Bijlage 2b Waterparagraaf bij RV Vaststellen bp Langestraat, Wijk en Aalburg
Tekst van het document
Waterparagraaf Langestraat te Wijk en Aalburg Waterbeleid Binnen de ruimtelijke ontwikkeling is water een belangrijk thema. In verband hiermee is de watertoets een verplichte instrument bij elke ontwikkeling, waardoor het waterschap kan toetsen of de waterbelangen voldoende afgewogen zijn. Ook bij de gemeente rusten enkele taken met betrekking tot het waterbeheer. In het kader van deze belangen is er een waterhuishoudkundig plan (WHHP) opgesteld, zie 20220133-D-WA-001, d.d. 22-03-2023, ADCIM B.V.. Onderhavige waterparagraaf is een samenvatting van dit WHHP. Volgens de Wet gemeentelijke watertaken (2008) is de gemeente verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afval -en hemelwater. De gemeente mag vervolgens zelf bepalen op welke wijze het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt. Verder heeft de gemeente de zorgplicht voor het in openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen, om structurele problemen als gevolg van een voor de gebruiksfunctie nadelige grondwaterstand in openbaar bebouwd gebied zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit dient wel doelmatig te zijn en niet de verantwoordelijkheid te zijn van het waterschap of de provincie. Het waterschap Rivierenland (WSRL) is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater, het beheer van het waterpeil en waterveiligheid.
Daarnaast is het waterschap verantwoordelijk voor het zuiveren van het afvalwater. Het waterschap is sinds de inwerkingtreding van de Waterwet (eind 2009) ook verantwoordelijk voor het beheer van het grondwater. Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoetsproces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. Hieronder is een overzicht gegeven van relevante nota's aangaande de waterhuishouding, uitgesplitst naar de verschillende bestuursniveaus. Allen hebben als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Europa - Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal - Nationaal Waterplan 2016-2021 (NW); - Waterbeleid voor de 21 eeuw (WB21); - Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); - Waterwet. Provinciaal - Provinciaal milieu- en waterplan 2016-2021 - Provinciale Structuurvisie; - Verordening Ruimte. Waterschapsbeleid - Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Keur Waterschap Rivierenland 2014.
- Legger wateren; - Legger waterkeringen. Gemeentelijk - Beleidsvisie riolering en water gemeente Altena (2017).
Watersysteem Een ruimtelijke ontwikkeling dient bij de invulling rekening te houden met het watersysteem. Binnen het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig, welke ingepast of vervangen dienen te worden. Daarnaast wordt er verhard oppervlak toegevoegd aan het plan, waardoor er sneller water tot afstroming komt. Hiervoor dienen compenserende maatregelen getroffen te worden. Zowel Waterschap Rivierenland, als de gemeente Altena hebben regels die betrekking hebben op de watercompensatie. Hieronder worden de belangrijkste regels en uitgangspunten benoemd, hoewel de lijst niet de insteek heeft om uitputtend te zijn. WSRL - De bestaande bergingscapaciteit moet worden gewaarborgd. Afname van berging dient volledig te worden gecompenseerd in hetzelfde of een benedenstrooms gelegen peilgebied. Het aantal te compenseren kubieke meters wordt berekend op basis van een peilstijging van 30 cm boven zomerpeil of boezempeil.; - Het waterschap hecht groot belang aan het zoveel mogelijk instandhouden van (en compenseren in) open water als onderdeel van het watersysteem. Daarom worden lange duikers, bassins, kratten e.d. zoveel mogelijk geweerd; - Compensatie in een C-water wordt in het algemeen niet toegestaan. Dit tenzij het C-water na de compensatie kan worden opgewaardeerd naar een B-water en een rechtstreekse verbinding zal hebben met A- of B-wateren.
Uitzonderingen worden beschreven in de bijzondere toetsingscriteria; - Er moet in open water 436 m³/ha gecompenseerd worden. In alternatieve bergingen bedraagt de eis 664 m³/ha. Gemeente Altena - Bij een ontwikkeling dient nog eens 10% extra waterberging gerealiseerd te worden ten opzichte van de door het waterschap gestelde normen; - Als verhardingspercentages voor de percelen wordt het volgende aangehouden: o Percelen tot 250 m2: 80%; o Percelen tussen 250 en 600 m2: 65%; o Percelen groter dan 600 m²: werkelijke hoeveelheid met een minimum van 400m² per kavel. Watercompensatie Op basis van de ontwerptekeningen en de tekening van de bestaande situatie is voor de ontwikkeling bepaald hoeveel de toename aan verhard oppervlak bedraagt. Er is een toename van 17.827 m² verhard oppervlak. Hiervoor dienen compenserende maatregelen getroffen te worden. Daarnaast ligt er vanuit de gemeente het verzoek om 28 m³ water aan compensatie te realiseren ten behoeve van de ontwikkeling Taxhof. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een kwelanalyse uitgevoerd (zie bijlage @@) conform de rekenregels van het waterschap, waar een waterbezwaar van 51 m³ uit voortkomt. Binnen het plan wordt 722 m² aan extra oppervlaktewater gerealiseerd. Bij de toegestane peilstijging van 0,30 m, bedraagt dit 217 m³.
Wanneer hier de compensatie voor de Taxhof en voor de kwel vanaf getrokken wordt, blijft er nog 138 m³ over voor de compensatie van verhard oppervlak. Dit staat gelijk aan een afwaterend oppervlak van 3.156 m². Dit betekent dat er nog voor 14.671 m² (17.827-3.156) aan toename verharding gecompenseerd moet worden in alternatieve bergingen. Binnen het plan worden een aantal wadi’s gerealiseerd. De wadi’s krijgen een diepte van 0,50m. In afstemming met gemeente en waterschap worden de slokops op een hoogte van 0,40m boven de
bodem geplaatst. Dit betekent dat er 0,40m aan berging gerekend kan worden in de wadi’s. Er dient 14.671 m² x 664 m³/ha = 974 m³ aan berging gerealiseerd worden in de wadi’s. In het totaal is er 979 m³ aan bergingsruimte aanwezig in de wadi’s. Dit betekent dat er een overschot is van 5 m³. Watergangen In de huidige situatie bevinden zich binnen het plangebied een aantal B-watergangen en greppels om het volkstuinencomplex af te wateren. Deze afwateringsmogelijkheid komt te vervallen. Middels een hemelwaterstelsel, nieuw te graven water en alternatieve bergingsvoorzieningen wordt de toekomstige afwatering van het plangebied gewaarborgd. De te realiseren watergangen krijgen alleen een B-status. Naast de kwelberekening is er een evenwichtsbeschouwing uitgevoerd welke in bijlage @@ is weergegeven. Uit de evenwichtsbeschouwing volgt dat de te graven watergangen verzwaard dienen te worden met 1,10 m zand, om opbarsten te voorkomen. Waterkwaliteit In verband met de waterkwaliteit zal aan de bouwer geadviseerd worden om geen uitloogbare materialen toe te passen bij de bouw. Er bevinden zich geen overstorten van het DWA stelsel in het plangebied, dus dit is geen belemmerende factor voor de waterkwaliteit. Beheer en onderhoud Aangezien de te realiseren watergangen een B-status krijgen, is het onderhoud voor de aangrenzende perceeleigenaar.
Waterkeringen Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van een waterkering. Om de invloed hiervan op de ontwikkeling in beeld te brengen is beschouwd hoe het plangebied zich verhoud tot het profiel van vrije ruimte. Uit deze analyse volgt dat het plangebied zich volledig buiten het profiel van vrije ruimte bevindt, waardoor de werkzaamheden buiten de waterkering vallen. Riolering Binnen het plangebied wordt een gescheiden rioolsysteem aangelegd. DWA Binnen het plangebied is sprake van een toename aan DWA productie. Op basis van de regels uit de HIOR is bepaald hoeveel de DWA productie binnen het nieuwe plangebied bedraagt. Dit betreft een piekproductie van 2,7 m³/uur en een dagproductie van 27 m³/24 uur. Het is de verwachting dat dit via het bestaande gemengde stelsel in de Langestraat afgevoerd kan worden. In de nadere uitwerking zal dit verder onderzocht worden. HWA Ten behoeve van de afvoer van het hemelwater wordt een HWA stelsel aangelegd. Dit zal bestaan uit putten, buizen en kolken om het water in te zamelen en te transporteren. Het water wordt eerst zoveel als mogelijk is getransporteerd naar de wadi’s. Wanneer deze volledig gevuld zijn, storten ze over op het oppervlaktewater. Rijbanen die grenzen aan het oppervlaktewater of een wadi kunnen op één oor gelegd worden en oppervlakkig afvoeren.
In het rioolplan dient de exacte (diepte) ligging en maatvoering van het hemelwaterstelsel nader bepaald te worden.
Om voldoende doorstroming te realiseren in de watergangen wordt er aan de bovenstroomse zijde van de watergangen een uitstroomvoorziening gerealiseerd. Conclusie Concluderend wordt gesteld dat er vanuit het aspect water geen bezwaren zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.