CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage

Raadsvergadering 9 februari 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Bestemmingsplan Rijksstraatweg 22 Sleeuwijk24.330 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Altena

Bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 Vastgesteld

Gorinchem, 13 januari 2021 NL.IMRO.1959.SleBP020Rijksstr22-VG01

            Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl

Gemeente Altena

Bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 Vastgesteld

Toelichting

Gorinchem, 13 januari 2021 NL.IMRO.1959.SleBP020Rijksstr22-VG01

4

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

Inhoud 1

Inleiding 9 1.1 Aanleiding 9 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 9 1.3 Vigerend bestemmingsplan 10 1.4 Bij het plan behorende stukken 10 1.5 Leeswijzer 10 2 Beleidsaspecten 11 2.1 Rijksbeleid 11 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) 11 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 11 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 12 2.2 Provinciaal beleid 12 2.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant 12 2.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ 13 2.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (derde concept) 15 2.3 Regionaal beleid 15 2.3.1 Structuurvisie ‘Land van Heusden en Altena’ 15 2.3.2 Regionale woonvisie Land van Heusden en Altena 16 2.4 Gemeentelijk beleid 16 2.4.1 Welstandsnota 16 3

Analyse van de bestaande situatie 18 3.1 Historische ontwikkeling 18 3.2 Ruimtelijke en functionele structuur 19

4

Planontwikkeling 20

5

Onderzoek en verantwoording 21 5.1 Cultuurhistorie en Archeologie 21 5.2 Bodem 24 5.3 Milieu 24 5.3.1 Flora en Fauna 24 5.3.2 Stikstofdepositie 25 5.3.3 Waterparagraaf 26 5.3.4 Wegverkeerslawaai 28 5.3.5 Bedrijven en Milieuzonering 28 5.3.6 Luchtkwaliteit 29 5.4 Externe Veiligheid 29 5.5 Brandveiligheid 30 5.6 Kabels en leidingen 31 5.7 Vormvrije MER beoordeling 31

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

5

6

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

Juridische aspecten 33 6 6.1 Het juridisch plan 33 6.2 Beschrijving van de bestemmingen 33 6.2.1 Inleidende bepalingen 33 6.2.2 Bestemmingen 33 6.2.3 Algemene regels en slotbepalingen 33 7

Uitvoerbaarheid 35 7.1 Economische uitvoerbaarheid 35 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 35

Overzicht van losse bijlagen: 1. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek), rapportnr. RAAP-RAPPORT 3724, 18 januari 2019 2. Quickscan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 22 te Sleeuwijk, rapportnr. 2018.3251, januari 2019 3. 20190118_Watertoets, Waterschap Rivierland, dossiercode 20190118-9-19639, 19 januari 2019 4. Verkennend bodemonderzoek Rijksstraatweg 22 te Sleeuwijk, rapportnr. BM/24177-18, november 2018 5. Quickscan bedrijven en milieuzonering Rijksstraatweg 22 te Sleeuwijk, Tritium advies, rapportnr. 1812/112/JOW01, 29 januari 2019 6. Berekening stikstofdepositie Rijksstraatweg 22 te Sleeuwijk, Tritium Advies, documentnr. 1911/275/JOW-01, 27 december 2019

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

7

8

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstelling Voorliggend bestemmingsplan betreft het perceel aan de Rijksstraatweg 22, te Sleeuwijk. De Rijksstraatweg is gelegen aan de oostrand van het Brabantse dorp Sleeuwijk, één van de eenentwintig kernen in de gemeente Altena. De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan “Rijksstraatweg te Sleeuwijk” is de voorgenomen ontwikkeling van de eigenaar/initiatiefnemer om hier twee vrijstaande grondgebonden woningen te realiseren. Binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’ geldt hier de bestemming ‘Maatschappelijk’ en mogen op deze locatie geen woningen gerealiseerd worden. Het doel van voorliggend bestemmingsplan is het opstellen van een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Middels de regels behorend bij dit bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling van de bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk gemaakt. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie aan de Rijksstraatweg is gelegen aan de oostrand van de kern Sleeuwijk. Het perceel heeft een oppervlakte van ca. 1280 m2. Rondom het perceel, aan de Rijksstraatweg en de Oudeweg, zijn bestaande woningen gelegen.

Figuur 1.1: Ligging plangebied, locatie rood omcirkeld

g

we de

Ri

jks

str a

at

w

eg

Ou

Figuur 1.2: Ligging plangebied, locatie rood omcirkeld Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

9

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is bestemmingsplan “Kern Sleeuwijk”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 22 mei 2012. In het vigerend bestemmingsplan “Kern Sleeuwijk” heeft het plangebied de bestemming “Maatschappelijk”. Dit houdt in dat op deze locatie activiteiten gericht op sociale, maatschappelijke, educatieve, (para)medische en openbare dienstverlening uitgeoefend mogen worden. Het huidige bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met een maximum bouwhoogte van 5 meter. Om de nieuwe woningen juridisch mogelijk te maken is een wijziging van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Naast de vigerende maatschappelijke bestemming is ter plaatse eveneens een dubbelbestemming ‘WaardeArcheologie - 1’ en ‘Waarde-Archeologie - 5’ van toepassing. De dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie - 1’ is gericht op het behoud, de bescherming en/of het herstel van de archeologische vindplaats. In de bouwregels van deze dubbelbestemming is vastgelegd dat op gronden met deze dubbelbestemming geen bouwwerken gebouwd mogen worden waarbij de bodem dieper dan 0,3 meter wordt geroerd, of met een oppervlakte groter dan 50 m². De dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie - 5’ is gericht op het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende middelhoge archeologische waarden.

In de bouwregels van deze dubbelbestemming is vastgelegd dat op gronden met deze dubbelbestemming geen bouwwerken gebouwd mogen worden waarbij de bodem dieper dan 3 meter wordt geroerd, of met een oppervlakte groter dan 100 m².

Figuur 1.3: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’, locatie in rood omlijnd

1.4 Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerende beleid inhoudt. 1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 3 wordt de planontwikkeling toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt de planontwikkeling toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de milieuhygiënische en planologische randvoorwaarden uiteengezet. De juridische opzet van het plan wordt toegelicht in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

10

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

2

Beleidsaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op het (bovenlokaal) ruimtelijk beleid. Het betreft onder andere rijksbeleid, dat dient door te werken in dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt een beschrijving van de belangrijkste beleidsdocumenten op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau voor zover relevant voor het plangebied gegeven. Als relevante ruimtelijke bovenlokale plannen moeten worden bezien: • Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012) • Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (30 december 2011) • Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (2014) • Verordening ruimte Noord-Brabant (2016) 2.1

Rijksbeleid

2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Een van de centrale uitgangspunten is de scheiding tussen beleid en normstelling. Het beleid wordt in eerste aanzet vormgegeven in een structuurvisie en is juridisch alleen nog bindend voor de rijksoverheid. Naast integraal planologisch beleid, kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent onder andere bestemmingsplannen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Dit betekent dat respectievelijk provinciale inpassingplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen daarop moeten worden afgestemd. De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. In een brief van 9 juli 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu bij de Eerste Kamercommissie aangegeven uitvoering aan de SVIR te willen geven. De SVIR vervangt de Nota Ruimte en heeft als streven “Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig” te maken.

In de SVIR zijn 13 nationale belangen gedefinieerd, waaronder het versterken van de mainportfuncties en het verbeteren van de rijksinfrastructuur, het behoud van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en fauna. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking: In de SVIR is tevens de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.16 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder in werking getreden, waar in de tekst van artikel 3.16 lid 2 van het Bro wordt terug gebracht naar de essentie: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De Laddertoets dient te worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Doorwerking in dit bestemmingsplan Toetsend aan deze ladder dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, wordt in het Bro en de daarop berustende bepalingen onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het begrip ‘woningbouwlocatie’, is niet nader gedefinieerd in het Bro. Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) van 28 juni 2017 de hoofdlijnen van haar jurisprudentie uiteengezet.

De Afdeling werkt gestructureerd een aantal thema’s uit en doet dat aan de hand van jurisprudentie. Zo benadrukt de Afdeling dat een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel moet zijn om aangemerkt te kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling. Als het plan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, is die ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling aan te merken. Met onderhavig bestemmingsplan worden twee woningen mogelijk gemaakt in bestaand stedelijk gebied. Gelet hierop voorziet het onderhavige plan niet in een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de genoemde bepaling, en is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Gesteld kan worden dat de ‘ladder duurzame verstedelijking’ Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

11

niet van toepassing is op het onderhavige plan. 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in het Natuurnetwerk Brabant (NNB, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur, EHS), of met het vrijwaren van functies. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met onderdelen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Doorwerking in het bestemmingsplan Het Barro spreekt zich niet nadrukkelijk uit over de ruimtelijke invulling van de locatie. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. 2.2

Provinciaal beleid

2.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant De Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (SVRO), waarin het beleid van de Interimstructuurvisie is doorvertaald, is vastgesteld op 1 oktober 2010 en op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant herzien en vervolgens in maart 2014 vastgesteld. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Één van deze instrumenten is de provinciale verordening. In de Verordening ruimte zijn de kader stellende elementen uit de SVRO vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie NoordBrabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon, werk- en leefmilieus en voor een kennis innovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant.

Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. De provincie wil haar woningbouwopgave zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied opvangen.

va01

Figuur 2.1: Uitsnede structuurvisie Noord-Brabant. Locatie in rood aangeduid

12

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

Doorwerking in het bestemmingsplan De structuurvisie ruimtelijke ordening spreekt zich niet specifiek uit over de locatie. De locatie is gelegen in de kern van Sleeuwijk en voorziet in algemene zin in zorgvuldig ruimtegebruik en in een bescheiden intensivering van het bestaand stedelijk gebied. 2.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ De Omgevingswet, die in 2021 in werking treedt, bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een ‘diepe’ manier van kijken, een ‘ronde’ manier van kijken en een ‘brede’ manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren. Dit houdt in dat men kijkt naar wat het initiatief voor ‘people’ in de gemeenschap betekent, wat het voor de ‘planet’ ofwel leefomgeving betekent en wat het oplevert in economisch opzicht of wel ‘profit’. Bij afwegingen die moeten worden gemaakt over het behoud van levenskwaliteit in het hier en nu, in sociaal, economisch en ecologisch opzicht, moet rekening worden gehouden dat dit niet ten koste mag gaan van de levenskwaliteit elders en later.

De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten. De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk. Er is één basisopgave (werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit) met als één van de vier hoofdopgaven voor 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”. Ook wil de provincie in 2050 energieneutraal zijn, en klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. De provincie wil tevens dat het stedelijk netwerk van Brabant in 2050 functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-West Europese metropool. Tot slot is één van de vier hoofdopgaven dat Brabant in 2050 top kennis- en innovatieregio in Europa is. Visie op duurzame energie De provincie koppelt haar beleid aan het Rijksbeleid en nationale doelen. Nederland heeft voor 2030 een tussendoel gesteld van 49% CO2-reductie.

In Noord-Brabant is deze ambitie voor 2030 overgenomen als nieuwe, minimaal te realiseren ambitie van 50%. Dit uitgangspunt is vertaald naar een eigen ambitie voor duurzame energieopwekking, besparing en beperking van CO2-uitstoot. Het doel voor 2060 is om 100% duurzame energie te gebruiken, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht tweesporenbeleid van de provincie: • Verminderen van energieverbruik in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en; • Verduurzaming van energie, door grootschalig gebruik van energie via wind, zon, water en duurzame warmte. Een duurzame energieproductie biedt kansen voor de economische motor, sociale samenhang en het maatschappelijk rendement. Nieuwe digitale toepassingen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te doen. De provincie sluit aan op de vijf nationale transitiepaden: elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik. Gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor een energieneutrale gebouwde omgeving. De provincie zet zich in voor de transitie van onze woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Doorwerking in het bestemmingsplan Onderhavige ontwikkeling is aan verschillende omgevingsapecten getoetst.

De conclusie is dat de planontwikkeling aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening met respect voor de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur.

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

13

2.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (derde concept) Naast één omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet straks ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, worden in de omgevingsverordening de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De omgevingsverordening bevat straks alle provinciale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving (en vervangt dus ook de huidige Vr). Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Interim omgevingsverordening (Iov) op 25 oktober 2019 vastgesteld. Op 5 november 2019 is deze in werking getreden. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 01 januari 2021 in werking. De Iov is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd.

Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Binnen een hoofdstuk is een verdeling gemaakt naar relevante beleidsthema’s waarbij per hoofdstuk zoveel mogelijk eenzelfde volgorde is gekozen. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is met name hoofdstuk 3 van belang. Hierin zijn namelijk de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening.

Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de Iov. Een bestemmingsplan moet invulling geven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving (artikel 3.5 t/m 3.9).

Figuur 2.2: Uitsnede Interim omgevingsverordening, ligging in stedelijk gebied, landelijke kern. Locatie zwart omlijnd.

Doorwerking in dit wijzigingsplan Het plangebied bevindt zicht binnen de kern Sleeuwijk, in het stedelijk gebied, landelijke kern. Hiermee wordt aangesloten op het beleid uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dat gericht is op het bundelen van nieuwe ontwikkelingen binnen stedelijke concentratiegebieden.

14

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

2.3

Regionaal beleid

2.3.1 Structuurvisie ‘Land van Heusden en Altena’ De structuurvisie is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht voor alle gemeenten, en geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De structuurvisie is voor burgers niet bindend. De structuurvisie is de basis voor besluiten die wél bindend zijn voor burgers, zoals bestemmingsplannen. De gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem willen beschikken over een actueel, digitaal raadpleegbare intergemeentelijke structuurvisie, die voldoet aan de eisen van de huidige tijd en waarin beleidswijzigingen van zowel gemeentelijk, regionaal, provinciaal als rijks- en Europees beleid zijn doorvertaald. De vorige StructuurvisiePlus ‘Land van Heusden en Altena’ (vastgesteld in 2004) is geactualiseerd en op onderdelen bijgesteld. Het resultaat is opgenomen in de structuurvisie ‘Land van Heusden en Altena’ met de bijbehorende structuurvisiekaart, vastgesteld op 25 juni 2013. De visie geeft aan hoe de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot 2025 omgaan met thema’s als wonen, voorzieningen, economie, omgeving en eigenheid en verkeer en mobiliteit. De locatie is gelegen in het bestaand stedelijk gebied.

A27

Voor het thema wonen kent de structuurvisie de volgende aandachtspunten: Voldoende passende woonruimte Actuele bevolkingskrimp is in de regio niet aan de orde. Meerjarenprognoses laten groei noch krimp zien voor de regio. Wel zal een verschuiving in leeftijdscategorie (afnemend aantal jongeren, toenemend aandeel ouderen) optreden. Dat vraagt om een andere benadering van de woningmarkt. De hoeveelheid één- en tweepersoons huishoudens neemt toe. Waarbij het erop aankomt deze doelgroep voldoende passende woonruimte te bieden, al dan niet in combinatie met (extramurale) zorg. Gelet op deze ontwikkelingen wordt de prioriteit gelegd bij: • Woningen en woonomgevingen die het voor jongere huishoudens aantrekkelijk maken in het Land van Heusden en Altena of in hun eigen kern te blijven wonen; • Woningen die mensen in staat stellen om ook in hun latere levensfase zo lang mogelijk te blijven wonen in een voor hun ook sociaal passende woonomgeving. Hiermee verandert ook de woonopgave, waarbij de kwaliteit van de woningvoorraad en een goede differentiatie daarbinnen belangrijker wordt dan de kwantiteit. Hoewel de gemeenten geen primaire verantwoordelijkheid hebben in het realiseren van een passende voorraad, willen en zullen ze wel een actieve rol spelen. Dit door geschikte planologische en juridische kaders voor transformatie of toevoegingen aan de voorraad mogelijk te maken.

Adequaat locatie aanbod voor wonen Voor de planperiode richting 2025 is zowel op het niveau van de regio als geheel, maar ook op het niveau van de afzonderlijke kernen voldoende plan- en locatievoorraad beschikbaar om adequaat in de uitbreidingsbehoefte A15 voor wonen te kunnen voorzien. Er doen zich hierbij in kwantitatieve zin geen knelpunten voor. Veel eerder is, zoals hiervoor al geduid, de opgave de goede woningen aan de voorraad toe te voegen. De gemeenten hanteren voor wat betreft de woningkwantiteit de provinciale woningbouwprognoses als uitgangspunt. Boven Merwede

Waal

Sleeuwijk Woudrichem Werkendam

Afg e

da

Rijswijk

A27

Figuur 2.3: Fragment structuurvisie Land van HeusdenUppel en Altena

md

eM

aa

s

Giessen Uitwijk

Doorwerking in het bestemmingsplan Andel De maatschappelijke functie van het plangebied wordt veranderd naar de functie wonen. Dat past bij de kleinschalige Waardhuizen Nieuwendijk structuur van de lintbebouwing. Er staan aan dit lint voornamelijk vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen. Dat sluit aan bij de korrel en schaal van het historische lint. Almkerk

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

15

2.3.2 Regionale woonvisie Land van Heusden en Altena De regionale woonvisie is een gezamenlijk product van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem (nu gemeente Altena) en de corporaties Stichting Woonlinie, Woonservice Meander en Woonstichting Land van Altena. De woonvisie heeft betrekking op de periode 2016 - 2019 en beschrijft de bouwstenen voor het wonen van het Land van Heusden en Altena. De belangrijkste bouwsteen zijn de bewoners van dit gebied. Het zijn mensen met een hoog arbeidsethos, een hoge betalingsmoraal, spaarzaamheid, gebondenheid aan de eigen gemeenschap/ kern, ingetogen gedrag, lagere verhuisdrang, gemeenschapszin, waardering voor traditie en vakmanschap, sterkere drang tot vrijwilligerswerk, maar ook sociale controle en morele beoordeling. Dit biedt ingrediënten voor gemeenschapsvorming, die goed kan aansluiten op het proces van toenemende individuele verantwoordelijkheid in het domein van wonen, leven en zorg.

Figuur 2.4: Woonvisie Land van Heusden en Altena

In het Land van Heusden en Altena is sprake van een hoogwaardige woon- en leefomgeving in de buurt van werkgelegenheidsconcentraties. Geconstateerd is dat de woningvoorraad niet meer op alle punten aansluit bij de behoeften van de wijzigende bevolking. Er zijn 10 principes benoemd die als richtinggevend worden beschouwd voor het beleid en de uitvoering. Deze zijn verwoord in figuur 2.5. Een andere manier van sturing wordt ingezet waarbij de gemeente minder zelf wil bepalen wat waar precies moet komen, maar ontwikkelingen aan de burgers en markt overlaten. Deze ontwikkelingen worden vervolgens getoetst aan de beschreven principes. Op basis hiervan wordt een keuze gemaakt om ontwikkelingen toe te laten, dan wel te stimuleren die daaraan het beste tegemoet komen. Doorwerking in het bestemmingsplan Met de herontwikkeling van twee vrijstaande woningen wordt een bijdrage geleverd aan meerdere ambities zoals hierboven genoemd. Ook programmatisch is de ontwikkeling gewenst, omdat het een belangrijke bijdrage levert aan de gewenste woningbouwproductie in de regio. 2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1 Welstandsnota Voorheen hanteerde de gemeente Werkendam de welstandsnota. Binnen de gemeente Altena is deze nota voor de voormalige gemeente Werkendam nog steeds van toepassing. Het uiterlijk en de plek van een gebouw mogen niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. Welke eisen dit zijn, heeft de voormalige gemeente Werkendam vastgelegd in de welstandsnota. De welstandsnota beschrijft daarmee het welstandsbeleid dat de gemeente hanteert. De welstands-nota geeft de burger informatie en inzicht over de wijze waarop de welstandscommissie over bouwplannen zal adviseren. De criteria van de voormalige gemeente Werkendam die bij deze advisering een rol spelen worden met de nota geobjectiveerd 16

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

en gemotiveerd. De uitslag van de beoordeling van een bouwplan door de welstandscommissie wordt daardoor beter voorzienbaar. De gemeente Werkendam hanteert in de Welstandsnota voor de verschillende gebieden binnen de gemeente eigen beoordelingskaders. De ruimtelijke kwaliteiten die een gebied kenmerken worden zo meegenomen in de welstandsbeoordeling. Het bouwwerk moet zowel op zichzelf als ook in zijn omgeving worden beoordeeld, waarbij ook verwachte veranderingen van die omgeving een rol kunnen spelen.

Figuur 2.5: Welstandsnota 2011, locatie rood omcirkeld

Figuur 2.6: Welstandsnota 2011, locatie zwart omcirkeld

Volgens de welstandsnota 2010 behoort het plangebied tot de kern van Sleeuwijk en de historische dorpse lintbebouwing (H2). In dit gebied (donkerpaars) dient er een welstandstoets plaats te vinden. Hiervoor geldt welstandsniveau 1. In de welstandsnota zijn samengevat vier welstandsniveaus opgenomen: A. niveau 1: streng Dit zijn gebieden die van cruciale betekenis zijn voor het totaalbeeld voor de kernen en het landschap. Verder is dit niveau van toepassing op gebieden met hoge cultureelhistorische, architectonische, landschappelijke of stedenbouwkundige waarde. B. niveau 2: regulier Dit zijn gebieden die om een zorgvuldige afstemming vragen van nieuwe bouwkundige ingrepen. Dit niveau is van toepassing op de meest coherente woon-, werk- en leefomgevingen. C. niveau 3: soepel Dit niveau geldt alleen voor gebieden met een beperkte betekenis voor de openbare ruimte, zoals industrieterreinen of gebieden waar zeer bewust is gekozen voor een grote mate van vrijheid. D. niveau 4: welstandsvrij Deze gebieden zijn geheel welstandsvrij. Bouwwerken worden in deze gebieden niet getoetst aan redelijke eisen van welstand. Wel geldt hier de excessenregeling. Doorwerking in het bestemmingsplan Bij de uitwerking van bouwplannen voor de twee vrijstaande woningen zal een welstandstoets conform niveau 1 (streng) aan de orde zijn.

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

17

3

Analyse van de bestaande situatie

3.1 Historische ontwikkeling Sleeuwijk maakt historisch deel uit van het Land van Altena en werd gedurende een lange periode bestuurd vanuit Woudrichem. Sinds 1815 maakte Sleeuwijk deel uit van de gemeente De Werken en Sleeuwijk. In 1950 ging, de toen 4218 inwoners tellende gemeente, op in de gemeente Werkendam. Uit de rechtsbronnen van Woudrichem blijkt dat Sleeuwijk al in 1307 bestond. Haar ontwikkeling dankt het dorp aan de ligging langs de belangrijke verbinding naar het verderop gelegen veer, dat eeuwenlang de zuidelijke oever van de Waal met Gorinchem verbond. De oudste vermelding van het ‘vere tote Sleewijc’ dateert uit 1327 uit een afschrift van de Leenkamer Holland, en daarmee is het één van de oudste veren van Nederland. Archeologische bewoningssporen zijn nauwelijks bekend, met uitzondering van sporen van vroeg-middeleeuwse bewoning bij de Roef. Het dorp bestaat grotendeels uit 20e-eeuwse woonwijken. De oudste bebouwing is te vinden langs het Hoekeinde en de Rijksstraatweg. In 1589 werd de kerk van Sleeuwijk verwoest toen de dijk van de Boven-Merwede werd doorgestoken. Later werd deze kerk weer hersteld. In 1594 werd in opdracht van Willem van Oranje, de Muggenschans gebouwd, alsmede Fort De Werken, op de plaats waar later Fort Altena zou komen. Deze schans werd sinds het begin van het Twaalfjarig Bestand, 1609, niet meer gebruikt.

Tot in de 2e helft van de 20e eeuw was de schans nog enigzins zichtbaar. Thans is de schans niet meer zichtbaar. Het plangebied ligt aan het historische lint de Rijksstraatweg.

Figuur 3.1: Historische kaart omstreeks 1900, locatie zwart omcirkeld

18

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

3.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan de oostzijde van de kern Sleeuwijk, aan het historische dorpse lint de Rijksstraatweg. De omgeving kenmerkt zich als woongebied met overwegend grondgebonden woningen, met voornamelijk vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen. Momenteel bevindt zich op het terrein een leegstaand kerkgebouw. Door deze te verwijderen en twee vrijstaande woningen toe te voegen, wordt aan kwaliteit toegevoegd. g

e ew ud

Ri

jks

str a

at

w eg

O

Figuur 3.2: plangebied, rood gestippeld

Figuur 3.3: huidige bebouwing plangebied (kerkgebouw)

Figuur 3.4: Rijksstraatweg vanaf de zuidkant genomen

Figuur 3.5: Rijksstraatweg vanaf de noordkant genomen Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

19

4

Planontwikkeling

Het plan voorziet in de bouw van twee vrijstaande woningen die passen binnen de lintbebouwing van de Rijksstraatweg. In figuur 4.1 is de opzet van de beoogde ontwikkeling weergegeven. De ontsluiting van het perceel vindt plaats vanaf de Rijksstraatweg. Parkeren vindt plaats op het kavel. Uitgangspunt hierbij is dat er ruimte moet zijn voor het parkeren van minimaal twee auto’s op eigen terrein. Aangezien de kavels een oppervlakte hebben van ca. 620 m2, is het plangebied van een dusdanige grootte dat kan worden voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Het plan maakt twee vrijstaande woningen mogelijk van één of maximaal anderhalve bouwlaag met kap. In de regels van dit bestemmingplan zijn voorwaarden opgenomen betreft de maatvoering en situering van het hoofd- en de bijgebouwen. Daarbij is aansluiting gezocht op het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’. De gooten nokhoogte van het hoofdgebouw mogen respectievelijk maximaal 4,5 en 10 meter bedragen. Deze maten gelden nagenoeg in de gehele Rijksstraatweg en past qua maat en uitstraling heel goed in de straat. De diepte van het hoofdgebouw mag niet meer dan 12 meter bedragen en de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens dient minimaal 3 meter te bedragen. Hiermee wordt aangesloten op de regels uit het vigerend bestemmingsplan.

Figuur 4.1: Stedenbouwkundige schets (schaalloos), locatie rood gestippeld

20

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

5

Onderzoek en verantwoording

Ten behoeve van de ontwikkeling van het plan Rijksstraatweg te Sleeuwijk is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. In dit hoofdstuk worden de betreffende rapporten beknopt samengevat en hun relevantie met deze herziening weerlegd. 5.1

Cultuurhistorie en Archeologie

Cultuurhistorie Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. De aandacht voor cultuurhistorie is ook wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 3.1.6 onder 2 van dit Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. Daarnaast dient melding te worden gemaakt van de Cultuurhistoriekaart van Werkendam en Aalburg (Deelrapport I van de Erfgoedkaart voor de gemeenten Aalburg en Werkendam, RAAP-rapport 2190, kaartbijlage 2).

Cultuurhistorisch vlak ‘Land van Heusden en Altena’ (CHW) Het plangebied is gelegen binnen het cultuurhistorisch vlak ‘Land van Heusden en Altena’. Het land van Heusden en Altena maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap met hogere oeverwallen langs de rivieren en lager gelegen open komgebieden in het binnenland. Het buitendijkse uiterwaardengebied overstroomt jaarlijks. Het gebied wordt aan drie zijden begrensd door de rivieren Nieuwe Merwede, Bergsche Maas en Afgedamde Maas. Kenmerkende waterlopen binnen het gebied zijn de Alm en de Dussen. Op de oeverwallen van de rivieren, op enkele donken (zandopduikingen) en op de stroomruggen van enkele fossiele rivierlopen zijn de stadjes en dorpen ontstaan. In de lager gelegen komgebieden in het oosten van het gebied ontbreekt de bebouwing grotendeels. De hoger gelegen delen van het land worden vanouds gebruikt als akkers en boomgaarden. De natte komgebieden zijn grotendeels als grasland in gebruik. Ook vinden we er eendenkooien en een aantal grienden. Het westelijke deel van het gebied heeft na de St.-Elisabethsvloed lange tijd onder invloed van eb en vloed gestaan en is vanaf de zeventiende eeuw ingepolderd. De bebouwing was hier vanouds geconcentreerd op de dijken, in Hank en Nieuwendijk is in de vorige eeuw rondom de kerk een dorpskom ontstaan.

De boerderijen liggen aan dijken, staan op terpen of liggen verspreid in het land aan de polderwegen.

Figuur 5.1: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 Noord-Brabant Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

21

In Het Land van Heusden en Altena komen diverse kasteelterreinen voor. Vroeger lag het Land van Heusden en Altena relatief geïsoleerd ten opzichte van de infrastructuur. Hierdoor kent het gebied geen omvangrijke verstedelijking. Langs de oevers van de rivieren ligt een kralenketting van (kerk-) dorpen. Binnen deze kralenketting is een duidelijk verschil in dynamiek. De dorpen langs de afgedamde Maas en de Nieuwe Merwede liggen op zeer korte afstand van elkaar en grenzen direct aan de rivieren. Op enkele plaatsen zijn dorpen samengesmolten tot één stedelijk gebied (Rijswijk-Giessen en Wijk en Aalburg). De dorpen langs de Bergsche Maas zijn kleiner en hebben veelal nog hun oorspronkelijke structuur. In het kader van ruilverkaveling in de tweede helft van de vorige eeuw is in het grootste deel van de regio een rationele parcelering aangebracht en zijn diverse nieuwe boerderijen gebouwd buiten de dorpen. Doorwerking in het bestemmingsplan Binnen het plangebied zelf zijn géén cultuurhistorisch waardevolle structuren of elementen aanwezig die karakteristiek zijn voor het cultuurhistorisch vlak. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die het landschap van het land van Heusden en Altena aan zou kunnen tasten. 



 Cultuurhistoriekaart van Werkendam en Aalburg  De historisch-geografische relicten omvatten ondermeer de historische bewoningskernen, historische wegen,   waterlopen, dijken, ontginningsstructuren en eendenkooien. De historische bewoningskernen in de gemeente Aalburg zijn veelal ontstaan vanuit de Middeleeuwen. In de  gemeente Werkendam is de  meeste bewoning in de  loop van de Nieuwe tijd ontstaan en in de Biesboschpolders zelfs pas in de 19e eeuw. Als het gaat  om de aanwezige zijn in de  ontginningsstructuren kent het onderzoeksgebied een duidelijke onderscheid in patronen die geworteld   Ten oosten van de Kornse Dijk ligt de basis Middeleeuwen en patronen die in de loop van de Nieuwe tijd zijn ontstaan.   van de ruimtelijke ordeningspatronen voor een groot deel in de Middeleeuwen.

Hoewel door de ruilverkavelingen   in de 20e eeuw wel aangetast, is hier het historische patroon met de oeverwallen als ontginningsbasis en de van   daaruit in lange stroken ontgonnen komgebieden nog goed  herkenbaar. Ten westen van de Kornse Dijk was het    in een zoetegetijdendelta en werden alle oude vruchtbare rivierenlandschap na de St.Elizabethsvloed veranderd    ontginningspatronen van de kaart geveegd. Vanaf het moment dat aan de randen van de binnenzee  de eerste     Nog verder  aanwassen droogvielen, werd het gebied polder voor polder weer drooggelegd. naar het westen, voorbij       afgedekt door een dikke laag getijdenklei, maar ook de buitenkade, is het voormalige rivierenlandschap niet alleen      sterk geërodeerd.

De kreken en killen die het westelijk deel van de gemeente Werkendam doorsnijden zijn hiervan de     getuigen. Oorspronkelijk had dit gebied hetzelfde karakter als de huidige Biesbosch, maar door geleidelijke inpoldering     kenmerkt het zich nu als een uitgestrekt landbouwgebied. Het beschreven onderscheid vertaald zichin een duidelijke       waarin de historisch bouwkundige en verdeling van het gebied in drie historischgeografische hoofdlandschappen,        historisch-geografische relicten verankerd zijn: het oude rivierenlandschap ten oosten van de Kornse Dijk, de oudste       aanwassen in de randzone van het estuarium direct ten westen van de Kornse Dijk, en de jonge Biesboschpolders ten

     westen van de Buitendijk.      

     legenda met enkel geldende  Uitsnede waarden   

  

  

  

  

  

  

  

  

  

     

 

  

     

       

  



  

  

  

  

  

  

 

  

  

     



    

 

 

 

    

Figuur 5.2: Uitsnede beleidskaart archeologie gemeente Altena 2019 (locatie rood omcirkeld)   

22

 

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021 

   

 

       

       

Doorwerking in het bestemmingsplan De locatie is gedeeltelijk gelegen in de historische bewoningskern. Tevens is het gelegen aan een waardevol lijnelement en waardevol groen. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die deze waardevolle elementen aantast. Conclusie Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die het landschap van het land van Heusden en Altena aan zou kunnen tasten. De Rijksstraatweg zelf is een historisch lint met historisch groen erlangs, het plangebied ligt in de historische kern. De ontwikkeling zal passend in het lint moeten worden toegepast. Hiermee vormt het planvoornemen geen belemmering voor het uitvoeren van deze ambitie. Archeologie125 Sinds 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg van kracht. Deze wet regelt de zorg voor ons bodemarchief en is de vertaling van het Verdrag van Malta. De essentie van deze wet is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden moeten blijven. Op het gemeentebestuur rust de plicht om zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie in een gebied alvorens bij een plan uitvoerbare Update archeologische beleidskaart bestemmingen aan te wijzen. Sinds de invoering van deze wet zijn Land gemeenten dus belast met de zorgplicht voor van Heusden en Altena het archeologisch erfgoed.

Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien Gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem RAAP-notitie kaartbijlage 3, schaal 1:15.000 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één6322, integrale Erfgoedwet. De omgang met legenda archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 Update archeologische beleidskaart in werking zal archeologische kaarteenheiden Altena diepteligging categorie Land van Heusden treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden 0 m -Mv 1 AMK-terrein beschermd Gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem gehandhaafd. RAAP-notitie 6322, kaartbijlage 3, schaal 1:15.000 Update archeologische beleidskaart 2 archeologische vindplaats 0 m -Mv legendavan Land Heusden en Altena Altena geborgd een gemeentelijk Deze gemeentelijke rol op het gebied van archeologie heeft de gemeente AMK-terrein

historische kern archeologische kaarteenheid

0 m -Mv

2

0diepteligging m -Mv

2categorie

Gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem archeologiebeleid dat bestaat uit de nota archeologie, de erfgoedverordening en nederzetting de archeologische 0 m beleidskaart. -Mv AMK-terrein beschermd 31 RAAP-notitieverdronken 6322, kaartbijlage 3, schaal 1:15.000 onbekend

Uitsnede legenda met enkel geldende waarden legenda

behoud in situ

behoud in situ

behoud in situ beleidslijn

in alle gevalle behoud in situ

0 -m0,5 -Mvm -Mv

32

behoud in situ

0,5 1,5 m -Mv 0 m--Mv diepteligging

3categorie 2

behoud in situ beleidslijn

middelhoge archeologische historische kern AMK-terrein beschermd verwachting

00 -m m0,5 -Mvm -Mv -Mv

412

behoud in situ in alle gevalle

middelhoge archeologische verwachting verdronken nederzetting AMK-terrein

0,5 1,5 m -Mv 0onbekend m--Mv

423

behoud in in situ situ behoud

middelhoge archeologische verwachting hoge archeologische verwachting archeologische vindplaats

1,5 --Mv 3 m -Mv - 0,5 00 m

423

behoud in in situ situ behoud

hoge archeologische verwachting middelhoge archeologische verwachting historische kern

1,5-Mv m -Mv m 030,5-m5--Mv

243

behoud in in situ situ behoud

middelhoge nederzetting archeologische verwachting verdronken

0-m 0,5-Mv m -Mv >5 onbekend

34

behoud in in situ situ behoud

middelhoge archeologische verwachting middellage archeologische verwachting hoge archeologische verwachting

- 1,5m -Mv 000,5-- 0,5 0,5 mm-Mv -Mv

354

behoud in in situ situ behoud

middelhoge archeologische verwachting middellage archeologische verwachting hoge archeologische verwachting

1,5 -- 1,5 3 mm 0,5 -Mv 0,5 1,5 m-Mv -Mv

354

behoud in in situ situ behoud

middellage middelhogearcheologische archeologischeverwachting verwachting middelhoge archeologische verwachting

m-Mv -Mv 3 -- 0,5 5- 3mm 01,5 -Mv

544

behoud behoud in in situ situ

middellage middelhogearcheologische archeologischeverwachting verwachting middelhoge archeologische verwachting

3>5- m 5- 1,5 m-Mv -Mv 0,5 m -Mv

544

behoud behoud in in situ situ

lage archeologische verwachting middellage archeologische verwachting middelhoge archeologische verwachting

n.v.t. 0 - 0,5 m -Mv -Mv 1,5 -3m

645

archeologisch behoud in in situ situ behoud

archeologisch onderzoek (grens onderzoeksmelding) middellage archeologische verwachting 1,5-Mv m -Mv 30,5- 5- m middelhoge archeologische verwachting

45

afhankelijk va behoud in in situ situ behoud

middellage archeologische middelhoge archeologischeverwachting verwachting

45

behoud in in situ situ behoud

hoge archeologische verwachting AMK-terrein

hoge archeologische verwachting archeologische vindplaats archeologische kaarteenheid

overig

beleidslijn

in alle gevalle

1,5m- 3-Mv m -Mv >5

425

met zoetegetijdenkleidek, in onzekerheid tenm-Mv aanzien van de archeologische verwachting behoud in in situ situ middellage archeologischeresulterend verwachting 5m behoud middellage archeologische verwachting 03 -- 0,5 -Mv 55

archeologisch lage archeologische verwachting n.v.t. ontgrondingsvergunning verleend, resulterend in0,5 onzekerheid verwacht behoud in situ middellage archeologische verwachting - 1,5 m -Mvten aanzien56van de archeologische

overig

archeologisch onderzoek (grens onderzoeksmelding) water middellage archeologische verwachting 1,5 - 3 m -Mv

5

afhankelijk va behoud in situ

gemeentegrens middellage archeologische verwachting

5

behoud in situ

3 - 5 m -Mv

425

met zoetegetijdenkleidek, resulterend in onzekerheid verwachting archeologisch lage archeologische verwachting 6 n.v.t. ten aanzien van de archeologische

ontgrondingsvergunning resulterend in onzekerheid ten aanzien van de archeologische verwacht archeologisch onderzoekverleend, (grens onderzoeksmelding) afhankelijk va

Figuur 5.2: Uitsnede beleidskaart archeologie gemeente Altena 2019 (locatie rood omcirkeld) water overig

425

gemeentegrens met zoetegetijdenkleidek, resulterend in onzekerheid ten aanzien van de archeologische verwachting In het kader van dit bestemmingsplan is door RAAP een bureau- en booronderzoek (verkennende fase) uitgevoerd, ontgrondingsvergunning verleend, resulterend in onzekerheid aanzien van de archeologische verwacht zie bijlage. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat in het plangebied de bodem als gevolg van ten(langdurig) water menselijk gebruik kenmerken van een oude woongrond heeft gekregen. Het plangebied ligt daarmee inderdaad in gemeentegrens de historische kern van Sleeuwijk.

Conclusie Voor het bestemmingsplan betekent dit dat is voorzien in verschillende dubbelbestemmingen ‘Waarde Archeologie’ (WRA). • WRA 1: In gebied 1 bescherming vanaf het maaiveld, hier zijn dus geen bodemverstoringen toegestaan zonder vervolgonderzoek; • WRA 2: Op de locatie van de huidige kerk (2) bescherming vanaf 85 cm –mv;

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

23

Plangebied Rijksstraatweg 22 – Sleeuwijk Advies • WRA 3: 3, rondom de huidige kerk, bescherming vanaf 60 cm -mv. In het gebiedAltena Selectiebesluit Gemeente Type onderzoek

BOZ en IVO-(verkennende fase)

Opsteller RAAP b.v. Vooruitlopend op de omgevingsvergunning en gezien de aard van de verwachte archeologische resten (bewoningsporen uit de nieuwe tijd) , wordt een nader te bepalen gravend onderzoek hiervoor de meest geschikte methode geacht. Een gravend onderzoek op maat dient te worden uitgevoerd conform een op voorhand goedgekeurd PvE.

Figuur 5.3: Planlocatie met aanduidingen dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie’

5.2 Bodem Bakker Milieuadviezen heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Verkennend bodemonderzoek Rijksstraatweg 22, Sleeuwijk, Bakker Milieuadviezen, documentnr: BM/24177-2018, november 2018’. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van een bodemverontreiniging die een belemmering zou kunnen veroorzaken met betrekking tot de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Onderzoek Het veldwerk is uitgevoerd op 24 oktober 2018. De bodem bevat geen noemenswaardige bijmengingen van puin en/of kooldeeltjes en was daarmee dus niet verdacht op het voorkomen van asbest. Op de datum van grondwatermonstername (5 november 2018) werd grondwater op 1.05 m-mv aangetroffen. Conclusie Op basis van het gedane bodemonderzoek kan voor de onderzoekslocatie het volgende worden geconcludeerd: • In de bovengrond zijn de gehalten van lood, zink en PAK in lichte mate boven de AW 2000 aangetroffen. Dit heeft geen consequenties voor de bestemming wonen; • In de ondergrond zijn alle parameters uit het standaardpakket beneden de AW 2000 aangetroffen; • In het grondwater zijn alle parameters uit het NEN-5740-pakket in gehalten beneden de streefwaarden aangetroffen.

De algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw. De bouw van het aanwezige pand dateert vermoedelijk uit de jaren ’60 en is daarom verdacht op het voorkomen van asbesthoudende toepassingen. Voorafgaand aan de sloop dient een asbestinventarisatie plaats te vinden. Na sloop dient te worden geverifieerd dat geen sloopmateriaal op of in de bodem zijn achtergebleven. 5.3

Milieu

5.3.1 Flora en Fauna In het kader van de natuurwetgeving dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Het plangebied ligt buiten de invloedsfeer van beschermde (natuur)gebieden zoals het NNB (NatuurNetwerk Noord-Brabant, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) of een Natura 2000 gebied.

24

Vastgesteld bestemmingsplan kern Sleeuwijk: Rijksstraatweg 22 - 13 januari 2021

Conclusie Er is het voornemen om voor de sloop van een voormalige kerk aan Rijksstraatweg 22 te Sleeuwijk om woningbouw te kunnen realiseren. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om groen te rooien buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen aan de Rijksstraatweg 22 te Sleeuwijk zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. 5.3.2 Stikstofdepositie De diversiteit van de natuur gaat in Europa al lange tijd achteruit.

Duurzame bescherming van flora en fauna wordt daarom op Europees niveau als noodzakelijk gezien en heeft vorm gekregen in Natura 2000. Dit is een netwerk van waardevolle natuurgebieden in de Europese Unie. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden. In Nederland is het Programma Aanpak Stikstof (in werking treding juli 2015) opgezet om de doelen van Natura 2000 te realiseren en ook tegelijkertijd ruimte voor economische ontwikkeling toe te staan. Er zijn ruim 160 gebieden aangemeld als Natura 2000-gebied met een gezamenlijk oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Hiervan is 69% water; de rest is land. 133 gebieden kennen een te hoge stikstofdepositie. De stikstofdepositie mag er de draagkracht van de natuur niet te boven gaan. Voordat er woningen worden gebouwd, dan wel wegen worden aangelegd of verbreed, wordt de te verwachten stikstofdepositie uitgerekend en getoetst of de depositie toeneemt. Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden. Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998. Welke gebieden onder Natura 2000 vallen, staat in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor ammoniak zijn emissiedoelstellingen geformuleerd in het kader van de Europese (NEC national emission ceiling)-richtlijn en in het Gotenborg protocol onder de Verenigde Naties -conventie over grensoverschrijdende luchtverontreiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9682177/2