Bijlage Kaderbrief 2027
Tekst van het document
Kaderbrief 202 7
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ...................................................................................................................................... 3
2.
Financieel perspectief 2027-2030 ................................................................................................ 3
3.
Overige ontwikkelingen ............................................................................................................. 4
Bijlage 1. Financieel-technische uitgangspunten Begroting 2027 ...................................................... 6 Bijlage 2. Huidige uitgangspunten lokale heffingen............................................................................ 7
2
1. Inleiding Voor u ligt de Kaderbrief 2027. Normaal gesproken zou een Kadernota 2027 opgesteld zijn, waarin voorstellen voor nieuw beleid of voor aanpassing van beleid voor de komende begrotingsjaren zoveel mogelijk zijn opgenomen. De raad zou hier in juli dan het debat over voeren, waarna de uitkomsten worden vertaald in de Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028-2030. Vanwege het tijdpad van de gemeenteraadsverkiezingen, de periode van coalitievorming en het opstellen van het Bestuursakkoord 2026-2030 van het nieuwe college daarna kunnen in de Kadernota 2027 nog niet de nieuwe beleidsuitgangspunten verwerkt worden en is daarom gekozen voor het opstellen van een beleidsarme, financieel-technische Kaderbrief 2027. Dit betekent tegelijkertijd dat de integrale beleidsmatige en financiële afweging plaatsvindt bij de behandeling in de raad van de Begroting 2027. De Kaderbrief 2027 schetst op basis van de huidige inzichten de financieel-technische uitgangspunten voor de opstelling van de Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028-2030. Dit perspectief is nadrukkelijk een momentopname, met de nodige onzekerheden. Zo is de Meicirculaire 2026 niet op tijd verschenen om nog meegenomen te kunnen worden in het perspectief. Over de uitkomsten van de Meicirculaire 2026 zullen wij u afzonderlijk informeren.
De ambities uit het Bestuursakkoord 2026-2030 worden betrokken bij de opstelling van de Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028-2030.
2. Financieel perspectief 2027
-2030
Uitgangspunt voor het financieel perspectief is de meerjarenraming zoals opgenomen in de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029 (regel 1 in onderstaande tabel). Na vaststelling van de Begroting 2026 doen zich in de uitvoering van de Begroting 2026 financiële afwijkingen voor. Hierover wordt in de Eerste Bestuursrapportage 2026 gerapporteerd. Sommige van deze afwijkingen in 2026 hebben ook financiële gevolgen voor 2027 en verdere jaren, de zogenoemde structurele doorwerking. Deze structurele doorwerking wordt opgeteld bij de meerjarenraming uit de Begroting 2026 (regel 2). Voor een uitgebreide toelichting op deze afwijkingen wordt verwezen naar de Eerste Bestuursrapportage 2026. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
1. Meerjarenraming uit Begroting 2026
822 V
98 N
2.211 V
4.909 V
2. Mutaties Eerste Bestuursrapportage 2026
1.848 N
1.657 N
1.667 N
1.761 N
3. Meerjarenraming na Eerste Bestuursrapportage 2026
1.026 N
1.755 N
544 V
3.147 V
4. Incidentele baten en lasten na Eerste Bestuursrapportage 2026
2.048 N
1.107 N
378 V
165 V
5. Structurele meerjarenraming na Eerste Bestuursrapportage 2026
3.074 N
2.862 N
922 V
3.312 V
3
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt blijven de jaren 2027 en 2028 zich kenmerken door een financiële uitdaging: in 2027 en 2028 is de begroting nog negatief (regel 3). De provincie controleert elk jaar de gemeentelijke begroting. Eén van de belangrijkste eisen is dat de begroting voor het komende jaar structureel sluitend is. Dit betekent dat de structurele lasten gedekt moeten worden uit structurele baten. De inzet van reserves telt niet als structurele baten. De provincie kijkt bij het toetsen van de begroting naar de incidentele baten en lasten in het totale begrotingssaldo (regel 4). Als de begroting voor het komende jaar nog niet structureel sluitend is, moet de meerjarenbegroting laten zien dat dit uiterlijk in het laatste jaar wordt bereikt. Er mag echter niet ieder jaar opnieuw een meerjarenraming worden opgesteld waarin uitsluitend in het laatste jaar sprake is van structureel evenwicht. Voor de meerjarenbegroting 2027-2030 betekent dit dat zowel 2029 als 2030 structureel in evenwicht moeten zijn. In het hierboven geschetste finacieel perspectief is vanaf 2029 sprake van een structureel (meer dan) sluitende begroting. Met een dergelijk financieel beeld voldoen we aan de eisen van de provincie.
De raad heeft bij de vaststelling van de Begroting 2026 op 11 november 2025 een motie aangenomen, waarin het college opgedragen wordt ‘de raad in mei 2027 een Kadernota 2028 aan te bieden, die uitgaat van een structureel sluitende Begroting 2028 en daarbij scenario’s en / of alternatieven in beeld te brengen, zodat de nieuwe raad kaderstellende keuzes kan maken’.
3. Overige ontwikkelingen Hierboven is het financieel perspectief geschetst op basis van de tot op dit moment zekere financiële ontwikkelingen. Er is daarnaast sprake van een aantal ontwikkelingen waarvan we de financiële impact nu niet kunnen kwantificeren. Ontwikkeling gemeentefonds en andere uitkeringen van het Rijk aan gemeenten De Voorjaarsnota 2026 van het Rijk geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. De Voorjaarsnota 2026 biedt weinig financiële ruimte voor gemeenten. Richting de Miljoenennota 2027 (Begroting 2027) staat het Rijk voor een ombuigingsopgave. Daarnaast moet ook het beleid uit het coalitieakkoord 'Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland’ van het kabinet-Jetten nog vertaald worden. Het Coalitieakkoord bevat beleidsvoornemens die de komende jaren leiden tot toenemende opgaven voor gemeenten zonder evenredige groei van financiële middelen. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de uitvoering van grote nationale opgaven op het gebied van wonen, klimaat en het sociaal domein, terwijl de financiering op onderdelen onzeker is of achterblijft. De financiële gevolgen van het Coalitieakkoord voor de gemeente Altena zijn op dit moment nog onduidelijk en kunnen we dus niet meenemen in het financieel perspectief.
Wij houden er rekening mee dat pas bij de Septembercirculaire 2026 meer duidelijkheid komt over de (financiële) gevolgen van het rijksbeleid voor de ontwikkeling van het gemeentefonds. Ontwikkelingen verbonden partijen Voor de uitvoering van verschillende gemeentelijke taken werkt de gemeente Altena samen met andere gemeenten in zogenoemde gemeenschappelijke regelingen (ook wel: verbonden partijen).
4
Dit zijn samenwerkingsverbanden waarin taken door gemeenten gezamenlijk worden georganiseerd, bijvoorbeeld op het gebied van afvalverwerking, publieke gezondheid of veiligheid. De gemeente Altena neemt deel aan meerdere van deze verbonden partijen. De dagelijkse besturen daarvan hebben inmiddels de ontwerpbegrotingen voor 2027 opgesteld. Deze vormen de basis voor de definitieve begrotingen van de betreffende regelingen. Bij een aantal gemeenschappelijke regelingen is sprake van hogere kosten als gevolg van prijsstijgingen en bestuurlijke richtingen die kunnen doorwerken naar de bijdrage van de deelnemende gemeenten. In het raadsvoorstel Zienswijzen ontwerpbegrotingen GR-en 2027 stellen wij de raad voor bij de door de gemeenschappelijke regelingen ingediende ontwerpbegrotingen geen zienswijze op te stellen. Majeure opgaven Sociaal domein We staan een fundamentele verandering in het sociaal domein. De Koers Sociaal Domein Altena 2030 schetst de beweging richting preventie, versterking van de sociale basis, minder afhankelijkheid van maatwerk, integrale ondersteuning en een Stevige Lokale Team (SLT). Dit vraagt om een meerjarige, goed georganiseerde en financieel gedragen implementatie. In deze context is het essentieel om gericht te investeren in de transformatie die nodig is om het stelsel toekomstbestendig te maken.
Het vraagt om een samenhangende, cultuur- en systeemverandering. Door juist nu te investeren in een stevige implementatie, creëren we ruimte voor preventieve aanpakken die op termijn leiden tot lagere zorgvraag (en de daarmee samenhangende kosten), minder escalaties en meer inzet op wat wel werkt: de kracht van inwoners, hun netwerk en hun gemeenschap. De effecten van de investering worden zichtbaar op de middellange en lange termijn. Ruimtelijk domein De afgelopen periode is binnen het ruimtelijk domein een aantal dossiers in gang gezet die in de voorliggende bestuursperiode hun verdere invulling krijgen en waarover ook nog besluitvorming in de raad zal plaatsvinden. Afhankelijk van de bestuurlijk gewenste tempo, diepgang en breedte vraagt dit (mogelijk) een extra financiële inspanning ten opzichte van de ruimte die thans in de meerjarenbegroting is opgenomen.
Noemenswaardige dossiers zijn - De verdere implementatie van de Omgevingswet en dan concreet de inzet op de drie kerninstrumenten, namelijk de actualisatie van de omgevingsvisie, het opstellen van programma’s en de gefaseerde totstandkoming van het omgevingsplan; - Het vervolg op de uitgevoerde haalbaarheidsverkenning naar de realisatie van de derde haven in Werkendam in de vorm van een startbeslissing en daarna de uitwerking tot een investeringsbeslissing; - De wijze waarop we om willen gaan met ons maatschappelijk vastgoed inclusief de daaraan verbonden verduurzamingsopgave; - De realisatie van een nieuw sportpark in Almkerk. Deze wens is in de dorpsstrategie Almkerk wel ruimtelijk gepositioneerd maar nog niet financieel vertaald in de begroting. Benadrukt wordt dat de ambities uit het nog op te stellen Bestuursakkoord 2026-2030 niet in deze Kaderbrief 2027 zijn meegenomen. De integrale afweging van de hierboven genoemde opgaven en de ambities uit het nieuwe Bestuursakkoord zal dan ook eerst bij de Begroting 2027 plaatsvinden.
5
Bijlage 1. Financieel -technische uitgangspunten Begroting 202
7
Onderstaand worden de financieel-technische uitgangspunten weergegeven, die bij de opstelling van de Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028-2030 worden gehanteerd. De genoemde uitgangspunten gaan uit van voortzetting van het beleid zoals dat de afgelopen jaren is gevoerd. Het nieuwe college en de nieuwe raad om de uitgangspunten eventueel te wijzigen. Bestaand beleid
De Begroting 2027 wordt opgesteld op basis van bestaand beleid.
Nieuw beleid
Geen nieuw beleid anders dan door niet beïnvloedbare externe factoren (wettelijke verplichtingen en / of contractuele afspraken). In de Begroting 2027 zal rekening gehouden worden met het nieuwe Bestuursakkoord en Collegeprogramma, zodat hierover bij de begrotingsbehandeling de integrale afweging kan plaatsvinden. Voor een gezond financieel beleid en het faciliteren van college en raad bij het afwegen van beleidsprioriteiten, is het noodzakelijk dat in beeld is welke taken met bijbehorende budgetten (her)afweegbaar zijn. Structurele lasten worden gedekt met structurele baten; incidentele lasten mogen worden gedekt met incidentele baten; specifieke baten worden ook specifiek besteed. Bij het ramen van de salariskosten wordt uitgegaan van de formatie per 1 januari 2026. De salarislasten worden geraamd op het maximum van de schaal. Voor de Begroting 2027 wordt uitgegaan van de meest recente Ca0afspraken. De algemene uitkering wordt geraamd in lopende prijzen. De Begroting 2027 wordt gebaseerd op de raming van de algemene uitkering uit de Septembercirculaire 2026. De indexering van budgetten wordt gebaseerd op de percentages die in de Meicirculaire 2026 zijn opgenomen. Bij het opstellen van de Eerste Bestuursrapportage 2027 vindt de afweging plaats over de gerichte inzet van de stelpost loon- en prijsontwikkeling.
De rentekosten worden berekend aan de hand van het schema rentetoerekening zoals in de Notitie rente 2023 van de Commissie BBV is opgenomen. In de Begroting 2027 worden in principe geen nieuwe investeringen verwerkt, tenzij deze voortvloeien uit het nieuwe Bestuursakkoord en Collegeprogramma. Het beleidskader voor de indexering van de lokale heffingen wordt opgenomen in de Begroting 2027. De huidige uitgangspunten zijn opgenomen in bijlage 2. Het vermogen van de gemeente om risico’s te kunnen opvangen zonder daarbij de lopende exploitatie in gevaar te brengen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Uitgangspunt is een weerstandsratio gelijk of groter dan 1,0 in de begroting en de meerjarenraming. In de Begroting 2027 is een stelpost opgenomen ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan wordt toegekend. Er wordt geen bespaarde rente berekend.
Oud voor nieuw
Dekking
Salarissen
Algemene uitkering
Indexering budgetten
Rentekosten
Nieuwe investeringen
Belastingen en tarieven
Weerstandsvermogen
Onvoorziene uitgaven
Bespaarde rente
6
Bijlage 2. Huidige uitgangspunten lokale heffingen Voorbehoud De kaders zoals hieronder genoemd zijn gebaseerd op voortzetting van het beleid van de afgelopen periode. De voorgenomen uitgangspunten of afspraken met betrekking tot lokale heffingen / leges op basis van een nieuw coalitieprogramma kunnen leiden tot een wijziging van beleid. Dit wordt verwerkt in de Begroting 2027. Tarievenbeleid Uitgangspunt is dat wij streven naar kostendekkende tarieven voor gemeentelijke tarieven en diensten en producten behalve bij de grafrechten. 1. Verordeningen moeten kostendekkend zijn tenzij er een afwijkend raadsbesluit of een wettelijk maximum voor het betreffende tarief geldt. 2. Wanneer de totaalopbrengst van de verordening minder dan kostendekkend is, worden de tarieven binnen die verordening verhoogd met 2% plus inflatie. 3. Tarieven worden alleen verlaagd wanneer de geraamde opbrengst van alle in de betreffende belastingverordening voorkomende tarieven meer dan kostendekkend is. 4. Er wordt aansluiting gezocht bij landelijk vastgestelde (maximum)tarieven. 5. Alle tarieven worden jaarlijks met het inflatiepercentage prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP) verhoogd, tenzij het totaal van de verordening daardoor meer dan 100% kostendekkend wordt. 6.
De uitgangspunten voor de toerekening van de kosten worden door het college bepaald binnen de kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Afwijkingen van dit beleid of beleidsontwikkelingen op het terrein van belastingen worden per belastingsoort vermeld. Kostendekkingspercentages Soort heffing
Begroting Jaarrekening 2023 2023
Begroting Jaarrekening Begroting Jaarrekening Begroting 2024 2024 2025 2025 2026
Afvalstoffenheffing
100%
105%
100%
106%
100%
103%
98%
Havengelden
98%
108%
100%
107%
99%
97%
100%
Leges
72%
69%
84%
107%
77%
79%
99%
Leges Biesbosch
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Lijkbezorgingsrechten
69%
69%
68%
49%
60%
62%
72%
Marktgelden
78%
75%
82%
80%
95%
95%
95%
Rioolheffing
86%
78%
90%
77%
85%
80%
86%
Kaders lokale heffingen 2027 Afvalstoffenheffing Het product afval is een gesloten systeem. De eventuele tekorten worden gedekt uit een gevormde voorziening die echter niet negatief mag zijn. De stand van de voorziening per 31 december 2025 is € 1.289.735. We streven naar 100% kostendekking. Niet kostendekkende tarieven stijgen conform het algemene tarievenbeleid met 2% plus inflatie. Als de voorziening negatief dreigt te worden op basis van de voorziene kosten en opbrengstontwikkeling in de begroting en meerjarenraming, moet het tarief extra stijgen. 7
De kosten van de inzameling en verwerking van afval stijgen de komende jaren naar verwachting flink door de afvalheffing van het rijk. De afvalstoffenbelasting van het Rijk (vaak ASB genoemd) is een landelijke belasting op het storten en verbranden van afval, die wordt betaald door afvalverwerkende bedrijven. Het hoofddoel is om het milieu te beschermen door afvalvermindering en recycling te stimuleren via financiële prikkels Door gebruik te maken van de voorziening egalisatie reiniging, die momenteel nog ruim is gevuld, kan het tarief komende jaren naar verwachting geleidelijk stijgen naar een 100% kostendekkend niveau zonder af te wijken van het tarievenbeleid van niet-kostendekkende tarieven. Uitgaande van de jaarschijf 2027 in de meerjarenbegroting moeten de tarieven van de afvalstoffenheffing met 2,73% stijgen om 100% kostendekkend te worden. Bij de opstelling van de Begroting 2027 vindt een actualisatie plaats van de kosten- en opbrengstraming op basis van de dan meest actuele inzichten. Kader afvalstoffenheffing • We streven naar 100% kostendekking. • Wanneer het product afval op begrotingsbasis niet kostendekkend is stijgen de tarieven, conform het tarievenbeleid met maximaal 2% plus inflatie. Dit tenzij de voorziening (ook in meerjarenperspectief) negatief wordt. Dan moet het tarief extra stijgen.
• Wanneer het product afval op begrotingsbasis meer als kostendekkend is worden de tarieven verlaagd tot een 100% kostendekkend niveau. BIZ-heffing (heffing bedrijveninvesteringszone) De BIZ-heffing is een verplichte bijdrage voor eigenaren en / of gebruikers van niet-woningen in een bepaald gebied. De heffing is bedoeld ter bekostiging van investeringen in dat gebied in bijvoorbeeld de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit etc. De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting. Het bedrag van de bijdrage gaat in de vorm van subsidie naar de BIZstichting die de investeringen uitvoert. Een BIZ geldt voor vijf jaar en kan dan eventueel, na een draagvlakmeting onder de eigenaren en/of gebruikers van de niet-woningen in het gebied, worden verlengd. De raad stelt het tarief en de tariefstructuur vast maar het voorstel voor een bepaald tarief en een bepaalde tariefstructuur komt tot stand in overleg tussen de betreffende BIZ-stichting en de gemeente. Het tarief blijft wettelijk gedurende vijf jaar gelijk. De tariefstructuur is per BIZ verschillend. Soms is het een vast bedrag per object. Soms een bedrag gebaseerd op staffels van de WOZ-waarde. Soms wordt er geheven bij eigenaren en gebruikers. Soms alleen bij de gebruikers. Er zijn momenteel twee BIZ-gebieden. BIZ Centrum Werkendam en BIZ Businessparken Werkendam.
In 2026 wordt waarschijnlijk een draagvlakmeting gehouden voor een BIZ op industrieterrein De Rietdijk in Giessen. Bij een positieve draagvlakmeting treedt deze BIZ in 2027 in werking. Kader BIZ-heffing Voor de BIZ blijven de tarieven (wettelijk) gedurende vijf jaar gelijk. Havengelden Binnen onze gemeente worden havengelden geheven in de Beatrixhaven, Biesboschhaven en een gedeelte van de RWS-haven (haventje Rijkswaterstaat). Bij de havengelden kunnen alleen kosten 8
worden verhaald die verband houden met het gebruik en genot van de havens en de kades. Het tarievenbeleid van de havengelden is dat we streven naar 100% kostendekkendheid. Indien de havengelden niet kostendekkend zijn, stijgen de tarieven conform het algemene tarievenbeleid met 2% plus de inflatiecorrectie. Uitgaande van de jaarschijf 2027 in de meerjarenbegroting zouden de tarieven van de havengelden met 2,45% moeten dalen om maximaal 100% kostendekkend te worden. Bij de opstelling van de Begroting 2027 vindt een actualisatie plaats van de kosten- en opbrengstraming op basis van de dan meest actuele inzichten. Kader havengelden • We streven naar 100% kostendekking. • Indien de tarieven niet kostendekkend zijn worden de tarieven met maximaal 2% plus inflatie verhoogd. • Wanneer het product afval op begrotingsbasis meer als kostendekkend is worden de tarieven verlaagd tot een 100% kostendekkend niveau. Leges De legesverordening is op begrotingsbasis en in de jaarschijf 2027 van de meerjarenraming 99% kostendekkend. We streven naar een 100% kostendekkende legesverordening. De leges voor rijbewijzen en identiteitsbewijzen worden vastgesteld op het wettelijk maximum. In de Jaarrekening 2025 bedroeg de kostendekking van de leges 79%. Dit laatste kwam vooral door de leges voor bouwen die achterbleven bij de raming. De bouwkosten en aanlegkosten stijgen jaarlijks.
Omdat het tarief een percentage is van de bouwsom komt er zonder tariefstijging al extra opbrengst binnen. Het voorstel voor de legestarieven 2027 volgt bij de Begroting 2027 en worden door de raad in december vastgesteld. De tarieven van de milieuleges voor 2027 worden vastgesteld op basis van het voorstel daartoe van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB), zodat binnen de OMWB-regio geen verschillende tarieven worden gehanteerd. De tarieven voor de medische keuring voor de gehandicaptenparkeerkaart worden gemaximeerd op de tarieven die door de keuringsinstantie bij de gemeente in rekening worden gebracht. Kader leges • We streven naar een 100% kostendekkende legesverordening. • Wanneer de legesverordening niet kostendekkend is stijgen de tarieven conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende tarieven met 2% plus inflatie. • De tarieven voor rijbewijzen en identiteitspapieren worden vastgesteld op het wettelijk maximum. • De tarieven percentage bouwsom en percentage aanleg stijgen niet. De opbrengst daarvan stijgt al door de stijging van de bouwkosten en aanlegkosten. • De tarieven van de milieuleges voor 2027 worden vastgesteld op basis van het voorstel daartoe van de OMWB. • De tarieven voor de medische keuring voor de gehandicaptenparkeerkaart worden gemaximeerd op de tarieven die voor de keuring bij de gemeente in rekening worden gebracht.
9
Leges Biesbosch Met ingang van 1 januari 2021 heft Staatsbosbeheer voor de gemeenten Altena, Dordrecht en Drimmelen de leges die voorheen door het Parkschap Nationaal Park de Biesbosch werden geheven. De doelstelling is dat de betreffende tarieven in alle drie de gemeenten gelijk zijn. Op dit moment is de bijdrage aan Staatsbosbeheer gekoppeld aan het aantal inwoners van de gemeente. Kader leges Biesbosch We streven er bij de leges Biesbosch om 100% kostendekkend te zijn. De tarieven van Altena, Dordrecht en Drimmelen zijn gelijk. Lijkbezorgingsrechten De lijkbezorgingsrechten worden geheven voor de diensten de gemeente verricht op de gemeentelijke begraafplaatsen. Uitgangspunt voor het college is om de lijkbezorgingsrechten betaalbaar te houden en niet te streven naar 100% kostendekking. De tarieven worden jaarlijks met 2% plus inflatie verhoogd conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende verordeningen. Kader lijkbezorgingsrechten • Bij de lijkbezorgingsrechten wordt niet gestreefd naar 100% kostendekking. • De tarieven van de lijkbezorgingsrechten stijgen conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende tarieven met 2% plus inflatie. Marktgelden We streven naar een 100% kostendekkende verordening marktgelden. In 2024 zijn de tarieven met 17% verhoogd. In 2025 met 18%. In 2026 met 2% plus inflatie.
Indien het huidige beleid voor nietkostendekkende tarieven wordt voortgezet (2% plus inflatie), zouden, uitgaande van de huidige cijfers van de jaarschijf 2027 in de meerjarenbegroting, de marktgelden daarmee naar verwachting in het jaar 2027 100% kostendekkend zijn. Een definitief voorstel volgt bij de Begroting 2027. Kader marktgelden • We streven naar 100% kostendekking. • De tarieven voor het marktgeld stijgen conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende tarieven met 2% plus inflatie. Onroerendezaakbelastingen Ieder jaar worden de onroerende zaken opnieuw gewaardeerd zodat ieder jaar de tarieven opnieuw moeten worden vastgesteld en aangepast aan de wijziging van de waarde. Bij een stijging van de waarde daalt het tarief. De OZB wordt geheven op basis van de WOZ-waarde. Kader OZB 2022-2026 De OZB-opbrengst stijgt met de inflatie volgens pBBP (Prijs Bruto Binnenlands Product) plus de areaalgroei (groei aantal objecten).
10
Rioolheffing Tijdens de behandeling van het Water- en Rioleringsplan (WRP) 2025-2028 heeft de raad een voorkeur uitgesproken voor een tariefvariant waarin gedurende de jaren 2025 tot en met 2028 de tariefstijging van de rioolheffing zou worden gemaximeerd op respectievelijk 10%, 10%, 6% en 5% exclusief inflatiecorrectie. Voor 2027 is de verwachte inflatiecorrectie 2,5% (pBBP Septembercirculaire 2025). De tarieven voor 2027 stijgen op basis hiervan in totaal met 8,5%. Kader rioolheffing • Bij de rioolheffing groeien we toe naar 100% kostendekking. • De stijging van de tarieven voor 2027 is 6% plus inflatie. • Als de voorziening in meerjarenperspectief negatief wordt moet het tarief extra worden verhoogd. Verblijfsbelasting Verblijfsbelasting is een algemeen dekkingsmiddel en wordt geheven voor het houden van verblijf door personen die niet ingeschreven zijn op een adres in de gemeente. De verblijfsbelasting wordt in rekening gebracht bij degene die gelegenheid tot verblijf biedt. De tarieven worden in beginsel jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. In 2026 is het tarief verhoogd van € 1,35 naar € 1,65 per persoon per overnachting. Vanuit de toeristische sector is een voorkeur voor tarieven die afronden op 5 eurocent. Reden om bij de verblijfsbelasting de inflatiecorrectie van een aantal jaren pas door te voeren als, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent wordt overschreden.
Het tarief voor 2027 blijft daardoor € 1,65 per overnachting. Kader verblijfsbelasting De tarieven worden jaarlijks met de inflatie verhoogd. De inflatiecorrectie wordt pas doorgevoerd nadat de inflatiecorrectie voor een aantal jaren, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent overschrijdt. Het tarief blijft € 1,65 per overnachting. Watertoeristenbelasting Watertoeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel en wordt geheven voor het houden van verblijf door personen die niet ingeschreven zijn op een adres in de gemeente. Watertoeristenbelasting wordt in rekening gebracht bij degene die, tegen betaling, gelegenheid tot verblijf biedt. De tarieven worden in beginsel jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Het huidige tarief is € 1,65 per persoon per etmaal of gedeelte daarvan. Vanuit de toeristische sector is een voorkeur voor tarieven die afronden op 5 eurocent. Reden om bij de watertoeristenbelasting de inflatiecorrectie van een aantal jaren pas door te voeren als, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent wordt overschreden. Het tarief voor 2026 blijft dus € 1,65 per overnachting. Kader watertoeristenbelasting De tarieven worden jaarlijks met de inflatie verhoogd. De inflatiecorrectie wordt pas doorgevoerd nadat de inflatiecorrectie voor een aantal jaren, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent overschrijdt. Het tarief voor 2027 blijft € 1,65 per etmaal verblijf.
11