Bijlage 2 Overzicht wijzigingen bij RV wijzigingsverordening sociaal domein gemeente Altena 2022
Tekst van het document
Was
Wordt
Toelichting
2.4.2.4 inhoud gesprek, lid 1 b. de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect? Voor huishoudelijke ondersteuning wordt ook gevraagd of een inwoner financieel in staat is om zelf de hulpvraag op te lossen.
2.4.2.4 inhoud gesprek, lid 1 b de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect? Ook wordt gevraagd of een inwoner financieel in staat is om zelf de hulpvraag op te lossen.
Specifiek het onderdeel huishoudelijk ondersteuning is verwijderd. In algemene zin wordt de financiële situatie wel meegenomen in de onderzoeksvragen. De medewerker bespreekt met de inwoner de hulpvraag en welk effect hij wil bereiken
3.7 Voorzieningen-werk
3.7 Voorzieningen-werk
PW | IOAW |IOAZ
PW | IOAW |IOAZ
1.
1.
2.
3.
De gemeente houdt bij het aanbieden van de in dit hoofdstuk opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van de inwoner. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van deze inwoner en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. De gemeente kan een reintegratievoorziening aanbieden die bestaat uit een combinatie van de in dit hoofdstuk genoemde voorzieningen. De gemeente stelt nadere regels stellen voor de inzet van voorzieningen gericht op werk.
2.
3.
De gemeente houdt bij het aanbieden van de in dit hoofdstuk opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van de inwoner. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van deze inwoner en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. De gemeente kan een reintegratievoorziening aanbieden die bestaat uit een combinatie van de in dit hoofdstuk genoemde voorzieningen. Bij toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden de volgende voorwaarden: a. De werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week. b. De voorziening betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk voor is; c. Het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie d. er is naar het oordeel van de gemeente geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn
Ten aanzien van persoonlijke ondersteuning geldt dat de wet nu bepaalt dat de voorwaarden in de verordening geregeld moeten worden. Tot nu toe zijn de meeste bepalingen opgenomen in het uitvoeringsbesluit. In het derde lid zijn de voorwaarden die gelden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning geregeld. Op enkele specifieke aspecten hiervan wordt kort ingegaan. Onderdeel a kent een bepaling over de omvang van de dienstbetrekking. Vanwege een efficiënte inzet van beperkte middelen is hierin bepaald dat er sprake moet zijn van enige omvang duur en omvang van de dienstbetrekking In onderdeel b is nog expliciet opgenomen dat er geen toekenning plaatsvindt als het
2
4.
algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd. De gemeente kan nadere regels stellen voor de inzet van voorzieningen gericht op werk.
3.7.2.
een reguliere taak van de werkgever is. Op grond van onder andere Arbo-wetgeving heeft een werkgever immers ook een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van zijn werknemers. Het is niet de bedoeling dat wij deze verantwoordelijkheid overnemen. Ook in de onderdelen c en d is opgenomen dat geen toekenning plaatsvindt voor voorzieningen die als regulier beschouwd worden.
3.7.2. Proefplaats PW | IOAW |IOAZ
PROEFPLAATSING PW | IOAW |IOAZ 1.
2.
De gemeente kan aan de personen behorend tot de doelgroep een proefplaatsing aanbieden indien de werkgever waar deze proefplaatsing wordt gerealiseerd aansluitend een dienstverband in het vooruitzicht stelt. De proefplaatsing is bedoeld om de werknemer de vaardigheden te leren die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de werkzaamheden in het aansluitende dienstverband.
1.
2.
3.
4.
De gemeente kan aan personen behorend tot de doelgroep een proefplaats aanbieden indien de werkgever waar deze proefplaats wordt gerealiseerd aansluitend een dienstverband in het vooruitzicht stelt. De gemeente kan toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. De proefplaats is bedoeld om de werknemer de vaardigheden te leren die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de werkzaamheden in het aansluitende dienstverband. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de inwoner, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is;
Met de wijziging van de Participatiewet is de proefplaats in de wet opgenomen. Voor deze wetswijziging kenden wij op grond van onze verordening al de mogelijkheid van de proefplaatsing. Vanwege de wetswijziging wordt het artikel over de proefplaatsing vervangen door een artikel over de proefplaats. De beschrijving wordt hierbij in overeenstemming gebracht met de wetswijziging. Voor de proefplaatsing gold dat de nadere uitwerking hiervan was opgenomen in het uitvoeringsbesluit Reintegratievoorzieningen. Voor de proefplaats geldt echter dat in de wet is opgenomen dat dit in de verordening geregeld moet worden. Het nieuwe artikel 3.7.2 is daarom uitgebreider dan het oude artikel. Nu is opgenomen wanneer en onder welke voorwaarden een proefplaats kan worden ingezet.
3
b.
de gemeente verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhouding en niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de inwoner niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de inwoner, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 5. De gemeente weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de inwoner ook zonder proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk. 6. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het tweede lid, buiten beschouwing gelaten. 7. De gemeente kan een inwoner op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen
4
overeenkomstig de bepalingen in deze verordening..
3.7.4 SOCIALE ACTIVERING
3.7.4 SOCIALE ACTIVERING
PW | IOAW |IOAZ
PW | IOAW |IOAZ
1.
1.
2.
3.
De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering, onder andere in de vorm van een activeringsplaats, voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening of voor zover dit bijdraagt aan zelfstandige maatschappelijke participatie. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. De gemeente stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van de inwoner.
2.
3.
4.
De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering, onder andere in de vorm van een activeringsplaats, voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening of voor zover dit bijdraagt aan zelfstandige maatschappelijke participatie. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. De gemeente stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van de inwoner. De gemeente biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
3.7.8 HULP OP DE WERKPLEK VAN EEN JOBCOACH
3.7.8.PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ WERK
PW | IOAW |IOAZ
PW | IOAW |IOAZ
1.
Aan een inwoner die behoort tot de doelgroep kan de gemeente persoonlijke ondersteuning in de vorm van jobcoaching aanbieden bij het verrichten van de aan
1.
Aan een inwoner die behoort tot de doelgroep kan de gemeente persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden.
Er is een vierde lid toegevoegd waarin is een bepaling is opgenomen die moet voorkomen dat verdringing plaatsvindt door inzet van sociale activering.
De regels voor de verstrekking van persoonlijke ondersteuning waren uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit Reintegratievoorzieningen. Vanwege de wetswijziging dient dit nu voor een belangrijk deel geregeld de worden in de verordening. Om deze reden wordt artikel 3.7.8. vervangen en vindt een verwijzing naar het
5
2.
die inwoner opgedragen taken in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem door de werkgever opgedragen taken te verrichten. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen.
2.
3.
Het doel van persoonlijke ondersteuning is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen. De voorwaarden voor persoonlijke ondersteuning bij werk worden beschreven in 3.7
nieuwe hoofdstuk 3.7.A plaats waar specifieke bepalingen zijn opgenomen voor de ondersteuning (waaronder die van jobcoach) van inwoners met een arbeidsbeperking.
6
3.7.10 STRUCTURELE LOONKOSTENSUBSIDIE PW | IOAW |IOAZ | AWB 1.
2.
3.
4.
De gemeente stelt vast of een inwoner behoort tot de doelgroep van de structurele loonkostensubsidie. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. De structurele loonkostensubsidie wordt aan de werkgever verstrekt. Hierbij neemt de gemeente de volgende criteria in acht: a. de inwoner moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet of tot de doelgroep van de participatievoorziening beschut werk als bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet; b. de inwoner is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en c. de inwoner heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Om de hoogte van de structurele loonkostensubsidie te bepalen, stelt de gemeente de loonwaarde van de inwoner vast.
Vervallen
Vanwege de gewijzigde wettelijke bepalingen komt het oorspronkelijke artikel 3.7.10 te vervallen. De structurele loonkostensubsidie komt terug in artikel 3.7.13
7
5.
6.
De vaststelling van de loonwaarde wordt gedaan conform het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021. De gemeente kan met de werkgever overeenkomen dat gedurende de eerste zes maanden van het dienstverband heeft vastgesteld dat de vaststelling van de loonwaarde van die inwoner achterwege kan blijven en de dienstbetrekking tot stand komt. Hierbij geldt wel artikel 10d, lid 5, van de Participatiewet.
3.7.13. SPECIFIEK AANVRAAGPROCES LOONKOSTENSUBSIDIE PW | IOAW |IOAZ 1. De gemeente verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die van plan is een dienstbetrekking aan te gaan met een inwoner die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. De gemeente bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de inwoner, aan de werkgever en de inwoner. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een inwoner betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. 4. De gemeente stelt binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag de
Na de wijziging van de Participatiewet is in artikel 8a, lid 2, onderdeel c, bepaald dat de wijze waarop het administratieve proces met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10d, wordt vormgegeven, in de verordening geregeld moet worden. Dit proces wordt in dit nieuwe artikel 3.7.13 vorm gegeven. De leden 1 tot en met 4 spreken voor zich en worden dan ook niet verder toegelicht. Landelijk is in samenwerking met “De normaalste zaak” (netwerk van ondernemers die werken aan een inclusieve arbeidsmarkt) een proces loonkostensubsidie opgesteld. In het vijfde lid van dit artikel is bepaald dat wij bij het verstrekken van loonkostensubsidie dit preferente proces zullen volgen. Overigens werken wij al volgens dit preferente werkproces. Steeds meer gemeenten werken volgens dit proces. Voor werkgevers die een inwoner met
8
loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5. De gemeente neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.
een arbeidsbeperking in dienst nemen betekent dit eenduidigheid, waardoor administratieve lasten beperkt worden.
3.7.14 SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR INWONERS MET EEN ARBEIDSBEPERKING
De regels voor de verstrekking van persoonlijke ondersteuning waren uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit Reintegratievoorzieningen. Vanwege de wetswijziging dient dit nu voor een belangrijk deel geregeld de worden in de verordening. In de 3.7.15 t/m 3.7.25 zijn specifieke bepalingen zijn opgenomen voor de ondersteuning van inwoners met een arbeidsbeperking. De inwoner als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de Participatiewet.
PW | IOAW |IOAZ
1. De voorzieningen genoemd in 3.7.15 tot en met 3.7.25 worden alleen ingezet voor inwoners met een arbeidsbeperking.
3.7.15 SPECIFIEK AANVRAAGPROCEDURE PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ WERK EN OVERIGE VOORZIENINGEN PW | IOAW |IOAZ
1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij de gemeente worden ingediend door de inwoner of zijn werkgever. 2. De aanvraagprocedure staat gelijk aan de procedure zoals beschreven in 2.5 van deze verordening. 3. Indien bepaalt de gemeente na overleg met de inwoner en de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 4. Het besluit op de aanvraag wordt indien van toepassing, ook aan de werkgever verzonden.
Ook de procedure voor aanvraag van persoonlijke ondersteuning dient in de verordening geregeld te worden. Een dergelijke aanvraag kan zowel door de betreffende inwoner als door zijn werkgever worden ingediend. Het derde lid bepaalt dat in overleg met de inwoner en eventueel zijn werkgever bepaald wordt welke voorzieningen worden ingezet. Op deze manier is het mogelijk om de in te zetten voorziening goed af te stemmen met de werkomstandigheden en de persoonlijke situatie. Hiermee wordt de kans op een succesvolle plaatsing het grootst.
9
3.7.16 Persoonlijke ondersteuning bij werk
1. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. 2. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats.
3.7.17 Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk
1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 6 maanden na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn.
Inwoners met een arbeidsbeperking hebben bij aanvang van een arbeidsovereenkomst soms voor korte of langere tijd extra begeleiding nodig. Hiervoor is het soms noodzakelijk om een jobcoach in te zetten. Overigens is de aandacht van een jobcoach niet alleen beperkt tot de betreffende werknemer, maar kijkt de jobcoach breder naar en binnen de organisatie. In dit artikel wordt geregeld dat aan de werkgever een vergoeding kan worden verstrekt voor inzet van een jobcoach of een interne werkbegeleider. In het derde lid is nog opgenomen dat een jobcoach ook al ingezet kan worden in de periode dat er sprake is van een proefplaats.
In het eerste lid is bepaald dat de aanvraag voor persoonlijke ondersteuning binnen 6 maanden na de ingangsdatum van de dienstbetrekking gedaan moet worden. Hierbij speelt ook een rol dat een werkgever een verantwoordelijkheid heeft richting zijn werknemers. Als een werknemer al langer in dienst is dan is het in veel gevallen de verantwoordelijkheid van de werkgever om voor de begeleiding zorg te dragen
10
2. De gemeente besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. 3.7.18 Interne jobcoaching
1. Een interne jobcoach, die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt, moet voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: - een hbo-opleiding of hbo werk- en denkniveau en; - een opleidingsmodule voor Jobcoach gevolgd en succesvol afgerond. 2. Bij de inzet van de interne jobcoach wordt aangesloten op de begeleidingsniveaus licht en midden zoals deze door het UWV worden gehanteerd. Voor de interne jobcoaching wordt een vast maximaal bedrag gehanteerd welke door de gemeente in nadere regels vastgesteld wordt. 3. De op grond van lid 2 vastgestelde bedragen gelden bij een arbeidsovereenkomst van 24 uur of meer. 4. Voor zover een arbeidsovereenkomst minder dan 24 uur bedraagt, wordt het bedrag van interne job coaching naar rato bijgesteld. 5. Een interne jobcoach kan worden ingezet: a. gedurende de duur van de proefplaats vanaf de ingangsdatum van deze proefplaats; b. gedurende zes maanden vanaf de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst. 6. De inzet van een jobcoach kan, voor zover noodzakelijk, verlengd worden met een periode van zes maanden tot de maximale periode van twee jaar. 7. Bij iedere verlengingsperiode kan afhankelijk van de omstandigheden de noodzakelijke intensiteit van het begeleidingsniveau getoetst worden.
In dit artikel zijn de bepalingen opgenomen over interne jobcoaching. Van een interne jobcoaching is vooral sprake bij grote ondernemingen die meerdere personen met een arbeidsbeperking in dienst hebben. De interne jobcoach kan dan dus meerdere personen begeleiden. Vaak werk de jobcoach dan ook op verschillende locaties van de onderneming. Om te waarborgen dat jobcoaching op een juiste manier plaatsvindt worden kwaliteitseisen gesteld aan de jobcoach. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het jobcoach regiem zoals het UWV dit hanteert. Hiermee wordt voorkomen dat een werkgever met meerdere regimes te maken krijgt. Verder zijn in dit artikel bepalingen opgenomen over de omvang en de duur van de inzet van jobcoaching.
11
8. In individuele omstandigheden kan worden afgeweken van het bepaalde in het zesde lid. 9. Indien toepassing wordt gegeven aan lid 8, gelden voor de jaren 3 en verder de bedragen zoals genoemd in het tweede lid bij ‘jaar 2’.
3.7.19 Externe jobcoaching
1. Een externe jobcoach, die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt, moet voldoen aan de volgende kwaliteitseis: - erkenning door het UWV op grond van het meest actuele ‘Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV’. 2. Bij de inzet van de externe jobcoach wordt aangesloten op de begeleidingsniveaus licht en midden zoals deze door het UWV worden gehanteerd. De gemeente stelt de te hanteren tarieven in nadere beleidsregels vast. 3. Een externe jobcoach kan worden ingezet: a. gedurende de duur van de proefplaats vanaf de ingangsdatum van deze proefplaats; b. gedurende zes maanden vanaf de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst. 4. De inzet van een jobcoach kan, voor zover noodzakelijk, verlengd worden met een periode van zes maanden tot de maximale periode van twee jaar. 5. Bij iedere verlengingsperiode kan afhankelijk van de omstandigheden de noodzakelijke intensiteit van het begeleidingsniveau getoetst worden; 6. In individuele omstandigheden kan worden afgeweken van het bepaalde in het vierde lid. Artikel 3.7.20 Jobcoaching in natura 1. De gemeente kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden.
Van externe jobcoaching is sprake als de werkgever een jobcoach inhuurt bij een erkende jobcoach organisatie. Hierbij wordt aangesloten bij het erkenningskader van het UWV. Dit betekent dus dat alleen een vergoeding aan de werkgever kan worden verstrekt als de jobcoach organisatie erkend is door het UWV. Op basis van de behoefte van de werknemer wordt beoordeeld wel jobcoachniveau noodzakelijk is. Op basis hiervan wordt een vergoeding aan de werkgever verstrekt. Uitgangspunt is dat jobcoaching voor een beperkte tijd wordt ingezet. Bepalingen hierover zijn in dit artikel opgenomen. Uiteraard is het van belang om naar de individuele situatie te kijken en de inzet van de jobcoach hierop af te stemmen.
In sommige situaties kan het lastig zijn voor de werkgever om zelf de jobcoaching te regelen. Vooral bij de kleinere MKBbedrijven is het voor de
12
2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 3.7.8. en 3.7.13 tot en met 3.7.18 van overeenkomstige toepassing.
ondernemer moeilijk om dit zelf te regelen. Om deze reden kennen we ook de mogelijkheid van jobcoaching in nature. Hierbij regelt de gemeente de inzet van de jobcoach bij de werkgever. Voor Altena geldt dat het dan vooral gaat om de inzet van een jobcoach van MidZuid.
3.7.21 Vergoeding voor het inzetten van jobcoaching 1. De gemeente kan op aanvraag een vergoeding voor het inzetten van interne en/of externe jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Een vergoeding voor het inzetten van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen tot en met 3.7.8 en 3.7.13 tot en met 3.7.19, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de vergoeding wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. De gemeente kan in nadere regels uitwerken: a. aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen; b. welke activiteiten een jobcoach moet kunnen uitvoeren; c. hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd moet zijn; of d. hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt.
In dit artikel wordt geregeld dat aan de werkgever een vergoeding wordt verstrekt voor de inzet van een interne of externe jobcoach. In het tweede lid zijn hiervoor de voorwaarden bepaald
13
3.7.22 Interne werkbegeleiding 1. Als een inwoner uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan de gemeente een vergoeding verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2. De gemeente kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden. 3. De gemeente kan nadere regels stellen voor interne werkbegeleiding. 3.7.23 Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
1. De gemeente kan een vervoersvoorziening toekennen aan een inwoner die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. De gemeente biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woonwerkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt. Hierbij wordt een afweging gemaakt of de
Interne werkbegeleiding is een lichtere vorm van ondersteuning dan jobcoaching. Het is een reguliere taak van een werkgever om (nieuwe) medewerkers ondersteuning en begeleiding te bieden. Voor personen met een arbeidsbeperking is in sommige situaties echter meer begeleiding dat deze reguliere begeleiding nodig. In dergelijke situaties voorziet dit artikel erin om hiervoor een vergoeding te verstrekken. Het is wel van belang dat de interne werkbegeleider de goede vaardigheden beschikt om de begeleiding op een adequate manier te bieden. Eventueel kan hiervoor een specifieke training voor worden aangeboden
Voor de vervoersvoorziening geldt dat de bepalingen hiervoor tot nu toe waren opgenomen in het uitvoeringsbesluit. Vanwege de wetswijziging moet dit nu in de verordening worden geregeld. Dit wordt nu gedaan in artikel 3.7.23. Een vervoersvoorziening is bedoeld voor de persoon die niet in staat is om zelfstandig te reizen of zelfstandig gebruik te maken van het openbaar vervoer. De vergoeding die verstrekt wordt is complementair aan andere vergoedingen. Als een werkgever dus op grond van een CAO gehouden in om reiskosten te vergoeden dan wordt hiermee dus rekening gehouden bij de vaststelling van de vergoeding.
14
vervoersvoorziening noodzakelijk is en of de totale kosten hiervan voldoende opwegen tegen de te verwachten baten. 4. De gemeente brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening vanuit de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. 5. De gemeente kan in nadere regels nadere voorwaarden uitwerken voor de wijze van uitvoering van de vervoersvoorziening. 3.7.24 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire voorzieningen
1. De gemeente kan een voorziening in de vorm van een intermediaire voorziening toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende lichaamsfunctie. 2. De gemeente kan nadere regels stellen over de bepaling van de omvang van de noodzakelijke intermediaire voorziening. 3.7.25 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. De gemeente kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit noodzakelijk is voor de persoon om te kunnen werken en dit meerwaarde creëert in de werksfeer. 2. De meeneembare voorziening wordt in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan de gemeente besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 3 De gemeente kan nadere regels stellen over de bepaling van de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer van de te verstrekken voorziening. 5.3.2Een schone en leefbare woning WMO
5.3.2Een schone en leefbare woning
Voor sommige inwoners geldt dat ze door hun beperking soms gebruik moeten maken van een intermediaire voorziening. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld een schrijftolk of een gebarentolk. In veel gevallen zijn er voorliggende voorzieningen om hiervoor een verstrekking te ontvangen. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin dit niet het geval is. Als het voor de arbeidsinschakeling nodig is om een dergelijke voorziening in te schakelen dan biedt dit artikel hiervoor de grond. Tot nu toe was over meeneembare voorzieningen een bepaling opgenomen in het uitvoeringsbesluit. Ook voor deze voorziening geldt dat na de wetswijziging de basis in de verordening geregeld wordt.
Iedere inwoner kan, ongeacht het inkomen, een beroep doen op Wmo huishoudelijke ondersteuning.
15
1. De gemeente biedt de inwoner huishoudelijke ondersteuning als hij als gevolg van zijn beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden. Bij deze beoordeling worden ook de eigen financiële mogelijkheden van de inwoners om in deze hulpvraag te voorzien meegewogen. In dit geval wordt voor niet AOWgerechtigden een inkomensgrens gehanteerd van 200% van het bruto wettelijk minimumloon en voor AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens gehanteerd van 150% van het bruto wettelijk minimumloon. Bij een inkomen boven deze grenzen is er sprake van eigen kracht.
WMO 1.De gemeente biedt de inwoner huishoudelijke ondersteuning als hij als gevolg van zijn beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden.
16
14 Begrippen
Er zijn verschillende begrippen toegevoegd op basis van bovenstaande wijzigingen.
17
interne jobcoaching: methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het behouden van werk, door een erkende deskundige collega; externe jobcoaching: methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het behouden van werk, door een door de werkgever ingeschakelde erkende deskundige; jobcoaching in natura: methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het behouden van werk, door een door de gemeente ingeschakelde erkende deskundige; interne werkbegeleider: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; Inwoner met een arbeidsbeperking: persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet; persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de Participatiewet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de Participatiewet; werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; werknemer: persoon die op basis van een
arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan dan wel dit van plan is.
De beschrijving van het begrip jobcoaching wordt verduidelijkt door een onderscheid te maken in de verschillende vormen van jobcoaching. Een interne jobcoach is een erkende jobcoach die in dienst is bij de werkgever. Een externe jobcoach in een jobcoach die door een werkgever wordt ingehuurd bij een erkende jobcoach organisatie. Bij jobcoaching in natura levert de gemeente een jobcoach aan de gemeente. Dit kan bijvoorbeeld een jobcoach zijn die in dienst is bij de gemeente of bij het sociaal werkbedrijf.
Een interne werkbegeleider zorgt voor de begeleiding van de werknemer. Het moet hierbij gaan aan meer dan de reguliere begeleiding van een (nieuwe) werknemer.
18
19