Bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing bij aanvraag omgevingsvergunning Fabriciusstraat 11-13 Almkerk
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Kenmerk Datum
Fabriciusstraat 11 en 13 te Almkerk Versie 1.3 23089 23089.RO 5 februari 2024
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding Projectbeschrijving
4 5
Projectlocatie Projectplan Geldende bestemmingsplannen
5 5 10
Ruimtelijk beleid
18
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
18 21 23
Omgevingsaspecten
27
Archeologie Cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Ontplofbare oorlogsresten Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling
27 27 28 30 31 33 34 35 36 38 38 41 43
Beschrijving uitvoerbaarheid
45
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
46
Bijlagen 1 2 3 4 5 6
Akoestisch onderzoek (S&W, september 2023) Quickscan Wet natuurbescherming (Blom ecologie, maart 2023) Stikstofberekening (MBH, juli 2023) Oriënterend onderzoek NGE (REASeuro, oktober 2023) Aanmeldnotitie m.e.r. (Mees, juli 2023) Verkennend bodemonderzoek (Stantec, november 2023)
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 3
1
INLEIDING In opdracht van Woonstichting Land van Altena heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van zes rug-aan-rugwoningen ter plaatse van de Fabriciusstraat 11 en 13 te Almkerk. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 4
2
PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie is gelegen aan de Fabriciusstraat 11 en 13 te Almkerk. De gronden kennen de kadastrale gegevens 3142, sectie E, van de kadastrale gemeente Woudrichem (WDC00). De projectlocatie is in buurt Almkerk west gelegen en wordt in alle richtingen omringd door woningen. Aan de oostzijde van de locatie grenst de Fabriciusstraat, die tevens als ontsluitingsweg fungeert. In figuur 1 is de ligging van de projectlocatie in de directe omgeving weergegeven. Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie (bron: QGIS, eigen bewerking)
PROJECTPLAN Huidige situatie De Fabriciusstraat is een rustig woonstraatje met kleinschalige woningen, dat een verbinding vormt tussen de Burg. H. Blokstraat en de Voorstraat. De variatie in woningtype en uitstraling is beperkt. Aan de oostzijde is sprake van een herhaling van twee-onder-een-kap woningen in een gelijke uitstraling (roodbruine baksteen, oranje dakpan). De westzijde, waar het bouwperceel van nummer 11 & 13 zich bevindt, is iets diverser van aard. Ook deze woningen hebben een traditionele uitstraling. De woningen aan de westzijde hebben verschillende kaprichtingen met een bouwhoogte van één bouwlaag met kap of twee bouwlagen met kap.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 5
Figuur 2. Bestaande situatie (bron: vrp architecten, d.d. 15 juni 2023)
Toekomstige situatie In de Fabriciusstraat ter hoogte van huisnummers 11 en 13 worden door Woonstichting Land van Altena 6 rug-aan-rug woningen ontwikkeld. Deze kleine woningen bevinden zich in één blok en komen in de plaats van 2 vrijstaande woningen. Met dit bouwplan worden 4 extra woningen toegevoegd. De woningen kennen een oppervlak van bijna 60 m2 GBO en hebben een goot van 6 meter hoog en bouwhoogte van 8,5 meter hoog. Een groot deel van de kavels in de Fabriciusstraat is in eigendom van Woonstichting Land van Altena. Op de kavels bevinden zich nu kleine woningen op relatief diepe kavels. De bestaande woningen op kavel nr. 11 & 13 worden gesloopt. De diepte van de kavels wordt benut om extra woningen toe te voegen. Hiermee komt Woonstichting Land van Altena tegemoet aan de grote vraag naar sociale huurwoningen in Altena. De woningen liggen op een diepe kavel van ongeveer 1200 m2. Rondom de woningen bevindt zich een gemeenschappelijke tuin met kleine privéterrassen en een gemeenschappelijke vrijstaande (fietsen)berging. De rug-aan-rug woningen vormen een uitzondering in het straatbeeld. Door voldoende afstand te houden tot de bestaande woningen ontstaat een stedenbouwkundig passende oplossing. Ten opzichte van de huidige situatie wordt de afstand van het nieuwe bouwvolume tot de bestaande woningen vergroot.
Onderstaande figuur 3 geeft de massastudie weer van de ontwikkeling. Figuur 4 toont de plattegrond van de toekomstige situatie.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 6
Figuur 3. Massastudie toekomstige situatie (bron: vrp architecten, juli 2023)
Parkeren In de huidige situatie is in de Fabriciusstraat voornamelijk sprake van haaksparkeren op eigen terrein. De parkeerplaatsen zijn uitgevoerd als opritten in de voortuin tussen de woningen in. Dit is aangevuld met de mogelijkheid om in de straat te parkeren. De straat is redelijk smal waardoor niet overal en slechts aan een zijde geparkeerd kan worden. In de praktijk komt dit beperkt voor. De nieuwe ontwikkeling levert een toename op van de parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen (zie ook paragraaf 4.12). Deze worden gerealiseerd op eigen terrein. In de huidige situatie is sprake van 1 parkeerplaats op eigen terrein en twee in de openbare ruimte. In de nieuwe situatie worden dit 4 parkeerplaatsen op eigen terrein en blijven er nog twee parkeerplaatsen in de openbare ruimte. De nieuwe parkeerplaatsen worden uitgevoerd als opritten naast de woningen. Rooilijn In de Fabriciusstraat zijn de woningen gebouwd aan een doorlopende rooilijn. Aan de oostzijde, de even nummers, loopt deze rooilijn parallel aan de straat. Aan de westzijde zijn hierin kleine verspringingen opgenomen. Met name de recent gebouwde woning op nummer 9, naast de bouwlocatie is – na overleg met de gemeente Altena - iets verder (circa 1,5 m) terug geplaatst. De nieuwe woningen worden gelijk geplaatst aan deze woning op nummer 9.
Hierdoor ontstaat een iets dieper voortuin waarin de inritten voor het parkeren meer ontspannen kunnen worden ingepast.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 7
Figuur 4. Rooilijn huidige en toekomstige situatie (bron: vrp architecten, juli 2023)
Figuur 5. Schets toekomstige situatie (bron: vrp architecten, juli 2023)
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 8
Staatbeeld In de toegepaste typologie bevinden de voordeuren zich in de zijgevel. Om dit te accentueren is er in de architectuur voor gekozen de entrees te benadrukken met een kader. Om zorg te dragen voor een goede begeleiding van de straat wordt een van de terrassen aan de straatgevel geplaatst. Dit wordt benadrukt door een verbijzondering van het metselwerk die om de hoek wordt gevouwen. In de straatgevel zijn zowel een schuifpui een keukenraam en een frans balkon opgenomen waardoor vanuit verschillende woningen zicht op de straat ontstaat. Ook aan de achterzijde zijn en aantal ramen opgenomen, hiermee wordt de levendigheid en de sociale veiligheid rondom het blok vergroot. Erfscheidingen Op de erfscheiding met Fabriciusstraat nr. 15 is een haag aanwezig (hoogte ongeveer 2m). Deze haag blijft behouden. Op de erfscheiding met Fabriciusstraat nr. 9 staat nu een hoge schutting, ook deze blijft behouden. Aan de achterzijde wordt een lage erfscheiding geplaatst zodat de openheid naar het perceel van de kerk behouden blijft. Aan de straatzijde zal een haag worden geplaatst, gelijk aan reeds bestaande hagen in de straat. Hierdoor ontstaat een heldere en representatieve overgang tussen de collectieve tuin en het openbaargebied. Tussen de terrassen van de nieuwe woningen wordt een ligusterhaag aangebracht tussen twee verhoogde opsluitbanden.
Zo ontstaat een prive terras binnen de collectieve tuin. Inrichtingsplan tuin Het inrichtingsplan voor de tuin wordt in een later stadium samen met de bewoners nader uitgewerkt. De collectieve inrichting wordt afgestemd op de participatie en wensen van bewoners. Duurzame kwaliteit en onderhoudsvriendelijke inrichting zijn hierbij uitgangspunten, evenals een representatieve uitstraling aan de straatzijde. Woonstichting Land van Altena is verantwoordelijk voor het onderhoud van de tuin. Hemelwater Voor de opvang van hemelwater zullen op de kavel verschillende voorzieningen worden getroffen: • Door het toepassen van waterdoorlatende klinkers en veel groen wordt de toename van verharding tot een minimum beperkt. • Er wordt 9 m3 aan waterberging gerealiseerd op het eigen terrein. Positie en opvangtype worden nader uitgewerkt in de bouwvoorbereidingsfase. Gedacht moet worden aan infiltratiekratten. • Hemelwater van het bijgebouw wordt opgevangen in een regenton (voor gebruik in gezamenlijke tuin). • Het overige hemelwater zal worden afgevoerd via het hemelwaterriool in de Fabriciusstraat. Figuur 6. Impressie aanzichten woningbouw (bron: vrp architecten, juli 2023)
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 9
GELDENDE BESTEMMINGSPLANNEN Ter plaatse van de projectlocatie vier bestemmingsplannen en twee voorbereidingsbesluiten van toepassing: -
Bestemmingsplan “WAAU2017”, vastgesteld op 19 juni 2018 en onherroepelijk; “Paraplubestemmingsplan wonen”, vastgesteld op 19 november 2019 en onherroepelijk;
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 10
-
“Paraplubestemmingsplan beleidsharmonisatie”, vastgesteld op 27 september 2022 en onherroepelijk; “Paraplubestemmingsplan Archeologie”, vastgesteld op 7 februari 2023; “Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters”, vastgesteld op 8 november 2022; en “Voorbereidingsbesluit grootschalige logistiek”, vastgesteld op 3 maart 2023.
Onderstaand worden de bestemmingsplannen en voorbereidingsbesluiten achtereenvolgend getoetst.
Bestemmingsplan “WAAU2017” Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan “WAAU2017” vigerend. Dit plan is op 19 juni 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Woudrichem. De projectlocatie heeft de enkelbestemmingen ‘Wonen – 1’ en ‘Tuin’. Er gelden twee bouwvlakken, beide hebben de bouwaanduiding ‘vrijstaand’. Binnen de bouwvlakken mag gebouwd worden met een bouwhoogte van maximaal 10 meter en een goothoogte van maximaal 3,5 meter. Figuur 6 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief. Figuur 7. Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (bron: QGIS, eigen bewerking)
Artikel 16 Tuin 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; met de daarbij behorende: b. waterlopen, waterpartijen en waterberging; c. waterhuishoudkundige- en waterstaatsdoeleinden;
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 11
d.
parkeervoorzieningen.
16.2 Bouwregels 16.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen worden gebouwd: a. bijgebouwen, zoals erkers en serres uitsluitend in aansluiting op woningen; b. luifels en dakoverstekken; c. balkons; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met inachtneming van de volgende regels: 16.2.2 Bijgebouwen a. de breedte bedraagt aan de voorzijde maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw tot maximaal 3,5 m; b. de maximale bouwhoogte van een aangebouwd bijgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m; c. de maximale diepte bedraagt 25% van de diepte van de gronden met de bestemming 'Tuin', met een maximum van 1,5 m; d. de maximale oppervlakte van een aangebouwd bijgebouw bedraagt 6 m2; 16.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer dan 1 m mag bedragen; b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 20 m² per bouwperceel bedraagt en de overkapping niet voor de voorgevellijn is toegestaan; c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 1 m bedragen.
16.3 Wijzigingsbevoegdheid 16.3.1 wetgevingszone - wijzigingsgebied naar wonen 3 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied naar wonen 3' te wijzigen in de bestemming als bedoeld in: a. Artikel 20 Wonen - 1, met inachtneming van de volgende regels: 1. het aantal woningen bedraagt ten hoogste 1; 2. de goothoogte en hoogte van de woning mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 10 m; 3. wijziging is pas mogelijk indien vaststaat dat er betreffende geluidhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, archeologie en bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaat voor de ontwikkeling van de woonbestemming; 4. door het wijzigen mogen de agrarische gebruiksmogelijkheden en bedrijfsvoering binnen omliggende agrarische bouwpercelen niet onevenredig worden aangetast; 5. de nieuw te bouwen woning dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde planningsgetal voor woningbouw binnen de gemeente Woudrichem; bij nieuwe verharding zal het verlies aan bergend vermogen in de bodem worden gecompenseerd.
Artikel 20 Wonen – 1 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis gebonden activiteiten, indien deze in de lijst van 'Rechtstreeks toegestane aan huis gebonden activiteiten' is opgenomen in de van deze regels deel uitmakende bijlage 4 - Lijst 1 en met inachtneming van de voorwaarden genoemd in lid 20.4.1; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis' een groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur met de SBI-code 4674 uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten: d. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': tevens voor dienstverlening; e. ter plaatse van de aanduiding 'garagebox': tevens voor garageboxen; f. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': tevens een kantoor: g. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': de instandhouding van de aanwezige cultuurhistorisch of architectonisch waardevolle bebouwingskenmerken en -elementen van bouwwerken; met de daarbij behorende: h. tuinen en erven; i. waterlopen, waterpartijen en waterberging; j. waterhuishoudkundige- en waterstaatsdoeleinden; k. parkeervoorzieningen. 20.2 Bouwregels 20.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met inachtneming van de volgende regels:
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 12
20.2.2 Hoofdgebouwen a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak mag maximaal 1 woning worden gebouwd, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. voor zover is aangegeven mogen uitsluitend de woningtypen worden gebouwd: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand', voor vrijstaande woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' voor twee-aaneen gebouwde woningen; 3. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' voor aaneengebouwde woningen; 4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - wonen 2' voor gestapelde woningen; d. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen minimaal 3 m aan beide zijden; 2. bij twee-aaneen gebouwde woningen 3 m aan één zijde; met dien verstande dat bij aaneengebouwde woningen in de perceelsgrens mag worden gebouwd; e. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; f. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' bedraagt het maximum vloeroppervlak voor een kantoor ten hoogste 100 m 2, met inachtneming van het bepaalde onder lid 20.2.3 sub e; g.
ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dienen de voorgevels van de woningen in of maximaal 3 meter achter de aangegeven lijn te worden gebouwd. 20.2.3 Bijgebouwen a. de bijgebouwen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan; b. de goothoogte van een aangebouwd bijgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m; c. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; d. de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 6 m bedragen; e. buiten het bouwvlak bedraagt het maximum bebouwingspercentage 60% van het gehele bouwperceel, met een maximum van 100 m2 per hoofdgebouw; f. de afstand van bijgebouwen tot aan de voorgevellijn bedraagt minimaal 1 meter; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken' zijn de gronden geen erf zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht voor zover het gaat om bijbehorende bouwwerken die functioneel aan het hoofdgebouw zijn verbonden; 20.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn niet meer dan 1 m mag bedragen; b.
de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 20 m² per bouwperceel bedraagt en de overkapping niet voor de voorgevellijn is toegestaan; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen, met dien verstande dat er maximaal één per woning is toegestaan; de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 m bedragen. 20.3 Afwijken van de bouwregels 20.3.1 Aangebouwde bijgebouwen Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 20.2.3 sub b voor een hoger aangebouwd bijgebouw, mits: a. het een bijgebouw betreft dat is aangebouwd aan het hoofdgebouw; b. het bijgebouw ten minste 3 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de parkeersituatie; 3. de verkeersveiligheid; de milieusituatie; 4. de woonsituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden 20.3.2 Erfafscheidingen Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 20.2.4 sub a voor een hogere erfafscheiding voor de voorgevellijn, mits: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 m. b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de parkeersituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de milieusituatie; 5.
de woonsituatie; en 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 20.4 Specifieke gebruiksregels 20.4.1 Aan huis gebonden activiteiten Het gebruik van woningen en bijgebouwen voor aan huis gebonden activiteiten is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 13
a. b. c. d.
de activiteit mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking veroorzaken; de extra parkeerbehoefte moet zoveel mogelijk op eigen terrein worden opgelost; de bewoner oefent de activiteit zelf uit; maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met bijgebouwen met een absoluut maximum van 50 m² wordt gebruikt ten behoeve van de aan huis gebonden activiteit(en); e. de activiteit is opgenomen op de lijst van 'Rechtstreeks toegestane aan huis gebonden activiteiten', opgenomen in de van deze regels deel uitmakende bijlage 4 - Lijst 1. 20.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. permanente of tijdelijke bewoning, in vrijstaande bijgebouwen; b. het gebruiken van (vrijstaande) bijbehorende bijgebouwen bij woningen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; c. het gebruik van een woning en/of bijbehorende bijgebouwen bij woningen voor de uitoefening van detailhandel of horecagelegenheid; d. het gebruik van een bed & breakfast voor overnachting van seizoensarbeiders; e. ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone-geurzone': is een geurgevoelig object niet toegestaan.
20.5 Afwijken van de gebruiksregels 20.5.1 Bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.1 onder b ten behoeve van de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten in een woning en/of bijbehorende bijgebouwen, mits: a. het betreft bedrijven: 1. die niet milieuvergunningplichtig zijn: 2. die in de van deze regels deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1, danwel daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft hun gevolgen voor de omgeving; b. het niet betreft publieksgerichte dienstverlening; c. het geen horeca betreft; d. eventuele detailhandel uitsluitend als ondergeschikte nevenactiviteit van het ter plaatse gevestigde bedrijf plaatsvindt; e. de totale vloeroppervlakte ten behoeve van de bedrijfsmatige activiteit niet meer dan 50 m 2 bedraagt, in de woning en/of bijbehorende bijgebouwen in ieder geval niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte; f. in de voortuin geen buitenopslag ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt; g. in de omgeving van het betreffende bedrijf geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat: 1. het parkeren ten behoeve van de bedrijfsmatige activiteiten zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden; 2.
behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond het bedrijf mogen plaatsvinden; h. het geen detailhandel betreft, tenzij het een webwinkel betreft voor zover bedoeld in 1.94 onder a en b en met uitzondering van het bepaalde onder d. 20.5.2 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.1 ten behoeve een bed & breakfast in een woning, mits: a. een maximum van 2 slaapkamers met een totaal van maximaal 5 personen voor bed & breakfast wordt ingezet; b. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met bijgebouwen met een absoluut maximum van 50 m² wordt gebruikt ten behoeve van de aan huis gebonden activiteit(en); c. bij de oppervlakte voor een bed & breakfast tellen de ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik (zoals een gedeelde douche) niet mee; d. de maximaal aansluitende verblijfsduur voor gasten bedraagt 14 dagen; e. de activiteit mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking veroorzaken; f. de extra parkeerbehoefte moet zoveel mogelijk op eigen terrein worden opgelost; g. de bewoner oefent de activiteit zelf uit.
20.6 Wijzigingsbevoegdheid 20.6.1 wetgevingszone - wijzigingsgebied naar wonen 4 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied naar wonen 4' te wijzigen in de bestemming als bedoeld in: a. Artikel 20 Wonen - 1, met inachtneming van de volgende regels: 1. het aantal woningen bedraagt ten hoogste 1; 2. de goothoogte en hoogte van de woning mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 10 m; 3. wijziging is pas mogelijk indien vaststaat dat er betreffende geluidhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, archeologie en bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaat voor de ontwikkeling van de woonbestemming; 4. door het wijzigen mogen de agrarische gebruiksmogelijkheden en bedrijfsvoering binnen omliggende agrarische bouwpercelen niet onevenredig worden aangetast; 5. de nieuw te bouwen woning dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde planningsgetal voor woningbouw binnen de gemeente Woudrichem; 6. bij nieuwe verharding zal het verlies aan bergend vermogen in de bodem worden gecompenseerd.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 14
Toets aan bestemmingsplan De ontwikkeling van de zes rug-aan-rugwoningen is op een aantal onderdelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De strijdigheden zijn gelegen in:
het bepaalde in artikel 16.1, waarin geen mogelijkheid is opgenomen voor de oprit naar de parkeervoorzieningen; het bepaalde in artikel 20.2.2, lid a, waarin wordt vermeld dat hoofdgebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd dienen te worden. De ontwikkeling voorziet in bebouwing deels buiten het bouwvlak; het bepaalde in artikel 20.2.2, lid b, waarin maximaal 1 woning per bouwvlak mag worden gebouwd. De ontwikkeling voorziet in zes rug-aan-rug-woningen verdeeld over beide bouwvlakken; het bepaalde in artikel 20.2.2, lid c, waarin wordt vermeld dat ter plaatse van de projectlocatie enkel vrijstaande woningen zijn toegestaan. De ontwikkeling voorziet in zes rug-aan-rugwoningen en derhalve niet in vrijstaande woningen; het bepaalde in artikel 20.2.2, lid e, waarin de goothoogte niet meer mag bedragen dan met de aanduiding ‘maximum goothoogte (m)’ is aangegeven, oftewel 3,5 meter. De bebouwing bevat een goothoogte van 6 meter;
Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’.
“Paraplubestemmingsplan wonen” Het “Paraplubestemmingsplan wonen” is vastgesteld per 19 november 2019 door de gemeenteraad van Altena. De gemeente wil meer regie krijgen op mogelijke woonvormen met een ruimtelijke uitstraling hebben die niet altijd in de omgeving passen. In de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Altena zijn verschillende begrippen met betrekking tot wonen opgenomen, waaruit ruime mogelijkheden voor woonvormen volgen. Met dit parapluplan wordt een eenduidige regeling voor wonen in relatie tot mogelijke woonvormen vastgesteld. Toets aan bestemmingsplan Het paraplubestemmingsplan legt nieuwe beschrijvingen op voor de begrippen ‘huishouden’, ‘wonen’ en ‘woning of wooneenheid’. Voor de overige begripsbepalingen en regels blijft het bestemmingsplan “WAAU2017” van toepassing. Het paraplubestemmingsplan legt verder geen regels op voor de beoogde ontwikkeling van zes rug-aan-rugwoningen en zal derhalve niet nader worden beschouwd.
“Paraplubestemmingsplan beleidsharmonisatie” Op 27 september 2022 heeft de gemeenteraad van Altena het “Paraplubestemmingsplan beleidsharmonisatie” vastgesteld. Aanleiding hiertoe was dat de gemeenten Aalberg, Werkendam en Woudrichem zijn gefuseerd in de gemeente Altena. Vanwege het verschillende beleid van de voormalige gemeenten, verschillen de bestemmingsplannen met betrekking tot een aantal beleidsthema’s. De gemeente Altena acht het daarom wenselijk om de bestemmingsplannen te harmoniseren, waarbij nieuw beleid planologisch wordt verankerd. Toets aan bestemmingsplan De projectlocatie is binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – bebouwde kom’ gelegen. Binnen deze aanduiding worden enkele bestemmingsregels toegevoegd. Voor de beoogde ontwikkeling is onderstaande artikel van toepassing. Artikel 10 Parkeren en laden en lossen De regels van de ruimtelijke plannen worden aangevuld met de volgende regels met betrekking tot parkeren en laden en lossen, dan wel worden de regels met betrekking tot parkeren en laden en lossen in de ruimtelijke plannen vervangen door de volgende regels: 10.1 Parkeren
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 15
a.
b. c.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, is verzekerd dat op eigen terrein, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid als wordt voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de "Nota Parkeernormen Altena" zoals vastgesteld op 15 december 2020. Indien deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging. De onder a. bedoelde parkeergelegenheid dient na realisering in stand te worden gehouden; Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.
10.2 Laden en lossen a. Indien het gebruik van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, is bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, verzekerd dat op eigen terrein dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen. b. het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien. 10.3 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 10 geldt niet voor de regels met betrekking tot parkeren in de ruimtelijke plannen die vermeld zijn in Bijlage 2. De regels met betrekking tot parkeren in deze ruimtelijke plannen blijven ongewijzigd van kracht.
Bovenstaande regels stellen dat de ontwikkeling van zes rug-aan-rugwoningen in voldoende parkeerplek moet voorzien op eigen terrein. Hierbij dient gebruik gemaakt te worden van de ‘Nota Parkeernormen Altena’ of diens rechtsopvolger. Voor het aspect verkeer en parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.12.
“Paraplubestemmingsplan Archeologie” Het “Paraplubestemmingsplan Archeologie” is vastgesteld op 7 februari 2023 door de gemeenteraad van Altena. Het plan verankerd planologisch-juridisch de geactualiseerde Nota, de beleidskaart en de verordening. Toets aan bestemmingsplan Conform het paraplubestemmingsplan heeft de projectlocatie geen dubbelbestemming voor archeologie toegewezen gekregen. Een archeologisch onderzoek is derhalve niet aan de orde. Het “Paraplubestemmingsplan Archeologie" wordt voor de volledigheid van voorliggende ruimtelijke onderbouwing nader beschouwd in paragraaf 4.1, maar levert geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling.
Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten (ontwerp) Op 8 december 2023 is het ontwerp van het paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten ter inzage gelegd. In dit parapluplan is het gemeentelijke beleid ten aanzien van ontplofbare oorlogsresten. Dit paraplubestemmingsplan is nog niet vastgesteld en dus nog niet in werking. Wel wordt in voorliggende ruimtelijke onderbouwing getoetst aan het beleid in paragraaf 4.11 en is onderzoek uitgevoerd.
“Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters” Op 16 februari 2022 is er een voorbereidingsbesluit genomen om de vestiging van hyperscale datacentra tegen te gaan op gronden waar dat volgens de in procedure zijnde instructieregel van het Rijk niet is toegestaan. Vanwege het verlopen van de wettelijk geldende termijn van negen maanden heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 8 november 2022 opnieuw besloten om voorbescherming te regelen totdat de instructieregel in werking is.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 16
Toets aan bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling voorziet in zes rug-aan-rugwoningen. Er is geen sprake van de realisatie van een hyperscale datacenter. Het voorbereidingsbesluit is derhalve niet van toepassing voor de ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
“Voorbereidingsbesluit grootschalige logistiek” De Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 3 maart 2023 besloten te verklaren dat een wijziging van de Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt voorbereid. De wijziging is gericht op het opnemen van regels die de ontwikkeling van grootschalige logistiek op ongewenste locaties beperken. Vooruitlopend op deze wijziging is het “Voorbereidingsbesluit grootschalige logistiek” opgenomen, om de ontwikkeling van grootschalige logistiek te verbieden. Toets aan bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van zes rug-aan-rugwoningen. Er wordt geen grootschalige logistiek gerealiseerd. Het voorbereidingsbesluit zal derhalve niet nader worden beschouwd.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 17
3
RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 8. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 18
van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling Voor de beoogde ontwikkeling is er een nationaal belang van toepassing: 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Dit belang ziet toe op het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige behoefte van mensen. Het huidige woningentekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad in een fijne, leefbare omgeving. Er dienen woningen gerealiseerd te worden voor iedereen in elke levensfasen van studentenkamers tot levensloopbestendige (zorg)woningen.
Met de beoogde ontwikkeling zullen zes rug-aan-rugwoningen beschikbaar gesteld worden. Hiermee voldoet het project aan het realiseren van een woonvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De behoefte zal worden aangetoond middels provinciaal en gemeentelijk beleid (zie paragraaf 3.2 en 3.3). 3.1.1.2 Conclusie De ontwikkeling levert een bijdrage aan het vijfde belang uit de NOVI. De NOVI vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. 3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen in een gebied met de aanduiding ‘primaire waterkeringen buiten het kustfundament’. Titel 2.11 van het Barro stelt hier regels voor. De regels borgen echter dat primaire waterkeringen en de bijbehorende beschermingszone in bestemmingsplannen beschermd worden door middel van aanduidingen. De projectlocatie is, ook conform het bestemmingsplan, niet binnen een primaire waterkering of bijbehorende beschermingszone gelegen. De regels uit titel 2.11 zijn derhalve niet van toepassing voor de beoogde ontwikkeling van zes rug-aan-rugwoningen. Het Barro vormt derhalve geen belemmering ter plaatse van de projectlocatie.
3.1.2.2 Conclusie Het Barro vormt geen belemmering voor de ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 19
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: de Ladder) is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro.
Artikel 1.1.1 definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 van het Bro Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel.
Lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in het derde lid, om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder hierdoor beter hanteerbaar zal zijn. Beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden.
3.1.3.1 Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van zes rug-aan-rugwoningen ter vervanging van twee bestaande woningen. Dit betreft een netto toevoeging van vier woningen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 geoordeeld wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:2017:1724). Indien wordt voorzien in meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één bouwlocatie kunnen worden aangemerkt is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. Gelet op voorgaande kan de ontwikkeling van zes rug-aan-rugwoningen (netto toevoegen van vier woningen) niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Wel dienen het nut en de noodzaak van het plan te worden aangetoond. Dit zal volgen uit het provinciaal en gemeentelijk beleid (zie paragraaf 3.2 en 3.3). De overige relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 20
3.1.3.2 Conclusie De ontwikkeling is in de zin van artikel 1.1.1 van het Bro niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. De Ladder hoeft derhalve niet te worden doorlopen. Wel dienen het nut en de noodzaak van het plan te worden aangetoond. Dit zal volgen uit het getoetste beleid in de paragrafen 3.2 en 3.3.
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie Noord-Brabant De Omgevingsvisie Noord-Brabant, vastgesteld op 14 december 2018, is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. Met de Omgevingsvisie geeft Noord-Brabant richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op het gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. In de Omgevingsvisie zijn één basisopgave en vier hoofdopgaven samengesteld. De basisopgave staat centraal en zorgt ervoor dat er wordt gewerkt aan de veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit in NoordBrabant. De vier hoofdopgaven vormen het beeld van 2030 en 2050. De ambities zijn bedoeld als zware inspanningsverplichtingen die richting geven aan het handelen van de provincie. De vier hoofdopgaven zijn als volgt: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; en Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling zal bijdragen aan twee van de vier hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie. Werken aan de Brabantse energietransitie Het doel in 2050 is om 100% duurzame energie te gebruiken, dat grotendeels afkomstig is uit NoordBrabant. Om dit te verwezenlijken zet de provincie in op het verminderen van energieverbruik en de verduurzaming van energie. De beoogde rug-aan-rugwoningen worden voorzien van zonnepanelen met warmtepompinstallatie. Zonnepanelen zorgen voor een duurzame energieopwekking, waardoor wordt voldaan aan de eerste hoofdopgaven van de provincie Noord-Brabant. Werken aan een klimaatproof Brabant In 2050 is het doel om Brabant klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te hebben. Oftewel: klimaatproof. Klimaatproof wil zeggen dat de risico’s vanwege weersextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar en beheersbaar zijn. Denk hierbij aan hittestress en wateroverlast. De beoogde ontwikkeling voorziet in waterdoorlatende bestrating en parkeervakken met halfverharding. Op deze manier kan hemelwater makkelijker de grond in trekken. Ook wordt er een regenton in de gezamenlijke tuin gerealiseerd. Het opgevangen hemelwater kan hergebruikt worden door de beplanting in de tuin van water te voorzien. De ontwikkeling voldoet derhalve ook aan de tweede hoofdopgave.
3.2.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan twee hoofdambities uit de Omgevingsvisie NoordBrabant. De ontwikkeling is derhalve in lijn met de Omgevingsvisie.
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 21
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast de Omgevingsvisie ook een Omgevingsverordening voor haar grondgebied vaststellen. In de verordening staan regels voor burgers en bedrijven, maar ook voor bestuursorganen van de overheid. De regels voor burgers en bedrijven zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om bepaalde activiteiten te verrichten en geven aan of er bijvoorbeeld eerst een melding gedaan moet worden. De regels voor bestuursorganen zijn instructieregels, waarmee bijvoorbeeld opdracht kan worden gegeven aan gemeenten over onderwerpen die in bestemmingsplannen moeten landen. Momenteel is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie per 21 maart 2023) van kracht. Conform de Omgevingsverordening zijn er negen kaarten van toepassing. Twee kaarten zijn rechtstreeks werkende regels, zes kaarten zijn instructieregels en één kaart is voor het beheer van vaarwegen. 3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling Voor de ontwikkeling zijn enkel de kaarten met rechtstreeks werkende regels van toepassing. Onderstaand worden deze kaarten getoetst. Kaart 1: Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen Artikel 2.21 De voorgenomen ontwikkeling is gelegen in het gebied ‘Geen Attentiezone waterhuishouding’.
In dit gebied is er geen vergunning benodigd voor het onttrekken van grondwater voor een bodemenergiesysteem indien het te onttrekken grondwater ten hoogste 10 m3/uur betreft en de put niet dieper dan 30 meter beneden maaiveld bedraagt. Indien sprake is van een warmtepomp met bodemsysteem waarbij de drempelwaarden worden overschreden, zal er een vergunning bij Provinciale Staten worden aangevraagd. Dit is in voorliggend project niet het geval. Artikel 2.32 De beoogde ontwikkeling zal voorzien in ontgrondingsactiviteiten. Conform artikel 2.32 is voor een aantal ontgrondingsactiviteiten geen vergunning benodigd. Voor de ontwikkeling is lid a van toepassing, waar er geen vergunning aangevraagd hoeft te worden voor grondwerken voor het maken, wijzigen en verwijderen van bouwwerken en funderingen. Voor de ontwikkeling heeft derhalve geen vergunning aan te worden gevraagd. Kaart 2: Rechtstreeks werkende regels: landbouw Paragraaf 2.7.1 en artikel 2.72 Paragraaf 2.7.1 heeft betrekking op de bescherming van Natura 2000-gebieden ten opzichte van veehouderij. Artikel 2.72 legt een verbod op voor het uitbreiden van veehouderij. De ontwikkeling voorziet niet in veehouderij, waardoor de paragraaf en het artikel niet van toepassing zijn ter plaatse van de projectlocatie.
3.2.2.2 Conclusie Aan de regels zoals opgenomen in de verordening wordt, voor zover relevant in het kader van voorliggende ontwikkeling, voldaan.
Brabantse Agenda Wonen Om de regiospecifieke kwaliteiten van de provincie te behouden en te versterken, staat Noord-Brabant voor een aantal uitdagingen. Wonen speelt hierbij een grote rol. Brabant heeft een flinke woningbouwopgave van meer dan 120.000 woningen tot 2030. Hierbij gaat het niet alleen om het wonen, maar ook in het voorzien in de behoefte van huishoudens aan voldoende en geschikte woonruimte. De Brabantse Agenda Wonen sluit aan op de ambitie van de provincie om tot de top van Europese kennis- en innovatieregio’s te blijven behoren. Een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat is daarbij essentieel. Ingestoken vanuit deze ambitie is het van provinciaal belang dat regionale woningmarkten goed functioneren Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 22
en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Brabant. Dit betekent dat er onder andere een voldoende, gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen en woonmilieus gerealiseerd dienen te worden, waarbij oog is voor verduurzaming en kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving. Om dit te verwezenlijken zijn er in de Brabantse Agenda Wonen vier actielijnen en daarbij zes richtinggevende principes geformuleerd. De actielijnen zijn als volgt:
Accent op duurzame verstedelijking; Meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; Inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; en Versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken.
3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling Onder het thema ‘Accent op duurzame verstedelijking’ wordt ter ondersteuning van reguliere woningbouwontwikkelingen ingezet op duurzaam bouwen, sociale woningbouw of nieuwe woonvormen. Een richtinggevend principe is verder ook dat woningbouw binnenstedelijk plaatsvindt en herstructurering plaatsvindt. De beoogde ontwikkeling voorziet in deze punten. De ontwikkeling vindt binnenstedelijk plaats en zorgt ervoor dat de projectlocatie een nieuwe inrichting krijgt. De oude bebouwing wordt gesloopt en maakt plaats voor modernere woningen. Wat betreft duurzaam bouwen worden de woningen voorzien van warmtepompen en zonnepanelen. Op deze manier wordt energie duurzaam opgewekt en gewonnen warmte hergebruikt. Ook in de afwerking van de bebouwing wordt deels voorzien in hout, dat eventueel hergebruikt kan worden. De woningen betreffen zes rug-aan-rugwoningen in het sociale huursegment. In Almkerk komen vooral tweeonder-een-kappers, rijwoningen en vrijstaande huizen voor. Derhalve draagt de ontwikkeling ook bij aan nieuwe woonvormen en sociale woningbouw. De ontwikkeling levert derhalve een bijdrage aan de eerste actielijn uit de Brabantse Agenda Wonen. 3.2.3.2 Conclusie De ontwikkeling levert een bijdrage aan de actielijnen zoals geformuleerd in de Brabantse Agenda Wonen.
GEMEENTELIJK BELEID Structuurvisie Land van Heusden en Altena De ‘Structuurvisie Land van Heusden en Altena’ is vastgesteld op 25 juni 2013. Met de structuurvisie leggen de gemeentebesturen van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem de hoofdlijnen vast van het door hen gewenste beleid richting 2025. De drie gemeenten zijn in 2019 gefuseerd in de gemeente Altena. Omdat de nieuwe ‘Omgevingsvisie Altena 2040’ (paragraaf 3.3.2) recentelijk is vastgesteld (december 2023), is volledigheidshalve ook nog getoetst aan dit kader, oftewel de ‘Structuurvisie Land van Heusden en Altena’. In de structuurvisie zijn 5 thema’s opgenomen waar de aandacht aan besteed moet worden. Elk thema heeft een aantal aandachtspunten. De thema’s en aandachtspunten worden hieronder beschreven: Wonen o voldoende passende woonruimte o adequaat locatie aanbod voor wonen o toetsingskader uitbreiding woonfunctie buitengebied Voorzieningen o veiligstellen aanbod basisfuncties in de kernen Economie o bedrijventerreinen Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 23
o detailhandel o horeca o toerisme en recreatie Omgeving en veiligheid o aandacht voor erfgoed o heldere ontwikkelingszones o zoeklocaties stedelijke ontwikkeling Verkeer en mobiliteit o verkeersveilige infrastructuur voor alle verkeersdeelnemers o nieuwe ontwikkelingen laten bijdragen aan oplossen bestaande knelpunten o vormvrije m.e.r.-beoordeling
3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling De gemeente Altena zet in op een geschikte woningvoorraad voor alle doelgroepen. Elke inwoner van de gemeente moet in beginsel in staat zijn een passende woning te vinden. Passend ten aanzien van de aard van de woning, de bereikbaarheid van de noodzakelijke voorzieningen, maar ook van de betaalbaarheid. In Nederland zijn de tekorten in de sociale huursector het grootst. De ontwikkeling voorziet in zes woningen die binnen de sociale huursector vallen en levert daarmee een bijdrage aan een geschikte woningvoorraad voor alle doelgroepen. In dat kader wordt ook een bijdrage geleverd aan het thema wonen. 3.3.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan een aandachtspunt onder het thema wonen, en levert derhalve een bijdrage aan de Structuurvisie Land van Heusden en Altena.
Omgevingsvisie Altena 2040 De Omgevingsvisie Altena 2040 is op 12 december 2023 vastgesteld door de gemeenteraad en geldt als vervanger van de ‘Structuurvisie Land van Heusden en Altena’ gelden. In de Omgevingsvisie laat de gemeente Altena zien waar zij heen willen in de toekomst. De combinatie van thema’s, waarden en ambities bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in verschillende gebieden. Duurzame ontwikkeling is de rode draad. Altena wilt over 20 jaar nog steeds dezelfde florerende samenleving: gezonde inwoners, een gezonde economie en een gezonde leefomgeving. Dat wordt bereikt door zorgvuldig om te gaan met energie, grondstoffen, natuur en elkaar. 3.3.2.1 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied is gelegen in de legendaeenheid “Kleine kernen”. Hierover is in de omgevingsvisie het volgende opgenomen: In Altena zijn de volgende kleinere kernen gelegen: Giessen, Rijswijk, Uitwijk, Waardhuizen, Drongelen, Eethen, Almkerk, Hank, Nieuwendijk, Uppel, Andel, Genderen, Veen, Dussen, Babyloniënbroek en Meeuwen. Ieder dorp en buurtschap is anders en heeft zijn eigen kwaliteiten en waarden. Er is sprake van een forse woningbouwopgave, maar dit kan ook kansen bieden. Door de vergrijzing en een afname van het aantal jongeren is het een uitdaging om de kwaliteit van voorzieningen overeind te houden.
De veranderende bevolkingssamenstelling vraagt daarnaast ook om andere voorzieningen. Toekomstperspectief In de kleinere kernen spelen vergelijkbare opgaven als in de grotere kernen. Daarnaast speelt in de kleinere kernen specifiek de opgave voor het op peil houden van voldoende voorzieningen en de kwaliteit hiervan. Er is sprake van vergrijzing en onvoldoende passende (betaalbare) woningen voor starters en senioren. Hier gaat de gemeente zich voor inzetten. In de kleinere kernen is het fijn om te wonen. De gemeente zet zich in voor voldoende betaalbare woningen (huur en koop) in alle kernen. Het is van belang dat we in alle kernen kunnen bouwen. Zo voorziet de gemeente in de woningbehoefte én wordt de leefbaarheid en vitaliteit behouden. Daarbij kiest de gemeente zowel voor inbreiding als uitbreiding. Inbreiding mag niet ten koste gaan van de (groene)waarden in de kernen die zorgen voor een gezonde leefomgeving. Uitbreiding moet passend zijn bij de aanwezige kwaliteiten en waarden van de kernen. Ook bekijkt de gemeente de mogelijkheden bij bestaande woningbouw, zoals woningsplitsing. Op deze manier kan ook voldaan worden aan de doelen van de gemeente van wonen met zorg. Daarnaast gaat de gemeente
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 24
wijkgericht grootschalig verduurzamen. Bestaande woningen worden klaargemaakt voor aardgasvrij wonen. Woning- en bedrijfsdaken worden zoveel mogelijk benut voor zonnepanelen. Ook zal de gemeente voor zowel herontwikkeling als nieuwbouw normen stellen rondom klimaatadaptatie, waterrobuustheid, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. Met voorliggend plan is sprake van een herontwikkeling van een bestaande woninglocatie, waarbij twee bestaande sociale woningen worden vervangen door zes sociale woningen. Hierbij wordt een kleine bijdrage geleverd aan het terugdringen van het woningtekort binnen de sociale sector. Daarnaast is aandacht in de planvorming voor klimaatadaptatie, waterrobuustheid en natuurinclusief bouwen. Daarmee past de ontwikkeling binnen de kaders van de Omgevingsvisie. 3.3.2.2 Conclusie De realisatie van de zes sociale woningen past binnen de kaders van de Omgevingsvisie.
Woonvisie 2021-2025 De gemeenteraad van Altena heeft per 22 juni 2021 de ‘Woonvisie 2021-2025’ vastgesteld. In de woonvisie staan ideeën en plannen op het gebied van wonen binnen de gemeente Altena, voor een periode van vijf jaar. De woonvisie geeft richting om genoeg én de juiste soort woningen in Altena te bouwen. Er zijn zes punten geformuleerd waar Altena de komende jaren op in wilt zetten. De punten zijn als volgt:
Meer woningen met de juiste kwaliteit: er komen extra veel woningen bij, die goed passen bij wat de inwoners van Altena nodig hebben; Betaalbaar wonen: er komen meer goedkope(re) woningen bij. Zo kunnen inwoners met minder geld, zoals starters, ook een woning vinden in Altena; Kwaliteit bestaande voorraad op peil: de woningen die er al staan moeten prettig blijven om in te wonen. De gemeente kan helpen bij het duurzamer maken van woningen. Ook kan de gemeente ouderen helpen om in hun woning te kunnen blijven. Wonen met zorg: er moeten in Altena genoeg woningen zijn voor mensen die zorg of hulp nodig hebben. Leefbare en vitale kernen: het moet overal in Altena fijn zijn om te wonen; en Bijzondere doelgroepen: ook voor mensen die snel een woning nodig hebben (spoedzoekers), arbeidsmigranten en statushouders moet er plek zijn in Altena.
De gemeente Altena heeft tevens een indicatief nieuwbouwprogramma, waarin staat in welke verhouding er verschillende woningbouwcategorieën gerealiseerd dienen te worden (tabel 1). Dit programma wordt als leidraad aangehouden bij het bouwen van woningen. Tabel 1. Indicatief nieuwbouwprogramma (bron: Woonvisie 2021-2025, gemeente Altena) Sociale huur Sociale koop Middeldure koop laag Middeldure koop en middeldure huur hoog en dure huur Percentages 20-25% 15-20% 15-20% 15-25%
Dure koop 10-20%
3.3.3.1 Relatie tot ontwikkeling In de Woonvisie is de volgende tabel opgenomen:
Mees Ruimte & Milieu | 23089.RO
Pagina | 25
Figuur 9. Cijfers woningbehoefte Altena (bron: Woonvisie 2021-2025)
Indien het economisch scenario tot 2025 in basis gelijk blijft, zal er een behoefte van 37% aan sociale huurwoningen zijn. Dit is het hoogste percentage van alle woningen. Indien het te verwachten economische scenario negatief uitpakt, zal de grootste behoefte van 47% aan sociale huurwoningen zijn. Bij een positief economisch scenario verlaagt het percentage naar een behoefte van 26%, oftewel de een-na-hoogste behoefte. Hieruit kan worden afgeleid dat er in elk scenario een grote behoefte naar sociale huurwoningen zal zijn. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een bijdrage van vier nieuwe sociale huurwoningen, waardoor er aan het eerste en tweede punt van de Woonvisie wordt bijgedragen. 3.3.3.2 Conclusie De ontwikkeling van zes rug-aan-rugwoningen levert een bijdrage aan de opgaven zoals gesteld in de Woonvisie 2021-2025.