Bijlage nota zienswijzen bestemmingplan De Kroon 21 Wijk en Aalburg
Tekst van het document
Betreft: Beantwoording ingediende zienswijze concept bestemmingsplan De Kroon 21, Wijk en Aalburg Datum: 19 april 2022
Inleiding Het gepubliceerde concept bestemmingsplan ‘Wijk en Aalburg, De Kroon 21’ heeft van 24 februari 2022 tot en met 07 april 2022, een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze op het concept bestemmingsplan indienen. Er is één zienswijze binnengekomen: 1.
Zienswijze vanuit belanghebbende met dagtekening d.d. 06 april 2022. De zienswijze is tijdig ingediend en wordt derhalve van een inhoudelijke reactie voorzien.
1 van 4
1. Zienswijze belanghebbende: Betreft bijlage 4 concept bestemmingsplan: Akoestisch onderzoek industrielawaai: Indiener van de zienswijze wijst in het schrijven op de in de aan Bijlage 4 toegevoegde Bijlage V. : REKENRESULTATEN LA_max. Hierin wordt op de 3e bladzijde voor het adres De Kroon 25 ter plaatse van het toetspunt 31 _B in de dag periode een waarde gevonden van 72,4 dB-(A), zie onderstaand knipsel.
In Bijlage 4, H5 conclusie wordt gesteld : Langtijdgemiddeld beoordelinqsniveau en maximaal geluidniveau Uit het onderzoek is gebleken dat, door het treffen van de beschreven maatregelen in paragraaf 4.1 van deze rapportage, aan de richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Onze zienswijze op dit punt is dat de waarde van 72,4 niet voldoet aan Stap 2 noch aan Stap 3 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering noch aan de grenswaarden uit het activiteiten besluit en daarmee valt in Stap 4 : Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.
2 van 4
2. Reactie Het akoestisch onderzoek in Bijlage 4 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is uitgevoerd volgens de geldende meet- en rekenvoorschriften. In bijlage ‘V’ van het betreffende onderzoek worden alle rekenresultaten weergegeven welke gegenereerd zijn vanuit het rekenprogramma Geomilieu. Niet alle rekenresultaten zijn echter van toepassing bij het doorlopen van het stappenplan conform de VNGbrochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. In het programma Geomilieu, dat voor de berekeningen is gebruikt, kunnen de rekenresultaten die niet van toepassing zijn niet worden weggelaten. In de hoofdrapportage bij het onderdeel tabellen zijn de betreffende resultaten die niet van toepassing zijn wel weggelaten (aangeduid met ‘(-)’). Voor toetspunt 31_B (maximale geluidniveaus) betreft dit tabel 3 uit het rapport. Ter plaatse van het door de indiener bedoelde beoordelingspunt staat een (-) weergegeven in de dagperiode en dient derhalve buiten beschouwing gelaten te worden. De rekenwaarden aangeduid met (-) zijn niet van toepassing omdat geluidbelastingen worden berekend op de desbetreffende hoogte waar afhankelijk van de periode van het etmaal, de hinder kan worden ondervonden. Daarbij wordt aangesloten bij paragraaf 5.6 uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Deze handreiking geeft invulling aan de toetsing volgens het stappenplan van de VNGbrochure.
De betreffende passage is onderstaand voor de volledigheid weergegeven. “Betreft het geluidimmissie, afkomstig van bedrijven op niet-gezoneerde terreinen, dan geldt geen eenduidige meethoogte. Geadviseerd wordt om per geval te bezien op welke hoogte de geluidhinder wordt ondervonden, afhankelijk van de te beschermen verblijfsruimte en afhankelijk van de periode van het etmaal. Een en ander sluit aan bij de jurisprudentie op dit gebied, waarbij bijvoorbeeld is uitgesproken dat voor omwonenden, die 's nachts werken en derhalve overdag slapen, geen strengere normen in de dagperiode behoeven te worden opgelegd aan het bedrijf. Als regel (voor de standaard eengezinswoning) betekent dat, dat in de dagperiode een meethoogte kan worden aangehouden van 1,5 meter boven maaiveld, aangezien de buitenruimten en de woonkamers dan voornamelijk de te beschermen ruimten zijn. In de avond- en nachtperiode kan dat een hoogte van 5 meter zijn, ter bescherming van slaapruimten.” Als regel voor de standaard eengezinswoning, waar in dit geval sprake van is, betekent dit, dat in de dagperiode een meethoogte kan worden aangehouden van 1,5 meter boven maaiveld, aangezien de buitenruimten en de woonkamers dan voornamelijk de te beschermen ruimten zijn. Toetsing aan de richt- en grenswaarden in de dagperiode op een hoogte van 5,0 meter is bij deze woning niet aan de orde.
Dit is de reden dat het betreffende rekenresultaat niet is opgenomen in de tabellen in de rapportage. In de avond- en nachtperiode wordt juist op de hoogte van 5,0m getoetst, ter bescherming van slaapruimten.
3 van 4
Conclusie Doordat sprake is van toetsing in de dagperiode op een hoogte van 1,5 meter (begane grond) en toetsing in de avond- en nachtperiode op een hoogte van 5,0 meter (verdieping) wordt conform tabel 3 uit de rapportage overal voldaan aan de richt- en grenswaarden. De ingediende zienswijze heeft betrekking op een rekenwaarde die niet meeweegt in de beoordelingscriteria. De gestelde conclusies in de rapportage en in de plantekst van het bestemmingsplan blijven daarom ongewijzigd.
4 van 4