbeleid maar van een Nota Ruimtelijke Kwaliteit.

2. Bestaand welstandsbeleid De gemeenteraden van Aalburg, Werkendam en Woudrichem vertrouwden erop dat de verantwoordelijkheid voor een aantrekkelijke, goed gebouwde omgeving voor een groot deel bij de inwoners zelf neergelegd kon worden. Daarbij had elke gemeente eigen welstandsbeleid met meer of minder vrijheid. Wij zullen hieronder een overzicht geven per voormalige gemeente. Waar er in dit hoofdstuk overigens wordt gesproken over welstandsbieden, worden gebieden bedoeld die ten behoeve van eerdere welstandsnota’s al uitgebreid geïnventariseerd en in kaart gebracht zijn.

Woudrichem De gemeente Woudrichem had een welstandsnota welke dateert uit 2006. Dit is in feite een gewijzigde nota uit 2004 waarin gedetailleerd de verschillende gebieden en verschillende welstandsniveaus waren vastgelegd. In de wijziging van 2006 is het grootste deel van de gemeente welstandsvrij verklaard. Alleen het Rijksbeschermd stadsgezicht van de vesting Woudrichem is opgenomen als welstandsgebied. Daarnaast is het welstandsbeleid voor monumenten van kracht gebleven. Het overige deel van deze voormalige gemeente is dus welstandsvrij. Er is wel een excessenregeling van kracht voor de welstandsvrije gebieden. Initiatieven werden getoetst door de monumentencommissie.

Werkendam Binnen het grondgebied van de voormalige gemeente Werkendam wordt getoetst aan de herziene Welstandsnota uit 2011. De welstandtoets is na de evaluatie in 2011 flink ingeperkt. Enkel zijn een aantal gebieden en objecten meegenomen die gelegen zijn binnen historische dorpse bebouwingslinten, historische stedelijke bebouwing en centrumgebieden, dijkbebouwing bij kernen, tuindorpen en –wijken, bedrijventerreinen op zichtlocaties, buitenplaatsen en landgoederen, boerenerven, agrarisch buitengebied: dijk- en lintbebouwing en bebouwingsclusters in agrarisch buitengebied. Daarnaast valt ook een aantal op zichzelf staande bebouwing zoals maatschappelijke gebouwen, monumenten en beeldbepalende panden onder de welstandstoets. Daarnaast kunnen er beeldkwaliteitsplannen als aanvullend welstandskader worden vastgesteld voor nieuw te ontwikkelen gebieden en er geldt alleen binnen de welstandsgebieden een excessenregeling (voor handhaving achteraf). De overige gebieden in deze voormalige gemeente zijn welstandsvrij en kennen dus ook geen excessenregeling. Initiatieven werden getoetst door de lokale erfgoedcommissie en de welstandscommissie (welke werd geleverd door de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant).

blz. 2

Enkele locaties binnen het welstandsgebied (zwart omkaderd) in Werkendam.

blz. 3

Aalburg Binnen het grondgebied van de voormalige gemeente Aalburg wordt getoetst aan de Welstandsnota uit 2013. Deze nota heeft nagenoeg dezelfde opbouw en werking als de nota van Werkendam. In deze nota is bepaald dat slechts specifieke gebieden en objecten onder de welstandstoets vallen. Het betreft gebieden en objecten die gelegen zijn in bijvoorbeeld historische dorpsgebieden, bebouwingslinten en – clusters, dijkbebouwing, bedrijventerrein met bedrijfswoning, parken en groengebieden, agrarisch buitengebied: oude en jonge ontginningen en een aantal op zichzelf staande bebouwing van voorzieningen. Daarnaast kunnen er beeldkwaliteitsplannen als aanvullend welstandskader worden vastgesteld voor nieuw te ontwikkelen gebieden en er geldt alleen binnen de welstandsgebieden een excessenregeling (voor handhaving achteraf). De overige gebieden in deze voormalige gemeente zijn welstandsvrij en kennen ook geen excessenregeling. Initiatieven werden getoetst door Monumentenhuis Brabant en de welstandscommissie (welke werd geleverd door de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant).

blz. 4

Enkele locaties binnen het welstandsgebied in Aalburg.

blz. 5

Voor de gemeente Altena betekent dit dat er op dit moment op welstand wordt getoetst binnen de volgende gebieden:

Bestaande welstandsgebieden in de gemeente Altena op basis van de drie welstandsnota’s (exclusief de monumenten).

blz. 6

3. Kwaliteitsbeleid en overige relevante wet- en regelgeving Naast specifiek welstandsbeleid, wat de architectonische verschijning, het materiaalgebruik en het kleurgebruik regelt, geldt er ook nog andere wet- en regelgeving waarmee op verschillende schaalniveaus en vanuit verschillende disciplines de ruimtelijke kwaliteit wordt bewaakt.

Monumentenbeleid Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten hebben los van welstand ook een eigen beschermingsregiem. Rijksmonumenten worden aangewezen krachtens de Erfgoedwet en gemeentelijke monumenten krachtens de gemeente Erfgoedverordening Altena (in werking getreden op 15 januari 2019). Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo) is een omgevingsvergunning benodigd voor:  Het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument of  het herstellen, gebruiken; of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht In het geval van gemeentelijke monumenten en kleine wijzigingen aan Rijksmonumenten is hierbij een positief van de CRK benodigd. In het geval van grotere wijzigingen aan Rijksmonumenten adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (verder: RCE). Het gaat dan bijvoorbeeld om sloop, ingrijpende wijzigingen en reconstructie. De beoordelingscriteria op grond van bovenstaande wetgeving gaan in het algemeen verder dan welstandscriteria. Maar er worden in principe geen eisen gesteld aan panden in de directe omgeving van het monument, welke afbreuk kunnen doen aan de beleving of zichtbaarheid/presentatie van een monument. Conclusie: voor de bescherming van aangewezen erfgoed geldt op basis van de erfgoedverordening een sterk beschermingsregiem los van welstand.

Dit beleid geldt echter op pandniveau voor monumenten maar niet op de directe omgeving daarvan. Welstandsbeleid kan hierop aanvullende regels stellen.

Beschermd stads- en dorpsgezicht Door het Rijk kunnen op basis van de Erfgoedwet ook beschermde stads- en dorpsgezichten worden aangewezen. Onder stads- en dorpsgezichten worden verstaan: “groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden”. Doel is om het historische karakter van een bepaald gebied te beschermen. De gebieden zijn vaak gewild om in te wonen en hebben een toeristische aantrekkingskracht. Op basis van de Wabo is in ieder geval een omgevingsvergunning verplicht voor sloop en tevens zijn er minder bouwactiviteiten vergunningvrij, ook al gaat het niet om een monument. Met name aan de voor- en zijgevels. Wanneer het gaat om een beschermd monument, hoort daar ook de gebruikelijke toets op het behoud van de monumentale waarde bij. Daarnaast wordt de bescherming van het beschermd gezicht in een bestemmingsplan geregeld. Toetsing van initiatieven vind ook in het geval van het Beschermd Stadsgezicht plaats door de CRK en RCE. In Altena is de vesting Woudrichem in 1972 aangewezen als Beschermd stadsgezicht. Conclusie: de bescherming van het beschermde stadsgezicht Vesting Woudrichem is geregeld via de Wabo en het bestemmingsplan.

Welstandsbeleid kan hierop aanvullende regels stellen.

Bestemmingsplannen Bestemmingsplannen kunnen een vrij gedetailleerde opzet hebben met veel bestemmingen en gedetailleerde vlakken voor de gebouwen, tuinen, erven en openbare ruimten. Door deze opzet wordt wel de stedenbouwkundige structuur in hoofdlijn gewaarborgd. De bestemmingsplannen voor de kernen in Altena hebben een dergelijke opzet. Ook zijn er vaak regels in het bestemmingsplan opgenomen ten aanzien van de bescherming van ter plekke aanwezige cultuurhistorische waarden, met name in het buitengebied en het

blz. 7

beschermd stadsgezicht. Dit gebeurd veelal via dubbelbestemmingen. Met die regels dient rekening gehouden te worden bij uitwerking van nieuwe ontwikkelingen. Daarbij moet worden toegelicht in hoeverre rekening gehouden wordt met de bijzondere waarden zoals bijvoorbeeld de Nieuwe Hollandse Waterlinie, molenbiotopen of archeologie. Een bestemmingsplan (en dus ook de borging van de cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden) wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het college van B&W doet vervolgens de inhoudelijke toetsing van ingediende initiatieven op basis van dit vastgestelde bestemmingsplan. Conclusie: In bestemmingsplannen is borging van ruimtelijke kwaliteit mogelijk met name van stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten. In bestemmingsplannen worden geen regels opgenomen over de architectonische verschijningsvorm van gebouwen en objecten. Welstandsbeleid kan hierop aanvullende regels stellen.

Brabantse omgevingsverordening Als het vanuit het beleid van de provincie nodig is om regels op te nemen voor ruimtelijke ontwikkelingen, dan staan die in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen.

Regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap Altena 2019 Deze regeling is een uitwerking van regels uit de Brabantse omgevingsverordening. Op basis van regels uit de Brabantse omgevingsverordening dient ieder plan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied vergezeld te gaan van een nadere verantwoording. In deze verantwoording dient onderbouwd te worden op welke wijze wordt bijgedragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. In de regeling zijn ambities en kwaliteiten benoemd en worden op basis van categorieën kwaliteitseisen meegegeven voor ontwikkelingen. Conclusie: Deze regeling op basis van provinciaal beleid beschermt vooral de landschappelijke kwaliteit bij ontwikkelingen. Denk hierbij aan landschappelijke inpassing van bebouwing en versterking van lokale specifieke groenstructuren.

4. Eén nieuwe Nota Ruimtelijke Kwaliteit: twee scenario’s Gemeenten zijn wettelijk verplicht om vastgesteld welstandbeleid te hebben. Hoe men dit beleid invult staat vrij. Er zijn meerdere scenario’s en varianten denkbaar, maar voor Altena hebben wij twee scenario’s voor de NRK uitgewerkt: ‘welstandsvrij’ en ‘welstandsvrij waar mogelijk, welstandstoets waar nodig’. Uiteraard kan er ook nog een derde scenario aan worden toegevoegd, namelijk het ‘volledig terugbrengen van welstand’. Dit is echter een variant die het college, met het coalitieakkoord in het achterhoofd en de landelijke tendens naar deregulering niet verder uitwerkt.

Scenario 1: We worden een welstandsvrije gemeente We kiezen er in dit scenario voor om welstandbeleid los laten en de verantwoordelijk bij de initiatiefnemer te leggen. Enkel het vesting Woudrichem (beschermd stadsgezicht) en de monumenten (waaronder de Nieuwe Hollandse Waterlinie) vallen nog onder welstand. Effecten/ uitwerking Individuele initiatiefnemers (buiten de vesting Woudrichem en monumenten): Voor wat betreft de snelheid van het vergunningsproces is er een voordeel. De stap naar de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit hoeft niet te worden genomen; De initiatiefnemer heeft veel vrijheid in het ontwerp van zijn plan; Er hoeven geen extra tekeningen te worden opgesteld voor de behandeling in de CRK. Dit bespaart kosten. Binnen het beschermd stadsgezicht en monumenten wordt er door een deskundige meegedacht over een goed ontwerp dat het meest recht doet aan de (historische) kwaliteiten ter plaatse.

blz. 8

Omgeving (buiten het beschermd stadsgezicht en monumenten): Voor de omgeving is er minder rechtszekerheid omdat niet meer vooraf gestuurd wordt op welstandsaspecten, behalve binnen de vesting Woudrichem en bij monumenten; Mogelijk een lagere architectonische kwaliteit bij nieuwe bouwinitiatieven in het welstandsvrije gebied. Sturing via andere instrumenten Natuurlijk gelden dan nog steeds de instrumenten zoals in hoofdstuk 3 zijn benoemd zoals de aanwijzing van monumenten, het opstellen van stedenbouwkundige randvoorwaarden bij nieuwe ontwikkelingen en het sturen op ruimtelijke kwaliteit binnen bestemmingplannen. Daarnaast kan er voor gekozen worden om weliswaar een welstandsvrije gemeente te worden, maar dan wel met de mogelijkheid om beeldkwaliteitsplannen (bij grotere nieuwe ontwikkelingen) vast te blijven stellen en om op hele grote afwijkingen achteraf te kunnen acteren via een excessenregeling.

Scenario 2: Welstandsvrij waar mogelijk, welstandstoets waar nodig We blijven voor het grootste deel welstandsvrij met uitzondering van vesting Woudrichem, monumenten en overige kernen en structuren met historische kwaliteiten. Er wordt gezocht naar een nieuw evenwicht waarbij het uitgangpunt ‘welstandsvrij waar mogelijk, welstandstoets waar nodig’ wordt vastgehouden, maar dan vooral gericht op de bescherming van de gebieden met een historisch karakter en kenmerkende stedenbouwkundige structuren. Dit betekent dat er enkele welstandsgebieden komen te vervallen die vanuit historisch oogpunt geen onderscheidende kwaliteit hebben (bijv. bedrijventerreinen, op zich zelf staande bebouwing: voorzieningen, boerenerven, parken of groengebieden). Er vindt dus een heroverweging plaats van zowel de aangewezen als de welstandsvrije gebieden. Er zou nog een gradatie/weging kunnen worden aangebracht ten aanzien van de toetsing (bijvoorbeeld van soepel tot streng). Echter is het uitgangspunt in scenario 2 om enkel de meest waardevolle en kwetsbare gebieden te beschermen. Voorgesteld wordt dan ook om in dit scenario uniform te toetsen volgens één toetsingsniveau en om zoveel mogelijk met vaste welstandscriteria te werken. Effecten/ uitwerking Individuele initiatiefnemer: voor wat betreft de snelheid van het vergunningsproces is er een klein voordeel.

De stap naar de CRK hoeft in veel gevallen niet te worden genomen; Er hoeven geen extra tekeningen te worden opgesteld voor de behandeling in de CRK. Dit bespaart kosten; Binnen het beschermd stadsgezicht en monumenten wordt er door een deskundige meegedacht over een goed ontwerp dat het meest recht doet aan de (historische) kwaliteiten ter plaatse. Omgeving: Mogelijk een lagere architectonische kwaliteit bij nieuwe bouwinitiatieven in het welstandsvrije gebied; Meer rechtszekerheid voor de omgeving in de aangewezen welstandsgebieden met historische kwaliteiten omdat er vooraf gestuurd wordt op kwaliteit van bebouwing. Sturing via andere instrumenten Natuurlijk gelden dan nog steeds de instrumenten zoals in hoofdstuk 3 zijn benoemd zoals de aanwijzing van monumenten, het opstellen van stedenbouwkundige randvoorwaarden bij nieuwe ontwikkelingen en het sturen op ruimtelijke kwaliteit binnen bestemmingplannen.

blz. 9

Daarnaast kunnen -indien de raad dit wenst- aan dit scenario enkele gebieden of objecten worden toegevoegd met een bijzondere ruimtelijke kwaliteit zoals een tuindorp, landgoed, dijklinten of bijzondere boeren erven dan wel op zichzelf staande bebouwing. Bij toevoeging van dergelijke gebieden kan de keuze voor 2 welstandsniveaus uitkomst bieden. Dit betekent dan een strengere toets voor aangewezen historisch erfgoed en bijvoorbeeld een lichte basistoets voor de toegevoegde gebieden. De rest van de gemeente blijft dan welstandsvrij.

5. Verdere aandachtspunten voor de NRK Inspiratie aan de voorkant Met de nieuwe NRK zal zoveel mogelijk geprobeerd worden aan te sluiten bij de geest van de Omgevingswet, zodat de mogelijkheden voor maatwerk en inspiratie aan de voorkant (integratie in het planproces) worden geoptimaliseerd. Een manier hiervoor is het in een zeer vroeg stadium uitnodigen van initiatiefnemers om hun idee of plan informeel te bespreken met de CRK. In een dergelijk gesprek kan worden gespard over een goede inpassing of vormgeving van het plan. De initiatiefnemer weet dan welke zaken van belang zijn voor de uitwerking. Dit geeft in het vervolg van het proces minder discussie. Dit zal nader moeten worden uitgewerkt.

Omgevingswet Met inwerkingtreding van de Omgevingswet (nu voorzien op 1 januari 2022) wordt het bestemmingsplan vervangen door het omgevingsplan. Waar het bestemmingsplan regels bevat om de ‘goede ruimtelijke ordening’ te borgen, bevat het omgevingsplan de regels die nodig zijn om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te borgen. Dat is breder dan de goede ruimtelijke ordening. Ook welstand valt onder de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de criteria uit een zelfstandige welstandsnota onderdeel moeten worden van het omgevingsplan. Dit kan door de welstandregels in een beleidsregel, onder het omgevingsplan te hangen wanneer de omgevingswet van kracht wordt. Daarmee wordt dit niet weer een zelfstandige verordening zoals onder het bestaande stelsel, maar een onderdeel van het omgevingsplan. Conclusie: Welstandsbeleid in de vorm van een NRK kan als een beleidsregel onder het omgevingsplan worden gehangen. Een NRK hoeft daarom niet te wachten op invoering van de omgevingswet.

Bouwwerken op het achtererf Voor zover in de huidige welstandsnota’s redelijke eisen van welstand van toepassing zijn op het achtererf, kunnen deze regels in het nieuwe beleid zoveel mogelijk komen te vervallen.

Omgang met beeldkwaliteitsplannen In elk van de gepresenteerde scenario’s is de mogelijkheid genoemd om met beeldkwaliteitsplannen te blijven werken. Bestaande beeldkwaliteitsplannen zijn een vorm van lokaal maatwerk. Een BKP wordt als los onderdeel van de NRK vastgesteld zodat de CRK dit als toetsingskader kan gebruiken. De NRK hoeft dus tussentijds niet te worden aangepast. Echter om tussentijdse aanpassingen van beeldkwaliteitsplannen in ontwikkelingsprocessen zo veel mogelijk te voorkomen, kan in de toekomst worden gevraagd om beeldkwaliteitsplannen op hoofdlijnen. Aanpassingen van stedenbouwkundige of architectonische aard die binnen de aangegeven bandbreedte vallen, kunnen dan eenvoudiger worden doorgevoerd zonder afwijking en aanpassing van een beeldkwaliteitsplan. Na afronding van de ontwikkeling van een nieuw (woon-) gebied is het beeldkwaliteitsplan in de meeste gevallen niet meer van toepassing en wordt teruggevallen op de eisen in een welstandsnota voor het betreffende gebied, dit kan dus ook welstandsvrij zijn.

De excessenregeling

blz. 10

Om onvoorspelbare buitensporigheden en verpaupering van panden tegen te kunnen gaan, kan er in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit voor het hele gemeentegebied een excessenregeling opgenomen. Dit is een welstandstoetsing achteraf, gericht op het uiterlijk van bestaande bouwwerken (zonder tijdelijkheid) en vergunningsvrije bouwwerken. Deze bouwwerken mogen niet -in ernstige mate- in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Dat wil zeggen buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident zijn en die afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Excessencriteria zijn relatieve criteria; een exces betreft per definitief een onvoorspelbare buitensporigheid. Het bevoegd gezag is dan via bestuursdwang gerechtigd om te eisen dat dit gebrek hersteld wordt. Uiteraard moet hier zeer terughoudend mee worden omgegaan. De excessenregeling is nu niet op het hele grondgebied van de gemeente van toepassing. De grondslag voor een excessenregeling is gelegen in de artikelen 12, 12a en 13 a van de Woningwet. Het is zeker het overwegen waard om in geval van een omvangrijk welstandsvrij gebied de excessenregeling ook voor die gebieden te laten gelden als achtervang.

Duurzaamheid en welstand In de gebieden met een welstandsregiem worden bouwinitiatieven getoetst aan de daar geldende criteria. Gezien de urgentie van verduurzaming en de energietransitie zullen meer duurzaamheidsinitiatieven opkomen die het aanzicht van gebouwen kunnen wijzigen. Uitgangspunt hierbij is dat duurzame maatregelen mogelijk moeten zijn, mits passend binnen de ruimtelijke kwaliteit. De NRK kan hier aandacht aan besteden door regels op te nemen voor duurzaamheidsinitiatieven binnen gebieden waar een welstandsregiem geldt. Ook kan in de nieuwe NRK inspiratie worden gezocht voor plaatsing van zonnepanelen en warmtepompen (dit is in de meeste gevallen wel vergunningvrij, maar er mogen wel aanwijzingen worden meegeven). Voor de welstandsvrije gebieden geldt dan voor verduurzaming geen welstandstoetsing.

Reclamebeleid Reclamebeleid kan worden opgenomen in een welstandsnota of in een zelfstandige reclameverordening. In het laatste geval kunnen voor verschillende deelgebieden (woonwijken, centrum, werkgebieden etc.) eisen geformuleerd waaraan reclameobjecten aan en op gebouwen en in openbaar gebied moeten voldoen. De verordening staat los van de NRK, maar kan voor bepaalde objecten wel naar de NRK verwijzen en toetsing door de CRK eisen. Op dit moment heeft de gemeente Altena geen expliciet reclamebeleid. In de welstandsnota’s waren wel bij enkele welstandsgebieden criteria voor reclame opgenomen. Men ging er vanuit dat de criteria van de gebieden toereikend genoeg waren om al te uitbundige reclame te weren.

Participatie en uitwerking beleid Bij de uitwerking van het nieuwe beleid zullen in ieder geval de bestaande welstandcommissie en de erfgoedcommissie worden geconsulteerd. Voorgesteld wordt om ook de bevindingen en ervaringen van partijen in het ‘veld’ mee te nemen bij de uitwerking. Dit kan via een ophaalronde met lokale partijen zoals de woningbouwvereniging, architecten en bouwers/aannemer worden gedaan. Overige belanghebbenden kunnen via de gebruikelijke inspraakmogelijkheden hun gedachten kenbaar maken.

6. Verzoek aan de raad Wij verzoeken uw raad op basis van dit document uw wensen en bedenkingen met betrekking tot de scenario’s aan het college bekend te maken. Aan de hand van de door u ingebrachte wensen en bedenkingen zullen wij de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gaan opstellen. Afhankelijk van de wensen en bedenkingen is vaststelling van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit beoogd rond de zomer van 2021.

blz. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10587114/1