Bijlage 1 Wijzigingen belastingverordeningen 2025 bij RV Belastingverordeningen 2025
Tekst van het document
Bijlage wijzigingen belastingverordeningen 2025 Havengelden 1.1 In de haven kan voor een ligplaats van tevoren worden gereserveerd. Als een reservering wordt ingetrokken wordt in de huidige verordening een bedrag van € 50,- in rekening gebracht. Voorgesteld wordt om dit te verhogen naar € 100,-. Dit als stimulans om niet al te vrijblijvend een ligplaats te reserveren. 1.2 In de tarieventabel wordt na het woord “Passagiersschepen” de nadere omschrijving “die passagiers in nemen of aan wal zetten” weggelaten. Als geen passagiers werden ingenomen of aan wal gezet kan bij letterlijke interpretatie van de bepaling geen liggeld worden geheven voor passagiersschepen. Hetgeen niet de bedoeling is. De omschrijving is wel van belang bij een reservering voor een ligplaats. Daar blijft de omschrijving staan. 1.3 Bij passagiersschepen wordt de heffingsmaatstaf per dag toegepast in plaats van per keer. Het woord “keer” wordt vervangen door “dag”. 1.4 Tot en met 2022 werd op het tarief voor laden en lossen van vrachtschepen, een korting van 50% toegepast indien minder dan de helft van de lading wordt gelost. In de nieuwe verordening wordt het tarief toegepast op het volledige laadvermogen, ongeacht hoeveel er wordt gelost. Dit wordt als onbillijk ervaren. Conform de aankondiging in de kadernota 2025 wordt de oude bepaling weer in ere hersteld.
Leges 2.1 In artikel 1.32 lid 1 is het woord “sleuf” verwijderd omdat er bij het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid van de Telecommunicatiewet en artikel 4, eerste lid, van de Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuren niet altijd sprake is van een sleuf. 2.2 In artikel 2.5 en 2.6 zijn de minimumbedragen aangepast. Door het opsplitsen van de bouwtechnische toets en de ruimtelijke toets kan bij lage bouwkosten sprake zijn van het twee maal in rekening brengen van de minimumbedragen, die bovendien beide even hoog zijn. Voorstel is het aanpassen van de beide minimumbedragen naar rato van de percentages van de bouwsom (0,41% versus 2,82%). Dit leidt bij de bouwtechnische toets tot een verlaging van € 336,95 naar € 48,- en bij de ruimtelijke toets tot een verlaging van € 336,95 naar € 330,35 (inclusief stijging van 10% plus inflatie). 2.3 In artikel 2.6 lid 2 zijn tarieven opgenomen voor een omgevingsplanactiviteit voor het in stand houden of gebruiken van een bouwwerk. In dit artikel staat nu “het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk”. Dit is inconsequent en wordt vervangen door “het in stand houden of gebruiken van het (bestaande) bouwwerk”.
2.4 In artikel 2:23 lid 1 is ter aanvulling een verwijzing naar 2:11 van de APV opgenomen en in lid 2 en 4 een verwijzing naar de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Altena 2.5 In artikel 2.34 staan tarieven voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor “andere activiteiten” en dan gesplitst in een binnenplanse en een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor een aanvraag met betrekking tot een voorziening voor bed en breakfast of een voorziening voor gastouderopvang is nu een afzonderlijk en lang niet kostendekkend tarief van € 40,40 van toepassing. Voorgesteld wordt het betreffende tarief gelijk te trekken met de andere tarieven van dit artikel. Het tarief wordt dan € 673,50. 2.6 Afzonderlijk worden in artikel 2.34 onderdeel e, f en g verschillende soorten aanvragen benoemd. Onder e voor een aanvraag met betrekking tot het toestaan van een bestaande bedrijfswoning als burgerwoning, onder f betreffende het toestaan van het gebruik van agrarische gronden als tuin en onder g betreffende het toestaan van een beroep aan huis in bestaande bebouwing. Maar wel allemaal met hetzelfde tarief. Deze nadere specificatie is onnodig. Voorgesteld wordt deze te laten vervallen. 2.7 Conform het tariefvoorstel van de OMWB is in artikel 2.36 lid 1 onder c een nieuwe afzonderlijk kostendekkend tarief van € 150,- opgenomen voor een maatwerkvoorschrift om afvalwater
afkomstig van niet-industriële voedselbereiding te lozen zonder vetafscheider en slibvangput. Zonder een dergelijk afzonderlijk tarief zou € 2.693,- geheven moeten worden. Hetgeen buitensporig is. 2.8 In artikel 2.49 onder f staat een tarief van € 8.079,- voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER). Het bedrag is conform het voorstel van de OMWB. In de omschrijving is voor alle duidelijkheid toegevoegd “niet zijnde het beoordelen van een aanmeldnotitie MER en/of het beoordelen van een vormvrije MER.” 2.9 Voorgesteld wordt om voor de beoordeling van explosievenrapporten (artikel 2.49) en voor een advies in het kader van de regeling locatie gebonden explosieven (artikel 2.50) een nihiltarief vast te stellen. Een van de uitgangspunten van de nieuwe legesverordening was namelijk dat voor het beoordelen van rapporten een nihiltarief wordt geheven. Dat voor de beoordeling van een explosievenrapport wel een tarief wordt geheven is niet in lijn met dit uitgangspunt. 2.10 In artikel 3.10 staat een tarief voor een vergunning voor het innemen of gebruiken van een losse standplaats buiten de reguliere markten. Deze vergunning heeft een looptijd van 15 jaar. In de legesverordening staat nu 5 jaar. Daarom wordt voorgesteld om in artikel 3.10 de aanduiding“5 jaar” te verwijderen.
Leges Biesbosch 3.1 In de Legesverordening Biesbosch Altena 2025 is de definitie voor een passagiersschip in lijn gebracht met de definitie van de Biesboschverordening. In de Biesboschverordening staat dat een passagiersschip een vaartuig is dat is gebouwd of bestemd dan wel geschikt is of gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vervoeren van personen. In de Legesverordening Biesbosch Altena 2024 staat dat een passagiersschip een vaartuig is dat is gebouwd of bestemd dan wel geschikt is voor het bedrijfsmatig vervoeren van meer dan twaalf personen, buiten de bemanning. De Biesboschverordening is leidend omdat daar de vergunningplicht in geregeld wordt. Lijkbezorgingsrechten 4.1 Als rechthebbenden er niet voor kiezen om het recht op een urnennis/-kelder/-graf te verlengen, vervalt het recht aan de gemeente Altena. De rechthebbende kan er dan voor kiezen om de asbus weer op te halen. Voorgesteld wordt om de tarieven voor het ophalen van een asbus op nihil te stellen. Het huidige tarief is € 601,55. Hetgeen in verhouding tot de hoeveelheid werk een buitengewoon hoog tarief is. En er bovendien soms toe leidt dat de asbus niet wordt opgehaald. Voor de plaatsing van de asbus betaalt men in 2025 nu een bedrag van € 258,-. Als men dan aan het einde van de periode de asbus gratis op kan halen kost dat de gemeente Altena zeer weinig tijd. Voor de opbrengst maakt het weinig of niets uit.
Het tarief wordt zeer zelden toegepast. 4.2 Voor het na opgraven weer plaatsen van de asbus in een ander graf wordt momenteel een bedrag van € 634,51 geheven. Voorgesteld wordt om dit te verlagen naar €290,-. Voor de opbrengst maakt het weinig of niets uit. Het tarief wordt zeer zelden toegepast. 4.3 Voor het gebruiksrecht voor 10 jaar op een algemeen graf wordt een lager tarief geheven dan voor het uitsluitend recht op een eigen graf voor 10 jaar. De bedoeling bij de harmonisatie was echter dat deze tarieven gelijk zouden zijn om. Het tarief wordt nu gelijk getrokken.