CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Sociaal maatschappelijke effecten bouwstenen Berenschot bij RIB Berenschot

Raadsvergadering 21 januari 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Toekomstbeelden “Altena in evenwicht”8.410 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie “Sociaal maatschappelijke effecten bezuinigen sociaal domein o.b.v. bouwstenen Berenschot 2020” Inleiding Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel ombuigingen sociaal domein is toegezegd inzicht te geven in de sociaal maatschappelijke en financiële effecten per bouwsteen. We geven ook aan wat de gevolgen zouden zijn wanneer op de gerealiseerde bezuinigingen verder wordt bezuinigd. Voorafgaand geven wij het inzicht in de financiële mogelijkheden in programma 2. Deze informatie bij elkaar leidt tot het advies om in 2023 niet (verder) te bezuinigen, omdat de maatschappelijke effecten te groot zijn en dit ten koste van het welzijn van onze inwoners gaat.

Toets op de mogelijkheid van een scenario van 10% In het Berenschot rapport is gerekend met bezuinigingsscenario’s van 2,5%, 5% en 7,5%. Het geschatte financiële effect van alle bovengenoemde bouwstenen samen is maximaal € 3,1 mln. in scenario 3 (7,5%) in 2023. Berenschot constateert in haar rapport uit 2020 tevens het volgende: De ombuigingen op de wettelijke taken zijn in het 7,5% scenario vrijwel maximaal. De wettelijke kaders verhinderen dat er scherper omgebogen kan worden op taken zoals Wmo maatwerkvoorzieningen, individuele trajecten jeugd, uitkeringen en sociale werkvoorziening. Als er een 10% scenario moet komen, dan is dit alleen mogelijk door scherper om te buigen op nietwettelijke taken. De ombuigingen op niet-wettelijke taken staan in het 7,5% scenario op maximaal 30%. Als de ombuigingen op niet-wettelijke taken bijgesteld worden naar 50% (exclusief minimabeleid dat we onder de wettelijke taken scharen), de ombuiging op mantelzorgondersteuning verhoogd wordt tot 90% en de overige ombuigingen waar mogelijk verhoogd worden tot 10%, dan bereikt de gemeente een totale ombuiging van 9,5%. De overige 0,5% ombuiging kan mogelijk behaald worden door te besparen op de uitvoeringskosten van de gemeente.

Er is op het moment van schrijven geen zicht of de overige 0,5% daadwerkelijk haalbaar is door ombuigingen op de uitvoeringskosten, omdat de benchmark op de uitvoeringskosten van de gemeente die Berenschot uitvoert nog niet afgerond is. Overwegingen De constateringen, zoals hierboven geschetst, leiden tot de volgende overwegingen: • Een eventueel scenario van 10% heeft vergaande gevolgen voor inwoners (samenredzaamheid, langer thuis wonen, et cetera). • Bij 50% bezuinigen op niet-wettelijke taken is nauwelijks meer sprake van preventie. • Bij 50% bezuinigen op welzijnsorganisaties gaat kennis en expertise verloren en is er mogelijk een gevaar voor de continuïteit van de desbetreffende organisaties. • De gemeente heeft de welzijnsorganisaties nodig voor de voorliggende voorzieningen, die tevens een randvoorwaarde zijn voor de realisatie van ombuigingen op individuele trajecten. • Sluiting van accommodaties heeft negatieve gevolgen voor de sociale cohesie in de kernen. • Alleen nog maar immateriële waardering voor mantelzorgers. • Bij 50% ombuigen op jeugd- en ouderenwerk en op maatschappelijk werk zullen mensen sneller een beroep doen op individuele trajecten/maatwerkvoorzieningen. Dit heeft ook organisatorische en financiële gevolgen voor de gemeentelijke wijkteams.

Voorlopige conclusie Op grond van de bovengenoemde constateringen en overwegingen is de voorlopige conclusie van beleid, management en portefeuillehouders van de gemeente dat een scenario van 10% vooralsnog niet uitgewerkt wordt, omdat dit eventuele scenario te verstrekkende gevolgen zou hebben voor inwoners,

1

partners en uitvoering. Bij een scenario van 10% kan het gekozen uitgangspunt van evenwichtigheid niet langer als haalbaar beschouwd worden. (Bron: Evenwicht sociaal domein gemeente Altena, Berenschot, 5 maart 2020) Bovenstaande geeft aan dat verder bezuinigingen op de bouwstenen te grote negatieve maatschappelijke gevolgen heeft. De afgelopen jaren zijn in lijn met het rapport besluiten genomen die hebben geleid tot het behaalde bezuinigingsresultaat van 2,5 miljoen doorlopend in 2023.

Instrumenten en mogelijkheden De twee grootste gerealiseerde bezuinigingen hebben plaatsgevonden in de subsidietender ‘Oog voor elkaar’ (2022-2024) en bij vaststelling van de integrale verordening sociaal domein (dd. 29-102021). Oog voor elkaar Op 14 mei 2021 heeft u de raadsinformatiebrief ‘Oog voor Elkaar’ ontvangen. Hierin bent u geïnformeerd over het nieuwe uitvoeringskader voor het maatschappelijk en welzijnswerk voor de periode 2022-2024 en de bijbehorende subsidietenderprocedure. Er diende een structurele bezuiniging van 7 ton te worden gerealiseerd op de vrij toegankelijke voorzieningen binnen het sociaal domein. Een bezuiniging van circa 30%, zodat de maatschappelijke doelen bewaakt kunnen worden. In de subsidieregeling is een tenderprocedure opgenomen om subsidies te verdelen, waarbij op de inhoud op kwaliteit is beoordeeld. Er is een structurele bezuiniging van 7 ton per jaar vanaf 1 januari 2022 gerealiseerd. In het voortraject is er veelvuldig overleg geweest met ketenpartners, ervaringsdeskundigen en huidige partijen. Mogelijkheden De subsidietender heeft een doorlooptijd van één januari 2022 tot één januari 2025. Tussentijds kan de subsidietender niet omlaag worden bijgesteld. Wel kan de subsidietender omhoog worden bijgesteld voor maximaal 50% van de waarde van de opdracht. De bijstelling moet betrekking hebben op gelijke diensten.

We verwachten eind 2023 aan de slag te gaan voor een nieuwe subsidietender vanaf 01-01-2025. Verordening sociaal domein In het programma transformatie sociaal domein is het opstellen van een integrale verordening voor het sociaal domein opgenomen. Doel hiervan is de beleidsuitgangspunten 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur en hulpvraaggericht werken vast te leggen in deze regelingen. Door aanpassingen in de verordening en regelingen wordt tevens beoogd een bedrag van € 500.000 te bezuinigen, conform de besluitvorming over het rapport ‘evenwicht in het sociaal domein’ in juli 2020. Deze integrale verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: • Werken en participeren • Gezond en veilig opgroeien, • Wonen in een veilige en gezonde omgeving • Vervoer, en • Uitkeringen en Schuldhulpverlening De gemeenteraad heeft hier op 16 maart 2021 uitgangspunten voor vastgesteld. De verordening is binnen dat kader opgesteld. Het gaat om de: • Participatiewet (PW), de IOAW, de IOAZ; • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); • Wet inburgering 2021 (Wi) • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); • Jeugdwet; 2

•

Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; en • Gemeentewet. De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad uiteindelijk heeft vastgesteld. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Ook dat is in deze vastgestelde verordening geregeld. Mogelijkheden Met de integrale verordening zijn de (deels) wettelijke taken aan elkaar gekoppeld. Het is mogelijk om verder te bezuinigen door een aanpassing van de verordening. Dat gaat niet op de wettelijke taken, maar wel op de niet-wettelijke taken. Gezien de maatschappelijke gevolgen bij een verdere bezuiniging raadt het college u af om hier op dit moment gebruik van te maken.

Onderdelen voorstel beleidsmatig niet in te zetten Accommodaties We hechten waarde aan onze accommodaties in de kernen. Zij hebben een grote rol in het faciliteren van oa ontmoetingsplekken voor onze inwoners. Op 08-11-2022 heeft de raad een amendement aangenomen inzake ondersteuning verenigingen. Onze beheerders hebben nog altijd te maken met een zeer wankele basis om de exploitatie gezond te krijgen/te houden. Ingeboekte bezuiniging van 37.000 euro voor 2022 is niet gerealiseerd, voor bezuiniging van 55.000 euro vanaf 2023 is dit niet waarschijnlijk. We blijven in ontwikkeling op dit dossier. De bezuiniging niet inboeken in 2023 staat los van de urgentie beleidsmatig keuzes te maken op dit dossier. Op de bouwsteen “Anders organiseren van accommodaties” is de insteek dat deze wordt meegenomen bij het opstellen van het strategisch accommodatiebeleid, dat in de 2e helft van 2023 gereed zal zijn. Mogelijkheden Het aankomende accommodatiebeleid geeft de raad Q4 2023 een fundamentele knop om aan te draaien, zowel op inhoudelijk als op financieel beleid. GGD Het lokaal aandeel (lokale verbinding) wordt door de gemeente (gezondheidszorg en preventief jeugdbeleid) samen met de GGD ingevuld. Hierover worden afspraken gemaakt en wordt regelmatig afgestemd of de inzet gehaald wordt. In de bestrijding en de beheersing van de coronapandemie heeft de GGD een centrale rol gespeeld.

Niet alleen in Altena, maar in heel de provincie Brabant krijgt gezondheid een stevigere rol in alle beleidsthema’s. Op voorstel van het college heeft de raad in 2021 reeds ingestemd met het feit dat de bezuiniging op de GGD in 2021 en 2022 niet haalbaar zou zijn. Gezien de achtergrond van deze ontwikkelingen is beleidsmatige realisatie van de oorspronkelijke ombuiging niet opportuun om deze ook in 2023 als doelstelling te handhaven. Mogelijkheden Door meer inzet op preventie (o.a. JGZ, OKO) intensiveren we juist de samenwerking met de GGD. Ook ambities in het nog vast te stellen preventief jeugdbeleid en gezondheidsbeleid geven een knop aan de raad om te sturen op dit dossier. Jeugd In 2022 is de regiovisie jeugd in WBO verband tot stand gekomen en door de raden in de regio vastgesteld. Met het programma Norm voor Opdrachtgeverschap werken de vijf gemeenten aan ontwikkelopgaven om de beste jeugdhulp dichtbij te kunnen blijven realiseren. In een regionale 3

raadsbijeenkomst is de raad over deze ontwikkelingen geïnformeerd. Deze context leidt voor het college inmiddels tot de conclusie dat het behalen van de Berenschotdoelstellingen op dit onderdeel voor Altena in de periode tot en met 2023 onmogelijk te realiseren zijn. Mogelijkheden Ook hier en gelijk met de dossiers accommodaties en GGD wordt volop ingezet in een (regionale) doorontwikkeling. In separate voorstellen wordt hierover besloten. Monitor sociaal domein In de bijlage is een algemene beschouwing van de sociaal maatschappelijke effecten per bouwsteen weergegeven. Het overzicht geeft inzicht in de achtergrond van de bouwsteen en wat de positieve danwel negatieve gevolgen kunnen zijn van (verdere) bezuiniging. De komende periode gaan we aan de slag met het verbeteren en actualiseren van de monitor sociaal domein. De monitor moet inzicht geven in de ontwikkelingen in het sociaal domein. Zowel op maatschappelijk als financieel vlak. Daarom gaan we een datawarehouse1 voor het sociaal domein ontwikkelen. We verwachten hier in het derde kwartaal 2023 mee te kunnen starten.

1

Een datawarehouse is een centrale opslagplaats voor gegevens die afkomstig zijn uit verschillende bronnen in een organisatie. Het is een grote, geïntegreerde en geoptimaliseerde database die is ontworpen om gegevensanalyse en rapportage te ondersteunen. Het doel van een datawarehouse is om gegevens te verzamelen, te integreren, te organiseren en te transformeren, zodat deze gemakkelijker kunnen worden geanalyseerd en gerapporteerd. Het is ontworpen om de complexiteit van gegevens te verminderen, zodat gebruikers gemakkelijker toegang kunnen krijgen tot de informatie die ze nodig hebben.

4

Bijlage: inzicht in de mogelijke maatschappelijke effecten per bouwsteen

Bouwstenen Wmo, welzijn en accommodaties

Deze bouwsteen gaat uit van de gedachte dat het leveren van maatwerk meer tijd en geld kost. De maatregel stelt voor om meer voorzieningen ter beschikking te stellen in het voorveld. De afgelopen jaren zijn er meer voorzieningen algemeen beschikbaar geworden. De ontwikkeling van team voorveld maakt zorg makkelijker toegankelijk. Ook kan automaatje, schuldhulpmaatje en woonvoorzieningen voor algemeen gebruik bijdragen aan de ontwikkelingen binnen bouwsteen 1. De sociale kaart voor onze inwoners draagt bij aan het beter vindbaar maken van vrij toegankelijke zorg. We verwachten dat er hierdoor ook in de toekomst vaker en meer zorg geleverd kan worden zonder tussenkomst van de gemeente.

Deze bouwsteen vraagt om balanceren. Bij groot gebruik van deze voorziening stijgen de kosten. Bovendien levert extra inzet op algemene voorzieningen meer kosten op. Aan de andere kant leidt een bezuiniging op algemene voorzieningen in een later stadium tot hogere kosten op specifieke voorzieningen. Op dit moment richt het college zich op het geven van bekendheid van bestaande voorzieningen. In 2023 wordt bijvoorbeeld onderzocht of inzet van een rolstoelpool haalbaar is. Wanneer we hier gebruik van willen maken, vraagt dit in eerste instantie een investering om later tot een kostenbesparing te komen. Al met al is het nu niet realistisch om te verwachten dat hier extra ombuigingen haalbaar zijn. Met monitoring moet eerst in beeld worden gehouden wat de effecten zijn van de ingezette veranderingen. Op dit moment acht het college een hogere taakstelling op deze bouwsteen niet haalbaar, zonder ongewenste effecten voor onze inwoners.

Berenschot is ervan uitgegaan dat er een taakstelling van 30% op de welzijnssubsidies kan worden gerealiseerd. In 2020 zijn de uitgangspunten dat de opdrachten/regels aangescherpt kunnen worden, de gemeente meer taken zelf kan uitvoeren en dat er meer verantwoording kan worden gevraagd van de aanbieders. Op 1 januari 2022 is de nieuwe subsidietender ingegaan. De volgende taakstellingen zijn gerealiseerd: -

Cliëntondersteuning Praktische ondersteuning (voornamelijk ouderenwerk) Servicepunt vrijwilligerswerk Ontmoetingsvoorziening Jongerenwerk Schoolmaatschappelijk werk

€131.999,-€64.928,-€42.432,-€ 3.000,-€97.294,-€66.255,-5

-

Mantelzorgwaardering Totaal

€86.800,-€492.709,--

De bezuinigingen op het jongerenwerk is voor de jaren 2022 en 2023 gecompenseerd door het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). In het najaar 2023 verwacht het college met een voorstel te komen om het jongerenwerk weer op te nemen in de begroting in het kader van het preventief jeugdbeleid. De bezuiniging op het schoolmaatschappelijk werk is gecompenseerd met de verbindingsfunctionaris onderwijs-jeugdhulp voor het jaar 2022 vanuit de NPO-gelden. Vanaf 2023 is het schoolmaatschappelijk werk weer opgenomen in de meerjarenbegroting voor €280.000,--. De taakstelling op de welzijnssubsidies heeft naast financiële voordelen ook maatschappelijke gevolgen. In 2020 was er geen sprake van een wachtlijst vanuit cliëntenondersteuning. Deze is inmiddels opgelopen. In januari 2023 was er sprake van een wachttijd van ongeveer 12 weken. Het servicepunt vrijwilligerswerk van Trema houdt spreekuren en verspreidt vrijwilligersvacatures. Na de ingang van de subsidietender kunnen zij maar beperkt maatwerk leveren. Het servicepunt biedt bijvoorbeeld geen ondersteuning of begeleiding aan inwoners die een tegenprestatie (zie bouwsteen 15) moeten leveren of aan Oekraïense vluchtelingen. De gemeente heeft één vrijwilligerscoördinatoren in dienst die de vrijwilligerscoördinatie voor Oekraïners op zich nemen.

De subsidietender loopt tot 1 januari 2025. Tussentijds is het niet mogelijk om de subsidietender naar beneden bij te stellen. Bij het opstellen van een nieuwe subsidietender ‘oog voor elkaar’ volgt een nieuw afwegingsmoment. Op dit moment is een hogere taakstelling op deze bouwsteen niet haalbaar.

Deze bouwsteen gaat uit van strenger sturen op resultaten en er wordt een koppeling gemaakt tussen wijkteams en maatschappelijk werk. In de gemeente Altena wordt gewerkt vanuit vier procesgerichte uitvoerende teams in het sociaal domein (team voorveld, team toegang, team regie en team kwaliteit & administratie). De doorontwikkeling van de uitvoerende teams in het sociaal domein is nader toegelicht met een presentatie tijdens de Altenaronde dd. 22-11-2022 en in een raadsinformatiebrief dd. 17-05-2023. Het nieuwe team voorveld biedt lichte zorg gericht op ondersteuning en preventie. Het onderdeel vroegsignalering van schuldhulpverlening werd tot 1-1-2022 uitgevoerd door zowel Trema Welzijn als Farent. Sinds 1 januari 2022 ontvangt enkel Trema Welzijn hier subsidie (d.m.v. de subsidietender) voor. De wachttijd na aanmelding voor de hulpverlening vanuit Trema is ongeveer 12 weken (zie tevens bouwsteen 12). De taakstelling is opgenomen in de subsidietender ‘Oog voor elkaar’. De ingeboekte bezuiniging van €203.324,-- is gerealiseerd per begin 2022.

Zie afweging bouwsteen 2: De subsidietender loopt tot 1 januari 2025. Tussentijds is het niet mogelijk om de subsidietender naar beneden bij te stellen. Bij het opstellen van een nieuwe 6

subsidietender ‘oog voor elkaar’ volgt een nieuw afwegingsmoment. Op dit moment is een hogere taakstelling op deze bouwsteen niet haalbaar.

Het rapport van Berenschot beschrijft in deze bouwsteen de mogelijkheden om het beheer van accommodaties over te dragen aan derden. In de tussentijdse rapportage over de ombuigingen sociaal domein (dd. 11-05-2021) staat dat de haalbaarheid van deze bouwsteen onzeker is. In 2022 is opnieuw bekeken of deze bezuiniging haalbaar is. In het raadsvoorstel ombuigingen sociaal domein van 31-03-2023 hebben wij u op de hoogte gesteld van de recente ontwikkelingen. In de afgelopen jaren zijn er ernstige exploitatieproblemen ontstaan door verschillende redenen. Het college heeft recent met u van gedachten gewisseld over de uitgangspunten van het strategisch accommodatiebeleid. In de tweede helft van 2023 verwachten we u het strategisch accommodatiebeleid aan te kunnen bieden.

Al in 2021 was het onzeker of het haalbaar zou zijn om deze bouwsteen tot uitvoering te brengen. Toen door de effecten van onder andere de lockdowns. In 2022 zijn maatschappelijke accommodaties geconfronteerd met hoge energielasten en inflatie. Het overdragen van het beheer van maatschappelijke accommodaties zonder bijdrage in de exploitatie betekent dat het voortbestaan van vele accommodaties onder druk zou komen te staan. Dat kan leiden tot minder ontmoetingsplaatsen. Buurthuizen, wijkcentra en gemeenschapscentra bieden ruimte voor ontmoeting en sociale activiteiten. Ook belangrijke voorzieningen zoals sport, cultuur en de bibliotheek maken gebruik van maatschappelijke accommodaties. Als er op deze voorzieningen wordt bezuinigd, kan dit leiden tot een vermindering van toegankelijkheid en bereikbaarheid en tot een beperkter aanbod in onze gemeente. Het college stelt u daarom voor om bouwsteen 4 niet tot uitvoering te brengen en in plaats daarvan een strategisch accommodatiebeleid vast te stellen in het tweede halfjaar van 2023.

Het normenkader dat wordt gebruikt voor de toewijzing van Wmo maatwerkvoorzieningen is aangescherpt. Op 29 oktober 2021 heeft u de integrale verordening sociaal domein vastgesteld. In de verordening wordt gestuurd op resultaat. Dat betekent dat er wordt gestuurd op uitstroom van cliënten en afschalen van indicaties. Daarnaast is het normenkader strenger geworden. De drempel voor het verkrijgen van een Wmo voorziening ligt hoger. Wmo maatwerkvoorzieningen zijn te verdelen in huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, hulpmiddelen, collectief vervoer en woonvoorzieningen. HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING Bij een aanvraag voor huishoudelijke ondersteuning is een inkomenstoets ingesteld. Dat betekent dat deze voorziening beschikbaar is voor niet AOW-gerechtigden met een maximaal jaarinkomen van €40.435,20 (2021) en voor AOW-gerechtigden met een maximaal jaarinkomen van €30.326,40 7

(2021). Er worden hierdoor meer aanvragen afgewezen. Daarnaast is het normenkader aangescherpt. In het normenkader is onder andere niet meer automatische vervanging bij verlof van de huishoudelijk medewerker opgenomen. Alle indicaties die zijn afgegeven na 29 oktober 2021 hanteren het normenkader zoals vastgesteld in de verordening. In 2024 verwachten we dat alle indicaties zijn beschikt op basis van het vastgestelde normenkader. BEGELEIDING Het resultaatgericht sturen heeft vooral effect op de geboden begeleiding vanuit de Wmo. De begeleiding vindt nu vaak in een lagere frequentie plaats. We starten een onderzoek naar de werking van de resultaatfinanciering. HULPMIDDELEN Er worden meer hulpmiddelen in eigendom verstrekt. Dat betekent dat inwoners die langdurig afhankelijk zijn van een hulpmiddel deze in eigendom krijgen. Het heronderzoeken en alles wat economisch afgeschreven was, uit huur halen en overkopen leverde een directe besparing. Effect was tevens dat het meer werk opleverde als het middel stuk was, omdat het niet automatisch vervangen werd door de leverancier. En reparaties op factuurbasis zijn duurder dan wanneer opgenomen in de huurprijs. COLLECTIEF VERVOER Het aantal kilometers dat met de deeltaxi kan worden gereisd tegen Wmo tarief is verlaagd. Er kan nog maximaal 25 kilometer per reis worden gedeclareerd voor het Wmo tarief en maximaal 1500 kilometer per jaar.

Hierdoor kunnen onze inwoners minder reizen tegen een gereduceerd tarief. WOONVOORZIENINGEN De gemeente past minder kleine woonvoorzieningen toe en er wordt ook bekeken wat het eigen aandeel van de inwoner kan zijn. Voor onze inwoners betekent dat, dat zij eerder en vaker zelf kosten moeten dragen voor voorzieningen in of aanpassingen aan de woning. Daarnaast wordt het primaat verhuizen strenger toegepast. Er is geen financiële drempel voor inwoners meer opgenomen in de verordening.

In de verordening wordt een groter beroep gedaan op het eigen netwerk van onze hulpbehoevende inwoners. Eerst kijken we naar de informele kring van onze inwoner, pas daarna volgt de afweging over de inzet van professionele hulp. Dat leidt tot een strenge selectie aan de poort. Bij een verdere verschraling van de Wmo voorzieningen zal de druk op het informele netwerk nog meer toenemen en worden de sociaal-economische verschillen in onze gemeente uitvergroot. Als mensen geen of minder Wmo voorzieningen krijgen, kan dit op langere termijn leiden tot hogere kosten voor de samenleving. Bijvoorbeeld doordat mensen langer in het ziekenhuis moeten blijven, zij niet meer zelfstandig kunnen wonen of de druk op mantelzorgers te groot wordt. De verandering van het zorglandschap vraagt om meer innovaties in de zorg. We volgen deze ontwikkelingen nauwgezet en zien innovatie ook als een mogelijke vorm van kostenbesparing in de toekomst. Op dit moment acht college een hogere taakstelling op deze bouwsteen niet haalbaar, zonder ongewenste effecten voor onze hulpbehoevende inwoners.

8

Het versterken van toezicht op trajecten draagt bij aan het resultaatgericht werken. Bij trajecten met resultaatfinanciering moet de meting van resultaten en kwaliteit worden verbeterd. Team regie houdt toezicht op lopende trajecten en stuurt bij via indicatie wanneer mogelijk. Doordat er wordt gewerkt vanuit het principe: 1 gezin, 1 regisseur, 1 plan houden we ook toezicht op de stapeling van zorg. We voorkomen dat er te lang gebruik wordt gemaakt van hoge tredes in de Wmo, of dat er onnodige overlappende zorg wordt geleverd. De komende periode gaan we aan de slag met de monitoring van het sociaal domein. Het inzichtelijk maken van trajecten is daar ook een onderdeel van. Met een vernieuwde monitor verwachten we ook het toezicht op trajecten te kunnen verbeteren. Daarbij blijft maatwerk wel het uitgangspunt voor onze inwoners. We doen wat nodig is. Het versterken van toezicht zorgt ook voor een reductie van misstanden en fraude in de zorg. Begin 2023 is de gemeente Altena toegetreden tot het Landelijk Samenwerkingsconvenant Interventieteams (LSI) om het toezicht te versterken. Hierover bent u dd. 08-12-2022 geïnformeerd met een raadsinformatiebrief.

Deze bouwsteen verbetert de transparantie van de zorg-trajecten in de gemeente Altena. We zien daarom een belangrijke koppeling met de monitor sociaal domein. We verwachten dat het verder intensiveren van het toezicht op individuele trajecten een kostenstijging met zich mee zal brengen. Dat vraagt om een grotere capaciteit in team regie. Allereerst zet het college in op monitoring. Daardoor zal niet direct een extra bezuiniging kunnen worden gerealiseerd. Het college stelt daarom voor om geen hogere taakstelling toe te kennen aan bouwsteen 6.

De raad heeft op 7 juli 2020 besloten om deze bouwsteen niet tot uitvoering te brengen. Het mantelzorgsteunpunt van Trema voert de mantelzorgwaarding uit.

De raad heeft kenbaar gemaakt niet te willen bezuinigen op de mantelzorgwaardering. Het bezuinigen op de mantelzorgwaardering zorgt voor minder waardering en erkenning voor de mantelzorgers in onze gemeente. Terwijl juist zij als onzichtbare zorgverleners een belangrijke bijdrage leveren aan de zorg voor mensen met een zorgbehoefte. Het college stelt daarom voor om vast te houden aan het eerder genomen besluit van de gemeenteraad om aan deze bouwsteen geen uitvoering te geven.

#

Taakveldomschrijving

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting 2021 in scenario 3

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting 2022 in scenario 3

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting 2023 in scenario 3

Van toepassing zijnde bouwstenen en andere financiële effecten

6.1

Nieuwkomers / statushouders Wmo algemene voorzieningen / participatie Welzijnsaccommodaties

-10,0%

-10,0%

-10%

Bouwsteen 10.

-9,9%

-20,1%

-30%

Bouwsteen 2.

-9,9%

-20,1%

-30%

Bouwsteen 4.

6.1 6.1

9

6.1 6.1

Jeugd-/jongerenwerk Wmo mantelzorgondersteuning Ouderenwerk Wmo collectief vervoer Wmo leefbaarheid, innovaties, projecten Algemeen sociaal en maatschappelijk werk Wmo eerstelijnsloket

-9,9% -9,9%

-20,1% -20,1%

-30% -30%

Bouwsteen 2. Bouwsteen 6.

-9,9% -3,3% -9,9%

-20,1% -6,7% -20,1%

-30% -10% -30%

Bouwsteen 2. Bouwsteen 5. Bouwsteen 2.

-9,9%

-20,1%

-30%

Bouwsteen 3.

-3,8%

-5,6%

-7,5%

-3,8%

-5,6%

-7,5%

-3,3% -3,3% -3,3%

-6,7% -6,7% -6,7%

-10% -10% -10%

6.71

Eerstelijnsvoorziening jeugdhulp Wmo woonvoorzieningen Wmo rolstoelen Wmo vervoersvoorzieningen (individueel vervoer) Wmo begeleiding ZiN

-3,3%

-6,7%

-10%

6.71

Wmo begeleiding PGB

-3,3%

-6,7%

-10%

6.71

Wmo overige PGB's

-3,3%

-6,7%

-10%

6.71

Wmo cliëntondersteuning

-2,5%

-5,0%

-7,5%

6.71

Wmo huishoudelijke hulp

-1,7%

-3,4%

-5%

6.71

Wmo adviesraad

-3,8%

-5,6%

-7,5%

6.71

Wmo klanttevredenheidsonderzoek Wmo opvang en beschermd wonen

-3,8%

-5,6%

-7,5%

-3,3%

-6,7%

-10%

Loopt mee met scenario. Loopt mee met scenario. Bouwsteen 5. Bouwsteen 5. Bouwsteen 1 en 5. Bouwsteen 1, 5, 7 en 21. Bouwsteen 1, 5, 7 en 21. Bouwsteen 1, 5, 7 en 21. Loopt mee met scenario. Bouwsteen 1, 5 en 7. Loopt mee met scenario. Loopt mee met scenario. Bouwsteen 1, 5, 7 en 21.

6.1 6.1 6.1 6.1 6.2 6.2 6.6 6.6 6.6

6.81

Bouwstenen Werk en inkomen breed

Met de ingang van de nieuwe wet inburgering 2021 zijn er meer taken naar de gemeente overgeheveld. De gedachte achter deze bouwsteen is dat er efficiënter kan worden gewerkt als de gemeente deze taken zelf uitvoert. Dat hebben we in 2021 en 2022 vertaald in de subsidieregeling met Vluchtelingenwerk. We zien daarnaast dat het aantal mensen dat wordt opgevangen in onze gemeente is toegenomen. De taakstelling die de provincie ons heeft gegeven voor de huisvesting van statushouders neemt toe en ook het aantal Oekraïense vluchtelingen dat wij opvangen is gestegen. Er is één vrijwilligerscoördinator in dienst bij de gemeente Altena. Zij begeleidt Oekraïense vluchtelingen naar vrijwilligerswerk zodat we hen zo snel mogelijk kunnen laten meedoen. Daarnaast is de subsidieafspraak met stichting Vluchtelingenwerk in 2023 omgezet naar een overeenkomst. Hierdoor is er sprake van een resultaatverplichting voor stichting Vluchtelingenwerk in plaats van een inspanningsverplichting. Op deze manier borgen we de 10

begeleiding van onze nieuwe inwoners in Altena. Stichting Vluchtelingenwerk heeft aangegeven voldoende capaciteit te hebben om aan de begeleidingsvragen te kunnen voldoen.

Op dit moment wordt er gebouwd aan de uitvoering van het sociaal domein. Op 1 maart 2023 is er gestart met de nieuwe teamstructuur. De capaciteit is op dit moment onvoldoende om de taken arbeidscoach en trajectbegeleider zelf uit te gaan voeren. Daarom besteden we deze taken uit. We maken daarbij slim gebruik van schaalvoordelen, maar zien ook een steeds groter wordende doelgroep. Een extra taakstelling op deze bouwsteen zorgt voor wachttijden en leidt ertoe dat nieuwkomers niet mee kunnen doen in onze samenleving. Het college acht het niet realistisch om een extra taakstelling aan deze bouwsteen toe te voegen.

Het minimabeleid is erop gericht om mensen met een laag inkomen te ondersteunen en te helpen bij het betalen van noodzakelijke kosten, zoals huur, zorgverzekering en schoolkosten. Het minimabeleid van onze gemeente is opgenomen in de integrale verordening sociaal domein. Deze bouwsteen stelt voor om ons minimabeleid gelijk te stellen met het landelijk gemiddelde. De collectieve zorgverzekering is in 2020 bijgesteld om daar een financieel effect te kunnen realiseren. In de praktijk bleek dat zorgbehoevende inwoners hierdoor vaak juist met hogere kosten werden geconfronteerd, omdat niet alle zorg werd vergoed of dat men pas veel later contact opneemt bij klachten. Een zwaarwegend negatief effect waardoor het college in 2021 heeft besloten om deze bezuiniging met ingang van 2022 terug te draaien. Het afgelopen jaar zien we, door de stijging van allerlei kosten, dat het voor steeds meer inwoners lastig is om financieel rond te komen. Er zijn het afgelopen jaar ruim 1600 inwoners die de energietoeslag toegekend hebben gekregen. Ook het aantal aanmeldingen bij de voedselbank nam het afgelopen jaar toe van 229 naar 338 gebruikers. In het vastgestelde uitvoeringsprogramma Armoedebestrijding en -preventie richten we ons onder andere op het vergroten van de bekendheid van onze minimaregelingen om sociale uitsluiting en schulden te voorkomen.

Het ligt in de lijn der verwachting dat er in het komende jaar meer aanvragen en toekenningen zullen worden gedaan. Daarmee stijgen de kosten voor het minimabeleid. Hier is ook rekening mee gehouden in de P&C-documenten. Op dit moment wordt er gewerkt aan een wijziging van het minimabeleid. We verwachten daarmee in het tweede halfjaar van 2023 naar u toe te komen. Het college stelt u voor op dit moment geen extra taakstelling aan deze bouwsteen toe te voegen.

De raad heeft op 7 juli 2020 besloten om deze bouwsteen niet tot uitvoering te brengen. De inkomensnorm van 130% van het sociaal minimuminkomen is daarmee gehandhaafd. Eind 2022 was 11

er een stijging te zien in het aantal aanvragen en toekenningen bij stichting leergeld WBO. Stichting leergeld WBO voert voor de gemeente Altena het kindpakket uit.

De gemeenteraad heeft kenbaar gemaakt niet te willen bezuinigen op het minimabeleid kindregelingen. Opgroeien in armoede draagt een kind een leven met zich mee. We vinden het belangrijk dat kinderen kunnen meedoen en zich kunnen ontwikkelen. Het college stelt u voor geen bezuiniging door te voeren op de kindregelingen.

We zien nu een redelijk stabiel en relatief laag aantal inwoners (496) dat niet meedoet aan onze samenleving in een vorm van werk. Veel van deze inwoners hebben een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren is het gelukt om een grote groep door middel van een reintegratietraject naar een vorm van werk te begeleiden. Steeds meer mensen doen mee in Altena. We maken daarvoor gebruik van trajecten bij onder andere MidZuid, Kozakken Boys 4 All en Behouden Vaart. Er wordt een beperkte vorm van maatwerk aangeboden, omdat we met een beperkt aantal aanbieders werken. MidZuid is voor ons de grootste partner. In 2020 maakte de gemeente Altena gebruik van de Vangnetuitkering van het Rijk, omdat de BUIGgelden onvoldoende bleken te zijn. Met de inzet die er is gepleegd in 2021 en 2022 lukt het om binnen de door het rijk beschikbaar gestelde middelen onze taken uit te voeren. Er wordt geen gebruik meer gemaakt van de Vangnetuitkering.

In Altena willen we dat iedereen mee kan doen, daarbij leggen we de focus op trajecten met het hoogste effect. Dat vraagt om een structurele inzet. Met een extra taakstelling op deze bouwsteen bestaat het risico dat juist de kosten toenemen, omdat er meer inwoners gebruik zullen maken van de bijstand en bij het minder inzetten van trajecten, zal de afstand tot (betaald) werk toenemen. Dat willen we voorkomen. Daarom stelt het college voor om geen extra taakstelling aan deze bouwsteen toe te voegen.

In het rapport van Berenschot staat geen taakstelling opgenomen op de schuldhulpverlening. Schuldhulpverlening is een wettelijke verplichting van gemeenten. Schuldhulpverlening, specifiek de uitvoering van de financiële dienstverlening, wordt sinds 1-1-2020 uitgevoerd door de Kredietbank Nederland. Door een instantie met expertise en specifieke producten hiervoor in te zetten, worden inwoners efficiënter en accurater geholpen bij schulden of geldzorgen. Het aantal aanvragen voor schuldhulp zijn het afgelopen jaar licht toegenomen. De stijgende dagelijkse kosten lijken hier een belangrijk aandeel in te hebben. Professionele begeleiding door verschillende zorgaanbieders wordt vaker opvolgend aangeboden, in plaats van gelijktijdig. Onze inwoners

12

worden hierdoor minder belast tijdens een schuldsaneringstraject. De schuldhulpverlening is hierdoor effectiever.

Het is belangrijk om te blijven investeren in schuldhulpverlening om zo de schuldenproblematiek te verminderen en maatschappelijke kosten te voorkomen. Een integrale aanpak waarbij aandacht wordt besteed aan preventie, vroegsignalering en nazorg kan bijdragen aan duurzame oplossingen voor schuldenproblematiek. Het college stelt voor om geen taakstelling aan deze bouwsteen toe te voegen.

De raad heeft besloten om niet in te zetten op een geleidelijke afbouw van de SW-infrastructuur. MidZuid heeft de kennis en kunde in huis om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar werk. De afgelopen tijd heeft MidZuid ingezet op inclusieve arbeidstechnologie. Door slim gebruik te maken van techniek lukt het hen om maatwerk te bieden en daarmee inwoners deel te laten nemen aan de arbeidsmarkt.

Een geleidelijke afbouw van de sw-infrastructuur vermindert het aantal arbeidsplaatsen voor mensen met een beperking. Daardoor komen zij mogelijk weer thuis te zitten en worden zij afhankelijk van een uitkering. Dat kan leiden tot een toename van uitsluiting, sociale en financiële armoede. In Altena maken we juist slim gebruik van koppelkansen met MidZuid, zoals de samenwerkingsovereenkomst. Het college stelt voor om geen bezuiniging uit te voeren op deze bouwsteen.

Binnen onze instrumenten op het gebied van re-integratie kennen we twee vormen van loonkostensubsidie. De structurele loonkostensubsidie wordt voorgeschreven vanuit de Participatiewet en wordt sinds 2022 op basis van realisatie gecompenseerd door het Ministerie. De hoogte van het subsidiebedrag wordt gebaseerd op een gevalideerde loonwaardemeting. Daarnaast kennen we de incidentele loonkostensubsidie hier hebben we beleidsruimte om dit bedrag te beperken.

Het is belangrijk om te blijven investeren in het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het vinden en behouden van werk, zodat zij kunnen participeren in de samenleving en minder afhankelijk zijn van een uitkering. Met een bezuinigingstaakstelling verkleinen we de kansen op de arbeidsmarkt voor onze inwoners die binnen deze doelgroep vallen. Het college stelt daarom voor om geen extra taakstelling toe te voegen aan deze bouwsteen.

13

De Participatiewet (P-wet) regelt de ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het vinden en behouden van werk. Daarmee wordt ook getoetst op rechtmatigheid: heeft iemand recht op een uitkering en voldoet deze aan de plichten om een uitkering te ontvangen, zoals aanwezigheidsplicht bij een re-integratietraject. In 2022 is tevens gestart met de tegenprestatie. De eerste resultaten en effecten hiervan zullen worden meegenomen in de monitor sociaal domein. De gemeente Altena kent geen tekort meer op de uitkeringsmiddelen.

Recent is er gestart met de tegenprestatie. De eerste resultaten en effecten zijn nog niet bekend. Het college hecht er waarde aan te investeren in het inregelen van de tegenprestatie. Een taakstelling op bouwsteen 15 kan wel een kostenbesparing opleveren, maar heeft ook een negatief maatschappelijk effect. Zoals een toename van armoede, bijvoorbeeld een korting op de bijstand door niet nakomen van afspraken, en grotere druk op de hulpverlening. Het college stelt daarom voor geen taakstelling toe te voegen aan deze bouwsteen.

#

Taakveldomschrijving

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting 2021 in scenario 2

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting 2022 in scenario 2

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting 2023 in scenario 2

Van toepassing zijnde bouwstenen en andere financiële effecten

6.3

Participatiewet inkomensvoorzieningen

-1,3%

-2,7%

-4%

6.3

Minimabeleid individuele inkomenstoeslag Minimabeleid overig Minimabeleid kindregelingen Minimabeleid bijzondere bijstand Minimabeleid ziektekostenregeling Minimabeleid activiteitenfonds Sociale werkvoorziening Re-integratie Schuldhulpverlening

-4,0%

-6,0%

-8,0%

Bouwsteen 11, 14 en 15. Let op: voorstel t.o.v. BUIG Bouwsteen 9.

-3,8% 0,0% -3,8%

-5,6% 0,0% -5,6%

-7,5% 0% -7,5%

Bouwsteen 9. Bouwsteen 10. Bouwsteen 9.

-17,5%

-26,3%

-35,0%

Bouwsteen 9.

-2,5%

-3,8%

-5,0%

Bouwsteen 9.

0,0% -7,5% 0,0%

0,0% -11,3% 0,0%

-1% -15% 0,0%

Bouwsteen 13. Bouwsteen 11. Bouwsteen 12.

6.3 6.3 6.3 6.3 6.3 6.4 6.5 6.71

Bouwstenen Jeugd en volksgezondheid

14

Deze bouwsteen richt zich op het snel bieden van passende en effectieve zorg door verbeteringen in de samenwerking tussen verschillende partners in de zorg. Berenschot beschreef in het rapport in 2020 daarbij dat er bij deze bouwsteen eerst geïnvesteerd moet worden, voordat er financiële effecten zichtbaar zijn. PRAKTIJKONDERSTEUNING HUISARTSEN Deze maatregel is al tot uitvoering gebracht door middel van het project POH-jeugd. Daar zijn echter geen financiële taakstellingen aan gekoppeld. De effecten van deze bouwsteen zijn lastig meetbaar. Er is geen 0-meting beschikbaar en er is geen koppeling tussen de verschillende databronnen van de huisartsen en de gemeente. Door tijdige signalering en goede verwijzing naar behandeling van psychische problemen kan voorkomen worden dat jeugdige patiënten zwaardere en meer gespecialiseerde zorg nodig hebben. STRENGERE CONTROLE (VOORLOPIGE) ONDERTOEZICHTSTELLING (VOTS) EN BETERE SAMENWERKING/AFSTEMMING (ZORG)AANBIEDERS Een strengere controle op Verzoek om Toewijzing (VOT) en betere samenwerking en afstemming met zorgaanbieders houdt in dat er een nadrukkelijkere controle en afstemming met de zorgaanbieder plaatsvindt over wat die bij de gemeente in rekening zal gaan brengen. Dit vindt plaats voordat de hulpverlening begint. De strengere controle is ingevoerd. Hierdoor worden regels en procedures beter nageleefd.

Het risico van deze maatregel is dat hij ook kan leiden tot meer bureaucratie en administratieve lasten. In de gemeente Altena is geen lokale accountmanager aangesteld. Hier was geen formatieruimte voor beschikbaar. ZELF HULPVERLENEN In december 2022 heeft de raad de visie verbinding onderwijs, kinderopvang en jeugdhulp vastgesteld. Daarbij zetten we in op verbindingsfunctionarissen en collectief trainingsaanbod. Het is nu nog te vroeg om hier de eerste resultaten van te kunnen delen. Deze worden in 2024 verwacht. Te verwachten positieve effecten richten zich op de toegankelijkheid van de zorg en de mogelijkheden om maatwerk te leveren. De mogelijkheid bestaat de kwaliteit van de zorg afneemt. TOP 10 MEEST VOORKOMENDE JEUGDZORG PROBLEMATIEK EN TOP 10 DUURSTE ZORG IN BEELD BRENGEN Het is beperkt gelukt om deze informatie in beeld te brengen. Het in beeld brengen van de top 10 veelvoorkomende jeugdhulp problematiek en top 10 duurste zorg kan helpen bij het identificeren van gebieden waar verbetering nodig is. Bezuinigen op deze problematiek kan negatieve maatschappelijke effecten hebben. Bijvoorbeeld, het verminderen van ondersteuning voor de top 10 veelvoorkomende problematiek kan leiden tot een toename van problemen en daardoor leiden tot hogere kosten voor de maatschappij op de lange termijn.

Daarnaast kan het bezuinigen op de top 10 duurste zorg leiden tot minder beschikbaarheid van specialistische hulp, waardoor kinderen en jongeren met complexe problemen niet de benodigde zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.

15

KORTERE BESCHIKKINGSDUUR Er is een beperking van de beschikkingsduur doorgevoerd. Trajecten kunnen hierdoor in tijd afnemen. Daar staat tegenover dat er sprake kan zijn van meer druk op de hulpverlening en meer administratieve lasten. Hierdoor zou een kortere beschikkingsduur ook een negatief financieel effect kunnen hebben.

Het is belangrijk om de bezuinigingen zorgvuldig te overwegen en ervoor te zorgen dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de behoeften van kwetsbare kinderen en jongeren. Het is van belang dat er voldoende hulp en ondersteuning blijft voor degenen die dit nodig hebben, en dat de bezuinigingen niet leiden tot een toename van problemen op de lange termijn. Bovendien blijkt dat genoemde maatregelen in andere gemeenten geen financiële effecten hadden2. Het college komt inmiddels tot de conclusie dat het behalen van de Berenschotdoelstellingen op dit onderdeel voor Altena in de periode tot en met 2023 onmogelijk te realiseren is. Daarom stelt het college voor om geen taakstellingen door te voeren op bouwsteen 16.

AFBAKENING JEUGDHULP Door het begrip jeugdhulp te voorzien van een duidelijke definitie is het direct duidelijk wie er wanneer recht heeft op jeugdhulp. Uit landelijk onderzoek is gebleken dat er een wetswijziging nodig is om gemeenten in staat te stellen de jeugdhulpplicht af te bakenen. In de gemeente Altena is beleidsmatig ingezet op normaliseren. Dit is opgenomen in de Regiovisie Jeugd en in het preventief jeugdbeleid. Pas later zullen we hier de effecten van zien. JEUGDHULP EED (ERNSTIGE ENKELVOUDIGE DYSLEXIE) INPERKEN EED is een aandoening die het lezen en spellen bemoeilijkt en kan leiden tot leerproblemen. De behandeling van en begeleiding bij dyslexie wordt gefinancierd door het onderwijs. Enkel wanneer er sprake is van een GGZ-diagnose Ernstige Dyslexie valt dit onder de jeugdhulp en wordt dit gefinancierd door gemeenten. Er zijn poortwachters aangesteld bij de verschillende samenwerkingsverbanden om de aanvragen voor EED-behandelingen te beoordelen. Nog niet van alle poortwachters is een rapportage ontvangen. Hierdoor zijn er nog geen effecten te delen. Het inperken van jeugdhulp bij Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) kan verschillende maatschappelijke effecten hebben. Het niet adequaat behandelen van EED kan gevolgen hebben voor het onderwijsniveau en de toekomstkansen van kinderen en jongeren.

Wanneer de jeugdhulp bij EED wordt ingeperkt, kan dit leiden tot minder beschikbare hulp voor kinderen en jongeren met EED. Hierdoor kunnen leerproblemen toenemen, waardoor zij minder goed kunnen meekomen in het onderwijs en minder kans hebben op een goede toekomst. Dit kan leiden tot een grotere

2

AEF & Verwey Jonker, Stelsel in Groei: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-ac85f86d-f8a4-4e60a418-8a327f01780a/pdf

16

maatschappelijke ongelijkheid en een hoger risico op maatschappelijke problemen, zoals werkloosheid en armoede. Aan de andere kant kan het inperken van de jeugdhulp bij EED ook leiden tot een meer efficiënte en effectieve inzet van de beschikbare middelen voor jeugdhulp. Door meer selectief te zijn in het toekennen van hulp bij EED, kunnen middelen gerichter worden ingezet en kunnen andere vormen van jeugdhulp beter worden gefinancierd. Dit kan leiden tot een betere balans tussen verschillende vormen van jeugdhulp en een meer evenwichtige verdeling van middelen over de verschillende problematieken STRAKKERE KADERS BIJ VERSTREKKEN VAN PGB’S In het uitvoeringsbesluit jeugd zijn definities van gebruikelijke en ongebruikelijke zorg opgenomen. Er is geen afname van PGB-budgetten te zien. Het strakker hanteren van kaders bij het verstrekken van persoonsgebonden budgetten (pgb's) kan zowel positieve als negatieve maatschappelijke effecten hebben. Enerzijds kan het leiden tot een betere beheersing van de kosten en het voorkomen van fraude en misbruik, wat ten goede komt aan de betaalbaarheid en het draagvlak van het pgb-stelsel. Anderzijds kan het leiden tot verminderde keuzevrijheid en zelfregie van mensen die afhankelijk zijn van het pgb, omdat zij minder mogelijkheden hebben om het budget naar eigen inzicht te besteden.

Dit kan weer leiden tot een verminderde kwaliteit van leven en zelfredzaamheid van deze groep mensen. Een ander potentieel negatief maatschappelijk effect van strakkere kaders bij het verstrekken van pgb's is dat het extra administratieve lasten kan veroorzaken voor zowel budgethouders als zorgaanbieders. Dit kan de toegankelijkheid van het pgb-stelsel verminderen en leiden tot extra kosten voor de uitvoering van het beleid. Het is dus belangrijk om een evenwicht te vinden tussen het waarborgen van de betaalbaarheid en fraudebestrijding enerzijds en het behouden van keuzevrijheid en zelfregie van budgethouders anderzijds. HULP BINNEN ECHTSCHEIDINGSPROBLEMATIEK VOOR HET KIND BINNEN ZIJN SYSTEEM Deze bouwsteen gaat uit van het principe dat alleen hulp voor de kinderen georganiseerd moet worden via de jeugdwet. Op deze manier wordt er voorkomen dat er oneigenlijke hulp aan de ouders wordt geboden. Er is in samenspraak met de rechtbank een verdeelloket voor hulp bij complexe echtscheidingsproblematiek ingericht. In 2023 wordt aan de gemeenteraad het preventief jeugdbeleid voorgelegd waarin ook eerstelijnshulp voor kinderen in echtscheidingssituaties is opgenomen. Belangrijke randvoorwaarde voor deze bouwsteen is de samenwerking met de rechtbank, jeugdbescherming en veilig thuis. Door personeelstekorten en stakingen verloopt de samenwerking stroef.

BETERE AFSTEMMING BIJ CRISIS Heldere afspraken in de zorgketen over de crisisroutes zou de zorg effectiever en efficiënter moeten maken. Het nieuwe regionale crisisinterventieteam is in de zomer van 2022 van start gegaan. Het is nog te vroeg om daar resultaten van te kunnen delen. SAMENWERKING VEILIG THUIS Deze bouwsteen gaat uit van het nog meer komen tot een sluitende keten in situaties waarin de veiligheid van kinderen in het geding is. Het verbeteren van de samenwerking kan leiden tot snellere 17

en effectievere werkwijzen. Ook kan de triage worden verbeterd door samenwerking tussen verschillende partners in de zorgketen. Recent hebben het Rijk en de VNG het initiatief genomen tot verandering van de samenwerking rondom kind- en jeugdbescherming. AFBAKENING JEUGDHULP EN PASSEND ONDERWIJS Berenschot geeft aan een toename te zien (2020) in het gebruik van jeugdhulp binnen het passend onderwijs. Door de rollen en verantwoordelijkheden tussen jeugdhulp en passend onderwijs beter af te bakenen kan een kostenbesparing worden gerealiseerd. De inhoudelijke effecten zijn verwerkt in de recent vastgestelde visie verbinding onderwijs, kinderopvang en jeugdhulp. De eerste meetbare effecten verwachten we in 2024. Een afbakening van wat onder jeugdhulp valt en wat onder passend onderwijs, kan leiden tot versnippering van zorg en een verminderde kwaliteit van de ondersteuning. Het is daarom belangrijk om bij het afbakenen van de jeugdhulp en passend onderwijs te streven naar een goede afstemming tussen deze domeinen en te zorgen voor een goede overdracht van informatie en samenwerking tussen betrokken professionals. Dit kan bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit van zorg en ondersteuning en kan daarmee bijdragen aan de maatschappelijke inclusie van kinderen en jongeren met complexe problemen.

AFSTEMMING ZORGVERZEKERINGSWET Voordat jeugdhulp ingezet wordt kan er in afstemming met de zorgverzekeringswet worden onderzocht welke vorm van hulp voorliggend is. De uitvoerende teams van het sociaal domein hebben meer kennis vergaard over de mogelijkheden binnen de zorgverzekeringswet. Er wordt ook doorverwezen naar de zorgverzekeringswet of aanvullende verzekeringen. Voor ons inwoners betekent dat dat wij hen niet altijd van hulp kunnen voorzien, maar in sommige gevallen ook doorverwijzen. De uitgaven aan ambulante jeugdhulp zijn niet afgenomen.

De genoemde maatregelen onder bouwsteen 17 zorgen voor een betere samenwerking binnen de keten. Op dit moment zijn er nog geen financiële gevolgen zichtbaar. Het afstemmen van rollen en taken vergroot de slagkracht en effectiviteit binnen het sociaal domein. Het college ziet hier geen financiële mogelijkheden voor een extra taakstelling, en stelt de raad voor om geen extra taakstelling op te nemen.

Deze bouwsteen beschrijft de mogelijkheid om te toetsen of budgetten ook worden gebruikt waar zij voor bedoeld zijn. In het rapport uit 2020 wordt er gesproken over cliëntervaringsonderzoeken. Sinds 2015 maken we jaarlijks gebruik van cliënttevredenheidsonderzoeken. De uitkomsten van deze onderzoeken leverden geen aanknopingspunten op om de rechtmatigheid te vergroten. De uitgaven aan ambulante jeugdhulp zijn niet afgenomen. Het streven naar meer rechtmatigheid kan kostenbesparingen met zich meebrengen, bijvoorbeeld door het terugdringen van fouten en fraude. Dit kan echter ook leiden tot het terugdringen van de toegang tot zorg, bijvoorbeeld door strengere selectiecriteria of het verminderen van het aanbod van zorgaanbieders. Dit kan negatieve effecten hebben op de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg voor jeugdigen en hun gezinnen.

18

Periodiek wordt er een interne controle verricht en getoetst op rechtmatigheid. We zien daarbij een belangrijke koppeling met de monitor Sociaal domein. Allereerst zet het college in op het verzamelen en lezen van data. Daarmee zal niet direct een extra bezuiniging kunnen worden gerealiseerd. Het college stelt daarom voor om geen hogere taakstelling toe te kennen.

De overgang naar volwassenheid kan voor kwetsbare jongeren bijzonder lastig zijn. Door strakker te sturen op de overgang naar andere wetgeving kan er een maatschappelijk en financieel voordeel optreden. Jongeren vanaf 16 jaar werken met een toekomstplan. Bij aanvragen van WLZ-indicaties wordt gebruik gemaakt van onafhankelijke cliëntondersteuning. Toch zijn de kosten voor ambulante jeugdhulp niet afgenomen.

Deze bouwsteen kan verschillende effecten hebben. Er kan sprake zijn van een kostenbesparing, maar ook van een kostenverschuiving. Bijvoorbeeld naar de Wmo. Daarbij bestaat het risico dat zorg niet kan worden gecontinueerd, omdat niet alle aanbieders vanuit alle drie de zorgwetten een aanbod hebben. Het college vindt het belangrijk om de overgang tussen de verschillende wetten zo goed mogelijk te laten verlopen en ziet maatschappelijke meerwaarde in de afstemming. Daarbij is maatwerk een belangrijk uitgangspunt. Op dit moment ziet het college geen mogelijkheden om een extra taakstelling toe te voegen aan bouwsteen 19.

Door uitstel van de besluitvorming over de regiovisie Jeugd WBO is de besluitvorming en implementatie van de nieuwe inkoopstrategie uitgesteld naar 1 januari 2025.

Op dit moment is het niet mogelijk om deze bouwsteen tot uitvoering te brengen. Een extra taakstelling is daarom volgens het college op dit moment niet haalbaar.

Deze bouwsteen is nog niet tot uitvoering gebracht in verband met het ontbreken van een dataanalist. Het gerichter inzetten van hulp voor huishoudens met meerdere voorzieningen kan verschillende maatschappelijke effecten hebben. Enerzijds kan het leiden tot een meer efficiënte inzet van middelen, waardoor de kosten van de hulpverlening kunnen dalen. Anderzijds kan het ook leiden tot een betere ondersteuning van de huishoudens, waardoor zij beter in staat zijn om hun problemen op te lossen en zich verder te ontwikkelen. Door gerichtere hulpverlening kunnen huishoudens bijvoorbeeld sneller en beter geholpen worden, waardoor hun problemen minder snel uit de hand lopen en de kosten van de 19

hulpverlening beperkt blijven. Ook kan gerichte hulpverlening ertoe leiden dat huishoudens minder afhankelijk worden van hulpverlening op de lange termijn, omdat zij beter in staat zijn om zelfstandig problemen op te lossen en hun leven weer op de rails te krijgen. Daarnaast kan gerichtere hulpverlening ook leiden tot een betere afstemming tussen verschillende hulpverleningsinstanties, waardoor er minder overlap en versnippering ontstaat en huishoudens meer baat hebben bij de hulp die zij krijgen. Dit kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven voor de huishoudens in kwestie, maar ook aan een efficiëntere inzet van middelen en een betere samenwerking tussen de verschillende partijen in de hulpverlening.

In 2023 wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een data-warehouse en een vernieuwde monitor sociaal domein. Daarbij wordt ook de informatie verzameld die nodig is om deze bouwsteen tot uitvoer te kunnen brengen. Uit onderzoek3 blijkt dat de uitvoering van deze bouwsteen geen financieel effect heeft gehad bij andere gemeenten. Het college acht het daarom niet realistisch om aan deze bouwsteen een extra taakstelling toe te kennen.

Deze bouwsteen gaat uit van de gedachte dat er door middel van een kerntakendiscussie kan worden bezuinigd op de GGD. De GGD heeft de afgelopen jaren zijn werkzaamheden voor het grootste deel gericht op de aanpak van de coronacrisis. Daarbij is zichtbaar geworden dat de GGD te maken heeft met structurele onderbezetting en financiële uitdagingen. De GGD betreft een gemeenschappelijke regeling. Andere gemeenten in de regio en de directie van de GGD hebben aangegeven op dit moment geen behoefte te hebben om de kerntakendiscussie te voeren.

Het college acht het niet wenselijk of realistisch om de taakstelling op de GGD tot uitvoering te brengen. Daarom stelt zij voor om deze bouwsteen niet door te voeren.

De gemeenteraad heeft besloten om deze bouwsteen niet tot uitvoer te brengen.

Als er geen uitvoering wordt gegeven aan de ketenaanpak jeugd, kan dit leiden tot een vermindering van de samenwerking en afstemming tussen verschillende instanties en professionals die betrokken zijn bij verminderen van middelenmisbruik door jongeren. Dit kan leiden tot een verslechtering van de aanpak van middelengebruik. Het college acht het daarom onwenselijk om tot een taakstelling op bouwsteen 23 te komen. #

Taakveldomschrijving

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting

Mutatie (%) taakveld t.o.v. begroting 2023 in scenario 3

Van toepassing zijnde bouwstenen en andere financiële effecten

20

2023 in scenario 1

2023 in scenario 2

6.72

Jeugd PGB's

-2,5%

-5,0%

-7,5%

6.72

Jeugd ambulante hulp

-2,5%

-5,0%

-7,5%

6.72

Jeugd pleegzorg

0,0%

0,0%

0%

6.72

Jeugd jeugdzorg plus

0,0%

0,0%

0%

6.72

Jeugd landelijke functies

0,0%

0,0%

0%

6.82

Jeugd pleegzorg

0,0%

0,0%

0%

6.82

Jeugd gezinshuizen

0,0%

0,0%

0%

6.82

Jeugd crisishulp

0,0%

0,0%

0%

6.82 6.82

0,0% 0,0%

0,0% 0,0%

-3% -3%

7.1

Jeugdzorg met verblijf Jeugdbescherming en jeugdreclassering Volksgezondheidbeleid

0,0%

0,0%

-7,5%

7.1

Jeugdgezondheidszorg

0,0%

0,0%

-7,5%

Bouwsteen 7, 16, 17, 18, 19 en 21. Bouwsteen 7, 16, 17, 18, 19 en 21. Op grond van een integrale afweging bewust geen ombuiging opgenomen. Geen ombuiging mogelijk. Geen ombuiging mogelijk. Op grond van een integrale afweging bewust geen ombuiging opgenomen. Op grond van een integrale afweging bewust geen ombuiging opgenomen. Geen ombuiging mogelijk. Bouwsteen 17 en 20. Bouwsteen 17 en 20. Bouwsteen 22 en 23. Voorstel: vervallen Bouwsteen 22 en 23. Voorstel: vervallen

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15045915/1