Bijlage Toelichting bij RV Vaststelling bestemmingsplan Kern Andel Wilhelminastraat 32
Tekst van het document
Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Stikstof In verband met de voorgenomen planvorming dient verantwoord te worden of de bouw- en sloopwerkzaamheden en het gebruik van de woningen tot significantie negatieve effecten op Natura 2000-gebieden leiden. In deze memo wordt daar nader op ingegaan. Voor de bouw en het gebruik van de woningen is met toepassing van de AERIUS Calculator de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend. Uit de stikstofberekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de bouwwerkzaamheden alsook het gebruik van de nieuwe woningen aan Wilhelminastraat 32 te Andel niet leiden tot een significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. In de bijlage zijn de rekenresultaten van de AERIUS Calculator en de toelichtende memo opgenomen.
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
25
Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.8
Archeologie
Inleiding Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. In verband met de implementatie van het Verdrag van Malta zijn de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten gewijzigd. Als gevolg van deze wetswijzigingen is de al bestaande verplichting expliciet gemaakt om in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het belang bij behoud van archeologische waarden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die is geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De wet regelt: • Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem; • Inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening; • Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt. Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988 en de Wamz. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven.
Gemeentelijk beleid De Wamz heeft ertoe geleid dat de gemeente Altena ‘eigen’ archeologiebeleid heeft opgesteld. Dit beleid bestaat uit de “Nota Archeologie “Tot op de bodem. Update 2018” Update archeologiekaart Land van Heusden en Altena. Verantwoording methodiek en kaartbeeld” (RAAP-notitie 6322, 17 april 2018) en de “Erfgoedverordening Altena 2019” zoals die op 14 januari 2019 is vastgesteld. Op de archeologische beleidskaart is aangegeven waar binnen de gemeente (bekende) archeologische waarden aanwezig zijn en waar welke archeologische verwachtingen gelden vanaf welke diepte. In de bijbehorende legenda zijn de verschillende verwachtingszones en plaatsen met een archeologische waarde weergegeven, alsmede de verwachte diepteligging daarvan. Deze zones zijn beleidsmatig gecategoriseerd; aan elke waarde of verwachtingswaarde is een diepte- en oppervlakte ondergrens gekoppeld. De ondergrenzen geven aan vanaf welke omvang én diepte (altijd in combinatie) van een ruimtelijk plan er archeologisch onderzoek plaats moet vinden. Op basis van een archeologisch onderzoek dat door de gemeente is goedgekeurd kan een omgevingsvergunning worden verleend. Relatie tot plangebied Transect b.v. heeft in juni 2021 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Wilhelminastraat 32 te Andel (gemeente Altena).
Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase. Het doel van het bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied, die van het veldonderzoek om deze verwachting te toetsen. De
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
26
resultaten van het vooronderzoek zijn opgenomen in het rapport van Transect d.d. 18 augustus 2021 met nummer 21030122. Dit rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Op basis van het bureauonderzoek geld er in het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Neolithicum – Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt in de historische kern van Andel en tevens ook op oeverafzettingen van de Biesheuvel-Hamer stroomgordel (en mogelijk ook op oeverafzettingen van de Alm). Andel als dorp bestond al in de Vroege-Middeleeuwen. Op de oeverafzettingen van de Biesheuvel-Hamer stroomgordel zijn in de omgeving van het plangebied vondsten bekend uit de IJzertijd-Romeinse Tijd, Romeinse Tijd, Vroege-Middeleeuwen, LateMiddeleeuwen en Nieuwe Tijd. Vanwege de ouderdom van de afzettingen kunnen echter archeologische vondsten vanaf het Laat-Neolithicum op de oevers aanwezig zijn. Tevens was de noordwesthoek van het plangebied bebouwd op het Kadastrale Minuutplan. Mogelijk gaat deze bebouwing terug op oudere bebouwing. Het plangebied heeft dan ook een hoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat-Neolithicum-Nieuwe Tijd. Op basis van het veldonderzoek is gebleken dat in het plangebied sprake is van een hoge archeologische verwachting voor de Nieuwe Tijd.
De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit oeverafzettingen van de Biesheuvel-Hamer. In de top van deze afzettingen is geen bewoonbaar niveau waargenomen. Deze oeverafzettingen zijn gedurende de Nieuwe Tijd bedekt met een ophogingspakket bestaande uit matig tot sterk zandige klei met fosfaatvlekken. In boring 5 is roodbakkend aardewerk met loodglazuur en een fragment van een pijpensteel aangetroffen. Beide dateren in de Vroege Nieuwe Tijd. Dit ophogingspakket is het dikst in het westen en noorden van het plangebied, met een dikte van 165 cm in boring 1 en 125 cm in boring 5, en wordt naar het zuidoosten toe dunner, met een dikte van 65 cm in boring 3. De top van het ophogingspakket bevindt zich direct onder de bouwvoor. De bouwvoor heeft in het gehele plangebied een dikte tussen de 15 en 25 cm. Voor het plangebied bestaat het voornemen om nieuwe woningen in het plangebied te realiseren met bijbehorende parkeerplaatsen en groenvoorzieningen. De exacte omvang en diepte van de beoogde verstoringen onbekend, maar is de verwachting uitgesproken dat de bodem in het gehele plangebied geroerd zal worden. In het gehele plangebied is sprake van een hoge archeologische verwachting, waarbij archeologische resten worden verwacht direct onder de bouwvoor, in de top van het ophogingspakket. De bouwvoor in het plangebied heeft een dikte tussen de 15 en 25 cm.
Er bestaat dus een reële kans dat bij de beoogde werkzaamheden het archeologische niveau zullen verstoren. Op basis van het uitgevoerde bureau- en booronderzoek geldt voor het gehele plangebied een hoge verwachting op archeologische waarden uit de periode laat-neolithicum tot en met nieuwe tijd. Dit betekent dat het gehele plangebied valt onder Waarde – Archeologie 2. Hierbij geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen die groter zijn dan 100 m2 en dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld. Deze vrijstellingsgrenzen worden met de huidige plannen overschreden . Conclusie Bij de verdere uitwerking van de plannen zal nader archeologisch onderzoek plaatsvinden. Dit onderzoek zal voorafgaand aan de werkzaamheden plaatsvinden. Ter bescherming van de mogelijke archeologische waarden is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie” opgenomen. 4.9
Cultuurhistorie
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
27
Inleiding Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. De aandacht voor cultuurhistorie is ook wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond van artikel 3.1.6, lid 2 onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij een ruimtelijke ontwikkeling worden verantwoord op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten rekening is gehouden. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water.
Voorheen was het behoud en beheer van het erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet wordt een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. Er is ook een cultuurhistorische beleidsadvieskaart opgesteld, de zogenaamde Erfgoedkaart. Op deze beleidskaart is aangegeven waar cultuurhistorische elementen (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beeldbepalende en beeldondersteunende bebouwing), waardevolle lijnelementen (wegen, dijken en ontginningsassen), alsook waardevolle ruimtelijke patronen en/of structuren (zoals historische kern, beschermd stadsgezicht) voorkomen. Deze informatie is gekoppeld aan een beleidsadvies. Relatie tot plangebied Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie weergegeven.
Uit deze kaart blijkt dat de planlocatie zich niet binnen een cultuurhistorisch (waardevol) gebied bevindt. Geconcludeerd wordt daarom dat er op de locatie Kerkstraat 6-10 geen bijzondere cultuurhistorische elementen aanwezig zijn en dit aspect daarom geen belemmering vormt voor voorliggend plan.
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
28
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart
4.10 Verkeer en parkeren Als gevolg van deze woningbouwontwikkeling zal op basis van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ een verkeersgeneratie ontstaan van 98,4 verkeersbewegingen per etmaal, gebaseerd op 12 twee-onder-een-kap koopwoning in de rest bebouwde kom van niet stedelijke gemeente Altena. De bestaande infrastructuur ter plaatse wordt toereikend geacht om te voorzien in de afwikkeling van deze verkeersbewegingen. Voorgenomen ontwikkeling leidt naast verkeersgeneratie tot een parkeerbehoefte. Op basis van de Nota parkeernormen Altena en in overleg met de gemeente is bepaald dat per woning 1,6 parkeerplaats beschikbaar dient te zijn. Bij de ontwikkeling van 12 woningen dienen daarom 20 parkeerplaatsen beschikbaar te zijn. Deze 20 parkeerplaatsen worden gerealiseerd op het parkeerterrein. Bij te behouden woning op Wilhelminastraat 32 zijn 2 parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. 4.11
Milieuhinderlijke bedrijvigheid en voorzieningen
Inleiding Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangetoond dat milieugevoelige functies (woningen, verzorgingshuizen, campings) niet komen te liggen binnen belemmeringencirkels van nieuw te realiseren bedrijven en voorzieningen. Er dient namelijk aangetoond te worden dat ter plaatse van nieuwe milieugevoelige functies sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast dient aangetoond te worden dat bestaande bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering als gevolg van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Uitgangspunt hierbij is de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Hierin zijn voor verschillende bedrijven milieucategorieën en bijhorende richtafstanden opgenomen. Relatie tot het plangebied In de omgeving van de projectlocatielocatie liggen diverse mogelijk milieuhinderlijke bedrijven en voorzieningen. Deze worden navolgend beschouwd. •
Wilhelminastraat 12a Deze locatie is bestemd als ‘Bedrijf’. Op deze locatie is bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van maximaal 30 meter. Hieraan wordt niet voor alle
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
29
woningen aan voldaan. Deze situatie wordt daarom nader beschouwd. In dit licht wordt opgemerkt dat nagenoeg het gehele perceel is bebouwd. Eventuele emissie van hinder vindt daardoor plaats aan de voorzijde (straatzijde) van dit perceel. Omdat de voorzijde van dit perceel zich op meer dan 30 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning uit het plan bevindt, wordt gesteld dat dit bedrijf niet tot hinder leidt ter plaatse van het plangebied. Anderzijds bevinden zich reeds woningen op kortere afstand van dit bedrijfsperceel dan als gevolg van dit plan het geval zal zijn. Het bedrijf wordt zodoende niet belemmerd in de bedrijfsvoering als gevolg van voorliggend plan. •
Beatrixstraat 23 Ten noordwesten van het plangebied, aan de Beatrixstraat 23, bevindt zich een detailhandelbestemming. Hiervoor geldt milieucategorie 1 en een richtafstand van 10 meter. Aan deze afstand wordt met meer dan 90 meter ruim voldaan.
•
Burgemeester van der Schansstraat 9 Ten zuidwesten van het plangebied, aan de Burgemeester van der Schansstraat 9, bevindt zich een gemengde bestemming alwaar bedrijvigheid in maximaal milieucategorie 2 is toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter waaraan ruimt wordt voldaan.
Conclusie Concluderend vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de geplande ontwikkeling aan de Wilhelminastraat 32. 4.12 Kabels en leidingen Op de projectlocatie of in de omgeving daarvan bevinden zich geen kabels en leidingen die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden zal een KLIC-melding worden gedaan. 4.13 Brandveiligheid De woningen zijn vanuit verschillende richtingen benaderbaar voor hulpdiensten. Verder zullen de te realiseren woningen voldoen aan de brandveiligheidseisen conform het Bouwbesluit. De toetsing daarvan vindt plaats in het kader van de later in te dienen aanvraag om omgevingsvergunning. Brandveiligheidseisen Brandweercluster Land van Heusden en Altena 1. Bereikbaarheid brandweer via de openbare weg Regelgeving: Bouwbesluit 2012 en Handboek Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid (NVBR) Een door de brandweer te gebruiken toegang van de gebouwen moet tot op een afstand van maximaal 40 meter te benaderen zijn met brandweervoertuigen. Een opstelplaats voor een blusvoertuig moet een minimale breedte hebben van 4 meter en een minimale lengte van 10 meter. De rijloper naar een opstelplaats of een bluswatervoorziening moet: a.
een vrije breedte hebben van ten minste 4,5 meter en over een breedte van ten minste 3,25 meter zijn verhard, en over een breedte van ten minste 4,5 meter een vrije hoogte hebben van ten minste 4,2 meter;
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
30
b. zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kg en een asbelasting van ten minste 100 kN; en c. op doeltreffende wijze kunnen afwateren. d. alleen bochten hebben met een straal c.q. een draaicirkel of rijcurve die afgestemd is op vrachtauto’s; 2. Bluswatervoorziening Regelgeving: Bouwbesluit 2012 en Handboek Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid (NVBR) Primaire bluswatervoorziening Op een afstand van maximaal 40 meter van een door de brandweer te gebruiken toegang van een gebouw moet een ondergrondse brandkraan aanwezig zijn. De capaciteit van de brandkraan dient minimaal 60m3 per uur te bedragen bij gelijktijdig gebruik van twee brandkranen. Secundaire bluswatervoorziening Binnen een straal van 225 meter en binnen een afstand van 320 meter over de weg dient voor het gebouw en de woningen een secundaire bluswatervoorziening aanwezig te zijn in de vorm van een geboorde put, een brandput, een voor de brandweer te bereiken open water of een reservoir. De capaciteit van de secundaire bluswatervoorziening dient ten minste 90 m 3 per uur te bedragen. Deze capaciteit moet gedurende ten minste 5 uur kunnen worden geleverd. Let op: zoals ook voor de bereikbaarheid, betreffen dit eveneens de uitgangspunten waar een ruimtelijk plan in de basis aan moet voldoen.
Het Bouwbesluit geeft de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om hier gemotiveerd van af te wijken bij bijvoorbeeld gebouwen met een lage vuurbelasting of gebouwen waar geen mensen verblijven. Al deze situaties dienen apart beoordeeld te worden en er zal door de brandweer een oordeel/adviesgegeven worden of de aanwezige bluswatervoorzieningen toereikend zijn. 3. Brandweerzorgnorm Regelgeving: Wet op de Veiligheidsregio’s (Dekkingsplan en Specialismespreidinsplan juli 2011 Brandweer Midden- en West Brabant). Voor (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen wordt gekeken naar de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid. In de genoemde regelgeving worden de wettelijk vastgestelde opkomsttijden per gebouwsoort aangegeven. Indien hier niet aan voldaan kan worden, dan worden door de brandweer aanvullende maatregelen geadviseerd om een gelijkwaardige veiligheid te behalen. Op dit moment wordt door de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant een toolbox ontwikkeld die door gemeenten gebruikt kan worden om tot een acceptabel niveau van gelijkwaardige veiligheid te komen. Ten aanzien van de maatregelen valt te denken aan de toepassing van een sprinklerinstallatie. Brandveiligheid in relatie tot het plangebied 1. Bereikbaarheid brandweer via de openbare weg De Brandweer heeft de mogelijkheid de nieuwe woningen binnen een afstand van 40 meter vanaf de openbare weg te benaderen.
De Beatrixstraat kan worden gebruikt in het geval van calamiteiten. Er is
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
31
voldoende ruimte voor een opstelplaats voor een blusvoertuig, alsmede om voertuigen te laten keren. Op de afbeelding op de volgende bladzijde zijn de keermogelijkheden in het plangebied weergegeven. In de regels van het bestemmingsplan is de verplichting opgenomen dat ter plaatse van de keermogelijkheid in het plan halfverharding wordt toegepast en dat deze ruimte ook vrijgehouden wordt, dit moet in het plan worden geborgd. 2. Bluswatervoorziening In het kader van de reguliere bestemmingsplanprocedure zal het plan worden voorgelegd aan de brandweer. Door de brandweer zal een oordeel/advies gegeven worden of de aanwezige bluswatervoorzieningen toereikend zijn. 3. Brandweerzorgnorm In het Dekkings- en Spreidingsplan 2015-2019 zijn de opkomsttijden voor de brandweer vastgesteld. Voor een nieuwe woonfunctie zoals gepland is in het plangebied, geldt een maximale opkomsttijd van 12 minuten. Ook de opkomsttijd voor het plangebied zal door de brandweer in het kader van de reguliere bestemmingsplanprocedure worden getoetst.
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
32
4.14
Ontplofbare Oorlogsresten
Uit de risicokaart, die behoort bij het Beleid Ontplofbare Oorlogsresten 2024, blijkt dat het plangebied “verdacht” is op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Dit betekent dat in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen nader onderzoek dient plaats te vinden naar mogelijke explosieven. Eén en ander is via een aanduiding op de verbeelding en daaraan gekoppelde regels juridisch geborgd.
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
33
5. Juridische aspecten 5.1 Inleiding Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het perceel aan de Rijksweg en Schenkeldijk. Het onderhavige bestemmingsplan sluit aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). Zo zijn de bestemmingen qua verbeelding, benaming en volgorde afgestemd op de SVBP 2012. Ook is het bestemmingsplan afgestemd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening. De gewijzigde terminologie en de op grond van de Bro verplicht gestelde regels voor het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel zijn conform de daarvoor gestelde standaarden in de regels opgenomen. De Wro biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uit te werken. Het onderhavige bestemmingsplan is grotendeels gedetailleerd van opzet. Op onderdelen biedt het bestemmingsplan enige flexibiliteit. 5.2
Opbouw regels en verbeelding
Algemeen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen: “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend (artikel 2). In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. Inleidende regels De inleidende regels bestaat uit 2 artikelen. Ten eerste betreft de begripsbepalen waar een groot aantal begrippen die in de regels worden gebruikt, worden gedefinieerd. Het tweede artikel bevat de wijze van meten. Bestemmingsregels Groen De bestemming Groen is gebruikt voor de groenelementen, waaronder de plantsoenen, groenstroken. Tevens heeft deze bestemming betrekking op de beoogde gezamenlijke (moes)tuin in het hart van het plangebied. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt.
Tuin De op de verbeelding als ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, gazons of open terreinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, alsmede de bijhorende voorzieningen zoals groen, verkeer en parkeer, water en nutsvoorzieningen Verkeer-Verblijfsgebied Deze bestemming geldt voor de woonstraten, en voet - en fietspaden in het plangebied. Daarnaast zijn binnen deze bestemming onder meer parkeer-, speel en groenvoorzieningen toegestaan.
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
34
Water Binnen het plangebied bevindt zich open water. Voor de waterpartijen en watergangen is de bestemming 'Water' opgenomen. Wonen De tot ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor het wonen. Er zijn regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en omvang van bouwwerken. Op de verbeelding is het bouwvlak aangegeven, waarbinnen het hoofdgebouw moet worden gerealiseerd. Tevens is op de verbeelding aangegeven welke type woning binnen het bouwvlak is toegestaan. Dit betreft één bouwvlak voor een vrijstaande woning (de bestaande woning) en 2 bouwvlakken voor in totaal 12 aaneengebouwde woningen (de nieuw geplande woningen). De maximale goothoogte en de maximale bouwhoogte zijn op de verbeelding aangegeven. In de bestemming “Wonen” is geregeld dat bij de nieuw te bouwen woningen geen bijgebouwen gebouwd mogen worden. Tevens is uitgesloten dat vergunningsvrij bouwen bij de nieuwe woningen mogelijk is. Deze reden voor deze regeling is dat de initiatiefnemer van het project de wens heeft dat aan de nieuw te bouwen oorspronkelijke woningen geen aan- en uitbouwen en andere uitbreidingen worden gebouwd. Dergelijke uitbreidingen kunnen leiden tot een aantasting van de beeldkwaliteit en tot verrommeling.
De regels van de woonbestemming maken het mogelijk om van het bestemmingsplan af te wijken te behoeve van de vestiging van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf of een bed and breakfast. Waarde Archeologie 2 De bestemming Waarde – Archeologie 2 is opgenomen voor de bescherming van de archeologische verwachting. Voor ingrepen groter 100 m2 en/dieper dan 0,3 m dient archeologisch onderzoek plaats te vinden. Waterstaat - Waterkering Deze gronden zijn bestemd voor het in stand houden van waterkeringen en voor waterstaatwerken, zoals taluds, dijken en onderhoudswegen.
Algemene regels en slotbepaling Anti-dubbeltelregel Deze regeling bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn bepalingen opgenomen voor de maximaal en minimaal toelaatbare maten en hoeveelheden voor de gevallen waarbij de afstand, hoogte, inhouden, aantallen en/of oppervlakten op het moment van ter inzagelegging van het bestemmingsplan meer of minder bedroegen dan ingevolge hoofdstuk 2 is toegestaan.
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
35
Algemene gebruiksregels Gebruik mag uitsluitend plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit volgt uit de Wro. Om iedere discussie te voorkomen, is ten aanzien van een aantal gebruiksvormen expliciet aangegeven dat dit hoe dan ook als strijdig gebruik wordt aangemerkt. In de gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die borgt dat de benodigde waterberging en de verharding in verband met de opstelplaats voor de brandweer wordt gerealiseerd. Algemene aanduidingsregels In de aanduidingsregels zijn de regels opgenomen ten aanzien van de ontplofbare oorlogsresten, een en ander conform het Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten. Algemene afwijkingsregels Met de algemene afwijkingsregels kan voor enkele algemene onderwerpen afgeweken worden van hetgeen is vastgelegd in de specifieke bestemmingen. Onderwerpen waarvoor een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen zijn onder meer het met 10% afwijken van in het plan aangegeven maten inzake afstanden en percentages voor oppervlakten en het beperkt .overschrijden van bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is in aanvulling op de wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingen nog een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen.
Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met toepassing van de afwijkingsbevoegdheid geregeld kunnen worden. Bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens.
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
36
6. Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt met het bepaalde in afdeling 6.4 het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten, wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan. De zogenaamde “aangewezen bouwplannen” waarbij een exploitatieplan verplicht is en welke zijn opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn onder andere de bouw van een of meer woningen. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer zullen in een af te sluiten anterieure overeenkomst de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente aangeven, alsmede de definitieve regeling van het kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
37
6. Overleg 6.1 Overleg andere bestuursorganen/overlegpartners Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht juncto artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouder in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan die wordt voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure vooroverleg te plegen met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de betrokken diensten van provincie en Rijk. 6.2 Overleg omwonenden en andere belangstellenden De initiatiefnemer heeft in februari 2021 overleg gevoerd met de omwonenden van de locatie Wilhelminastraat 32 te Andel. Deze omgevingsdialoog is een vervolg op eerdere ontmoetingen en gesprekken met omwonenden over de planvorming op. In eerdere ontmoetingen hebben omwonenden input gegeven over wat er met de bestemming zou moeten gebeuren. Deze input is verwerkt in een plan voor de locatie Wilhelminastraat 32. Tijdens dit dialoog is er een toelichting gegeven op de huidige plannen, waarop de gemeente Altena een principeakkoord heeft gegeven. Tevens is tijdens de dialoog gelegenheid gegeven voor het doen aanvullingen en het geven van feedback. Het verslag van de dialoog is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De aanpak voor de dialoog bestond uit twee onderdelen.
Eerst een een-op-een dialoog met de families die direct naast de projectlocatie wonen naast het betreffende perceel. De aanpak voor dit dialoog bestaat uit twee onderdelen. Eerst een een-op-een dialoog met de directe buren van de Wilhelminastraat 32. Dit betreft de bewoners van de adressen Wilhelminastraat 30 en Hoge Maasdijk 42a in Andel. Beiden families wonen naast het betreffende perceel. Andere omwonenden hebben enkel een aangrenzende achtertuin of wonen aan de overkant van de straat. In zijn algemeenheid zijn de plannen positief ontvangen door de omwonenden. De omwonenden hebben daarbij een aantal aandachtspunten meegegeven over de navolgende aspecten. De inrichting van de toerit van de locatie. In verband met de verkeersveiligheid is het van belang dat deze toerit zodanig wordt ingericht dat de snelheid van het verkeer laag blijft. In overleg met de omwonenden zal de inrichting van deze weg worden bepaald. Gevraagd om ervoor zorg te dragen dat er geen inkijk is vanuit de bovenverdieping van woningen in de tuinen van omwonenden. Voor het geval dat hiervan sprake is, is door de initiatiefnemer aan de omwonende toegezegd dat hiervoor in onderling overleg tot oplossing gekomen wordt. Gedacht wordt in dat geval aan het strategisch aanplanten van bomen/struiken voor het inperken van het zicht.
Er zijn zorgen geuit over het zwaar transportmaterieel dat nodig is voor de realisatie van het plan. Dit zwaar verkeer kan schade aanrichten aan omliggende woningen. Voorafgaand aan de bouw van de woning zullen hierover nadere afspraken worden gemaakt.
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
38
Bijlagen
Aanmeldnotitie m.e.r. Akoestisch onderzoek Aanvullend akoestisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Quick scan ecologie Memo stikstof AERIUS-berekening realisatiefase AERIUS-berekening gebruiksfase Archeologisch onderzoek Verslag omgevingsdialoog Presentatie omgevingsdialoog
Bestemmingsplan Andel, Wilhelminastraat 32
Vastgesteld
39