Bijlage 4 Bundeling kaderbrieven GR-en 2024
Tekst van het document
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 21 van 32
Kadernota 2024 Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen. SVHW houdt daarom in de Begroting 2024 geen rekening met eventuele extra inspanningen. Indien de deelnemers op individuele basis behoefte hebben aan aanvullende dienstverlening, dan zal SVHW de kosten doorbelasten aan de betreffende deelnemer(s). Het is belangrijk dat hiertoe op voorhand overleg plaats vindt om de juridische en operationele haalbaarheid te bepalen (uitvoeringstoets).
3.8 3.8.1
Ontwikkelingen Invordering Inleiding
Met ingang van 2021 is een aantal grote wijzigingen ingetreden, waarvan de eerste effecten in 2022 zichtbaar werden. Daarnaast staan er nog een aantal ontwikkelingen in de steiger. De rode draad is dat het invorderingsdomein meer en meer te maken gaat krijgen met het maatschappelijk verantwoord invorderen en daarmee beperkingen en een zorgvuldiger gebruik van het instrumentarium. Ook neemt de afstemming en de informatie-uitwisseling met andere overheden en schuldeisers toe. Dit betekent, dat het invorderen veel meer data gestuurd en digitaal zal gaan plaatsvinden.
3.8.2
Wijzigingen 2021
Wijziging beslag- executierecht. Door een wijziging van het beslag- en executierecht per 1 april 2021 resteren er minder mogelijkheden tot het leggen van beslag. Bij het bankbeslag dient een beslagvrije voet te worden gehanteerd. Bij roerende goederen geldt een uitgebreider beslagverbod. Dat wil zeggen dat het beslag niet meer als ‘pressiemiddel’ (om belastingschuldigen tot betaling te bewegen) mag worden gebruikt en zaken alleen in beslag mogen worden genomen indien deze ‘bovenmatig’ zijn. Het administratief beslag op kentekens is daarentegen verruimd. SVHW mag nu beslag op voertuigen leggen zonder dat de deurwaarder het voertuig hoeft aan te treffen. Door de wijzingen verwacht SVHW een hoger bedrag oninbaar te gaan lijden bij gebrek aan beslagmaatregelen. Daarnaast is de effectiviteit van de bankbeslagen aanzienlijk verminderd. Door deze ontwikkelingen legt SVHW meer beslag op onroerende zaken. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Met de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt de toegang tot het beslagregister verbreed. De verbeterde gegevensuitwisseling draagt er – in aanvulling op de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet – aan bij, dat het bestaansminimum van mensen die kampen met schulden beter kan worden geborgd in gevallen van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen.
De internetconsultatie van de algemene maatregel van bestuur voor de gegevensuitwisseling is in december 2021 afgerond. Aangezien deze maatregel nog vastgesteld moet worden en het verbrede beslagregister nog gebouwd moet worden is het onduidelijk wanneer de invoering plaats vindt. Daarnaast moet de praktijk uitwijzen in hoeverre de administratieve druk voor SVHW toeneemt. Wet vereenvoudiging beslagvrije voet De wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) is per 1 januari 2021 ingegaan. SVHW moet onder deze wet extra inspanningen verrichten om de juiste beslagvrije voet (bvv) vast te stellen door onder andere: het contact opnemen met belastingschuldige, het raadplegen van openbare bronnen, het onderling uitwisselen van informatie tussen beslagleggers en het raadplegen van UWV gegevens. Als de
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 22 van 32
Kadernota 2024 beslaglegger dit niet doet, dan moet hij het normbedrag van de bvv hoger vaststellen, waardoor er vrijwel geen afdracht van de werkgever/uitkeringsinstantie te verwachten valt. SVHW verwacht de volgende effecten ten gevolge van de Wvbvv: •
minder effectieve loonbeslagen;
•
een toenemende doorlooptijd van loonbeslagen in verband met een hogere bvv;
•
meer bezwaren tegen de vastgestelde bvv;
•
SVHW kan zelf geen bbv meer vaststellen en dient deze op te vragen;
•
een toename van hernieuwde dwangbevelen;
•
een veranderende rol van de deurwaarder (socialer, beperking in beslagrecht);
•
mogelijkerwijs meer betalingsregelingen en minnelijke schuldbemiddelingen en – saneringen.
3.8.3
Maatschappelijk verantwoord invorderen
SVHW volgt de trend met betrekking tot het meer maatschappelijk invorderen. Het beleid van SVHW is om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een opeenstapeling van schulden ontstaat. SVHW heeft hiervoor al de volgende maatregelen getroffen: •
het hanteren van een betalingstermijn van 3 maanden in plaats van de wettelijke 6 weken;
•
de mogelijkheid om met een automatische incasso in 10 maandelijkse termijnen te betalen;
•
de mogelijkheid om tijdens het dwanginvorderingstraject binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;
•
het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms;
•
het treffen van individuele betalingsregelingen waarbij er naar mogelijkheden wordt gekeken.
Verder overweegt SVHW de volgende maatregelen: •
de deurwaarders van SVHW gaan samen met de belastingschuldige meer en meer naar oplossingen kijken. Het maken van betalingsafspraken, het bij de deurwaarder (gedeeltelijk)betalen en het samen met de deurwaarder invullen van een kwijtscheldingsformulier zijn hiervan voorbeelden;
•
het uitwerken van nadere richtlijnen voor het alsnog treffen van betalingsregelingen nadat de dwangbevelen zijn betekend;
•
het simuleren van het gebruik van de automatische incasso door het proactief opsturen van machtigingsformulieren;
•
het uitvoeren van een onderzoek naar de wenselijkheid van flexibele incassotermijnen.
De bovenstaande maatregelen kunnen eventueel leiden tot een verminderde opbrengst van de invorderingskosten. In deze kadernota wordt dit als risico benoemd.
3.8.4
Vroegsignalering
Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering ondersteunen. Ofschoon de gemeentelijke heffingen wettelijk gezien geen onderdeel mogen zijn van de vroegsignalering stelt SVHW binnen de kaders van de AVG op verzoek individuele gegevens ter beschikking van de sociale wijkteams en schuldhulpverlening. Op 1 januari 2022 zijn 10 gemeenten gestart met het experiment gemeentebelastingen, dat 4 jaar zal duren. Tijdens dit experiment wordt onderzocht of met behulp van de signalen over Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 23 van 32
Kadernota 2024 betalingsachterstanden op gemeentebelastingen mensen met financiële problemen in beeld komen die nog eerder niet bekend waren bij vroegsignalering en schuldhulpverlening. De verwachting is dat gemeenten meer inwoners met schulden eerder en beter bereiken. Deze tijdelijke regeling raakt alleen de inwoners van gemeenten die meedoen met het experiment. Met het experiment wordt gebruik gemaakt van de experimenteerruimte die de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (art 10, Wgs) geeft om betere indicatoren te ontwikkelen voor vroegsignalering.
3.8.5
Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet)
Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Door deze wijziging kan er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, mogelijk extra kosten en inspanning voor SVHW met zich mee. Zodra er meer inzicht is in de mogelijke hoogte van de extra kosten en de personele inzet, dan zal SVHW dit kenbaar maken. De verwachting is dat deze wijziging na 2022 in werking zal gaan treden.
3.8.6
Kwijtschelding 3.0
In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling van KWS 3.0 is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor inwoners zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die inwoners in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden. SVHW volgt deze ontwikkeling.
3.9
Deelnemers
Op het moment van het schrijven van deze kadernota loopt bij één gemeente een intern onderzoek naar de toekomst van de belastingtaak. Continuïteit, onwikkeling, kwaliteit en kosten zijn hierbij belangrijke overwegingen. In de basis liggen er drie mogelijke opties: zelf blijven uitvoeren, (deels)uitbesteden of geheel uitbesteden. Voor deze laatste optie heeft SVHW in december 2022 een kostenindicatie afgegeven. Het is uiteraard de overweging van het College en de Gemeenteraad om bij het Algemeen Bestuur van SVHW een verzoek in te dienen om toe te mogen treden. Een eventuele toetreding is voorzien per 1 januari 2024. De effecten van deze eventuele toetreding zijn niet verwerkt in deze kadernota
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 24 van 32
Kadernota 2024
3.10 Dienstverlening 3.10.1
Dienstverlening inwoners en ondernemers
In 2024 ontwikkelt SVHW zijn (digitale) dienstverlening door in lijn met de ontwikkelingen van MijnOverheid, de digitale overheid, de toenemende regie op eigen gegevens door inwoners en de ontwikkelingen binnen het WOZ-domein. Daarnaast voert SVHW wederom het tweejaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek uit. Naast al het digitale ‘geweld’ zal SVHW aandacht moeten blijven houden voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. De andere communicatiekanalen (telefoon en schriftelijke correspondentie) blijven daarom onderdeel van de dienstverlening van SVHW en worden ook doorontwikkeld. Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering ondersteunen en is er blijvende aandacht voor het maatschappelijk verantwoord invorderen. De focus van de invordering ligt op het voorkomen van problematische schulden of een opeenstapeling van schulden. Invordering zal meer en meer digitaal en data gestuurd gaan worden. Daarnaast zal de afhandeling van de Kinderopvangtoeslagenaffaire in 2024 nog doorlopen
3.10.2
Dienstverlening deelnemers
In 2022 is het door de operationele drukte en wijzigingen in de directie niet mogelijk gebleken om weer een klanttevredenheidsonderzoek onder de deelnemers te houden als opvolging op het onderzoek uit 2019. SVHW gaat nu in de tweede helft van 2023 het onderzoek uitvoeren en zal eventuele verbeterpunten aansluitend implementeren. Naar verwachting loopt de implementatie door tot in 2024. In 2023 zal er ook verder inhoud moeten worden gegeven aan de ketensamenwerking tussen de deelnemers en SVHW op het gebied van het bijhouden van de objectgegevens. Het geïmplementeerde samenwerkingsplatform Way-2-Go biedt hier de basis voor. Ofschoon het onzeker is of de SOR daadwerkelijk in 2025 in gebruik genomen gaat worden, zal hierop voor zover mogelijk geanticipeerd moeten worden. Eventuele consequenties (formatie/financiën) zijn niet meegenomen in deze kadernota. Hangende de implementatie van de SOR is het belangrijk dat de gegevens in de WOZ en BAG uniform blijven. Voor de niet BAG-deelnemers ligt deze verantwoordelijk bij de deelnemers zelf. SVHW heeft met hen in 2021/2022 procesafspraken gemaakt voor een adequate afhandeling van de terugmeldingen die SVHW doet. SVHW zal vanwege het belang van de uniformiteit strak sturen op deze afspraken.
3.10.3
Samenwerking met collega belastingkantoren
De in 2015 ingezette lijn, om samen met collega belastingkantoren ontwikkelingen in dienstverlening en ondersteunende ICT systemen te realiseren, wordt in 2023 gecontinueerd. Op deze manier gaat SVHW kostenefficiënt om met publieke middelen. Bovendien kunnen de kantoren hierdoor in de richting van strategische leveranciers en overheidsorganisaties hun belangen bij ontwikkelingen beter vertegenwoordigen. Aangezien SVHW niet het enige belastingkantoor is, dat te maken heeft met de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en de daarvoor benodigde extra inspanningen, heeft SVHW eind Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 25 van 32
Kadernota 2024 2021 verkennende gespreken met twee andere belastingkantoren geïnitieerd om te inventariseren of er mogelijkheden zijn om op het gebied van de ondersteunende processen en ICT meer samen te werken. De bedoeling is hierbij om te inventariseren of door samenwerking de kwetsbaarheid kan worden verminderd en kosten kunnen worden bespaard. In deze kadernota zijn eventuele effecten niet verwerkt.
3.10.4
Organisatie / ISAE-3402
Organisatie In 2021 zijn de operationele afdelingen van SVHW (Vastgoedinformatie, Heffingen en Invordering) van een traditionele lijnorganisatie omgevormd naar een proces georiënteerde organisatie waarbij procesteams (zelforganiserende teams) onder regie van een proceseigenaar verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en de verbetering van processen. De operationele processen zijn gegroepeerd in twee domeinen: Productie en Dienstverlening met aan het hoofd een domeinmanager, die verantwoordelijk is voor het binnen MT-verband stellen van kaders voor de procesuitvoering en het faciliteren van de procesteams. In het 3e kwartaal 2022 is een begin gemaakt met het omvormen van de ondersteunende functies. Dit proces zal naar verwachting in het 1e half jaar 2023 zijn afgerond. Hiermee is de overgang de overgang naar een procesgerichte organisatie met zelforganiserende teams afgerond. Een organisatie, die zoveel mogelijk geautomatiseerd/gedigitaliseerd is en goed kan inspelen op de snel veranderende externe omstandigheden. 2024 staat in het teken van de consolidatie van de doorgevoerde wijzigingen en verdere optimalisaties van processen en de organisatie. ISAE-3402 ISAE-3402 is een internationale standaard, die zekerheid geeft over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de interne beheersing van de primaire processen van de financiële rapportages.
Een certificaat geeft aan dat SVHW als serviceorganisatie voor haar deelnemers in control is. In 2022 is SVHW er niet in geslaagd om fase één van de ISAE-3402 certificering geheel afgerond te hebben. SVHW heeft prioriteit gegeven aan de uitbouw van de verbijzonderde interne controle en het treffen van aanvullende maatregelen op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Daarnaast hebben de eerder genoemde operationele druk, de organisatie ontwikkeling, de toetreding van de gemeente Ridderkerk en de herindeling van de gemeente Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne er toe geleid, dat er geen capaciteit meer beschikbaar was voor het afronden van fase één van de ISAE-3402 certificering. De afronding van fase één wordt nu direct na de aanslagoplegging in 2023 opgepakt en SVHW streeft er naar om fase twee van ISAE-3402 certificering nog in 2023 of zo vroeg mogelijk in 2024 gerealiseerd te hebben. In 2024 treedt dan aansluitend de beheerfase in, waarbij eventuele verbeteringen en aanpassingen in het ISAE-3402 framework, de interne controle functie en de processen worden doorgevoerd.
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 26 van 32
Kadernota 2024
3.10.5
Personeel
De diverse ontwikkelingen en de aangescherpte vakbekwaamheidseisen doen een beroep op het kennisniveau en andere competenties van de medewerkers. Digitalisering en slimme software gaat steeds meer het uitvoerend werk overnemen. Er ontstaat een toenemende behoefte aan data-analyse en procesontwerp. De inhoud van de functies zal dus veranderen en nieuwe functies zullen ontstaan. In lijn met de ontwikkeling van de organisatie wordt van de SVHW medewerkers gevraagd om flexibel en proactief te zijn en goed in het snel oppakken van nieuwe zaken. Ze komen samen met de deelnemers tot oplossingen en kijken hierbij over de grenzen van eigen afdeling en SVHW heen. De competenties zijn onder andere: communicatief vermogen, adviesvaardigheid, procesgericht werken en analytisch vermogen. Een zogenaamde ‘Belasting Ambtenaar van de toekomst’. Met grote regelmaat geeft SVHW zowel mondeling (personeelsbijeenkomsten, afdelingsoverleg, individueel overleg) als via Intranet al aandacht aan het thema duurzame inzetbaarheid. Dit om het bewustzijn te creëren bij de medewerkers, dat zij in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en hun toekomstige inzetbaarheid bij SVHW. Om te kunnen voldoen aan het competentieprofiel ‘Belasting Ambtenaar van toekomst’ zullen medewerkers zich moeten blijven ontwikkelen.
Opleidingen zijn hierbij essentieel en het volgen daarvan wordt steeds minder vrijblijvend. SVHW biedt als generieke voorziening online trainingen aan de medewerkers aan en stimuleert de medewerkers tot het volgen van opleidingen. Het management van SVHW speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling en moet erop toegerust zijn om de nieuwe competenties tot zijn recht te laten komen en te stimuleren. Het sturen op de kwaliteit van het personeelsbestand blijft hiermee de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. De overblijvende taken vragen een ander en vaak hoger werk- en denkniveau. SVHW verwacht dat hierdoor aanvullend zal moeten worden ingezet voor scholing, uitstroom en -gelet op de krapte op de arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel- de vaak lastig te realiseren instroom.
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 27 van 32
Kadernota 2024
Financiële Kaders 4.1
Inleiding
Zoals in paragraaf 1.1 vermeld wordt in de Kadernota 2024 volstaan met financiële kaders in plaats van uitgewerkte financiële paragraaf. Daarnaast wordt er in deze kadernota er van uitgegaan dat er in 2023 een begrotingswijzing is vastgesteld.
4.2
Begrotingswijziging 2023
Bij de behandeling van de jaarrekening 2022 in april 2023 bestaat er meer inzicht in de daadwerkelijke kosten in het boekjaar 2022. Op basis hiervan wordt de definitieve begrotingswijziging 2023 voorgesteld. In de begrotingswijzing 2023 is een stijging van de personele – en materiele kosten opgenomen als gevolg van hogere indexering dan begroot. Daarnaast zal in de begrotingswijziging 2023 de toetreding van de gemeente Ridderkerk worden verwerkt. Het effect van de toetreding van de gemeente Ridderkerk wordt in deze Kadernota kostenneutraal verwerkt. Bij de definitieve uitwerking van de begrotingswijziging 2023 wordt inzichtelijk wat het effect is van de toetreding van de gemeente Ridderkerk. In de begrotingswijzing 2023 is een stijging van de personele kosten opgenomen. Door hogere salariskosten als gevolg van een cao stijging in 2022 en 2023 zijn de personele kosten te laag geïndexeerd (op 2 december 2022 is er een onderhandelingsresultaat bereikt over de cao ‘Werken voor Waterschappen 2023’). De totale aanvullende indexering van de personele kosten over 2022 en 2023 bedraagt 521.000 euro en is als volgt opgebouwd: Berekening personele kosten Salarissen, sociale lasten en toelagen begroting 2023 Cao stijging 2022: 3,75% minus 1% reeds geindexeerd
€ €
6.018.000 165.495
Personele kosten 2023 geindexeerd tm 2022
€
6.183.495
Indexering personele kosten 2023: 6,75% minus 1% reeds geindexeerd Begrote personele kosten 2023
355.551 €
6.539.046
De materiële kosten in de primaire begroting 2023 zijn geïndexeerd met 2,7% op basis van de Consumenten Prijsindex (CPI) 2021. Door een sterke toename van de inflatie in 2022 zijn de materiele kosten in 2023 te laag geïndexeerd. De totale aanvullende indexatie van deze kosten over 2022 en 2023 bedraagt 696.000 euro en is als volgt opgebouwd:
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 28 van 32
Kadernota 2024 Berekening materiële kosten Totaal lasten begroting 2023
€
Af: Incidentele kosten begroting 2023 Salarissen, sociale lasten en toelagen Gedekt uit reserve Kapitaallasten Onvoorzien Vergoedingen niet onderhevig aan indexering (thuiswerkvergoeding, woon-werk en verg eigen auto)
€
14.387.000
-6.018.000 -330.000 -50.000 -179.000 -6.577.000
Gecorrigeerde materiele kosten 2023
7.810.000
Prijsindex 2022: 9,9% minus reeds doorgerekend 2,7% Lasten nog te verwerken in 1e begrotingswijziging 2023
562.320 -
Materiele kosten 2023 geindexeerd tm 2022
€
8.372.320
Indexering materiele kosten 2023: 2,6% minus reeds doorgerekend 1%
€
133.957
Begrote materiele kosten 2023
€
8.506.277
Door bovenstaande ontwikkelingen bedraagt het verwachte totaal van de 1e begrotingswijziging 2023 1.217.000 euro.
4.3
Autonome ontwikkelingen
In relatie tot de huidige actualiteit (is gekeken of de huidige manier van indexering nog passend is. In lijn met de notitie ‘Structurele indexering begroting SVHW zijn bij de berekening de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
Voor de indexering van de materiële kosten wordt de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde Nationale consumentenprijsindex toegepast volgens de septembercirculaire. Het indexeringspercentage in de begroting 2024 bedraagt 2,4 procent ;
•
Voor de indexering van de personele kosten wordt de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde loonvoet toegepast volgens de septembercirculaire. Het indexeringspercentage in de begroting 2024 bedraagt 4,2 procent;
•
De personele en materiële kosten in de meerjarenbegroting worden geïndexeerd met 1 procent.
4.4
Algemene financiële kaders
Voor de samenstelling van de Begroting 2024 en het meerjarenperspectief 2024-2027 worden naast de hierboven vermelde autonome ontwikkelingen de volgende kaders en uitgangspunten geformuleerd: •
Er is sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting en het meerjarenperspectief. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten;
•
De begroting dient te voldoen aan de Wettelijke regels begroting van het BBV, hierbij is onder andere aandacht voor: -
Overzicht van incidentele baten en lasten;
-
Specificatie van baten en lasten per programma;
-
(Prestatie) indicatoren;
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 29 van 32
Kadernota 2024
•
-
Verloopoverzicht van het Eigen Vermogen;
-
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid. In de begroting 2024 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat aangegeven.
4.5
Financieel technische uitgangspunten
Bij het opstellen van de Begroting 2024 worden voor het financiële gedeelte van de begroting en het meerjarenperspectief de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2023 gehanteerd daarbij rekening houdend met de begrotingswijziging 2023 en de werkelijke lasten over het boekjaar 2022;
•
De ramingen voor loon- en prijsstijgingen worden verwerkt zoals opgenomen in de paragraaf ‘Autonome ontwikkelingen’;
•
In het meerjarenperspectief wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging van 1procent.
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 30 van 32
Kadernota 2024
4.6 4.6.1
Financieel perspectief 2024-2028 Overzicht
Het meerjarenperspectief wordt weergegeven vanaf de stand in de begroting 2023. De 1e begrotingswijzing in 2023 is in het overzicht verwerkt. Bedragen x 1.000 euro
Kosten Lasten primaire begroting 1e begrotingswijziging Personele kosten CAO 2022 1e begrotingswijziging Materiele kosten indexering 2022 1e begrotingswijziging Materiele kosten kosten gedekt uit reserve Lasten begroting na wijziging
2023 14.387 165 562 0
2024 15.604
2025 16.083
2026 16.238
2027 16.395
2028 16.554
15.115
15.604
16.083
16.238
16.395
16.554
356 134
275 204
68 87
69 88
70 89
70 90
Totaal lasten
15.604
16.083
16.238
16.395
16.554
16.713
Baten Deelnemersbijdrage primair Deelnemersbijdrage begr. wijziging/indexering Totale deelnemersbijdrage Opbrengst invorderingskosten (primair) Overige opbrengst (primair)
2023 11.827 1.217 13.044 2.550 10
2024 13.044 479 13.523 2.550 10
2025 13.523 155 13.678 2.550 10
2026 13.678 157 13.835 2.550 10
2027 13.835 158 13.994 2.550 10
2028 13.994 160 14.153 2.550 10
Totaal baten
15.604
16.083
16.238
16.395
16.554
16.713
0
0
0
0
0
0
indexering personele kosten indexering materiele kosten
Resultaat boekjaar
4.6.2
Nog uit te werken posten
De ontwikkelingen zoals geschetst in paragraaf 3 worden vrijwel geheel opgevangen binnen de exploitatie. SVHW zal echter in de Begroting 2024 de volgende posten nog nader uitwerken en de eventuele financiële consequenties opnemen, waarbij zoveel mogelijk wordt gekeken naar interne dekking of dekking door volume toename (aantal WOZ-objecten, aantal gewogen aanslagregels): •
De formatie in het WOZ-domein in verband met het toenemende aantal WOZ-objecten;
•
De formatie in het Heffingen-domein in verband met de toename van het aantal deelnemers dat voor de afvalstoffenheffing Diftar hanteert;
4.6.3
Niet opgenomen (PM) posten
De volgende posten zijn niet opgenomen in de kadernota en worden voor zover van toepassing opgenomen in de risicoparagraaf van de Begroting 2023: •
Het risico op een lagere opbrengst invorderingskosten ten gevolge van de maatregelen op het gebied van maatschappelijk verantwoord invorderen;
•
De eventuele formatieve effecten tem gevolge van de ketensamenwerking voor de Samenhangende Objecten Registratie;
•
De effecten van de toetreding van een nieuwe deelnemer;
•
De effecten van de samenwerking tussen belastingkantoren.
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 31 van 32
Kadernota 2024
4.7
Ontwikkeling deelnemersbijdrage
In 2024 zou er spraken kunnen zijn van een toetreding van een nieuwe deelnemer. Hiermee is in de Kadernota 2024 geen rekening mee gehouden. Bij een eventuele toetreding van een nieuwe deelnemer zal een begrotingswijziging worden opgesteld. Op basis van het financiële perspectief hierboven is de ontwikkeling van de totale deelnemersbijdrage als volgt: Bedragen x 1.000 euro
Baten Totale deelnemersbijdrage
2023 13.044
2024 13.523
Versie 1.0 8 februari 2023
Pagina 32 van 32
2025 13.678
2026 13.835
2027 13.994
2028 14.153
Aan de gemeenteraad/Provinciale Staten van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Geachte leden van de raad/Provinciale Staten, Bijgaand zenden wij u de Kaderbrief 2024 van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, waarin wij de financiële uitgangspunten en beleidsmatige ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2024 weergeven. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 58b van de Wet gemeenschappelijke regelingen zenden wij u deze toe. De Kaderbrief 2024 verdient enige nadere toelichting. Wij hebben de Kaderbrief 2024 opgesteld conform de algemene richtlijnen die wij daar altijd voor gebruiken. Zo indexeren wij op basis van de prijsindexen uit de Macro Economische Verkenningen. Wij weten echter op dit moment al dat deze indexatie niet dekkend zal zijn voor de inflatie waar wij in 2023 en 2024 mee te maken zullen krijgen. We hebben de afgelopen periode immers een ongekend hoge inflatie gekend met hoge energieprijzen. Naast de hoge inflatie speelt ook nog dat de Cao-onderhandelingen nog lopen. De uitkomsten daarvan zijn nog niet bekend, maar zullen leiden tot een verhoging van de loonkosten. Ook met deze ontwikkeling kunnen wij op dit moment nog geen rekening houden.
ons kenmerk
uw kenmerk onderwerp Kaderbrief 2024 behandeld door Y. Fens y.fens@omwb.nl 06- 52857411 plaats / datum Tilburg, 9-2-2023 bijlage(n) 1
Deze ontwikkelingen gaan leiden tot een 1e wijziging van de begroting van 2023. Deze begrotingswijziging zullen wij op de gebruikelijke wijze voorleggen aan ons Algemeen Bestuur ter besluitvorming. Deze 1e begrotingswijziging laten wij gelijk lopen met het indienen van de begroting 2024. In de begroting 2024 gaan wij trachten een meer realistische wijze van begroten toe te passen. Ook u als gemeente en provincie hebt te maken met de stijgende kosten. Wij hechten eraan hier ook te vermelden dat, als er een compensatie plaatsvindt via het gemeentefonds voor de hoge inflatie, deze compensatie ook bedoeld is ter dekking van de hogere kosten van uw gemeenschappelijke regelingen. Wij zijn immers uw verlengd lokaal bestuur. Wij vertrouwen erop u hiermee vooralsnog voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, namens deze,
A.L.E. Arbouw directeur
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 10 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving
Inkomsten
en
Kaderbrief 2024 19,4
6,8
miljoen
miljoen
Programma VTH-taken
1.350 Declarabele norm
283 1,7
miljoen
Advies en Projecten
Formatie
1,9
miljoen
Overig
per fte
Totaal aantal declarabele uren
228
55
Primair proces
Overhead
fte
Programma Collectieve taken
uur
fte
fte
308.000 uur
1 februari 2023
Uitgaven
Uitvoering taken 91%
en
20
9,6
0,2
miljoen
miljoen
miljoen
Uitvoering taken
Overhead
Onvoorzien
18,3
1%
0,2
2%
0,4
Overhead 6%
1,1
57%
5,4
9%
0,9
www.omwb.nl
0,2
27%
2,6
5%
0,5
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
Personeelslasten
Rente en afschrijvingen
Huisvesting en organisatie
Overige kosten
Personeelslasten
Huisvestingskosten
Facilitaire kosten
ICTbudgetten
Overige kosten
Ontwikkelingen met impact op de begroting (toelichting vindt u in paragraaf 2.1.1 van de begroting)
sluit omgevingsrecht (Bor) ingang van 2019 volledig e menteerd in de regio - en West-Brabant.
2%
Energie en duurzaamheid Energiebesparing bij bedrijven, en dus toezicht en handhaving vanuit de OMWB, krijgt steeds meer aandacht.
MWB-norm Vanaf 2019 werken we volgens de MWB-norm. Het doel: de kwaliteit van onze producten en diensten verbeteren. Daarnaast wordt de norm grondslag voor een duurzame
Zorgvuldige veehouderij en volksgezondheid De Provincie Noord-Brabant streeft ernaar in 2020 tot de meest innovatieve, duurzame en slimme agrofoodregio’s van Europa te behoren. Dit heeft invloed op onze VTH-taken.
Verbod op asbestdaken 2024 Asbestdaken die in contact staan met de buitenlucht zijn vanaf 2024 verboden. Om de doelstellingen te behalen is meer saneringscapaciteit nodig én moeten eigenaren gestimuleerd worden om te gaan saneren.
Omgevingswet De OMWB bereidt zich samen met deelnemers voor op de Omgevingswet door middel van pilots, proactieve consultaties en samenwerkingsverbanden. Dit vraagt ook om aanpassing van de werkprogramma’s en ontwikkeling van competenties van medewerkers.
Bestuurlijke ontwikkelingen De gemeenteraadsverkiezingen hebben plaatsgevonden. Dat betekent bestuurlijke wisselingen en het inwerken van de nieuwe bestuursleden.
ICT-budgetten De OMWB vernieuwt het ICT-landschap om te werken en klaar te zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Dit zien we ook terug in de begrote uitgaven voor 2019. Meer informatie vindt u in paragraaf 2.2.3 van de begroting.
>
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Over de Kaderbrief 2024
5
3. Beleidsmatige ontwikkelingen
6
3.1 Waar gaan we voor de komende jaren? 3.2 De Omgevingswet
3.4 Ontwikkelingen VTHKA 3.4.1
Ontwikkelingen binnen vergunningverlening
18
3.4.2
Ontwikkelingen binnen toezicht
19
3.4.3
Ontwikkelingen binnen handhaving
20
3.4.4
Ontwikkelingen binnen de klachtenregeling
20
6
3.4.5
Externe Veiligheid
21
7
3.4.6
Asbest
21
3.4.7
Provinciaal programma KOMPAS
22
3.2.1 Implementatie Omgevingswet (milieunormen, gebiedsgericht beleid)
18
7
3.5 Strategisch HRM
22
3.6 Professionalisering
23
3.2.2
Gebiedsgerichte aanpak
8
3.2.3
Bodem
9
3.6.1
Kwaliteitsmanagement
23
3.2.4
Private kwaliteitsborging
10
3.6.2
Van Goed naar Beter (VGNB)
23
3.2.5
Sanering verkeerslawaai
10 11
4.
Bedrijfsvoering
24
3.3.1
Interbestuurlijk programma (IBP)
11
4.1 Informatiebeveiliging
25
3.3.2
Energie en Klimaat
12
4.2 Geo Informatie Systemen
25 26
3.3 Verkenningen
3.3.3 Regeling ‘CO2-normering werkgebonden
<
personenmobiliteit’
13
5.
3.3.4
Circulaire economie
14
5.1 Algemene uitgangspunten
26
3.3.5
Cybercriminaliteit
14
5.2 Baten en tariefontwikkeling
26
3.3.6
Ketenaanpak
14
5.3 Lasten
27
3.3.7
Schone Lucht Akkoord
15
5.3.1
Personeel in loondienst
27
3.3.8
Ontwikkelingen binnen natuurbescherming
16
5.3.2
Personeel niet in loondienst
27
3.3.9
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
16
5.3.3
Overige (materiële) kosten
28
3.3.10 Transitie Zorgvuldige Veehouderij
17
5.3.4
Incidentele kosten kwaliteitsmanagement
28
OMWB Kaderbrief 2024
Financiële uitgangspunten
5.4 Investeringen
28
5.5 Weerstandsvermogen
28 2
>
1.
Inleiding De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) werkt aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. De thema’s waar de OMWB zich mee bezig houdt (onder andere stikstof, PFAS, luchtkwaliteit, uitstoot industrie, energie en natuur) zijn zeer divers. En de dynamiek op al deze onderwerpen is groot; we zitten immers in meerdere transities tegelijk (klimaat, energie, digitaal). Het belang van de kwaliteit van onze leefomgeving wordt steeds meer onderkend. Voor onze veiligheid, maar ook kwaliteit en duurzaamheid van de natuur en de fysieke leefomgeving. Het zijn allemaal maatschappelijk actuele thema’s die impact en belang hebben voor iedere inwoner en ondernemer. De OMWB heeft een belangrijke rol bij de aanpak van deze vraagstukken. Met vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering kunnen we deze transities stimuleren. Dit betekent voor onszelf dat we door lopend moeten investeren in de kennis en deskundigheid van ons personeel, én in de juiste informatiesystemen om risicogericht en datagestuurd te kunnen werken. De doorontwikkeling tot een profes sionele omgevingsdienst is cruciaal om deze rol ook daadwerkelijk te vervullen. Daarom zal de OMWB vanaf 2023 en verder ook extra investeren in het opzetten en uitrollen van kwaliteitsmanagement. Hét thema voor de komende periode is dan ook: ‘Van goed naar beter’.
Ook landelijk wordt er de komende jaren hard gewerkt om het stelstel van Omgevingsdiensten robuuster, effectiever en professioneler te maken via het Interbestuurlijk programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (IBP VTH), middels verschillende werkgroepen in zes pijlers. De uitkomsten hebben zeker gevolgen voor onze dienst. De OMWB participeert daarom in dit programma. Op 15 maart 2023 vinden de Provinciale Staten verkiezingen plaats. Een record aantal partijen doet mee. Afhankelijk van hoe meerderheden gevormd kunnen worden, kan dit grote invloed hebben op de politiek-bestuurlijke en beleids
<<
<
OMWB Kaderbrief 2024
3
>
matige keuzes op de thema’s waar de OMWB aan werkt. Datzelfde geldt na de getrapte verkiezing van de Eerste Kamer ten aanzien van wetgeving dat van invloed is op ons werk. Het moment van invoering van de Omgevingswet zal naar alle waarschijnlijkheid 1 januari 2024 worden. De OMWB moet zich in 2023 goed voorbereiden op de implementatie en de invoering van de wet. Daarvoor moet een groot aantal processen binnen de OMWB aangepast worden en de invoering zal veel vragen van de samenwerking en afstemming met onze deelnemers. In deze Kaderbrief 2024 geven wij de hoofdlijnen van de beleidsmatige ontwikkelingen aan, evenals de financiële uitgangspunten. Een aantal gemeenten hebben richtlijnen ingediend voor de begroting 2024. Deze gemeenten ontvangen een reactie hierop. De afgelopen periode heeft een ongekend hoge inflatie gekend. Ook voor de komende jaren worden prijsstijgingen en hoge energieprijzen voorzien. Dat zal invloed hebben op onder meer ons inhoudelijk werk, de vervoerskosten en de huisvestingslasten. Een nieuwe cao is nog niet in zicht. Ook de personeelslasten zullen naar verwachting de komende periode aanzienlijk stijgen. Daarnaast zien we de afgelopen jaren een verschuiving van werkzaamheden naar steeds meer specialistisch werk, wat in de regel een hoger tarief kent.
Tenslotte is het werkelijke ziekteverzuimpercentage hoger dan in de Begroting 2023 rekening mee is gehouden. Hierdoor komt de
Bovenstaand geeft een eerste inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen waar
declarabiliteitsnorm steeds meer onder druk te staan.
de OMWB naar verwachting de komende jaren mee te maken heeft. Bij al onze medewerkers is er veel passie voor ons vak en enthousiasme om hier de
Op basis van voorgaande is gebleken dat de
schouders onder te zetten. We zien de komende jaren dan ook met vertrouwen
prijsindexcijfers zoals toegepast in de oorspronkelijke
tegemoet.
begroting 2023 niet passend zijn. De aanpassingen voor 2023 zullen worden uiteengezet en toegelicht in
<<
<
OMWB Kaderbrief 2024
de eerste begrotingswijziging 2023. De actualisatie van
Alfred Arbouw
het tarief voor 2024 wordt in de Begroting 2024 toegelicht.
Directeur OMWB
4
>
2.
Over de Kaderbrief 2024 Deze Kaderbrief vormt het eerste product uit de Planning & Controlcyclus 2024 en is opgesteld om betrokkenen bij de dienst te infor meren over nieuwe ontwikkelingen en de effecten hiervan op zowel bedrijfsvoering als financiën. De Kaderbrief is van belang voor het vormgeven van de Begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. De daadwerkelijke inzet voor 2024 wordt uiteindelijk geraamd in de werkprogramma’s en de provinciale opdracht. Niet alle ontwikkelingen worden benoemd in deze brief, enkel de belangrijkste worden toegelicht. Hoofdthema’s De OMWB gaat zich de komende jaren richten op vijf hoofdthema’s: de Omgevingswet, het verkennen van inhoudelijke onderwerpen, het instrumentarium voor vergunningverlening, toezicht, handhaving, klachten en advies (VTHKA), strategisch HRM-beleid en professionalisering (kwaliteitsmanagement en het programma ‘Van goed naar beter’). Deze overkoepelende onderwerpen vormen de rode draad in deze Kaderbrief 2024. Doorontwikkeling Gemeenschappelijk Uitvoeringskader In 2018 is het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) vastgesteld. Het GUK is onderdeel van de gezamenlijke beleidscyclus, zoals wettelijk voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten is voorgeschreven in artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)1.
Het kader beschrijft de algemene uitgangspunten en de strategieën die door de OMWB worden gehanteerd bij de uitvoering van de VTH-milieutaak (vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieugebied) voor de gemeenten in de regio Midden- en WestBrabant. In 2023 volgt een evaluatie van het GUK. Daarnaast komt er een nieuw GUK voor de periode 2023-2026. Hierbij worden de regionale en landelijke ontwikkelingen nauw betrokken.
1
Het (oorspronkelijke) GUK is gebaseerd op het Besluit Omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het GUK hierop gebaseerd zijn.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2024
5
>
3.
Beleidsmatige ontwikkelingen De OMWB heeft in de regel geen verantwoordelijkheid voor het opstellen van inhoudelijk milieubeleid, dat is aan de deelnemers. Er zijn wel landelijke, regionale en inhoudelijke ontwikkelingen die de organisatie ertoe bewegen om na te denken over haar toekomstbestendigheid en toegevoegde waarde voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Als antwoord op deze (toekomstige) uitdagingen heeft de OMWB een missie en visie opgesteld die richting geeft aan de koers van de organisatie. In deze visie is een strategische agenda opgenomen die dient als leidraad voor de verschillende onderwerpen. 3.1 Waar gaan we voor de komende jaren? Hieronder worden de missie, visie en strategische agenda van de OMWB in het kort toegelicht. Missie De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant werkt zichtbaar samen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Visie De OMWB is voor de Provincie Noord-Brabant en de gemeenten in Midden- en West-Brabant een toegevoegde waarde, het kenniscentrum, de inspirator en de aanjager om hen, samen met ketenpartners, gevraagd en ongevraagd integraal te adviseren over omgevingsvraagstukken en de bevoegde gezagen uit te dagen en te ondersteunen om de verantwoordelijkheid te nemen voor een leefomgeving met toekomst voor ons nageslacht. We zijn op regionaal niveau dé bewaker van een schone, veilige en duurzame leefomgeving.
Onze leefomgeving is divers en vormt een maatschappelijk actueel thema voor iedere inwoner en ondernemer. We voeren onze taken uit in een maatschappij waar de inhoudelijke complexiteit toeneemt, evenals de roep om meer transparantie. Daarnaast zijn veranderingen van beleid, samenwerkingsvormen en digitalisering aan de orde van de dag. Als deskundige uitvoeringsorganisatie
<<
<
OMWB Kaderbrief 2024
6
>
signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in de fysieke leefomgeving. Dit betekent een doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Midden- en West-Brabant en de Provincie Noord-Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. Zowel op regionaal als landelijk niveau dragen we onze expertise uit. Strategische Agenda De OMWB investeert in het borgen van de kwaliteit in de huidige werkprocessen en de doorontwikkeling van uitvoeringsdienst naar omgevingsdienst. Dit laatste door in overleg en afstemming met onze deelnemers de uitdagingen van de Omgevingswet en de klimaatopgaven actief op te pakken. Daarvoor zijn twee pijlers gedefinieerd:
3.2 De Omgevingswet
1. E en excellente uitvoering van onze kerntaken. Het goed uitvoeren van het
Zoals reeds vermeld in hoofdstuk 2 gaat de OMWB zich de komende jaren rich-
werkprogramma is voor de OMWB een primaire verantwoordelijkheid;
ten op vijf hoofdthema’s. Het eerste thema betreft de Omgevingswet, waarvan
2. ( Nieuwe) ontwikkeltaken op goede wijze inhoud geven en daarvan leren
hieronder een toelichting.
(adaptieve organisatie). 3.2.1 Implementatie Omgevingswet (milieunormen, gebiedsgericht beleid) Op basis van deze beide pijlers heeft de OMWB haar strategische agenda geba-
De Omgevingswet wordt naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2024 van
seerd, waarvan de hoofdthema’s - zoals reeds in hoofdstuk 2 vermeld - zijn:
kracht. Het VTH-kader zal op deze datum zijn aangepast aan de nieuwe wet.
• de Omgevingswet;
Beleidsmatige keuzes zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan worden
• het verkennen van inhoudelijke onderwerpen;
na de inwerkingtredingsdatum vastgesteld door de gemeenten. Bij de totstand-
• het instrumentarium voor vergunningverlening, toezicht, handhaving,
koming van deze documenten is het noodzakelijk de input van de ketenpart-
klachten en advies (VTHKA);
ners mee te nemen en te participeren met de omgeving. De lokale overheden
• strategisch HRM-beleid;
hebben tot 2024 de tijd voor het vaststellen van de omgevingsvisie en tot en
• professionalisering.
met 2029 de tijd voor het vaststellen van de juridische regels in het omgevingsplan. Milieu, duurzaamheid en gezondheid maken integraal deel uit van
<<
<
Deze strategische agenda vormt de rode draad in deze Kaderbrief 2024 maar
de fysieke leefomgeving. Deze thema’s krijgen een plaats in de omgevingsvisie
niet alle onderwerpen zijn even zwaar vertegenwoordigd. Voor een aantal
en het omgevingsplan. De OMWB zal bij de vorming betrokken zijn. Om de
onderdelen geldt dat het meerjarige programma’s zijn die reeds het besluitvor-
digitale samenwerking te bevorderen wordt bij de start van de Omgevingswet
mingsproces hebben doorlopen, en ingebed zijn in de begroting van de dienst.
het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) door het Rijk uitgerold.
OMWB Kaderbrief 2024
7
>
Het DSO bundelt en ontsluit informatie die bij de diverse partners aanwezig is.
3.2.2 Gebiedsgerichte aanpak
Zowel omgevingsdiensten als hun deelnemers moeten tijdig zorgen dat hun
In de strategische agenda wordt gesproken over het verkennen van de ge-
systemen aansluiten op het landelijke DSO. Via het DSO is straks (mogelijk deels
biedsgerichte aanpak. Hieronder valt ook het gebiedsgericht werken waarover
na invoering van de Omgevingswet) informatie over een locatie beschikbaar
binnen diverse beleidsgebieden en -regels wordt gesproken. Ook bij de
die nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de fysieke locatie, de vigerende
toekomstige Omgevingswet wordt gesproken over gebiedsgericht werken.
omgevingsplannen, verordeningen en regels. Koppeling met andere openbare
De OMWB staat een onderscheid in gelaagdheid bij gebiedsgericht werken voor.
informatie draagt bij aan het inzicht voor overheid en bedrijven in specifieke loca-
Wij onderkennen daarbij vier niveaus. Deze zijn:
ties. Het stelsel biedt zo waardevolle informatie die gebruikt kan worden bij aan-
1. E en medewerker van de OMWB voert zijn VTH-taken uit binnen een bepaald
vragen en schetst een beeld van de impact van initiatieven op de leefomgeving.
gebied. 2. D e OMWB beschouwt binnen een bepaald gebied alle milieu- en duurzaam-
Het in kaart brengen van gebieden draagt bij aan de duurzaamheid, veiligheid
heidsaspecten en geeft op basis van de huidige wetgeving en lokale beleids-
en gezondheid van de leefomgeving. De Omgevingswet is bedoeld om tot een
regels een integraal advies.
integrale manier van (samen)werken en afwegen te komen. Samen met ketenpartners (waterschappen, GGD en Veiligheidsregio) beschikt de OMWB over veel informatie. Die informatie zetten we in bij de uitvoering van het VTH-takenpakket.
3. D e OMWB beschouwt samen met andere partners de beleidsvelden binnen een bepaald gebied van de huidige wetgeving. 4. D e OMWB beschouwt samen met andere partners de beleidsvelden binnen
Deze informatie kan ook relevant zijn bij de ontwikkeling van omgevingsvisies
een bepaald gebied om hierover een integraal advies uit te brengen over de
en -plannen door gemeenten en provincie. Denk hierbij aan data als milieu- en
huidige situatie en toekomstige situatie inclusief beheer.
bedrijfsinformatie. Het omzetten van het huidige inrichtingenbestand naar een activiteitenbestand is een grote klus. Van de 40.000 inrichtingen die onze regio
Niveaus 3 en 4 sluiten het beste aan bij de Omgevingswet, aangezien bij deze
kent, moeten alle milieubelastende activiteiten opgenomen worden in het activi-
niveaus twee doelen van de wet worden bereikt, namelijk:
teitenbestand. De omzetting vindt ook in 2024 en daarna nog plaats.
• het gebied centraal plaatsen; • maatwerk binnen een gebied mogelijk maken.
Impact OMWB 2024 en verder
Voor 2024 staat het uitvoeren van een verkenning naar gebiedsgericht werken
De invulling van de omgevingsvisie en het omgevingsplan draagt bij aan de
in de planning. De uitkomsten worden besproken met de eigenaren/opdracht-
wijze hoe de OMWB haar VTHKA-taken uitvoert.
gevers in de regio. De verkenning zal duidelijk moeten maken binnen welke termijn niveaus 3 en 4 behaald worden. Een plan van aanpak wordt opgesteld om verdere invulling aan het thema te geven.
Impact OMWB 2024 en verder Het vervolg op de verkenning van de gebiedsgerichte aanpak draagt bij aan de wijze hoe de OMWB haar VTHKA-taken (samen met partners) uitvoert.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2024
8
>
Tevens zien we dat er grote ambities zijn die de bodem raken, zoals de woningbouwopgave, de plannen voor warmteopslag & energietransitie, de ruimtelijke adaptatie, de ondergrondse infrastructuur. Het kabinet wil water en bodem sturend maken bij deze ruimtelijke keuzes, zie hiervoor de beleidsbrief van eind 2022. Omdat de uitvoering van de maatregelen op decentraal niveau wordt gelegd, bij de provincies, de gemeenten en de waterschappen, worden samenwerking en uitwisseling van kennis tussen de verschillende overheden van extra belang. Daarom is de OMWB betrokken bij het kennisnetwerk Brabantse Bodem & Ondergrond in wording. Doel is om te komen tot een nieuwe nationale kennisinfrastructuur die bestaat uit (uiteindelijk) een landsdekkend overzicht van regionale kennisnetwerken. Dit kennisnetwerk zal volgens planning in 2024 operationeel zijn. In 2022/2023 hebben de meeste regio-gemeenten samen met de OMWB hun Nota’s bodembeheer herzien en door de gemeenteraad laten vaststellen. Daarnaast hebben zij aanvullende beleidsregels voor bodem en ondergrond opgesteld. Het gaat om regels voor het omgaan met grond en baggerspecie, denk aan PFAS-houdende grond, het beschermen van gevoelige bestemmingen en het toepassen van thermisch gereinigde grond.
De regels uit de Nota bodembeheer komen met ingang van de Omgevingswet automatisch naast de Bruidsschat in het Tijdelijk omgevingsplan van de gemeenten. De aanvullende beleidsregels kunnen gemeenten te zijner tijd opnemen in hun definitieve omgevingsplan. 3.2.3 Bodem De inwerkingtreding van de Omgevingswet leidt tot grote veranderingen bin-
De bevoegdheidsverschuiving onder de Omgevingswet en de landelijke ont-
nen het werkveld Bodem. Zo komt de Wet bodembescherming te vervallen en
wikkelingen vragen om een andere manier van werken binnen het werkveld
verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond voor een groot deel
Bodem van de OMWB. Om de gemeenten te ondersteunen bij hun nieuwe
van de provincie naar de gemeenten. Door deze overdracht komen alle basista-
bevoegd gezagsrol passen wij de samenwerking binnen het werkveld bodem
ken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. De drie Brabantse
aan en zorgen we voor een bundeling/uitwisseling van expertise, kennis en
omgevingsdiensten hebben samen met vertegenwoordigers van de gemeenten
vaardigheden. De OMWB wil ervoor zorg dragen dat het werkveld bodem
en de provincie een Verantwoord uitvoeringsniveau opgesteld van de nieuwe
via duidelijke lijnen en aanspreekpunten aan de gemeenten wordt gebracht
VTH-bodemtaken onder de Omgevingswet. Dit niveau wordt met ingang van de
en dat hiermee de samenwerking wordt geïntensiveerd.
Omgevingswet in de gemeentelijke werkprogramma’s opgenomen.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2024
9
>
Impact OMWB 2024 en verder
Daarnaast houdt de gemeente de regie over de voortgang van het totale
-V oor eind 2024 staat een eerste evaluatie in de planning van het Ver-
bouwproject. Ze beoordeelt de bouwmelding, handhaaft tijdens de bouw, zorgt
antwoord uitvoeringsniveau van de nieuwe VTH-bodemtaken onder de
ervoor dat tijdens de bouw geen hinder ontstaat voor omgeving en milieu en
Omgevingswet. De uitkomsten worden besproken met de eigenaren/op-
beoordeelt de gereedmelding van de initiatiefnemer. De Wkb heeft als doel de
drachtgevers in de regio;
bouwkwaliteit te verbeteren. Met de Wkb zal ook de aansprakelijkheid van de
-D e invulling van de bodembeleidsregels in de omgevingsplannen van de
bouwer voor bouwfouten toenemen.
gemeenten draagt bij aan de wijze hoe de OMWB haar VTH-taken op bodemgebied uitvoert; -D e OMWB past vanaf 2024 haar werkwijze aan om de gemeenten beter
Impact OMWB 2024 en verder
te kunnen ondersteunen bij hun nieuwe bevoegd gezagsrol voor bodem
Komende jaren zeer beperkte impact op omvang van werkzaamheden voor
en ondergrond.
de OMWB.
3.2.4 Private kwaliteitsborging
3.2.5 Sanering verkeerslawaai
Gelijktijdig met het in werking treden van de Omgevingswet treedt stapsgewijs
Na het in werking treden van de Omgevingswet verandert na vele jaren ook de
de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Deze wet ver-
sanering van geluidgevoelige bestemmingen (met name woningen). De huidige
plaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van
regeling onder de Wet geluidhinder (Wgh) stamt uit de jaren ‘80 en leverde
de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger.
per gemeente saneringslijsten op van woningen met potentieel een te hoge
Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in fasen, te beginnen
geluidbelasting op de gevel als gevolg van wegverkeerslawaai. Deze woningen
met bouwwerken in de laagste risicoklasse (gevolgklasse 1), bijvoorbeeld
moeten voor de (maatgevende) wegen projectgewijs worden onderzocht en zo
grondgebonden eengezinswoningen, vakantiewoningen en kleinere bedrijfs
nodig worden gesaneerd. Het liefst door maatregelen aan de bron, zoals het
panden. Na een paar jaar vindt een evaluatie van de nieuwe werkwijze plaats.
verminderen van de verkeersintensiteit, maar als het niet anders kan door het
Als deze positief uitvalt, vallen de bouwwerken in hogere gevolgklassen vanaf
aanbrengen van geluidsisolerende maatregelen aan de woning zelf. De con-
dat moment onder de nieuwe wet. Denk bijvoorbeeld aan onderwijsgebouwen
trolerende en coördinerende instantie hierbij is het Bureau Sanering Verkeers
en bibliotheken (gevolgklasse 2) en ziekenhuizen (gevolgklasse 3).
lawaai (BSV). Via deze instantie kan voor de sanering projectsubsidie worden aangevraagd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op basis van
Met de invoering van de Wkb vervallen niet alle bouwgerelateerde werkzaam-
de ‘Subsidieregeling sanering verkeerslawaai’.
heden voor de gemeente. Onder de Omgevingswet bestaat er namelijk een
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt een nieuwe bijdragere-
splitsing in een ruimtelijk en een technisch deel, waarbij het ruimtelijke deel
geling voor de sanering van verkeerslawaai van kracht. De bestaande regeling
(toetsing aan het omgevingsplan) een bevoegdheid van de gemeente blijft.
blijft echter nog wel van toepassing op alle reeds opgestarte en door BSV gesubsidieerde, maar nog niet afgeronde saneringsprojecten. De nieuwe regeling komt in plaats van de bestaande Subsidieregeling sanering verkeerslawaai.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2024
10
>
De belangrijkste wijzigingen/toevoegingen in de nieuwe bijdrageregeling zijn:
3.3 Verkenningen
• Alle woningen die niet eerder onder de Wgh zijn of worden gesaneerd (waar-
Zoals reeds vermeld in hoofdstuk 2 gaat de OMWB zich de komende jaren
onder woningen die zijn ‘gesaneerd’ door het instellen van een maximum-
richten op vijf hoofdthema’s. Het tweede thema betreft de Verkenningen,
snelheid van 30 km/uur en zogenaamde ‘oude weigeraars’) en gebouwen met
die hieronder worden toegelicht. Het gaat om onderwerpen die raken aan de
een geluidbelasting boven de grenswaarde en gebouwen opgenomen op de
inhoudelijke doorontwikkeling van de VTH-taken en specialistische taken onder
saneringslijst art. 15.2 Omgevingsbesluit worden aangemerkt als geluidge-
dit programma.
voelige gebouwen. • Voor sanering onder de Omgevingswet komen geluidgevoelige gebouwen met
Interbestuurlijk programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
een hogere geluidbelasting dan de saneringsdrempels in aanmerking: 65 dB
(IBP VTH)
voor provinciale wegen buiten de bebouwde kom en 70 dB voor alle overige
Op 4 maart 2021 verscheen het rapport ‘Om de leefomgeving’. Het rapport is
situaties, waaronder gemeentelijke wegen.
in opdracht van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, mevr.
• Naast een verplichte sanering (woningen die niet eerder met Rijksmidde-
S. van Veldhoven, geschreven door de adviescommissie Vergunningverlening,
len zijn gesaneerd én met een geluidbelasting boven de grenswaarde) zal
Toezicht en Handhaving onder leiding van dhr. J.J. van Aartsen. De commis-
er ook een vrijwillige sanering zijn. Dit betreft woningen die eertijds op de
sie vermeldt dat inmiddels duidelijk is wat wel en wat niet werkt binnen het
saneringslijsten onder de Wgh zijn terechtgekomen, niet eerder zijn gesa-
VTH-stelsel. De grenzen aan doorontwikkeling binnen het stelsel komen vol-
neerd én met een geluidbelasting tot 5 dB onder de saneringsgrenswaarde.
gens de commissie in zicht. In het rapport geeft de commissie inzicht in wat is
• Het benodigde saneringsbudget gaat rechtstreeks naar ‘overheidsorganisaties
bereikt, hoe dat past bij de bedoeling van het stelsel en wat aanvullend nodig
met een grote saneringsopgave’, zoals provincies, omgevingsdiensten en
is om het stelsel te verbeteren.
grote gemeenten. Naast de toekomstbestendigheid van het stelsel heeft de commissie zich vooral gericht op de omgevingsdiensten en het functioneren ervan. Dit ook in relatie
<<
<
Impact OMWB 2024 en verder
tot het bevoegd gezag en hoe het Rijk zijn regierol kan versterken. De bedoe-
Mogelijke (forse) toename van nieuwe saneringsprojecten.
ling van het stelsel zoals geformuleerd door de commissie Mans uit 2008 (‘De
OMWB Kaderbrief 2024
11
>
tijd is rijp’) is door de commissie gebruikt als uitgangspunt. De commissie is
implementeren. Er zijn dwingender ingrepen nodig om de hoofdproblemen van
van oordeel dat het stelsel niet goed functioneert en niet voldoet aan de oor-
vrijblijvendheid en fragmentatie aan te pakken. Om dit te bewerkstelligen is
spronkelijke bedoeling van de commissie Mans. De verbeteringen in de toepas-
door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een Interbestuurlijk
sing en uitvoering van het omgevingsrecht leveren onvoldoende resultaat op.
programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (IBP VTH) opgesteld.
Het stelsel wordt volgens de commissie - nog steeds -
Het programma heeft een looptijd van twee jaar (2022-2024). In het pro-
gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Het belangrijkste gevolg
grammaplan worden de programmadoelen van het IBP VTH concreet gemaakt.
is dat omgevingsdiensten hun rol niet kunnen vervullen zoals oorspronkelijk
Grofweg geldt dat het eerste jaar (2022) vooral bedoeld is voor het scherpen
bedoeld. De commissie geeft in het rapport aan dat het stelsel op de volgende
van de wijze van uitvoering en concretisering van de aanbevelingen van de
punten tekortschiet:
commissie Van Aartsen. Het tweede jaar (2023) wordt benut voor de daad-
•O nafhankelijkheid van de omgevingsdiensten bij het uitvoeren van hun taak
werkelijke implementatie. De implementatie van een aantal ingrijpende zaken
is ten onrechte ondergeschikt gemaakt aan nabijheid bij het bevoegd gezag.
loopt nog door in 2024. Ook zal de eerste spin-off van het programmaplan in
• Omgevingsdiensten zijn onvoldoende robuust om vanuit professionele distantie
2024 zichtbaar moeten worden.
hun rol te kunnen spelen, door een combinatie van: - een te kleine schaal van een aantal diensten; - negatieve effecten van outputfinanciering op handhaving en kennisontwikke ling en deskundigheidsbevordering; - t e grote diversiteit in het takenpakket waardoor een regionale handhaving strategie niet van de grond komt.
Impact OMWB 2024 en verder De invulling van het Interbestuurlijk programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (IBP VTH) draagt bij aan de wijze hoe de OMWB zijn VTHKA-taken uitvoert.
• I nformatie-uitwisseling en kennisontwikkeling zijn onder de maat voor het opbouwen van deskundigheid en voldoende specialisatie. Laat staan dat deze zijn toegesneden op de toekomstige vraagstukken waar bevoegd gezag en omgevingsdiensten mee te maken krijgen. •H et interbestuurlijk toezicht op een behoorlijke en rechtmatige uitvoering
gebruik is groter dan ooit. De gevolgen van klimaatverandering worden steeds
De meest in het oog springende lacune is het geheel ontbreken van (extern)
meer aan den lijve ondervonden en mondiale ontwikkelingen zijn van grote
toezicht op het functioneren van de omgevingsdiensten: het toezichtsgat.
invloed op de leveringszekerheid van energie en kosten daarvan. Deze ontwik-
•H et interbestuurlijk toezicht functioneert onvoldoende om de noodzakelijke
kelingen hebben directe gevolgen voor de taakuitvoering van de OMWB. Om de
•R egie door het Rijk ontbreekt, stelselverantwoordelijkheid door de bewindspersoon is in de huidige vorm een fictie.
<
De aandacht voor klimaat, energiebesparing en verduurzaming van het energie-
van medebewindstaken, zoals VTH, is over de gehele linie zwak ontwikkeld.
checks en balances te garanderen.
<<
3.3.2 Energie en Klimaat
landelijke CO2-reductiedoelen te halen is een versnelling nodig. Om bedrijven aan te zetten tot meer energiebesparing zijn regelgeving, toezicht en handhaving belangrijke instrumenten.
De commissie stelt hiermee dat in de afgelopen jaren is gebleken dat ‘door-
Met het in werking treden van de Omgevingswet wordt energietoezicht toege-
ontwikkeling’ niet de weg is om de noodzakelijke verbetering in het stelsel te
voegd aan het basistakenpakket van omgevingsdiensten. Op 1 juli 2023 wordt
OMWB Kaderbrief 2024
12
>
de regelgeving aangescherpt en eind 2022 is er meer Rijksbudget beschikbaar gekomen voor omgevingsdiensten om toezicht en handhaving uit te voeren. Dit werkt door in 2024. Er is meer gespecialiseerde capaciteit voor energietoezicht beschikbaar en de interne deskundigheid wordt voortdurend vergroot. Zeer grote verbruikers, waaronder ook de bedrijven die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) moeten voor 1 december 2023 een
3.3.3 Regeling ‘CO2-normering werkgebonden personenmobiliteit’
energieonderzoeksrapportage aanleveren en in 2024 wordt het toezicht bij
De ‘normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit’ geldt voor werk-
deze bedrijven verder geïntensiveerd. Op verzoek van gemeenten voeren we
gevers met honderd of meer werknemers en draagt bij aan het verduurzamen
ook toezicht en handhaving uit op de energielabel C-verplichting voor kantoren