Bijlage Nota van zienswijzen bij RV Paraplubestemmingsplan Ontplofbare oorlogsresten
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Ontwerp bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten”
Vanaf 8 december 2023 hebben het ontwerpbestemmingsplan “ Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten” en het Ontwerp beleid Ontplofbare Oorlogsresten voor 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode kon iedereen zijn/haar zienswijze geven op het ontwerpbestemmingsplan en/of het ontwerp beleid. In deze nota staan de ontvangen zienswijzen, de gemeentelijke reactie daarop en de eventuele wijzigingen in het bestemmingsplan. Waar gaat het bestemmingsplan over? Het parapluplan regelt de planologische verankering van het beleid Ontplofbare Oorlogsresten binnen het grondgebied van Altena. Concreet betekent dit de planologisch verankering van de risicokaart en bevat het plan regels in het belang van de veiligheid en het beperken van risico’s, voor die gebieden waar naar verwachting OO de grond kunnen liggen. Het bestemmingsplan is voorbereid op grond van 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening. De procedure is bekendgemaakt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Wie heeft er een zienswijze gestuurd? In de periode van terinzagelegging is er één zienswijze ontvangen: 1. Betrokkene zienswijze nr. 1 (ontvangen op 29 december 2023) Hoe ziet de inhoud van deze nota er uit? Hoofdstuk 1: Samenvatting van de zienswijzen met gemeentelijke beantwoording. Hoofdstuk 2: Eventuele wijzigingen die doorgevoerd worden.
Pagina 2 van 4
1. Beantwoording zienswijzen 1. Zienswijze: Betrokkene zienswijze nr.1 Ontvangstdatum: 29 december 2023 Inhoud zienswijze Betrokkene is van mening dat na 78 jaar de meeste ontplofbare oorlogsresten al zijn al opgespoord en vernietigd.
In de toelichting worden geen statistieken weergegeven van ongelukken met ontplofbare Oorlogsresten. Betrokkene is van mening dat er sprake is van een verwaarloosbaar risico en dat de onderzoek plicht waarschijnlijk tot meer ongelukken en gezondheidsschade zal leiden dan door de risico's van de ontplofbare oorlogsresten.
Beantwoording gemeente Ook in diepere aardlagen zijn oorlogsresten terecht gekomen die door de jaren heen, door grondbewerking, steeds verder aan het aardoppervlak zijn komen te liggen. Er worden namelijk nog steeds regelmatig OO aangetroffen. En doordat ons grondgebied veel intensiever in gebruik is dan 78 jaar geleden, moeten we onze inwoners beschermen tegen dit risico. De aanwezigheid van OO kan meestal echter niet volledig uitgesloten worden en daarom dient bepaald te worden of sprake is van een aanvaardbaar risico. De gemeente mag bepalen in welke gebieden en in welke mate sprake is van een vermindering van het risico tot aanvaardbaar niveau. De komende jaren zijn veel grondroerende acties nodig omdat we grote plannen hebben om alle inwoners te voorzien van een woning, van primaire levensbehoeften (voedsel, drinkwater, energie) en een gezonde leefomgeving. Bij grondroerende werkzaamheden kunnen deze resten worden geraakt en zouden ze alsnog tot ontploffing kunnen komen. Dat is een risico dat we voor willen zijn, zeker als we ons realiseren dat iedere dag in Nederland de grond wordt beroerd. Denk aan: graafwerkzaamheden, grondverzet, heien, boren, (ondergronds) bouwen, plaatsen van damwanden. Als een grondroerende activiteit in een verdacht gebied plaatsvindt, dan is verder onderzoek nodig.
Zienswijze ongegrond Sinds 2009 registreert de EODD het aantal vondsten, spontaan of naar aanleiding van opsporingswerkzaamheden in een UO nummersysteem. Vanaf 2019 zijn er binnen de gemeente Altena 175 meldingen geregistreerd.. Zie bijlage. Van de 175 meldingen is 17 % naar aanleiding van opsporingswerkzaamheden, waarmee de risico’s op letsel door OO bij de uitvoering van grondroerende werkzaamheden zijn
Pagina 3 van 4
geëlimineerd. Het beleid wordt met deze info aangevuld. Vanaf 1970 zijn op landelijk niveau alle incidenten bijgehouden, op de volgende website: https://crisislab.nl/overzicht-oomist-er-wat/ Tot nu toe zijn er 17 doden gevallen en 28 personen zijn (zeer) ernstig gewond geraakt door explosieven uit de oorlog.
Betrokkene geeft aan dat de onderzoek plicht extra kosten met zich mee brengt.
Overigens gaat het niet alleen om de veiligheid van de initiatiefnemer. Ook omwonenden, andere betrokkenen, maar ook flora en fauna lopen een risico wanneer op voorhand geen inzicht is verkregen in de daadwerkelijk risico’s bij het uitvoeren van de betreffende specifieke werkzaamheden. Zienswijze is ongegrond Onderzoek is alleen noodzakelijk als de werkzaamheden in combinatie met de te verwachten OO aanleiding geven tot een nader onderzoek. Die eerste beoordeling of onderzoek noodzakelijk is heet een “Locatie gebonden Explosieven Inventarisatie” (LEI) en is gebaseerd op een combinatie van factoren die een inschatting geven van de risico’s. Een dergelijk onderzoek betreft een bureauonderzoek wat onderdeel uitmaakt van de advisering over de gevraagde vergunning. De initiatiefnemer hoeft hier zelf geen onderzoek voor te doen. Een deel van die advieskosten worden inderdaad wel doorberekend aan de initiatiefnemer en maken onderdeel uit van de Legesverordening. In veel gevallen is een daarop volgend aanvullend onderzoek niet nodig, maar alleen voor de risicovolle werkzaamheden. Mocht dit wel het geval zijn, dan kan een deel van die kosten vergoed worden. Die vergoedingsregeling veranderd niet met dit nieuwe beleid. Overigens is de noodzaak voor onderzoek bij ontwikkelingen niet anders dan in de huidige situatie.
Een nieuwe ontwikkeling die in strijd is met het bestemmingsplan moet nu ook al onderzoek doen naar OO wanneer de locatie in risico gebied ligt. Met dit beleid en het paraplu bestemmingsplan wordt daarin meer duidelijkheid gegeven en kan in eerste instantie worden volstaan met een LEI, in
Pagina 4 van 4
Betrokkene geeft aan dat er sprake is van een krappe arbeidsmarkt, waardoor extra onderzoek een extra belasting is op deze arbeidsmarkt. Betrokkene is van mening dat deze arbeidskrachten beter kunnen worden ingezet in de bouw, zorg, onderwijs en andere voor de maatschappij nuttige werkzaamheden. Betrokkene stelt voor initiatiefnemers te wijzen op de procedure, wanneer ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen.
plaats van een uitgebreider duurder onderzoek. Op dit punt biedt het beleid juist een, voor de initiatiefnemer, minder belastende tussenstap. Zienswijze is ongegrond Iedere arbeidskracht heeft zijn eigen expertise en/of interesse. Dit is niet te sturen. Overigens gaat het beleid niet over de inzet van arbeidskrachten, maar over het borgen van de veiligheid van onze inwoners en eenieder die betrokken is bij werkzaamheden/ een ontwikkeling. Zienswijze is ongegrond Een dergelijke zorgplicht met bijbehorende handelswijze geldt altijd. Daar waar de risico’s te hoog zijn is extra onderzoek noodzakelijk juist om te voorkomen dat een OO ontploft en schade veroorzaakt. Dan is het te laat. Door de inzet van steeds grotere machines en materieel, kunnen trillingen en een verhoogde druk op de aarde juist een OO tot ontploffing brengen. De combinatie van de werkzaamheden, het in te zetten materieel en de mogelijk aan te treffen OO, bepalen het risico. Uit de LEI zal blijken of nader onderzoek noodzakelijk is, of dat alleen de zorgplicht van toepassing blijft. Zienswijze is ongegrond
2. Aanpassingen ontwerpbestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan is door de zienswijze niet gewijzigd.