Bijlage Concept BP Genderen-zuid - regels bij RV Vaststelling bp Genderen Zuid
Tekst van het document
REGELS ‘KERN GENDEREN: GENDEREN ZUID’
15 SEPTEMBER 2024
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS........................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen ............................................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................................ 13 Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS .................................................................................................................... 15 Artikel 3 Agrarisch ............................................................................................................................................ 15 Artikel 4 Groen ................................................................................................................................................. 18 Artikel 5 Verkeer............................................................................................................................................... 19 Artikel 6 Wonen ...............................................................................................................................................
21 Artikel 7 Wonen – 1 .......................................................................................................................................... 27 Artikel 7 Leiding – Water .................................................................................................................................. 30 Artikel 8 Waarde - Archeologie 2 ..................................................................................................................... 32 Artikel 9 Waarde - Archeologie 3a ................................................................................................................... 38 Artikel 10 Waarde - Archeologie 4a ................................................................................................................. 44 Artikel 11 Waterstaat – Waterkering ............................................................................................................... 50 Hoofdstuk 3 Algemene regels .............................................................................................................................. 51 Artikel 12 Anti-dubbeltelregel .......................................................................................................................... 51 Artikel 13 Algemene bouwregels .....................................................................................................................
52 Artikel 14 Algemene gebruiksregels ................................................................................................................. 53 Artikel 15 Algemene aanduidingsregels ........................................................................................................... 54 Artikel 16 Algemene afwijkingsregels .............................................................................................................. 59 Artikel 17 Algemene wijzigingsregels ............................................................................................................... 60 Artikel 18 Algemene procedureregels .............................................................................................................. 62 Artikel 19 Overige regels .................................................................................................................................. 63 Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ........................................................................................................ 67 Artikel 20 Overgangsrecht ................................................................................................................................ 67 Artikel 21 Slotregel ...........................................................................................................................................
68 Bijlagen ................................................................................................................................................................. 69 1
Staat van bedrijfsactiviteiten .................................................................................................................. 69
2
Nota parkeernormen Altena ................................................................................................................... 69
3
Woonvisie 2021 – 2025 .......................................................................................................................... 69
4
Landschapsplan....................................................................................................................................... 69
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
2
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Kern Genderen: genderen zuid met identificatienummer NL.IMRO.1959. GenBP109GenZuid-VG01 van de gemeente Altena. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan huis verbonden beroep of bedrijf: een beroep of bedrijf dat in (een gedeelte van) een woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend en dat is gericht op het ambachtelijk vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruiker van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.6 achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw. 1.7 achtergevel: een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel.
1.8 achtergevellijn: de lijn waarin de achtergevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.9 archeologisch deskundige: een door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH en adviseert en beoordeelt conform de ten tijde van het advies of beoordeling geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
3
1.10 archeologisch onderzoek: onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend volgens de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek). 1.11 archeologisch rapport rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
1.12 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische sporen en relicten. 1.13 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten. 1.14 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.15 bed&breakfast: een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw en/of is gevestigd in een bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de gebruikers van het betreffende perceel. 1.16 behoudsmaatregelenplan document waarin maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien. 1.17 bestaande bed&breakfast legaal gebruik van gronden en bebouwing voor bed and breakfast, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel toegestaan krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning. 1.18 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.19 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
4
1.20 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.21 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.22 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.23 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.24 bouwmassa: een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen. 1.25 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.27 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.28 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.29 coffeeshop: een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.30 detailhandel:
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
5
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.31 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen zoals reis- en uitzendbureaus, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen, met uitzondering van een garagebedrijf en seksinrichting. 1.32 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond. 1.33 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en voor zover dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt. 1.34 escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend.
1.35 extensief recreatief medegebruik: een gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit dagrecreatieve gebruik is toegestaan, zoals die vormen van dagrecreatie die in hoofdzaak gericht zijn op natuur- en landschapsbeleving, te weten wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, een vissteiger, een picknickplaats, of een daarmee naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik, waarbij recreanten in relatief geringe aantallen mede gebruik maken van al dan niet aangelegde voorzieningen zoals wegen, paden, water en wateroevers. 1.36 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.37 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.38 gecertificeerde instantie instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet. 1.39 gecertificeerd opsporingsbedrijf:
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
6
opsporingsbedrijf dat in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4.10, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. 1.40 groene buffer: gebiedseigen beplanting in de vorm van een haag, houtwal of struweel of beplanting in de vorm van leibomen zoals leilindes. 1.41 groene buffer elzen: beplanting bestaande uit elzen. 1.42 growshop: een ruimte waar substanties, voorwerpen of gegevens, die gebruikt kunnen worden voor de teelt van hennep, worden bewerkt, verwerkt, bedrijfsmatig te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, vervaardigd of voorhanden zijn. 1.43 hoofdgebouw: een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.44 horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en/of waar bedrijfsmatig logies wordt verstrekt. 1.45 huishouden: een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economischconsumptieve eenheid vormen. Van een huishouden is slechts sprake indien er bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners is. 1.46 kampeermiddel: a.
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren.
b.
enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
1.47 kunstwerk: een bouwconstructie in weg, water of spoorlijn, zoals bruggen en sluizen.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
7
1.48 laagrisico gewasbeschermingsmiddel: Gewasbeschermingsmiddel dat blijkens toelating voldoet aan de criteria van bijlage II, punt 5 van Verordening EU/1107/2009. 1.49 landschappelijke waarden: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.50 langzaamverkeersverbinding: Een verkeersverbinding uitsluitend bedoeld voor langzaam verkeer zoals voetgangers, fietsers en scootmobielen. 1.51 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijs-, sport- en recreatieve voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en verenigingsleven, en zorgvoorzieningen al dan niet in combinatie met zorgwooneenheden alsook ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.52 mantelzorg: het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een huishouding, die hulpbehoevend is of zijn op het fysieke, psychische en/of sociale vlak. 1.53 meer aaneengebouwde woning (rijenwoning): een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen.
1.54 milieucategorie: een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. 1.55 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, etc. 1.56 onderkomens: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.57 ontplofbare oorlogsresten:
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
8
Achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. 1.58 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.59 Parkeervoorzieningen: elk al dan niet overdekte c.q. ondergrondse stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer: a.
openbare parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel openbaar toegankelijk zijn;
b.
particuliere parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel niet openbaar toegankelijk zijn, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen op eigen terrein.
1.60 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf, waarbij het hoofdverblijf fungeert als centrum van het sociale en maatschappelijke functioneren van de bewoner(s). 1.61 Plan van Aanpak (PvA) document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van booronderzoek (verkennende of karterende boringen) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvA door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd. 1.62 plangebied: het gebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft. 1.63 Programma van Eisen (PvE) document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving of archeologische begeleiding) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd. 1.64 projectplan: projectplan als bedoeld in het Certificatieschema voor het Opsporen van ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO). 1.65 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding. 1.66 raamprostitutie:
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
9
een seksinrichting bestemd voor of in gebruik voor het zich vanaf de openbare weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats, zichtbaar ter beschikking stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen (prostitutie). 1.67 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.68 ruimtelijke plannen: alle bestemmingsplannen, inpassingsplannen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen binnen het plangebied die vastgesteld zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. 1.69 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte, waaronder mede begrepen vaar- en voertuigen, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.70 speelvoorzieningen: speelgelegenheid, speelgelegenheden, ontmoetingsplaatsen voor jongere en sport- en speelplaatsen.
1.71 smartshop: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van psychotrope stoffen aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker. 1.72 sociale huurwoning huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in de ‘Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Altena’ (bijlage 5) omschreven doelgroep voor tenminste de in de verordening bepaalde instandhoudingstermijn is verzekerd. 1.73 sociale koopwoning koopwoning met een in de ‘Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Altena’ (bijlage 5) bepaalde maximale koopprijs, waarbij de instandhouding voor tenminste de in de verordening bepaalde instandhoudingstermijn is verzekerd. 1.74 staat van bedrijfsactiviteiten: een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
10
1.75 straatmeubilair: de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstobjecten, gedenktekens, draagconstructies voor reclame alsmede telefooncellen, abri's en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.76 straatprostitutie: het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken tot prostitutie. 1.77 twee-aaneengebouwde woning (twee-onder-een-kap-woning): een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee hoofdgebouwen. 1.78 verdieping: een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag op de begane grond. 1.79 vloeroppervlakte: de totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grond, de verdiepingen, de zolder en de bijbehorende aan- en uitbouwen. 1.80 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.81 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel. 1.82 voorgevellijn: de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.83 vrijstaande woning: een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw.
1.84 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie, en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen (zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratie- en transportriolen), berm- en kavelsloten, gemalen, inlaten, etc. 1.85 werk: een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
11
1.86 wonen: het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid conform het begrip 'woning of wooneenheid'. 1.87 woning of wooneenheid: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.88 Woonvisie: de 'Woonvisie 2021-2025' zoals die op 22 juni 2021 door de raad van de gemeente Altena is vastgesteld, dan wel de opvolger daarvan, welke als bijlage is bijgevoegd bij deze regels.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
12
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.2 bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.3 bruto (bedrijfs)vloeroppervlakte (bvo): De totale vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een (bedrijfs)gebouw(en) met inbegrip van alle daartoe behorende ruimten, gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw. 2.4 de afstand: afstanden tussen bouwwerken onderling worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.5 de afstand tot de bouwperceelsgrens: tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.6 de afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens: de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelsscheiding van het bouwperceel.
2.7 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.8 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.9 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
13
2.10 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.11 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten afstand. 2.12 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.13 maaiveld: bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft. 2.14 meting op de verbeelding: voor zover op de verbeelding niet anders is aangegeven, worden afmetingen en afstanden bepaald door middel van meting op de verbeelding, met dien verstande dat: a.
gemeten dient te worden vanuit het hart van de op de verbeelding getekende lijnen, en;
b.
de maat van de openbare ruimte wordt berekend naar de ter plaatse geldende werkelijke situatie, behoudens indien de grenslijn van de bebouwing niet in de bestaande voorgevellijn is geprojecteerd.
2.15 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.16 peil: a.
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang.
b.
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld.
c.
voor gebouwen in het talud van de dijk: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de van de dijk afgekeerde zijde van het gebouw.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
14
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
grondgebonden agrarische bedrijvigheid, niet zijnde veehouderijbedrijven;
b.
extensief recreatief medegebruik;
c.
hobbymatig houden van dieren;
d.
de realisatie van het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 4 van deze regels;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. 3.2 Bouwregels 3.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 meter, behoudens tunnels die niet langer dan acht maanden in elk kalenderjaar voorkomen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m.
3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1
Afwijken
Het bevoegd gezag kan, door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 voor schuilhutten, mits: a.
de noodzaak is aangetoond;
b.
de oppervlakte niet meer dan 50 m2;
c.
de hoogte maximaal 5 m bedraagt.
3.3.2
Voorwaarden voor afwijken
Afwijken als bedoeld in artikel 3.3.1 kan slechts mits: a.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
b.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
c.
door initiatiefnemer een zekerheidstelling is afgeven met betrekking tot de (plan)kosten;
d.
de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke onderbouwing;
e.
er voorzien is in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan;
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
15
f.
de afwijking gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied;
g.
advies van de Stichting Advisering Buitengebied is verkregen.
3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a.
het gebruik van gronden gelegen buiten de aangegeven bouwvlakken voor - niet als bouwwerk aan te merken - mestbassins en silo's;
b.
het gebruik van gronden ten behoeve van de uitoefening van nevenfuncties en/of verbrede landbouw, tenzij sprake is van agrarisch natuurbeheer;
c.
verharding buiten het bouwvlak;
d.
het uitvoeren van gewasbehandelingen anders dan met laagrisico gewasbeschermingsmiddelen, op gronden voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – uitsluitend toepassing laagrisico gewasbeschermingsmiddelen’.
3.4.2
Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Het gebruik van gronden ten behoeve van de volgende tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen is toegestaan: a.
folies;
b.
insectengaas;
c.
acryldoek;
d.
lage tunnels (tot maximaal 0,5 m hoogte).
3.4.3
Hobbymatig agrarisch gebruik
Het gebruik van gronden ten behoeve van hobbymatig agrarisch gebruik is toegestaan. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken verbrede landbouw Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 onder b voor verbrede landbouw, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
de agrarische functie op het perceel dient als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar te blijven;
b.
de volgende uitoefening van functies in het kader van de verbrede landbouw zijn toegestaan: 1.
sociale en educatieve functies;
2.
productiegebonden detailhandel, waarbij de totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m²;
3.5.2 Voorwaarden voor afwijken Afwijken als bedoeld in artikel 3.5.1 kan slechts mits: a.
buitenopslag ten behoeve van verbrede landbouw is niet toegestaan;
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
16
b.
de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast;
c.
de verbrede landbouw mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben;
d.
de verbrede landbouw mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven;
e.
er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan;
f.
de afwijking gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied.
g.
Advies van de Stichting Advisering Buitengebied is gekregen.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
17
Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
groenvoorzieningen, bermen en beplanting;
b.
nutsvoorzieningen;
c.
paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair en ontmoetingsvoorzieningen voor specifieke groepen mensen, water, evenementen en voorzieningen voor de waterhuishouding;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, tuinen en erven. 4.2 Bouwregels 4.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: a.
de oppervlakte per gebouw niet meer mag bedragen dat 50 m²;
b.
de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 meter.
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m, behoudens: a.
speelvoorzieningen maximaal 8 m;
b.
bouwwerken voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer maximaal 10 m.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
18
Artikel 5 Verkeer 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
verkeer-, verblijf- en parkeervoorzieningen, zoals wegen, wandel- en fietspaden met een functie zowel gericht op verblijf als de afwikkeling van het doorgaande verkeer;
b.
een verbinding voor langzaam verkeer uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – langzaamverkeersverbinding’;
c.
een geluidsscherm uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘geluidsscherm’.
een en ander met de daarbij behorende: d.
groenvoorzieningen, zoals bermen en overige beplantingen;
e.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals (berm)sloten, greppels, watergangen, bruggen en duikers;
f.
voorzieningen van openbaar nut, waaronder begrepen informatiezuilen, speeltoestellen, kunstwerken en dergelijke;
g.
nutsvoorzieningen, waaronder begrepen leidingen, trafo’s en bijbehorende voorzieningen.
5.2 Bouwregels 5.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 meter, behoudens: a.
speeltoestellen, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 8 meter mag bedragen;
b.
bouwwerken voor wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet meer dan 10 meter mag bedragen;
c.
geluidsschermen, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,80 meter mag bedragen.
5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en omvang van bouwwerken met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a.
het straat- en bebouwingsbeeld;
b.
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
c.
het uitzicht van woningen;
d.
de verkeersveiligheid;
e.
de sociale veiligheid;
f.
de brandveiligheid.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
19
5.4 Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik gelden de volgende regels: 5.4.1
Voorwaardelijke verplichting
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden overeenkomstig de in lid 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving als niet voldaan is aan de aanleg en instandhouding van een geluidsscherm van 1,80 meter hoogte ter plaatse van de aanduiding ‘geluidsscherm’ in dit plangebied. Het geluidsscherm dient een massa te hebben van ten minste 10 kg/m2.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
20
Artikel 6 Wonen 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen;
b.
aan huis verbonden beroep of bedrijf;
c.
uitsluitend een groene buffer ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – groene buffer’;
d.
uitsluitend een groene buffer voorzien van elzen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – groene buffer elzen’.
een en ander met de daarbij behorende: e.
tuinen, erven en verhardingen;
f.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals (berm)sloten, greppels, watergangen, bruggen en duikers:
g.
groenvoorzieningen, zoals plantsoenen, bermen en overige beplantingen;
h.
verkeers-, verblijfs- en parkeervoorzieningen en overige verhardingen;
i.
voorzieningen van openbaar nut, waaronder begrepen kunstwerken, straatmeubilair en dergelijke;
j.
nutsvoorzieningen, waaronder begrepen leidingen, trafo’s en bijbehorende voorzieningen;
6.2 Bouwregels 6.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.
de gezamenlijke oppervlakte aan hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 80% van het bouwperceel;
b.
in totaal mogen binnen de woonbestemming niet meer dan 63 nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de bouwvlakken waar bij de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan nog geen woning aanwezig is.
c.
een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning mag uitsluitend worden verleend indien in het plangebied voldoende woningdifferentiatie wordt gerealiseerd. Er is sprake van voldoende woningdifferentiatie als wordt voldaan aan de uitgangspunten van de Woonvisie;
d.
het bouwen van woningen is uitsluitend toegestaan indien:
6.2.2
a.
minimaal 10 woningen in het plangebied sociale huurwoningen betreffen;
b.
minimaal 14 woningen in het plangebied sociale koopwoningen betreffen.
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
b.
de diepte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 12 m;
c.
het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
d.
als hoofdgebouwen mogen uitsluitend woningen worden gebouwd;
e.
ter plaatse van de aanduiding:
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
21
1.
'vrijstaand' en ‘twee-aaneen’ mogen uitsluitend vrijstaande of twee-aaneengebouwde woningen worden gebouwd;
f.
2.
'aaneengebouwd', mogen uitsluitend aaneengebouwde woningen worden gebouwd;
3.
‘gestapeld’, mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd;
de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen bij: 1.
vrijstaande woningen aan beide zijden niet minder dan 3 m mag bedragen;
2.
twee-aaneengebouwde woningen aan één zijde niet minder dan 3 m mag bedragen;
3.
aaneengebouwde woningen, alleen bij de eindwoningen aan één zijde niet minder dan 1 m mag bedragen.
g.
de afstand van een hoofdgebouw tot de voorste perceelsgrens bij: 1.
vrijstaande woningen mag niet minder bedragen dan 2 meter en niet meer bedragen dan 6 meter;
2.
twee-aaneengebouwde woningen mag niet minder bedragen dan 3 meter en niet meer bedragen dan 6 meter;
3.
aaneengebouwde woningen mag niet minder bedragen dan 1 meter en niet meer bedragen dan 4 meter;
4.
gestapelde woningen mag niet minder bedragen dan 1 meter en niet meer bedragen dan 4 meter;
h.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
i.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m.
6.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.
bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;
b.
bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd, behoudens de bijbehorende bouwwerken zoals genoemd in lid 6.2.4;
c.
de afstand tot de voorste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 meter;
d.
de gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bouwwerken, buiten het bouwvlak, mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 60 m², onverminderd het bepaalde in lid 6.2.1 onder a;
e.
in uitzondering op het bepaalde onder d mag voor bouwpercelen groter dan 400 m², de genoemde oppervlakte worden verhoogd met 10% van de overmaat, tot een absoluut maximum van 150 m²;
f.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken en 3,30 meter voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken;
g.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.
6.2.4
Bijbehorende bouwwerken op het voorerfgebied
Op het voorerfgebied mogen uitbreidingen, zoals een erker, balkon of luifel, worden gebouwd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende regels: a.
de diepte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 1,5 meter;
b.
de afstand tot de voorste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 meter;
c.
de bouwhoogte van een erker of luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw tenzij het een erker op een hoeksituatie betreft waarvoor een maximale hoogte van 4 meter geldt;
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
22
d.
de breedte van een uitbreiding mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw.
6.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór de voorgevellijn mag niet meer bedragen dan 1 meter, tenzij het om een nutsvoorziening gaat waarvoor een maximale hoogte van 3 meter geldt;
c.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, achter de voorgevellijn mag niet meer bedragen dan 3 meter, behoudens erf- en/of terreinafscheidingen, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen.
6.2.6
Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging
Een vergunning voor de activiteit ‘bouwen’ kan pas worden verleend als t.b.v. de hemelwatercompensatie een watervergunning is verleend door het Waterschap dan wel het Waterschap heeft ingestemd met het waterhuishoudkundig plan dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en omvang van bouwwerken met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a.
het straat- en bebouwingsbeeld;
b.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
c.
het uitzicht van woningen;
d.
de verkeersveiligheid;
e.
de sociale veiligheid;
f.
de brandveiligheid.
6.4 Afwijken van de bouwregels 6.4.1
Afwijken voor diepere hoofdgebouwen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 onder a, voor het overschrijden van de achterste grens van het bouwvlak, mits: a.
het een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' betreft;
b.
de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 15 m;
c.
de diepte van de achtertuin over de volledige breedte van de achtergevel van het hoofdgebouw minimaal even zo diep is als de diepte van het hoofdgebouw;
d.
er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt. Dit betekent onder andere dat de bezonning en het uitzicht van de naastgelegen percelen niet onevenredig mogen worden geschaad.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
23
6.4.2
Afwijken voor situering bijbehorende bouwwerken
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.3 onder b, voor de bouw van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak en niet in het achtererfgebied, mits: a.
er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt. Dit betekent onder andere dat de bezonning en het uitzicht van de naastgelegen percelen niet onevenredig mogen worden geschaad;
b.
de goothoogte van de bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw;
c.
de afstand van de bijbehorende bouwwerken tot de voorste perceelsgrens mede in verband met de verkeersveiligheid, niet minder dan 1,5 meter bedraagt.
6.4.3
Afwijken grotere oppervlakte bijbehorende bouwwerken bij woningen
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels om een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij woningen toe te staan, mits: a.
de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, buiten het bouwvlak, per bouwperceel niet meer bedraagt dan 150 m²;
b.
het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer bedraagt dan 80%;
c.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de privacy van omwonenden, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de brandveiligheid.
6.4.4
Afwijken voor kleinere afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 onder f, voor de bouw van een hoofdgebouw op een kortere afstand van de zijdelingse perceelsgrenzen, mits: a.
er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt. Dit betekent onder andere dat de bezonning en het uitzicht van de naastgelegen percelen niet onevenredig mogen worden geschaad;
b.
hierdoor geen sprake is van onevenredige gevolgen voor de verkeersveiligheid.
6.5 Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik gelden de volgende regels: 6.5.1 Aan huis verbonden beroep en bedrijf Een aan huis verbonden beroep en/of bedrijf moet voldoen aan de volgende regels: a.
maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een maximum van in totaal 60 m²;
b.
degene die de activiteiten uitvoert, is bewoner van de woning;
c.
er wordt voldaan aan de minimale parkeernormering;
d.
er is geen detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met die activiteit.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
24
6.5.2 a.
Voorwaardelijke verplichting
tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden overeenkomstig de in lid 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving als niet binnen 18 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan voldaan is aan de aanleg en instandhouding van het landschapsplan dat is opgenomen in bijlage 4 van deze regels ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – landschapsplan’ in dit plangebied;
b.
tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden overeenkomstig de in lid 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving als niet voldaan is aan de aanleg en instandhouding van een natuurlijke groene erfafscheiding van gebiedseigen beplanting daar waar sprake is van een erfgrens tussen publiek en privaat eigendom;
c.
tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden overeenkomstig de in lid 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving als t.b.v. de hemelwatercompensatie geen watervergunning is verleend door het Waterschap en deze overeenkomstig is uitgevoerd en in stand wordt gehouden.
d.
tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden overeenkomstig de in lid 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving als - met inachtneming van het bepaalde in 20.3 van deze regels - niet is voorzien in voldoende parkeergelegenheid;
e.
tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden overeenkomstig de in lid 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving als niet voldaan is aan de aanleg en instandhouding van een groene buffer ter plaatse van de op het bouwperceel aanwezige aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – groene buffer’;
f.
tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden overeenkomstig de in lid 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving als niet voldaan is aan de aanleg en instandhouding van een groene buffer voorzien van elzen ter plaatse van de op het bouwperceel aanwezige aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – groene buffer elzen’;
6.5.3
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruiken van gronden en bebouwing voor de uitoefening van detailhandel of horeca;
b.
het gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van tijdelijke of permanente bewoning.
6.6 Afwijken van de gebruiksregels 6.6.1
Afwijken voor aan-huis-verbonden beroep of bedrijf
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels om het gebruik van een (bedrijfs)woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf toe te staan, mits: a.
de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
25
b.
de omvang van het aan huis verbonden beroep of bedrijf niet meer bedraagt dan 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken met een maximum oppervlak van 100 m²;
c.
het aan huis verbonden beroep of bedrijf in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend door degene die tevens de gebruiker van het hoofdgebouw (woning) is;
d.
het aan huis verbonden beroep of bedrijf is genoemd in de Staat van beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis in Bijlage 1 of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan de in deze Staat genoemde beroeps- en bedrijfsactiviteiten;
e.
de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf geen ernstige c.q. onevenredige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de buurt;
f.
er geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd:
g.
detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit, in direct verband met de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis;
h.
beperkte detailhandel via internet, mits geen goederen van huis worden afgehaald.
i.
bij de uitoefening van een kapsalon het aantal kappersstoelen niet meer bedraagt dan 1;
j.
het aan huis verbonden beroep of bedrijf geen publieksgericht karakter heeft;
k.
er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 20.3.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
26
Artikel 7 Wonen – 1 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
de woonfunctie;
b.
aan huis verbonden beroep of bedrijf;
c.
voet- en fietspaden;
d.
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a.
de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw minimaal 2 m, tenzij sprake is van de aanduiding ‘bijgebouwen’;
b.
goothoogte maximaal 4 m;
c.
bouwhoogte maximaal 6 m, met dien verstande dat: 1.
tot 1 m uit alle perceelsgrenzen de maximale bouwhoogte maximaal 4 m bedraagt, en
2.
tot 2 m uit alle perceelsgrenzen de maximale bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt;
3.
een uitzondering geldt voor die situaties waarin de kapconstructie in het verlengde ligt van het hoofdgebouw. In dat geval geldt als maximale bouwhoogte de hoogte van het hoofdgebouw minus 1,5 m. De eisen als hiervoor gegeven over de afstand uit de perceelsgrens blijven hierbij wel van kracht;
d.
bij een hoofdgebouw, met dien verstande dat: 1.
aanbouwen en uitbouwen tot het verlengde van de voorgevel, danwel de voorste bouwgrens van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits de:
2.
o
bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
o
diepte van de aan- en uitbouw maximaal 1,5 m bedraagt;
o
ligging uit de voorste perceelgrens minimaal 2 meter bedraagt;
o
breedte niet groter is dan 2/3 van de breedte van de gevel van de woning, of;
o
indien sprake is van de aanduiding ‘bijgebouwen’.
overkappingen (zoals carports) tot (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd of ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’, mits de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
3.
ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen bijgebouwen worden gebouwd;
4.
ter plaatste van de aanduiding 'vrijstaand' geldt ook dat één zijde naast het hoofdgebouw vrij van gebouwen moet blijven over een strook van minimaal 3 m breed tot 8 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, tenzij sprake is van de aanduiding ‘bijgebouwen’;
e.
gezamenlijke oppervlakte voor zover gebouwd buiten het bouwvlak maximaal:
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
27
1.
60 m² op een erf tot en met 250 m², gerekend vanaf 1 m achter de voorgevellijn van de woning, en
2.
voor zover de oppervlakte van het erf meer bedraagt dan 250 m² mag het te bebouwen oppervlakte worden vermeerderd met 10% van de overmaat tot een maximum van 125 m²;
3.
de oppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag aanvullend op de oppervlakte die volgt uit hetgeen onder 1 en 2 worden bebouwd.
7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: 1.
bij erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel maximaal 1 m met dien verstande dat bij een open constructie dit 1,5 m mag bedragen;
2.
bij erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 2 m (zie ook de bouwregels in de bestemming 'Tuin' in artikel 8.2 waarin, onder voorwaarden, deze bouwwerken mogen worden voortgezet);
b.
3.
vlaggenmasten tot maximaal 6 m;
4.
bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 m;
reclame-uitingen aan huis verbonden bedrijf en aan huis verbonden beroep mogen uitsluitend aan de gevel worden geplaatst tot een oppervlakte van 0,2 m².
7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Aan huis verbonden beroep en bedrijf Een aan huis verbonden beroep en/of bedrijf moet voldoen aan de volgende regels: a.
maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een maximum van in totaal 60 m²;
b.
degene die de activiteiten uitvoert, is bewoner van de woning;
c.
er wordt voldaan aan de minimale parkeernormering;
d.
er is geen detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met die activiteit.
7.4 Afwijken van de gebruiksregels 7.4.1 Afwijken voor aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels om het gebruik van een (bedrijfs)woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf toe te staan, mits: a.
de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
b.
de omvang van het aan huis verbonden beroep of bedrijf niet meer bedraagt dan 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken met een maximum oppervlak van 100 m²;
c.
het aan huis verbonden beroep of bedrijf in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend door degene die tevens de gebruiker van het hoofdgebouw (woning) is;
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
28
d.
het aan huis verbonden beroep of bedrijf is genoemd in de Staat van beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis in Bijlage 1 of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan de in deze Staat genoemde beroeps- en bedrijfsactiviteiten;
e.
de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf geen ernstige c.q. onevenredige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de buurt;
f.
er geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd:
g.
detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit, in direct verband met de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis;
h.
beperkte detailhandel via internet, mits geen goederen van huis worden afgehaald.
i.
bij de uitoefening van een kapsalon het aantal kappersstoelen niet meer bedraagt dan 1;
j.
het aan huis verbonden beroep of bedrijf geen publieksgericht karakter heeft;
k.
er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 20.3.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
29
Artikel 8 Leiding – Water
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterleiding met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.2 Bouwregels De bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 8.1 genoemde bestemming bedraagt maximaal 4 m met dien verstande dat hekken niet hoger mogen zijn dan 2 m. 8.2.1 Bouwverbod In afwijking van (mogelijk) toegelaten gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, in een of meerdere andere bestemmingen, is het verboden deze te bouwen. 8.2.2 Opheffen bouwverbod Burgemeester en wethouders kunnen het hiervoor opgenomen bouwverbod opheffen mits: a.
de bouwregels uit de desbetreffende bestemming in acht worden genomen;
b.
de leidingbeheerder is geraadpleegd;
c.
de volgende bepalingen in acht worden genomen: 1.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad waarbij nadrukkelijk het omschreven belang uit artikel 8.1 wordt meegewogen;
2.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
3.
door initiatiefnemer een zekerheidstelling is afgeven met betrekking tot de (plan)kosten;
4.
de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke onderbouwing of motivering.
Bij het opheffen van het bouwverbod wordt de procedure voor een afwijking gevolgd. 8.3 Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplicht Voor de aangewezen gronden geldt dat het verboden is om een bodemingreep uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
30
8.3.2 Vergunningverlening De vergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 wordt verleend als is gebleken dat het beoogde werk geen directe of indirecte gevolgen heeft welke niet leidt tot een verstoring van het belang als omschreven in artikel 8.1 dan wel dat verstoring ervan redelijk is en het belang als omschreven in artikel 8.1 daarbij voldoende is gewaarborgd. Het verlenen van de omgevingsvergunning kan mits: a.
de regels uit de desbetreffende bestemming in acht worden genomen;
b.
de leidingbeheerder is geraadpleegd;
c.
de volgende bepalingen in acht worden genomen: 1.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad waarbij nadrukkelijk het omschreven belang uit artikel 8.1 wordt meegewogen;
2.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
3.
door initiatiefnemer een zekerheidstelling is afgeven met betrekking tot de (plan)kosten;
4.
de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke onderbouwing of motivering.
Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.
Regels Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: genderen zuid’
31
Artikel 9
Waarde - Archeologie 2
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden van archeologische monumenten (AMK-terrein), archeologische vindplaatsen en historische kernen, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 9.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels. 9.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 2' mede bestemde gronden. 9.2.2 Uitzonderingen Het in lid 9.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.