CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting GR Baronie

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Zienswijze ontwerp-GR De Baronie3.876 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op de Gemeenschappelijke Regeling Regio De Baronie Algemeen 1. Aanleiding In 2019 nam gemeente Breda het initiatief om het gesprek aan te gaan met omliggende gemeenten over mogelijkheden tot samenwerking. Het doel hiervan was om als nabijgelegen gemeenten meer en beter met elkaar samen te werken waardoor we elkaar konden versterken. Met de Regionale Investeringsagenda als concreet voorbeeld van samenwerking indachtig, werden vanaf 2020 de eerste stappen gezet in een traject. Daarin werd herkend en erkend dat het belang van de regio toeneemt, met maatschappelijke opgaven die onze gemeentegrenzen overstijgen. Het biedt kansen om onze uitvoeringskracht te versterken. De urgentie om de samenwerking te versterken, is met de ontwikkeling van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg de afgelopen jaren steeds groter geworden. Dit werd bestuurlijk gevoeld en omarmd door alle tien betrokken colleges.

2. De Baronie als Daily Urban System De gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout en Zundert zijn samen als ‘de Baronie’ een uniek mozaïek en een krachtige regio die door samenwerking aantrekkelijk en relevant wil zijn en blijven. We vormen een ‘Daily Urban System’ (verder: DUS), namelijk een goed verbonden netwerk van steden en dorpen, waarbinnen de belangrijkste verplaatsingen van onze inwoners zich afspelen. Een gebied waarin we wonen, werken, recreëren en van elkaars voorzieningen gebruik maken. Iedere gemeente heeft hierin zijn eigen unieke kwaliteiten. Op veel vlakken werken we al samen. Door nog bewuster samen te werken binnen het DUS, kunnen we beter inspelen op de dagelijkse behoeften en uitdagingen van onze inwoners, zoals mobiliteit, werkgelegenheid en voorzieningen. Dit maatschappelijk perspectief vormde de basis voor het verkennen van het versterken van de samenwerking in de Baronie.

3. Van netwerksamenwerking naar gemeenschappelijke regeling Met de bestaande samenwerkingsrelaties en het perspectief van een toekomstbestendig DUS indachtig, hebben alle betrokken colleges in december 2024 besluiten genomen om de samenwerking te versterken en te formaliseren op de logische schaal van de Baronie. Daarmee zijn we vanaf 1 januari 2025 gestart. Deze netwerksamenwerking stelt de colleges in staat om taken en opgaven op basis van door de raad vastgestelde kaders samen met de tien gemeenten in de Baronie uit te voeren. Een van de gemaakte afspraken is dat we de samenwerking willen ontwikkelen naar een ‘lichte’ gemeenschappelijke regeling op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr) die begin 2026 in werking zou kunnen treden. Met een gemeenschappelijke regeling geven we aan - met name richting alle betrokken raden - dat we waarde hechten aan democratische legitimiteit van de samenwerking. Een gemeenschappelijke regeling heeft als voordeel dat verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiering effectief en efficiënt zijn vastgelegd. Naast democratische legitimiteit biedt een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam bovendien stabiliteit en continuïteit voor de samenwerking.

Zo’n gemeenschappelijke regeling sluit bovendien aan bij de samenwerkingsvorm zoals de gemeenten rondom Tilburg die kennen (gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant). Door ons op deze wijze te organiseren draagt dat bij aan een sterke samenwerking in de

1

Stedelijke Regio Breda-Tilburg die vooralsnog geen publiekrechtelijke of privaatrechtelijke grondslag kent.

4. Betrokkenheid van colleges en raden bij totstandkomingsproces We hebben ons gerealiseerd dat het aangaan van een gemeenschappelijke regeling om een zorgvuldig besluitvormingsproces vraagt en het belangrijk is dat de afspraken over de samenwerking gedragen worden door alle betrokken colleges. Daarnaast wilden we ook de raden bij het proces betrekken. Een gemeenschappelijke regeling is immers een vorm van verlengd lokaal bestuur. Het democratisch gesprek over de regionale samenwerking vindt primair plaats in de lokale raden. De Wgr bevat een aantal instrumenten zoals zienswijzen en de informatieplaat die de betrokkenheid van de raden borgen. Maar we vinden het ook belangrijk dat de raden van de tien gemeenten zich betrokken gaan voelen bij deze samenwerking en de mogelijkheid hebben om aan te geven op welke manieren zij invloed willen uitoefenen. Daarnaast moesten we ook rekening houden met de afspraken uit de Nota verbonden partijen en overige samenwerking West-Brabant. Om alle bestuurlijke gremia in voldoende mate te betrekken bij het opstellen van deze gemeenschappelijke regeling, hebben wij op meerdere momenten gelegenheid geboden om te reflecteren op uitgangs- en vraagstukken met betrekking tot de regeling. Ook de verschillende opties hoe de raad daarin een structurele rol kan spelen, zoals via een regionale raadsadviescommissie, zijn daarbij ter sprake gebracht.

De opbrengsten van de besprekingen in de bestuurlijke regiegroep, de colleges en raden hebben we gebruikt om het voorstel aan te vullen en te wijzigen evenals bij de formele zienswijzeprocedure. We gaan ervan uit dat we op deze manier tot een regeling zijn gekomen waaraan alle gemeenten zich uiteindelijk willen committeren.

5. Belangrijke kenmerken van de regeling Zoals gezegd is een aantal uitgangspunten leidend geweest voor de wijze waarop de regeling uiteindelijk vorm heeft gekregen. Op de belangrijkste kenmerken gaan we hier in. Eerder benoemden we al het voornemen om een ‘lichte’ gemeenschappelijke regeling op te stellen. Deze term kan op tweeërlei manieren worden uitgelegd, een ‘lichte’ regeling in juridische zin of in inhoudelijke zin. Een regeling met openbaar lichaam is in principe de zwaarste vorm omdat de regeling daarmee rechtspersoonlijkheid verkrijgt. In plaats van een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam behoort ook een regeling met een gemeenschappelijk orgaan tot de mogelijkheden. In dat geval bezit de gemeenschappelijke regeling echter geen rechtspersoonlijkheid en zou één van de deelnemende gemeenten als werkgever en als eigenaar van goederen en materiaal dienen op te treden. Zonder rechtspersoonlijkheid moet in voorkomende gevallen één deelnemer of verschillende deelnemers (of het gemeenschappelijk orgaan namens één of meer van de deelnemers) privaatrechtelijke rechtshandelingen voor het gemeenschappelijk orgaan verrichten. De Wgr geeft overigens aan dat ‘in daarvoor bijzonder in aanmerking komende gevallen’ ervoor gekozen kan worden om in plaats van een openbaar lichaam een gemeenschappelijk orgaan in te stellen.

Daarbij kan dan gedacht worden aan zeer eenvoudige regelingen met een beperkte doelstelling op een bepaald terrein. Dat is bij de samenwerking die wij voor ogen hebben niet het geval en een gemeenschappelijk orgaan ligt dan ook niet voor de hand. Door nu te kiezen voor een regeling met openbaar lichaam maken we de regeling ook toekomstbestendig, mocht op enig moment de wens ontstaan om meer bevoegdheden over te dragen aan de gemeenschappelijke regeling. Een tweede belangrijk kenmerk van de regeling is dat de raden geen bevoegdheden op grond van wet- en regelgeving overdragen aan de gemeenschappelijke regeling. Daarom is er evenmin aanleiding om de raden de gemeenschappelijke regeling mede te laten treffen. 2

De gemeenschappelijke regeling regelt slechts het toekennen van een overleg- en adviesfunctie aan met name de diverse portefeuillehoudersoverleggen. In die zin is er dan ook sprake van een gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam in een zo licht mogelijke vorm. Het gevolg van het niet overdragen van besluitvormende bevoegdheden is dat, met uitzondering van de wettelijke bevoegdheden die aan een algemeen bestuur dan wel dagelijks bestuur van een gemeenschappelijke regeling toekomen, overige besluiten altijd door de afzonderlijke colleges van de deelnemende gemeenten moeten worden genomen. En wanneer aan de orde, geldt hetzelfde voor de afzonderlijke gemeenteraden. Binnen de portefeuillehoudersoverleggen vindt afstemming en voorbereiding plaats maar geen besluitvorming waaraan gemeenten kunnen worden gebonden. In de toelichting op de afzonderlijke artikelen komen we daarop terug.

Toelichting per artikel Artikel 1. Begrippen In artikel 1 lid onder e is een definitie van het begrip ‘projecten voor regionale samenwerking’ opgenomen omdat de vorm waarin activiteiten in regionaal verband worden ondernomen, kan verschillen. Activiteiten in regionaal verband kunnen bijvoorbeeld in de vorm van een programma of project worden ondernomen. Ook kunnen ze de vorm van een structurele samenwerking kennen.

Artikel 2. Belangen Met dit artikel geven we invulling aan de bepaling van artikel 10 lid 1 Wgr. Namelijk de belangen ter behartiging waarvan zij is getroffen. De hier beschreven belangen vormen de basis en de begrenzing van de bevoegdheden van het bestuur.

Artikel 3. Openbaar lichaam en bestuursorganen Met dit artikel wordt het openbaar lichaam ingesteld waardoor er sprake is van een overheidslichaam met rechtspersoonlijkheid. Regio De Baronie is daarmee het publieke samenwerkingsverband van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout en Zundert.

Artikel 4. Taken De taken die hier worden beschreven zijn een concrete uitwerking van de belangen genoemd in artikel 2. Daarmee stelt dit artikel ook begrenzingen aan de overgedragen bevoegdheden. In artikel 5 wordt dit expliciet benoemd.

Artikel 5. Bevoegdheden Lid 1: Artikel 10 lid 2 Wgr schrijft voor dat de bevoegdheden die worden overgedragen uitdrukkelijk moeten worden vermeld in de regeling. Dat doen we met dit artikel. Daarbij wordt benadrukt dat het enkel gaat om bevoegdheden die nodig zijn om de taken genoemd in artikel 4 van de regeling te kunnen vervullen.

Artikel 6. Samenstelling algemeen bestuur en voorzitterschap Aan het hoofd van het openbaar lichaam Regio De Baronie staat het algemeen bestuur, bestaande uit leden uit de colleges van burgemeester en wethouders. Lid 2: Hier is vastgelegd dat het college uit zijn midden de burgemeester aanwijst als vertegenwoordiger. Dit is een bewuste keuze. Het inhoudelijk zwaartepunt van de samenwerking ligt bij de verschillende portefeuillehoudersoverleggen. De rol van het

3

algemeen bestuur is, naast de uitoefening van een aantal wettelijke bevoegdheden, met name gericht op het bevorderen van een goede samenwerking. Lid 3: De invulling van het voorzitterschap kan op verschillende manieren plaatsvinden. In het proces om tot deze gemeenschappelijke regeling te komen, heeft daarover onder de betrokken colleges een uitvraag plaatsgevonden. Uit de reacties met betrekking tot enkele voorgestelde varianten, bleek dat de meeste colleges zich konden vinden in de optie om de burgemeester van de gemeente met het hoogste inwonertal als burgemeester aan te wijzen. Dat hebben we vastgelegd in dit lid.

Artikel 7. Vergaderingen Lid 3: In tegenstelling tot de vergaderingen van het dagelijks bestuur, eist artikel 22, lid 3 Wgr dat de vergaderingen van het algemeen bestuur in beginsel openbaar van karakter zijn.

Artikel 8. Besluitvorming Uitgangspunt is dat besluiten genomen worden op basis van absolute meerderheid. Dit betekent dat wordt uitgegaan van de helft plus één van het aantal stemgerechtigde leden.

Artikel 9. Dagelijks bestuur Lid 1: Er bewust gekozen voor een compact dagelijks bestuur. Daarmee bewerkstelligen we dat voor veel bestuurlijke aangelegenheden het algemeen bestuur de gesprekspartner is. Dit sluit ook aan op de uitkomst van de uitvraag die onder de colleges is gedaan tijdens het proces om tot deze regeling te komen. De meerderheid van de colleges vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk algemene bestuurlijke aangelegenheden in gezamenlijkheid worden besproken. Dat komt de bestuurlijke samenwerking ten goede. Lid 4: De Wgr geeft enkel aan dat het algemeen bestuur een plaatsvervangend voorzitter aanwijst. Aan de colleges is gevraagd aan te geven hoe wordt gedacht over de rol van de plaatsvervangend voorzitter. Hieruit bleek dat de meerderheid het wenselijk vindt dat de plaatsvervangend voorzitter deel uitmaakt van het dagelijks bestuur. Dat is werkbaarder dan een plaatsvervangend voorzitter die slechts lid is van het algemeen bestuur.

Artikel 11. Kernagenda Lid 1: De kernagenda is het gezamenlijk perspectief op onze ambities die centraal staan in onze samenwerking. Per thema geeft het weer wat de maatschappelijke opgaven zijn en hoe de samenwerking in regio De Baronie bijdraagt aan het oplossen van de gezamenlijke opgaven. Het doel is de kernagenda vierjaarlijks vast te stellen, ongeveer een jaar na de gemeenteraadsverkiezingen in een participatief proces met inbreng vanuit raden, colleges en het ambtelijke apparaat van de tien gemeenten. De kernagenda sluit nauw aan bij de ontwikkelagenda vanuit de Stedelijke Regio Breda-Tilburg en de kernagenda van Hart van Brabant. We onderscheiden drie type thema’s: collectieve thema’s, coalitiethema’s en ingroeithema’s. De collectieve thema’s zijn de thema’s waarop alle tien Baroniegemeenten willen samenwerken. Er is sprake van een coalitiethema wanneer drie of meer gemeenten samenwerken op een thema, maar niet alle tien de Baroniegemeenten. Bij ingroeithema’s gaat het om thema's die nu nog niet belegd zijn in samenwerkingsverbanden of er is nog onvoldoende urgentie of motivatie om ze formeel dan wel structureel onder te brengen in het samenwerkingsverband. Ingroeithema's kunnen uitgroeien tot coalitiethema's of collectieve thema's. Het is belangrijk dat er verbinding blijft tussen de coalities en het collectief van de samenwerking.

Dit vanuit het oogpunt van samenhang en overzicht in de samenwerking. Om die reden kunnen coalitiethema’s wel op hoofdlijnen onderdeel zijn van een collectief 4

portefeuillehoudersoverleg maar vindt bespreking van de voortgang van specifieke projecten of programma’s (met aantal gemeenten) niet in het portefeuillehoudersoverleg, maar in kleiner verband plaats. Het algemeen bestuur is het gremium om periodiek te bespreken welke (nieuwe) thema’s of vraagstukken zich aandienen voor eventuele samenwerking. In onderling overleg komen zij tot overeenstemming of iets wordt toegevoegd aan de samenwerking. Lid 2 en 3: in deze onderdelen is vastgelegd op welke wijze de raden worden betrokken bij het proces om tot een nieuwe kernagenda te komen. In gesprekken met de raden over de samenwerking tussen de Baroniegemeenten is de rol van van de raden benadrukt. De raden krijgen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerp-kernagenda (Iid 3) Maar zij worden daarnaast ook in een eerder stadium bij het proces betrokken (lid 2). Op welke wijze het raadplegen van de raden wordt ingevuld, behoeft niet in de regeling te worden vastgelegd. Colleges en raden zullen met elkaar het gesprek moeten voeren wat daarbij de wensen en mogelijkheden zijn.

Artikel 12. Participatie Dit artikel is de uitwerking van artikel 10 lid 7 Wgr. De Wgr verplicht sinds 1 juli 2022 om in elke gemeenschappelijke regeling (met uitzondering van ‘gemeenschappelijke regelingen zonder meer’) te beschrijven hoe om te gaan met participatie van burgers en belanghebbenden. Omdat Regio De Baronie geen besluiten neemt die inwoners of belanghebbenden direct binden, ligt het voor de hand de inspraak bij het orgaan te laten waar het beleid gemaakt wordt. Deze optie voldoet ook het meest aan de wens om de inspraak te laten verlopen via de gemeente als het orgaan met de meeste democratische legitimiteit.

Artikelen 13 tot en met 15. Informatie en verantwoording Deze artikelen regelen de informatie- en verantwoordingsplicht die uit een oogpunt van democratische legitimatie aan het functioneren van het bestuur worden gesteld en die verplicht is op grond van de Wgr.

Artikel 13. Informatieverstrekking De agenda’s en openbare besluitenlijsten van het algemeen bestuur, de portefeuillehoudersoverleggen, een eventuele regionale adviescommissie of bestuurscommissie worden via (een nog te ontwikkelen) website toegankelijk gemaakt. Ook kan tijdens regionale radenavonden aandacht worden besteed aan onderwerpen zoals de begroting voor het volgende jaar. Lid 1: Onder a tot en met e benoemen we een aantal concrete documenten die in ieder geval aan de colleges en raden actief worden aangeleverd. Een halfjaarlijks verslag van de voortgang van de projecten voor regionale samenwerking achten wij van belang om op die manier de raden van de deelnemende gemeenten tussentijds te kunnen informeren over de resultaten. Via het halfjaarlijks verslag en het inhoudelijk jaarverslag vindt op deze manier twee keer per jaar informatieverstrekking over de voortgang plaats.

Artikel 17. Archivering Lid 1: Dit lid bepaalt dat het dagelijks bestuur verantwoordelijk is voor de archiefbescheiden die voortvloeien uit deze regeling. Daarmee wordt geborgd dat er structureel aandacht is voor het beheer van archieven binnen de organisatie. Lid 2: Dit lid wijst de directeur van Regio De Baronie aan als beheerder van de archiefbescheiden, zolang deze nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Dit zorgt voor een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen het dagelijks bestuur en de ambtelijke organisatie. 5

Lid 3: Het dagelijks bestuur heeft de taak om regels op te stellen voor het beheer van de archieven die nog niet zijn overgedragen aan de archiefbewaarplaats. Hiermee wordt gewaarborgd dat ook het tijdelijk beheer van archieven aan duidelijke eisen voldoet en zorgvuldig plaatsvindt. Lid 4: Hiermee wordt de archiefbewaarplaats van de gemeente Breda aangewezen voor de langdurige bewaring van archiefbescheiden van de bestuursorganen van deze regeling. Dit is in lijn met de Archiefwet 1995, waarin is opgenomen dat archieven na verloop van tijd naar een officiële bewaarplaats moeten worden overgebracht. Lid 5: Hier wordt het toezicht geregeld op het beheer van de archieven die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Deze taak ligt bij de archivaris van de gemeente Breda. Toezicht op het archiefbeheer is van belang om te verzekeren dat de archiefbescheiden op zorgvuldige wijze worden beheerd. Lid 6: Dit lid verplicht de archivaris om jaarlijks verslag uit te brengen aan het dagelijks bestuur over het toezicht. Zo wordt er structurele terugkoppeling gegeven over de kwaliteit van het beheer en kunnen eventuele tijdig worden gesignaleerd. Lid 7: Het dagelijks bestuur rapporteert jaarlijks aan de colleges en de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten over het archiefbeheer.

Deze informatievoorziening is belangrijk voor de horizontale verantwoording en voor de transparantie richting de deelnemers aan de regeling. Lid 8: Dit lid voegt aan hetgeen in lid 7 is beschreven toe dat ook aan het interbestuurlijk toezicht jaarlijks verslag of een voortgangsbericht wordt uitgebracht. Dit sluit aan bij de wettelijke vereisten rondom toezicht op samenwerkingsverbanden en draagt bij aan de externe controle op naleving op de Archiefwet. Lid 9: Met dit lid wordt de verklaring van terbeschikkingstelling geïntroduceerd. Hierin worden afspraken vastgelegd over de duur van de terbeschikkingstelling van archiefbescheiden en het toezicht daarop. Lid 10: Dit lid biedt ruimte om in de verklaring aanvullende voorwaarden op te nemen over de omgang met de ter beschikking gestelde archieven. Hiermee kan maatwerk worden geleverd wanneer dat nodig is. Lid 11: Hier wordt geregeld dat bij opheffing een passende voorziening wordt getroffen voor de archiefbescheiden, conform de Archiefwet 1995. Dit waarborgt dat het archief niet verloren gaat en op zorgvuldige wijze wordt beheerd, ook na beëindiging van de samenwerking.

Artikel 18. Portefeuillehoudersoverleggen Lid 2 en 3: In deze onderdelen is beschreven wat de rol van het portefeuillehoudersoverleg is. Namelijk het opstellen van het voor hen relevante onderdeel van de kernagenda, het vertalen van de kernagenda naar projecten en activiteiten en het voorbereiden van de bestuurlijke overleggen van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg. Het overleggen binnen de portefeuillehoudersoverleggen kan leiden tot besluitvorming door het algemeen bestuur dan wel tot besluiten van de bevoegde bestuursorganen van de deelnemende gemeenten waardoor deze gemeenten kunnen worden gebonden. De portefeuillehoudersoverleggen analyseren zelf welke kansen en bedreigingen op hun terrein zich voordoen. En zo ja, welke regionale aanpak daarbij past. De overleggen worden vakinhoudelijk gesteund door inbreng van de gemeenten zelf.

6

Lid 5: Dit lid bepaalt dat in beginsel één lid van het college van burgemeester en wethouders, te weten de betreffende portefeuillehouder, aan het overleg deelneemt. Tegen ad hoc deelname aan het overleg door meerdere leden uit een college bestaat geen bezwaar. Lid 9: De halfjaarlijkse terugkoppeling aan het algemeen bestuur over de voortgang sluit aan bij de werkwijze van monitoring van voortgang van realisatie van de kernagenda. Deze terugkoppeling kan vervolgens worden gebruikt bij de halfjaarlijkse rapportage aan de colleges en raden zoals in artikel 13 is opgenomen.

Artikelen 19 en 20. Ambtelijke ondersteuning Deze artikelen regelen de ambtelijke ondersteuning. Het bestuur, de portefeuillehoudersoverleggen en de ambtelijke regiegroep worden ondersteund door het Baroniebureau. Dat bestaat uit de hier genoemde directeur Regio De Baronie met daarnaast enkele medewerkers. De directeur functioneert als secretaris van de regionale samenwerking en eerste adviseur van het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur en de eventueel door hen ingestelde commissies. Daarnaast is hij adviseur van de ambtelijke regiegroep. De beleidsinhoudelijke voorbereiding en ondersteuning van de portefeuillehoudersoverleggen wordt verzorgd door beleidsambtenaren van de deelnemende gemeenten zelf.

Artikelen 21 tot en met 24. Financiële bepalingen Deze artikelen regelen de vaststelling van de begroting, de kostentoerekening, de voorschotbetaling en de vaststelling van de rekening. Er is tevens een inspraakregeling opgenomen voor de raden van de deelnemende gemeenten bij de vaststelling van de begroting. Deze regeling, waarbij de gemeenteraden – verplicht – in de gelegenheid moeten worden gesteld om een zienswijze kenbaar te maken, is ontleend aan artikel 35 lid 3 van de Wgr. Daarnaast is er rekening mee gehouden dat de termijnen in de Nota verbonden partijen en overige samenwerking West-Brabant kunnen afwijken van de wettelijke bepalingen.

Artikel 22. Kostentoerekening Lid 1: Het eerste lid geeft een overzicht van de kosten die in de begroting worden opgenomen. Het gaat hierbij om uitgaven die nodig zijn om de samenwerking tussen de deelnemende gemeenten in stand te houden en om het Baroniebureau goed te laten functioneren. Hierbij valt te denken aan kosten voor de organisatie, huisvesting, salarissen en overige personeelskosten, waaronder de rechtspositionele kosten van de functionaris zoals bedoeld in artikel 19 van de regeling. En het gaat om de kosten die verband houden met het realiseren van collectieve thema's. Deze opsomming is niet limitatief; er kunnen nog aanvullende kosten worden benoemd. Lid 2: Dit lid regelt de verdeling van de kosten. Alleen de kosten die niet op een andere manier kunnen worden gedekt, worden verdeeld. De verdeelsleutel is gebaseerd op het inwonertal van de gemeenten, gemeten op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waar voor de bijdrage geldt. Dit zorgt voor een eerlijke en transparante verdeling van de lasten. In artikel 1 onder b van de regeling is de definitie van ‘inwonertal’ aangegeven. Lid 3: Dit lid legt vast dat kosten voor projecten die onderdeel zijn van coalitiethema's of ingroeithema's geen onderdeel vormen van de reguliere begroting. Deze projecten worden apart gefinancierd, omdat niet alle gemeenten aan deze projecten deelnemen.

Lid 4: Hier wordt geregeld hoe met de kosten wordt omgegaan voor de in lid 3 genoemde projecten die geen deel uitmaken van de reguliere begroting. Gemeenten die ervoor kiezen om aan een coalitiethema mee te doen, maken in het portefeuillehoudersoverleg aanvullende afspraken over de onderlinge verdeling van de kosten. Op die manier kunnen gemeenten zelf bepalen of zij aan een project als onderdeel van een coalitiethema of ingroeithema willen bijdragen en onder welke voorwaarden. Tevens wordt bepaald wat er 7

moet gebeuren wanneer een gemeente deelname aan een coalitiethema of ingroeithema beëindigt. Zie verder ook de toelichting bij artikel 26 lid 6.

Artikel 23. Verplichtingen deelnemers Lid 2: Voordat het algemeen bestuur op basis van lid 2 een verzoek richt aan Gedeputeerde Staten wordt altijd eerst in gesprek met een weigerachtige deelnemer getracht om tot een oplossing te komen.

Artikel 26. Uittreding In dit artikel wordt artikel 9 Wgr uitgewerkt. Het artikel omvat de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon alsmede de deelnemers. Lid 6: Met deze bepaling wordt duidelijk gemaakt dat bij uittreding uit de gemeenschappelijke regeling niet alleen rekening moet worden gehouden met de voorwaarden zoals die in dit artikel zijn opgenomen maar ook met de kosten die gepaard gaan met de beëindiging van deelname aan een coalitiethema of ingroeithema, zie ook artikel 22 lid 4. Lid 8: Het algemeen bestuur draagt zorg voor het aanleveren van het voorstel tot uittreding bij de deelnemers. Na de uittreding dienen de gevolgen van de uittreding vervolgens te worden verwerkt in de gemeenschappelijke regeling. Deelnemers moeten zich inspannen om de kosten zo laag mogelijk te houden. Uit de praktijk blijkt de in lid 4 omschreven afspraak de meest praktische te zijn om de kosten van uittreden te regelen. De eerste vijf leden bevatten de uitgangspunten van uittreding. Indien toepassing van deze bepalingen leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kunnen de deelnemers en de uittredende partij, met inachtneming van artikel 1 van de Wgr, afwijkende afspraken maken. In lid 8 is dat expliciet vastgelegd.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15749750/1