CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a Berekening stikstofdepositie bij RV Vaststellen bp Langestraat, Wijk en Aalburg

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Bestemmingsplan Langestraat Wijk en Aalburg2.189 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Lan ge st ra at W i j k e n A alb u rg

D EF IN I TI EF

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Lan ge st ra at W i j k e n A alb u rg

D EF IN I TI EF

Inhoud

Rapport en bijlagen

16 februari 2023

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Wettelijk kader

4

3

Ligging plangebied

5

4

Invoergegevens AERIUS

6

4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

6

4.2

Werkverkeer aanlegfase (bron 2)

7

4.3

Verkeersgeneratie gebruiksfase (bron 2)

8

4.4

Totale emissie

8

5

Model

9

6

Rekenresultaten en conclusie

11

16 februari 2023

1

Inleiding In het kader van het bestemmingsplan Langestraat Wijk en Aalburg is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van de nieuwe woonwijk aan de Langestraat in Wijk en Aalburg in de gemeente Altena berekend. Het plan maakt de bouw van 90 woningen mogelijk op een locatie in het stedelijk woonmilieu. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (14 februari 2023). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.

Afbeelding 1 – Omvang projectgebied (bron: calculator.aerius.nl, d.d. 31 januari 2023)

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.

16 februari 2023

3

2

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.

Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één plan of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.

16 februari 2023

4

3

Ligging plangebied Zoals in de inleiding is aangegeven, is het plangebied gelegen aan de Langestraat in Wijk en Aalburg. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Afbeelding 2 – Ligging plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (bron: calculator.aerius.nl, d.d. 31 januari 2023)

De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn: -

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem, gelegen op een afstand van circa 5,7 km;

-

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek, gelegen op een afstand van circa 7,7 km;

-

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, gelegen op een afstand van circa 8,1 km;

-

Langestraat, gelegen op een afstand van circa 9,1 km;

-

Rijntakken, gelegen op een afstand van circa 10,8 km.

16 februari 2023

5

4

Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform het handboek “Werken met AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden. Uit jurisprudentie blijkt dat de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan de ruimtelijke ontwikkeling toegerekend worden wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de woningen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in de ruimtelijke procedure. De woonwijk kent een aanlegfase van twee jaar, waarna de woonwijk in gebruik wordt genomen. Om deze reden zijn de aanleg- en gebruiksfase in aparte AERIUS modellen doorgerekend.

Ten behoeve van de werkzaamheden en de verkeersgeneratie van de woningen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeeldingen 3 en 4).

4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van 1

BügelHajema Adviseurs . Voor de bepaling van de hoeveelheid woningen en de oppervlaktes voor terreininrichting en verharding, is gebruik gemaakt van het stedenbouwkundig ontwerp aangeleverd 2

door de opdrachtgever. Hierbij is uitgegaan van 90 woningen, circa 4.500 m verharding en circa 2

4.178 m terreininrichting. De nieuwe woonwijk wordt aangelegd over een periode van 2 jaar. In het AERIUS model zijn de invoergegevens van de aanlegfase dan ook gehalveerd. Met betrekking tot het verbruik van het aantal liters brandstof en het percentage AdBlue is aangesloten bij het onderzoek van TNO (AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305). Op basis van dit onderzoek is voor stage IV mobiele werktuigen uitgegaan van 6% AdBlue ten opzichte van het aantal liters verbruikte brandstof.

1

Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door

BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen.

16 februari 2023

6

De gegevens in de tabel betreffen de draaiuren, brandstofverbruik en stikstofemissie per jaar. Vanwege de aanlegfase van 2 jaar is dit slechts de helft van de totale hoeveelheden gedurende de gehele aanlegfase. Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie

Aantal

Bouw woningen

90

Aanleg verharding

4.500

won.

m

2

Terreinin4.178 m2 richting Totale emissie in kg NOx /jaar

4.2

Werktuig

kW

Stage

graafmachine kraan heistelling betonstorter graafmachine wals trilplaat graafmachine

200 200 200 200 100 100 10 100

Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV

Eenheid

8 8 4 4 4 2 2 5

u/ u/ u/ u/ u/ u/ u/ u/

won. won. won. won. 2 50 m 2 50 m 50 m2 50 m2

Draaiuren per jaar

Verbruik liters /uur

Verbruik liters per jaar

360 uur 360 uur 180 uur 180 uur 180 uur 90 uur 90 uur 209 uur

19,81 19,81 19,81 19,81 10,18 10,18 2,5 10,18

7.132 7.132 3.566 3.566 1.833 917 225 2.127

Emissie NOx per jaar

40,3 40,3 20,1 20,1 10,8 5,4 5,0 12,4

kg kg kg kg kg kg kg kg

154,3

kg

Werkverkeer aanlegfase (bron 2)

Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. Voor de bouw van de woningen is uitgegaan van 100 ritten licht, 20 ritten middelzwaar en 4 ritten zwaar (vracht)verkeer per woning, voor een totaal van 9.000, 1800 en 360 ritten licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer per jaar. Daarnaast is voor de aanleg van de verharding en de terreininrichting 2

uitgegaan van 40 ritten licht en 40 ritten zwaar (vracht)verkeer per 100 m aan verharding of terreininrichting. Dit komt neer op een totaal van 3.472 ritten licht en 3.472 ritten zwaar (vracht)verkeer. Samengevoegd leidt dit tot 12.471 ritten licht, 1.800 ritten middelzwaar en 3.831 ritten zwaar (vracht)verkeer in totaal. Vanwege de spreiding van de aanlegfase over twee jaar zijn de volgende gegevens ingevoerd in AERIUS ten behoeve van het werkverkeer: -

licht verkeer 6.236 ritten/jaar;

-

middelzwaar vrachtverkeer 900 ritten/jaar;

-

zwaar vrachtverkeer 1.916 ritten/jaar.

Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 2).

16 februari 2023

7

Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen

- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen

Middelzware motorvoertuigen

- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

Zware motorvoertuigen

- vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger

De emissie van het werkverkeer in de aanlegfase komt neer op 4,8 kg NOx/jr.

4.3

Verkeersgeneratie gebruiksfase (bron 1)

Ook is in het model is het verkeer van en naar de woningen opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Voor alle woningen is uitgegaan van de rest van de bebouwde kom in het weinig stedelijk woonmilieu. Hierbij is uitgegaan van 28 sociale huurwoningen, 35 rijwoningen, 18 twee-onder-één-kapwoningen en 9 vrijstaande woningen met respectievelijk 6, 8, 9 en 9 ritten per etmaal per woning. Dit komt neer op 168, 280, 162 en 81 ritten per type woning. Daarnaast wordt nog gerekend met 20 ritten middelzwaar vrachtverkeer voor pakketbezorging. In totaal leidt dit tot 691 ritten licht verkeer en 20 ritten middelzwaar vrachtverkeer per etmaal voor de hele woonwijk. De totale emissie van de verkeersgeneratie in de gebruiksfase bedraagt 30,8 kg NOx/jr.

4.4

Totale emissie

De totale emissie van het project in de aanlegfase bedraagt 159,1 kg NOx/jr en de gebruiksfase bedraagt 30,8 kg NOx/jr.

16 februari 2023

8

5

Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (14 februari 2023). In de berekening voor de aanlegfase is uitgegaan van het rekenjaar 2023 en in de gebruiksfase voor 2025. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kunnen deze berekeningen als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Hieronder zijn van het modellen afbeeldingen opgenomen.

Afbeelding 3 - AERIUS model aanlegfase

16 februari 2023

9

Afbeelding 4 - AERIUS model gebruiksfase

16 februari 2023

10

6

Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.

Afbeelding 5 – Rekenresultaat aanlegfase

Afbeelding 6 – Rekenresultaat gebruiksfase

Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig en het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.

16 februari 2023

11

Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort T 033 465 65 45 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12651432/1