CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Wijzigingen Verordening leges Altena 2024 bij RV Verordening leges Altena 2024

Raadsvergadering 12 december 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Verordening Leges Altena 20244.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Wijzigingen Verordening leges Altena 2024 ten opzichte van de modelverordening VNG en de Verordening leges Altena 2023

Datum voorstel 13 oktober 2023

Leeswijzer Er wordt een toelichting gegeven als er sprake is van: • wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening; • afwijkingen van de modelverordening; • zaken die nadere toelichting verdienen. Wanneer artikelen qua inhoud ongewijzigd blijven ten opzichte van de huidige legesverordening wordt geen toelichting gegeven.

Kenmerk D2022-05-006783 2022-017038 Opgesteld door Corné Paans Telefoonnummer 0183-516305

De Verordening leges 2024 bestaat uit een verordening en een daarbij behorende tarieventabel. De tarieventabel is in drie hoofdstukken (voorheen Team titels genoemd) onderverdeeld: Team Financieel Advies hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening; hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Portefeuillehouder Omgevingswet; J.P. Tanis hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2. Elk hoofdstuk is onderverdeeld in paragrafen. Elke paragraaf bevat een of meer artikelen. Per hoofdstuk is sprake van een doorlopende artikelnummering. Artikel 2 Belastbaar feit Dit artikel is overeenkomstig de modelverordening aangepast. Het is nu duidelijker dat het bij het belastbaar feit voor de legesheffing altijd gaat om een aanvraag. Artikel 4 Vrijstellingen Dit artikel is vrijwel ongewijzigd. De verwijzing naar afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening is conform de modelverordening vervangen door een verwijzing naar afdeling 13.6 van de Omgevingswet. Overigens zijn in de tarieventabel een aantal vrijstellingen opgenomen in verband met duurzaamheid. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven In het nieuwe artikel 5 is het huidige lid 2 met daarin de verwijzing naar de Crisis-en herstelwet, conform de modelverordening geschrapt.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden In artikel 10 wordt aangegeven dat het college bevoegd is om de tarieven van reisdocumenten, rijbewijzen, papieren verstrekkingen uit de basisregistratie personen, verklaringen omtrent het gedrag en wet op de kansspelen te wijzigen. Het betreft tarieven waar een wettelijk maximumtarief voor geldt. De modelverordening voorziet er in dat het college onder allerlei voorwaarden deze wettelijke maximumtarieven mag vaststellen. Zo stond het ook in de huidige verordening.

1/12

www.gemeenteAltena.nl www.gemeenteAltena.nl

Artikel 12 Inwerkingtreding Artikel 12 betreft de datum van in werking treden en de datum van ingang van de heffing. Toelichting op tarieventabel per paragraaf HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Paragraaf 1.1 is de paragraaf voor huwelijken en registratie van het partnerschap. Deze paragraaf is vereenvoudigd. Inhoudelijk is er niets gewijzigd. Wel is in het artikel voor trouwboekje of partnerschapsboekje expliciet vermeldt dat het een tarief inclusief BTW betreft. Het verstrekken van een trouwboekje wordt door de belastinginspecteur niet als overheidstaak gezien waardoor hierover BTW moet worden afgedragen. Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Ons tarievenbeleid houdt in dat tarieven voor Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart, als er een wettelijk maximumtarief is, worden vastgesteld op dat wettelijk maximum. Wel afgerond op 5 eurocent naar beneden. Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Ons tarievenbeleid houdt in dat tarieven voor rijbewijzen, als er een wettelijk maximum is, worden vastgesteld op dat wettelijk maximum. Wel afgerond op 5 eurocent naar beneden. Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens. Dit artikel is qua artikelnummering in overeenstemming met de modelverordening en voor het overige conform de huidige legesverordening.

De enige inhoudelijke wijziging is dat conform de modelverordening een begrotingsconstructie is toegepast voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen (artikel 1.18). Het betrof in de huidige verordening een tarief per kwartier. Dat is op zich toegestaan maar dan wel in combinatie met een begrotingsconstructie. De omvang van de belastingschuld moet namelijk blijken uit de verordening. Bij een begrotingsconstructie krijgt men voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag te horen wat de aanvraag gaat kosten (hoeveel kwartier). Dan is de keus aan de aanvrager om de aanvraag al dan niet door te laten gaan. Bij het niet doorgaan van de aanvraag is dan geen leges verschuldigd. Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Paragraaf 1.5 betreft de leges voor verstrekkingen van bestuursstukken. Deze paragraaf is inhoudelijk gelijk gebleven aan het huidige hoofdstuk 7. De betreffende tarieven worden zelden of nooit toegepast.

2/12

www.gemeenteAltena.nl

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Paragraaf 1.6 betreft de leges voor verstrekkingen van vastgoedinformatie. Deze paragraaf is inhoudelijk gelijk gebleven aan het huidige hoofdstuk 8. De betreffende tarieven worden zelden of nooit toegepast. Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Paragraaf 1.7 betreft de leges voor overige publiekszaken. In de huidige legesverordening betreft dit hoofdstuk 9. Artikel 1.24 van paragraaf 1.7 is “gereserveerd”. Deze term wordt gebruikt als het een tariefbepaling betreft die weliswaar in de modelverordening staat maar in onze gemeente niet wordt toegepast. In dit geval staat in de modelverordening een artikel voor gemeentegarantie. Dit komt in onze gemeente niet voor. Reden om dit artikel niet op te nemen. De tarieven van artikel 1.25 zijn ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. Onder a staat een tarief van € 41,35 voor het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag. Dit is sinds 1 maart 2016 het wettelijk maximumtarief. Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Paragraaf 1.8 betreft in artikel 1.26 en 1.27 tarieven per kwartier voor naspeuringen in het gemeentearchief. Ook hier met ingang van 1 januari 2024 in combinatie met een begrotingsconstructie zoals in paragraaf 1.4. Artikel 1.28 is gereserveerd. In onze huidige verordening komt dit tarief niet voor. Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Paragraaf 1.9 betreft leges inzake bijzondere wetten.

In dit geval de Huisvestingswet, Leegstandswet, Wet op de kansspelen, Telecommunicatiewet en de Wegenverkeerswetgeving. Artikel 1.29 (Huisvestingswet 2014) is net als in de huidige legesverordening “gereserveerd”. In paragraaf 1.9 zijn de tarieven zoals deze in onze huidige legesverordening staan zijn overgenomen. Conform het tarievenbeleid is een verhoging van 2% plus inflatie toegepast. Dit echter met uitzondering van de tarieven voor kansspelautomaten waar de wettelijke maximumtarieven van toepassing zijn. Bij de tarieven voor telecommunicatie stellen we voor om het tarief van artikel 1.32.1 meer in lijn te brengen met het gemiddelde tarief van een aantal vergelijkbare gemeenten. Dit is nu € 481,40. We stellen voor dit te verhogen naar € 572,80. Het tarief van 1.32.1.c is nu € 163,20. We stellen voor om ook dit te tarief meer in lijn te brengen met tarieven van andere gemeenten en dit te verhogen naar € 315,45. Het bedrag per meter (1.32.1.a) blijft ongewijzigd behoudens 3% inflatiecorrectie en 2% extra tariefstijging conform tarievenbeleid. Het bedrag voor overleg op verzoek (1.32.1.d) blijft ongewijzigd (behoudens inflatiecorrectie en tariefstijging conform tarievenbeleid dus 2% plus inflatie)

3/12

www.gemeenteAltena.nl

Paragraaf 1.10 Diversen Paragraaf 1.10 (artikel 1.34 en 1.35) betreft de tarieven voor kopieën en diverse vergunningen. Deze tariefbepalingen zijn overgenomen uit de huidige legesverordening. Voor het verstrekken van kopieën van documenten op grond van de Wet open overheid zijn de tarieven verschuldigd conform hetgeen is opgenomen in het Besluit maximumtarieven open overheid. Dit is opgenomen in artikel 1.36.

HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Deze paragraaf bevat de definities, de soorten aanvraag waarvoor leges wordt geheven en geeft aan hoe het tarief moet worden bepaald. Deze paragraaf is geheel overeenkomstig de modelverordening. Paragraaf 2.2 Voorfase Paragraaf 2.2 betreft de tarieven van het omgevingsoverleg. Daarvoor stellen wij een nihiltarief voor. Vanuit ons klantconcept stellen wij het bijzonder op prijs dat deelgenomen wordt aan de omgevingstafel. Een tarief zou dan een beletsel zijn. Voorlichting is en blijft ook gratis. Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Paragraaf 2.3 betreft de tarieven van de percentages van de bouwsom die geheven worden voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Twee toestemmingen Onder de Omgevingswet zal straks een scheiding worden aangebracht in het beoordelen van bouwplannen. Daarvoor zijn straks twee aparte toestemmingen benodigd. Er zal één toestemming moeten worden aangevraagd voor de ruimtelijke aspecten van het bouwplan (bestemmings- of omgevingsplan, welstand, archeologie, bodem, omgevingsveiligheid, water, groen, verkeer etc.) en één toestemming voor de bouwtechnische aspecten (Bouwbesluit etc.).

Met de invoering van de Wet kwaliteitsborging bouw gaan private partijen de bouwtechnische toets doen en vervalt voor de gemeente die tweede toestemming voor bouwplannen in gevolgklasse 1. In grote lijnen betreft dit veranderingen, uitbreidingen en nieuwbouw van grondgebonden woningen en bedrijfsgebouwen. Gevolgklassen Het vervallen van de toestemming voor het aspect bouwen maakt dat er bij gevolgklasse 1 bouwwerken voor dat aspect ook geen leges in rekening mogen worden gebracht. Wel voor de bouwwerken in de andere gevolgklassen. In de modelverordening komen twee tarieven. Een voor het ruimtelijk deel (artikel 2.6) en een voor het bouwtechnische deel (artikel 2.5). Bij gevolgklasse 1 bouwwerken 4/12

www.gemeenteAltena.nl

wordt enkel het tarief voor het ruimtelijk deel in rekening gebracht. Bij gevolgklasse 2 en 3 bouwwerken wordt het tarief voor het ruimtelijk deel plus het tarief voor het bouwtechnische deel in rekening gebracht. Percentage bouwsom als maatstaf Voor de bouwtechnische toets stellen we een percentage van de bouwsom voor. Voor wat betreft de ruimtelijke toets wijken we af van de modelverordening. De VNG gaat in de modelverordening voor de ruimtelijke toets uit van een vast bedrag maar dat is naar onze mening niet wenselijk. We stellen daarvoor ook een percentage van de bouwsom voor. Dit omdat anders voor kleine bouwvergunningen in verhouding extreem hoge bedragen zouden worden gevraagd. Splitsing in het tarief Het huidige tarief van het percentage van de bouwsom is 3,01%. Dit tarief moet worden gesplitst in een tarief voor het kwaliteitsdeel en een tarief voor het ruimtelijk deel. Een extern bureau heeft in opdracht van de gemeente onderzocht wat de effecten zijn van de invoering van de Wkb. De toetsing aan het bouwbesluit (dat is de bouwtechnische toets) kost ons na invoering van de Wkb jaarlijks nog 1.356 uren. Daarvan uitgaande en bij een gelijkblijvende opbrengst zou het tarief voor de bouwtechnische toets 0,41% van de bouwsom worden. Daarmee is het tarief voor de bouwtechnische deel een exact kostendekkend tarief.

Voor het ruimtelijk deel wordt een tarief van 2,82% van de bouwsom voorgesteld. Dit betreft een tarief voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, een tarief voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en een tarief voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Maximumbedrag leges bouwen Het maximumbedrag aan leges voor het bouwen is voor de aanvraag voor ieder van beide toestemmingen op 1 miljoen euro gesteld. Samen dus 2 miljoen euro. Het huidige maximumbedrag van 10 miljoen euro voor het ongesplitste tarief is ongebruikelijk hoog. De kans dat voor de combinatie van een aanvraag voor toestemming op grond van het bouwbesluit en een beoordeling van de ruimtelijke aspecten meer dan 2 miljoen euro aan kosten worden gemaakt is zeer klein. Sloopvergunningen Artikel 2.7 inzake de sloopvergunning blijft inhoudelijk ongewijzigd. Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot monumenten, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Voor het verbouwen of slopen van een monument of het bouwen, verbouwen of slopen in een beschermd stads- of dorpsgezicht zijn momenteel extra leges verschuldigd. Dit omdat de gemeente er extra werk aan heeft. Het betreft veelal aspecten die zijn opgelegd in het algemeen belang.

Eigenaren van monumenten moeten hogere kosten maken omdat het een monument betreft en worden dan ook voor hun gevoel nog “gestraft” met afzonderlijke leges bovenop de normale leges. 5/12

www.gemeenteAltena.nl

We stellen u voor om de zogenaamde extra leges te incorporeren in het basisbedrag van de betreffende activiteit en deze tarieven op € 0,00 te stellen. Uiteraard blijven de vergunningen voor monumenten wel bestaan. Het enige is dat er geen extra leges voor geheven wordt. Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.5 betreft het onderdeel milieuvergunningen. Deze paragraaf is geheel nieuw. Tot nu toe was het niet toegestaan om leges in rekening te brengen voor milieuvergunningen. Onder de nieuwe Omgevingswet is dit weer toegestaan. Uw raad heeft met vaststelling van de Kaders leges Omgevingswet en Wkb ingestemd met het in rekening brengen van leges voor milieuvergunningen. De Omgevingsdienst Midden en West Brabant (OMWB) verleent namens de gemeente Altena de vergunningen en heeft, mede aan de hand van de modelverordening van de VNG, per tariefbepaling een inschatting gedaan van het aantal uren. Dit aantal uren maal het uurtarief van de OMWB geeft de tarieven van dit onderdeel. Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Paragraaf 2.6 betreft leges voor lozingsactiveiten. Het gaat om leges voor vergunningen voor lozingen op oppervlaktewateren die in beheer zijn bij de gemeente. Dit tarief is nieuw.

Voorgesteld wordt om indien sprake is van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit (artikel 2.22 van de nieuwe legesverordening) het tarief van € 607,- te hanteren zoals het rijk dat hanteert (artikel 14.13 van de Omgevingsregeling). Indien er geen sprake is van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit (artikel 2.21 van onze nieuwe legesverordening) wordt een tarief van € 303,50 voorgesteld (de helft van voornoemd tarief). Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Het aantal in de nieuwe legesverordening genoemde aanlegactiviteiten is meer uitgesplitst als in de huidige. Waar sprake is van dezelfde soort aanlegactiviteit (artikel 2.26 en 2.28) zijn de huidige tarieven overgenomen verhoogd met 2% plus 3% inflatie conform tarievenbeleid. Een van de aanlegactiviteiten in de modelverordening betreft artikel 2.27. Dit zijn de leges voor de inritvergunning. De inritvergunning wordt voor de meeste gevallen afgeschaft en omgezet in een melding. Voor meldingen kan geen leges voor geheven worden. Voor de gevallen waar toch nog een inritvergunning nodig is wordt het huidige tarief verhoogd met 2% plus 3% inflatiecorrectie. Het tarief van artikel 2.28 is 0,80% van de aanlegsom. Dit is gelijk aan het huidige tarief. Gezien de stijging van de aanlegkosten is dan overigens in de praktijk sprake van een verhoging.

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Paragraaf 2.8 betreft Overige activiteiten. Daaronder vallen verschillende vergunningen. Met de huidige verordening overeenkomstige tarieven worden 6/12

www.gemeenteAltena.nl

overgenomen in de nieuwe verordening verhoogd met 2% plus inflatie. De overige artikelen in deze paragraaf zijn “gereserveerd”. Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Paragraaf 2.9 bevat de maatwerkvoorschriften. In deze paragraaf zijn de tarieven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om maatwerkvoorschriften, als uitwerking van het belastbare feit in artikel 2.2, aanhef en onder c, van de tarieventabel. Deze tariefbepalingen zijn alleen van toepassing als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning (zie artikel 2.3, vijfde lid, van de tarieventabel). Als voor een activiteit een omgevingsvergunning nodig is, staat het maatwerk in een vergunningvoorschrift. De tariefbepalingen zijn gesplitst in bouwactiviteiten, milieu belastende activiteit (hierna mba) en overige activiteiten. De basis voor het stellen van maatwerkvoorschriften staat in artikel 4.5 van de Ow. Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag voor concrete gevallen afwijken van algemene regels voor een activiteit. Het stellen van maatwerkvoorschriften kan uitsluitend als dat in het omgevingsplan, de (provinciale) omgevingsverordening, de waterschapsverordening of de rijksregels is bepaald. Het bevoegd gezag neemt het maatwerkvoorschrift meestal op in een apart maatwerkbesluit. Het vaststellen van een maatwerkvoorschrift zal vaak op verzoek van de initiatiefnemer gebeuren.

Het maatwerkvoorschrift geldt alleen voor degene aan wie het maatwerkbesluit is gericht. Dit is degene die de activiteiten wil uitvoeren. Voor wat betreft de tariefstelling voor maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten (artikel 2.35 van de nieuwe legesverordening) wordt voorgesteld om per maatwerkvoorschrift uit te gaan van 2 uur. Bij een uurtarief van € 124,50 is dat € 249,-. Voor wat betreft de tariefstelling voor maatwerkvoorschriften bij een milieubelastende activiteit en voor overige activiteiten (artikel 2.36, 2.37 en 2.37.1) wordt voorgesteld uit te gaan van het door de Omgevingsdienst aangeleverde tarief. Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.10 betreft leges voor aanvragen om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet. Artikel 2.38 bevat de tariefbepalingen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel, als uitwerking van het belastbare feit in artikel 2.2, aanhef en onder d, van de tarieventabel. Deze tariefbepalingen zijn alleen van toepassing als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning (zie artikel 2.3, vijfde lid, van de tarieventabel).

Conform de modelverordening worden afzonderlijke tariefbepalingen voorgesteld voor een gelijkwaardige maatregel bij bouwactiviteiten, cultureel erfgoed, mba en overige activiteiten, en voor een tarief van € 124,50 per uur. Hierop is de zgn. begrotingsconstructie van toepassing.

7/12

www.gemeenteAltena.nl

De basis voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel staat in artikel 4.7 van de Omgevingswet (Ow). De memorie van toelichting op de Ow vermeldt: ‘Als een initiatiefnemer voldoet aan de bepalingen die in algemene regels zijn opgenomen, mag hij ervan uitgaan dat zijn initiatief voor de daarin gereguleerde aspecten past binnen het wettelijk kader voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Afhankelijk van de manier waarop een bepaling is geformuleerd, zijn er maatregelen denkbaar, waarmee hetzelfde resultaat wordt bereikt. Voor zowel de decentrale algemene regels als de rijksregels bepaalt het wetsvoorstel dat het gebruik van gelijkwaardige maatregelen mogelijk is, tenzij dat in de algemene regels is uitgesloten. De initiatiefnemer moet de gelijkwaardigheid van een maatregel aantonen. Uitgangspunt is dat het bevoegd gezag de gelijkwaardigheid voorafgaand aan de toepassing van een alternatief toetst, uitmondend in een beschikking. In de algemene regels kan in afwijking daarvan worden bepaald, dat voorafgaande toestemming niet is vereist. In dat geval kan zo nodig worden bepaald, dat wel een voorafgaande melding* moet worden gedaan bij toepassing van een gelijkwaardige maatregel.’ (Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr. 3, pag. 144). *Voor die melding is geen legesheffing mogelijk, voor de toestemming wel, want daarbij is sprake van dienstverlening.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 betreft het verlengen van een tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit. Hiervoor wordt een tarief van € 249,- voorgesteld uitgaande van een tijdsbesteding van 2 uur. Artikel 2.40 gaat over de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijzigen van een omgevingsvergunning. Bij een wijziging worden over de meer- of minderkosten de tarieven toegepast zoals elders in hoofdstuk 2 is bepaald. Het artikel is niet van toepassing als de wijziging zodanig is dat, naar de omstandigheden beoordeeld, sprake is van een nieuw bouwplan. De tariefbepaling is iets anders geformuleerd maar komt inhoudelijk overeen met de tariefbepaling in de huidige verordening. Artikel 2.41 betreft een nieuw tarief voor het wijzigen van de voorschriften voor een omgevingsvergunning. Hier wordt op basis van een inschatting van een uur werk een tarief van € 124,50 voorgesteld. Artikel 2.42 betreft een nieuw tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag van de vergunninghouder om een verleende omgevingsvergunning in te trekken. Het is in het belang van de gemeente dat hiervoor geen financiële drempel wordt opgeworpen. Reden om een nihiltarief voor te stellen. Artikel 2.43 betreft een nieuw tarief voor het beoordelen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag in behandeling is genomen.

Hier wordt ook een nihiltarief voorgesteld. Dit soort zaken worden opgevangen door het tarief van het percentage van de bouwsom. In artikel 2.44 wordt verwezen naar artikel 2.49. Zie toelichting onder paragraaf 2.12. In artikel 2.45 is een tarief opgenomen voor het in behandeling nemen van een wijziging van het omgevingsplan. Voor alle duidelijkheid is er, in afwijking van de modelverordening van de VNG maar in lijn met de huidige bepalingen, aan toegevoegd “tenzij de kosten krachtens afdeling 13 van de Omgevingswet zijn of 8/12

www.gemeenteAltena.nl

worden verhaald”. Het betreffende tarief is gelijk aan het huidige tarief voor het wijzigen van een bestemmingsplan, verhoogd met 2% plus 3% inflatiecorrectie. Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 betreft extra legesheffing voor een achteraf ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning en is van toepassing als er pas een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend nadat er al met de activiteit is begonnen of als de activiteit al is gerealiseerd. Dit zal zich vooral voordoen bij bouwwerken. In artikel 5.6 van de Ow staat dat het verboden is een bouwwerk of deel daarvan dat is gebouwd zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in stand te laten. Met de extra legesheffing kan de gemeente niet de kosten van extra werkzaamheden die niet in relatie staan tot de dienstverlening verhalen. De rechtvaardiging voor de extra legesheffing ziet niet op extra kosten, maar is puur gebaseerd op het gevoerde beleid ter zake en ziet op een andere verdeling van het verhaal van de reguliere kosten. De extra leges zijn een financiële prikkel om voorafgaand aan het bouwen 'netjes' een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit aan te vragen. Conform de modelverordening van de VNG is de verhoging 10% in plaats van de huidige 40%. Conform de modelverordening is het maximumbedrag voor de verhoging op € 10.000 gesteld.

Bovendien is, in aanvulling op de modelverordening, een bepaling toegevoegd dat de verhoging vervalt indien alsnog, binnen vier weken nadat door de gemeente is gewezen op de verplichting om een aanvraag in te dienen, een ontvankelijke aanvraag wordt ingediend. Artikel 2.49 betreft de beoordeling van onderzoeksrapporten. In onze huidige verordening wordt per soort rapport een bepaald tarief geheven. Voorgesteld wordt om de beoordeling van allerlei rapporten te bekostigen vanuit het tarief van het percentage van de bouwsom. De aanvragers moeten zelf, op hun kosten, het rapport laten opstellen. In de huidige legesverordening is voor de beoordeling daarvan door de gemeente ook nog extra leges verschuldigd. In het kader van het vereenvoudigen wordt een nihiltarief voorgesteld. Met een geringe verhoging van het tarief van het percentage van de bouwsom voor het ruimtelijk tarief is dit op te vangen. Uitzondering op het voorgaande is het bestaande tarief voor de beoordeling van een rapport inzake explosieven en het nieuwe tarief voor de beoordeling van een milieu effect rapportage (MER). Artikel 2.50 gaat over tarieven voor allerlei adviezen. Ook hiervoor worden nihiltarieven voorgesteld. In de huidige legesverordening kwamen deze tarieven niet voor.

In artikel 2.50 onderdeel d is wel het bestaande artikel 2.3.17.1 en 2.3.17.2 toegevoegd inzake een begrotingsconstructie voor rapporten indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning.

9/12

www.gemeenteAltena.nl

Artikel 2.50 gaat over nieuwe tarieven voor het geval een aanvraag om een omgevingsvergunning instemming behoeft van een bestuursorgaan. Voor het geval dat dit de gemeenteraad betreft wordt een nihiltarief voorgesteld. Het lijkt ons niet gewenst om in die situatie extra leges te vragen. Het kan ook voorkomen dat een ander bestuursorgaan moet besluiten over de instemming. Conform de modelverordening stellen wij voor dat het bedrag wat wij in rekening brengen gelijk is aan het bedrag dat dit bestuursorgaan in rekening zou brengen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 is “gereserveerd”. Het betreft in de modelverordening de verminderingen voor de leges inzake de omgevingstafel. Aangezien voorgesteld wordt om het tarief voor het omgevingsoverleg gratis te laten zijn, is een vermindering niet van toepassing. Artikel 2.53 is “gereserveerd” Het betreft in de modelverordening de vermindering bij meervoudige aanvraag. Die komen in onze gemeente niet of nauwelijks voor. Een tarief daarvoor komt ook niet voor in de huidige legesverordening. Paragraaf 2.14 Teruggaaf Ook in onze huidige verordening komen bepalingen voor inzake teruggaaf. In artikel 2.56 en 2.57 gaat het over de teruggaaf als door een aanvrager de aanvraag wordt ingetrokken voordat de vergunning is verleend.

In de modelverordening worden suggesties gedaan voor de percentages. Voorgesteld wordt deze over te nemen. In artikel 2.54 en 2.55 wordt in de modelverordening 85% genoemd maar wordt door ons 100% voorgesteld. Dit betreft de situaties waar we tot de conclusie komen dat geen omgevingsvergunning is vereist (artikel 2.54) en de situatie dat een aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten (artikel 2.55). Artikel 2.58 betreft een teruggaaf van de leges als gevolg van een intrekking op aanvraag van een verleende omgevingsvergunning. Hier doet de modelverordening geen suggestie voor een percentage. In lijn met de bestaande legesverordening stellen we hier een teruggaafvan 50% voor. Artikel 2.59 betreft een teruggaaf van de leges als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten. Ook hier wordt een teruggaaf van 50% voorgesteld. In artikel 2.60 wordt conform de modelverordening bepaalt dat geen teruggaaf wordt verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. In artikel 2.61 wordt bepaald dat een bedrag minder dan € 50,- niet wordt teruggegeven. Dit is conform de huidige bepaling en het huidige bedrag in onderdeel 2.5.4. Paragraaf 2.15 Duurzaamheid Paragraaf 2.15 betreft duurzaamheid.

Hierin zijn de vrijstellingen en reductiebepalingen voor verduurzaming uit titel2, hoofdstuk 4 van de huidige legesverordening overgenomen. Ook is de huidige vrijstelling uit onderdeel 2.3.1.1.3 10/12

www.gemeenteAltena.nl

voor kleine energie beperkende bouwwerken opgenomen inclusief de uitbreiding daarvan voor kleine windturbines met een ashoogte van maximaal 15 meter. In artikel 2.64 is een nieuwe vrijstelling opgenomen voor het verbouwen van monumenten en woningen in een beschermd stads- en dorpsgezicht. Vaak is bij monumenten en woningen in een beschermd stads- en dorpsgezicht voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen namelijk een omgevingsvergunning nodig waar dit bij “gewone” woningen vergunningsvrij is. De vrijstelling houdt in dat bij monumenten en woningen in een beschermd stads- en dorpsgezicht geen leges percentage van de bouwsom wordt geheven voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen voor zover het deze duurzaamheidsmaatregelen betreft.

HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Paragraaf 3.1 Horeca Het betreft hier tariefbepalingen die vrijwel woordelijk overeenkomen met de huidige bepalingen. Paragraaf 3.2 Seksbedrijven De tariefbepalingen daarvan komen overeen met de huidige legesverordening. Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Paragraaf 3.3 gaat over aanvragen voor ontheffing in het kader van de winkeltijdenwet. De tariefbepalingen daarvan komen overeen met de huidige legesverordening. Paragraaf 3.4 Organiseren van evenementen en markten De tariefbepalingen van evenementen zijn in de nieuwe legesverordening wat korter en duidelijker verwoord komen maar komen inhoudelijk overeen met de huidige legesverordening. In de modelverordening van de VNG staan in deze paragraaf, in artikel 3.7 ook tariefbepalingen voor het organiseren van markten. In onze legesverordening is in artikel 3.7 enkel het nihiltarief voor het organiseren van een snuffelmarkt opgenomen. Dit nihiltarief stond ook in de huidige legesverordening. Paragraaf 3.5 Standplaatsen In onze gemeente hebben wij een afzonderlijke verordening marktgelden waarin de tarieven voor marktstandplaatsen en losse standplaatsen zijn opgenomen. Bij losse standplaatsen is naast het staangeld (tarief gelijk aan het marktgeld) ook eens in de vijf jaar een vergunning vereist.

Voor die vergunning wordt afzonderlijk leges in rekening gebracht. De tariefbepaling van artikel 3.10 is gelijk aan de bepaling in de huidige legesverordening.

11/12

www.gemeenteAltena.nl

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet en Wet goed verhuurderschap Alle artikelen zijn “gereserveerd”. Op dit moment hebben we als gemeente geen huisvestingsverordening. Dus kan er ook geen vergunning worden verstrekt op grond van de huisvestingsverordening. De verwachting op dit moment is ook niet dat we in 2024 een huisvestingsverordening hebben. In de huidige legesverordening staat een onderdeel voor het in behandeling nemen van een aanvraag om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken. In de modelverordening is dit artikel 3.11. Dit artikel is niet overgenomen in de nieuwe verordening omdat dit enkel mogelijk is als de gemeente een huisvestingsverordening heeft. Paragraaf 3.7 Overige besluiten In deze paragraaf zijn de tariefbepalingen uit de huidige legesverordening overgenomen. Het betreft hier het nihiltarief voor inzamelen van geld of goederen, een tarief voor vuurwerk en verbranden van afval en de tarieven voor “niet benoemde besluiten op aanvraag”.

12/12

www.gemeenteAltena.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13418034/1