Bijlage RV Integrale verordening sociaal domein - Advies Basda integrale verordening
Tekst van het document
Aan het college van B&W van de gemeente Altena
Almkerk, 19 oktober 2021
Betreft: Verordening sociaal domein
Geacht college,
Wij willen u, door uw organisatie daartoe uitgenodigd, graag van advies dienen over de conceptverordening van 5 oktober 2021. Het proces tot nu toe Een werkgroep van de BASDA is in een 4-tal bijeenkomsten betrokken geweest bij de totstandkoming van de conceptverordening. In een open discussie met de betrokken ambtenaar heeft de werkgroep haar inbreng geleverd. Wij zien een aantal punten hiervan in het huidige concept terug. Om te komen tot deze ‘omgekeerde’ verordening is de modelverordening van Stimulanz als basis gebruikt. Wij onderschrijven deze keuze. Niet de wet is het uitgangspunt, maar het oplossen van de hulpvraag (2.2 conceptverordening). Op een goede manier is een vervolg gegeven aan de nota kernwaarden die door de gemeenteraad in februari 2021 is vastgesteld. Die gemeentelijke kernwaarden vormen de basis waar vanuit is vertrokken. Per hoofdstuk zijn de kernwaarden verder toegespitst. Dat leidt tot erg veel tekst en hier en daar wat onnodige doublures. Er dient te worden bezien of dat in een vervolgversie anders kan. Het sterke van deze werkwijze is wel dat afwegingen vanuit die kernwaarden gemaakt moeten en kunnen worden. Geen afvinklijst, maar een inhoudelijke beoordeling en een afweging op maat. Hierbij staan de inhoudelijke argumenten inzake de hulpvraag voorop bij het oplossen en de samenhang tussen de verschillende wetten..
We hebben te maken met een veelheid aan wetten en AMvB’s die ieder hun eigen mores, achtergrond en taalgebruik kennen. Dat maakt het niet eenvoudig om in één verordening onder te brengen. Het lijkt erop dat, gezien het gebruikte format met steeds verwijzingen naar de onderhavige wetgeving, dit goed is gelukt. De praktijk zal leren of we hiermee uit de voeten kunnen. Dat vereist nogal wat van de organisatie en de individuele ambtenaar. Het biedt echter de mogelijkheid, op grond van een integrale afweging van de diverse wetten in de conceptverordening, tot een adequatere oplossing van de hulpvraag te komen. Aangezien er nog een aantal discussies over de bezuinigingen dienen te worden gevoerd, lopen processen nu door elkaar heen. Dat is niet te voorkomen, maar werkt verwarrend in de organisatie. De relatie met maatschappelijke partners ondergaat een verandering en is aan herijking toe. De Verordening sociaal domein dient op 1 januari 2022 van kracht te zijn. Wij zijn van mening dat dit met verwerking van alle wijzigingen niet haalbaar is. De conceptverordening bevat momenteel te veel onzekerheden over beleidswijzigingen, die echter nog vragen om een zorgvuldige afweging.
Beleid in relatie tot de verordening De BASDA stelt vast dat er in de conceptverordening zaken zijn opgenomen die wij willen benoemen als aanpassingen van het beleid en ook zaken die regelmatig dienen te worden aangepast. Dit soort aanpassingen dienen door het college vastgesteld te worden. Naar onze mening horen die niet in de uiteindelijke Verordening zelf, maar dient in de Verordening te worden verwezen naar de afzonderlijke beleidsregels en uitvoeringsbesluiten. In de Verordening dient te worden vastgelegd hoe die bevoegdheid dan verder dient te worden vormgegeven (burgemeester/college/raad/mandaat/delegatie). Zeker op dit moment, nu we nog geen ervaring hebben met de gevolgen van deze Verordening, is flexibiliteit om snel bij te kunnen sturen bij ongewenste ontwikkelingen van belang. Steeds de lange bestuurlijke weg van aanpassen van de Verordening is dan niet handig en dient te worden vermeden. De hulpvraag en de toegang hiertoe is op dit moment, als onderdeel van de bezuinigingsopgave, een onderwerp dat nogal in beweging is. Het gaat om het meer in onderlinge samenhang benaderen van de vraag, bijvoorbeeld niet meer alleen vanuit de Wmo, de P-wet of de Jeugdwet. De intake wordt integraal, waardoor de toegang anders wordt georganiseerd. De BASDA maakt zich zorgen over de kwaliteit van de dienstverlening in deze periode van transitie.
Is de organisatie met zijn individuele medewerkers wel voldoende toegerust om de nieuwe benadering handen en voeten te geven? Wij denken daarbij ook aan het ‘ketendenken’ tussen de maatschappelijke organisaties en de ambtelijke organisatie. De rol en de positie van onze partners in zorg en welzijn, lees ook vaak co-producenten, komen in dit concept niet tot hun recht. Het CEO Wmo 2020 geeft bijvoorbeeld aan hoe beperkt onze inwoners het steunpunt mantelzorg kennen en er gebruik van maken om hun eigen verantwoordelijkheid in te vullen ter voorkoming van hun hulpvraag.
In de bijlage bij de verordening (aanpassingen verordening en beleidsregels) staat het overzicht van beleidswijzigingen. In de komende periode worden deze voorstellen ambtelijk uitgewerkt. Wij kunnen daar nu geen advies over geven, wel enkele suggesties die meegenomen kunnen worden: Vrije markt: Er is voorzichtigheid geboden bij het vrije marktmechanisme. Het klinkt heel simpel maar we hebben vaak te maken met een doelgroep waarbij de vraag gesteld kan worden of zij financieel sterk genoeg zijn om gebruik te kunnen maken van het aanbod op de vrije markt. Deeltaxi:
Zie ons advies dec. 2020.
Hbh:
Wij stellen vragen bij de haalbaarheid van herindicering. Wij spreken een voorkeur uit voor variant 2.
Inkomen en schulden en voorzieningen: Als mensen volgens de normering boven de grens voor een bijdrage uitkomen, is de kans reëel dat bij stapeling van diverse voorzieningen, men onder de gestelde inkomensgrens komt. Graag aandacht daarvoor.
Samenvattend geven wij u de volgende adviezen, naast de al genoemde punten: -
monitor de gevolgen bij implementatie van de beleidsaanpassingen: evalueer en bezie de maatschappelijke effecten: ontdoe de Verordening van impliciete beleidswijzigingen, maak deze expliciet in afzonderlijke beleidsdocumenten en een evaluatie na 1 jaar: zet minder in de Verordening, meer in beleidsregels: stel met de raad een goede rolverdeling (positionering) vast als het gaat om betrokkenheid van de raad bij tussentijdse beleidsaanpassingen: probeer te komen tot een betere positionering met onze maatschappelijke partners over de invulling van het voorliggende veld (algemene voorzieningen) en de rol bij de toegang tot de oplossing van de hulpvraag. Positioneer hen op onderdelen als co-producent:
-
een integrale juridische toetsing van de Verordening is noodzakelijk.
Namens de BASDA: Henk Schouwenaars voorzitter
Marjolijn Berendsen lid
Jos Stegeman lid