CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Marktonderzoek bedrijventerreinen bij RV uitgangspunten bedrijventerreinagenda Altena 2023-2027

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Bedrijventerreinagenda Altena 2023-20275.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Marktonderzoek bedrijventerreinen Land van Heusden en Altena Actualisatie voor de periode 2022 tot en met 2030

Rotterdam, december 2022

Samenvatting Voor u ligt de actualisatie van de behoefteraming voor bedrijventerreinen in het Land van Heusden en Altena (gemeente Altena) voor de periode 2022 tot en met 2030. Hierin constateren we dat bedrijven in Altena te maken hebben met een acuut ruimtetekort, waardoor veel bedrijven in de gemeente nauwelijks groeimogelijkheden hebben. Zonder nieuwe ontwikkelingen neemt het tekort in de periode tot en met 2030 enkel toe. Speerpunten De gemeente Altena zet in haar visie op werklocaties in op de twee sterkst aanwezige sectoren van de gemeente met daarbinnen twee kenmerkende speerpuntenclusters: het maritieme cluster en de agrofoodcluster. Daarnaast ambieert de gemeente om werkomgevingen aantrekkelijker en toekomstbestendig te maken. Vraag In de periode 2022 tot en met 2030 bedraagt de uitbreidingsvraag 21 tot 38 hectare. Daarbovenop wordt de verplaatsingsvraag op ca. 5 hectare geschat, als gevolg van bedrijven die vanuit het buitengebied naar bedrijventerreinen willen/moeten verplaatsen. Er is geen sprake van vervangingsvraag door transformatie. Ongeveer de helft van de uitbreidingsvraag komt vanuit het klassiek-gemengde werkmilieu. De vraag vanuit het maritieme

werkmilieu bedraagt 3 tot 5 hectare. Het overige deel is vanuit logistiek en industrie. Aanbod Sinds het vorige marktonderzoek in 2018 is het destijds beschikbare aanbod van 18,9 hectare volledig uitgegeven. Momenteel is er in de gemeente geen uitgeefbaar aanbod meer. Het planaanbod bedraagt 10 hectare op SRBT Giessen, dat met name geschikt is voor het klassiek-gemengde werkmilieu. De ontwikkeling van fase 2 van de Kop van Brabant gaat niet door. Conclusies Er is geen aanbod, terwijl de ruimtebehoefte fors is. Hiermee is uitbreiding wenselijk om te kunnen voldoen aan de ruimtevraag. Ook is er ook behoefte aan een derde binnenvaarthaven. Aanbevelingen • Onderzoek de mogelijkheden voor uitbreiding of ontwikkeling van regionale en lokale bedrijventerreinen; • Breng de mogelijkheden in kaart om de ruimte op bestaande bedrijventerreinen te optimaliseren; • Benader actief de voor de gemeente belangrijke bedrijventerrein voor invulling van SRBT Giessen; • Concretiseer de ambitie voor de aanleg van een derde haven en benut de meekoppelkansen om bestaande havens te herstructureren.

2

Inleiding In opdracht van het Regionaal Ontwikkelingsbedrijf (ROB) heeft Ecorys een behoefteraming uitgevoerd voor de bedrijventerreinen in de gemeente Altena. De behoefteraming bestaat uit een prognose met een kwalitatieve verdiepingsslag. De prognose richt zich op de periode 2022 tot en met 2030 en is een actualisatie van het marktonderzoek uit 2018. Aanleiding In 2018 is Ecorys gevraagd een marktonderzoek uit te voeren voor het ROB, met daarin specifieke aandacht voor de bedrijventerreinen die het ROB in beheer heeft. Uit deze studie werd destijds geconcludeerd dat ontwikkeling van SRBT Giessen en fase 2 van de Kop van Brabant op korte termijn noodzakelijk was om te kunnen blijven voldoen aan de ruimtevraag. Deze conclusies zijn getrokken in het begin van de economische opleving na de economische crisis en diens nasleep. Sinds 2018 is de economie sterker gegroeid dan destijds werd verwacht, wat directe consequenties heeft gehad op de vraag naar bedrijfsruimten. Door vrijwel het hele land is het beschikbare aanbod in record tempo uitgegeven, terwijl de vraag naar ruimte is toegenomen. Dit is ook te zien in de gemeente Altena, waar sinds 2018 alle beschikbare kavels in de gemeente zijn uitgegeven of toegewezen. Op dit moment is het aanbod praktisch nul, terwijl de indicatieve lijst van

bedrijven met een uitbreidingswens bij de gemeente steeds langer wordt. Ook is inmiddels gebleken dat ontwikkeling van fase 2 van de Kop van Brabant niet mogelijk is vanwege de UNESCO-werelderfgoed in het nabije gebied. De ontwikkeling van SRBT Giessen is daarentegen wel van start gegaan. Naast de economische ontwikkelingen spelen ook andere ontwikkelingen een steeds grotere rol op bedrijventerreinen. Voorbeelden hiervan zijn de aandacht voor duurzaamheid en de toenemende vraag naar grootschalige distributie. Deze ontwikkelingen zorgen voor een verandering van de vestigingseisen van bedrijven, wat weer consequenties heeft voor de ruimtevraag. Alles bij elkaar genomen heeft dit ervoor gezorgd dat het ROB behoefte heeft aan actualisatie van het aanbod en de vraag naar bedrijventerreinen in de gemeente Altena, welke middels dit onderzoek wordt gegeven in de vorm van een kwantitatieve prognose en een kwalitatieve verdiepingsslag. Tevens wordt in het onderzoek ingegaan op de benodigde en geplande uitgifte van (nieuwe) bedrijventerreinen, de fasering daarvan en de te volgen strategie. Aanpak De aanpak bestaat uit een aantal stappen: 1. Een verkennend gesprek met ROB en gemeente Altena om de belangrijke vraagstukken in de gemeente te duiden.

3

2. Analyse van de ruimtebehoefte, bestaande uit een prognose van de uitbreidingsvraag en een analyse van de potentiële vervangingsvraag als gevolg van bedrijfsverplaatsingen. 3. Een kwalitatieve aanbodanalyse en confrontatie daarvan met de ruimtebehoefte per type werkmilieu. 4. Een vervolggesprek met ROB en gemeente ter verdieping van de opgaven op de bedrijventerreinen in de gemeente en ter toetsing van de eerste resultaten. 5. Gesprekken met ondernemers, waarin duidelijk wordt wat hun opgave is en tegen welke belemmeringen zij aanlopen bij de zoektocht naar een oplossing. Leeswijzer Voorliggende rapportage volgt zo veel mogelijk de opzet het marktonderzoek 2018 en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Allereerst wordt de gemeentelijke Visie op Werken kort samengevat, gevolgd door de economische trends en ontwikkelingen op landelijk en lokaal niveau. Vervolgens lichten we de behoefteraming toe. Die bestaat uit een prognose van de uitbreidingsvraag en potentiële vervangings- en verplaatsingsvraag. Daarna volgt een actualisatie van het beschikbare aanbod en de confrontatie met de ruimtebehoefte. Op basis van de uitkomsten in de vraag-aanbodconfrontatie worden ten slotte enkele conclusies en aanbevelingen gedaan.

4

Gemeentelijke visie In de afgelopen en voor de komende jaren ziet Ecorys verschillende trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de bedrijvigheid en werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Deze worden in dit hoofdstuk per stuk kort toegelicht. Voor de verzameling van de trends en ontwikkelingen is gebruik gemaakt van gemeentelijke visie op werken en gesprekken met het ROB, de gemeente en ondernemers. Ambitie Altena is een woongemeente met een groeiende economie. In de actuele visie op werken heeft de gemeente de ambitie gesteld om in 2035 een bloeiende plattelandsgemeente te zijn met een goed ondernemersklimaat, een gezonde arbeidsmarkt en een toekomstbestendige economie1. Deze ambitie wordt ondersteund door drie pijlers: 1. Inzetten op de sterke sectoren: dit zijn handel, industrie, bouwnijverheid en vervoer & logistiek (waaronder binnenvaart). Daarbinnen zijn twee speerpuntclusters waarin de gemeente onderscheidend is: de maritieme cluster in Werkendam en de brede agrofoodsector met het programma circulair voedingssysteem. 2. Ondernemen en werken aantrekkelijker maken: het binden van inwoners en bedrijven aan Altena door kwalitatief hoogwaardige werklocaties, een goede bereikbaarheid en mooie (woon)voorzieningen aan te bieden. 1

3.

Toekomstbestendig en duurzaam: meegaan in ontwikkelingen als robotisering en dataficatie en bijdragen aan energietransitie, circulair en milieuvriendelijke productie.

Doelen Eén van de beleidsthema’s voor deze ambitie is het realiseren van ruimte voor bedrijven. Om ervoor te zorgen dat bedrijven in de gemeente Altena op passende en toekomstbestendige werklocaties zijn gehuisvest, heeft de gemeente voor 2035 de volgende doelen gesteld: • Bedrijventerreinen worden vraaggericht voor de lokale behoefte ontwikkeld; • De gemeente geeft beschikbare kavels selectief uit. Alleen bedrijven uit Altena of bedrijven die een binding hebben met Altena komen in aanmerking voor een kavel, evenals bedrijven die aantoonbaar bijdragen aan de versterking van de speerpuntsectoren; • Bij voorkeur wordt de ruimtevraag van niet-agrarische bedrijven op bedrijventerreinen gehuisvest. De gemeente is terughoudend tegenover ontwikkelingen van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied; • Indien mogelijk wordt de ruimtevraag van groeiende bedrijven in de kernen ook op bedrijventerreinen gehuisvest; • De gemeente benut VAB’s voor de ruimtevraag van kleinschalige bedrijven;

Visie op Werken gemeente Altena 2022

5

• Er wordt voldoende watergebonden (kade)ruimte voor het maritieme cluster ontwikkeld; • Bedrijventerreinen zijn toekomstbestendig en voldoen aan de duurzaamheidscriteria.

6

Trends en ontwikkelingen In de doelen die de gemeente zichzelf stelt is rekening gehouden met verschillende trends en ontwikkelingen die een impact hebben op het bedrijfsleven in Altena. Indirect beïnvloeden een aantal van deze trends en ontwikkelingen ook de ruimtevraag op bedrijventerreinen. In dit hoofdstuk worden deze trends kort toegelicht. Naast landelijk zichtbare trends heeft Ecorys specifiek gebruik gemaakt van gemeentelijke visie op werken en gesprekken met het ROB, de gemeente en ondernemers. Een aantal trends spelen al langere tijd een rol en zijn ook in het marktonderzoek uit 2018 opgenomen. Doordat deze trends echter na of door de coronacrisis versterkt zijn of een andere wending hebben gekregen wordt er om die reden opnieuw naar gerefereerd. Ook zijn er aantal nieuwe trends geïdentificeerd. Vergrijzing Altena heeft net als veel landelijke gemeenten te maken met een afname van jongeren en jongvolwassenen en dus vergrijzing. Hoewel de woningbouwopgave in het buitengebied de laatste jaren ook is gegroeid, geldt dit ook voor de vergrijzing. Enerzijds zorgt vergrijzing voor een afname van de beroepsbevolking. Anderzijds biedt het kansen voor het huisvesten van bedrijven die noodgedwongen uit stedelijke gebieden vertrekken.

De demografie van Altena kenmerkt zich naast vergrijzing ook door groei en een positieve groene druk. Schaalverkleining en -vergroting Het aandeel zzp’ers in de totale werkgelegenheid in Altena groeit al jaren en de verwachting is dat deze trend doorzet (schaalverkleining). Dit zorgt voor een toename in de vraag naar kleinschalige en flexibele werkplekken. Aan de andere kant is er in sectoren als industrie en (agro)logistiek onder invloed van processen als robotisering en digitalisering juist sprake van schaalvergroting. Dit zorgt voor minder werkgelegenheid maar meer materieel, wat weer consequenties heeft op de ruimtevraag en vestigingseisen. Toekomstbestendige bedrijventerreinen Geheel volgens de maatschappelijke trends is er ook op bedrijventerreinen steeds meer aandacht voor verduurzaming. Die behoefte wordt bovendien versterkt door de stijgende energie- en grondstoffenprijzen. Bedrijventerreinen die hier aandacht voor hebben kenmerken zich met het begrip toekomstbestendige bedrijventerreinen. Belangrijke thema’s zijn: • Energietransitie – energiebesparing en opwek van duurzame energie. Steeds vaker krijgen ondernemers die zonnepanelen willen installeren te maken met netcongestie.

7

Dit vraagt om slimme oplossingen, zoals batterijen en smart energy hubs. • Klimaatadaptatie – vergroening van de openbare ruimte en bedrijfspanden en -percelen en ruimte voor water om (het risico op) wateroverlast en hittestress te verminderen. Idealiter wordt tegelijkertijd bijgedragen aan versterking van de biodiversiteit. • Circulaire transitie – Nederland wil in 2050 een circulaire economie hebben. Bedrijven(terreinen) spelen hierin een belangrijke rol door gebruik te maken van elkaars grondstoffenstromen en door ruimte te bieden aan nieuwe circulaire bedrijvigheid. Grootschalige logistiek Landelijk is er sprake van een toenemende ruimtevraag vanuit logistiek en transport naar bereikbare en steeds omvangrijker wordende locaties. De gemeente Altena zet niet specifiek in op grootschalige logistiek. Dit is een afspraak binnen de bestuurlijke regio West-Brabant, waarin Altena niet het label logistiek heeft gekregen. Desalniettemin huisvest Altena enkele grootschalige logistiek dienstverleners, vaak gerelateerd aan de agrarische sector en voedsel. Conform de afspraken heeft Altena ook niet de ambitie nieuwe grootschalige logistiek aan te trekken.

Cross-overs maritieme cluster Werkendam Maritime Industries (WMI) brengt veel innovatie voort in de scheepsbouw, waterbouw, bij toeleveranciers en verwante sectoren, zoals slimme oplossingen voor energie op bijvoorbeeld boorplatformen. WMI heeft ook een samenwerking met het luchtvaartcluster Aviolanda in Woensdrecht. Daarbij gaat het onder meer over cross-sectoraal gebruik van (bio)composieten. Er zijn bovendien samenwerkingsverbanden met de automotivesector om autonoom varen door te ontwikkelen. Het maritieme cluster in dit gebied beperkt zich bovendien niet meer alleen tot Werkendam (WMI), maar strekt zich aan weerzijde van de Merwede uit van Gorinchem via Hardinxveld en Sliedrecht tot Dordrecht en Zwijndrecht en via Alblasserdam tot in de Rotterdamse Haven. Kansen en risico’s Op basis van de trends en ontwikkelingen kent de gemeente Altena een aantal kansen en risico’s op bedrijventerreinen. De kansen zijn met name toe te wijden aan de twee speerpuntenclusters in de gemeente. De risico’s gelden vooral sectorbreed. Kansen • Maritiem cluster:

8

- Innovatie; - Toenemend vervoer over water; - Windmolens op zee; - Gebruik van biocomposieten; • Agricluster: - Voedselsysteem draagt bij een brede welvaart; - Landbouw en agricluster versterken elkaar in de transitie naar circulair. Risico’s • Stijgende energie- en grondstoffenprijzen als gevolg van tekorten door verstoringen vanwege corona en vervolgens de oorlog in Oekraïne; • In combinatie met stijgende rentes kan dat leiden tot minder consumentenbestedingen; • Hogere inkoopprijzen en lagere verkoopcijfers kan bedrijven dubbel raken. Met de nadruk op kan, want met name de stijgende energie- en grondstoffenprijzen bieden ook een kans voor een sprong voorwaarts in de energie- en circulaire transitie; • Daarnaast is het lastig voldoende geschikt personeel te vinden. Dit is het gevolg van een stagnerende bevolkingsontwikkeling in de gemeente en een kwalitatieve mismatch tussen vraag (wat bedrijven nodig hebben) en het aanbod (wat de potentiële beroepsbevolking kan en wil).

9

Werkmilieus Om de vraag en het aanbod niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief te matchen, onderscheidt Ecorys verschillende werkmilieus. In Altena zijn 4 werkmilieus te vinden: industrieel, (agro)logistiek, klassiek-gemengd en maritiem. In dit hoofdstuk wordt voor de eerste drie werkmilieus een korte toelichting gegeven. Op het maritieme werkmilieu wordt uitgebreider ingegaan, vanwege het unieke karakter en voor Altena kenmerkende karakter van dit werkmilieu.

kleinschalige activiteiten uit andere werkmilieus te huisvesten. Bijvoorbeeld kleinschalige logistiek (< 1,5 ha, stadsdistributie) of productieactiviteiten met een lage milieu-/hindercategorie. Dit sluit niet uit dat er enkele zwaardere bedrijven of grotere kavels zijn, vaak mogelijk gemaakt door zonering. Dit type terreinen is van groot belang voor de stedelijke economie en de lokale economie in de kernen. Figuur 1 Klassiek-gemengd werkmilieu op bedrijventerrein Nieuwendijk

Definitie werkmilieus De typering van bedrijventerreinen naar werkmilieus is gebaseerd op het profiel van het betreffende bedrijventerrein. Dat kan zowel betrekking hebben op de overwegend gevestigde bedrijvigheid als op de doelgroep (profilering) die het terrein toebedeeld is op basis van de vestigingsfactoren van het bedrijventerrein. De indeling naar werkmilieus geeft daarom een indicatie van de specifieke locatiekwaliteiten die een bedrijventerrein kenmerkt. Het is belangrijk om niet te rigide met deze typering om te gaan. De vestiging van een type activiteit moet in de praktijk niet worden uitgesloten omdat deze niet binnen het profiel van het werkmilieu past. Klassiek-gemengd Een traditioneel werkmilieu met diversiteit aan bedrijven op overwegend kleine(re) kavels. Bedrijventerreinen met een klassiek-gemengd werkmilieu zijn ook geschikt om

Industrie Ten opzichte van het marktonderzoek uit 2018 is het industriële werkmilieu toegevoegd voor de gemeente Altena. Dit werkmilieu heeft een industrieel karakter, waarbinnen bedrijven

10

op grote(re) kavels, veelal met hogere milieucategorieën, produceren en verwerken. Het verschil met het klassiekgemengde werkmilieu is de grotere schaal van de gevestigde bedrijven, alsmede een hogere overwegende milieucategorie.

logistiek. Aan de basis van de agro-logistieke keten staan productiebedrijven die gericht zijn op teelt en veredeling. Figuur 3 Logistiek werkmilieu in het buitengebied van Wijk en Aalburg

Figuur 2 Industrieel werkmilieu op de Kop van Brabant

Agro(logistiek) Bedrijven zoals handelshuizen, importeur, exporteurs, veilingen, verpakkingsbedrijven en logistieke diensterleners. Deze bedrijven werken vaak samen in een logistieke keten en nemen doorgaans veel ruimte op bedrijventerreinen in beslag. Vanwege het agrarische karakter van de gemeente Altena, is er naast de traditionele logistiek ook sprake van veel agro-

Maritiem Het maritieme werkmilieu omvat bedrijven uit het maritieme cluster en omvat de bedrijven die gevestigd zijn op water/kadegebonden en –verbonden kavels in Werkendam. Ook de aan- en toeleveranciers van deze cluster die niet direct aan het water liggen kunnen onderdeel uitmaken van dit werkmilieu. Deze laatste groep is dikwijls gevestigd op nabijgelegen droge bedrijventerreinen.

11

Wat in vergelijking met andere maritieme hotspots in ZuidHolland en Noord-Brabant opvalt, is de aanwezigheid in Werkendam van de volledige maritieme keten. Er is niet een uitgesproken dominant sub-cluster, maar meerdere clusters waar Werkendam goed in is: scheeps-, jacht- en waterbouw, offshore, dienstverleners en toeleveranciers. Dat komt ook terug in het aantal vooraanstaande bedrijven. Hier is wederom niet een dominante speler aan te wijzen, maar juist een sterk speelveld van verschillende grote samenwerkende maritieme bedrijven. Het gehele cluster is goed voor 2.000 arbeidsplaatsen. Naast de ruim 2.000 directe banen, kent de maritieme sector (als geheel) gemiddeld gezien een multipliereffect van 0,2 á 0,3. De 2.000 maritieme banen bij in Werkendam zorgen dus voor circa 400 tot 600 banen bij overige (MKB) bedrijvigheid binnen de regio. Er zijn overigens ook genoeg voorbeelden te vinden van samenwerkingsverbanden tussen bedrijven in verschillende maritieme hotspots, bijvoorbeeld de samenwerking tussen De Waal (Werkendam) en Valk Welding (Alblasserdam). Werkendam heeft 6 werven (waaronder Holland Shipyards Group, Concordia Damen en VEKA) en heeft een compleet aanbod van toeleveranciers in nabije omgeving. Door de aanwezigheid van meerdere werven heeft het cluster

Werkendam meer massa en is het minder afhankelijk van laagconjunctuur of faillissement van één van de werven. Ook werkt het cluster samen met bedrijven (toeleveranciers of dienstverleners) in de Drechtsteden, Rotterdam, in HardinxveldGiessendam en Noord-Brabant (o.a. Raamsdonksveer, Moerdijk en Heusden). Opdrachten kunnen daardoor geheel door bedrijven binnen het cluster uitgevoerd worden. Voor bedrijven uit Werkendam is personeel, werkethos en opleidingen van groot belang voor het bedrijfseconomisch functioneren en de toekomst. Vakkundig, technisch en loyaal personeel zijn de belangrijke voorwaarden voor bedrijven om goed te kunnen werken en blijven werken vanuit Werkendam. Werkendam Maritime Industries speelt in op innovatie en samenwerking. Dit mede vanuit het kunnen inspelen op veranderingen en concurrentie. De maritieme sector (en logistiek) zijn de belangrijkste sectoren in de West-Brabant. De regio zet steeds meer in op multimodaal vervoer, waarbij de modaliteit water niet meer weg te denken is. Er zijn diverse grotere binnenvaartterminals en op- en overslaghavens in de regio, denk aan Moerdijk, Waalwijk, Tilburg en Oosterhout. Bij 96% van alle nieuwbouwschepen in Nederland is minimaal één bouwer, toeleverancier of dienstverlener uit Werkendam betrokken. Het cluster in Werkendam is daarom opgenomen in de Toekomstagenda West-Brabant.

12

Figuur 4 Maritiem werkmilieu in Werkendam

van fysiek-ruimtelijke componenten: de ligging, infrastructuur, aanwezige bedrijven, voorzieningen en omgeving. Dit kan helpen bij het maken van keuzes over de toewijzing van bedrijven of eventuele uitbreidingen. Het is vanzelfsprekend geen hard criterium dat enkel bedrijven met een vergelijkbaar werkmilieu zich op het terrein kunnen vestigen. Vanwege de bedrijvigheid en de typering van de bedrijventerreinen zijn de werkmilieus klassiek-gemengd en maritiem sterk vertegenwoordigd in de gemeente. De werkmilieus logistiek en industrie zijn iets minder sterk vertegenwoordigd. Figuur 6 Overzicht bedrijventerreinen Altena naar werkmilieu

Werkmilieus in beeld In Figuur 6 is een overzicht gegeven van de ligging van de bedrijventerreinen in de gemeente Altena, waarbij aan elk bedrijventerrein een werkmilieu is toegekend. De toekenning is gedaan op basis van een kwalitatieve beschouwing van het vestigingsregister (LISA) en een fysieke schouw langs de bedrijventerreinen. Het labelen van bedrijventerreinen naar werkmilieu wil niet zeggen dat er geen meerdere werkmilieus denkbaar zijn op het bedrijventerrein. Het overzicht laat enkel zien voor welk werkmilieu het bedrijventerrein het meest geschikt is op basis

13

Vraagraming In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de vraagraming voor de periode tot en met 2030 gepresenteerd, met een doorkijk naar 2040. Tijdens de vraagraming is gekeken naar de uitbreidingsvraag en de op dit moment bekende vervangings- en verplaatsingsvraag. De som van deze drie vraagtypen vormt de totale ruimtebehoefte, welke onderverdeeld wordt naar de 4 aanwezige werkmilieus in de gemeente. De ruimtebehoefte die in dit hoofdstuk gepresenteerd wordt is in feite een prognose van de ruimte die op bedrijventerreinen in de gemeente Altena beschikbaar moet zijn om tot en met 2030 aan de marktvraag te kunnen voldoen. Uitbreidingsvraag De uitbreidingsvraag is voor de periode 2022 tot en met 2030 geraamd. Deze beleidsarme raming is gebaseerd op de ontwikkeling van de werkgelegenheid, toegevoegde waarde en terreinquotiënt door de tijd heen. De ontwikkeling van de eerste twee indicatoren is berekend via de regionale economische groei scenario’s. De ontwikkeling van de terreinquotiënt is berekend via de BLM-methode. Een uitgebreidere omschrijving van deze methodiek is te lezen in de bijlage onderaan deze rapportage.

2

Het gebruik van een hoog en een laag WLO-scenario resulteert in een bandbreedte. Die bandbreedte geeft aan de dat de verwachte autonome ruimtevraag voor het de gemeente Altena voor periode 2022 tot en met 2030 afgerond 21 tot 38 hectare bedraagt, hetgeen overeenkomt met een gemiddelde jaarlijkse uitgiften van 2,3 tot 4,2 hectare. De bovenregionale vraag wordt op nul gezet, aangezien de gemeente in haar visie op werken aangeeft beschikbare kavels selectief uit te willen geven aan bedrijven uit – of die een binding hebben met – Altena. De uitbreidingsvraag van 21 tot 38 hectare tot en met 2030 is vervolgens met behulp van een verdeelsleutel toebedeeld naar de 4 werkmilieus in de gemeente. Deze verdeelsleutel verdeelt de ruimtebehoefte per SBI code over de werkmilieu op basis van de huidige perceeloppervlaktes per SBI code. Welke SBI codes bij welk werkmilieu horen kent verschillende benaderingen. Voor het maritieme werkmilieu is gebruik gemaakt van de afbakening van Ecorys in de Maritieme Monitor 2021, waarin het maritieme cluster is afgebakend met SBIcodes. De overige drie werkmilieus zijn voor dit marktonderzoek handmatig afgebakend2. In Figuur 7 is de uitbreidingsvraag tot en met 2030 naar werkmilieu weergeven.

Maritieme Monitor (Ecorys, 2021)

14

Uit de figuur valt op te maken dat de verwachting is dat het grootste gedeelte van de ruimtevraag afkomstig is vanuit bedrijven die zich vestigen in het klassiek-gemengde werkmilieu. De ruimtebehoefte vanuit het maritieme werkmilieu bedraagt 3 tot 5 hectare. De maritieme vraag valt daarmee iets lager uit dan de prognose van 6,5 hectare uit 2020, al dient vermeld dat deze prognose destijds niet gemodelleerd is maar gebaseerd op een enquête van Stec3. Over het algemeen vallen de uitkomsten van een enquête hoger uit dan een kwantitatieve vraagraming. Figuur 7 Uitbreidingsvraag naar werkmilieus 2022 tot en met 2030.

38

21

3

Vervangings- en verplaatsingsvraag In Figuur 7 is nog geen rekening gehouden met andere typen ruimtevraag. Aanvullend op de uitbreidingsvraag bestaat er in de bedrijventerreinmarkt namelijk vervangings- en verplaatsingsvraag. De som van deze drie typen ruimtevraag is de totale ruimtevraag. 1. Uitbreidingsvraag: de vraag die voorkomt uit bedrijven op formele bedrijventerreinen met een uitbreidingswens. Uitbreiding kan plaatsvinden op het terrein waar het bedrijf gevestigd is, maar ook op een ander bedrijventerrein. Dit ligt aan de beschikbare ruimte. Indien het bedrijf besluit het oude terrein te verlaten in ruil voor een grotere locatie op een ander bedrijventerrein, levert dit potentiële ruimtewinst op die ingezet kan worden om andere bedrijven te huisvesten. 2. Vervangingsvraag: vraag die ontstaat doordat bedrijven op formele bedrijventerreinen een vervangende locatie op hetzelfde of eventueel ander bedrijventerrein moeten vinden als gevolg van herstructurering of transformatie van de oude locatie naar een ander type werk- of niet-werkfunctie. 3. Verplaatsingsvraag: vraag die ontstaat doordat bedrijven van een ander type locatie dan een formeel bedrijventerrein, bijvoorbeeld het buitengebied of dorpskern willen of moeten verhuizen naar een formeel bedrijventerrein. De achterblijvende locatie levert in potentie ruimtewinst voor

Ruimtebehoefte Maritiem Cluster Werkendam (Stec, 2021)

15

andere functies (bijv. wonen, recreatie, kantoren). Het verschil tussen vervangings- en verplaatsingsvraag is dus de functie van de herkomstlocatie: is het een formeel bedrijventerrein of niet? Op dit moment zijn bij de gemeente Altena geen gevallen bekend van bedrijven die vanwege herstructurering of transformatie op bedrijventerreinen een vervangende locatie zoeken. Er is dus geen sprake van vervangingsvraag.

Doorkijk naar 2040 Dezelfde prognose toegepast op de periode tot en met 2040 resulteert in een uitbreidingsvraag van 36 tot 60 hectare. Dit komt neer op een additionele 15 tot 22 hectare bovenop de vraag tot en met 2030. De vraagraming voor een dergelijke langer termijn is echter niet geheel robuust en afhankelijk van de (macro-)economische ontwikkelingen.

Wel zijn er een aantal bedrijven die vanuit de dorpskern of het buitengebied naar een bedrijventerrein willen of moeten verplaatsen, omdat bijvoorbeeld het industriële karakter van de bedrijven het woongebied waar zij momenteel in gevestigd zijn minder leefbaar maakt. Het gaat hierbij om een omvang van in totaal ca. 5 hectare. Deze verplaatsingsvraag kan opgeteld worden bij de uitbreidingsvraag. Het gaat voornamelijk om lokale bedrijven met een relatief klein zoekgebied rondom de huidige locatie. De achterblijvende locaties kunnen ingevuld worden door andere functies (wonen, recreatie etc..) Naar verwachting zal de transformatie van het bedrijventerrein Buitendijks geen verplaatsingsvraag opleveren, vanwege het gebrek aan actieve bedrijvigheid aldaar.

16

Aanbod De volgende stap in het marktonderzoek is inzichtelijk maken hoeveel van de ruimtebehoefte van 21 tot 38 hectare kan landen op het beschikbare aanbod. Hierbij wordt opnieuw onderscheid gemaakt in de werkmilieus. De ruimtebehoefte die na aftrek van het aanbod resteert is het ruimtetekort. In dit hoofdstuk wordt het aanbod op bedrijventerreinen in de gemeente Altena geactualiseerd ten opzichte van de situatie in 2018. Dit betreft zowel harde plancapaciteit als planaanbod. Uitgeefbaar aanbod is nul Op 1 januari 2018 bedroeg het uitgeefbare aanbod (d.w.z. harde plannen) in de gemeente 18,9 hectare. Dit betrof 9,7 hectare aanbod dat zeer geschikt was voor het maritieme werkmilieu en 9,2 hectare aanbod voor klassiek-gemengde bedrijven. Het grootste gedeelte was beschikbaar op het Regionaal Bedrijventerrein: in totaal namelijk 13,1 hectare, waarvan 8,7 hectare gericht op het maritieme werkmilieu en 4,4 klassiek-gemengd. Gebaseerd op gegevens van IBIS, ROB en de gemeente zijn alle kavels in Altena momenteel uitgegeven of gereserveerd. Dit betekent dat in 4 jaar tijd het volledige aanbod van 18,9 hectare is uitgegeven, wat neerkomt op een gemiddelde jaarlijkse uitgifte van 4,7 hectare. Dit is vrijwel gelijk aan de gemiddelde jaarlijkse ruimtevraag in het hoge WLO-scenario, die in het 4

vorige hoofdstuk van dit marktonderzoek geprognosticeerd is (4,8 hectare tot en met 2030). Aanbod in omliggende regio’s Naast het uitgeefbare aanbod in de eigen regio is het van belang om ook te kijken naar locaties buiten deze regio. Op basis o.a. van verhuisbewegingen kunnen Gorinchem en Geertruidenberg beschouwd worden als concurrerend aanbod. Droge bedrijventerreinen Volgens de ruimtebehoefte Zuid-Holland van Stec in 2021 is in de omliggende gemeenten 3,3 hectare aan kavels beschikbaar op bedrijventerrein Oost II (bestemd voor klassiek-gemengd) en 4 hectare op fase 2 van Schelluinen-West (bestemd voor logistiek)4. Daarnaast wordt de komende jaren 37 hectare ontwikkeld op de Groote Haar. Dit bedrijventerrein is regionaal georiënteerd en moet vooral plaats gaan bieden aan grotere bedrijven en bedrijven uit hogere milieuklassen, evenals (kleinere) bedrijven die zich willen vestigen op een zichtlocatie aan de A27. Hiermee vormt de Groote Haar een uitwijkingsmogelijkheid voor (potentiële) bedrijven in Altena die aan deze criteria kunnen en willen voldoen.

Ruimtebehoefte Zuid-Holland (Stec, 2021)

17

Figuur 8 Terrein Buitendijks: werklocatie in transitie

Maritiem Voor het maritieme cluster is nauwelijks tot geen aanbod beschikbaar in de regio. Ook niet in de Drechtsteden, waar het cluster steeds meer mee samenwerkt. Het maritieme cluster in Werkendam kenmerkt zich echter als vooruitstrevend cluster, met veel typen maritieme bedrijvigheid. De verwachting is dus dat maritieme bedrijven uit Werkendam de voorkeur hebben om in de gemeente te blijven, mocht er elders anders toch aanbod beschikbaar komen. Planaanbod in de gemeente Vanwege het UNESCO Werelderfgoed is er een streep door de ontwikkeling van fase 2 van de Kop van Brabant. Hierbij was een omvang van ca. 20 hectare gemoeid. Het andere plan SRBT Giessen te Woudrichem is inmiddels van start gegaan. Dit betreft een uitbreiding van 10 hectare en zal geschikt zijn voor bedrijvigheid op het klassiek-gemengde werkmilieu. Werklocatie in transitie Het terrein Buitendijks is aangemerkt als transformatiegebied (o.a. met oog op de toekomstige woningbouwopgave). Dit gaat om een omvang van 2,4 hectare.

18

Conclusies Dit hoofdstuk omvat de belangrijkste conclusies van het marktonderzoek. Ook worden er een aantal aanbevelingen geformuleerd, waarbij onderscheid is gemaakt tussen advies ten aanzien van droge bedrijventerreinen en het maritieme cluster. Conclusies • De ruimtebehoefte tot en met 2030 in Altena bedraagt 21 tot 38 hectare aan uitbreidingsvraag (gemiddeld 2,3 tot 4,2 per jaar) en circa 5 hectare extra aan verplaatsingsvraag op droge bedrijventerreinen. Er is geen vervangingsvraag. • Op dit moment is er geen uitgeefbaar aanbod beschikbaar. • Sinds 2018 is er gemiddeld 4,7 hectare per jaar uitgegeven. • Het planaanbod is 10 hectare op SRBT Giessen. De ontwikkeling van fase 2 van de Kop van Brabant gaat niet door. Ontwikkeling of uitbreiding van een regionaal bedrijventerrein is dus wenselijk om te kunnen voldoen aan de ruimtevraag. Een tekort aan bedrijfsruimte kan de

5

werkgelegenheid en het bedrijfsleven in de gemeente belemmeren. • Uit interviews blijkt dat sommige ondernemers er voor open staan om de gemeente te verlaten indien op korte termijn buiten de gemeentegrenzen wel aanbod beschikbaar is. • De ontwikkeling van 10 hectare SRBT Giessen is de eerste stap in het tegemoetkomen aan de ruimtevraag. Echter wordt dit (plan)aanbod naar verwachting binnen korte termijn uitgegeven, gezien de grote lijst aan bedrijven met uitbreidingswensen. • Er is behoefte aan derde binnenvaarthaven om te kunnen voldoen aan de ruimtevraag vanuit het maritieme werkmilieu. De gemeente ambieert dit al langere tijd en ook Ecorys adviseerde hier in 2002 al over5. Aanbevelingen droge bedrijventerreinen • Onderzoek de mogelijkheden voor ontwikkeling of uitbreiding van een extra regionaal bedrijventerreinen. Uitbreidingen aansluitend op bestaande bedrijventerreinen genieten daarin de voorkeur. Ook ontwikkeling van een derde haven in Werkendam is wenselijk (zie Aanbevelingen maritiem cluster).

Wens en noodzaak uitbreiding haven Werkendam (Ecorys, 2002)

19

• Ook lokaal de mogelijkheden voor kleinschalige uitbreidingen in kaart brengen. Veel ondernemers realiseren uitbreiding op of nabij hun eigen locatie. • Houd contact met (grootschalige) ruimtevragers waarvan bekend is dat zij een nieuwe locatie op een bedrijventerreinen zoeken. Bij een vertrek biedt de achterblijvende locatie in potentie ruimtewinst voor nieuwe bedrijvigheid. • Naast uitbreiding is ook op bestaande bedrijventerreinen vaak ruimtewinst te boeken door optimalisatie van het ruimtegebruik door herhuisvesting van gebiedsvreemde functies (winkels, sportscholen, recreatie, etc.) naar andere gebieden en herstructurering van on(der)benutte delen van percelen en leegstaande of zeer verouderde panden. Laat de mogelijkheden voor optimalisatie op bestaande bedrijventerreinen uitzoeken6. • Benader voor de gemeente essentiële bedrijven actief over de ontwikkeling van SRBT Giessen. Uit gesprekken met ondernemers met een uitbreidingswens blijkt dat (nog) niet iedere ondernemer op de hoogte is van de plannen. Op deze manier kan de gemeente de invulling van het terrein naar wens sturen. 6

Ecorys heeft recentelijk dergelijke analyses uitgevoerd op o.a. GoereeOverflakkee en in de Westelijke Mijnstreek.

Aanbevelingen maritiem cluster De uitkomsten van de kwantitatieve vraagraming en de kwalitatieve verdiepingsslag in dit marktonderzoek leiden er toe dat Ecorys de adviezen van Stec in haar analyse voor het maritieme cluster in Werkendam onderschrijft7. Deze adviezen luiden als volgt: • Concretiseer de ambitie voor een derde binnenvaarthaven in Werkendam. • Benut de meekoppelkansen voor herstructurering van bestaande havens tijdens de ontwikkeling van de nieuwe haven, zodat de gehele cluster toekomstbestendig blijft. • Het maritieme cluster werkt als een keten, waarbij scheepswerven bovenaan de keten staan en het grote werk binnenhalen. Dit werk stroomt vervolgens door naar onderaannemers en overige subclusters die minder gespecialiseerd zijn in binnenvaart. Het faciliteren van de ruimtevraag en vestigingseisen van scheepswerven geniet daarom de prioriteit boven andere subclusters. • Blijf lobbyen bij de Provincie Noord-Brabant voor aandacht voor watergebonden kavels en kades. Ook de provincie heeft een groot belang bij toekomstbestendige 7

Ruimtebehoefte Maritiem Cluster Werkendam (Stec, 2021)

20

watergebonden bedrijventerreinen in Altena, aangezien het bijdraagt aan meerdere provinciale beleidsdoelstellingen (faciliteren van juiste bedrijvigheid op de juiste plek, schoner transport, minder druk op wegennetwerk).

21

Bijlage – methodiek vraagraming De ruimtebehoefte is grotendeels berekend aan de hand van een prognose van de autonome uitbreidingsvraag. Een klein bestaat uit de vervangings-/verplaatsingsvraag, dat is geïnventariseerd bij de gemeente. Om de autonome uitbreidingsvraag te prognosticeren gebruikt Ecorys het door haarzelf ontwikkelde SPECTRA+-model. In deze bijlage volgt een technische omschrijving van dit model. Het uitgangspunt van het model is de regionale economische groeiscenario’s. Regionale economische groeiscenario’s De autonome uitbreidingsvraag wordt berekend aan de hand van regio specifieke prognoses van economische groei in de twee WLO-scenario’s (scenario laag en hoog). Deze scenario’s zijn opgesteld door het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en vormen het uitgangspunt van de vraagraming. Met behulp van een zogenoemde shift-and-share analyse kan groei van de regionale economie worden gesplitst in een nationale component, een structuur-component en een regionale component. De nationale component geeft een indicatie voor conjuncturele invloeden. De structuurcomponent geeft inzicht in een gunstige of ongunstige sectorstructuur vergeleken met de sectorstructuur op nationaal niveau. De regionale component geeft tenslotte een indicatie van de

kwaliteit van het ondernemerschap. Daarbij wordt een relatief gunstig dan wel ongunstig regionaal vestigingsklimaat vergeleken met de nationale groei. Op die manier zijn de prognoses toegespitst op de regio, maar passen zij binnen de nationale kaders van de prognoses van economische en werkgelegenheidsontwikkeling. Doorvertaling naar het SPECTRA+-model De uitkomsten van de regionale prognoses worden vervolgens gekoppeld aan het door Ecorys ontwikkelde SPECTRA+-model, dat staat voor specifieke terreinraming. Het model geeft een vertaling van de economische groeiscenario’s naar werkgelegenheid per werkmilieu van bedrijfsactiviteiten en de daaruit af te leiden ruimtebehoefte. Deze werkmilieus zijn gegroepeerd rond samenhangende economische activiteiten (sectoren) volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI). Voor sommige arbeidsextensieve, dan wel kapitaalintensieve sectoren wordt niet naar werkgelegenheid gekeken, maar naar toegevoegde waarde. Dit zijn met name de industriële en logistiek sectoren, waar sprake is van continue innovatie en schaalvoordelen. De ‘+’ in SPECTRA+-model staat voor deze aanvullende analyse. In het model wordt de groei in werkgelegenheid (uitgedrukt in werkzame persionen) of toegevoegde waarde (uitgedrukt in duizenden euro’s) op bedrijventerreinen in Altena doorvertaald naar ruimtegroei in hectaren. Dit wordt gedaan middels de

22

terreinquotiënt per sector: het gemiddeld aantal vierkante meter terrein per werknemer of per duizend euro omzet in een sector. De werkgelegenheid, toegevoegde waarde en terreinquotïent op bedrijventerreinen in Altena is voor deze raming geactualiseerd op basis van het vestigingsregister (LISA), alsmede de bij Ecorys beschikbare Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).

kunnen opereren. De ruimtebehoefte wordt weergegeven in netto uitgeefbare hectares.

In dit model wordt de potentiële vraag afgezet tegen de actuele internationale ontwikkelingen. Zo biedt SPECTRA de meest actuele inzichten in de ruimtebehoefte voor bedrijventerreinen op de middellange- en lange termijn. De regionale economie staat in de raming centraal. Er wordt dus niet toebedeeld op basis van een nationaal verdelingsmodel. Deze benadering is als micro te karakteriseren, omdat zij rekening houdt met de reeds bestaande sectorstructuur, werkgelegenheid en toegevoegde waarde op specifieke bedrijventerreinen in Altena. Van belang is dat de berekende ruimtebehoefte alleen extra ruimte betreft als gevolg van economische groei bij het bedrijfsleven in de regio. Hierbij gaat het zowel om groei van bestaande bedrijven (uitbreidingsvraag) als van nieuwe vestigingen. De vervangingsvraag, als gevolg van onttrekkingen aan het aanbod (bijv. door transformatie tot woninglocaties) maakt geen onderdeel uit van de berekende ruimtebehoefte. Dit geldt ook voor de verplaatsingsvraag vanuit het buitengebied naar bedrijventerreinen. De ruimtebehoefte is ook exclusief het aanhouden van een strategische voorraad om flexibel te

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12972733/1