CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nota Waarderen en afschrijven 2026

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Programmabegroting 2026 en Tweede Bestuursrapportage 20253.812 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1.

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................ 4 1.2 Doelstelling .............................................................................................................................. 4 1.3 Wettelijk kader ......................................................................................................................... 4 1.4 Begrippen ................................................................................................................................ 4

2.

Activeren ................................................................................................................................... 4 2.1 Soorten Activa ......................................................................................................................... 4 2.2 Criteria voor het activeren van vaste activa ...............................................................................5 2.3 Immateriële vaste activa ...........................................................................................................5 2.4 Materiële vaste activa .............................................................................................................. 6 2.6 Kosten van klein en groot onderhoud ....................................................................................... 7 2.7 Toerekening kosten eigen apparaat .......................................................................................... 7

3.

Waarderen ................................................................................................................................. 8 3.1 Waarderingsgrondslagen ......................................................................................................... 8 3.1.1 Waardering financiële vaste activa .................................................................................... 8 3.1.2 Waardering in erfpacht uitgegeven grond ......................................................................... 8 3.1.3 Waardering voorraden en deelnemingen ........................................................................... 8 3.2 Vaststelling financiële waarde .................................................................................................. 8 3.3 BTW ......................................................................................................................................... 8 3.4 Afwaarderen activa .................................................................................................................. 8 3.5 Desinvesteren .......................................................................................................................... 8 3.6 Duurzame waardevermindering...............................................................................................

8 3.7 Bruto activeren ......................................................................................................................... 9 3.8 Netto activeren ........................................................................................................................ 9 3.9 Integrale afschrijving................................................................................................................ 9

4.

Kapitaallasten ............................................................................................................................ 9 4.1 Afschrijven ............................................................................................................................... 9 4.1.1 Afschrijvingstermijnen....................................................................................................... 9 4.1.2 Afschrijving op gronden en terreinen ................................................................................ 9 4.1.3 Methoden van afschrijving ............................................................................................... 10 4.1.4 Wijziging methoden van afschrijving ................................................................................ 10 4.1.5 Extra afschrijven ............................................................................................................... 10 2

4.1.6 Restwaarde ...................................................................................................................... 10 4.2 Aanvang kapitaallasten........................................................................................................... 10 4.3 Rente ...................................................................................................................................... 10 4.4 Dekkingsreserve ..................................................................................................................... 10 5.

Bouwgrondexploitaties............................................................................................................. 11

6.

Slotbepalingen ......................................................................................................................... 11 6.1 Citeertitel ................................................................................................................................ 11 6.2 Hogere wet- en regelgeving.................................................................................................... 11 6.3 Wijziging van de nota .............................................................................................................. 11 6.4 Inwerkingtreding .................................................................................................................... 11

Bijlagen ............................................................................................................................................ 12 Bijlage 1 – Begrippenlijst............................................................................................................... 12 Bijlage 2 – Afschrijvingstermijnen voor geactiveerde investeringen ............................................. 14

3

In de Gemeentewet (artikel 212) is bepaald dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vaststelt. Artikel 12 van de financiële verordening Altena 2023 regelt dat de waardering en afschrijving van vaste activa plaats heeft overeenkomstig de door de raad vast te stellen nota Waarderen en afschrijven. De raad stelt de nota vast. De nota Waarderen en afschrijven is primair bedoeld als instrument voor de kaderstellende rol van de raad. De nota vormt daarmee het formele kader voor de investeringen, afschrijvingen en kapitaallasten.

De doelstelling van de nota Waarderen en afschrijven is het formuleren van kaders, beleid en vastlegging van uniforme regels voor: • waardering van activa; • investeringen; • kapitaallasten (afschrijvingen en rente). De uitgangspunten van deze nota worden onder andere zichtbaar in de jaarrekening en de begroting.

De nota Waarderen en Afschrijven is primair bedoeld als instrument ten behoeve van de kader stellende rol van de raad. Het wettelijk kader bestaat uit de Gemeentewet (artikel 212) en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast heeft de commissie BBV de afgelopen jaren diverse notities uitgebracht.

Eenduidige begrippen zijn belangrijk bij toepassing van kaders. In bijlage 1 zijn daarom de definities opgenomen van de begrippen die horen bij deze nota.

Artikel 59 van het BBV bepaalt dat alle investeringen geactiveerd dienen te worden. Investeringen worden verantwoord op de balans onder de post vaste activa. Volgens het BBV (artikel 33) worden de volgende vaste activa onderscheiden: a. immateriële vaste activa (artikel 34 BBV); b. materiële vaste activa (artikel 35 BBV); c. financiële vaste activa (artikel 36 BBV). Dit wordt toegelicht in de volgende paragrafen. 4

Om praktische redenen verdient het niet de voorkeur om de investeringen die in aanmerking komen voor activeren ook in alle gevallen daadwerkelijk te activeren. Er gelden de volgende minimumeisen: a. er dient sprake te zijn van een meerjarig nut; b. materiële vaste activa met een levensduur van twee jaar of minder worden direct ten laste van de exploitatie gebracht; c. materiële vaste activa met een aanschafwaarde van minder dan € 25.000, worden niet geactiveerd mits het totaal van de niet geactiveerde uitgaven over een kalenderjaar niet materieel is; d. gronden, terreinen en vervoersmiddelen worden altijd geactiveerd. Ook al bedraagt de aanschafwaarde minder dan € 25.000; e. indien het om bedrijfseconomische redenen wenselijk is, kan van de uitgangspunten onder b en c worden afgeweken; f. tekorten mogen niet worden geactiveerd; g. kunstvoorwerpen van cultuurhistorische waarde mogen niet worden geactiveerd.

In artikel 34 van het BBV is bepaald dat onder de immateriële vaste activa de volgende posten afzonderlijk worden verantwoord: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio (Dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het lagere of hogere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. In artikel 63, lid 7 van de BBV is bepaald dat passiva -waaronder dus schulden- gewaardeerd moeten worden tegen de nominale waarde. Dat betekent dat aangegane geldleningen voor het totaalbedrag van de aangegane schuld moeten worden opgenomen op de balans. Het verschil tussen het schuldbedrag en het uitgekeerde bedrag, het (dis)agio, kan al dan niet geactiveerd worden. Voor de kosten van het afsluiten van geldleningen geldt dat deze afgeschreven mogen worden gedurende de looptijd van de betrokken lening (artikel 64, lid 5 BBV). Afschrijven over een langere periode mag niet, korter wel. De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald acties Vanwege artikel 60 van het BBV kunnen de kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief geactiveerd worden indien: a.

het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren; en d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen geactiveerd worden indien aan alle voorwaarden is voldaan. Voorbereidingskosten van investeringen kennen een maximale afschrijvingsduur van vijf jaar (artikel 64, lid 6 BBV).

5

Uitgangspunt De kosten van onderzoek en ontwikkeling en de kosten van het afsluiten van geldleningen komen direct ten laste van de exploitatie en worden dus niet geactiveerd. Bijdragen aan activa in eigendom van derden In artikel 61 van het BBV is bepaald dat bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, als: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, als de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Uitgangspunt De gemeente Altena activeert in beginsel geen (bijdragen aan) activa in eigendom van derden tenzij er gegronde redenen voor zijn of het de inrichting van een onderwijslocatie betreft.

Materiële vaste activa zijn altijd stoffelijk van aard. Een uitzondering op deze regel is software, die op basis van de notitie Software van de Commissie BBV ook als materiële vaste activa wordt gerubriceerd. Het BBV onderscheidt in artikel 35, lid 1 drie categorieën materiële vaste activa: 1. investeringen met een economisch nut; 2. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 3. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Bij de bij lid 2 genoemde investeringen gaat het om investeringen die worden bekostigd uit de afvalstoffenheffing, rioolheffing en begraafrechten. Deze investeringen worden nu als een afzonderlijke categorie binnen de investeringen met een economisch nut vermeld. Met ingang van 2017 is bepaald dat investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geactiveerd moeten worden. Voor 2017 was er een keuze om wel of niet te activeren. 2.5 Financiële vaste activa In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 1. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 6

2. woningbouwcorporaties; 3. deelnemingen; 4. overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd van één jaar of langer; e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rente typische looptijd van één jaar of langer; f. overige uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer.

De kosten van (klein en groot) onderhoud zijn volgens de Notitie Materiële vaste activa van de Commissie BBV niet levensduur-verlengend en mogen dus niet worden geactiveerd. Bij de beantwoording van de vraag of bepaalde kosten wel of niet geactiveerd moeten worden, is het van belang om duidelijkheid te scheppen over wat onder onderhoud wordt verstaan. Onderhoudskosten worden gemaakt om het object gedurende de levensduur op een bepaald kwaliteitsniveau te houden (naar behoren laten functioneren en een bepaalde representativiteit laten behouden). Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen klein en groot onderhoud. Klein onderhoud. Hierbij is sprake van periodieke kosten, die nodig zijn om het object in goede staat te houden. Kosten van klein onderhoud keren in principe jaarlijks terug en worden om die reden in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie gebracht. Groot onderhoud. Dit betreft veelal maatregelen van ingrijpende aard die op een groot deel van het object worden uitgevoerd en na een langere gebruiksperiode worden verricht. Een voorbeeld hiervan is het (buiten)schilderwerk aan een gebouw. Levensduur verlengende investeringen zijn investeringen ten behoeve van een bestaand actief die expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffende actief. Uitsluitend in die gevallen mag geactiveerd worden.

Voorbeelden zijn het renoveren van een gebouw en levensduur verlengend onderhoud aan wegen. Het gaat hier dus niet om (groot) onderhoud. Onderhoud is niet levensduur verlengend, maar dient om het actief gedurende zijn levensduur in goede staat te houden.

In overeenstemming met artikel 63 van het BBV worden activa gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of de vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten en de overige kosten welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten welke aan de vervaardiging van het actief kunnen worden toegerekend. De werkelijke directe kosten worden op basis van nacalculatie toegerekend. Indirecte kosten worden in beginsel niet in een investeringsvoorstel meegenomen. Als dit om bedrijfseconomische redenen nodig is, kan hier gemotiveerd van afgeweken worden.

7

In artikel 59 van het BBV is bepaald dat alle investeringen worden geactiveerd, met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde.

De waarderingsgrondslag voor vaste activa wordt bepaald door de aanschaf- of vervaardigingsprijs (artikel 63 BBV). Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. Artikel 63 van het BBV geeft een nadere omschrijving van de kosten die geactiveerd mogen worden. 3.1.1 WAARDERING FINANCIËLE VASTE ACTIVA Financiële vaste activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. 3.1.2 WAARDERING IN ERFPACHT UITGEGEVEN GROND Voor in erfpacht uitgegeven grond geldt de uitgifteprijs voor de eerste uitgifte als historische kostprijs. Voor grond in eeuwigdurende erfpacht geldt de registratiewaarde. 3.1.3 WAARDERING VOORRADEN EN DEELNEMINGEN Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd als deze lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

In artikel 62 van het BBV is bepaald dat alle vaste activa worden geactiveerd voor het bedrag van de investering.

Met de invoering van het btw-compensatiefonds per 1 januari 2003 is bepaald dat geen BTW geactiveerd wordt wanneer de BTW niet kostenverhogend is.

Het BBV geeft in artikel 65 de voorschriften voor afwaardering van activa weer.

Op het moment dat een desinvestering (verkoop van het actief) plaatsvindt wordt de boekwinst/ het verlies ten gunste/ laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht. De mogelijke boekwinst wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering. Dat is niet toegestaan op grond van het BBV (Notitie Verkrijging/vervaardiging en Onderhoud van kapitaalgoederen).

Verwerking van duurzame waardevermindering van vaste activa gebeurt onafhankelijk van het resultaat. 8

In overeenstemming met artikel 62 eerste lid van het BBV worden alle activa gewaardeerd voor het bedrag van de investering. Onttrekkingen aan reserves ter dekking van afschrijvingslasten zijn toegestaan, maar de inzet van reserves mag niet in mindering gebracht worden op de waarde van de activa.

In uitzondering op het vorige artikel worden in overeenstemming met artikel 62, tweede lid van het BBV bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. Het verrekenen van bijdragen uit reserves is niet toegestaan.

In de gemeente Altena wordt de integrale afschrijvingsmethode gehanteerd. De componentenbenadering wordt in beginsel niet toegepast. Als er gegronde redenen voor zijn kan hiervan afgeweken worden.

In de vorige hoofdstukken is behandeld welke investeringen worden geactiveerd en met welke waarde ze op de balans komen. Hoofdstuk 4 gaat over de lasten van de geactiveerde investeringen. In dit hoofdstuk komen de afschrijvingen en rentelasten aan de orde.

Als een investering is geactiveerd dient op grond van artikel 64 lid 3 BBV daarop te worden afgeschreven. Afschrijvingen gebeuren in overeenstemming met artikel 64, lid 1 van het BBV, onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 4.1.1 AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN Het BBV kent geen regels voor een sluitend systeem waaraan afschrijvingen moeten voldoen, wel zijn kaders gesteld. Die kaders zijn terug te vinden in de artikelen 51 en 64 (lid 1, lid 3 en lid 5). De afschrijvingstermijn van een actief is afhankelijk van de gebruiksduur en wordt bepaald door de economische en technische levensduur. Omdat de economische levensduur gebaseerd is op een schatting zullen hiervoor richtlijnen moeten worden opgesteld voor de diverse activa. In de gemeente Altena wordt afgeschreven op grond van de economische levensduur. De afschrijvingstermijnen worden gehanteerd zoals beschreven in bijlage 1. 4.1.2 AFSCHRIJVING OP GRONDEN EN TERREINEN Op gronden en terreinen wordt in overeenstemming met de Notitie Materiële vaste activa van de Commissie BBV niet afgeschreven, tenzij het een geheel is met het gerealiseerde.

9

4.1.3 METHODEN VAN AFSCHRIJVING Er zijn verschillende methoden om op basis van de afschrijvingsduur te komen tot de afschrijving per periode waarvan de lasten worden toegerekend. In beginsel wordt in de gemeente Altena lineair afgeschreven. Als het in afwijking hiervan beter is de annuïteitenmethode toe te passen, wordt dit gemotiveerd aangegeven. 4.1.4 WIJZIGING METHODEN VAN AFSCHRIJVING In het BBV is artikel 64, lid 2 gewijd aan de wijziging van de afschrijvingsmethode. Nadere richtlijnen zijn te vinden in de BBV-notitie Stelsel- en schattingswijzigingen uit 2012. 4.1.5 EXTRA AFSCHRIJVEN Extra afschrijven is alleen toegestaan (en zelfs verplicht) als de boekwaarde van het actief hoger is dan het verwachte toekomstige economische nut. Zie hiervoor artikel 3.5 Afwaarderen activa. Zulke inhaalafschrijvingen worden zodra de noodzaak hiervoor is ontstaan, meegenomen bij de eerstvolgende tussentijdse rapportage of jaarrekening. 4.1.6 RESTWAARDE Het is denkbaar (en in sommige gevallen logisch) dat er na volledige afschrijving van een actief, het actief toch een waarde vertegenwoordigt. In veel gevallen is deze restwaarde vooraf niet of moeilijk in te schatten. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe verdient het dan ook de voorkeur geen rekening te houden met een restwaarde.

Bij bepaalde activa kan echter op basis van ervaring en bijvoorbeeld het repeterende karakter van het aanschaffen en inruilen van voertuigen wel een goede inschatting worden gemaakt. Uitgangspunt voor de gemeente Altena is dat er in beginsel geen rekening wordt gehouden met een restwaarde. Mocht er bij een investeringsvoorstel echter toch voor gekozen worden om rekening te houden met een (goed onderbouwde) restwaarde, zal dit apart besloten worden.

De Commissie BBV doet de aanbeveling om in de financiële verordening of de nota activabeleid op grond van artikel 212 van de Gemeentewet op te nemen wanneer met het afschrijven van een nieuw kapitaalgoed wordt begonnen. De gemeente Altena gaat daar als volgt mee om: Op een kapitaalgoed wordt afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedkomt/ verworven wordt.

De aan de exploitatie toe te rekenen rentelasten worden volgens het BBV bepaald met behulp van het rente-omslagpercentage, tenzij er sprake is van projectfinanciering

Ter dekking van de afschrijvingslasten van investeringen kan een dekkingsreserve worden aangewend. Van die reserve valt dan jaarlijks een recht evenredig bedrag vrij ten gunste van de exploitatie.

10

De complexen van de bouwgrondexploitatie vallen volgens de notitie Grondexploitaties 2016 van de Commissie BBV balans-technisch onder de voorraden. Op de complexen wordt niet afgeschreven. De kapitaallasten bestaan hier alleen uit rentelasten. Het percentage wordt berekend op grond van de regels die van toepassing zijn op de vennootschapsbelasting (VPB) en de nieuwe regelgeving van het BBV.

Deze nota wordt aangehaald als de Nota Waarderen en afschrijven Altena 2019.

Deze nota bevat een nadere uitwerking van het BBV. Wanneer het BBV of specifieke notities van de commissie BBV worden aangepast of nieuwe notities worden gepubliceerd die strijdig zijn met de bepalingen in deze nota dan wordt het gewijzigde BBV gevolgd.

Als wet- en regelgeving of omstandigheid dit vereist zal deze nota worden beoordeeld op toepasbaarheid en actualiteit, en eventueel worden aangepast. 6.4 Inwerkingtreding Deze nota treedt in werking de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

11

Begrip Activa

Toelichting

Vlottende activa

De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode korter dan een jaar is vastgelegd. Binnen een jaar moeten de vlottende activa zijn omgezet in geld.

Investering

Een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meer jaren uitstrekt. Onderscheid wordt gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut.

Investering met economisch nut

Activa die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen of die verhandelbaar zijn, zoals gebouwen. Volgens artikel 35 eerste lid van het BBV dienen de investeringen met economisch nut waarvoor heffingen worden geheven op de balans apart verantwoord te worden.

Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut Activeren

Activa die geen mogelijkheid hebben middelen te genereren maar wel duidelijk een publieke taak vervullen zoals wegen, bruggen e.d.

Vaste activa

De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen en inventaris. De vaste activa worden verder verdeeld in: Immateriële vaste activa, Materiële vaste activa en Financiële vaste activa.

Immateriële vaste activa

Investeringsuitgaven waar geen gemeentelijke bezittingen tegenover staan. Dit zijn die activa die niet stoffelijk van aard zijn en die niet onder de financiële vaste activa worden begrepen (bijvoorbeeld kosten sluiten geldleningen en kosten van onderzoek en ontwikkeling).

Materiële vaste activa

Dit zijn investeringsuitgaven waar bezittingen tegenover staan van stoffelijke aard, waarvan de gebruiksduur gedurende meer jaren kan worden toegepast.

Financiële vaste activa

Een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen).

Levensduurverlengende investeringen

Dit zijn investeringen, niet zijnde groot onderhoud, die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffend actief.

Verkrijgingsprijs

Het bedrag dat is betaald om activa aan te schaffen (de inkoopprijs en de bijkomende kosten).

De bezittingen van de gemeente. Deze worden ingedeeld in vlottende activa en vaste activa.

Het opnemen van investeringen op de balans. De waarde van de vaste activa wordt bij het vermogen van de gemeente geteld. De jaarlijkse kosten worden in de toekomst ten laste van de exploitatie gebracht, dit zijn de kapitaallasten.

12

Begrip Vervaardigingsprijs

Toelichting

Voorraden

Dit zijn goederen die je in bewaring houdt voor later gebruik. In de BBV is het volgende onderscheid opgenomen: grond- en hulpstoffen, onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie, gereed product en handelsgoederen, vooruitbetalingen. Als het actief wordt verkocht tegen een prijs die hoger is dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop.

Boekwinst

De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het intern vervaardigen van een actief.

Technische levensduur

Het aantal jaren dat een actief daadwerkelijk meegaat, voordat het technisch versleten is.

Boekwaarde

Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.

Restwaarde

Vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde aan het eind van de economische levensduur tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief.

Kapitaallasten

Dit zijn de jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten kunnen bestaan uit afschrijvingen en rente.

Afschrijven

Een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage en economische veroudering. Het af te schijven bedrag hangt af van de economische levensduur van de investering. De afschrijvingen zijn onderdeel van de kapitaallasten. De meest voorkomende afschrijvingsmethoden zijn lineaire afschrijving en annuïtaire afschrijving.

Annuïtaire afschrijvingsmethode

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de gehele economische levensduur van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind ligt deze verhouding andersom.

Lineaire afschrijvingsmethode

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van een daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af.

Integraal afschrijven

Alle onderdelen van een en hetzelfde actief worden over dezelfde periode afgeschreven.

Componentenbenadering

Deze houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waardeverloop van die individuele delen.

Economische levensduur

De maximale periode waarin een productiemiddel economisch verantwoord kan worden gebruikt. Er komen nieuwe machines op de markt waarin de jongste technische kennis is verwerkt. De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen.

13

Bij investeringsvoorstellen wordt aangegeven: a. welke afschrijvingstermijn op grond van deze nota wordt gehanteerd, dan wel b. een afwijkende afschrijvingstermijn met de reden van afwijking.

Omschrijving

Afschrijvingstermijn

Automatisering Hardware Software Gronden Gronden Gebouwen Nieuwbouw gebouwen Bestaande gebouwen Verbouwingen (renovatie en restauratie) Inrichting-/ inventaris-/ installaties gebouwen

4-5 5 niet van toepassing 60 50 20 5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes 25 maximaal 15 jaar, afhankelijk van werkelijke situatie

Renovatie toren/ monumenten Noodgebouw Bedrijfswagens, aanhangers Vracht-/ bedrijfs-/ personenwagen Gladheidsbestrijdingsmaterieel Traktor/ trekker Overige vervoersmiddelen Aanhangwagens

8 8 8 8 8

Riolering Riolering: bouwkundig Riolering: mechanisch Afval Milieustraat incl. KCA-depot Milieuparkjes/ onderliggende containers Minicontainers Sport- en speelterreinen Sportvelden, natuurlijk Kunstgrasveld toplaag Kunstgrasveld, sporttechnische laag Kunstgrasveld, onderlaag Zwembad Kleedaccommodaties Lichtmasten sportvelden Speeltoestellen / speelplaatsen

50 15 30 15 10 20 10 20 40 40 40 20 5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes

14

Omschrijving

Afschrijvingstermijn

Installaties Overige installaties

5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes

Begraafplaatsen Begraafplaatsen

30

Civiele kunstwerken Bruggen, nieuwbouw en vervanging (hout) Bruggen, nieuwbouw en vervanging (niet hout) Havens, haventerreinen, kades steigers Overige civiele kunstwerken

25 50 25 5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes

Openbare verlichting Armaturen Lichtmasten

25 50

Straten, pleinen en wegen Aanleg wegen, straten, pleinen, rotondes incl. reconstructie (fundering) Straatmeubilair/ verkeers(regel)installaties Verkeersmaatregelen Overig Leningen aan woningbouwcorporaties Overige langlopende leningen Aandelen/ deelnemingen in gem.regelingen Effecten Bijdrage in activa van derden

40 5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes 25

niet afschrijven niet afschrijven niet afschrijven niet afschrijven afhankelijk type activa

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16050088/2