Bijlage 3 - omgevingseffectrapport bij inspraak mw Van Heusden AR 2 okt over bp Vlietstraat
Tekst van het document
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena
projectnummer 0471829 definitief 22 december 2021
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena
projectnummer 0471829 definitief 22 december 2021
Auteurs W.J. Daggenvoorde
Opdrachtgever Gemeente Altena Sportlaan 170 4286 ET Almkerk
Gecontroleerd: J.J. Verhoeven
datum 22 december 2021
beschrijving definitief ontwerp-OER
vrijgave J.J. Verhoeven
Samenvatting Aanleiding en doel De gemeente Altena is bezig met het opstellen van de Omgevingsvisie Altena 2040. Deze omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving en bepaald dus de koers van de gemeente. Omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor toekomstige ontwikkelingen in de gemeente Altena moet de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen worden. Als onderdeel van deze procedure is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het OER heeft als doel om het omgevingsbelang volwaardig en vroegtijdig mee te wegen bij de besluitvorming rondom de ontwerp-omgevingsvisie. Dit is tweeledig. Ten eerste zijn verschillende botsproeven beoordeeld in dit OER. Deze effectbeoordelingen zijn gebruikt bij het maken van richtinggevende keuzes voor de omgevingsvisie. Zo heeft het omgevingsbelang nadrukkelijk een rol gespeeld in de besluitvorming. Het tweede onderdeel is van het OER vormt de beoordeling van de omgevingsvisie als geheel. De effecten van de visie zijn in beeld gebracht. Er zijn adviezen gegeven over verdere aanscherping van de visie en aanbevelingen voor de nadere uitwerking van de ontwerp-omgevingsvisie in het omgevingsbeleid.
Aanpak van het OER Leefomgevingsfoto Om de gevolgen voor de omgeving te kunnen onderzoeken is gebruik gemaakt van een referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie in de gemeente Altena wanneer het bestaande beleid (dus zonder de keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt) wordt voortgezet. Ook autonome trends en ontwikkelingen die al in gang zijn gezet, horen bij de referentiesituatie. De referentiesituatie is voor de gemeenten Altena, Drimmelen en Geertruidenberg gezamenlijk beschreven aan de hand van een online leefomgevingsfoto. Deze bevat kaarten en toelichtingen voor alle relevante thema’s en heeft voor het OER gediend als naslagwerk om beoordelingen te concretiseren. De leefomgevingsfoto is online te raadplegen via https://leefomgevingsfoto.anteagroup.nl/dag-gemeenten/. De leefomgevingsfoto is op meerdere manieren gebruikt in het proces naar de ontwerpomgevingsvisie. Ten eerste is de leefomgevingsfoto gebruikt in de sessie met de gemeenteraad waarbij richtinggevende keuzes zijn gemaakt. Op de keuzebladen die de raadsleden hebben ontvangen is informatie uit de leefomgevingsfoto opgenomen en gebruikt bij de beeldvorming en onderbouwing van de alternatieven van de botsproeven. Daarnaast is de leefomgevingsfoto een belangrijk onderdeel van de referentiesituatie.
In het OER zijn de alternatieven van de botsproeven beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Bij alle botsproeven is een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie aan de hand van de leefomgevingsfoto en/of het bestaand beleid. De botsproeven De botsproeven betreffen de keuzes die gemaakt moeten worden voor de omgevingsvisie. Deze botsproeven zijn gekoppeld aan een van de deelgebieden in de gemeente Altena. In het OER zijn 6 botsproeven opgenomen. Elke botsproef bestaat uit meerdere alternatieven. In het OER is elk alternatief beoordeeld op de gevolgen voor de leefomgeving.
I
De impact van het alternatief is beoordeeld op vier domeinen. Dit betreffen de domeinen gezondheid en veiligheid, omgevingskwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid. Gezamenlijk omvatten de domeinen de gehele fysieke leefomgeving. De beoordeling op domeinen leidt per alternatief tot een dashboard, waarmee in één oog opslag de impact op de leefomgeving inzichtelijk is gemaakt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de deelgebieden, botsproeven en alternatieven. In de dashboards is steeds dezelfde volgorde van de domeinen aangehouden: gezondheid & veiligheid, omgevingskwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid. Botsproef 6 heeft een andere opzet dan de overige botsproeven. Deze botsproef gaat over verschillende ruimtevragende functies in de gemeente, waarbij aan de gemeenteraad is gevraagd om deze functies te prioriteren. De beoordeling door middel van een dashboard sluit hier niet op aan. Er is daarom per functie aangegeven wat de kansen en gewenste locaties zijn (groen in onderstaande tabel) en welke risico’s en ongewenste locaties de functie met zich meebrengt (oranje). Deelgebied
Botsproef
De gehele gemeente
1. Toepassing van milieunormen
Alternatieven
2. Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernen
3. Zoekgebied voor woningbouw
II
4. stapeling van opgaven vs. betaalbaarheid woningen
Buitengebied
5. Mogelijkheden vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s)
6. Ruimtevragende functies in het buitengebied
Bedrijventerreinen
Uitbreiding van bedrijventerreinen is wenselijk in gebieden met economische meerwaarde en reeds aanwezige (grote) bedrijventerreinen. Wenselijke locaties voor zonnevelden zijn locaties waar vanwege milieuaspecten weinig ontwikkelingen mogelijk zijn, zoals langs de A27.
Zonnevelden
Woningbouwopgave
Koppelkansen met recreatie Kansen om te voldoen aan woningbouwopgave en vitaliteit/leefbaarheid van dorpen te verbeteren. Gewenste locaties voor woningbouw zijn gebieden met weinig risico’s ten
III
De gebieden met omgevingskwaliteiten (zoals natuur en NHW) zijn geen geschikte locaties voor uitbreiding van bedrijventerreinen. De gebieden met omgevingskwaliteiten (zoals natuur, NHW en het open landschap) zijn geen geschikte locaties voor zonnevelden.
De gebieden met omgevingskwaliteiten (zoals natuur, NHW en het open landschap) zijn geen geschikte locaties voor woningbouw. Gebieden met hoge emissies (zoals geluid en luchtverontreiniging) en/of
aanzien van gezondheid en veiligheid. Mobiliteit
Buitengebied en landbouw
Natuurontwikkeling en beschermd weidevogelgebied
Ruimtebeslag is beperkt. In dorpen kan een gezondere en veiligere leefomgeving ontstaan. Geen ruimtevrager. Binnen het huidige areaal kan een omslag worden gemaakt naar duurzamere vormen van landbouw, waarmee positieve effecten ten aanzien van gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid kunnen worden bereikt. Geen grote ruimtevrager.
hoge veiligheidsrisico’s zijn geen geschikte locaties voor woningbouw. Geen
Huidige ruimte voor landbouw staat onder druk door o.a. woningbouw, bedrijventerreinen en de zonneparken.
Natuurgebieden zijn geen geschikte locaties voor ruimtevragende functies. Ook op afstand van natuurgebieden kunnen negatieve effecten ontstaan op natuur. Mogelijk kunnen niet alle gewenste ontwikkelingen gerealiseerd worden binnen de wettelijke vereisten t.a.v. natuurbescherming.
Resultaten en conclusies De botsproeven zijn met de beoordelingen voorgelegd aan de gemeenteraad van de gemeente Altena. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de richtinggevende keuzes met betrekking tot de botsproeven. Deze richtinggevende keuzes zijn verwerkt in de omgevingsvisie. Botsproef nr. 1 2
3
4
5
Richtinggevende keuzes De gemeente hanteert de wettelijke normen voor de verschillende gezondheidsaspecten, zodat er ruimte blijft bestaan voor (nieuwe) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente zet in op het behoud van de cultuurhistorische waarden van de NHW, maar gaat daarbij wel actief op zoek naar mogelijkheden voor ontwikkelingen. De kernkwaliteiten van de NHW leveren in bepaalde zones (zoals de schootsvelden en het inundatiegebied) meer beperkingen op voor nieuwe ontwikkelingen, dan in de overige zones. Om te kunnen voorzien in de woningbouwopgave én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen, is het van belang dat er in en rondom alle kernen van de gemeente wordt gebouwd. De prioriteit ligt bij inbreiding, maar uitbreiding van kernen wordt niet uitgesloten door de forse woningvraag. Daarnaast wordt gekeken naar manieren om bestaande woningen te benutten voor de realisatie van nieuwe woningen, zoals woningsplitsing. De gemeente zet in op betaalbare woningen zodat inwoners met minder geld (zoals starters) ook een woning kunnen vinden in Altena. Tegelijkertijd gaat de gemeente ook voor duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief wonen, zodat de woningvoorraad zo toekomstbestendig mogelijk is.
De gemeente biedt flexibele mogelijkheden voor de invulling van VAB’s, zoals bedrijvigheid, recreatieve functies, kleinschalige zorgfuncties en mogelijkheden voor collectieve woonvormen. De invulling van VAB’s wordt in overgelaten aan de markt, maar de gemeente zorgt wel voor enige sturing. Dit betekent
IV
6
dat de gemeente kan adviseren om bepaalde VAB’s te slopen wanneer de VAB in een gevoelig gebied ligt en herontwikkeling niet wenselijk is. Dit is bedoeld om de agrarische sector niet te belemmeren. De gemeente staat voor een aantal belangrijke ruimtevragende opgaven, zoals de woningbouwopgave en de ruimte voor bedrijvigheid. Tegelijkertijd moet het open en landelijke karakter behouden blijven. Met een landschappelijk inpassingsplan kan een initiatiefnemer aantonen hoe een initiatief in het buitengebied de landschappelijke waarde behoudt of zelfs versterkt.
Op basis van informatie uit het participatieproces, de leefomgevingsfoto en de beleidsinventarisatie is de omgevingsvisie verder aangevuld. Dit heeft geleid tot vier ambities die in de omgevingsvisie centraal staan. Dit betreffen 1: • Groenblauwe oase; • Leefbare en veilige woonomgeving; • Duurzame ontwikkeling; • Sterk ondernemerschap. In het OER is de omgevingsvisie (70%-versie) beoordeeld, waarbij aanbevelingen zijn gegeven voor verdere aanscherping van de visie om positieve effecten te versterken en/of negatieve effecten op de leefomgeving te beperken. Hieronder zijn de bevindingen toegelicht. Vervolgens is door middel van een tabel aangegeven welke aanbevelingen zijn overgenomen in de ontwerp-omgevingsvisie. Algemene bevindingen Er is voor twee botsingen (nummer 4 en 6) geen nadrukkelijke keuze gemaakt. Dit vergroot de noodzaak voor monitoring van de opgave (zodat tijdig bijgestuurd kan worden) en het stellen van randvoorwaarden voor ontwikkelingen, bijvoorbeeld door middel van het omgevingsplan. In de omgevingsvisie zijn verschillende waarden benoemd die beschermd moeten worden, zoals gebieden met natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Ontwikkelingen zijn (in deze gebieden) alleen mogelijk wanneer deze passen binnen de waarden van de gemeente. Door gebieden concreet te benoemen ontstaat een toetsingskader.
Dit betekent dat bij elke ontwikkeling in waardevol gebied de vraag wordt gesteld: schaadt, behoudt of versterkt de ontwikkeling de aangewezen waarde op deze plek? Op basis van deze vraag kan de gemeente besluiten het initiatief al dan niet te ondersteunen. Het is daarbij noodzakelijk dat de bescherming van waardevolle gebieden wordt vertaald in het omgevingsplan. Met de omgevingsvisie wordt ingezet op de ontwikkeling van de haven in Werkendam. Deze grote ontwikkeling sluit niet aan op alle onderdelen van de omgevingsvisie. Deze doelstelling is sterk ingestoken vanuit de waarde ‘water’ en de ambitie ‘sterk ondernemerschap’, maar biedt risico’s voor de waarden ‘natuur’ en de ambitie ‘groenblauwe oase’. Het is sterk de vraag of de havenuitbreiding past binnen de aangewezen natuurwaarden die volgens de omgevingsvisie beschermd moeten worden. Bij de nadere uitwerking dient daarom onderzocht te worden hoe deze uitbreiding gerealiseerd kan worden, zodat de ontwikkeling aansluit bij de doelen met betrekking tot natuur uit de omgevingsvisie.
1
Het OER en de omgevingsvisie zijn parellel aan elkaar opgesteld. Hierdoor zijn de adviezen uit het OER gegeven op basis van de 70%-versie van de omgevingsvisie (november 2021). Aan de hand van de adviezen is de omgevingsvisie verder aangescherpt. Dit sluit aan bij het doel van het OER om het omgevingsbelang volwaardig en vroegtijdig mee te laten wegen. Het gevolg is dat in het OER niet de meest recente benamingen (van ambities) en formuleringen van beleidsdoelstellingen zijn opgenomen, omdat deze zijn aangescherpt op basis van de adviezen uit dit OER.
V
De omgevingsvisie zet nadrukkelijk in op het creëren van een veilige en gezonde leefomgeving. De ‘doelstelling’ om de wettelijke normen te hanteren met betrekking tot de milieuthema’s (zoals geluid, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit en externe veiligheid) sluit eigenlijk niet aan op de doelstellingen in de visie om de gezondheid en veiligheid van de leefomgeving verder te verbeteren. Met de komst van de Omgevingswet bestaat juist de mogelijkheid om als gemeente (gebiedsgerichte) normen op te stellen, om zo de gezondheid en veiligheid te verbeteren. In de omgevingsvisie wordt nog weinig doorkijk gegeven naar het omgevingsbeleid, zoals programma’s, het omgevingsplan en monitoringsprogramma’s. Door in de ontwerpomgevingsvisie te benoemen hoe de ambities en doelstellingen verankerd worden in het beleid van de gemeente, wordt een eerste stap gezet naar de nadere uitwerking van deze ambities. Er wordt dan ook geadviseerd om in de ontwerp-omgevingsvisie aan te geven welke programma’s de gemeente voornemens is om op te stellen. Gezondheid en veiligheid In grote delen van de gemeente worden positieve effecten verwacht met betrekking tot het domein gezondheid en veiligheid, als gevolg van de verduurzaming van de landbouw en de mobiliteitstransitie.
Echter kunnen er plaatselijk negatieve effecten ontstaan doordat met de omgevingsvisie mogelijkheden worden geboden voor bedrijven om zich relatief dichtbij woonkernen te vestigen. Omgevingskwaliteit Door de verduurzaming van de landbouw, inzet op klimaatadaptieve maatregelen, het voorkomen van leegstaande bebouwing en het beschermen van waardevolle natuurlijke en cultuurhistorische gebieden ontstaan over het algemeen positieve effecten op het domein omgevingskwaliteit. Echter vormen de plannen met betrekking tot de haven van Werkendam een risico voor de naastgelegen omgevingskwaliteiten en bestaat er een risico dat in bestaande woongebieden onvoldoende ruimte gevonden kan worden voor klimaatadaptieve maatregelen. Leefbaarheid Op het domein leefbaarheid veroorzaakt de omgevingsvisie voornamelijk positieve effecten. Dit is het gevolg van de inzet op de woningbouwopgave, het stimuleren van ontmoetingen in de openbare ruimte en het verbeteren van de werkgelegenheid in de gemeente. De ruimtevragende functies (zoals woningbouw, zonneparken en bedrijventerreinen) gaan mogelijk ten koste van agrarische grond, waardoor de economische positie van de agrarische sector kan verslechteren. Duurzaamheid De gemeente zet breed in op duurzaamheid. Zo wordt ingezet op de mobiliteitstransitie, verminderen van het energiegebruik van woningen en het opwekken van duurzame energie.
Monitoring moet uitwijzen of deze maatregelen voldoende zijn om de CO 2- en energiedoelstellingen te halen, of dat extra inzet nodig is. Adviezen voor aanscherping richting de ontwerp-omgevingsvisie Bij de beoordeling van de omgevingsvisie op de vier domeinen zijn verschillende aanbevelingen gegeven ter aanscherping van de omgevingsvisie. In onderstaande tabel zijn deze adviezen benoemd en is aangegeven of het advies is overgenomen in de ontwerp-omgevingsvisie.
VI
Adviezen voor aanscherping Over het algemeen wordt in de omgevingsvisie nog weinig doorkijk gegeven naar het omgevingsbeleid. Door in de omgevingsvisie te benoemen hoe de ambities en doelstellingen verankerd worden in het beleid van de gemeente, wordt een eerste stap gezet naar de nadere uitwerking van deze ambities. Er wordt ingezet op het hanteren van de wettelijke normen voor milieuthema’s. Gezien de ambities met betrekking tot gezondheid en veiligheid, wordt geadviseerd om gebruik te maken van de mogelijkheden van de Omgevingswet om gebiedsgerichte milieunormen uit te werken. In de omgevingsvisie zijn nog geen maatregelen benoemd die met betrekking tot de omslag van de landbouw naar natuurinclusieve en circulaire landbouw. In de omgevingsvisie kunnen maatregelen genoemd worden waaraan gedacht kan worden, of kan worden verwezen naar de verdere uitwerking van dit beleid in bijvoorbeeld een programma.
In de omgevingsvisie staat: “als een VAB in een gevoelig gebied ligt en herontwikkeling niet wenselijk is, kan ook sloop worden geadviseerd”. Uit de visie wordt echter niet duidelijk wat wordt aangeduid als ‘gevoelig gebied’, waardoor een initiatief niet aan deze randvoorwaarde kan worden getoetst. Er wordt dan ook geadviseerd om dit nader te specificeren. Met betrekking tot bedrijfslocaties wordt geadviseerd om de mogelijkheid tot revitalisering van bestaande bedrijventerreinen aan de visie toe te voegen. Dit kan door de volgende ladder aan de omgevingsvisie toe te voegen: 1. Vestigen van bedrijven op bestaande bedrijventerreinen; 2. Bestaande bedrijventerreinen revitaliseren; 3. Ten slot kan gezocht worden naar nieuwe locaties, bijvoorbeeld aansluitend op bestaande bedrijventerreinen.
Wel/niet overgenomen in de ontwerp-omgevingsvisie Het maken van een doorkijk naar de nadere uitwerking van de omgevingsvisie is aan te raden, maar niet noodzakelijk. De gemeente heeft er bewust voor gekozen om niet te vroeg op de uitwerking vooruit te lopen, zodat gebruik gemaakt kan worden van voortschrijdend inzicht. Dit advies is overgenomen in de ontwerpomgevingsvisie. De gemeente wil eerst inventariseren waar het binnen de gemeente mogelijk is om de WHOadvieswaarden te halen. Waar een hogere ambitie (dan de wettelijke norm) niet mogelijk is, of waar andere prioriteiten liggen wordt ingezet op het zoveel mogelijk beperken van nadelige (milieu)effecten. Dit advies is overgenomen in de ontwerpomgevingsvisie. De gemeente ontwikkelt het programma circulair voedselsysteem. In het programmaplan wordt uitgelegd wat het doel is en hoe dat doel behaald kan worden. Er wordt geprobeerd iedereen erbij te betrekken die te maken heeft met het maken, verwerken, verpakken, vervoeren en eten van voedsel. Er zijn vier speerpunten bij het ontwikkelen van het programma circulair voedselsysteem: Bruisend netwerk, Breed gedragen programma, Experimenteergebied en Zichtbaarheid. Dit advies is overgenomen in de ontwerpomgevingsvisie. Als herontwikkeling van een VAB niet past bij de agrarische functies, kan ook sloop worden geadviseerd.
Dit advies is overgenomen in de ontwerpomgevingsvisie. De komende periode de gemeente zich in voor voldoende ruimte om te ondernemen. Bedrijventerreinen worden alleen ontwikkeld bij concrete vragen. Vanzelfsprekend wordt eerst gekeken, samen met de bedrijven die om ruimte vragen, of die vraag niet in bestaande bedrijfsbebouwing of een bouwrijp bedrijventerrein kan worden ingevuld. Hierbij speelt ook revitalisering van bestaande terreinen een belangrijke rol. De terreinen moeten toekomstbestendig worden.
Doorwerking in het omgevingsbeleid Naast adviezen voor aanscherping richting de ontwerp-omgevingsvisie zijn in het OER ook adviezen gegeven over de doorwerking van de visie in het omgevingsbeleid, zoals programma’s en het omgevingsplan. Dit leidt tot de volgende aanbevelingen. Programma’s De gemeente Altena is een gemeente met een grote verschillen tussen gebieden, denk bijvoorbeeld aan de verschillende omgevingskwaliteiten maar ook aan de verschillende identiteiten van de kernen. Om te zorgen voor een integrale aanpak wordt geadviseerd om de VII
programma’s gebiedsgericht in te steken. Bijvoorbeeld een apart programma voor de opgaven gericht op het buitengebied en een (of meer) programma(‘s) gericht op de opgaven in de dorpen. Omgevingsplan Ambities en doelen uit de omgevingsvisie die concreet en toetsbaar zijn, kunnen worden vastgelegd in het omgevingsplan. Het omgevingsplan biedt daarmee richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan het doorvertalen van gebiedsspecifiek beleid en het stellen van randvoorwaarden aan ontwikkelingen om negatieve effecten te voorkomen of beperken. Naast ‘harde’ regels kunnen in het omgevingsplan ook (locatie)voorkeuren voor ontwikkelingen worden uitgesproken. Monitoring De nadere uitwerking van de ambities in programma’s en het omgevingsplan leidt tot een monitoringsopgave. Worden de ambities uit de omgevingsvisie daadwerkelijk gehaald of is bijsturing nodig? Opgaven die in ieder geval gemonitord kunnen worden betreffen de woningbouwopgave, klimaatadaptatie en energiedoelstellingen. Conclusie van het OER Uit het OER blijkt dat de gemeente Altena voor een aantal grote opgaven staat. Over het algemeen stuurt de omgevingsvisie aan op positieve effecten. Denk bijvoorbeeld aan de inzet op de mobiliteitstransitie en het vergroten van het woningbouwaanbod.
Daarnaast zijn in de omgevingsvisie waarden benoemd waarmee de gemeente inzet om de kwaliteiten van de gemeente te beschermen. De omgevingsvisie brengt echter ook een aantal risico’s met zich mee, waardoor negatieve effecten op de leefomgeving kunnen ontstaan. Zo kan de uitbreiding van de haven bij Werkendam weliswaar leiden tot positieve effecten met betrekking tot de economie, maar zijn negatieve effecten op bijvoorbeeld de natuur en de gezondheid van omwonenden te verwachten. Met het OER zijn deze risico’s aangestipt, maar het is uiteindelijk aan de gemeente om een zorgvuldige afweging te maken tussen verschillende belangen.
VIII
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
I
Aanleiding en doel Aanpak van het OER Resultaten en conclusies
I I IV
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Aanleiding M.e.r.-plicht Doel van het OER Passende beoordeling Proces naar de ontwerp-omgevingsvisie Leeswijzer
1 1 2 2 3 5
2
De botsproeven
6
2.1 2.2 2.3
Beschrijving van de deelgebieden Totstandkoming van de botsproeven Beschrijving van de botsproeven
6 7 8
3
Aanpak van het OER
9
3.1 3.2 3.3
Opbouw van het OER Beoordelingsmethode Beoordelingskader
9 9 10
4
De gehele gemeente
13
4.1 4.2
Botsproef 1: toepassing van milieunormen Botsproef 2: Nieuwe Hollandse Waterlinie
13 17
5
De kernen
22
5.1 5.2
Botsproef 3: zoekgebied voor de woningbouwopgave Botsproef 4: stapeling van opgaven vs. de betaalbaarheid van woningen
22 26
6
Buitengebied
30
6.1 6.2
Botsproef 5: mogelijkheden VAB’s Botsproef 6: ruimtevragende functies in het buitengebied
30 33
7
De omgevingsvisie als geheel
40
7.1 7.2 7.3 7.4
Uitkomsten botsproeven De opbouw van de omgevingsvisie Beoordeling van de omgevingsvisie Overzicht adviezen voor aanscherping richting de ontwerp-omgevingsvisie
40 41 44 53
IX
8
Doorwerking in het omgevingsbeleid
55
8.1 8.2 8.3 8.4
Beleidscyclus Programma’s Omgevingsplan Monitoring
55 56 57 57
9
Conclusie
59
Bijlage 1: passende beoordeling
X
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Omgevingswet komt eraan. Met deze nieuwe wet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ordening vereenvoudigen en samenvoegen. Een van de instrumenten van deze nieuwe wet is de omgevingsvisie, de vervanger van de structuurvisie(s). In de omgevingsvisie schetst de overheid het beleid voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Onderwerpen zoals natuur, water, verkeer en economie komen in de omgevingsvisie terug. De gemeente Altena (zie figuur 1.1) stelt de Omgevingsvisie Altena 2040 op. De gemeente maakt hierin belangrijke keuzes zodat de gemeente ook in de toekomst een plek is waar mensen graag willen wonen en werken. Hiermee stelt de gemeente kaders voor toekomstige ontwikkelingen. De gemeente wil bij het opstellen van deze kaders de belangen van de fysieke leefomgeving mee laten wegen. Hiervoor is het voorliggend Omgevingseffectrapport opgesteld.
Figuur 1.1 De gemeente Altena
1.2
M.e.r.-plicht In de Wet milieubeheer is vastgelegd dat kaderstellende plannen voor (mogelijk) m.e.r.-plichtige activiteiten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) 2 doorlopen moet worden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming mee te nemen. De omgevingsvisie van de gemeente Altena wordt kaderstellend voor toekomstige ontwikkelingen en is daardoor m.e.r.-plichtig. 2
Het is gebruikelijk de afkortingen (de) m.e.r. en (het) MER te gebruiken. De afkorting m.e.r. met kleine letters en puntjes ertussen staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. MER met hoofdletters, zonder puntjes staat voor het milieueffectrapport, het rapport dat hierbij opgesteld wordt.
Blad 1 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
De m.e.r.-plicht houdt in dat een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, met als resultaat een milieueffectrapport (MER) dat met de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage wordt gelegd. Omdat het gaat om een milieueffectrapport over de gehele fysieke leefomgeving wordt dit een omgevingseffectrapport (OER) genoemd. In het OER worden de gevolgen van de keuzes voor de gehele fysieke leefomgeving onderzocht, in plaats van enkel de gevolgen voor het milieu zoals in een MER wordt gedaan. Het OER sluit beter aan bij de reikwijdte van de omgevingsvisie dan het MER.
1.3
Doel van het OER Het OER heeft als doel om het omgevingsbelang volwaardig en vroegtijdig mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. De te maken keuzes voor de omgevingsvisie zijn in het OER beoordeeld op de impact op de leefomgeving. Op basis daarvan doet het OER aanbevelingen in het kader van het omgevingsbelang. Het OER is daarmee ondersteunend aan het besluitvormingsproces rondom de omgevingsvisie. De informatie vanuit het OER is in het visievormingsproces op verschillende momenten ingebracht, bijvoorbeeld om keuzes aan te scherpen en afwegingskaders uit te werken. De keuzes voor de omgevingsvisie zijn vormgegeven als botsproeven. Per botsproef zijn verschillende alternatieven ontwikkeld. Elk alternatief is afzonderlijk beoordeeld op de impact op de fysieke leefomgeving. Deze beoordeling draagt bij aan de afweging van de alternatieven en helpt daarmee de gemeente Altena bij het maken van richtinggevende keuzes voor de omgevingsvisie. Nadat de richtinggevende keuzes zijn gemaakt is ook de omgevingsvisie als geheel beoordeeld in dit OER.
1.4
Passende beoordeling Naast het OER is een passende beoordeling opgesteld. De omgevingsvisie bevat richtinggevende beleidskeuzes, waarvan niet op voorhand uit te sluiten is dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden. Daarom dient op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling van de omgevingsvisie te worden opgesteld. De passende beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij kaderstellende plannen waarvan significante gevolgen op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. De passende beoordeling heeft als doel: • Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie. • Beschrijven van mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante gevolgen te voorkomen. Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. • Waar relevant: kansen op positieve effecten. Niet alleen de richtinggevende keuzes die volgen uit de botsproeven zijn passende beoordeeld, maar de omgevingsvisie als geheel is beoordeeld. Deze passende beoordeling is opgenomen in bijlage 1.
Blad 2 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
1.5
Proces naar de ontwerp-omgevingsvisie
1.5.1
Proces 2018-2020 De gemeente Altena is op 1 januari 2019 ontstaan door een fusie van de voormalige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem. In 2018 hebben deze voormalige gemeenten in samenwerking een concept-omgevingsvisie opgesteld. Deze is in 2019 bestuurlijk behandeld in het college en de gemeenteraad, maar heeft niet ter inzage gelegen. In 2020 is een OER opgesteld bij de concept-omgevingsvisie. Mede op basis van de bevindingen in het OER uit 2020 is besloten om de omgevingsvisie aan te vullen en te concretiseren. Hieronder is een overzicht gegeven van de stappen die zijn ondernomen om tot de omgevingsvisie te komen. Bijeenkomsten in 2018 Om ervoor te zorgen dat bewoners, ondernemers en verenigingen betrokken worden, zijn tijdens het traject in 2018 diverse bijeenkomsten georganiseerd: • Een gebiedsconferentie met ongeveer 130 inwoners om de vraagstukken aan te scherpen en oplossingen te bedenken. • Een openbare discussie door middel van een internetconsultatie om reacties te peilen op de belangrijkste vraagstukken. • Een dorpenronde, waarbij de belangrijkste vraagstukken zijn aangescherpt als gebiedsgerichte uitwerking van de visie. Beleidsanalyse De gemeente Altena heeft een beleidsanalyse uitgevoerd.
Hiermee zijn de verantwoordelijkheden van de gemeente op een rij gezet, zoals de wettelijke taken, speerpunten uit bestaand beleid of zaken die spelen vanuit algemeen belang. Opstellen van de concept-omgevingsvisie en OER De aangescherpte vraagstukken en gemeentelijke verantwoordelijkheden zijn de input geweest voor de omgevingsvisie. Deze concept-omgevingsvisie is vervolgens beoordeeld door middel van een OER in 2020. In 2020 is door middel van het OER gesignaleerd dat er onvoldoende integrale afweging heeft plaatsgevonden, de concept-omgevingsvisie (inhoudelijk) niet volledig was en de ambities niet concreet genoeg zijn om te kunnen uitvoeren en monitoren. De gemeente heeft daarom besloten om de concept-omgevingsvisie aan te vullen en op een andere manier op te bouwen. Om te komen tot een aanvulling van de omgevingsvisie zijn verschillende stappen doorlopen.
1.5.2
Aanvulling omgevingsvisie (2021) Voorbereiding Ten eerste is informatie verzameld over wat er op dit moment speelt in de gemeente. Welk beleid kent de gemeente en is dit beleid nog actueel? Daarnaast is de concept-omgevingsvisie (2018) geanalyseerd. De uitkomsten van deze inventarisatie zijn samengevoegd, waarna de uitgangspunten in beeld zijn gebracht. Deze zijn genoteerd in het Inventarisatiedocument.
Blad 3 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Op basis van deze informatie is de vraag gesteld: bij welke onderwerpen is inbreng vanuit de interne organisatie nodig? Als eerste stap is in augustus 2021 een ‘werksessie bouwstenen’ georganiseerd. Tijdens deze dag heeft iedere beleidsmedewerker via diverse workshops inbreng kunnen leveren aan de omgevingsvisie. Bijeenkomsten klankbordgroep Daarnaast heeft de klankbordgroep bestaande uit ketenpartners (provincie, waterschap, drinkwaterbedrijven, buurgemeenten en andere betrokken partijen) meegedacht in het proces. Deze partijen kwamen samen tijdens een bijeenkomst op 24 augustus 2021. Tijdens deze bijeenkomst is aan de verschillende partijen gevraagd welke waarden zij in de gemeente willen beschermen, hoe zij om willen gaan met de ontwikkelingen die spelen en hoe samengewerkt kan worden om de ambities uit deze omgevingsvisie waar te maken. Dorpsraden Op 13 september 2021 is een sessie met de dorpsraden uit de gemeente georganiseerd. Daarin werd stilgestaan bij de gebiedsgerichte benadering van de omgevingsvisie. De dorpsraden hebben meegedacht over vragen zoals ‘wat is het DNA van jouw dorp?’ en ‘wat is jouw droom voor het dorp over 20 jaar?’. Vertalen, keuzes maken en de rol van het OER Alle informatie die opgehaald is, is meegenomen in het verdere proces. Uit deze participatie zijn een aantal speerpunten en doelen naar voren gekomen.
Zo is duidelijk geworden dat er botsingen ontstaan, omdat niet alles tegelijkertijd of in dezelfde ruimte gerealiseerd kan worden. In paragraaf 2.2 is dit proces nader toegelicht. Deze botsproeven zijn samen met de impactbeoordeling uit dit OER aan de gemeenteraad voorgelegd. De gemeenteraad heeft met behulp van keuzebladen richtinggevende keuzes gemaakt voor elke botsing (zie paragraaf 7.1). Bij deze keuzesessie heeft het omgevingsbelang een rol gespeeld door alle alternatieven van de botsingen te voorzien van een impactbeoordeling (zoals beschreven in dit OER). De richtinggevende keuzes van de gemeenteraad zijn vervolgens meegenomen bij het opstellen van de 70% versie van de omgevingsvisie. Digitale enquête inwonerspanel Tot oktober 2021 is de 70% versie van de omgevingsvisie opgesteld. Deze vormde het vertrekpunt om in gesprek te gaan met de inwoners. Door de Coronacrisis zijn geen fysieke bijeenkomsten gehouden. Daarom is ervoor gekozen om een digitale enquête uit te zetten bij het inwonerspanel. Via deze enquête is de mogelijkheid geboden om mee te denken over de vraag: hoe ziet u Altena in 2040? Ook is er op hoofdlijnen meegedacht over de vier ambities van de omgevingsvisie: hoe belangrijk zijn deze ambities voor u? En wat is er volgens u nodig voor deze ambities? In totaal hebben 330 personen hiervan gebruik gemaakt.
Ontmoetingen Samen met inwoners is tijdens twee Ontmoetingen in november 2021 nagedacht over hoe de gemeente de komende twintig jaar verandert. Dit werd gedaan aan de hand van de resultaten van de enquête. Waren er nog aanvullingen op de resultaten van de enquête? Wat moeten gedaan worden om de ambities en deze resultaten de aankomende 20 jaar te bereiken? Wie heeft daarbij een rol? En wat zou u zelf kunnen doen/bijdragen? Daarover werd het gesprek gevoerd.
Blad 4 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Opstellen ontwerp-omgevingsvisie Alle informatie die in het traject is opgehaald, is meegenomen bij het opstellen van de ontwerpomgevingsvisie. De aanbevelingen uit dit OER zijn verwerkt in de ontwerp-omgevingsvisie om positieve effecten op de leefomgeving te versterken en negatieve effecten te beperken. Besluitvorming en zienswijzen De ontwerp-omgevingsvisie komt samen met het OER ter inzage te liggen, waarbij iedereen in staat wordt gesteld om een reactie in te dienen. De ontwerp-omgevingsvisie en het ontwerp-OER liggen vanaf 18 februari, gedurende zes weken, ter inzage. Gelijktijdig met de terinzagelegging wordt het OER (en de bijbehorende ontwerp-omgevingsvisie) voorgelegd aan de commissie m.e.r.. Zij brengen vervolgens een toetsingsadvies uit.
1.6
Leeswijzer Het OER is opgebouwd uit negen hoofdstukken: • In hoofdstuk 2 zijn de deelgebieden van gemeente Altena beschreven en is ingegaan op de botsproeven die zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. • In hoofdstuk 3 is de methodiek van dit OER toegelicht. • In de hoofdstukken 4 t/m 6 staan de botsproeven centraal, waarbij elk alternatief afzonderlijk is beoordeeld op de impact op de leefomgeving. • In hoofdstuk 7 staat de omgevingsvisie centraal. Ten eerste is beschreven hoe deze is opgebouwd en wat de inhoudelijke hoofdlijnen zijn. Vervolgens is inzichtelijk gemaakt welke effecten de visie met zich meebrengt. • In hoofdstuk 8 is een doorkijk gemaakt naar de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsbeleid, zoals programma’s en het omgevingsplan. • Het OER sluit af met de conclusie in hoofdstuk 9.
Blad 5 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
2
De botsproeven In het kader van de omgevingsvisie is informatie opgehaald ten behoeve van de omgevingsvisie is gebleken dat bepaalde belangen en/of wensen met elkaar botsen. Dit betreft 6 botsingen. Voor deze botsingen zijn botsproeven opgesteld. Hierin zijn twee of meer alternatieven afgewogen. Op basis van de opgehaalde informatie en de impactbeoordeling, zoals weergegeven in dit OER, zijn deze botsingen voorgelegd aan de gemeenteraad van de gemeente Altena. Hen is gevraagd om voor deze botsproeven een richtinggevende beleidskeuze te maken, die verwerkt is in de ontwerpomgevingsvisie. De botsproeven zijn gekoppeld aan een deelgebied waar de botsproef betrekking op heeft. In dit hoofdstuk is eerst beschreven welke deelgebieden in de gemeente Altena te onderscheiden zijn. Vervolgens is beschreven hoe de botsproeven tot stand zijn gekomen. Tot slot is de inhoud van de botsproeven kort toegelicht.
2.1
Beschrijving van de deelgebieden Eén botsproef heeft betrekking op de gehele gemeente Altena. De overige botsingen hebben echter betrekking op een van de volgende deelgebieden: • Grote kernen: Werkendam, Sleeuwijk, Woudrichem en Wijk en Aalburg. • Kleinere kernen: Giessen-Rijswijk, Uitwijk en Waardhuizen, Drongelen, Eethen, Almkerk, Hank, Nieuwendijk, Uppel, Andel, Genderen, Veen, Dussen, Babyloniënbroek en Meeuwen. • Vesting Woudrichem: Woudrichem is een vestingstad en maakt samen met de forten en inundatievlaktes onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. • Natura 2000-gebieden: de gemeente kent twee Natura 2000-gebieden, namelijk (1) Biesbosch en (2) Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem. • Noordwaard: de Noordwaard is een polder die in gebruik is als landbouwgrond, natuur en deels voor watermanagement (doorstroomgebied). • Uiterwaarden: de uiterwaarden worden gebruikt voor riviermanagement, recreatie en natuur. • Bedrijventerreinen: de lokale bedrijventerreinen, havens en een regionaal bedrijventerrein zijn belangrijke economische dragers in de gemeente. • Buitengebied: het buitengebied wordt gekenmerkt door een open landschap, weidevogelgebieden, een sterke agrarische sector en kleinschalige toerisme.
Blad 6 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Figuur 2.1 Deelgebieden in de gemeente Altena
2.2
Totstandkoming van de botsproeven In paragraaf 1.5 is beschreven dat er op verschillende manieren informatie is opgehaald voor de omgevingsvisie. Dit betreft onder andere de beleidsanalyse, de analyse van de conceptomgevingsvisie, de resultaten van de verschillende participatiebijeenkomsten en een leefomgevingsfoto waarmee de staat van de leefomgeving in beeld is gebracht. Deze informatie is bij elkaar gebracht en heeft geleid tot een overzicht van resultaten per deelgebied. Uit deze resultaten is gebleken dat niet alle wensen en/of belangen tegelijk gerealiseerd kunnen worden. De wensen en/of belangen kunnen tegenstrijdig zijn met elkaar, of vragen dermate veel ruimte waardoor ze niet tegelijkertijd gerealiseerd kunnen worden. Oftewel, er is sprake van een botsing. Er is sprake van zes botsproeven. Per botsing zijn twee of meer alternatieven opgesteld. Deze alternatieven zijn inclusief impactbeoordeling voorgelegd aan de gemeenteraad van de gemeente Altena. De gemeenteraad heeft per botsproef een richtinggevende keuze gemaakt, welke vervolgens is verwerkt in de omgevingsvisie.
Blad 7 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
2.3
Beschrijving van de botsproeven Hieronder is per botsproef beschreven welke richtinggevende keuze gemaakt moet worden in het kader van de omgevingsvisie. De richtinggevende keuzes hebben betrekking op de deelgebieden die in paragraaf 2.1 zijn beschreven. Gehele gemeente 1. Toepassing van milieunormen In de gemeente Altena is een aantal knelpunten aanwezig met betrekking tot de milieugezondheidssituatie. Tegelijkertijd wil de gemeente ambitie tonen om een gezonde leefomgeving te creëren. Dit leidt tot de vraag of de wettelijke milieunormen gehanteerd moeten worden, of dat de gemeente inzet op de strengere WHO-advieswaarden. 2. Mogelijkheden voor ontwikkelingen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie staat op de UNESCO Erfgoedlijst. In hoeverre wil de gemeente deze kwaliteit beschermen? Mag dit bijvoorbeeld ten koste gaan van nieuwe (economische) ontwikkelingen? Kernen (zowel grote als kleine kernen) 3. Zoekgebied voor de woningbouwopgave De gemeente Altena staat voor een grote woningbouwopgave. Een deel van de woningbouwopgave wordt ingevuld door middel van inbreiding. Om invulling te geven aan de resterende opgave zijn uitbreidingslocaties nodig. Tegelijkertijd kent de gemeente veel omgevingskwaliteiten, zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie, natuurgebieden en een open landschap. De vraag is waar de ruimte voor deze woningbouwopgave gezocht moet worden.
4. Afweging tussen een stapeling van opgaven en de betaalbaarheid van woningen De woningbouwopgave gaat samen met een groot aantal andere opgaven, bijvoorbeeld klimaatadaptatie, verduurzaming en het realiseren van voldoende groen in de omgeving. De realisatie van dergelijke opgaven stuwt de woningprijs op, terwijl er juist vraag is naar meer betaalbare woningen. Dit vraagt om een afweging tussen de betaalbaarheid van woningen en de stapeling van de opgaven gerelateerd aan de woningbouwopgave. Buitengebied 5. Mogelijkheden in vrijkomende agrarische bebouwing De gemeente Altena kent een sterke agrarische sector. De verwachting is dat een deel van de agrarische bebouwing leeg komt te staan. Op dit moment is alleen een agrarische invulling toegestaan. De vraag is of verbreding naar andere functies mogelijk gemaakt moet worden. 6. Ruimtevragende functies in het buitengebied De gemeente Altena staat voor verschillende opgaven die allemaal ruimte vragen, zoals de woningbouwopgave, energietransitie en uitbreiding van bedrijventerreinen. Tegelijkertijd kent de gemeente veel omgevingskwaliteiten, zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie, natuurgebieden en een open landschap. De vraag is hoe deze ruimt vragende functies ingepast kunnen worden, zonder dat dit ten koste gaat van de omgevingskwaliteit.
Blad 8 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
3
Aanpak van het OER
3.1
Opbouw van het OER In de hoofdstukken 4 t/m 6 zijn de botsproeven beoordeeld. Daarbij zijn per botsproef de volgende aspecten beschreven: • Een korte toelichting van de botsproef waaruit duidelijk wordt welke keuze gemaakt moet worden. • De relevante informatie met betrekking tot de botsproef. Deze informatie is afkomstig uit het huidig beleid, de leefomgevingsfoto en het participatieproces. Hieruit volgt een beschrijving van de referentiesituatie. • Impactbeoordeling van de alternatieven. Dit bestaat uit een beoordeling (in de vorm van een dashboard (zie paragraaf 3.3.2) en een toelichting op deze beoordeling. Daarnaast zijn mogelijkheden voor optimalisatie meegegeven. Dit zijn adviezen om negatieve effecten te voorkomen en positieve effecten verder te stimuleren. Na de keuzesessie met de gemeenteraad zijn hoofdstuk 7 en 8 geschreven. In hoofdstuk 7 staat de omgevingsvisie centraal. Ten eerste is beschreven hoe deze is opgebouwd en wat de inhoudelijke hoofdlijnen zijn. Vervolgens is inzichtelijk gemaakt welke effecten de visie met zich meebrengt. In hoofdstuk 8 is een doorkijk gemaakt naar de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsbeleid, zoals programma’s en het omgevingsplan.
3.2
Beoordelingsmethode De beoordelingen in deze strategische impactbeoordeling geven het effect weer van keuzes en ontwikkelingen in de omgevingsvisie: zorgt de omgevingsvisie ervoor dat de leefomgeving van de gemeente Altena zich positief of negatief zal ontwikkelen? Per botsproef zijn de verschillende alternatieven beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie om inzichtelijk te maken wat de effecten van een keuze zijn.
3.2.1
Referentiesituatie De alternatieven van de botsproeven zijn in het OER beoordeeld. Om per alternatief de gevolgen voor de omgeving inzichtelijk te maken is gebruik gemaakt van een referentiesituatie. De referentiesituatie is de situatie in 2040, de doorkijkperiode van de omgevingsvisie, bij voortzetting van het huidige beleid en bestaande trends en ontwikkelingen De referentiesituatie is beschreven aan de hand van een online leefomgevingsfoto. Deze bevat kaarten en toelichtingen voor alle relevante thema’s en heeft voor het OER gediend als naslagwerk om beoordelingen te concretiseren. De leefomgevingsfoto is opgesteld in samenwerking met de naastgelegen gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg en is online te raadplegen via https://leefomgevingsfoto.anteagroup.nl/dag-gemeenten/#. De leefomgevingsfoto is op meerdere manieren gebruikt in het proces naar de omgevingsvisie. Ten eerste is de leefomgevingsfoto gebruik in de keuzesessie met de gemeenteraad. Op de keuzebladen die de raadsleden hebben ontvangen is informatie uit de leefomgevingsfoto
Blad 9 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
opgenomen en gebruikt bij de beeldvorming en onderbouwing van de beleidsopties. Daarnaast is de leefomgevingsfoto een belangrijk onderdeel van de referentiesituatie. In het OER zijn de alternatieven van de botsproeven beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Bij alle botsproeven is een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie aan de hand van de leefomgevingsfoto en/of het bestaand beleid.
3.3
Beoordelingskader De alternatieven van elke botsproef zijn apart beoordeeld op de impact die de alternatieven hebben op de fysieke leefomgeving. Bij deze beoordeling is gebruik gemaakt van een integraal beoordelingskader dat bestaat uit vier domeinen van de fysieke leefomgeving: gezondheid en veiligheid, omgevingskwaliteit, leefbaarheid; en duurzaamheid. Per domein is een beoordeling gegeven naar gelang de verwachte impact van een alternatief. Het beoordelingskader is opgesteld conform de Europese m.e.r.-richtlijn. In de volgende paragraaf is beschreven welke criteria per domein gehanteerd zijn.
3.3.1
Vier domeinen Gezondheid en veiligheid Het eerste domein is ‘gezondheid en veiligheid’. Op dit domein treden positieve effecten op als sprake is van een afname van milieuhinder die optreedt door bijvoorbeeld luchtverontreiniging of geluidemissies. Ook zijn er positieve effecten als een maatregel leidt tot een omgeving die (meer) bijdraagt aan het stimuleren van gezond gedrag, zoals sport en bewegen. Het voorkomen van ongevallen en mitigeren van veiligheidsrisico’s wordt eveneens positief beoordeeld. Een negatieve beoordeling wordt gegeven als de keuze leidt tot een toename van verontreiniging en/of hinder, van gezondheidseffecten en/of van veiligheidsrisico’s. Ook wanneer een keuze ongezond gedrag stimuleert of leidt tot toename van risico’s voor kwetsbare groepen is dit aanleiding voor een negatieve beoordeling. Omgevingskwaliteit Het tweede domein is ‘omgevingskwaliteit’. Op dit domein treden positieve effecten op als een maatregel bijdraagt aan een toekomstbestendig natuurlijk systeem, waarbij de fysieke leefomgeving is afgestemd op de aanwezige functie(s) en het klimaat. Maatregelen waarmee verstoring van processen - als gevolg van klimaatverandering – wordt voorkomen worden positief beoordeeld. Daarnaast wordt een positieve beoordeling gegeven als een bijdrage wordt geleverd aan (de kwaliteit van) ecologische verbindingszones en biodiversiteitsherstel.
Tot slot wordt een positieve beoordeling gegeven als de keuze leidt tot meer omgevingskwaliteit. Die kwaliteiten kunnen betrekking hebben op landschap, cultuurhistorie, archeologie, ondergrond, water, natuur en biodiversiteit. Een negatieve beoordeling wordt gegeven wanneer de keuze bijdraagt aan toename van risico’s als gevolg van klimaatverandering, zoals droogtestress, hittestress en wateroverlast. Ook bij aantasting van historisch en landschappelijk kapitaal of van het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Hieronder valt ook de afname van kwaliteit en/of omvang van natuur- en groengebieden en als er geen kwaliteitsherstel mogelijk is voor leefgebieden van soorten en/of migratie van soorten tussen natuurgebieden. Wanneer (andere) aanwezige waarden in de fysieke leefomgeving worden aangetast wordt eveneens een negatieve beoordeling gegeven. Tot slot is
Blad 10 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
de aantasting van de (relatieve) kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen en ecosysteemdiensten een reden voor een negatieve beoordeling. Leefbaarheid Met het derde domein ‘leefbaarheid’ worden economische en maatschappelijke aspecten van de fysieke leefomgeving bedoeld. Een positieve beoordeling wordt gegeven als een maatregel leidt tot een betere afstemming van de woningmarkt op de behoefte. Of als deze bijdraagt aan een toekomstbestendige economie, met banen die passen bij het arbeidspotentieel en opleidingen die passen bij de vacatures. Ook keuzes die bijdragen aan de levendigheid, sociale cohesie en een passend voorzieningenniveau worden positief beoordeeld. Het bieden van een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties wordt eveneens positief beoordeeld. Een negatieve beoordeling wordt gegeven wanneer de toekomst van belangrijke economische sectoren in gevaar wordt gebracht en wanneer keuzes leiden tot knelpunten in de bereikbaarheid, scheve verhoudingen op de woningmarkt of een onvoldoende voorzieningenniveau. Ook wanneer keuzes leiden tot verlies aan sociaal kapitaal en sociale cohesie wordt dit negatief beoordeeld. Duurzaamheid Wanneer keuzes bijdragen aan de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en naar kringlooplandbouw, dan wordt dit positief beoordeeld voor het domein ‘duurzaamheid’.
Voorbeelden van positieve gevolgen zijn beperking van de CO 2-uitstoot, vergroenen van de energiebalans; reductie van het gebruik van grondstoffen; stimulering van hergebruik en duurzaam en meervoudig ruimtegebruik. In principe worden maatregelen die bijdragen aan een goede balans tussen de (toekomstige) maatschappelijke behoeften en de draagkracht van de fysieke leefomgeving positief beoordeeld. Een negatieve beoordeling wordt gegeven aan maatregelen die deze balans (verder) in gevaar brengen, bijvoorbeeld doordat deze leiden tot onomkeerbare milieugevolgen, de productie van afvalstoffen of (onevenredige) uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Ook wanneer een keuze de mogelijkheid tot duurzaam, doelmatig en meervoudig ruimtegebruik in de toekomst onmogelijk maakt, kan een negatieve beoordeling worden gegeven.
3.3.2
Dashboard en beoordeling Op basis van de bovenstaande domeinen is elk alternatief van een botsproef afzonderlijk beoordeeld met behulp van de leefomgevingsfoto en expert judgement. Hierbij is aan elk domein een waarde verbonden volgens onderstaande scorebalk. De score kan variëren van zeer negatief tot zeer positief. Een neutrale beoordeling is toegekend als het betreffende alternatief geen wezenlijke impact heeft op het betreffende domein. Positieve en negatieve beoordelingen zijn gegeven aan de hand van de beschrijving in de voorgaande paragraaf. Het verschil tussen een positieve (of negatieve) en een zeer positieve (of zeer negatieve) beoordeling is relatief. Een extremere beoordeling is gegeven wanneer een alternatief op meerdere thema’s significante effecten veroorzaakt, of bepalend is voor het doelbereik van de omgevingsvisie. Per alternatief is de beoordeling toegelicht. Zeer negatief
Negatief
Neutraal
Figuur 3.1 Scorebalk die gebruikt is bij de beoordeling
Blad 11 van 59
Positief
Zeer positief
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Hoewel in beginsel beoordelingen zijn gegeven ten opzichte van de referentiesituatie (de huidige situatie geëxtrapoleerd naar de toekomst aan de hand van bestaande beleid, trends en autonome ontwikkelingen), is het voor de wisselwerking met de omgevingsvisie wenselijk geweest om het verschil tussen alternatieven duidelijk uit te lichten, door een net wat stevigere beoordeling te geven. Elke beoordeling moet dan ook gelezen worden binnen de context van de botsproef. Door middel van dashboards kunnen alternatieven met elkaar vergeleken worden, wat de gemeente helpt bij het maken van richtinggevende keuzes in de omgevingsvisie. Een voorbeeld van een dashboard is hieronder weergegeven.
Figuur 3.2 Een voorbeeld van een dashboard
Bij iedere botsproef zijn aanbevelingen voor optimalisaties beschreven, welke zijn meegegeven aan de gemeenteraad. De keuze tussen de alternatieven is vaak niet zwart-wit. Door middel van optimalisaties wordt een beeld geschetst hoe bijvoorbeeld twee alternatieven gecombineerd kunnen worden, om zo positieve effecten te versterken en negatieve effecten te beperken. Aanpak botsproef 6 Eén botsproef heeft een andere opzet dan de overige botsproeven. Deze botsproef gaat over verschillende ruimtevragende functies in de gemeente, waarbij aan de gemeenteraad is gevraagd om deze functies te prioriteren. De beoordeling door middel van een dashboard sluit hier niet op aan. Er is daarom per functie aangegeven wat de kansen en gewenste locaties zijn en welke risico’s en ongewenste locaties de functie met zich meebrengt. Deze beoordeling is bedoeld om de gemeenteraad te helpen bij het prioriteren van kansen en risico’s.
Blad 12 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
4
De gehele gemeente
4.1
Botsproef 1: toepassing van milieunormen In de gemeente Altena is een aantal knelpunten aanwezig met betrekking tot de milieugezondheidssituatie. Tegelijkertijd wil de gemeente ambitie tonen om een gezonde leefomgeving te creëren. De eerste botsproef gaat daarom over de vraag welke milieunormen gehanteerd moeten worden. Dit leidt tot de volgende alternatieven: • Het hanteren van de wettelijke milieunormen, of; • Het hanteren van de strengere WHO-advieswaarden3. De richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn vooral gebaseerd op gezondheidskundige overwegingen, terwijl bij het vaststellen van de Nederlandse wettelijke normen ook afwegingen van economische en juridische aard spelen en aspecten van ruimtelijke inrichting van belang zijn. De WHO-richtlijnen houden rekening met meer gezondheidseffecten dan het Nederlandse beleid. Relevante informatie Onder milieu vallen de kenmerken van de leefomgeving die belangrijk zijn om ergens gezond te kunnen leven. In de gemeente Altena is op dit moment sprake van overlast van geluid en luchtverontreiniging van de A27. Ook is er een relatief hoge geluidbelasting in Werkendam door de aanwezigheid van bedrijventerreinen en de haven. Tegelijkertijd is de Biesbosch aangewezen als stiltegebied, wat betekent dat hier strenge streefnormen gelden om de geluidbelasting te beperken.
De wettelijke milieunormen en WHO-advieswaarden met betrekking tot luchtkwaliteit zijn in onderstaande tabel weergegeven. Dit betreffen de aangescherpte WHO-advieswaarden (september 2021). De wettelijke normen en WHO-advieswaarden voor geluid verschillen per geluidsbron (zoals wegverkeer of industrielawaai) en locatie (binnen de bebouwde kom of in het buitengebied). Tabel 4.1 Wettelijke normen en WHO-advieswaarden m.b.t. luchtkwaliteit Wettelijke norm WHO-advieswaarden Fijnstof (PM10) 40 µg/m3 15 µg/m3 Fijnstof (PM2,5) 25 µg/m3 5 µg/m3 Stikstofdioxide (NO2) 40 µg/m3 10 µg/m3
3
WHO staat voor de Wereldgezondheidsorganisatie
Blad 13 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Figuur 4.1 Emissie van fijnstof (PM10) in 2019
Figuur 4.2 Emissie van fijnstof (PM2,5) in 2019
Blad 14 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
Figuur 4.3 Emissie van stikstofdioxide (NO2) in 2019
Figuur 4.4 Gecumuleerde geluidbelasting in 2019
Referentiesituatie In de huidige situatie zijn in de gemeente Altena enkele knelpunten met betrekking tot de milieugezondheidssituatie aan te wijzen. Zo blijkt uit bovenstaande figuren dat de A27 en bedrijventerreinen in Werkendam veroorzakers zijn van geluidbelasting en luchtverontreinigende stoffen. Tegelijkertijd is de milieugezondheidssituatie in grote delen van de gemeente op peil aangezien er wordt voldaan aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit. Er werd in grote delen van de gemeente voldaan aan de WHO-advieswaarden. Deze advieswaarden zijn in september 2021 door de WHO aangescherpt, waardoor deze niet meer worden gehaald. Met betrekking tot luchtkwaliteit is er al decennialang er een positieve trend gaande, wat betekent dat de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen afneemt. Dit komt voort uit strengere regelgeving en innovaties waardoor de uitstoot afneemt. Met betrekking tot geluid bestaan er enkele aandachtspunten. Door het toenemend aantal verkeersbewegingen en de bouw van
Blad 15 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
geluidsgevoelige objecten (zoals woningen) kunnen nieuwe knelpunten ontstaan met betrekking tot de geluidbelasting. Tot slot zijn niet alleen de aspecten geluid en luchtkwaliteit relevant voor een gezonde leefomgeving. Denk bijvoorbeeld ook aan de kwaliteit van het water en de bodem. Eventuele verontreinigingen dienen (op lokaal niveau) gesaneerd te worden om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Een trend die hierbij relevant is, is de aanpak van zorgwekkende stoffen (zoals PFAS).
4.1.1
Wettelijke milieunormen Toelichting alternatief In dit alternatief orden de wettelijke normen, zoals vastgelegd in (Europese) richtlijnen aangehouden. Daarmee wordt het huidige beleid voortgezet. Beoordeling Wettelijke grenswaarden zijn meestal een compromis tussen haalbaarheid en gezondheid. Voldoen aan de regels betekent niet automatisch dat de omgeving gezonder wordt. Op dit moment gelden de wettelijke normen al waarmee geen sprake is van een verandering. Dit leidt tot een neutrale beoordeling voor alle vier de domeinen.
4.1.2
Hanteren van de WHO-advieswaarden Toelichting alternatief In dit alternatief toont de gemeente Altena ambitie op het gebied van de gezonde leefomgeving door maatregelen te treffen om in de gehele gemeente te voldoen aan de WHO-advieswaarden. Met name rondom de A27 en de bedrijventerreinen in Werkendam worden maatregelen getroffen om gezondheidsverbetering te bewerkstelligen. Beoordeling De gemeente heeft beperkte mogelijkheden om de luchtverontreiniging bij de bron, zoals de A27, terug te dringen. Door de strengere WHO-advieswaarden te hanteren, verplicht de gemeente zichzelf om meer lokale maatregelen te treffen. Maatregelen waaraan gedacht kan worden zijn: geluidsschermen langs de snelwegen, stil asfalt op gemeentelijke wegen, het vergroten van het groenoppervlak en stimulering schoon vervoer. Deze maatregelen leiden tot een gezondere leefomgeving, wat leidt tot een positieve beoordeling op het domein gezondheid en veiligheid.
Blad 16 van 59
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Altena projectnummer 0471829 22 december 2021 Gemeente Altena
De strenge milieunormen kunnen economische activiteiten beperken. Bijvoorbeeld een (industrieel) bedrijf dat veel luchtverontreinigende stoffen uitstoot, kan mogelijk niet naar de gemeente getrokken worden omdat de emissie niet past binnen de gestelde norm. Daarnaast kunnen de strengere normen ervoor zorgen dat bestaande bedrijvigheid wordt beperkt in hun activiteiten. Dit betreft zowel industriële als agrarische bedrijvigheid. De WHO-advieswaarden zorgen ervoor dat er op economisch gebied minder kan en mag. Dit leidt tot een negatieve beoordeling op het domein leefbaarheid. Er worden geen effecten verwacht op de domeinen duurzaamheid en omgevingskwaliteit.
4.1.3
Optimalisatie Naast gezondheidsbescherming door het hanteren van normen zijn er tal van mogelijkheden om de gezondheid van bewoners te verbeteren door actieve mobiliteit (lopen en fietsen) en ander gezond gedrag te stimuleren. Dat kan door bijvoorbeeld autoluwe, groene en blauwe (waterrijke) plekken in te richten en aangename routes aan te leggen voor verschillende doelgroepen. Bijgevolg van deze maatregelen is dat ook de milieuhinder door auto’s afneemt, zonder dat daarvoor strenge normen geïntroduceerd moeten worden, die belemmerend kunnen werken voor ontwikkelingen. De omgevingswet biedt de mogelijkheid om gebiedsgerichte normen op te stellen. Zo kan bijvoorbeeld in de omgeving van de A27 een andere norm gelden dan in de woongebieden, omdat het rond de A27 moeilijker is om aan de WHO-advieswaarden te voldoen en met name de woongebieden baat hebben bij een gezonde leefomgeving.
4.2
Botsproef 2: Nieuwe Hollandse Waterlinie Op 26 juli 2021 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) toegevoegd aan de UNESCO Werelderfgoedlijst. De vraag is hoe de gemeente wil omgaan met de NHW met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen. Is de gemeente bereid om de NHW te beschermen, waardoor niet alle (economische) ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, of is het gebied juist geschikt om te benutten zodat de recreatieve sector optimaal kan profiteren van de UNESCO-status? Dit leidt tot de volgende alternatieven: • Het behoud en de bescherming van de NHW als UNESCO Werelderfgoed staat voorop, of: • De NHW moet worden benut en beleefbaar gemaakt worden. Relevante informatie De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een verdedigingslinie die gebouwd is tussen 1815 en 1940. Het bestaat uit een unieke combinatie van forten, dijken, sluizen, gemalen en inundatiepolders die het