CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Advies bezwarencommissie bij RV begrenzing en bezwaarschriften Wvg Werkendam

Raadsvergadering 6 februari 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: Besluit op bezwaar - Afhandeling bezwaarschriften tegen het raadsbesluit Wvg Werkendam2.830 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Altena t.a.v. De gemeenteraad van de gemeente Altena Postbus 5 4286 ZG ALMKERK

Almkerk, 10 oktober 2023

Verzonden: 11 oktober 2023

Betreft: Vcab advies, zaaknummers: 2023-004783, 2023-008053, 2023-013631 en 2023-014944 Op de bezwaarschriften van:

1.

De heer G. Laaij, gevestigd te Kooikamp 4 te Sleeuwijk (hierna bezwaarmaker 1 );

2.

Firma Middelkoop, gevestigd te Vijcie 29 te Sleeuwijk (hierna bezwaarmaker 2);

3.

HP Vastgoed B.V. gevestigd te Kooikamp 8 A te Sleeuwijk, ingediend door de heer mr J. de Roo van Rijppaert en Peeters advocaten, (hierna bezwaaraker 3);

tegen het besluit het college van 24 januari 2023 om op grond van artikel 6 van de Wvg het voorkeursrecht (voorlopig) van toepassing te verklaren op de gronden in het gebied tussen de A27, de Vijcie en de Schans, alsmede het besluit van de gemeenteraad op 14 maart 2023 inzake de bekrachtiging voor 3 jaar van het besluit van het college tot vestiging van het voorkeursrecht op de gronden in het gebied tussen de A27, de Vijcie en de Schans op grond van artikel 2 en 5 Wvg. Aan de gronden is een niet agrarische bestemming toegedacht, te weten: “bedrijventerrein met bijbehorende voorzieningen, wegen, waterberging en natuurlijke inpassing”. Het huidige gebruik van de aangewezen gronden is agrarisch en wijkt af van de toegedachte bestemming.

De besluiten worden als bijlage aan dit advies gehecht.

Geacht college, De Vcab Het ingediende bezwaarschrift is ter advisering voorgelegd aan de Vaste Vcab van advies voor de bezwaarschriften (hierna: de Vcab). De Vcab is ingesteld op grond van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Pagina 1 van 8

De Vcab heeft de bezwaarschriften behandeld in een hoorzitting welke is gehouden op 21 augustus 2023. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en ter zitting het standpunt toegelicht. De verslagen van de hoorzittingen zijn bij dit advies gevoegd, evenals het ingediende verweerschrift.

De Vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften (Vcab), Kamer 1; De heer mr. J. C.M. van Roessel

voorzitter

De heer mr. D. Kimenai

lid

De heer mr. L.L. Scheppink

lid

Mevrouw mr. S.H. Koppe-Goossens

secretaris van de Vcab

De feiten Bij besluit van 24 januari 2023 heeft het college op grond van artikel 6 Wvg besloten op de gronden, waaronder de percelen van bezwaarmakers, het (voorlopig) voorkeursrecht te vestigen. Dit besluit is op 24 januari 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad. Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de gemeenteraad op grond van artikel 2 en 5 Wvg de gronden, waaronder de percelen van bezwaarmakers, aangewezen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wvg van toepassing zijn. Op 23 maart 2023 is het besluit gepubliceerd in het Gemeenteblad. Door bezwaarmaker 1 is tegen het collegebesluit bezwaar gemaakt. Door bezwaarmaker 2 is zowel tegen het collegebesluit, als tegen het raadsbesluit bezwaar gemaakt. Door bezwaarmaker 3 is alleen tegen het raadsbesluit bezwaargemaakt. In het bezwaar van HP Vastgoed B.V. is tevens een verzoek om proceskosten-vergoeding gedaan. De bezwaren Samengevat zijn de volgende bezwaren door bezwaarmaker naar voren gebracht: 1. Er is een zonneweide gepland op het perceel (bezwaarmaker 1); 2. Door vestiging van het voorkeursrecht konden de gronden niet worden meegenomen in de bedrijfsoverdracht (bezwaarmaker 2); 3. Er is een mondelinge overeenstemming tot aankoop van een gepacht perceel met Rijkswaterstaat. Naar de stelling van bezwaarmaker gaat de verkoop vanwege de vestiging van het voorkeursrecht niet door.

Hierdoor lijdt hij grote schade (bezwaarmaker 2); 4. Het is niet reëel dat de gronden worden aangewezen als bedrijfsbestemming en er bestaat bezwaar tegen het aanhouden van een principeverzoek (bezwaarmaker 3); 5. De bevoegdheid om gronden aan te wijzen is voor een ander doel ingezet dan waarvoor de Wvg bedoeld is, namelijk het tegenhouden van de ontwikkeling van het perceel (bezwaarmaker 3); Pagina 2 van 8

6. Er is een te groot gebeid aangewezen en daarmee is sprake van een onevenredig genomen besluit (bezwaarmaker 3); 7. Het vertrouwensbeginsel is geschonden (bezwaarmaker 3). Het verweerschrift Van gemeentezijde is voorafgaand aan de hoorzitting een verweerschrift ingediend (zie bijlage).

Het toetsingskader Van belang zijn onder meer de artikelen : -

Algemene wet bestuursrecht (Awb) : , 6:7, 6:8, 6:9 , 6:19 , 7:15 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg): art 5, 6, 10 tot en met 15 en 24 en 26

Ontvankelijkheid bezwaar Tijdigheid Artikel 6:7 van de Awb bepaalt dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken bedraagt. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, is een bezwaarschrift tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen. Het tweede lid bepaalt dat bij verzending per post een bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, onder de voorwaarde dat het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Bezwaarmakers hebben allen tijdig bezwaar ingediend binnen de daarvoor wettelijk gestelde termijn en de bezwaarschiften voldoen ook overigens aan de daaraan te stellen eisen. Belanghebbendheid: Op grond van artikel 6 lid 1 Wvg is met het inwerkingtreden van het besluit van de gemeenteraad, van rechtswege het besluit van het college vervallen. Gelet op artikel 6 lid 3 van de Wvg worden bezwaarschriften gericht tegen het collegebesluit, geacht te zijn gericht tegen het raadbesluit van 14 maart 2023.

Hierdoor vervalt naar de mening van de commissie niet de mogelijkheid en de noodzaak om een afzonderlijk besluit te nemen op het bezwaar gericht tegen het collegebesluit zijnde het vestigen van het voorlopige voorkeursrecht. Het kan namelijk zo zijn dat ook een voorlopig voorkeursrecht schade heeft veroorzaakt. Daarom is het noodzakelijk om in dat kader de rechtmatigheid van dat besluit te beoordelen. Hiervoor verwijst de commissie naar de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 11 februari 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:600. Er is in het geval er schade is gesteld dan ook procesbelang en daarmee belanghebbendheid bij het bezwaar tegen het collegebesluit. Pagina 3 van 8

Bezwaarmaker 1 en 2 hebben beide bezwaar ingediend tegen het collegebesluit, waarbij bezwaarmaker 2 in zijn bezwaarschrift heeft aangegeven schade te hebben geleden door het collegebesluit. In het bezwaar van bezwaarmaker 1 is hiervan geen melding gemaakt. Dat betekent in dit geval dat bezwaarmaker 1 niet belanghebbend is, vanwege het ontbreken van procesbelang in zijn bezwaar tegen het collegebesluit en dat bezwaarmaker 2 wel belanghebbend is vanwege de in het bezwaarschrift gestelde schade. De commissie wijst erop dat uit de hierboven vermelde uitspraak blijkt dat het college niet bevoegd is om te beslissen op het bezwaar inzake het collegebesluit, maar dat deze bevoegdheid, door het bekrachtigen van het voorlopige voorkeursrecht, is overgegaan op de gemeenteraad nadat het bekrachtigde voorkeursrecht besluit in werking is getreden. De gemeenteraad zal hiermee kunnen beslissen op alle bezwaarschriften.

Conclusie • • •

Bezwaarmaker 1 is niet ontvankelijk ten aanzien van het collegebesluit; Bezwaarmaker 2 is ontvankelijk ten aanzien van het collegebesluit; Bezwaarmaker 1,2 en 3 zijn ontvankelijk ten aanzien van het raadbesluit.

Ten aanzien van de het collegebesluit en het raadbesluit overweegt de Vcab als volgt: De commissie stelt vast dat de bevoegdheid tot het vestigen van het (voorlopig) voorkeursrecht door college en de raad een discretionaire bevoegdheid is. Dat betekent dat de commissie in haar advies zal dienen te beoordelen of het college en de gemeenteraad in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik hebben kunnen maken. De commissie dient daarom terughoudend te toetsen over het al dan niet uitoefenen van die bevoegdheid. Ten tijde van de vestiging hoeft nog geen duidelijkheid te bestaan omtrent de precieze invulling van de beoogde ontwikkeling, de financiële uitvoerbaarheid daarvan of de inzet van het onteigeningsinstrument (Rechtbank Noord-Holland in de uitspaak van 22 oktober 2020 (ECLI:NL: RBNHO:2020:8745). Uit het dossier blijkt dat de gemeente Altena er een grote vraag bestaat naar een nieuw bedrijventerrein van minimaal 12 hectare, waarbij de kans reëel is dat er op korte termijn behoefte zal zijn aan 20 hectare of meer. Zoals uit het college-en raadsbesluit blijkt, is die behoefte aan een bedrijventerrein niet te realiseren op een andere locatie en is de logische plek gelegen op de aangewezen gronden, omdat dit zou passen binnen het idee van een verdere concentratie van het bestaande bedrijventerrein.

Hierbij is rekening gehouden met het feit dat aan de zuidzijde geen verdere ontwikkelmogelijkheden zijn. Na overleg met de provincie is men tot de conclusie gekomen dat aan de noordzijde wel ruimte is voor de ontwikkeling. Deze afweging, om tot een concentratie te komen van het bedrijventerrein, en in vervolg daarop de locatiekeuze, zoals in de besluiten is gemaakt, acht de commissie redelijk. Ook de aangevoerde belangen om regie te houden bij de ontwikkeling en het beschermen van de gronden tegen prijsopdrijving acht de commissie redelijk en in overeenstemming met de wet.

Pagina 4 van 8

Verder stelt de commissie vast dat aan de overige vereisten voor het vestigen van het (voorlopig) voorkeursrecht is voldaan zoals in de wet zijn genoemd. Er is immers een niet-agrarische bestemming toegedacht en het gebruik wijkt af van de toegedachte bestemming. Hiermee was het college bevoegd een voorlopig voorkeursrecht op grond van artikel 6 Wvg te vestigen en de gemeenteraad vervolgens dit besluit op grond van artikel 2 en 5 Wvg te bekrachtigen, waarbij het voorkeursrecht voor 3 jaar is verlengd. De commissie zal hieronder de bezwaren behandelen.

Ten aanzien van de bezwaren overweegt de Vcab als volgt: Ad 1 : Er is een zonneweide gepland op het perceel (bezwaarmaker 1); Het vestigen van een voorkeursrecht heeft ten doel dat bij verkoop van de gronden de gronden eerst aan de gemeente dienen te worden aangeboden. De vestiging van het voorkeursrecht heeft geen relatie noch directe werking op de bebouwingsmogelijkheden en de huidige bestemming van de gronden. Het gevestigde voorkeursrecht heeft daar geen effect op. Voor zover op een later moment de bestemming gaat wijzigingen in een ruimtelijke procedure, is deze procedure aangewezen om bezwaren daartegen in te brengen. Het bezwaar treft geen doel. Ad 2: Door vestiging van het voorkeursrecht konden de gronden niet worden meegenomen in de bedrijfsoverdracht (bezwaarmaker 2); De stelling van bezwaarmaker gaat uit van de veronderstelling dat het vestigen van het voorkeursrecht in de weg zou staan van een levering aan de nieuwe B.V. Juridisch gezien is het juist dat er geen onbelemmerde verkoop kan plaatsvinden. Echter werkt de gemeente aan dit soort overdrachten mee en zal daarvoor dan toestemming verlenen onder voorwaarden dat er specifiek bepalingen in de overeenkomst woorden opgenomen. Het voorkeursrecht is daarmee dan ook niet onrechtmatig gevestigd. Het bezwaar treft geen doel.

Ad 3 : Er is een mondelinge overeenstemming tot aankoop van een gepacht perceel met Rijkswaterstaat. Naar de stelling van bezwaarmaker gaat de verkoop vanwege de vestiging van het voorkeursrecht niet door. Hierdoor lijdt hij grote schade (bezwaarmaker 2); Het is juist, zoals in het verweer wordt aangegeven, dat de gemeente niet bij deze onderhandelingen c.q. afspraak is betrokken. Indien bezwaarmaker van mening is dat de er sprake is van een afdwingbare afspraak die alsnog dient te worden nagekomen is het aan bezwaarmaker hier juridische stappen voor te ondernemen jegens de partij die het aangaat (Rijkswaterstaat). Of er sprake is van schade wordt in deze procedure niet beoordeeld, maar de vestiging van het voorkeursrecht is een discretionaire bevoegdheid welke terecht door het college en vervolgens de raad is ingezet. Het besluit om een (voorlopig) voorkersrecht te vestigen is daarmee niet onrechtmatig. Het bezwaar treft geen doel.

Pagina 5 van 8

Ad 4 : Het is niet reëel dat de gronden worden aangewezen als bedrijfsbestemming en er bestaat bezwaar tegen het aanhouden van een principeverzoek (bezwaarmaker 2); Verweerder heeft aangegeven dat er een groter gebeid dient te worden aangewezen omdat thans nog niet precies duidelijk is hoe het definitieve gebied eruit zal gaan zien. Dat maakt de vestiging van het voorkeursrecht nog niet irreëel. Volgens vaste jurisprudentie zoals o.a. Rechtbank Oost-Brabant: ECLI:NL: RBOBR:2022:2011, is dit geoorloofd. Het uiteindelijke grondgebruik hoeft nog niet op perceel niveau vast te staan. Verweerder heeft daarbij ook aangegeven dat indien alsnog tot een kleiner of iets ander gebied wordt geconcludeerd op een later moment, waarbij zijn terrein niet zou worden betrokken, dat uiteraard het voorkeursrecht kan vervallen voor zijn perceel. Dat is thans nog niet aan de orde en nog niet bekend. Dat bezwaarmaker de gronden heeft bedoeld als uitbreidingslocatie, heeft geen relatie met het Wvgbesluit. Dit heeft namelijk alleen effect op de vervreemdingsmogelijkheden en niet op de in het bestemmingplan opgenomen bebouwingsmogelijkheden. Voor zover bezwaarmaker van mening is dat het principeverzoek op onjuiste gronden is aangehouden, zal dat verweer op een andere plek dienen te worden gevoerd, namelijk bij een eventuele aanvraag die als gevolg daarvan zou worden afgewezen.

De commissie gaat in deze kwestie niet over de beoordeling of het principeverzoek al dan niet terecht is afgewezen. Het besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht is daarmee niet onrechtmatig. Het bezwaar treft geen doel.

Ad 5 De bevoegdheid om gronden aan te wijzen is voor een ander doel ingezet dan waarvoor de Wvg bedoeld is, namelijk het tegenhouden van de ontwikkeling van het perceel (bezwaarmaker 3); Volgens de commissie is niet vast komen te staan dat de Wvg is ingezet voor een ander doel dan waarvoor het bedoeld is. In zowel het collegebesluit als het raadsbesluit zijn de doelen en belangen duidelijk uiteengezet. Deze doelen zijn in overeenstemming met de wettelijke vereisten voor de vestiging van een voorkeursrecht. Het betreft hier dan ook een groot gebied waarvoor in één keer een voorkeursrecht is gevestigd met een bijbehorende perceellijst. Bezwaarmaker is één van deze eigenaren/betrokkenen die getroffen wordt door het besluit. Dit bezwaar treft geen doel.

Ad 6 Er is een te groot gebied aangewezen en daarmee is sprake van een onevenredig genomen besluit (bezwaarmaker 3); Zoals eerder in dit advies is overwogen is het vaste jurisprudentie dat het aanwijzen van een grotere locatie is toegestaan. Er bestaat in deze fase, vóór het begin van de bestemmingsplanprocedure, immers alleen nog een globaal beeld van de bestemming. Het uiteindelijke grondgebruik hoeft nog niet op perceel niveau vast te staan. De commissie merkt hierbij op dat het perceel van bezwaarmaker in beide varianten met betrekking tot het nieuwe bedrijventerrein voorkomt. Naar het oordeel van de commissie is het aantal percelen waarop het voorkeursrecht gevestigd is niet onevenredig ten opzichte van het gebied c.q. het aantal percelen dat de raad nodig acht. Het is niet komen vast te staan dat dit besluit onevenredig is. De commissie stelt wel vast dat de motivering in het besluit van de afgewogen belangen (waarom het algemeen belang voorgaat op die van de individuele belangen), het vaststellen van een groter gebied en de evenredigheid daarvan, nadere motivering behoeft. Pagina 6 van 8

Hiertoe is een aanzet gedaan in het verweerschrift, welke de commissie kan volgen. Dit kan in de beslissing op bezwaar worden aangevuld onder instandhouding van het raadsbesluit. Dit bezwaar treft geen doel.

Ad7 Het vertrouwensbeginsel is geschonden (bezwaarmaker 3). In het procesdossier is een verklaring opgenomen waarin door de gemeente wordt aangegeven dat “ de bouwmogelijkheden op het naastgelegen perceel zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. De gemeente is niet van plan dit bestemmingsplan op korte termijn te veranderen." Dit is geen verklaring die betrekking heeft op het toezeggen van het al dan niet vestigen van het voorkeursrecht, zodat niet is komen vast te staan dat er in het kader van deze procedure met betrekking tot de vestiging van het voorkeursrecht het vertrouwensbeginsel zou zijn geschonden en dit staat dan ook niet in de weg aan de vestiging daarvan. Dit bezwaar treft geen doel.

Conclusie: Het raadsbesluit kan in stand blijven onder aanvulling van de motivering ten aanzien van de gemaakte belangenafweging waarbij de evenredigheid zal dienen te worden meegenomen in de motivering. De commissie stelt vast dat de besluiten (collegebesluit en raadsbesluit) rechtmatig zijn genomen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding omdat er geen sprake is van een onrechtmatig genomen besluit. Dit geldt zowel voor het collegebesluit als voor het raadsbesluit.

Advies Vcab hoorzitting d.d. 21 augustus 2023:

Ontvankelijkheid: • • •

Bezwaarmaker 1 niet -ontvankelijk te achten inzake het collegebesluit wegens ontbreken van procesbelang; Bezwaarmaker 2 ontvankelijk te achten tegen het collegebesluit omdat er gestelde schade is en daarmee procesbelang; Bezwaarmakers 1, 2 en 3 ontvankelijk te achten tegen het raadsbesluit;

Het besluit: Het raadsbesluit van 14 maart 2023 ongewijzigd in stand te laten; onder aanvulling van de motivering ten aanzien van de belangenafweging met inbegrip van de evenredigheid.

Pagina 7 van 8

Proceskosten •

Geen proceskostenvergoeding toe te kennen aan bezwaarmaker 3 op grond van artikel 7:15 lid 2 Awb, omdat er geen sprake is van onrechtmatig genomen besluiten.

Hoogachtend,

De Vaste Vcab van advies voor de bezwaarschriften

-

Kamer 1

De voorzitter,

De secretaris,

De heer mr. J.C.W. van roessel

Mevrouw mr. S.H. Koppe-Goossens

Bijlage(n) :

-

Verweerschrift Verslagen hoorzitting Besluiten

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13651469/1