CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke onderbouwing bij RV Verklaring van geen bedenkingen dertien appartementen Buitenlust Sleeuwijk

Raadsvergadering 29 oktober 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen dertien appartementen Buitenlust Sleeuwijk19.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient bij een plan (voor bijvoorbeeld het realiseren van woningen of winkels) gelegen binnen een relevante afstand van een transportroute voor gevaarlijke stoffen het plaatsgebonden risico, het plasbrandaandachtsgebied en het groepsrisico te worden beschouwd. In principe dient bij een plan gelegen binnen 200 meter afstand van een transportroute voor gevaarlijke stoffen het groepsrisico te worden onderzocht. De Regeling basisnet geeft de transporthoeveelheden waarmee rekening moet worden gehouden en de plaatsgebonden risico contour. Het Besluit externe veiligheid transportroutes geeft aan voor welke planologische procedures het groepsrisico wel of niet moet worden beschouwd dan wel moet worden onderzocht. Voor een aantal veelvoorkomende inrichtingen en langs de belangrijkste transportroutes is het plaatsgebonden risico door middel van een wettelijk voorgeschreven afstand vastgesteld. Bij inrichtingen geldt dit ook voor het invloedsgebied waarbinnen het bevoegd gezag het groepsrisico moet verantwoorden (gegeven in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi)). Voor wegen en spoorwegen zijn effectafstanden van de maatgevende scenario’s, waarbinnen deze routes effect kunnen hebben, bekend. Voor gevallen waarin afstanden niet zijn voorgeschreven, kan een berekening nodig zijn om de omvang van effecten aan te tonen.

4.8.2 Conclusie externe veiligheid De planlocatie is niet in een gebied gelegen als bedoeld in het Besluit Externe Veiligheid (Bevi) of een gebied als bedoeld in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen. Het gebied is ook niet gelegen binnen de invloedsfeer van een buisleiding. Hierdoor is een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico niet nodig. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. De buisleiding die op de kaart te zien is, ligt op meer dan 200 meter van het plangebied en hoeft derhalve niet te worden onderzocht.

32

Figuur 4.4 - Uitsnede risicokaart - overgenomen van Risicokaart.nl

4.9

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt getoetst conform: • VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’(editie 2009); • Wet milieubeheer.

4.9.1 VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ De Vereniging van Nederlandse Gemeente doet in de publicatie ’Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste afstand tot milieugevoelige functies. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de bestemmingsgrens van de bedrijven en anderzijds de gevel van een woning. De adviesafstanden hangen samen met gebiedskenmerken. De meest voorkomende categorieën met bijbehorende gewenste afstand tot milieugevoelige functies in een rustige woonwijk zijn weergegeven in onderstaande tabel.

33

Figuur 4.5 - Richtafstandentabel - Overgenomen van de VNG Handreiking

Naast het omgevingstype rustige woonwijk kent de VNG-handreiking ook het omgevingstype gemengd gebied. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, voor met name het aspect geluid, met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het aspect geluid is veelal het maatgevende aspect. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

4.9.2 Situatie De planlocatie bevindt zich in de buurt van bedrijventerrein ’t Zand. De bedrijven op dit terrein bevinden zich op gronden die bestemd zijn voor de uitoefening van een bedrijf uit ten hoogste categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het dichtstbijzijnde bedrijf is Autotechniek Kapel. Of aan de richtafstand van de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is voldaan, moet worden beoordeeld aan de hand van de afstand tussen de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en de uiterste situering van de gevel van een woning. Bij de uiterste situering van de gevel van de woning moeten ook de mogelijkheden van het vergunningvrij bouwen op grond van het Bor worden meegenomen.

34

Omdat de omgeving van de planlocatie uit veel verschillende bestemmingen bestaat, zoals: bedrijf, wonen, detailhandel, agrarisch, en tuin, is de omgeving te kenmerken als een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Derhalve kan de richtafstand worden genomen uit de kolom ‘gemengd gebied’ van de richtafstandentabel in figuur 4.5. Daarbij wordt opgemerkt dat tussen de locatie van onderhavig initiatief en het bedrijventerrein, reeds de woonbestemming aanwezig is en hier meerdere woningen zijn gerealiseerd. De realisatie van woningbouwcomplex ‘Buitenlust’ zal zodoende de bedrijven niet beperken in de uitvoering van hun werkzaamheden. Deze bedrijven dienen namelijk ten alle tijden rekeningen te houden met de naastgelegen woningen. Berekening richtafstand De richtafstand vanaf de gevel van Autotechniek Kapel tot aan de dichtstbijzijnde perceelsgrens is 60,7 meter. In afbeelding 4.6 is deze afstand met een rode lijn inzichtelijk gemaakt. Kolom: Rij:

Richtafstand tot ‘gemengd gebied’ Milieucategorie 3.2

Minimaal vereiste afstand Richtafstand

50 meter 60,7 meter

Conclusie

60,7 > 50 --> minimale richtafstand wordt niet overschreden.

Figuur 4.6 - Richtafstand vanaf Autotechniek Kapel tot de perceelsgrens

4.9.3

Conclusie milieuzonering

De richtafstand tussen het dichtstbijzijnde bedrijf met milieucategorie 3.2 en de beoogde ontwikkeling is groter dan 50 meter. De bedrijven van bedrijventerrein ’t Zand vormen conform de VNG Handreiking geen risico voor de beoogde ontwikkeling.

35

4..10 Spuitzones Een spuitzone is een gebied waarin het gebruik van pesticiden en herbiciden is toegestaan. Het doel van spuitzones is om de omgeving te beschermen tegen schadelijke effecten van deze stoffen. Voorkomen moet worden dat deze stoffen in de nabijheid van mensen, dieren of planten worden gespoten. Het gebruik van deze middelen kan leiden tot vervuiling van grond en het oppervlaktewater en ook tot gezondheidseffecten. Om de gezondheid van toekomstige bewoners niet op het spel te zetten, moet er een afstand van 50 meter tussen de woningen en het agrarische gebied worden gewaarborgd. In Figuur 4.7 is de afstand van de woningen tot het agrarische perceel in kaart gebracht. Het met blauw gemarkeerde stukje agrarische grond, valt binnen de 50 meter. Om deze reden mag hier niet worden gespoten. Het agrarische perceel dat op de afbeelding links is gelegen, is eigendom van de initiatiefnemers van onderhavig initiatief. Zij verhuren dit aan de eigenaar van het rechter gedeelte, eigenaar B. Initiatiefnemers hebben de huurder van de grond op de hoogte gebracht van het feit er niet binnen het blauw gedeelte gespoten mag worden. De huurder en tevens eigenaar van het stuk grond van eigenaar B, heeft toegezegd niet binnen dit gebied te spuiten. Zodoende vormt het onderdeel spuitzones geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Figuur 4.7 – Afstand Spuitzones

36

4.11 Stikstofdepositie 4.11.1 Stikstofdepositieberekening Om mogelijke significante negatieve effecten op Natura 2000 gebieden uit te sluiten is er een stikstofdepositieberekening van zowel de bouwfase als gebruiksfase gemaakt. Met deze berekeningen wordt de uitstoot van stikstofoxide (NOx) en Ammoniak (NH3) inzichtelijk gemaakt. Als uit de berekeningen blijkt dat het plan geen significante negatieve effecten heeft op Natura 2000gebieden is er geen Wnb-vergunning vereist. Enkele natura 2000-gebieden in de directe omgeving: • 70 – Lingegebied & Diefdijk-Zuid • 71 – Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem • 112 – Biesbosch Er liggen geen Natura 2000-gebieden binnen 3 kilometer van de projectlocatie waardoor gebouwinvloed buitenbeschouwing mag worden gelaten. Voor onderhavig initiatief is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De rapportage van de berekening is opgenomen in bijlage 5.

4.11.2 Conclusie stikstofemissie De stikstof uitstoot die veroorzaakt wordt door de uitvoering van dit project blijft, ter plaatse van natura 2000-gebieden, onder de maximale stikstofdepositie grenswaarde van 0,005 mol/ha/jr. Dit betekent dat significante negatieve effecten op natura2000 gebieden kunnen worden uitgesloten. Dit heeft als gevolg dat een vergunning in het kader van Wet Natuurbescherming niet vereist is voor de realisatie van dit project.

37

Hoofdstuk 5 – Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1

Financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op de grond van artikel 3.1.6. van het Bro in de toelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijk ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, plankosten en planschadeclaims, deze kosten te verhalen op de opdrachtgever. Een en ander dienst te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met de opdrachtgever. Als er met een opdrachtgever geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Plankosten maken als zodanig onderdeel uit van de kostensoortenlijst. De exploitatiekosten worden door de opdrachtgever betaald. De kosten voor de procedure van de omgevingsvergunning worden op de opdrachtgever verhaald op basis van de legesverordening. Daarnaast wordt er een planschadeovereenkomst gesloten met de opdrachtgever.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Tegen een omgevingsvergunning kan door belanghebbenden bezwaar worden ingediend bij de gemeente en vervolgens in twee instanties beroep worden ingesteld, eerst bij de Rechtbank en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het kader van maatschappelijke verantwoording heeft de opdrachtgever een omgevingsdialoog gevoerd met de bewoners van de huizen in de directe omgeving van het plangebied. Op basis van deze gesprekken zijn geen bezwaren tegen het plan.

38

ADRES: POSTCODE: PLAATS: KADASTRALE GEGEVENS:

Buitenlust 4254 XS Sleeuwijk WKD00 S 2673 en 2674

NAAM:

RO-Advies

ADRES:

Dorpsstraat 4

POSTCODE:

3381 AG

PLAATS:

Giessenburg

TELEFOONNUMMER:

0184-701733

CONTACTPERSOON:

Dhr. J. van Barneveld

E-MAILADRES:

info@ro-advies.nl

NAAM:

Dhr. J. van Barneveld

TELEFOONNUMMER:

0184-701733

E-MAILADRES:

info@ro-advies.nl

NAAM:

Baecx B.V.

VELDWERKER:

Dhr. A. (Arjan) Fraanje en dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax

DATUM:

25 januari 2023

PROJECTNUMMER:

P221254-02

PROJECTLEIDER:

Dhr. J. (Jasper) Smits

PROJECTMEDEWERKER:

Mevr. J. (Jaëlla) Thomassen

Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer

Autorisatiedatum

Wijzigingen

1

9 februari 2023

Geen; eerste uitgifte

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.

Pagina

Samenvatting

4

1.

Inleiding

4

2.

Verantwoording 2.1 Aanleiding 2.2 Doelstelling

5 5 5

3.

Vooronderzoek 3.1 Plangebied 3.2 Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) 3.3 Nationale Databank Flora en Fauna

6 6 7 8

4.

Veldwerk 4.1 Veldbezoek 4.2 Waarnemingen beschermde Flora 4.3 Waarnemingen beschermde Fauna 4.4 Overige waarnemingen

8 8 8 8 9

Conclusies en aanbevelingen

A. Foto’s B. Tekening C. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten D. Vrijstelling per provincie E. Wet- en regelgeving

10

In opdracht van RO-Advies is een ecologische quickscan uitgevoerd op de locatie Buitenlust te Sleeuwijk, kadastraal bekend als sectie S, perceelnummers 2673 en 2674, kadastrale gemeente WKD00. De aanleiding is de voorgenomen realisatie van seniorenwoningen. Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert en adviseert Baecx B.V. het volgende:

Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen.

Rugstreeppad Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van rugstreeppadden en/of verblijfsplaatsen. Het plangebied is niet geschikt als habitat voor rugstreeppadden. De naast het perceel gelegen sloot is meer geschikt als verblijfplaats voor rugstreeppadden. Geadviseerd wordt deze sloot in stand te houden. Mocht ten behoeve van de herinrichting de sloot verplaatst moeten worden, dan adviseren we eerst een aquatisch ecologisch onderzoek op deze watergang te laten uitvoeren. Er zijn binnen het plangebied geen overige waarnemingen gedaan van beschermde Flora en Fauna. De locatie is potentieel ongeschikt als verblijfplaats of vliegroute voor vleermuizen. Bij het toepassen van Natuurinclusief ontwerp in de nieuwbouw en de inrichting van het terrein kan dat mogelijk een versterkend effect genereren op de lokale Flora en Fauna. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende quickscan uitgevoerd te worden.

Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie.

In opdracht van RO-Advies is een ecologische quickscan uitgevoerd op de locatie Buitenlust te Sleeuwijk, kadastraal bekend als sectie S, perceelnummers 2673 en 2674, kadastrale gemeente WKD00. De aanleiding is de voorgenomen realisatie van seniorenwoningen.

Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid hiervan niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de ecologische quickscan is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in de directe omgeving van het plangebied. De quickscan betreft geen gerichte inventarisatie van soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: • Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? • Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? • Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming in? • Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? • Is nader onderzoek noodzakelijk? • Is ontheffing of vergunning van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?

De locatie is gesitueerd in Sleeuwijk en gelegen op het perceel kadastraal bekend als WKD00 S 2673 + 2674. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 4505 m². Het plangebied bestaat uit: • Aan de noordzijde woningen; • Aan de oostzijde bomen; • Aan de zuidzijde weiland; • Aan de westzijde bomenrij en woningen.

Afbakening plangebied

Schapenhok Binnen het plangebied staat een schapenhok. Hiervan is geen bouwjaar bekend. Het schapenhok is opgetrokken uit enkele damwanden met een metalen systeembouw. Het dak bevat kieren, houten balken en houten gordingen. Het gebouw dienst als veestalling voor schapen.

Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied of in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Loevestein, Pompveld & Komsche Boezem’. Dit Natura 2000-gebied ligt op circa 3,5 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. Beschermd NNN-gebied, ’t Zand’, ligt op circa 85 meter afstand ten oosten van het plangebied. In de bestaande situatie zijn diverse menselijke invloeden aanwezig in de zone tussen het plangebied en beschermde Natura 2000 en/of NNN gebieden. Het betreft woonwijken, agrarisch gebied en wegen. Als gevolg van de bestaande situatie zullen de voorgenomen werkzaamheden aannemelijk géén verdere negatieve effecten opleveren zoals geluids- en visuele verstoringen. De afstand tussen het plangebied en de beschermde gebieden is hiervoor te groot. De werkzaamheden zullen naar verwachting geen invloed hebben op beschermde natuurgebieden. Overtreding van de Wet natuurbescherming t.o.v. Natura 2000 en/of NNN is niet aan de orde. Of er overtreding is van de Wet Natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000 een NNN met betrekking tot stikstofuitstoot is niet bekend. Per november 2022 is het maken van een AERIUS berekening verplicht bij sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten. Een AERIUS berekening behoort niet tot de reikwijdte van de ecologische quickscan.

Met behulp van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een lijst gemaakt van beschermde soorten die mogelijk aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. In onderstaande tabel is weergegeven welke beschermde soorten en welke functies rondom het plangebied aanwezig kunnen zijn. Tijdens het veldwerk dient beoordeeld te worden of deze soorten ook daadwerkelijk (in potentie) aanwezig zijn. FLORA FAUNA CHECK Soort

Beschermingsregime

Functie

Protocol

Rugstreeppad

habitatrichtlijn

functioneel leefgebied

mogelijk aanwezig

Op 25 januari 2023 is het plangebied bezocht door dhr. A (Arjan) Fraanje en dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en de directe omgeving daarvan geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitats. In algemene zin wordt bij het veldwerk gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp, endoscoop en mobiel met fotocamera en NDFF-invoerportaal (Nationale Databank Flora en Fauna). De weersomstandigheden waren als volgt: 4 °C, half bewolkt, geen neerslag. Opgemerkt dient te worden dat het veldbezoek een momentopname betreft. De volgende beschermde soorten die op basis van het vooronderzoek mogelijk aanwezig zouden kunnen zijn in en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek nader onderzocht en in de volgende paragrafen aanvullend beschreven.

Binnen het plangebied bevinden zich 3 platanen. Verder is het plangebied momenteel in gebruik als weiland.

Rugstreeppad Volgens RAVON komt de rugstreeppad voor in duinen, riviergebieden, delen van de polders en de hogere zandgronden. Ze leven ook op een rotsachtige ondergrond, ze schuilen dan in de rotsspleten. Er zijn geen rugstreeppadden, sporen van rugstreeppadden en/of verblijfsplaatsen waargenomen tijdens het veldbezoek. Rondom het plangebied bevinden zich sloten wat beter aansluit bij de habitat voor een rugstreeppad.

Vogels Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen of te verwachten. De soorten zijn niet waargenomen. Insecten Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen of te verwachten. De soorten zijn niet waargenomen en er zijn tevens ook geen geschikte verblijfsplaatsen aanwezig. Amfibieën/reptielen/vissen Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen of te verwachten. De soorten zijn niet waargenomen en er zijn tevens ook geen geschikte verblijfsplaatsen aanwezig. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen of te verwachten. De soorten zijn niet waargenomen en er zijn tevens ook geen geschikte verblijfsplaatsen aanwezig. Buiten het plangebied Buiten het plangebied bevinden zich verschillende bomen en heggen. Rondom het plangebied, uitgezonderd aan de noordzijde, bevindt zich een sloot. Het overige terrein rondom is weiland.

Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert en adviseert Baecx B.V. het volgende:

Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen.

Rugstreeppad Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van rugstreeppadden en/of verblijfsplaatsen. Het plangebied is niet geschikt als habitat voor rugstreeppadden. De naast het perceel gelegen sloot is meer geschikt als verblijfplaats voor rugstreeppadden. Geadviseerd wordt deze sloot in stand te houden. Mocht ten behoeve van de herinrichting de sloot verplaatst moeten worden, dan adviseren we eerst een aquatisch ecologisch onderzoek op deze watergang te laten uitvoeren. Er zijn binnen het plangebied geen overige waarnemingen gedaan van beschermde Flora en Fauna. De locatie is potentieel ongeschikt als verblijfplaats of vliegroute voor vleermuizen. Bij het toepassen van Natuurinclusief ontwerp in de nieuwbouw en de inrichting van het terrein kan dat mogelijk een versterkend effect genereren op de lokale Flora en Fauna. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende quickscan uitgevoerd te worden.

Bijlage A

Bijlage B

Onderzoekslocatie Plataan Omliggende sloot Naastgelegen bomen Naastgelegen heg Projectnummer: P221254-02 Locatie: Buitenlust te Sleeuwijk

Bijlage C

Bijlage C Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart

Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius

Categorie 1

Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen

2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing

Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen

Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst

Bijlage D

Bijlage D Vrijstelling per provincie De volgende soorten zijn voor alle provincies vrijgesteld: Zoogdieren:  Aardmuis Microtus agretis  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Haas Lepus europeus  Huisspitsmuis Crocidura russula

 

Konijn Oryctolagus cuniculus Ondergrondse woelmuis

    

Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Amfibieën en reptielen:  Bruine kikker Rana temporaria  Gewone pad Bufo bufo  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda)  Middelste groene kikker / Bastaardkikker Pelophylax klepton esculentus (Rana esculenta) De volgende soorten zijn in de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland, Zeeland, NoordBrabant en Noord-Holland niet vrijgesteld van de Wet natuurbescherming:  Bunzing Mustela putorius  Hermelijn Mustela erminea  Wezel Mustela nivalis De volgende soorten zijn in de provincie Zuid-Holland niet vrijgesteld van de Wet Natuurbescherming:  Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus  Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus De volgende soorten zijn in Limburg alleen in vaste perioden vrijgesteld:  Eekhoorn Sciurus vulgaris: maart - april - juli - november  Hazelworm Anguis fragilis: juli - september  Levendbarende hagedis Zootoca vivipara: 15 augustus - 15 oktober  Molmuis Arvicola scherman: jaarrond  Steenmarter Martes foina: 15 augustus – februari De volgende soort is alleen in de provincie Noord-Brabant vrijgesteld van de Wet natuurbescherming:  Wild zwijn Sus scrofa

Bijlage E

Bijlage E Wet- en regelgeving WET NATUURBESCHERMING Sinds 1 januari 2017 is in Nederland de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet omvat zowel soort- als gebiedsbescherming en vervangt hiermee de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Gebiedsbescherming Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen t.a.v.:  Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn)  Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) Gebiedsbescherming Artikel 2.7, lid 2 Wet natuurbescherming: Het is verboden om activiteiten binnen en buiten een Natura 2000-gebied uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: 1. 2.

de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of de habitatten van soorten in dat gebied kan verslechteren, of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als het Bevoegd Gezag een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken Bevoegd Gezag. Soortbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes:  Vogelrichtlijnsoorten  Habitatrichtlijnsoorten  Andere soorten (nationale soorten) Per beschermingsregime zijn aparte verbodsbepalingen opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze verbodsbepalingen gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De toetsing omvat:  Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan,  Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn,  Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren.

Soortbescherming Vogelrichtlijnsoorten: artikel 3.1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels. 1. 2. 3. 4.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Habitatrichtlijnsoorten: artikel 3.5 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle dieren uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II en het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b en het Verdrag van Bern, bijlage I. 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Andere soorten: artikel 3.10, lid 1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen nationaal beschermde soorten. a) b) c)

In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij het Bevoegd Gezag waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er:  Geen andere bevredigende oplossing bestaat,  Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort,  Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (art. 3.3, lid 4b, art. 3.8, lid 5b en art. 3.10, lid 2).

Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de ecologische quickscan vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb.

Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. Zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) Voor alle plant- en diersoorten (inclusief onbeschermde soorten) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland.

NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), omvat beschermde gebieden die zijn aangewezen t.b.v. ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Deze gebieden vormen hiermee een ecologisch netwerk waarvan de natuurwaarden niet mogen worden aangetast. De (mogelijke) effecten dienen daarom ook getoetst te worden op deze natuurwaarden. De provincie waarbinnen het plangebied valt is tevens Bevoegd Gezag.

ADRES:

Buitenlust

POSTCODE:

4254XS

PLAATS:

Sleeuwijk

KADASTRALE GEGEVENS:

sectie S, perceelnummers 2673 en 2674, kadastrale gemeente WKD00

NAAM:

RO-Advies

ADRES:

Dorpsstraat 4

POSTCODE:

3381 AG

PLAATS:

Giessenburg

TELEFOONNUMMER:

0184-701733

CONTACTPERSOON:

Dhr. J. (Joost) van Barneveld

E-MAILADRES:

info@ro-advies.nl

NAAM:

Baecx B.V.

VELDWERKER:

Dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax

DATUM VELDWERK:

25 januari 2023

PROJECTNUMMER:

P221254-01

PROJECTLEIDER:

Dhr. J. (Jasper) Smits

PROJECTMEDEWERKER:

Mevr. J. (Jaëlla) Thomassen

AUTORISATIEDATUM:

16 februari 2023

Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer

Autorisatiedatum

Wijzigingen

1

16 februari 2023

Geen; eerste uitgifte

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.

Samenvatting ........................................................................................................................ 4 1.

2.

3.

4.

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doelstelling....................................................................................... 5

1.2

Normering en certificatie ........................................................................................ 5

Vooronderzoek ............................................................................................................... 6 2.1

Onderzoekslocatie .................................................................................................. 6

2.2

Historisch onderzoek ............................................................................................... 6

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie .......................................................................... 7

2.4

Onderzoekshypothese ............................................................................................ 7

2.5

Onderzoeksopzet .................................................................................................... 7

Veldonderzoek ............................................................................................................... 8 3.1

Terreininspectie....................................................................................................... 8

3.2

Visuele inspectie ..................................................................................................... 8

3.3

Boringen en peilbuizen ........................................................................................... 8

3.4

Bemonstering .......................................................................................................... 8

Laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 9 4.1

Laboratorium........................................................................................................... 9

4.2

Resultaten en interpretatie ...................................................................................... 9

Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................10

A. Tekeningen B. Foto’s C. Vooronderzoek D. Boorprofielen en veldverslag E. Analysecertificaten F. Toetsingsresultaten G. Functiescheiding

Naar aanleiding van voorgenomen herontwikkeling is op locatie Buitenlust te Sleeuwijk, kadastraal bekend als sectie S, perceelnummers 2673 en 2674, kadastrale gemeente WKD00 in opdracht van RO-Advies een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1:2016 uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit van het perceel zodat kan worden vastgesteld of de bodem geschikt is voor het huidige en/of toekomstige gebruik. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek en de toetsing van de analyseresultaten concludeert Baecx B.V. dat de grond van de locatie niet verontreinigd is. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dit benodigd geen verdere actie. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden geaccepteerd. De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Dit onderzoek is uitsluitend gericht op verontreinigingen in bodem en is steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks dat het onderzoek conform de geldende normen en richtlijnen uitgevoerd, kan nooit worden uitgesloten dat elders op de locatie (andere) verontreinigingen aanwezig zijn. Bij grondverzet dient hiermee rekening gehouden te worden.

Naar aanleiding van voorgenomen herontwikkeling is op locatie Buitenlust te Sleeuwijk, kadastraal bekend als sectie S, perceelnummers 2673 en 2674, kadastrale gemeente WKD00 in opdracht van RO-Advies een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1:2016 uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit van het perceel zodat kan worden vastgesteld of de bodem geschikt is voor het huidige en/of toekomstige gebruik.

Baecx B.V. is gecertificeerd (certificaatcode NC-SIK-10084 en NC-SIK-20353) door Normec Certification voor het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken conform BRL SIKB 1000 en BRL SIKB 2000, met bijbehorende protocollen 1001, 2001, 2002 en 2018 en werkt volgens de normeringen NEN 5707, 5725, 5740, 5744 en 5755. Daarnaast is Baecx B.V. gecertificeerd (certificaatcode 07-D070148.01) door Normec Certification voor het uitvoeren van asbestinventarisaties conform het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering als bedoeld in de artikelen 4.27 en 4.28 van de Arbeidsomstandighedenregeling. Het kwaliteitssysteem van Baecx B.V. voldoet aan de eisen van de NEN EN-ISO 9001:2015. Baecx B.V. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen (zie bijlage G). Dit verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740+C2:2017. Het veldwerk wordt uitgevoerd conform de systematiek uit de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ met de daarbij behorende protocol 2001 en 2002.

Het vooronderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en conform, voor zover relevant, de NEN 5725:2017. Toch kan het zijn dat bepaalde informatie niet gevonden is. Voorafgaand aan het veldwerk is er een terreininspectie als afsluiting van het vooronderzoek uitgevoerd (zie § 3.1).

De volgende gegevens zijn over de locatie bekend: Adres Kadastraal bekend als Coördinaten In gebruik als Totale oppervlakte onderzoekslocatie

Buitenlust te Sleeuwijk WKD00 S 2673 en 2674 X: 51.811775 en Y: 4.960906 ‘agrarisch’ 4505 m²

Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht. Momenteel is de onderzoekslocatie niet in gebruik. Sinds 1969 zijn er rondom de onderzoekslocatie woningen gebouwd. In de toekomst wordt er nieuwbouw gerealiseerd. Het maaiveld is onverhard. In bijlage A is op de kadastrale kaart de afbakening van de onderzoekslocatie weergegeven. In bijlage B zijn een aantal foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

Op de locatie is, voor zover bekend, niet eerder een milieukundig onderzoek uitgevoerd. Binnen een straal van 25 meter zijn al eerder milieukundige onderzoeken uitgevoerd, hieronder nader omschreven: Zandpad 9/9a te Sleeuwijk

Locatiecode AA087001853 •

Verkennend onderzoek NEN 5740, uitgevoerd voor 1987 o Resultaten: maximale lichte verhogingen vastgesteld in sintels

Uit de historische informatie van de Omgevingsdienst Midden- & West-Brabant blijkt dat er op de onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen activiteiten/calamiteiten hebben plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. Vanuit de geraadpleegde historische kadasterkaarten (Topotijdreis) is af te leiden dat sinds 1969 rondom de onderzoekslocatie bebouwing plaatsvindt, zie bijlage C.

Ook is de Bodemkwaliteitskaart geraadpleegd om inzicht te krijgen in de vermoedelijke kwaliteit van de onderzoekslocatie. Hieruit is gebleken dat het onderzoeksgebied ligt in de zone ‘Achtergrondwaarde’ van de bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Midden- & West-Brabant. Uit de ontgravingskaart blijkt dat de bovengrond voldoet aan de klasse ‘landbouw natuur’ en de ondergrond aan klasse ‘landbouw natuur’.

Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bevindt zich circa 0,6 meter boven NAP volgens de Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN Viewer). De geohydrologische bodemopbouw, volgens DINOloket (REGIS II), is weergegeven in onderstaande tabel. Dit is op basis van het dichtstbijzijnde boormonsterprofiel en interpretatie. Diepte (m-mv) 0,0 – 1,0 1,0 – 5,5 5,5 – 12,0 12,0 – 20,0 20,0 – 25,0

Samenstelling Zand Leem Zand Zand Zand

Parameters Matig grof, kleiig, zwak grindig, zwak humeus, zwak siltig Kleiig, zwak zandig Matig grof, zwak grindig Matig grof, sterk grindig Zeer grof, zwak grindig, humeus

Regionaal is de stromingsrichting van het grondwater westelijk gericht.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek concludeert Baecx B.V. dat de onderzoekslocatie op kleinschalig niveau onverdacht is voor bodemverontreiniging. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. Op basis van het vooronderzoek bestaat naar ons inzicht geen noodzaak het aantal stoffen uit het standaardpakket te wijzigen of aan te vullen.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5740, de volgende onderzoekstrategie bepaald: ‘onverdachte locatie (ONV), paragraaf 5.1. Op basis van de gekozen onderzoeksstrategie dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk:

Analyses:

11 boringen in de bovengrond tot 0,5 meter – maaiveld 3 boring in de ondergrond tot grondwaterniveau 1 boring met peilbuis 3 standaardpakketten grond* 1 standaardpakket grondwater**

* Standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB’s (7), minerale olie. ** Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerd koolwaterstoffen en minerale olie.

Op 25 januari 2023 is het onderzoeksgebied bezocht door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. A. (Arjan) Fraanje (in opleiding). Hierbij zijn aanvullende gegevens over de onderzoekslocatie verzameld. Deze vormden geen aanleiding tot het wijzigen van de eerder vastgestelde hypothese en onderzoeksopzet.

Op 25 januari 2023 is het veldwerk uitgevoerd door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. A. (Arjan) Fraanje (in opleiding) conform de BRL SIKB 2000, versie 6.0 en het bijbehorende protocollen 2001, versie 6.0 en 2002, versie 6.0. De onderzoekslocatie is visueel beoordeeld en er zijn geen verontreinigingen zintuigelijk waargenomen. Er is visueel op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het maaiveld is onverhard.

In bijlage A is de kadastrale kaart van de onderzoekslocatie met hierop de geplaatste boringen en peilbuizen opgenomen. Er zijn 15 handboringen uitgevoerd, waarvan 4 boringen zijn doorgezet als diepe boring en 1 boring is afgewerkt als peilbuis. De opgeboorde grond is visueel beoordeeld en de zintuigelijke waarnemingen zijn weergegeven in de boorprofielen (zie bijlage D). Het grondwaterniveau tijdens het veldwerk was relatief hoog. Na een natte periode is er nog veel hangwater in de bovenste bodemlagen aanwezig. Dit heeft verder aannemelijk geen invloed op de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

De monstername van de grond heeft plaatsgevonden op 25 januari 2023 door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. A. (Arjan) Fraanje (in opleiding). Veldwaarnemingen: 0 – 50 centimeter minus maaiveld 50 – 100 centimeter minus maaiveld

Een matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zandige bovengrond Een matig fijn, zwak siltig zandig ondergrond

De monstername van het grondwater heeft plaatsgevonden op 25 januari 2023 door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. A. (Arjan) Fraanje (in opleiding). Bij het afpompen en de monsterneming zijn geen bijzonderheden waargenomen. De veldmetingen aan het grondwater zijn in onderstaande tabel opgenomen. Peilbuis 1

Grondwaterstand (m-mv) 0,6

Zuurgraad (-) 7.1

Geleidbaarheid (µS/cm) 880

Troebelheid (NTU) 8

Van de genomen monsters zijn 3 mengmonsters samengesteld door de projectleider. De monsters zijn afzonderlijk verpakt, geconserveerd en ter analyse aangeboden aan het laboratorium van AL-West B.V. te Deventer. Het laboratorium is door Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd. De monsteranalyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS 3000 en de onderliggende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is samengevat in de navolgende tabel. Monstercode MMG01

Boorgaten Traject (m-mv) Analyse(pakket) B05-1, B06-1, B04-1, B07-1, B11-1, B12-1, 0,0 – 0,5 standaardpakket grond* B01-1, B14-1 en B03-1 MMG02 B08-1, B09-1, B10-1, B13-1, B02-1 en B15-1 0,0 – 0,5 standaardpakket grond* MMG03 B01-2, B03-2, B04-2 0,5 – 1,0 standaardpakket grond* * standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB’s (7), minerale olie Grondwatermonster Peilbuis nr. Analyse(pakket) PB01 1 standaardpakket grondwater* * standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerd koolwaterstoffen en minerale olie

De analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage E. Deze resultaten zijn getoetst volgens BoToVa. De tabel met berekende toetsingswaarden resultaten van de toetsing zijn opgenomen in bijlage F. Monstercode > AW MMG01* MMG02* MMG03* AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan WBB

>T -

>I -

Er zijn verschillen met de richtlijnen geconstateerd die mogelijk de betrouwbaarheid van de analyseresultaten beïnvloeden. De conserveringstermijn is voor volgende analyses overschreden: naftaleen, koolwaterstoffractie, C10-C40. Interne controle van de processen alsmede van de eindresulten hebben geen afwijking aan het licht gebracht. Het eindresultaat is volgens ons niet negatief beïnvloed door deze afwijking. Grondwatermonster PB01

>S Barium

S = streefwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd)

>T

>I

Voor de parameters naftaleen en minerale olie is door het laboratorium aangegeven dat de conserveringstermijn voor deze monsters is overschreden, ondanks zorgvuldig handelen en tijdig aanleveren van de monsterpotten of -flessen. Interne controle op de werkwijze en navraag bij het laboratorium hebben geen verdere bijzonderheden opgeleverd. Wij achten de resultaten van dit onderzoek dan ook niet negatief beïnvloed.

Op basis van de resultaten van het veldonderzoek en de toetsing van de analyseresultaten concludeert Baecx B.V. dat de grond van de locatie niet verontreinigd is. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dit benodigd geen verdere actie. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden geaccepteerd. De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Dit onderzoek is uitsluitend gericht op verontreinigingen in bodem en is steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks dat het onderzoek conform de geldende normen en richtlijnen uitgevoerd, kan nooit worden uitgesloten dat elders op de locatie (andere) verontreinigingen aanwezig zijn. Bij grondverzet dient hiermee rekening gehouden te worden.

Bijlage A

Onderzoekslocatie Ondiepe boring Diepe boring Peilbuis

Deze tekening is noordgericht. Projectnummer: P221254-01 Locatie: Buitenlust te Sleeuwijk

Bijlage B

Bijlage C

1936:

1969:

1998:

2004:

2021:

Bijlage D

1

Pb -1

weiland / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

1 50

0

-40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, oranje, m at ig roest , edelm an 2

100

100

-100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, laagjes klei, edelm an 150 -180 200

klei, zwak zandig, neut raal grijs, blauw, edelm an

200 t ype dat um boorm eest er

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

-200

m eet punt 1 378398900

m eet punt 1 378398901

m eet punt 1 378398902

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

2

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

2

klei, m at ig zandig, neut raal grijs, blauw, edelm an

0

50 -60

100 t ype dat um boorm eest er

-100

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 2 378398893

3

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50 2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, beige, edelm an

100 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

-100

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 3 378398898

4

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an 2

100 t ype dat um boorm eest er

-100

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 4 378398888

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

5

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an -50

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 5 378398886

6

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

-50

m eet punt 6 378398887

7

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an -50

m eet punt 7 378398889

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

8

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

-50

m eet punt 8 378398890

9

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

-50

m eet punt 9 378398891

10

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an -50

m eet punt 10 378398892

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

11

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

-50

m eet punt 11 378398896

12

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

-50

m eet punt 12 378398895

13

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 13 378398894

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

14

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an -50

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 14 378398899

15

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 15 378398897

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage E

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Baecx BV Dhr. Jasper Smits De Spil 31c 3774 SE Kootwijkerbroek

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-20016594-NL-P1

Datum Relatienr Opdrachtnr.

02.02.2023 35010246 1235728

ANALYSERAPPORT Opdracht 1235728 Bodem / Eluaat Opdrachtgever Uw referentie

35010246 Baecx BV Buitenlust Sleeuwijk P221254-01

Opdrachtacceptatie Monsternemer

Opdrachtgever

30.01.23

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,

AL-West B.V. Sasja Brinkhuis, Tel. +31/570788116

Blad 1 van 5 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1235728 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername

Monster beschrijving

767803

MIX(b05-1 + b06-1 + b04-1 + b07-1 + b11-1 + b12-01 + b01-1 + b14-01 + b03-1)

18.01.2023

Eenheid

767803

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-20016594-NL-P2

MIX(b05-1 + b06-1 + b04-1 + b07-1 + b11-1 + b12-01 + b01-1 + b14-01 + b03-1)

Algemene monstervoorbehandeling S

-++

Voorbehandeling conform AS3000

S Droge stof Fracties (sedigraaf)

%

-83,0

S Fractie < 2 µm Klassiek Chemische Analyses

% Ds

-6,2

% Ds S Organische stof Voorbehandeling metalen analyse

-1,6

S Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000)

-++

S Barium (Ba)

mg/kg Ds

-30

S Cadmium (Cd)

mg/kg Ds

-<0,20

S Kobalt (Co)

mg/kg Ds

-3,9

S Koper (Cu)

mg/kg Ds

-5,3

S Kwik (Hg)

mg/kg Ds

-<0,05

S Lood (Pb)

mg/kg Ds

-20

S Molybdeen (Mo)

mg/kg Ds

-<1,5

S Nikkel (Ni)

mg/kg Ds

-8,8

S Zink (Zn) PAK (AS3000)

mg/kg Ds

-34

S Anthraceen

mg/kg Ds

-<0,050

S Benzo(a)anthraceen

mg/kg Ds

-<0,050

S Benzo-(a)-Pyreen

mg/kg Ds

-<0,050

S Benzo(ghi)peryleen

mg/kg Ds

-<0,050

S Benzo(k)fluorantheen

mg/kg Ds

-<0,050

S Chryseen

mg/kg Ds

-<0,050

S Fenanthreen

mg/kg Ds

-<0,050

S Fluorantheen

mg/kg Ds

-<0,050

S Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg Ds

-<0,050

S Naftaleen

mg/kg Ds

-<0,050

S Som PAK (VROM) (Factor 0,7)

mg/kg Ds

0,35 --

S Koolwaterstoffractie C10-C40

mg/kg Ds

-<35

Koolwaterstoffractie C10-C12

mg/kg Ds

-<3

*)

Koolwaterstoffractie C12-C16

mg/kg Ds

-<3

*)

#)

Minerale olie (AS3000/AS3200)

Blad 2 van 5 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1235728 Bodem / Eluaat

Eenheid

767803 MIX(b05-1 + b06-1 + b04-1 + b07-1 + b11-1 + b12-01 + b01-1 + b14-01 + b03-1)

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-20016594-NL-P3

Minerale olie (AS3000/AS3200) Koolwaterstoffractie C16-C20

mg/kg Ds

-<4

*)

Koolwaterstoffractie C20-C24

mg/kg Ds

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C24-C28

mg/kg Ds

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C28-C32

mg/kg Ds

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C32-C36

mg/kg Ds

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C36-C40

mg/kg Ds

-<5

*)

S PCB 28

mg/kg Ds

-<0,0010

S PCB 52

mg/kg Ds

-<0,0010

S PCB 101

mg/kg Ds

-<0,0010

S PCB 118

mg/kg Ds

-<0,0010

S PCB 138

mg/kg Ds

-<0,0010

S PCB 153

mg/kg Ds

-<0,0010

S PCB 180

mg/kg Ds

-<0,0010

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14462062/1