Bijlage Concept BP Genderen-zuid - regels bij RV Vaststelling bp Genderen Zuid
Tekst van het document
b.
voor het toestaan van het later uitvoeren van het landschapsplan dan daar genoemd indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
60
Artikel 18 Algemene wijzigingsregels 18.1 Verschuiven bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, voor een technische betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken. 18.2 Verschuiven bestemmingsgrenzen - beloop wegen Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, om het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate aan te passen, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
61
Artikel 19 Algemene procedureregels 19.1 Wijzigingsprocedure Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging van het plan is de volgende procedure van toepassing: a.
een ontwerp van het besluit ligt met de bijbehorende stukken gedurende 6 weken op het gemeentehuis ter inzage;
b.
burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging vooraf bekend in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze;
c.
de bekendmaking houdt de mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen;
d.
gedurende de onder a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk of mondeling zienswijzen indienen omtrent het ontwerp van het besluit.
19.2 Procedure voor nadere eis Op de voorbereiding van een besluit tot nadere eis is de volgende procedure van toepassing: a.
een ontwerp van het besluit ligt met de bijbehorende stukken gedurende 6 weken op het gemeentehuis ter inzage;
b.
burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging vooraf bekend in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze;
c.
de bekendmaking houdt de mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen;
d.
gedurende de onder a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk of mondeling zienswijzen indienen omtrent het ontwerp van het besluit.
19.3 Normaal onderhoud en reeds verleende vergunningen a.
De vergunningplicht voor het hebben van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden zoals in dit bestemmingsplan is opgenomen geldt niet voor het normale onderhoud, gebruik en beheer en voor reeds vergunde werkzaamheden.
b.
Het bouwverbod zoals in dit bestemmingsplan is opgenomen geldt niet voor reeds vergunde bouwplannen.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
62
Artikel 20 Overige regels 20.1 Wettelijke regelingen Indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van tervisielegging van het ontwerp van het bestemmingsplan. 20.2 Voorrangsregels 20.2.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 20.3 Parkeren 20.3.1 Parkeren a.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, is verzekerd dat op eigen terrein, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid als wordt voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de "Nota Parkeernormen Altena" zoals vastgesteld op 15 december 2020 (bijlage 2). Indien deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.
b.
De onder a. bedoelde parkeergelegenheid dient na realisering in stand te worden gehouden;
c.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a: 1.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
2.
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.
20.3.2 Laden en lossen a.
Indien het gebruik van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, is bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, verzekerd dat op eigen terrein dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen.
b.
het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a: 1.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
2.
voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
63
20.4 Evenementen a Gebruiksverbod evenementen Het gebruik van gronden en/ of bouwwerken ten behoeve van evenementen is niet toegestaan, behoudens als het: 1.
expliciet wordt toegestaan in andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en);
2.
vergund is;
3.
evenement wordt gehouden binnen gronden met de bestemming Verkeer, en/ of binnen de bestemming Groen.
b Opheffen gebruiksverbod evenementen Burgemeester en wethouders kunnen het hiervoor opgenomen Gebruiksverbod evenementen opheffen mits: 1.
de belangen van de eigenaren en/ of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
2.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
3.
er is voorzien in een duidelijke beschrijving van het evenement waaronder mede een goede organisatie wordt verstaan.
Bij het opheffen van het Gebruiksverbod evenementen wordt de procedure voor een afwijking gevolgd. 20.5 Mantelzorg a Mantelzorgbepaling Het (mede) gebruik van de bestaande woning en/ of een bijhorend bouwwerk ten behoeve van huisvesting ten behoeve van mantelzorg is toegestaan. b Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bouwregels uit andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en) ten behoeve van het realiseren van huisvesting ten behoeve van mantelzorg en toestaan dat: 1.
bij woningen met een achtererfgebied tot 250 m² mag maximaal 80 m² aan bijbehorende bouwwerken worden gebruikt ten behoeve van de huisvesting ten behoeve van mantelzorg;
2.
bij woningen met een achtererfgebied groter dan 250 m² mag maximaal 125 m² aan bijbehorende bouwwerken worden gebruikt ten behoeve van de huisvesting ten behoeve van mantelzorg ;
3.
de goothoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m;
4.
de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 5 m.
c Voorwaarde voor afwijken Afwijken als bedoeld in artikel 20.5 onder b kan slechts mits: 1.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
2.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
3.
door initiatiefnemer een zekerheidstelling is afgeven met betrekking tot de (plan)kosten;
4.
de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke onderbouwing.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
64
d Stellen van eisen Aan het afwijken als bedoeld in artikel 20.5 onder b kunnen eisen gesteld worden. Deze behelzen in elk geval eisen inzake: 1.
de landschappelijke inpasbaarheid waartoe een landschappelijk inrichtingsplan gevraagd kan worden welke voorwaardelijke verplicht gesteld kan worden;
2.
de tijdelijkheid van de extra te realiseren gebouwen en de daarmee samen hangende vergunning.
20.6 Paardenbak en mestopslag a Verbod Het is verboden om een bodemingreep uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen ten behoeve van het aanleggen en/of gebruiken van gronden ten behoeve van een paardenbak en de opslag van paardenmest. b Vergunningverlening paardenbak Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen van een paardenbak en de opslag van paardenmest wordt verleend, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
voor zover gelegen binnen de bebouwde kom: 1.
de afstand tot de woning van de eigenaar bedraagt maximaal 30 m;
2.
de afstand tot het perceel van de woning van derden bedraagt minimaal 20 m;
3.
de afstand van de mestopslag tot aan het perceel van derden bedraagt ten minste 25 m;
4.
de hoeveelheid opgeslagen mest bedraagt niet meer dan 1 m3, waarbij geldt dat: a.
de opslag van mest dient plaats te vinden in een volledig afsluitbare ruimte;
b.
de mestopslag dient te bestaan uit een vloeistofdichte vloer en 3 mestdichte muren van voldoende hoogte;
c.
de afvloei van mestsappen dient aan de vierde zijde in een gesloten opslag opgevangen te worden;
d.
een overstort naar het riool of oppervlaktewater is niet toegestaan;
e.
de mestopslag dient op een minimale afstand van 5 meter van oppervlaktewater plaats te vinden;
f.
de mestopslag dient op een minimale afstand van 50 meter van de woning van derden plaats te vinden;
g.
de mestopslag dient landschappelijk te worden ingepast;
h.
de mestopslag mag buiten het bouwvlak worden gerealiseerd, maar dient dan in de directe omgeving van de paardenbak, paddock of paardenwei te worden gerealiseerd.
5.
de paardenbak heeft een oppervlakte van niet meer dan 1.200 m 2 met een minimale breedte van 15 m;
6.
er moet een open omheining toegepast worden tot maximaal 1,5 m hoog;
7.
lichtmasten zijn niet toegestaan;
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
65
b.
voor zover gelegen buiten de bebouwde kom gelden dezelfde voorwaarden als binnen de bebouwde kom met dien verstande dat ook lichtmasten tot maximaal 6 m zijn toegestaan;
c.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
d.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
e.
door initiatiefnemer een zekerheidstelling is afgegeven met betrekking tot de (plan)kosten;
f.
de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke onderbouwing of ruimtelijke motivering;
g.
voorzien is in een goede landschappelijke inpassing en aanleg daarvan is zeker gesteld.
c Vergunningverlening voor de opslag van paardenmest Een omgevingsvergunning voor de opslag van mest tot ten hoogste 10 m³ wordt verleend, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
de opslag van mest dient plaats te vinden in een volledig afsluitbare ruimte;
b.
de mestopslag dient te bestaan uit een vloeistofdichte vloer en 3 mestdichte muren van voldoende hoogte;
c.
de afvloei van mestsappen dient aan de vierde zijde in een gesloten opslag opgevangen te worden;
d.
een overstort naar het riool of oppervlaktewater is niet toegestaan;
e.
de mestopslag dient op een minimale afstand van 5 meter van oppervlaktewater plaats te vinden;
f.
de mestopslag dient op een minimale afstand van 50 meter van de woning van derden plaats te vinden;
g.
de mestopslag dient landschappelijk te worden ingepast;
h.
de mestopslag mag buiten het bouwvlak worden gerealiseerd, maar dient dan in de directe omgeving van de paardenbak, paddock of paardenwei te worden gerealiseerd.
20.7 Kamerbewoning en nieuwe woningen a Verbod kamerbewoning en nieuwe woningen Het gebruik van gronden en/ of bouwwerken ten behoeve kamerbewoning en/ of het toevoegen van extra huishoudens is niet toegestaan behoudens als het: 1.
expliciet wordt toegestaan in andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en);
2.
vergund is.
b Opheffen verbod kamerbewoning en nieuwe woningen Burgemeester en wethouders kunnen het hiervoor benoemde verbod opheffen mits het: 1.
past binnen de daarvoor geldende gemeentelijke beleidsregels;
2.
past binnen de geldende bouwregels;
3.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
4.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
5.
door initiatiefnemer een zekerheidstelling is afgeven met betrekking tot de (plan)kosten;
6.
de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivatie.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
66
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 21 Overgangsrecht 21.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2.
na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit, geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
c.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
21.2 Overgangsrecht gebruik a.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
c.
Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
67
Artikel 22 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
68
Bijlagen 1 Staat van bedrijfsactiviteiten 2 Nota parkeernormen Altena 3 Woonvisie 2021 – 2025 4 Landschapsplan 5 Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Altena 2023
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
69