Bijlage Addendum bij RV Addendum lokaal eigendom en participatie bij het Zonnekader Altena
Tekst van het document
Op 22 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Altena het 'Zonnekader Altena' vastgesteld. Dit beleid bevat regels bedoeld voor grootschalige grondgebonden zonneparken. Een belangrijk onderdeel van zonneparken is de maatschappelijke kant. Vanwege hun omvang en karakter hebben zonneparken een impact op de leefomgeving van omwonenden. Daarom is het belangrijk om als bevoegd gezag duidelijkheid te geven over wat wel en niet gewenst is, zodat de initiatiefnemer de maatschappelijke kant tijdens de ontwikkeling van het project goed kan vormgegeven. In de praktijk is gebleken dat er in Altena behoefte was aan meer duidelijkheid over de invulling van lokaal eigenaarschap (hierna: lokaal eigendom) en participatie bij zonneparken. In een motie vreemd aan de orde “Zonnekader en lokaal eigenaarschap”, die op 26 maart 2024 is aangenomen door de gemeenteraad, is dit als volgt verwoord: “… voor projecten groter dan 0,5 ha voor direct-omwonenden en inwoners van de dichtstbijzijnde kern actieve participatie (bijv. mede-eigenaarschap) en/of passieve participatie (bijv. omgevingsfonds en/of omwonende regeling) te borgen.” Dit addendum geeft nader invulling aan paragraaf 3.3 uit het Zonnekader Altena (zie ook bijlage 1) ten aanzien van Actieve participatie (lokaal eigendom) en Passieve participatie (Omgevingsfonds en Omwonendenregeling) bij zonneparken.
Daarbij is het begrip lokaal eigendom scherper gedefinieerd en zijn aanvullende voorwaarden opgenomen voor het realiseren van actieve en passieve participatie. Het geeft concreet aan welke inspanningen de gemeente van een initiatiefnemer verwacht. Ook is in dit Addendum een aanscherping van de reikwijdte van het zonnekader opgenomen.
Financiële participatie van de omgeving kan op verschillende manieren worden bereikt. De verschillende opties zijn:
1. Mede-eigenaarschap: bijvoorbeeld via een energiecoöperatie, vereniging, stichting of in een andere vorm; 2. Financiële deelneming: inwoners of bedrijven kunnen financieel deelnemen, bijvoorbeeld via aandelen of obligaties in een wind- of zonneproject;
3. Een omgevingsfonds: een deel van de financiële opbrengsten winsten kunnen via dit fonds ingezet worden ten behoeve van de omgeving (bijvoorbeeld voor natuurontwikkeling, een nieuw buurthuis of sportvelden). Het omgevingsfonds wordt niet beheerd door het bevoegd gezag, maar bijvoorbeeld door een stichting; 4. Een omwonendenregeling: mensen die in de directe omgeving wonen ontvangen een indirect voordeel. Bijvoorbeeld met korting op stroom afkomstig uit het project of door investeringen in het verduurzamen van hun woning.
Uit Zonnekader Altena paragraaf 3.3.2
Ten aanzien van actieve participatie of lokaal eigendom (linkerhelft van het schema) zegt het zonnekader: We hanteren als streven dat minimaal 50% van het eigendom van ieder zonnepark in handen is van inwoners uit Altena (bij voorkeur via mede-eigenaarschap, eventueel aangevuld met financiële deelneming). In het geval van eventuele inzet van eigen gronden van de gemeente streven we naar een percentage van 100%. Om te bepalen wanneer iets nu wel of niet onder lokaal eigendom valt, hanteren we de definities uit de landelijke Monitor Financiële Participatie van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat.
We onderscheiden drie typen lokaal eigendom naast niet-lokaal eigendom: Bewonerscollectieven en lokale partners: eigendom van (een collectief samenwerkingsverband van) bewoners, lokale ondernemers, agrariërs of andere lokale partners in de omgeving van het project. Uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omgeving, inclusief de omwonenden de kans moet hebben gehad om deel te nemen in het project. Publiek: eigendom van gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven, e.d. Dit omvat ook eigendom van bedrijven met 100% publieke aandeelhouders. Lokale bedrijven: eigendom van lokale ondernemers, agrariërs, maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging (vaak op eigen terrein). Niet-lokaal eigendom: eigendom van een partij die niet in de omgeving van het project is gevestigd. Vaak is dit een projectontwikkelaar, maar kan ook een investeringsfonds, vastgoedbedrijf of ander bedrijf zijn. In Altena volgen we hierin de volgende lijn: 1. Wanneer een zonnepark niet groter is dan 0,5 hectare is het niet nodig dat de directe omgeving meedeelt in de opbrengsten van het zonnepark. 2. Wanneer een zonnepark wordt aangelegd in de directe nabijheid van een lokaal bedrijf en aantoonbaar in hoofdzaak wordt gebruikt voor de eigen energie-voorziening van dat bedrijf is het niet nodig dat de directe omgeving meedeelt in de opbrengsten van het zonnepark. 3.
Wanneer een zonnepark groter dan 0,5 hectare niet in hoofdzaak wordt gebruikt voor de eigen energievoorziening van een bedrijf: o moet de directe omgeving in de gelegenheid worden gesteld financieel deel te nemen in het project (lokaal eigendom). Hierbij dient als volgorde te worden aangehouden: eerst direct omwonenden/binnen een straal van 200 m, daarna de kern, daarna de hele gemeente Altena. o dient de initiatiefnemer zich ervoor in te spannen dat minimaal 50% van het eigendom van ieder zonnepark in handen is van inwoners uit Altena. o moet in een participatieplan (als bijlage bij aanvraag omgevingsvergunning) worden beschreven hoe een initiatiefnemer dit doel denkt te bereiken. In dit plan wordt ook aandacht besteed aan passieve participatie en procesparticipatie (zie hieronder).
Ten aanzien van passieve participatie zegt het zonnekader: Daarnaast streven we ernaar dat projecten ook op andere manieren een bijdrage leveren aan de omgeving, in ieder geval via een omgevingsfonds en eventueel aanvullend met een omwonendenregeling (passieve financiële participatie). Als richtbedrag voor een omgevingsfonds hanteren we 50 cent per opgewekte MWh, het richtbedrag dat ook wordt genoemd in het Klimaatakkoord.
In Altena geldt: 1. Voor ieder zonnepark groter dan 0,5 hectare moet in ieder geval een omgevingsfonds worden ingericht. Het in het zonnekader genoemde bedrag van € 0,50 per opgewekte MWh geldt als minimum. In een participatieplan (als bijlage bij aanvraag omgevingsvergunning) moet worden beschreven hoe invulling wordt gegeven aan passieve participatie en procesparticipatie. 2. Voor zonneparken stellen we een omwonendenregeling niet verplicht.
Over social return zegt het zonnekader: We streven naar zoveel mogelijk social returns uit de zonneparken, bijvoorbeeld door het benutten van lokale bedrijven en het zorgen voor lokale werkgelegenheid. In dit addendum stellen we hiervoor geen nadere eisen.
In het Zonnekader Altena ontbreekt een duidelijke bepaling over de reikwijdte. Het “Beleid kleinschalige grond- en veldopstellingen van zonnepanelen voor eigen gebruik” is van toepassing op kleinschalige zonneparken voor eigen gebruik met een gemaximeerde omvang van 350 m2 en enkel wanneer er sprake is van een kleinverbruik aansluiting. Aansluitend hierop geldt het zonnekader Altena voor zonneparken vanaf een omvang van 350 m2 (met klein- of grootverbruiksaansluiting). Het zonnekader is ook van toepassing op zonneparken voor eigen gebruik (vanaf de hiervoor genoemde omvang).
We willen dat de zonneparken meerwaarde hebben voor de inwoners van Altena. Daarom moeten inwoners kunnen meepraten en mede-eigenaar kunnen zijn.
Omwonenden en belanghebbenden moeten kunnen meepraten in het proces om te komen tot een zonnepark
• Onderdeel van de ontwikkeling van ieder zonnepark is een participatieproces waarin inwoners in ieder geval goed geïnformeerd en geraadpleegd worden. Iedereen moet hieraan mee kunnen doen.
We willen dat het eigendom en de revenuen van zonneparken zo veel mogelijk in Altena blijven
• We hanteren als streven dat minimaal 50% van het eigendom van ieder zonnepark in handen is van inwoners uit Altena (bij voorkeur via mede-eigenaarschap, eventueel aangevuld met financiële deelneming). In het geval van eventuele inzet van eigen gronden van de gemeente streven we naar een percentage van 100%.
• Daarnaast streven we ernaar dat projecten ook op andere manieren een bijdrage leveren aan de omgeving, in ieder geval via een omgevingsfonds en eventueel aanvullend met een omwonendenregeling (passieve financiële participatie). Als richtbedrag voor een omgevingsfonds hanteren we 50 cent per opgewekte MWh8, het richtbedrag dat ook wordt genoemd in het Klimaatakkoord.
• We streven naar zoveel mogelijk social returns uit de zonneparken, bijvoorbeeld door het benutten van lokale bedrijven en het zorgen voor lokale werkgelegenheid.
8 Ter indicatie: een zonnepark van 6 hectare levert dan jaarlijks ongeveer €3.000,- per jaar op voor de omgeving.