CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage RV Integrale verordening sociaal domein - Rapportage aanpassingen regelingen

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Integrale verordening sociaal domein4.870 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

In deze notitie worden de voorgestelde aanpassingen in de verordening en nadere regels in het sociaal domein besproken. De notitie dient als onderlegger voor besluitvorming over deze stukken en geeft inzicht in de belangrijkste aanpassingen. Het kader wordt gevormd door de wetgeving in het sociaal domein, de vastgestelde beleidsuitgangspunten sociaal domein en de eerdere besluitvorming door de gemeenteraad over het rapport “evenwicht in het sociaal domein”. Per categorie worden de wijzigingen schematisch weergegeven met een korte omschrijving, inhoudelijke effecten, ingangsdatum, financiële consequenties en in welke regeling/verordening dit wordt vastgelegd. Hierin is de indeling van de integrale verordening gevolgd. Tenslotte wordt ook aangegeven welke aanpassingen niet geadviseerd worden. Opgemerkt dient te worden dat de financiële consequenties van de aanpassingen al in de meerjarenbegroting zijn verwerkt, conform het raadsbesluit van 7 juli 2020.

Beleidsuitgangspunten sociaal domein 16 maart 2021 Hoofdstuk 2 beschrijft het toegangsproces voor het sociaal domein. De herinrichting van de toegang (project 1 uit het programmaplan Transformatie Sociaal Domein) is geformaliseerd in de integrale verordening. Hiermee wordt aan iedere inwoner rechtszekerheid gegeven over het proces om te komen tot het al dan niet verstrekken van voorzieningen. Effecten Er is een eenduidig proces vastgelegd voor complexere hulpvragen (het hulpvraagproces) en een eenduidig proces voor eenvoudigere aanvragen. Per hulpvraag is 1 casemanager aangewezen, die verantwoordelijk is voor het oplossen van de hulpvraag. Dit draag bij aan het principe 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. De in te zetten ondersteuning wordt integraal afgewogen, waardoor deze effectiever en daarmee ook goedkoper wordt. Ingangsdatum De nieuwe werkwijze is op 1 oktober van start gegaan. Dit wordt nu geformaliseerd in de verordening, die per 1-1-2022 in werking treedt. Financiële effecten De financiële effecten van aanpassingen in de toegang vallen buiten de scope van de aanpassingen in de verordening. Juridisch Het nieuwe uniforme toegangsproces komt in de plaats van de verschillende bestaande toegangsprocessen. Deze worden uit de bestaande beleidsregels verwijderd.

Bouwsteen 19 rapport “evenwicht in sociaal domein”

2

Niet altijd is de gemeente de aangewezen instantie om hulp te bieden; in het geval andere wetten van toepassing zijn. De afbakening is echter niet altijd helemaal helder, waarbij inwoners ook wel vanuit de gemeente ondersteund worden, terwijl blijkt dat bijvoorbeeld de Wet langdurige zorg (Wlz) van toepassing is. Voor het vinden van oplossingen voor hulpvragen wordt een nadere afweging gemaakt worden of de gemeente hiervoor wel de aangewezen organisatie is. Ook wordt snellere uitstroom bevorderd. Effecten Het effect hiervan is dat inwoners eerder onder een andere wetgeving komt te vallen, waarmee de verantwoordelijkheid verschuift naar de organisaties die daaraan uitvoering geven. Er is sprake van meer en snellere uitstroom. Ingangsdatum Bij nieuwe hulpvragen zal per 1-1-2022 nadrukkelijker worden getoetst of deze binnen andere wettelijke kaders thuishoort. Bij lopende hulpvragen/indicaties zal dit bij afloop van de indicatie plaatsvinden. Financiële effecten Het financiële effect is meegenomen in de financiële effecten per thema. Juridisch In artikelen 1.3, 2.4 en 2.5 van de integrale verordening staat de afbakening aangegeven. De uitwerking vindt plaats per hoofdstuk van de verordening en onderliggende nadere regels.

Beleidsuitgangspunten sociaal domein 16 maart 2021 Voor het vinden van oplossingen voor hulpvragen wordt nadrukkelijker een afweging gemaakt of de oplossing gevonden moet worden in (in voorkeursvolgorde): -

Eigen kracht Sociaal netwerk Vrij toegankelijke hulp Hulp op maat (met indicatie)

Effecten Dit leidt tot een groter beroep op de eigen kracht van inwoners en gezinnen. Hierdoor wordt meer gevraagd van gezinnen en mantelzorgers om meer zelf bij te dragen aan het oplossen van de hulpvraag. Zo wordt het beroep op hulp-op-maat beperkt. Doordat de mogelijkheden per gezin/inwoner wisselen leidt dit tot meer op maat gesneden, en daarmee meer verschillen in individuele oplossingen; Ingangsdatum Bij nieuwe hulpvragen zal per 1-1-2022 nadrukkelijker worden getoetst of deze binnen andere wettelijke kaders thuishoort. Bij lopende hulpvragen/indicaties zal dit bij afloop van de indicatie plaatsvinden. Financiële effecten Het financiële effect is meegenomen in de financiële effecten per thema.

3

Juridisch In artikelen 1.3, 2.4 en 2.5 van de integrale verordening staat het afwegingskader aangegeven. De meer specifieke invulling wordt gedaan in de beleidsregels gebruikelijke hulp jongeren en de beleidsregels Wmo.

Bouwsteen 5 rapport “evenwicht in sociaal domein” De indicaties voor begeleiding worden gedaan op basis van intensiteit van de hulpvraag. Deze worden ingedeeld in een van de categorieën: waakvlam, licht, midden of zwaar. Binnen bestaande regelingen wordt strakker beoordeeld welke categorie voor begeleiding geïndiceerd moet worden. Ook wordt sterker gestuurd op uitstroom (naar algemene voorzieningen, of Wlz), of afschalen door scherper te beoordelen of resultaten bereikt zijn/worden. Effecten Door meer te sturen op resultaten en een strakkere indicatietelling zullen inwoners gemiddeld een lagere indicatie begeleiding krijgen. Daar waar twijfels zijn of uitstroom uit categorieën licht of midden (zwaar komt feitelijk niet voor) kan middels een waakvlamindicatie vinger aan de pols gehouden worden. Enerzijds door de begeleidende organisatie door actief, laagfrequent contact te houden met de inwoner. Anderzijds voor de hulpvrager als back-up en zekerheid om een terugval te voorkomen. Ingangsdatum Deze werkwijze is in het voorjaar van 2021 geïmplementeerd binnen de bestaande regelingen. Financieel effect Het effect van deze aanpassing is geraamd op € 78.000,- structureel. Juridisch Dit past binnen de bestaande (en nieuwe) regelgeving. Deze hoeft hierop niet aangepast te worden.

Bouwsteen 5 rapport “evenwicht in sociaal domein” Per 2021 is een aantal maatregelen voor het beperken van het deeltaxigebruik doorgevoerd. Dit betreft het beperken van de maximale reisafstand waarbinnen voor het Wmo-tarief gereisd mag worden naar 25 km per reis. Dit was 30 km. Daarnaast is in 2021 het maximale km-budget beperkt tot 1.500 km op jaarbasis. Naar aanleiding van signalen dat dit tot ongewenste effecten leidt, is voor 2021 besloten het aantal km te verruimen naar 2.000 km. Op basis van een evaluatie over 2021 (begin 2022) wordt een besluit genomen over 2022 en verder. Effecten Doordat de deeltaxi minder gebruikt kan worden, worden inwoners die aangewezen zijn op dit vervoerssysteem beperkt in deelname aan het maatschappelijk verkeer. Daar waar dit leidt tot sociaal isolement, wordt maatwerk toegepast. Voor reizen langer dan 25 km is Valys beschikbaar voor deze

4

doelgroep. Ook zullen inwoners meer een beroep kunnen/moeten doen op het sociaal netwerk en vrij toegankelijke voorzieningen als ANWB automaatje. Ingangsdatum Deze wijziging is per 1-1-2021 ingegaan. Financieel effect Voor 2021 en 2022 zijn de geraamde financiële effecten € 45.000,- (mede op basis van een kilometerlimiet van 1.500 km). Voor 2023 is een besparing van € 63.000 geraamd. Juridisch Bovenstaande maatregelen zijn vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2021.

Motie Re-integratie en tegenprestatie, 20 november 2020 De gemeenteraad heeft een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen om bij het opstellen van de integrale verordening en onderliggende regelgeving in te zetten op re-integratie en tegenprestatie met een zo hoog mogelijke maatschappelijke meerwaarde. Daarin meenemen dat van vrijblijvendheid geen sprake mag zijn en van iedere uitkeringsgerechtigde die daartoe instaat is een re-integratie of tegenprestatieactiviteit moet worden gevraagd. Effecten De tegenprestatie wordt nu beperkt actief uitgevoerd. Het actiever inzetten van dit instrument leidt tot meer inzet van bijstandsgerechtigden voor maatschappelijke doelen. Daarna mogelijk tot werk, maar dit effect is onzeker. Re-integratie trajecten worden wel zoveel mogelijk ingezet als dit passend is. Er is meer uitvoeringscapaciteit nodig voor zoeken naar re-integratie- en tegenprestatie plekken bij maatschappelijke organisaties, begeleiding van inwoners, administratie en handhaving. Ingangsdatum Deze maatregel kan formeel per 1 januari 2022 ingaan. Voor de inzet van de extra capaciteit zal eerst een wervingstraject gevoerd moeten worden. Financieel effect Het financiële voordeel is niet te bepalen, de verwachting is dat de doelgroep die hiervoor in aanmerking komt niet direct zal uitstromen naar betaald werk.

De kosten worden geraamd op inzet van 0,6 FTE, wat neerkomt op een bedrag van € 70.000. Met dit bedrag is nog geen rekening gehouden in de meerjarenbegroting. Juridisch In artikel 3.9 van de Integrale verordening is, in vergelijking met de huidige verordening, de ‘kan-bepaling’ is vervallen. Tevens is toegevoegd dat periodiek een herbeoordeling plaats zal vinden of een inwoner mogelijkheden heeft ontwikkeld voor een tegenprestatie, in relatie tot beschikbaarheid van werkplekken.

5

Bouwsteen 14 rapport “evenwicht in sociaal domein” De gedachte achter deze maatregel is dat de kosten van de subsidie per traject worden verlaagd, door lagere tarieven. De structurele loonkostensubsidie vullen we nu aan tot het minimumloon. Lager is wettelijk niet toegestaan. Wel kunnen we tussentijds de loonwaarde opnieuw vaststellen. Het bedrag voor de incidentele loonkostensubsidie is wel door de gemeente te bepalen. Effecten Voor wat betreft de structurele loonkostensubsidie zetten we in op het tussentijds meten van loonwaarde. Zit er ontwikkeling in bij mensen? Hier gaan we mogelijk striktere afspraken over vastleggen. Wanneer doen we hermetingen om te zien of iemand zich ontwikkeld heeft en een hogere loonwaarde heeft? Dit vraagt wel uitvoeringscapaciteit. Deze maatregels past bij de algemene lijn om meer te sturen op resultaat en uitstroom van cliënten in het sociaal domein. Afspraken over de hoogte van de incidentele loonkostensubsidie zijn in regionaal verband gemaakt (WestBrabant). Iedere gemeente hanteert dezelfde bedragen (max. 2000 euro voor contract van 6 maanden voor min. 28 uur, max. 5000 euro voor een contract van 12 maanden van min. 28 uur). Het advies is om deze bedragen niet aan te passen. We zijn dan de enige gemeente in de regio die afwijkt van de afspraak. Dit kan een nadeel zijn voor kandidaten uit onze gemeente bij werkgevers.

Ook is het onduidelijk voor grotere werkgevers als er door gemeenten met verschillende bedragen gewerkt wordt. Ingangsdatum Per 1-1-2022 wordt gestart met tussentijdse loonwaardebepaling. Financieel effect Financieel effect voor tussentijdse metingen bij de structurele loonkostensubsidie is niet goed te bepalen. Op basis van de werkelijke invulling van deze maatregel moet blijken wat het financiële effect is. Het advies is om de incidentele loonkostensubsidie niet aan te passen. Het bedrag van de incidentele loonkostensubsidie moet ook al behoorlijk worden aangepast om een serieuze bezuiniging te halen: In 2018 is € 20.500,00 betaald In 2019 is € 57.500,00 betaald In 2020 is € 36.750,00 betaald In 2021 is € 19.750,00 betaald + € 16.750 aan verplichtingen Juridisch Dit wordt vastgelegd in werkinstructies voor medewerkers.

Bouwsteen 17 rapport “evenwicht in sociaal domein” Beleidsuitgangspunten sociaal domein 16 maart 2021, oplossingen in vrije markt

6

Het idee achter deze maatregel is dat bepaalde vormen van jeugdhulp waarvoor nu hulp-op-maat wordt verstrekt, in de toekomst niet meer verstrekt worden. Er wordt een groter beroep gedaan op zelfredzaamheid van inwoners, waarbij draagkracht van gezinnen/ouders in balans moet zijn met draaglast. De bestaande afwegingskader gebruikelijke hulp (is een onderdeel van het uitvoeringsbesluit jeugdhulp wordt hierop aangepast. Effecten Er wordt een groter beroep gedaan op ouders om zelf (een deel van) de hulpvraag op te lossen. Veelal heeft dit consequenties voor de hoogte van een PGB die ouders ontvangen, doordat ouders het PGB gebruiken om zelf ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld voor onplanbare hulp of hulp op ongebruikelijke tijden. Ingangsdatum De geplande ingangsdatum is 1 januari 2022. Financieel effect Het financieel effect van deze maatregel is niet goed te meten. Daarom is deze vooralsnog op €0 / pm gehouden. Juridisch In artikel 8.5.3 van de verordening staan de voorwaarden voor een PGB sociaal netwerk bij jeugdhulp. Dit wordt uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit jeugdhulp (bijlage afwegingskader gebruikelijke hulp)

Bouwsteen 5 rapport “evenwicht in sociaal domein” Sinds 2007 zijn gemeenten verantwoordelijk voor hulp bij het huishouden. We passen sindsdien bij het beoordelen van aanvragen, het “CIZ protocol” toe. Dit is het in 2006 door de landelijke instelling Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) opgestelde protocol. Dit protocol is een richtlijn voor de tijdnormering voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo. Hierbij wordt gekeken naar de persoonlijke omstandigheden, woon- en leefsituatie en hoeveel minuten ondersteuning nodig zijn per activiteit. Op basis van genoemd protocol wordt een gemiddeld aantal minuten aan ondersteuning per week berekend. De situatie nu is niet meer hetzelfde als in 2006 toen het CIZ protocol werd opgesteld. Technologische ontwikkelingen en veranderde maatschappelijke opvattingen maken dat het CIZ protocol aan vervanging toe is. Het normenkader van HHM is een beproefd alternatief voor het CIZ protocol Volgens het HHM normenkader heeft een gemiddelde cliënt 125 minuten per week aan professionele ondersteuning nodig. Daarnaast is berekend welke afwijkingen we op deze standaardsituatie kunnen toepassen. Zo kunnen we iedere inwoner maatwerk bieden. Effect In veel gevallen zal op basis van het nieuwe protocol per huishouden minden uren huishoudelijke ondersteuning geïndiceerd worden. In een aantal gevallen zal er een iets ruimere indicatie gesteld worden.

7

Ingangsdatum Er zijn drie scenario’s ontwikkeld: 1. Eerste halfjaar iedereen projectmatig herindiceren, uiterlijk per 1-7-2022 geldt het nieuwe normenkader voor iedere cliënt. Nieuwe cliënten worden direct op basis van nieuwe normenkader geïndiceerd. 2. Eerste halfjaar nieuwe en aflopende indicaties op basis van nieuwe normenkader. Het tweede halfjaar worden alle lopende beschikkingen projectmatig geherindiceerd. 3. Gedurende 2022 en 2023 worden alle nieuwe en herindicaties op basis van het nieuwe normenkader gedaan. In 2023 worden alle overige indicaties actief geherindiceerd op basis van het nieuwe normenkader. De gewijzigde indicaties worden per 1-1-2024 van kracht. Het eerste scenario levert financieel direct het grootste resultaat. Dit betekent echter een grote inzet van regisseurs (of externen) en een kortere tijd voor cliënten om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie. In het tweede scenario is meer voorbereidingstijd beschikbaar. Het derde scenario heeft als gevolg dat er gedurende langere tijd indicaties op basis van twee verschillende normenkaders bestaan. Dit kan bij inwoners als onrechtvaardig worden beschouwd. Ook het financiële effect is pas later merkbaar. Gelet op de overgang voor cliënten; de al bestaande druk op de uitvoering wordt geadviseerd om voor het derde scenario te kiezen.

Financieel effect Het financieel effect is in bovenstaande scenario’s als volgt geraamd (ten opzichte van 2021): Besparing Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3

2022 € 330.000 € 230.000 € 230.000

2023 € 660.000 € 660.000 € 267.000

2024 € 660.000 € 660.000 € 660.000

* de bedragen lopen niet lineair doordat de einddatums van de lopende beschikkingen ook niet lineair lopen.

Voor een projectmatige aanpak zijn eenmalige kosten onvermijdelijk. De herindicaties zullen met tijdelijke inhuur van consulenten uitgevoerd moeten worden. De kosten hiervoor worden als volgt geraamd: Frictiekosten Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3

2022 € 270.000 (3 FTE) € 225.000 (2,5 FTE) €0

2023

€ 90.000 (1FTE)

2024 €0 €0 €0

* Met deze kosten is nog geen rekening gehouden in de meerjarenbegroting.

Saldo Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3

2022 € 60.000 (V) € 5.000 (V) € 230.000 (V)

2023 € 660.000 (V) € 660.000 (V) € 177.000 (V)

2024 € 660.000 (V) € 660.000 (V) € 660.000 (V)

Juridisch Het nieuwe normenkader wordt vastgelegd in de beleidsregels Wmo (bijlage Normenkader).

8

Bouwsteen 5 rapport “evenwicht in sociaal domein” In het geval een woonvoorziening noodzakelijk is, wordt beoordeeld wat de goedkoopst adequate oplossing is om het resultaat te bereiken. In het huidige beleid wordt deze verstrekt als de noodzakelijke woningaanpassing minder kost dan € 15.000,- inclusief btw. Deze grens komt te vervallen waardoor ook bij woningaanpassingen van minder dan € 15.000 gekeken wordt of verhuizing naar een meer geschikte woning aan de orde is. Andere factoren als de medische situatie van de inwoner, de binding aan een woonplaats en de beschikbaarheid van (mantel)zorg blijven betrokken worden bij de afweging. Effect Bij inwoners zal in een aantal gevallen eerder de verplichting om te verhuizen worden toegepast. Inwerkingtreding Deze aanpassing treedt in werking op 1 januari 2022 voor nieuwe aanvragen voor een woningaanpassing. Financieel effect De verwachting is dat 1 woningaanpassing boven € 15.000 per jaar minder verstrekt hoeft te worden. De gemiddelde kosten van een woningaanpassing boven dit bedrag is ong. € 25.000. Daartegenover staat dat in dat geval wel een verhuiskostenvergoeding verstrekt moet worden van ruim € 3.000. Per saldo is het financieel effect dan € 22.000 per jaar. Juridisch Deze aanpassing is vastgelegd in artikel 5.3.1 van de integrale verordening

Beleidsuitgangspunten sociaal domein 16 maart 2021, financiële draagkracht Een belangrijk deel van de stijging van de Wmo—kosten wordt veroorzaakt door een toename van aanvragen van inwoners met een (middel)hoog inkomen. In de beleidsuitgangspunten is vastgesteld dat het inkomen van inwoners meegewogen mag worden bij het al dan niet verstrekken hulp-op-maat. Er wordt gestart dit bij huishoudelijke ondersteuning toe te passen. Effect Het effect is dat inwoners met een relatief hoog inkomen niet meer in aanmerking komen voor deze voorziening. Voor niet AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens gehanteerd van 200% van het bruto wettelijk minimumloon en voor AOW-gerechtigden een grens van 150% van het bruto wettelijk minimumloon. Er zal in eerste instantie alleen bij nieuwe hulpvragen op deze manier geïndiceerd worden, zodat inwoners die al een indicatie hebben, de al bestaande hulp niet verliezen. Aan deze aanpak kleeft een juridisch risico, aangezien het ministerie van VWS een andere interpretatie van de Wmo heeft. Bij gemeenten met een vergelijkbaar beleid, dreigt de minister met ingrijpen. Over deze maatregels zijn overigens nog geen rechterlijke uitspraken geweest, sinds de aanpassingen in de eigen-bijdrage systematiek per 2020. Voor inwoners met een lager inkomen heeft deze aanpassing geen consequenties.

9

Ingangsdatum De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2022 voor nieuwe aanvragen. Financieel effect Het financieel effect is in eerste instantie beperkt, omdat alleen bij nieuwe aanvragen deze aanpassing wordt toegepast. Het effect kan groter worden doordat er een afschrikkende werking vanuit kan gaan. Er is geen bedrag geraamd voor deze aanpassing. De houdbaarheid van deze maatregel moet immers nog worden bekeken. Juridisch Deze aanpassing is vastgelegd in artikel 5.3.2 van de integrale verordening

Bouwsteen 5 rapport “evenwicht in sociaal domein” Beleidsuitgangspunten sociaal domein 16 maart 2021, oplossingen in vrije markt Een deel van de woonvoorzieningen is inmiddels gemakkelijk verkrijgbaar in de reguliere handel, tegen lage kosten. Hierbij kan gedacht worden aan douchebeugels, zitjes en drempelhulpen. Doordat deze ook voor mensen met een laag inkomen verkrijgbaar zijn, kunnen deze als algemeen gebruikelijk beschouwd worden. De gemeente verstrekt deze dan niet meer in het kader van de Wmo. Effect Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor het kopen van kleine woonvoorzieningen. Voor het installeren/plaatsen van deze voorzieningen kan een beroep worden gedaan op de klussendienst van het welzijnswerk. Ingangsdatum De beoogde ingangsdatum is 1 juli 2022. Financieel effect Het financieel effect van deze maatregel is beperkt, doordat relatief weinig kleine woonvoorzieningen verstrek worden. De geraamd bezuiniging is ca. € 1.000 per jaar. Juridisch Dit wordt vastgelegd in de beleidsregels Wmo.

Bouwsteen 9 rapport “evenwicht in sociaal domein” Met ingang van 2022 wordt de uitvoering van de mantelzorgwaardering vernieuwd. De verstrekking zal plaatsvinden via het steunpunt mantelzorg bij Trema. Het budgettair kader voor de waardering is in de meerjarenbegroting verlaagd van € 248.000 naar € 179.000 in 2022 (meerjarig vanaf 2023:€ 146.000). Effect De omvang van de mantelzorgwaardering wordt beperkt en in een andere vorm verstrekt. In overleg met de welzijnsinstelling wordt in 2022 een nieuwe regeling opgesteld binnen de kaders van de verordening.

10

Ingangsdatum De nieuwe regeling gaat in 2022 in. Financieel effect Het financiële effect voor 2022 is bepaald op € 69.000 (kaderstellend). Voor 2023 en verder is het effect € 102.000. Juridisch De bepaling over de mantelzorgwaardering is vastgelegd in artikel 5.4.2 van de Integrale verordening. De nieuwe regeling wordt in 2022 vastgesteld door het college.

De kosten voor vervoer in het kader van jeugdhulp lopen op. Het ontbreekt op dit moment nog aan kaders om de hiervoor indicaties te stellen. Er wordt een nieuwe regeling voor opgesteld. Effect Dit leidt tot een groter beroep op de eigen kracht van inwoners en gezinnen. Hierdoor wordt gevraagd van gezinnen om meer zelf bij te dragen aan het oplossen van hun vervoersvraag. Ingangsdatum Streefdatum is 1-1-2022 Financieel effect De nieuwe regeling gaat gelden voor nieuwe aanvragen. De uitkomsten van de beoordelingen van de eigen kracht en mate van bovengebruikelijkheid zijn vooraf moeilijk te voorspellen. Dit is maatwerk per gezin/inwoner. De uitkomst kan per gezin/inwoner wisselen. Juridisch Er wordt een nieuwe beleidsregel vervoer jeugdhulp opgesteld.

Bouwsteen 9 rapport “evenwicht in sociaal domein” Hieronder zijn een aantal maatregelen voor aanpassingen in het minimabeleid opgenomen. We hebben ervoor gekozen de raad hier geen voorstel voor te doen. De reden hiervoor is dat dit de meest kwetsbare inwoners treft, zeker in een tijd waarin energiearmoede steeds nadrukkelijker een probleem vormt. Ook is uit wetenschappelijk onderzoek bekend dat armoede in veel gevallen leidt tot allerlei andere problemen, zoals psychische problemen en problemen in de opvoeding. Daarbij maken de actuele kostenontwikkelingen in het sociaal domein het niet noodzakelijk deze door te voeren. Om een compleet beeld te schetsen zijn deze maatregelen nog wel in deze notitie opgenomen.

11

Op dit moment zijn er diverse regelingen voor het minimabeleid die niet goed op elkaar aansluiten. De inkomensgrenzen en wijze van berekenen verschillen per regeling. Ook zit er een bepaalde overlap in regelingen. Het betreft de volgende regelingen: -

-

Activiteitenfonds voor meerderjarigen, wat bedoeld is om de maatschappelijke participatie van minima te vergroten. Tegemoetkoming bijzondere kosten (TBK). Inwoners met een laag inkomen kunnen hierop een beroep als zij tegen bepaalde noodzakelijke kosten aanlopen, zoals uitvaartkosten bepaalde reiskosten. Ook kosten voor bewindvoering worden op basis van deze regeling betaald. Collectieve zorgverzekering, inwoners kunnen hiermee zich relatief goedkoop verzekeren tegen zorgkosten. Individuele inkomenstoeslag (IIT), wat bedoeld is om het inkomen te verbeteren van inwoners met een structureel laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering daarvan. Tegemoetkoming kosten maaltijdvoorziening. Inwoners met een laag inkomen die zijn aangewezen op maaltijdvoorziening van Trema kunnen een bijdrage in deze kosten krijgen.

Deze 5 bestaande regelingen voor het minimabeleid worden geïntegreerd in 1 nieuwe regeling voor het minimabeleid, waarbij tevens een bezuiniging van € 102.000 wordt geraamd. Op de ondersteuning ten behoeve van kinderen wordt overigens niet bezuinigd. Deze regelingen worden aangepast daar waar het gaat om meerderjarigen. De aanpassingen zijn in hooflijnen de volgende: -

-

-

Kindregelingen worden door stichting Leergeld uitgevoerd. Dit gebeurt nu nog deels door de gemeente zelf. Er zijn geen wijzigingen in de bedragen of inkomensgrenzen (130% van de bijstandsnorm). De inkomensgrens om in aanmerking te komen voor de bijdrage van € 165 uit het activiteitenfonds (meerderjarigen) wordt op 110% van de bijstandsnorm bepaald. In de huidige situatie kunnen inwoners met een inkomen tussen 110% en 120% de helft van de bijdrage ontvangen. Dit komt te vervallen; het bedrag zelf wijzigt niet. De inkomensgrenzen voor bijzondere bijstand zijn: o Inkomen tussen 100 en 110 % = geen draagkracht, waardoor 100% tegemoetkoming plaatsvindt o Inkomen tussen 110 en 120% = 50% draagkracht, waardoor 50% tegemoetkoming plaatsvindt. o Inkomen boven 120% = 100% draagkracht, waardoor tegemoetkoming niet mogelijk is. In de huidige situatie is bij een inkomen tussen 110% en 150% een draagkracht van 35% vastgelegd.

-

In 2021 is een nieuwe regeling voor de collectieve ziektekostenverzekering vastgesteld. De inkomensgrens voor de collectieve zorgverzekering is 120% van de bijstandsnorm. Voor de 2022 wijzigt deze niet verder. Hiervoor is gekozen, omdat de medische kosten sinds 2021 niet meer worden vergoed vanuit de bijzondere bijstand.

12

-

-

De inkomensgrens voor de Individuele inkomenstoeslag wordt bepaald op 110% van de bijstandsnorm. In de huidige situatie kunnen inwoners met een inkomen tussen 110% en 120% 50% van de bijdrage ontvangen. De inkomensgrens voor de bijdrage maaltijdvoorziening wordt bepaald op 110% van de bijstandsnorm. In de huidige situatie kunnen inwoners met een inkomen tussen 110% en 120% 50% van de bijdrage ontvangen.

Effect Het effect van deze aanpassingen is dat inwoners met een inkomen tussen 110% en 120% niet of minder in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage op grond van het minimabeleid. Voor inwoners met een inkomen tot 110% hebben de aanpassingen geen gevolgen, waarmee de laagste inkomens worden ontzien. Tegelijkertijd is uit onderzoek van Stimulansz gebleken dat relatief weinig inwoners gebruik maken van de regelingen (vergeleken met andere gemeenten). Daarvoor worden flankerende maatregelen voorbereid, zoals het genereren van meer bekendheid, versterken van samenwerking met intermediairs en vereenvoudiging van de aanvragen. Ingangsdatum De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2022. Lopende trajecten bewindvoering die betaald worden uit de bijzondere bijstand blijven ongemoeid. Financieel effect Hieronder is het financieel effect per regeling aangegeven. De besparing is ten opzichte van de begroting 2021. Besparing activiteitenfonds (aandeel meerderjarigen) Besparing bijzondere bijstand Besparing individuele inkomenstoeslag Besparing maaltijdsubsidie Totaal

2022 € 9.000

2023 e.v. € 11.000

€ 29.000 € 6.000 € 2.000 € 46.000

€ 38.000 € 8.000 € 2.000 € 59.000

Juridisch De inkomensbepalingen zijn vastgelegd in de paragrafen 7.3 tot en met 7.10 van de integrale verordening. Voor de verdere uitwerking zijn nieuwe beleidsregels ondersteuning minima opgesteld.

Bouwsteen 17 rapport “evenwicht in sociaal domein”

13

Voor de verstrekking van PGB’s voor jeugdhulp, uitgevoerd door het sociaal netwerk wordt het tarief gemaximeerd op het Wettelijk minimumloon voor een meerderjarig. Het tarief voor PGB voor zorgaanbieders wordt op 90% van het tarief van tarief voor zorg in natura bepaald. Hiermee wordt bevorderd dat inwoners gebruik maken van gecontracteerde aanbieders. Effect Het effect is dat voor PGB lagere tarieven worden afgegeven. Voor het sociaal netwerk betekent het lagere inkomsten. Ingangsdatum Voor nieuwe indicaties wordt als ingangsdatum 1 januari 2022 gehanteerd. Voor lopende indicaties wordt op het moment van herindicatie gehanteerd. Bestaande PGB’s worden niet aangepast voordat de beschikking afloopt. Financieel effect Het financieel effect van deze maatregel is niet goed te meten. Daarom is deze vooralsnog op €0 / pm gehouden. Juridisch Deze bepalingen zijn geregeld in artikel 8.5.5 van de integrale verordening sociaal domein.

Nieuwe wetgeving Bepalingen van de Wet inburgering 2021 zijn opgenomen in de integrale verordening. Het gaat om een verlaging van de uitkering als een inburgeringsplichtige niet meewerkt aan financiële ontzorging. Daarnaast is bepaald dat als de gemeente voor dezelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18 of 18b Participatiewet kan verlagen en een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op kan leggen, dan kiest hij ervoor de bijstand te verlagen en geen boete op te leggen. Effect Als de bijstand eenmaal is verlaagd op grond van artikel 18 of 18b Participatiewet, dan mag het college, op grond van artikel 27 Wet inburgering 2021, geen boete meer opleggen op grond van de Wet inburgering 2021. De reden daarvoor is gelegen in de rechtsgelijkheid van inburgeringsplichtigen Ingangsdatum 1 januari 2022. Financieel effect Dit heeft geen financieel effect. Juridisch Dit is vastgelegd in de Integrale verordening, hoofdstuk 9.4.11.

14

Hieronder wordt de samenvatting van de beleidsaanpassingen en financiële impact gegeven. Onderwerp

Indicatiestelling Wmobegeleiding Deeltaxi

Tegenprestatie

Was

Wordt

30km per reis voor Wmo-tarief Geen jaarbudget voor aantal kilometers Wmo-tarief Het college kan een tegenprestatie opleggen.

Scherper intensiteit benodigde begeleiding beoordelen. 25 km per reis voor Wmo-tarief Jaarbudget van 1.500 km voor reizen voor Wmo-tarief ‘Kan-bepaling’ is vervallen. Tussentijdse beoordeling mogelijkheden bij inwoner.

Loonkostensubsidie Afbakening jeugdhulp

Eenmalige meting

Normenkader huish. Ondersteuning Woningaanpassing Inkomensgrens huis. ondersteuning

Normenkader CIZ 2007 Grens primaat verhuizen op € 15.000 Geen inkomensgrens

Woonvoorzieningen Mantelzorgwaardering Bedrag voor mantelzorgwaardering € 120 Vervoer jeugdhulp

Tussentijdse metingen Aanpassing afwegingskader gebruikelijke hulp. Normenkader HHM / KPMG Geen grens voor primaat verhuizen Inkomensgrens voor nieuwe aanvragen Niet-AOW-gerechtigden 200% minimumloon AOW-gerechtigden 150% minimumloon Minder kleinere woonvoorzieningen Nieuwe vorm van mantelzorgwaardering. Budget is kaderstellend. Nieuwe regeling voor vervoer van/naar jeugdhulp

Financiële impact 2022 € 78.000

Financiele impact 2023 € 78.000

Financiele impact 2024 e.v. € 78.000

€ 45.000

€ 63.000

€ 63.000

€ 0 /pm

€ 0 /pm

€ 0 /pm)

€ 0 /pm € 0 /pm

€ 0 /pm € 0 /pm

€ 0 /pm) € 0 /pm)

€ 230.000 (scenario 3) € 22.000 € 0 /pm

€ 267.000

€ 660.000

€ 22.000 € 0 /pm

€ 22.000 € 0 /pm)

€ 1.000 € 69.000

€ 1.000 € 102.000

€ 1.000 € 102.000

€ 0/ pm

€ 0 / pm

€ 0 / pm

Aanscherping PGBbeleid

-

Geen maximum voor tarief PGB sociaal netwerk bij jeugdhulp

-

-

Tarief voor PGB zorgaanbieders op 100% van tarief zorg in natura

Verlaging bedragen voor inzet sociaal netwerk bij jeugdhulp naar minimumloon Tarief voor PGB zorgaanbieders op 90% van tarief zorg in natura.

Totaal ombuigingen

€ 0 /pm

€ 0 /pm

€ 0 /pm)

€ 445.000

€ 533.000

€ 926.000

Financiële impact 2022

Financiele impact 2023

Financiele impact 2024 e.v.

Voor onderstaande onderzochte regelingen wordt geen voorstel gedaan. Onderwerp

Was

Wordt

Regelingen minimabeleid

Inkomensgrenzen voor minimaregelingen: Bijzondere bijstand: - 110%- 150% bijstandsnorm een tegemoetkoming van 65% - >150% van de bijstandsnorm: geen tegemoetkoming

Bijzondere bijstand: - 110% - 120% bijstandsnorm een tegemoetkoming van 50%; - >120 van de bijstandsnorm: geen tegemoetkoming

€ 29.000

€ 38.000

€ 38.000

Activiteitenfonds 110%-120% bijstandsnorm : geen bijdrage Individuele inkomenstoeslag - >110% bijstandsnorm: geen bijdrage

€ 9.000

€ 11.000

€ 11.000

€ 6.000

€ 8.000

€ 8.000

Maaltijd - >110% bijstandsnorm: geen bijdrage Subsidie

€ 2.000

€ 2.000

€ 2.000

€ 46.000

€ 59.000

€ 59.000

Financiële impact 2022

Financiele impact 2023

Financiele impact 2024 e.v.

Activiteitenfonds - 110%-120% bijstandsnorm : € 82,50 Individuele inkomenstoeslag - 110%-120% bijstandsnorm : bijdrage van 50% Maaltijdsubsidie - 110%-120% bijstandsnorm : bijdrage van 50% Totaal

Om de besparingen te realiseren is extra inzet van personeel nodig. Dit is hieronder weergegeven. Onderwerp

Omschrijving

16

Tegenprestatie Normenkader huishoudelijke ondersteuning Totaal kosten voor inzet

Structurele inzet om tegenprestatie uit te voeren: 0,6 FTE Inzet 1 FTE inhuur voor herindicaties

€ 70.000 (n) €0 € 70.000 (n)

€ 70.000 (n) € 90.000 (n) € 160.000(n)

17

€ 70.000 (n) €0 € 70.000 (n)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10790679/1