CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - omgevingseffectrapport bij inspraak mw Van Heusden AR 2 okt over bp Vlietstraat

Raadsvergadering 24 oktober 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Bestemmingsplan Vlietstraat Sleeuwijkt.b.v. hospice34.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2.3.4

Stikstofregistratiesysteem (SSRS) Vanaf 23 maart 2020 kan een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem. Dit geldt in eerste instantie voor de woningbouwprojecten en zeven MIRT-projecten. Het stikstofregistratiesysteem is wettelijk verankerd in hoofdstuk 2 van de Regeling Natuurbescherming. Enkel voor projecten kan aanspraak gemaakt worden op stikstofruimte uit het SSRS. Voor plannen is dit niet mogelijk. Via het stikstofregistratiesysteem worden per Natura 2000-gebied de effecten van stikstofmaatregelen geregistreerd. Voorwaarde voor het systeem is dat er eerst stikstofruimte is gecreëerd door maatregelen die de stikstofneerslag verminderen. Het stikstofregistratiesysteem is gevuld met de afname van de stikstofdepositie door de snelheidsverlaging. De verlaging overdag van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur is de maatregel die het snelst stikstofruimte oplevert. Vervolgens wordt een deel van die ruimte (maximaal 70%) besteed aan ruimtelijke ontwikkelingen. De overige 30% valt toe aan de reductie van stikstof en daarmee aan natuur. Het registratiesysteem zorgt er voor dat voor ieder Natura 2000-gebied in beeld komt welke beschikbare depositieruimte verdeeld kan worden bij de vergunningverlening, in eerste instantie voor woningbouw en een beperkt aantal grote wegenprojecten.

Met het stikstofregistratiesysteem is er aan de ene kant een afname van stikstofdepositie (door de snelheidsverlaging), waarvan de ruimte wordt opgespaard in een ‘spaarpot’, het SSRS. De toename van stikstofdepositie op natuur (door een project) wordt vervolgens gemitigeerd door middel van afboeking van stikstofruimte uit het SSRS.

2.3.5

Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. In dit kader wordt gekeken naar mogelijkheden om de veestapel te verminderen, bijvoorbeeld door middel van vermindering van dierrechten. Ook kunnen provincies - via de regeling gerichte opkoop - een koopovereenkomst sluiten met agrarische bedrijven. De regeling is gericht op het kunnen opkopen van ‘piekbelasters’: bedrijven die een relatief hoge belasting veroorzaken op nabijgelegen Natura2000 gebieden die stikstofgevoelig én overbelast zijn (zie ook paragraaf 2.3.6). De wet voorziet in de verplichting om een programma van maatregelen op te stellen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningsvrij waren, is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. Deze wet regelt ook een aanpassing van het Besluit natuurbescherming, waardoor nu een partiële vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.

Het partiële slaat hier op het feit dat de vrijstelling alleen geldt voor stikstofdepositie en niet voor de overige storingsfactoren. Er hoeven ten behoeve van een natuurvergunningaanvraag (gebiedsbescherming) voor een project dus geen berekeningen en daarbij behorende beoordeling van de stikstofdepositie voor de realisatiefase meer plaats te vinden. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd.

Blad 6 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

Om verdere stappen te zetten in de oplossing van de stikstofproblematiek en om goede condities voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten te realiseren, hebben de ministeries van Financiën en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op ambtelijk niveau twee denkbare beleidspakketten opgesteld. Deze beleidspakketten zijn aanvullend op de zogeheten structurele aanpak stikstof en natuurversterking, die het kabinet in 2020 publiceerde. Beide pakketten maken gebruik van opkoopregelingen om de veestapel met een derde te laten krimpen. Variant A is een integraal pakket gericht op stikstofreductie én op de extensivering van de landbouw rond Natura 2000gebieden en in veenweidegebieden. Variant B is vooral gericht op stikstofreductie. Deze varianten zijn door het Planbureau voor de Leefomgeving onderzocht (Tiktak, A. et al. (2021), Quickscan van twee beleidspakketten voor het vervolg van de structurele aanpak stikstof. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving). In reactie op de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering heeft Greenpeace – mede namens een aantal andere organisaties - een sommatiebrief aan minister Schouten gestuurd op 20 mei 2021 (kenmerk: D20191602/BK/ls). In deze brief wordt aangetoond dat de doelen voor Natura 2000 niet zullen worden gehaald zoals in de wet stikstofreductie wordt beoogd.

Gesommeerd is om: • bij de uitvoering van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering strengere doelen te hanteren én te realiseren in de volgende jaren, • bij het realiseren van de geformuleerde doelen, ten aanzien van areaal dat nog niet onder de KDW is gebracht geen toename van stikstofdepositie toe te staan ten opzichte van het niveau in 2019; • binnen drie maanden een programma vast te stellen voor het verminderen van de depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitats, gebaseerd op bewezen effectieve maatregelen, waarmee tijdig wordt voldaan aan de onder I geformuleerde doelen, waarbij in het programma steeds prioriteit wordt gegeven aan de aanpak van de stikstofdepositie op de habitats en leefgebieden waar de daling van stikstofdepositie ecologisch bezien het meest urgent is. Bij het schrijven van de passende beoordeling is niet bekend in hoeverre dit gerealiseerd wordt.

2.3.6

Opkoop- en beëindigingsregelingen veehouderijen In de zomer 2021 heeft minister Schouten van LNV aangekondigd aan dat het budget voor de Maatregel Gerichte Opkoop (MGO) met 130 miljoen euro wordt opgehoogd met de overgebleven middelen uit de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Daarmee is voor de MGO nu in totaal 480 miljoen euro beschikbaar. Na evaluatie deze zomer, opent de tweede tranche naar verwachting eind dit jaar. De termijn waarbinnen aankopen door provincies moeten worden gerealiseerd, wordt verlengd, zodat provincies 2 maanden extra de tijd krijgen om koopovereenkomsten te sluiten met piekbelasters. Vanaf de tweede tranche van de MGO komt de gerichte opkoopregeling van piekbelasters door provincies, de zogenoemde stoppersverklaring te vervallen. Voor deelnemers aan de MGO is het dan mogelijk om onder voorwaarden een bedrijf elders over te nemen, mits ook daar een emissiereductie wordt gerealiseerd. De MGO draagt bij aan het verminderen van de stikstofemissie. Tot slot gaat de Landelijke beëindigingsregeling veehouderij (Lbv) naar verwachting in het voorjaar van 2022 open. Dit is een vrijwillige regeling waarbij varkens-, rund- en pluimveehouders een subsidie kunnen krijgen om te stoppen met hun bedrijf. De vrijwillige opkoopregeling voor

Blad 7 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

veehouders is een maatregel binnen de structurele stikstofaanpak van het Rijk. Deze regeling draagt bij aan het verminderen van de stikstofemissie. Hiervoor wordt een bedrag van 970 miljoen euro beschikbaar gesteld. Als het volledige subsidiebedrag wordt benut, levert de Lbv een stikstofreductie op van 16 tot 35 mol. LNV start ook een pilot waarbij 100 miljoen euro gaat naar het opkopen van grond van deelnemers aan de Lbv. Vrijwillige verkoop van grond door de Lbvdeelnemers is daarbij het uitgangspunt. De pilot is bedoeld om regio’s te ondersteunen bij de grote opgaven in het landelijk gebied. Zo kan aangekochte grond bijvoorbeeld worden ingezet voor het versterken van de natuur of het extensiveren van landbouwgrond. Het grondfonds treedt in werking zodra de eerste tranche van de Lbv in uitvoering gaat.

2.3.7

Vaste afstandsgrens van 25 kilometer voor alle emissiebronnen Voor het berekenen van stikstofdepositie, nodig voor het aanvragen van een Wnb-vergunning, gaat een vaste afstandsgrens van 25 kilometer gelden voor alle emissiebronnen. Dat blijkt uit een Kamerbrief “Vervolgacties naar aanleiding van het eindrapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof” van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 9 juli 2021 (Kenmerk: DGS / 21173346). Voor woningbouw, landbouw en industrie/energie gelden nu geen afstandsgrenzen, terwijl voor infrastructurele projecten rekening wordt gehouden met de stikstofneerslag tot 5 kilometer van de weg. Met deze aanpassing wordt tegemoet gekomen aan een uitspraak van de Raad van State over de afstandsgrens van 5 km voor verkeer. Een vaste afstandsgrens voor alle emissiebronnen leidt tot meer duidelijkheid en een gelijkwaardige behandeling van emissiebronnen bij de beoordeling van een vergunningaanvraag. AERIUS Calculator zal hiervoor worden aangepast. Naar verwachting gebeurt dat eind 2021 of begin 2022. Omdat stikstof op een afstand verder dan 25 km niet meer hoeft te worden beoordeeld door initiatiefnemers, gaat de overheid hiervoor wel maatregelen treffen.

Hiervoor komen extra bronmaatregelen (naast de bronmaatregelen voor de stikstofreductiedoelen / omgevingswaarden voor stikstof en de bronmaatregelen voor het legalisatieprogramma voor PAS-meldingen en PASberekeningen). Ook kan het zijn dat in een individuele Wnb-vergunning (bijvoorbeeld) een extra emissiereductie wordt gevraagd vanwege stikstof op een afstand verder dan 25 km. Maar voor de beoordeling of voor een bepaalde activiteit een Wnb-vergunning nodig is, hoeft alleen te worden gekeken naar de stikstof tot 25 km van de emissiebron. Voor het berekenen van stikstofneerslag, nodig voor het aanvragen van een natuurvergunning, geldt een vaste afstandsgrens van 25 kilometer.

Blad 8 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

3

Situatie Natura 2000-gebieden In en rond de gemeente Altena liggen twee Natura-2000 gebieden; ‘Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem’ en ‘Biesbosch’ (zie figuur 3.1). Gezien hun ligging zullen andere Natura 2000gebieden buiten het invloedsgebied van de effecten van de omgevingsvisie liggen, behalve ten aanzien van stikstofdepositie. Het betreft dan gebieden zoals bijvoorbeeld de ‘Langstraat’ en ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’. Boezems Kinderdijk

Donkse Laagten

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

Biesbosch Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem Loevestein, Pompveld &

Kornsche Boezem

Langstraat

Figuur 3.1 De ligging van Natura 2000-gebieden in en in de omgeving van de gemeente Altena.

Om te kunnen bepalen welke invloed het beleid uit de omgevingsvisie heeft voor de natuurlijke kenmerken en instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden wordt gestart met een beschrijving van de twee meest nabijgelegen gebieden; de instandhoudingsdoelen, de knelpunten en autonome ontwikkeling. Het detailniveau van deze beschrijvingen sluit aan bij het detailniveau van de omgevingsvisie. Gezien het abstracte karakter van deze visie is met name de beschrijving van de knelpunten en de autonome ontwikkeling op hoofdlijnen. Beide Natura 2000-gebieden zijn recent versterkt door een aangrenzend Ruimte voor de rivierproject: • Polder Noordwaard nabij de Biesbosch, gelegen aan de Nieuwe Merwede, ten westen van Werkendam en ten noorden van de Biesbosch. In het kader van Ruimte voor de Rivier wordt de polder opnieuw ingedeeld en gewijzigd van een binnendijks naar een buitendijks gebied. Met als vertrekpunt de topografische kaart van 1905 wordt het oude

Blad 9 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

•

krekenstelsel hersteld en worden oude cultuurhistorische elementen zoals kades en dijken geaccentueerd. In het doorstroomgebied en langs (te herstellen) kreken kan op beperkte schaal (nieuwe) natuur zich ontwikkelen. Het water in de polder wordt langer door een primaire waterkering beschermd, maar gaat tot het stroomgebied behoren bij waterstanden boven NAP +2,0 meter op de Nieuwe Merwede. Door de open verbindingen met zowel het Gat van de Noordklip aan de zuidoostzijde en de Nieuwe Merwede aan de noordzijde, komt de ontpolderde Noordwaard ook onder invloed van de dagelijkse getijdenwerking te staan. Munnikenland nabij (Slot) Loevestein. Om de Waal meer ruimte te geven, is de bestaande dijk landinwaarts verlegd (gebied is ontpolderd), zijn de uiterwaarden verlaagd en is een (neven)geul in de uiterwaarden van de Waal gegraven. Verder is er een lange dijk op een nieuwe plek aangelegd: de Wakkere Dijk. Naast de Waal ligt een soort kom, en dat is nu een moeras aan het worden met veel open water, riet, moerasplanten.

3.1

Natura 2000-gebied Biesbosch

3.1.1

Kenmerken (https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant/biesbosch) De Biesbosch was eeuwenlang een uitgestrekt zoetwatergetijdengebied, dat in Europa nauwelijks zijn weerga kende. Ontstaan in het begin van de vijftiende eeuw, tijdens de beruchte SintElizabethsvloed, werd het gebied lange tijd gekenmerkt door verraderlijke wilgenvloedbossen (deels in gebruik als grienden), afgewisseld met kale zand- en slikplaten, rietgorzen en biezenvelden, maar door de uitvoering van de Deltawerken heeft de Biesbosch veel van zijn allure moeten prijsgeven. Na de afsluiting van het Volkerak in 1960 en het Haringvliet in 1970 viel het getij terug van gemiddeld 2 meter naar enkele decimeters. Het gebied bestaat uit drie delen: de Sliedrechtse en Dortsche Biesbosch ten noorden van de Merwede en de Brabantse Biesbosch ten zuiden ervan. Alleen in de Sliedrechtse Biesbosch resteert nog een getijdeverschil van ongeveer 70 centimeter door de open verbinding met de Oude Maas. Het dynamische getijdengebied veranderde na de uitvoering van de Deltawerken in een verruigd moerasgebied waarin de hoogteverschillen tussen platen en geulen geleidelijk verminderden, wat ten koste ging van afkalving van de eilanden. De biezenvelden, rietgorzen en wilgenvloedbossen zijn grotendeels verdwenen; inpolderingen en de aanleg van reusachtige drinkwaterbekkens hebben verder hun tol geëist.

Maar toch, ondanks dit alles bezit de Biesbosch ook in zijn huidige vorm grote botanische en faunistische kwaliteiten, terwijl het landschap van eilanden en slingerende waterwegen in wezen nog steeds bestaat. Naast Zuid-Flevoland het belangrijkste brongebied voor de blauwborst; een broedvogel van verruigd rietland. Daarnaast een belangrijk broedgebied voor andere moerasvogels (bruine kiekendief, porseleinhoen, snor en rietzanger) en broedvogels van waterrijke gebieden met opgaand bos (aalscholver en ijsvogel). Belangrijk rust- en foerageergebied voor fuut, lepelaar, kleine zwaan, kolgans, grauwe gans, brandgans, smient, krakeend, wintertaling, kuifeend, grote zaagbek en grutto. Daarnaast van enig belang als rust- en foerageergebied voor aalscholver, pijlstaart, slobeend, tafeleend, nonnetje, visarend en meerkoet. Voor de meeste van deze soorten is zowel de Brabantse als de Dordtse Biesbosch als slaap- en foerageergebied van betekenis. In de Dordtse Biesbosch heerst daarnaast voldoende rust voor een belangrijke functie als ruigebied (wintertaling) en als pleisterplaats voor verstoringsgevoelige soorten als lepelaar en nonnetje. De Sliedrechtse Biesbosch is vooral van belang voor ganzen.

Blad 10 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

3.1.2

Instandhoudingsdoelen Het Natura 2000-gebied Biesbosch betreft een Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Het gebied is in 2013 definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelen zijn in Tabel 2.1 opgenomen. Op 23 februari 2018 heeft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een ontwerp-wijzigingsbesluit voor diverse Habitatrichtlijngebieden getekend. Daarin zijn voor een groot aantal Natura 2000-gebieden (habitatrichtlijngebieden) instandhoudingsdoelen voor een aantal habitattypen en/of habitatsoorten toegevoegd, ook voor het Natura 2000-gebied Biesbosch. Het ministerie van LNV heeft aangegeven dit besluit niet te gaan vaststellen (kamerbrief Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dd. 13-112019, kenmerk: DGNVLG / 19260351). Omdat dit ontwerp-besluit tot doel heeft een gebied tijdig de bescherming te bieden die aan het gebied toekomt op grond van de Habitatrichtlijn, zijn deze ontwerp-doelstellingen meegenomen in de voorliggende rapportage. Deze doelen zijn ook in tabel 3.1 aangegeven. Tabel 3.1: Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Biesbosch. De doelen uit het ontwerpaanwijzingsbesluit zijn cursief aangegeven. Doelst. Opp.vl.

Doelst. Kwal.

Habitattypen H3260B Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden)

=

=

H3270

Slikkige rivieroevers

>

>

Stroomdalgraslanden

>

=

H6430A

Ruigten en zomen (moerasspirea)

=

=

H6430B

Ruigten en zomen (moerasspirea)

>

=

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

=

>

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)

=

>

Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)

= (<)

>

Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) Habitatsoorten H1095 Zeeprik

>

>

=

=

>

H1099

Rivierprik

=

=

>

H1103

Fint

=

=

>

H1106

Zalm

=

=

>

H1134

Bittervoorn

=

=

=

H1145

Grote modderkruiper

=

=

=

H1149

Kleine modderkruiper

=

=

=

H1163

Rivierdonderpad

=

=

=

H1318

Meervleermuis

=

=

=

H1337

Bever

=

=

=

H1340

Noordse woelmuis

>

>

>

H1387

Tonghaarmuts

>

>

>

H4056

Platte schijfhoren

=

=

=

H1102

Elft

=

=

>

H6120

H6510A H6510B H91E0A H91E0B

Blad 11 van 51

Doelstelling populatie

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

Doelst. Opp.vl.

Doelst. Kwal.

Aalscholver

=

=

Doelstelling populatie aantal broedparen 310

A021

Roerdomp

>

>

10

A081

Bruine kiekendief

=

=

30

Porseleinhoen

>

>

9

A229

IJsvogel

=

=

20

A272

Blauwborst

=

=

1300

Snor

=

=

130

Rietzanger

=

=

260

Broedvogels A017

A119

A292 A295

A005

Fuut

=

=

Aantal overwinterende of doortrekkende individuen 450 f

A017

Aalscholver

=

=

330 s/r/f

A027

Grote zilverreiger

=

=

10 f

A034

Lepelaar

=

=

10 f

A037

Kleine zwaan

=

=

10 s/r/f

A041

Kolgans

=

=

1800 f

A043

Grauwe gans

=

=

2300 s/r/f

A045

Brandgans

=

=

870 f

A050

Smient

=

=

330 s/r/f

A051

Krakeend

=

=

1300 f

A052

Wintertaling

=

=

1100 f

A053

Wilde eend

=

=

4000 f

A054

Pijlstaart

=

=

70 f

S056

Slobeend

=

=

290 f

A059

Tafeleend

=

=

130 f

A061

Kuifeend

=

=

3800 f

A068

Nonnetje

=

=

20 f

A070

Grote zaagbek

=

=

30 f

A075

Zeearend

=

=

2f

A094

Visarend

=

=

6f

A125

Meerkoet

=

=

3100 f

A156

Grutto

=

=

60 s/r/f

Niet-Broedvogels

60 s/r

Legenda = > = (<) f s/r

Behoud Uitbreiding omvang of verbetering kwaliteit = (<) behoud oppervlakte, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde Foerageergebied Slaap- en rustplaats en foerageergebied

Blad 12 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

3.1.3

Knelpunten (RVO, 2017, Beheerplan Natura 2000) Door het vastleggen van de vaargeul in de Biesbosch is de dynamiek van de rivier zover afgenomen dat dit vooral gevolgen heeft voor stroomdalgraslanden, glanshaver- en vossenstaarthooilanden en vochtige alluviale bossen. Daarnaast is het achterblijven van voldoende flexibel en intensief beheer voor stroomdalgraslanden, glanshaver- en vossenstaarthooilanden een knelpunt. Voor de meeste habitattypen en soorten zijn de omstandigheden in de Biesbosch goed genoeg voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen. Voor een aantal habitattypen vergt dit nog wel extra beheerinspanningen. Voor een enkele vogelsoort is onbekend welke maatregelen leiden tot het bereiken van de doelstellingen. Het is bijvoorbeeld onduidelijk waarom de aalscholverkolonie niet groeit en of dit iets met milieukwaliteit te maken heeft. Nader onderzoek moet hierin helderheid scheppen. Een punt van zorg is als de recreatieve druk in de Biesbosch de komende jaren nog verder toeneemt, dit heeft negatieve gevolgen voor de rust in het gebied. De oorzaak van het niet kunnen realiseren van een aantal doelstellingen liggen voor een aantal soorten buiten de Biesbosch. Zo trekken een aantal zangvogels naar Afrika, waar de toestand in het winterkwartier van groot belang is voor de terugkeer naar de Biesbosch.

Een aantal andere vogelsoorten blijven bij zachte winters in het gebied van Oostzee, waardoor in zachte winters de aantallen niet worden bereikt. Deze soorten bleken in de afgelopen strengere winters wel in voldoende aantallen in de Biesbosch te verblijven. Voor de meeste soorten en een groot aantal habitattypen lijkt het inzetten op procesnatuur en het vergroten van de dynamiek te leiden tot het halen van de Natura 2000-doelstellingen. Voor enkele habitattypen (zoals stroomdalgraslanden) zijn beheermaatregelen noodzakelijk om de doelstellingen te halen.

3.1.4

Autonome ontwikkelingen Algemeen Natura 2000 De komende decennia zal vanuit een bevolkingsgroei en klimaatverandering de druk op Natura 2000-gebieden toenemen. Klimaatverandering zorgt met name voor temperatuurstijgingen en grotere weersextremen. Dit resulteert in verschuiving van geschikte verspreidingsgebieden en grotere fluctuaties van populaties. Het belang van een goede ruimtelijke samenhang neemt toe waardoor leefgebieden vergroot kunnen worden en soorten mee kunnen schuiven en fluctuaties beter opgevangen kunnen worden. Het Nederlandse beleid is erop gericht om de gunstige/veilige staat van de soorten en habitattypen vallend onder de VHR binnen Nederland te realiseren. Voor de Natura 2000-gebieden zijn beheerplannen opgesteld waarin is aangegeven welke maatregelen getroffen moeten worden om op termijn de Natura 2000-doelen te halen. In de PAS-gebiedsanalyses, die voor de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn opgesteld, is betoogd dat de doelen op termijn kunnen worden gehaald. In de Natura 2000-beheerplannen zijn maatregelen geformuleerd die moeten bijdragen aan het realiseren van de doelen. Uit monitoring moet blijken of dit ook daadwerkelijk het geval is en of aanvullende maatregelen nodig zijn.

Blad 13 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

De Natura 2000-gebieden zijn voor het grootste deel onderdeel van het NNN, waarmee realisatie van het NNN een essentieel instrument is om de vereiste gunstige staat van instandhouding te bereiken voor de in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermde plantensoorten, diersoorten en habitattypen. Daarnaast dragen ook natuurmaatregelen buiten het NNN bij aan het realiseren van een gunstige staat van instandhouding. Want uiteindelijk wordt de staat van instandhouding bepaald voor Nederland als geheel, ongeacht voorkomen binnen of buiten Natura 2000-gebieden of het NNN. Natura 2000-gebied Biesbosch Voor de meeste soorten en een groot aantal habitattypen in de Biesbosch lijkt het inzetten op procesnatuur en het vergroten van de dynamiek te leiden tot het halen van de Natura 2000doelstellingen. Voor enkele habitattypen (zoals stroomdalgraslanden) zijn beheermaatregelen noodzakelijk om de doelstellingen te halen. Uit de analyses blijkt dat het natuurbeheer voor stroomdalgraslanden, glanshaver- en vossenstaarthooilanden aangepast zal moeten worden, zodat wilgen niet overal gaan domineren. Ook zal er onderzoek verricht worden naar de mogelijkheid voor het verbeteren van waterriet en watervegetaties Voor het Natura 2000-gebied de Biesbosch is een maatregelenpakket samengesteld.

Deze maatregelen, alsmede de maatregelen die niet door dit pakket worden afgedekt zijn samengevat in Tabel 3.2. Voor al deze maatregelen geldt dat ze in beheerplanperiode 1 moeten worden uitgevoerd. Een deel van de maatregelen zal ook in periode 2 (tweede Natura 2000-beheerplan) moeten worden voortgezet. Tabel 3.2: Overzicht maatregelen voor het Natura 2000-gebied Biesbosch. Verantwoordelijke organisatie.

Uitvoeringsperiode 1e beheerplan-2e beheerplanperiode periode

1.Vergroten rivierinvloed 1b. Verwijderen zandworstenmat en monitoring vooroever 1c. Verwijderen grote meidoornstruiken en wilgen

Staatsbosbeheer Staatsbosbeheer Staatsbosbeheer

1d. verwijderen stortsteen 2. Intensiveren maai- en begrazingsbveheer Kop van de oude Wiel 2a maaien en ruimen vegetatie om (meidoorn)opslag tegen te gaan 2c verwijderen en afvoer raster

X is reeds uitgevoerd X is reeds uitgevoerd X is reeds uitgevoerd

Staatsbosbeheer

x

Staatsbosbeheer

x

Provincie

x

Staatsbosbeheer

x

Staatsbosbeheer

x

Staatsbosbeheer

x

x

x

3. Intensiveren maai- en begrazingsbeheer Kraaijennest 3a Afkoop regulieren pacht 3b Intensiveren maaibeheer en afvoeren maaisel

x

4. Beperking verdroging Kraaijennest 4a. Graven poel en dempen sloten 5.Regulering waterstand Louw Simonswaard 5a Herstel watersysteem Louw Simonswaard 5b Afkoop regulieren pacht

x

6. Optimaliseren beheer Hengstpolder 6a Intensiveren maaibeheer en afvoeren maaisel

Blad 14 van 51

Staatsbosbeheer

x

x

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

Verantwoordelijke organisatie. 6b Herstel watersysteem Hengstpolder

Staatsbosbeheer

Uitvoeringsperiode 1e beheerplan-2e beheerplanperiode periode x

7. Tegengaan verruiging als gevolg van aandrijfsel 7a ruimen en afvoeren van aandrijfsel (deek)

Staatsbosbeheer

x

8. Inrichten hydrologisch meetnet Hengstpolder en Louw Simonswaard 8a. Plaatsen potentiaalbuizen Hengstpolder

Staatsbosbeheer

x

8ab Plaatsen potentiaalbuizen Louw Simonswaard

Staatsbosbeheer

x

x

Aanvullend O. kwaliteitsverbetering hardhoutbos

Staatsbosbeheer

x

E. cyclisch beheer slikkige oevers en terugzetten vegetatie natuurontwikkelingsprojecten D. Uitvoeren Kierbesluit

Staatsbosbeheer

x

U. Maatregelen voor verbetering leefgebied instandhoudingsdoelen

Ministerie van I en M Staatsbosbeheer

3.2

Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

3.2.1

Kenmerken

x x

(https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/loevestein-pompveld-kornsche-boezem) Het Natura 2000 gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem bestaat uit drie aparte deelgebieden. Het deelgebied Loevestein ligt rond het gelijknamige slot en bestaat uit graslanden en moeras in de uiterwaarden van de Waal en de Afgedamde Maas. Loevestein is vanwege het voorkomen van verschillende zeldzame vis- en amfibiesoorten en van zeer bloemrijke uiterwaardgraslanden van internationaal belang. Het deelgebied Pompveld is een laaggelegen kleinschalige kleipolder met eigen waterhuishouding. Het omvat moeras, grienden, bosjes en vochtige graslanden. In het midden van het Pompveld ligt een eendenkooi. Het deelgebied de Kornsche Boezem is een hoge boezem, waar het overtollige water uit omliggende polders vroeger werd opgemalen. Er liggen veel grienden, populierenbosjes en enkele percelen met zeggenmoerassen. Het Natura 2000-gebied heeft in zijn geheel een rijke visfauna.

3.2.2

Instandhoudingsdoelen Het Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem betreft een Habitatrichtlijngebied. Het gebied is in 2013 definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelen zijn in Tabel 3.2 opgenomen. In 2014 is een wijzigingsbesluit genomen waarmee de begrenzing is aangepast. Met het ontwerp-wijzigingsbesluit van februari 2018 zijn instandhoudingsdoelen voor een aantal habitattypen en/of habitatsoorten toegevoegd. Het ministerie van LNV heeft aangegeven dit besluit niet te gaan vaststellen (kamerbrief Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dd. 13-11-2019, kenmerk: DGNVLG / 19260351). Omdat dit ontwerp-besluit tot doel heeft een gebied tijdig de bescherming te bieden die aan het gebied toekomt op grond van de Habitatrichtlijn, zijn deze ontwerp-doelstellingen meegenomen in de voorliggende rapportage. Deze doelen zijn ook in tabel 3.3 aangegeven.

Blad 15 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

De Natura 2000-doelen voor Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem hebben betrekking op vijf habitattypen en vijf soorten. In onderling overleg met de provincie Gelderland is bepaald voor welke doelen er een opgave ligt in Pompveld & Kornsche Boezem en welke voor welke in Loevestein. Deze verdeling is gebaseerd op het daadwerkelijk voorkomen van de habitattypen en (het leefgebied van) soorten in de gebieden. Voor Pompveld en de Kornsche Boezem zijn (alleen) de doelen voor drie vissoorten relevant; dit zijn de kleine en grote modderkruiper en de bittervoorn. Tabel 3.3: Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem. De doelen uit het ontwerp-aanwijzingsbesluit zijn cursief aangegeven. Doelst. Opp.vl.

Doelst. Kwal.

Habitattypen H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden

>

>

H3270

Slikkige rivieroevers

>

>

Stroomdalgraslanden

=

=

H6430A

Ruigten en zomen (moerasspirea)

=

=

H6510A

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

>

>

Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)

=

>

Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) Habitatsoorten H1134 Bittervoorn

=

=

=

=

=

H1145

Grote modderkruiper

>

>

=

H1149

Kleine modderkruiper

=

=

=

H1163

Rivierdonderpad

=

=

=

H1166

Kamsalamander

=

=

=

H1337

Bever

=

=

>

Legenda = >

Behoud Uitbreiding omvang of verbetering kwaliteit

H6120

H91E0A H91E0C

3.2.3

Doelstelling populatie

Knelpunten De knelpunten binnen het Natura 2000-gebied zijn verschillend per deelgebied (Provincie Gelderland, 2016). Loevestein • Beheer o Te lage/onregelmatige begrazingsdruk; o Rivierkundig beheer (vegetatiebeheer in het kader van hoogwaterveiligheid, niet geheel afgestemd op het beheer nodig in het kader van een goede kwaliteit van de habitattypen). • Dynamiek o Geringe dynamiek (door uitvoering Ruimte voor de rivier-project Munnikenland wordt/is dynamiek verhoogd).

Blad 16 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

•

•

Hydrologie o Peilbeheer: handhaving van een constant peil in de Boezem van Brakel leidde tot interne eutrofiëring; o Verdroging van het binnendijks gebied; o Eutrofiëring/vertroebeling water omdat er sinds enkele jaren groepen ganzen overzomeren in de Boezem van Brakel. Atmosferische Stikstofdepositie o Overschrijding KDW voor stroomdalgraslanden en Glanshaver- en vossenstaarthooilanden.

Pompveld & Kornsche Boezem Voor bittervoorn en kleine modderkruiper geldt een behoudsdoelstelling. In de huidige situatie zijn geen knelpunten aanwezig die de gunstige staat van instandhouding in gevaar brengen. Voor de grote modderkruiper geldt echter een uitbreidingsdoelstelling voor de omvang en kwaliteit van het leefgebied voor behoud van de populatie. Om dit te kunnen bewerkstelligen dient een aantal knelpunten opgelost te worden. De volgende zijn de belangrijkste: • Oppervlakte geschikt habitat: de omvang van het geschikte leefgebied en dus de populatiegrootte van de grote modderkruiper is vooral in de Kornsche Boezem een knelpunt. Het oppervlakte geschikt habitat kan met inrichtingsmaatregelen en met beter beheer worden vergroot. • Migratiemogelijkheden: het gebrek aan migratiemogelijkheden binnen de gebieden en tussen de gebieden (versnippering) is een probleem. In het Pompveld is in dit kader de afgelopen jaren een groot project uitgevoerd. Hierbij is het kanaal, wat het gebied opdeelde in twee, omgelegd. • Waterkwaliteit: de matige waterkwaliteit van het inlaatwater in Pompveld heeft mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor de grote modderkruiper. De mogelijkheden voor aanvoer van kwel- en/of bicarbonaatrijk water, moeten nader worden onderzocht, want verbetering van de waterkwaliteit door aanvoer van water vanuit Den Duijl blijkt niet mogelijk.

Om de waterkwaliteit te verbeteren, is het helofytenfilter, waar het water wordt ingelaten, heringericht.

3.2.4

Autonome ontwikkeling Ook voor het Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem zijn de algemene autonome ontwikkelingen van toepassing (zie paragraaf 3.1.4). Natura 2000-gebied; deelgebied Loevestein De ambitie van de provincie voor de eerste beheerplanperiode (2014-2020) is om de achteruitgang van de soortenrijkdom te stoppen en ervoor te zorgen dat er een lichte vooruitgang optreedt. De maatregelen vallen ten dele onder de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Dat is een aanpak van Rijk en provincies, die tot doel heeft de stikstofproblematiek te verminderen en zo de achteruitgang van de natuur te stoppen en tevens ontwikkelruimte te creëren voor economische sectoren, zoals landbouw, industrie en verkeer. Deze maatregelen worden grotendeels gefinancierd vanuit de PAS. Een klein deel wordt gefinancierd vanuit het GNN budget van de provincie Gelderland.

Blad 17 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

Natura 2000-gebied; deelgebied Pompveld & Kornsche Boezem Voor bittervoorn en kleine modderkruiper dient het huidige beheer te worden voortgezet. Voor het behalen van een gunstige staat van instandhouding van de grote modderkruiper zijn maatregelen geformuleerd en zijn aanpassing in het beheer nodig. De maatregelen moeten leiden tot een uitbreiding van de oppervlakte van het leefgebied voor de grote modderkruiper en het opheffen van belemmeringen om zich te kunnen voortbewegen binnen en tussen het Pompveld en de Kornsche Boezem. Een groot deel van de maatregelen is al uitgevoerd of betekent een optimalisatie van bestaande plannen. De maatregelen die op eigendommen van Staatsbosbeheer en Brabants Landschap worden uitgevoerd, kunnen al in de eerste planperiode worden gerealiseerd. Na realisatie is blijvende aandacht voor beheer nodig. In tabel 3.4 zijn de maatregelen voor de deelgebieden binnen het Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem samengevat. Tabel 3.4: Overzicht maatregelen voor het Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem.

1.PAS-maatregegelen Loevestein M2 Hooiland beheer glanshaverhooilanden en aangrenzend gelegen stroomdalgraslanden M3 Aanvullend maaibeheer Stroomdalgraslanden M4 Monitoring vegetatieontwikkeling stroomdalgraslanden Niet-PAS-maatregelen Loevestein M5 Periodiek terugzetten bosopslag/tegengaan van verlanding in rietlanden van de Boezem van Brakel (periodiek 1x per 20-30 jr) M6. Aanvullende inrichtingsmaatregelen oostzijde Boezem van Brakel (als dit na evaluatie nodig blijkt) Inrichtingsmaatregelen Pompveld & Kornsche Boezem M7 Vergroting leefgebied grote modderkruiper door inrichting van het Eendenveld (Pompveld) waarbij sloten worden gegraven en plasdraszones aangelegd M8 Vergroting leefgebied grote modderkruiper door inrichting van het Andelsche Broek (Pompveld) M9 Afronding realisatie ecologische verbindingszone (EVZ) Pompveld & Kornsche Boezem M10 Inrichting en verwerving Noordzijde Kornsche Boezem als leefgebied Grote modderkruiper M11 Waterberging Korn verbinden met Kornsche Boezem omdat deze waterberging die in 2008 is aangelegd ook geschikt leefgebied is (soort van overstromingsvlakten) M12 Migratiebelemmeringen kanaal Pompveld en Potkade opheffen Beheermaatregelen Pompveld & Kornsche Boezem M13 Optimalisatie beheer watergangen binnen de gebieden (gefaseerd uitvoeren van maaien en baggeren M14 Optimalisatie helofytenfilter M15 Verbeteren waterkwaliteit inlaatwater KRW

(door aanleg natuurvriendelijke oevers in het land van Heusden en Altena) M16 Aanvoer kwelrijk water vanuit westzijde M17 Onderzoek vermindering wegzijging in GGOR Overige maatregelen Pompveld & Kornsche Boezem M19 Opstellen monitoringsplan vissoorten M18 Onderzoek waterkwaliteit in relatie tot populatie-ontwikkeling M20 Communicatieplan opstellen over de aangewezen soorten en over de consequenties voor het bestaand gebruik en de te nemen maatregelen

Blad 18 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

4

Planvoornemen omgevingsvisie Altena

4.1

Opbouw van de omgevingsvisie De omgevingsvisie van de gemeente Altena is opgebouwd uit vier ‘bouwstenen’: • Ambities: onder de ambities staan de belangrijkste doelen voor en van Altena in de komende jaren. Er zijn vier ambities geformuleerd die aangeven waar de gemeente naar toe wil werken; • Gebieden: in de omgevingsvisie is beschreven waar de gemeente nu staat, wat er op de gemeente af komt en welk toekomstperspectief de gemeente voor ogen heeft. Dit betreft de acht deelgebieden zoals beschreven in paragraaf 2.1; • Thema’s: onder de thema’s staat beschreven waar de gemeente naar toe wil met een bepaald onderwerp. Voorbeelden van thema’s zijn wonen, bereikbaarheid en agrarische sector. • Waarden: de waarden geven aan wat de kracht van de gemeente Altena is. De waarden bepalen het ‘DNA’ en de identiteit van de gemeente. Deze waarden wil de gemeente graag behouden of zelfs versterken met nieuwe initiatieven. Om op hoofdlijnen een beeld te geven van de inhoud van de omgevingsvisie zijn de ambities in de volgende paragrafen nader toegelicht. Hierbij zijn voor de onderwerpen die relevant zijn voor deze passende beoordelingen aanvullingen gedaan vanuit de overige drie bouwstenen om de ambities te verduidelijken.

4.2

Ambitie 1: Groenblauwe oase Met de ambitie ‘groenblauwe oase’ zet de gemeente in op het volgende: • De gemeente toont ambitie op het gebied van de gezonde en veilige leefomgeving en werkt toe naar een gemeente waarin overal voldaan wordt aan de wettelijke normen. Bij nieuwe initiatieven is er aan de voorkant aandacht voor gezondheid en veiligheid. • De gemeente zet zich in om de lokale natuurwaarden zowel buiten als binnen de kom op peil te houden en te versterken. • De gemeente zet zich in om verbindingen te leggen tussen verschillende plekken met een (relatief) hoge ecologische waarde, zowel in het buitengebied als in de kern. • Om een robuuste en duurzame leefomgeving te creëren gaat de gemeente samen met het waterschap, natuurverenigingen etc. de hoeveelheid groen en water vergroten en de biodiversiteit versterken. Dit moet ook worden bereikt door bedrijven/agrariërs en inwoners te stimuleren. • Het landelijke karakter van Altena en de regio West-Brabant biedt kansen om een groen hart met hoogwaardig erfgoed te zijn tussen grootstedelijke cluster. • Verbeteren van de vitaliteit van de bodem • Een oppervlakte- en grondwaterkwaliteit die op orde is en passend bij het gebruik en de functie

Blad 19 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

Aanwijzing van waarden Een van de bouwstenen van de omgevingsvisie zijn de waarden. Dit zijn gebieden of kwaliteiten die de gemeente wil beschermen en waar mogelijk versterken. De volgende waarden met betrekking tot het landschap zijn aangewezen: • De beslotenheid en onregelmatige verkaveling van de oeverwallen. • Bijzondere elementen en bebouwingen op de oeverwallen, zoals (relicten van) kastelen, forten, bunkers, dijklinten en oude boerenerven. • Alle elementen die herinneren aan de Oude Maas (waterloop en oude kronkelige dijkloop). • De boomrijen die op een aantal locaties langs, zelfs op, de dijk, van de Bergsche Maas staan en dit grootschalige landschap aantrekkelijker maken. • De natuurwaarden in de uiterwaarden. • De openheid en verre zichten in het open middengebied. • Bijzondere elementen in het open middengebied, zoals de grienden en eendenkooien. • De unieke natuurwaarden van het Pompveld en de Kornsche boezem. De gemeente heeft ook verschillende natuurkwaliteiten aangewezen als waarde. Hierbij worden niet alleen de Natura 2000-gebieden bedoeld maar ook de Noordwaard, uiterwaarden, het Natuurnetwerk Nederland, ecologische verbindingszones en weidevogelgebieden. De gemeente zet zich in om deze natuurwaarden te behouden en waar mogelijk te versterken.

Verbeteren van verbindingen tussen natuurgebieden Rondom de belangrijkste natuurgebieden (Natura 2000-(deel)gebieden Biesbosch, Pompveld, Kornsche Boezem) staat het beschermen van natuurwaarden centraal. De gemeente heeft de ambitie om de ecologische verbinding van de Natura 2000-gebieden uit te breiden en aansluiting te vinden op de Hollandse Delta. In het aangrenzende gebied Noordwaard spelen (zeer) extensieve vormen van landbouw en natuurinclusieve en/of agrarische natuurbeheer een rol op de Natura 2000-gebieden. Ook wonen en waterveiligheid zijn aangrenzende kwesties waar de gemeente rekening mee moeten houden. De water(berging) wil de gemeente om deze reden nog beter faciliteren in dit gebied. Stikstof De stikstofgevoeligheid van Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente heeft invloed op wat de gemeente wel en niet kan toestaan aan (recreatieve) ontwikkelingen. De gemeente waakt ervoor dat de Nationaal park-status van de Biesbosch behouden blijft. Versterken biodiversiteit Om een robuuste en duurzame leefomgeving te creëren gaat de gemeente de biodiversiteit versterken. Biodiversiteit wordt door de gemeente gezien als een volwaardig duurzaamheidsthema en nemen dit dan ook vanaf het begin mee bij processen, plannen en projecten. De gemeente wil hun kennis ten aanzien van biodiversiteit vergroten en de samenwerking met natuur- en landbouworganisaties versterken.

Blad 20 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

4.3

Ambitie 2: leefbare en veilige woonomgeving De ambitie ‘leefbare en veilige woonomgeving’ • Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er bij alle kernen van Altena kan worden gebouwd. • De gemeente wil de zelfredzaamheid en de samenredzaamheid, die in de lokale cultuur geworteld zit, blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. • In de toekomst ziet de gemeente de centra als dorpsharten met een brede sociale functie. Een plek gericht op ontmoeting. De levendigheid, veilige bereikbaarheid en het verblijfsklimaat staan voorop. • De gemeente kan niet in iedere kern voorzieningen van voldoende kwaliteit waarborgen. De gemeente ziet daarbij een netwerk van dorpen die elkaar aanvullen met een optimaal aanbod voor Altena als geheel. • De gemeente ziet groen en bomen als onmisbaar basiselement van een waardevolle en prettige, klimaatbestendige leefomgeving. • We behouden en reserveren ruimte voor waterveiligheidsmaatregelen. Groene leefomgeving De gemeente ziet groen en bomen als onmisbaar basiselement van een waardevolle en prettige en klimaatbestendige leefomgeving. In 2040 wil de gemeente in elke kern een samenhangende groenstructuur van goede kwaliteit hebben en haakt deze groenstructuur aan de samenhangende groenstructuur en natuurlijke verbindingszones van het buitengebied.

In plaats van kwantiteit kiest de gemeente voor meervoudig ruimtegebruik en de kwaliteit van de beschikbare ruimte. Woningbouw Voor de woningbouw is inbreiding en uitbreiding bij de kernen noodzakelijk. De gemeente kijkt vooral naar locaties die in aanmerking komen voor herstructurering, transformatie van bestaand vastgoed of verplaatsing van bedrijven of scholen. Ook wil de gemeente kijken naar meer mogelijkheden om grote woningen te splitsen, om zo woningen te creëren zonder dat daar extra voor gebouwd hoeft te worden. Zo blijft het buitengebied zo groen mogelijk en blijven ook waardevolle groene zones binnen de kernen behouden. Naar verwachting kan de gemeente met enkel inbreiding niet voldoende woningen realiseren. Daarom zet de gemeente zich er voor in dat het ook in de toekomst mogelijk blijft om - uiteraard zo zorgvuldig mogelijk - potentiële locaties aan de randen van de bebouwde kom te benutten. Er wordt ingezet op uitbreiding waar dit past bij de aanwezige kwaliteiten en waarden.

4.4

Ambitie 3: duurzame ontwikkeling De gemeente zet met de ambitie ‘duurzame ontwikkeling’ in op het volgende: • Altena wordt steeds duurzamer. Daarbij wordt samengewerkt tussen de gemeente, inwoners en bedrijven. De ambitie is om in 2046 een CO2- neutrale gemeente te zijn. Deze ambitie wordt behaald door minder energie te verbruiken, meer energie zelf op te wekken, woningen en gebouwen te isoleren en aardgasvrij te maken en de mobiliteit te verduurzamen.

Blad 21 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

•

• •

•

De gemeente zet zich specifiek in voor duurzaam en energieneutraal wonen in een klimaatbestendige leefomgeving (zowel particulier als openbaar) zoals het vergroten van de hoeveelheid groen en water(berging), zodat onze woningvoorraad en leefomgeving zo toekomstbestendig mogelijk is. Hier liggen met name uitdagingen in het aanpassen van de bestaande voorraad en leefomgeving. Het watersysteem is in 2050 waterrobuust ingericht op extreem weer (droogte en extreme regen) met meer ruimte, zowel qua (water)oppervlak als in de bodem. Juiste functie op de juiste plek realiseren aansluitend bij het natuurlijk (bodem- en watersysteem en de gevolgen van klimaatverandering, en daarop aansluitend de juiste inrichting en bouwwijzen. De gemeente zet zich in voor een toekomstbestendig buitengebied met natuurinclusieve en circulaire landbouw.

Verminderen emissies In de omgevingsvisie is de doelstelling opgenomen om in 2046 een CO2-neutrale gemeente te zijn, met als tussenstap 49% CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990. Daarnaast moet de gemeente en 2050 aardgasvrij zijn. Om deze doelen te bereiken zet de gemeente in op kleinschalige zonneparken en zonpanelen op bedrijfsdaken. Daarnaast wordt ingezet op de mobiliteitstransitie, waarmee de CO 2emissie wordt verminderd. Agrarische sector De landbouwsector blijft een belangrijke pijler van het landelijk gebied. De gemeente zet in op een duurzame ontwikkeling van de landbouw in samenhang met de klimaatverandering en ecologische waarden. Dit betekent dat wordt ingezet op natuurinclusieve en circulaire landbouw. Een vitale bodem is hier onderdeel van. Daarnaast wordt in glastuinbouwbedrijven.

4.5

het

buitengebied

ruimte

behouden

voor

de

vestiging

van

Ambitie 4: sterk ondernemerschap De vierde ambitie uit de omgevingsvisie betreft ‘sterk ondernemersschap’. Dit houdt het volgende in: • Ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen door vraaggericht te ontwikkelen. • Verder doorontwikkelen van het maritieme cluster en de haven. • Kansen verzilveren binnen toerisme en recreatie door inzet op duurzaam kwaliteitstoerisme. • Lokaal ondernemerschap als kracht van de dorpen blijven faciliteren. • Sterke agrarische sector en meer flexibiliteit voor invulling van VAB’s. Vraaggericht ontwikkelen bedrijventerreinen Het vraaggericht ontwikkelen van bedrijventerreinen houdt in dat nieuwe terreinen pas bij concrete vragen van concrete bedrijven nieuwe terreinen worden ontwikkeld. Er wordt in eerste instantie gekeken of de vraag niet op een bestaand of bouwrijp bedrijventerrein kan worden geaccommodeerd. In de omgevingsvisie staat dat niet alles overal ontwikkeld kan worden, maar op enkele locaties worden mogelijkheden geboden voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen, bijvoorbeeld aansluitend op bedrijventerreinen.

Blad 22 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

Het bedrijventerrein SRBT Giessen is in ontwikkeling. Dit plan is ca. 12-13 ha bruto groot, waarvan 10 ha netto uitgeefbaar. Dit is nog een zacht plan, omdat de bestemmingsplanprocedure nog doorlopen moet worden. Daarnaast is een nieuwe locatie nodig in Werkendam voor verdere groei. De ruimtelijke mogelijkheden bij Werkendam zijn echter beperkt. De stikstofproblematiek vergt extra onderbouwing en inspanning. De focus op groei alleen is niet goed. De gemeente focust op gebalanceerde groei, waarbij integraal gekeken wordt naar economie en andere waarden. De gemeente houdt rekening met nieuwe vormen van bedrijvigheid. Op termijn is het realiseren van agroparken wellicht wenselijk, waar voedselproductie in een technische/industriële setting mogelijk wordt. Denk aan algenproductie, insectenkweek, verticale landbouw, industriële zetmeel en eiwitproductie, etc. Doorontwikkeling maritieme cluster en de haven De gemeente zet zich in voor de uitbreiding van het maritieme cluster met een nieuwe haven, waarin innovatie en duurzaamheid centraal staan. Op korte termijn wordt aan een plan gewerkt om op een bestaand droog gedeelte bedrijventerrein een insteekhaven met kaderruimte en natte kavels te realiseren. Daarnaast wordt de haven op de lange termijn (rond 2030) uitgebreid met een derde haven.

Ontwikkeling toerisme en recreatie De gemeente Altena beschikt over veel omgevingskwaliteiten en trekpleisters, waardoor de gemeente omvangrijke kansen ziet met betrekking tot toerisme en recreatie. Daarbij wordt ingezet op duurzaam kwaliteitstoerisme. Dit houdt in dat recreatieve en toeristische activiteiten bijdragen aan de doelen en het DNA/image van Altena. Om te voorkomen dat bepaalde gebieden (verder) onder druk komen te staan wordt ingezet op een verspreiding van bezoekers over Altena. Hiervoor wordt bezoekersmanagement en monitoring ingezet. Daarnaast worden zoekgebieden voor recreatie en toerisme aangewezen, die gunstig liggen ten opzichte van mooie recreatieve gebieden, maar wel buiten de meest kwetsbare gebieden. In het kader van recreatie zet de gemeente in op educatie over het gebied en de aanpak van recreatief verkeer en maatregelen die hierbij horen. De gemeente gaat op zoek naar de balans tussen recreatie en het behoud van de natuurwaarden en flora en fauna soorten (rust). Tot slot wordt er in de gemeente ingezet op actieve vormen van recreatie, mede gericht op jongeren, zoals mountainbikeroutes.

Blad 23 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

5

Effectbepaling en -beoordeling

5.1

Afbakening van storingsfactoren die kunnen optreden In deze paragraaf worden ingreep-effect relaties beschreven waarin relevante aspecten als gevolg van de beleidskeuzes worden afgebakend. De effectenindicator Natura 2000 is geraadpleegd om na te gaan welke mogelijke effecten er kunnen optreden. De effectenindicator is een instrument waarmee mogelijke schadelijke effecten ten gevolge van de activiteit en plannen kunnen worden verkend. Het dient als leidraad; geanalyseerd is of alle aangegeven storingsfactoren daadwerkelijk optreden en of aanvullende effecten relevant zijn.

5.1.1

Relevante storingsfactoren Op basis van de effectenindicator van het ministerie van LNV en expert-judgement zijn de volgende storingsfactoren relevant: Oppervlakteverlies Afname beschikbaar oppervlak leefgebied van een soort en/of habitattype indien een activiteit binnen het Natura 2000-gebied plaats vindt. Dit kan optreden bij de ontwikkeling van de haven van Werkendam. Versnippering Het uiteenvallen van het leefgebied van soorten. Dit kan optreden door grootschalige ontwikkelingen binnen een Natura 2000-gebied of op plekken waarbij de verbinding met andere Natura 2000-gebieden wordt belemmerd. Dit kan optreden bij ontwikkeling van de haven van Werkendam. Verzuring en vermesting door stikstofdepositie uit de lucht Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van vervuilende gassen door bijvoorbeeld bedrijven en (vracht)voertuigen, maar ook door de stookinstallaties van woningen ten behoeve van verwarming en uitstoot van veehouderijen. De uitstoot bevat onder andere zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. Vermesting is in dit geval de 'verrijking' van ecosystemen door stikstofdepositie.

Het gaat daarbij om aanvoer door de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden). Vermesting kan ook optreden door nitraat- en fosfaataanvoer via het grond- en oppervlaktewater. Van dit laatste is bij dit project geen sprake. De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van vermestende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof). Om deze reden zijn beide effecten hier samen genomen. De groei in veel natuurlijke landecosystemen zoals bossen, vennen en heidevelden worden gelimiteerd door de beschikbaarheid van stikstof. Het gevolg van stikstofdepositie is dat deze extra stikstof extra groei geeft. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen de plantensoorten. Wanneer door stikstofdepositie de hoeveelheid beschikbaar stikstof boven een bepaald kritisch niveau komt, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van meerdere andere. Diersoorten hoger in de voedselketen krijgen te maken met een mineralen-onbalans als gevolg van de

Blad 24 van 51

Passende beoordeling Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829.100 20 december 2021 Gemeente Altena

samenstelling van plantaardig voedsel. Hierdoor neemt de biodiversiteit af. Dit heeft ook effect op de fauna, doordat hierdoor veranderingen van het leefgebied optreden, waardoor een gebied ongeschikt wordt als bijvoorbeeld broed- of foerageergebied. Verdroging Uitbreiding van bebouwd oppervlak resulteert in een toename van verhard oppervlak (= negatief effect op oppervlaktewater). Als gevolg van een afname in infiltratie heeft een uitbreiding van verhard oppervlak ook een negatief effect op het grondwater. Dit wordt conform wet- en regelgeving gecompenseerd door retentie, zodat negatieve effecten worden voorkomen, dan wel zeer lokaal blijven. Daarom is alleen bij ontwikkelingen op korte afstand van verdrogingsgevoelige Natura 2000-gebieden verdroging een relevante storingsfactor. Verstoring door geluid, licht, trillingen Door ontwikkeling van woningen, bedrijven of door recreatieve activiteiten is er sprake van verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen zoals geluid door wegverkeer, door bedrijvigheid of door mensen. Daarnaast kan er sprake zijn van verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en bedrijventerreinen. Vaak treedt dit samen op met optische verstoring. Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren of heien.

Dit betreft met name bouwwerkzaamheden in de aanlegfase. De omgevingsvisie voorziet niet in de plaatsing van windturbines, dus geluid en trillingen door het draaien van rotorbladen is niet aan de orde. Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. In het geval van de omgevingsvisie kan het gaan om de aanwezigheid van bebouwing en de beweging van de voertuigen en mensen op korte afstand tot Natura 2000-gebieden of door netwerkeffecten (bijvoorbeeld met een toename van recreanten of vervoersbewegingen in/nabij Natura 2000-gebieden). De Biesbosch is populair bij recreanten. Zo wordt er veel gewandeld, gefietst, gevist en gevaren in de Biesbosch. De meeste van deze activiteiten hebben op dit moment geen grote negatieve invloed op de instandhoudingsdoelstellingen. In Loevestein vindt alleen extensieve recreatie (wandelen) plaats. Pompveld & Kornsche Boezem zijn in beperkte mate ontsloten voor wandelaars. Het Pompveld is alleen langs de rand toegankelijk, door de Kornsche boezem loopt een wandelpad. Enkele malen per jaar worden er in het Pompveld excursies gehouden. Mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding (door recreanten) of golfslag en dergelijke, die optreden ten gevolge van menselijke activiteit.

Om dit soort effecten te krijgen, moeten activiteiten in de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. De omgevingsvisie zou kunnen leiden tot enige beperkte toename van bezoekers aan de Natura 2000-gebieden. Dit speelt met name bij woningbouw, de insteekhaven, de recreatieve ontwikkelingen waarvoor een zoekgebied nabij het Natura 2000-gebied ligt en de toename van woningen waarbij de mogelijkheid bestaat dat de nieuwe bewoners in de Natura 2000-gebieden gaan recreëren.

Blad 25 van 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13274953/2