CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage C richtinggevend kader vitaliteitscentrum landgoed Kraaiveld

Raadsvergadering 3 maart 2026, gemeente AltenaBij agendapunt: Programmakaders Vitaliteitscentra2.885 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

22-5-2025

Voorwoord Gemeente Altena heeft, in het kader van het programma Vitaliteit, de ambitie om de vitaliteit van haar inwoners te stimuleren door bij te dragen aan de totstandkoming van meerdere vitaliteitscentra. Landgoed Kraaiveld is een mogelijke plek voor een vitaliteitscentrum, mede vanwege het aanwezige natuur-inclusieve agrarische bedrijf dat aanknopingspunten biedt. Daarbij draagt de eigenaar en initiatiefnemer het idee van een vitaliteitscentrum een warm hart toe. Vanuit deze basis hebben de gemeente en Kraaiveld gezamenlijk de potentie van een vitaliteitscentrum op Kraaiveld onderzocht. De gemeente heeft bijgedragen aan het onderzoeksproces en procesmatig een actieve rol gespeeld richting de provincie om een vitaliteitscentrum ruimtelijk-juridisch mogelijk te maken. De initiatiefnemers hebben het initiatief nader geconcretiseerd met een conceptontwerp (Marco Vermeulen, januari 2024) en een 1e aanzet voor een inrichtingsplan ten behoeve van de natuurcompensatie uitgewerkt. Daarnaast is er door de gemeente een ontwikkelrichting opgesteld. Op basis van deze producten en het doorlopen proces is gebleken dat de provincie ook positief tegenover deze ontwikkeling staat. Een vitaliteitscentrum op Kraaiveld is dus mogelijk kansrijk voor verdere ontwikkeling.

Voor het vervolg van de uitwerking zijn - na deze onderzoeksfase met gedeelde ambities - de rollen in de samenwerking besproken en vastgelegd. Omdat de gemeente geen grondeigendom heeft, niet meer kennis heeft dan de initiatiefnemer en het lopen van marktrisico niet voor de hand ligt, is gekozen voor zelfrealisatie van de ontwikkeling door de eigenaar/initiatiefnemer met een faciliterende rol van de gemeente. De stedenbouwkundige en planologische uitwerking, de inrichting van de openbare ruimte, het financieel risico en het afzetrisico liggen bij de initiatiefnemer. De rol van de gemeente in de verdere ontwikkeling van de plannen is daarmee met name faciliterend en toetsend. Om aan de voorkant zoveel mogelijk duidelijkheid te geven over de punten die op basis van vastgesteld beleid en (bestuurlijke) ambities belangrijk zijn bij de verdere uitwerking van de plannen is door de gemeente dit ”Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld“ opgesteld. Het Richtinggevend kader volgt de principes van de Omgevingswet en is daarmee nieuw voor de gemeente. Het is een oefening voor de gemeentelijke organisatie om te komen tot integrale, uitnodigende kaders en een heldere gemeentelijke rolopvatting.

Het is zoeken en balanceren naar een wijze waarop dit initiatief verder kan worden gebracht, passend bij de gemeentelijke verantwoordelijkheid en met het feit dat de grond en de exploitatie van de ontwikkeling niet in handen van de gemeente zijn. Het verdient aanbeveling op een later moment het Richtinggevend kader en het proces rond de ontwikkeling van een vitaliteitscentrum op Kraaiveld te evalueren om hiervan te leren voor toekomstige, vergelijkbare ontwikkelingen in de gemeente.

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

1

Inhoudsopgave Voorwoord

1

1.

Inleiding

3

2.

Vitaliteitscentrum

4

3.

Kaders voor ontwikkeling

5 5

3.1 Harde grenzen

5

Provincie Noord-Brabant

6

3.2 Stimulerende kaders 3.2.1 Bebouwing en inrichting van de openbare ruimte

6

3.2.2 Ontsluiting en routes en Verkeer

7

3.3.3 Functies

7 8

4.Vervolgproces 4.1

Stapsgewijze uitwerking

8

4.2

Participatie

8

4.3

Wijziging Omgevingsplan

8

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

2

1. Inleiding Een initiatief als een vitaliteitscentrum op Kraaiveld is uniek. Er zijn geen kant-en-klare antwoorden te geven op de vraag of het plan kan of niet; het is maatwerk. Zowel de provincie als de gemeente staan positief tegenover het conceptontwerp. In het bijzonder komt dit door de wijze waarop het initiatief invulling geeft aan het beleid voor gezondheid en vitaliteit in combinatie met versterking van landschap en cultuurhistorie. Het plan is als kansrijk beoordeeld aan de intaketafel en na de omgevingstafel zijn adviezen meegegeven voor de verdere ontwikkeling. Inmiddels is het plan verder uitgewerkt en aangevuld met o.a. een analyse van het landgoed, een visie op landgoederen 2.0, een gebiedsatlas natuur en een ontwikkelrichting voor het gebied waar het plan zich in bevindt. Dit alles komt samen in een oplegnotitie, waarin de essentie van het plan en de wijze waarop het aansluit bij de gestelde beleidskaders zijn vastgelegd, met als doel duidelijkheid te scheppen over de voorwaarden voor verdere ontwikkeling. Na de principemedewerking van gemeente en provincie kunnen de initiatiefnemers de planvorming verder vormgeven binnen de beschreven randvoorwaarden en uitgangspunten.

Om op voorhand voor de verdere planontwikkeling zoveel mogelijk duidelijkheid te creëren over belangrijke kaders en uitgangspunten vanuit de gemeente bij de uitwerking van de plannen voor Kraaiveld is ook dit Richtinggevend kader opgesteld. Het Richtinggevend kader beoogt helderheid te bieden én ruimte te laten aan de initiatiefnemer om te komen tot een passend ontwerp. In het Richtinggevend kader beschrijft de gemeente haar visie op een vitaliteitscentrum, de belangrijkste uitgangspunten (kaders) voor de ontwikkeling vanuit bestaand beleid en biedt ze een doorkijk op het vervolgproces. Het Richtinggevend kader is een uitnodiging aan de initiatiefnemer om de volgende ontwerpstap te zetten.

Dit Richtinggevend kader is als volgt opgebouwd: A. Vitaliteitscentrum: Wat willen we bereiken? Dit hoofdstuk beschrijft wat de gemeente verstaat onder een vitaliteitscentrum. Dit zijn algemeen geldende handreikingen voor initiatiefnemers die een bijdrage willen leveren aan de vitaliteit van Altena door een vitaliteitscentrum te realiseren. B. Kaders voor ontwikkeling op Kraaiveld: Wat willen we beschermen, behouden of versterken? Dit hoofdstuk beschrijft zo concreet mogelijk de kaders waaraan de uitwerking van het ontwerp voor Kraaiveld moet voldoen. Dit is een momentopname op basis van het huidige gemeentelijk beleid en de geldende wet- en regelgeving. Hierin zijn ook een aantal ‘zachtere’ kaders (doelstellingen) opgenomen die het plan kansrijker maken voor een positieve (planologische) toetsing en beoordeling. C. Doorkijk voor vervolg: Dit hoofdstuk beschrijft welke stappen nog nodig zijn om te komen tot een definitief ontwerp en een omgevingsvergunning.

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

3

2. Vitaliteitscentrum Dit hoofdstuk beschrijft wat de gemeente verstaat onder een vitaliteitscentrum. Dit zijn algemeen geldende handreikingen voor initiatiefnemers die een bijdrage willen leveren aan de vitaliteit van Altena door een vitaliteitscentrum te realiseren. Daarnaast zal er kort ingegaan worden op de locatie. Algemeen Een vitaliteitscentrum draagt bij aan vitaliteit en een gezonde leefstijl door: • • • •

Gezonde Voeding Fysieke gezondheid (bewegen) Mentale gezondheid Gemeenschapszin

Uitgangspunt voor vitaliteitscentra binnen de gemeente Altena is dat zij zich op meerdere van bovenstaande pijlers richten. Het gaat met name om activiteiten gericht op preventie door educatie, informatievoorziening en innovatie. Ze zijn als voorziening een verrijking op het bestaande aanbod van gezondheid bevorderende maatregelen binnen de gemeente. De vitaliteitscentra zijn bij voorkeur geografisch verspreid over de gemeente. Een vitaliteitscentrum is een voorziening die in samenwerking met bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen door middel van diverse, samenhangende activiteiten ontmoeting en gemeenschapszin versterkt. Dat uit zich in een laagdrempelige toegang en een uitnodigend programma voor een inclusieve en brede doelgroep Een vitaliteitscentrum richt zich in de eerste plaats op de lokale gemeenschap van de gemeente Altena. Daarnaast is het waardevol als het ook bijdraagt op regionaal en nationaal niveau. Daarnaast sluiten de vitaliteitscentra aan op de gemeentelijke ambitie om een Blauwe Zone te worden met gezonde, vitale en gelukkige bewoners. Kraaiveld Naast vitaliteit ziet de gemeente bij ontwikkelingen op landgoed Kraaiveld graag kansen verzilverd voor een koppeling met het aanwezige agrarische biologische bedrijf op het gebied van gezonde voeding.

Ook een versterking van de openbaarheid van het landgoed met gekoppelde wandel- en fietsroutes en een betere beleving van de cultuurhistorische waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Daarnaast is innovatie op het gebied van circulaire landbouw en samenwerking met andere producenten van lokale, biologische producten kenmerkend voor dit vitaliteitscentrum. Behalve dat dit vitaliteitscentrum een bijdrage aan de vitaliteit binnen de gemeente Altena levert, heeft Vitaliteitscentrum Kraaiveld ook een regionale en zelfs een landelijke uitstraling.

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

4

3. Kaders voor ontwikkeling Voor de uitwerking van de plannen voor Kraaiveld zijn er ‘harde grenzen’ waar de ontwikkeling aan moet voldoen, welke ook getoetst worden aan de omgevingstafel, stimulerende kaders (er zijn mogelijkheden, mits...) en dingen die gewoon mogen, omdat ze passen binnen het geldende beleid. Aangezien beleid aan verandering onderhevig is zijn deze kaders niet statisch. De basis voor deze opgestelde uitgewerkte ’Kaders voor Ontwikkeling‘ is de beoordeling van het conceptontwerp dat gemaakt is voor Kraaiveld (Marco Vermeulen, januari 2024) en het doorlopen onderzoeksproces.

3.1 Harde grenzen De ‘harde grenzen’ zijn de (wettelijke) normen waaraan elke ontwikkeling moet voldoen, dit zijn bijvoorbeeld geluidsnormen, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, stikstof en hindercirkels. De initiatiefnemer moet door middel van onderzoek aantonen dat de ontwikkeling voldoet aan deze wettelijke normen. Aan de omgevingstafels zijn specifiek voor de locatie benodigde onderzoeken ook benoemd. Ook in de standaardmotivering wijziging omgevingsplan staat aangegeven waaraan een plan moet voldoen en welke motivering en nadere onderbouwing noodzakelijk is. Wat betreft wateraspecten geldt dat nieuwe bebouwing en nieuw verhard oppervlak gecompenseerd moet worden door infiltratie en waterberging. Dit om extra belasting op het watersysteem en wateroverlast te voorkomen. Lozing van afvalwater dient te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water, waarbij lokale zuivering de voorkeur heeft. Of de huidige zuivering op Kraaiveld voldoende capaciteit heeft of aanvullende maatregelen nodig zijn, moet door de initiatiefnemer nader onderzocht en aangetoond worden, eventueel in overleg met het Waterschap Rivierenland. Langs de watergangen geldt een beschermingszone (5 meter langs een primaire watergang en 1 meter langs een secundaire watergang) om de waterkwaliteit en ecologische functies te beschermen. De ontwikkeling ligt in een gebied met bijzondere aardkundige en cultuurhistorische waarden.

Belangrijk is dat de landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en ecologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast. Hoogbouw is niet aan de orde, vanwege de waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Onder hoogbouw verstaan we hoger dan bestaand, of twee verdiepingen met kap. Het plan van Marco Vermeulen voldoet hieraan. Voor het doorlopen proces met de provincie is, gekoppeld aan het onderzoeksproces, door de gemeente een ontwikkelrichting opgesteld. Deze is ook al besproken met de provincie.

Provincie Noord-Brabant De provincie heeft op basis van het doorlopen proces en de aangeleverde producten, ontwikkelrichting, oplegnotitie en toelichting een positieve grondhouding ten aanzien van dit initiatief en ziet de maatschappelijke meerwaarde. De provincie heeft wel de volgende randvoorwaarden gesteld wat betreft de omgevingskwaliteit en natuurwaarden. Om kort toelichting te geven is onderstaand de ambtelijke

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

5

reactie vanuit de provincie samengevat. Dit document leent zich echter niet voor een uiteenzetting van provinciaal beleid: 1. Verloren natuur uit een eerder gerealiseerd plan voor het landgoed wordt volledig gecompenseerd. De volledige oppervlakte aan natuur die binnen het plangebied had moeten worden gerealiseerd conform het natuurbeheerplan voor Landgoed Kraaiveld uit 2009 zal hierbij moeten worden gecompenseerd. Er geldt een anti-dubbeltelbepaling. Bij de realisering is in dit verband het respecteren van de eerder gemaakte afspraken over aanleg van groen en natuur voor het landgoed van belang; 2. Evenredig wordt voorzien in fysieke omgevingskwaliteit conform de maatwerkbepaling uit de omgevingsverordening (groen en rood moeten in balans zijn). Het uitgangspunt is dat ten minste 30% van de getaxeerde bestemmingswinst dient te worden geïnvesteerd in fysieke omgevingskwaliteit. Daarnaast ligt de locatie binnen het werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Het plan moet ook voldoen aan artikel 5.45 Hollandse waterlinies. De bouw- en /of gebruiksactiviteiten mogen de universele waarden van het werelderfgoed niet aantasten. De provincie zal gedurende het proces betrokken blijven.

3.2 Stimulerende kaders Normaal gesproken is extra bebouwing in het buitengebied van de gemeente Altena niet toegestaan. Vanwege de gezamenlijke ambitie en de beoogde maatschappelijke meerwaarde van een vitaliteitscentrum denkt de gemeente in dit geval wel mee over bebouwing, de inrichting van openbare ruimte en toegestane functies die samenhangen met het vitaliteitscentrum. Dat doet de gemeente met de methodiek van stimulerende kaders. Stimulerende kaders geven aan wat, vanuit gemeentelijk beleid, belangrijk is voor de ontwikkeling van Kraaiveld. De kaders: • • • • •

Bieden duidelijkheid aan de initiatiefnemer én de gemeente; Geven aan waaraan het initiatief wordt getoetst; Hebben bestaand beleid als basis; Zijn zo concreet als mogelijk; Respecteren de rolverdeling van initiatiefnemer en gemeente als facilitator: ze geven houvast zónder in te vullen.

3.2.1 Bebouwing en inrichting van de openbare ruimte Voor bebouwing en inrichting van de openbare ruimte geven we de initiatiefnemer voor de uitwerking van de plannen de volgende kaders mee: •

Respecteer in de ontwikkeling de hoofdverdedigingslijn van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het landgoed en de linie zijn landschappelijk gezien twee verschillende elementen die ook als zodanig herkenbaar moeten blijven. ➢ Versterk bijvoorbeeld het contrast met open landschap ten zuiden van het Iris Vlinderpad en kwalitatieve groene verdichting met bomen en landschapselementen ten noorden hiervan. ➢ Watercompensatie bij voorkeur door het uitbreiden/verbinden van bestaande waterpartijen.

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

6

•

•

•

•

Maak een heldere stedenbouwkundige keuze passend bij het landschap en het bestaande landgoed. Het landgoed bestaat uit een ensemble van landschapselementen (waaronder de laan, bossen, water), de inpassing van de ontwikkeling moet daar op aansluiten en deze versterken: benut de kwaliteit die er is! Beleefbaarheid Nieuw Hollandse Waterlinie zou versterkt kunnen worden: de strook met bunkers ten zuiden van het Iris Vlinderpad kan recreatief ingezet worden als vrij toegankelijke pleisterplaats (zonder bebouwing). Denk hierbij aan de inzet van bijvoorbeeld picknickbankjes en een informatiebord. De beleefbaarheid van de bunkers kan versterkt worden als ze bijvoorbeeld een functie krijgen in de ontwikkeling van de strook ten zuiden van het Iris Vlinderpad, bijvoorbeeld als bron van schaduw. Maak ze tastbaar! Herstel van de kapotte bunker maar ook de ontwikkeling van de strook ten zuiden van het Iris Vlinderpad kunnen eventueel opgevoerd worden ten behoeve van de provinciale eis dat 30% van de meerwaarde die met de ontwikkeling gerealiseerd wordt, geïnvesteerd dient te worden in natuurontwikkeling of cultuurhistorie (zie paragraaf 3.1).

3.2.2 Ontsluiting en routes en Verkeer •

• •

De ontsluiting van het parkeerterrein is akkoord bevonden tijdens de omgevingstafel, mits rekening gehouden wordt met Iris Vlinderpad. Er moet voorkomen worden dat fietsers/voetgangers deels gebruik moeten maken van de ontsluitingsweg voor het gemotoriseerde verkeer. Maak waar mogelijk gebruik van, sluit aan op en versterk de recreatieve routes: de ontwikkeling kan een ommetje voor het dorp realiseren via de notenlaan en het Iris Vlinderpad. We vragen aandacht voor toegankelijkheid voor mensen die slechter ter been zijn, bijvoorbeeld door ook ommetjes/beweegroutes met beperkte omvang te realiseren en/ of bankjes langs routes te plaatsen. Hetzelfde geldt voor een drinkwatertappunt op een strategische plek.

3.3.3 Functies Functies hebben betrekking op het vitaliteitscentrum- zie hoofdstuk 2- en op dragers die het vitaliteitscentrum economisch haalbaar maken. • • • • • • • •

Een link met gezonde voeding, proeven en beleven waar gezond voedsel vandaan komt, hoe het geproduceerd wordt en wat gezonde keuzes zijn, ligt voor de hand Dagrecreatie wordt positief beoordeeld, vooral als deze openbaar en voor een breed en divers publiek toegankelijk is, onder wie mensen die slechter ter been zijn. Mooi als er ook ruimte is voor een laagdrempelige, breed toegankelijke ontmoetingsplek. Mooi als er ruimte is voor maatschappelijke werkervaringsplekken. Aandacht voor duurzaam, kwalitatief, toeristisch-recreatief en cultureel aanbod dat past bij de schaal en identiteit en draagkracht van de omgeving en bij de gewenste doelgroepen. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. Verblijfsplekken zijn denkbaar verbonden met en als onderdeel van het vitaliteitscentrum. Winterharde verblijfsrecreatie is wenselijk. Er ligt eventueel een kans voor realisatie van een groepsaccomodatie. Het is niet noodzakelijk dat de huidige zorgfunctie terugkomt in de ontwikkeling.

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

7

Functies kunnen alleen ontwikkeld worden als onderdeel van het gehele plan voor het vitaliteitscentrum. We hechten grote waarde aan de groene, kalme kwaliteiten van ons buitengebied en willen we verrommeling van het landschap, met bebouwing en qua functies nadrukkelijk tegengaan. De functies die gerealiseerd kunnen worden op Kraaiveld zijn daarom nadrukkelijk onderdeel van en logisch samenhangend met een vitaliteitscentrum. Tegelijkertijd zijn we ons als gemeente ervan bewust dat een vitaliteitscentrum alleen gerealiseerd kan worden en kan blijven bestaan als de business case sluitend is.

4.Vervolgproces 4.1 Stapsgewijze uitwerking De gemeente Altena nodigt Landgoed Kraaiveld uit om de plannen voor een vitaliteitscentrum verder uit te werken met dit Richtinggevend kader als leidraad. De gemeente stelt een stapsgewijze uitwerking voor, waarbij de plannen in kleine stappen en goed onderling contact met de gemeente over de planologische en financiële haalbaarheid worden uitgewerkt. Het is noodzakelijk om nogmaals naar de omgevingstafel te gaan met de nieuwe plannen, waar ook aantoonbaar en meetbaar de onderzoeken van de vorige omgevingstafel zijn uitgevoerd en omgevingsdialoog en participatie hebben plaatsgevonden.

4.2 Participatie Omgevingsdialoog en participatie zijn noodzakelijk in een vroegtijdig stadium op basis van de kaders voor een grote ontwikkeling. De omgevingsdialoog wordt primair gevoerd door de initiatiefnemer. Over het proces, communicatie en deelname vindt nadere afstemming plaats met de gemeente. Over de wateraspecten (compensatie verhard oppervlak, afvalwater, beschermingszones) is nader overleg nodig met het cluster Water en Riolering van de gemeente en met het Waterschap. Dit heeft in een eerder stadium reeds verkennend plaatsgevonden. De gemeente en provincie hebben nader overleg over de inhoud van de stukken, de te vervolgen procedure en de te nemen compensatie en maatregelen voor het maatwerk.

4.3 Wijziging Omgevingsplan Voor de ontwikkeling van het vitaliteitscentrum is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Het is een grote ontwikkeling in het landelijk gebied. Om het omgevingsplan te wijzigen, wordt een vaste juridische procedure gevolgd. De procedure is grofweg in te delen in vierprocedurestappen: 1. Bekendmaking wijziging van het omgevingsplan 2. Voorontwerp voor inspraak 3. Kennisgeven van het ontwerp-omgevingsplan, terinzagelegging en zienswijzen . Het ontwerp plan ligt zes weken ter inzage. 4. Vaststelling van het omgevingsplan. Na vaststelling door de gemeenteraad staat nog beroep open. Als de wijziging van het omgevingsplan onherroepelijk is kunnen de diverse vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten worden aangevraagd.

Richtinggevend kader Vitaliteitscentrum Kraaiveld

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16534938/1