Bijlage 1 NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE ALTENA 2040 bij RV vaststelling omgevingsvisie Altena 2040
Tekst van het document
De ontwerp-omgevingsvisie lag ter inzage van 3 juni 2022 tot en met 22 juli 2022 Gedurende deze periode kon eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen op het besluit. In de periode van 13 juli tot en met 21 juli zijn er 11 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn ondertekend door minstens één indiener. Dit maakt de zienswijzen ontvankelijk. Een samenvatting van de ontvangen reacties (zienswijzen) worden hieronder opgenomen en beantwoord. Zienswijzen 1.2, 1.7, 1.13, 1.14, 2.2, 3.1, 3.4, 3.14, 3.15, 3.17, 3.18, 3.19, 3.20, 3.22, 5.4, 5.5, 6.1, 10.2, 10.4, 10.11, 10.12, 11.2, 11.4, 11.5 en 11.6 leiden tot wijzingen. De andere zienswijzen leiden niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie.
1
Ingediend op: 19 juli 2022 Groenblauwe oase 1. Neem de WHO advieswaarden voor alle gebieden in de gemeente als uitgangspunt en streef ernaar om slechts bij uitzondering de wettelijke normen als minimum te hanteren (hanteer de meest actuele WHO normen in de omgevingsvisie zoals die vermeld staan in tabel 4.1. op pagina 13 van de OER-rapportage). Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. In de visie staat reeds beschreven: De mogelijkheden om een hogere ambitie te tonen richting de WHO advieswaarden gaan we gebiedsgericht inventariseren. 2. Ervaring leert dat verschillende vormen van omgevingsinvloeden gezamenlijk bij elkaar opgeteld tot gezondheidsschade kunnen leiden. Neem cumulatieve omgevingseffecten op de gezondheid als concreet uitgangspunt in uw visie op. Antwoord: Hier zijn wij het mee eens. We zullen dit opnemen onder de ambitie Groenblauwe oase. 3. Neem de rookvrije omgeving mee als thema onder de ambitie ‘Groenblauwe oase’. Antwoord: De rookvrije omgeving is reeds al opgenomen onder het kopje: De leefomgeving nodigt uit tot gezond gedrag. 4. Verbind het ruimtelijk beleid met het sociale beleid op gebied van sport en bewegen, preventieakkoord of lokale nota volksgezondheid. Antwoord: Een leefbare woonomgeving is als ambitie meegenomen in de omgevingsvisie. Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 5. Zet in op een beweegvriendelijke omgeving.
Denk dan aan fiets- en wandelpaden, groen in de wijk, natuur en recreatiegebieden, speel-en beweegruimte en een aantrekkelijke openbare ruimte. Verder kan gezond gedrag nog worden gestimuleerd door het toevoegen van stille plekken en het stellen van (rand)voorwaarden aan aanbieders van ongezonde producten in de leefomgeving (gezonde voedselomgeving). Antwoord: Een omgeving die uitnodigt om te bewegen, spelen en ontmoeten is reeds opgenomen onder het thema Gezondheid. Leefbare woonomgeving 6. Zet in op actieve mobiliteit: fietsen, wandelen en openbaar vervoer in plaats van de auto. Dit stimuleert meer beweging en verlaagt de uitstoot van fijnstof waardoor de gezondheid van de inwoners beter wordt beschermd en bevorderd. Antwoord: Hier zijn wij het mee eens. Actieve of langzame mobiliteit komt aan bod onder het thema Bereikbaarheid. 7. Voeg in de omgevingsvisie onder de ambitie ‘Leefbare woonomgeving’ een passage toe over de vernieuwing en vergroening van bestaande wijken. Geef daarbij de inwoners invloed op hun
eigen leefomgeving door hen mee te laten praten en beslissen. Houdt daarbij ook rekening met een dementievriendelijke omgeving. Antwoord: Vergroening van bestaande wijken vanuit gezondheid en duurzaamheid wordt integraal meegenomen in individuele projecten. Dit sluit aan bij onze ambities in de omgevingsvisie en hierop zullen wij een korte toevoeging doen. 8. Kies voor een goede mix van groen en water, zodat de omgeving in elk seizoen aantrekkelijk is. Antwoord: Deze reactie onderschrijven we en wordt voor kennisgeving aangenomen. 9. Zorg bij nieuwe woningen voor een gezond binnenklimaat en minimaal een zijde van de woning is aangenaam. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Reactie past bij onze ambities. Klimaatbestendig, CO2-neutraal en circulair 10. Stimuleer inwoners om hun eigen woonomgeving klimaatadaptief in te richten. Denk hierbij onder meer aan groene gevels, groene daken en groene tuinen. Antwoord: Vergroening van bestaande wijken vanuit gezondheid en duurzaamheid wordt integraal meegenomen in individuele projecten. Het stimuleren van initiatieven wordt benoemd in de omgevingsvisie en hier geven we in een programma nader invulling aan. 11. Neem onder de ambitie ‘Klimaatbestendig, CO2-neutraal en circulair’ een passage op over een groene inrichting van de bebouwde omgeving met als doel het bieden van verkoeling en ontspanning.
Antwoord: Vergroening van de bebouwde omgeving komt bij Groenblauwe oase en bij het thema Klimaatadaptatie, groen en water aan bod. 12. Denk bij voldoende verkoeling ook aan watertappunten, goede waterkwaliteit bij speelwater, fonteinen en bedriegertjes en gebruik de RIVM Waterkwaliteitscheck. Antwoord: We onderschrijven het belang van deze maatregelen. Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Sterk in duurzaam ondernemen 13. Voeg een volgende passage: “De gemeente bevordert actieve mobiliteit in het woonwerkverkeer door fietsen en openbaar vervoer tussen woongebieden en bedrijventerreinen te faciliteren en stimuleren.” Antwoord: Onder het thema Bereikbaarheid wordt hier al aandacht aan geschonken, daarnaast voegen we deze passage toe onder de ambitie Sterk in duurzaam ondernemen. 14. Neem in de omgevingsvisie op dat de gemeente streeft naar een rookvrije omgeving op de bedrijventerreinen door bedrijven te stimuleren en faciliteren, om zo ook de gezondheid van werknemers te bevorderen. Antwoord: Zie ook het antwoord op 3.
15. Zorg voor duidelijke kaders ten aanzien van gezondheid bij initiatieven, zodat initiatiefnemers weten waaraan ze moeten voldoen. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Een verdere uitwerking wordt in het Omgevingsplan opgenomen. 16. Vraag maatwerkadvies van de GGD bij multifunctioneel gebruik van agrarische bedrijven. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. De gemeente Altena werkt graag nauw samen met de GGD bij nieuwe ontwikkelingen zoals multifunctioneel gebruik bij agrarische bedrijven. Waar gewenst winnen we graag advies in bij de GGD. Deelconclusie De zienswijze leidt tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena. De visie wordt op onderdeel 2, 7, 13 en 14 aangevuld.
Ingediend op: 18 juli 2022 1.
Een eerste stap is de ambitie voor bedrijfsuitbreiding op te nemen in de Omgevingsvisie Altena 2040. De gemeente Altena heeft in 2019 een toekomstvisie opgesteld. In deze visie beschrijft de gemeente de ambities per thema en kern. De kern Veen wordt daarbij beschreven als werkdorp, waarbij ruimte wordt geboden voor de uitbreiding van het bedrijventerrein aan de Veensesteeg. Een zorgvuldige inpassing en investering in de ruimtelijke kwaliteit zijn daarbij van belang. De ambitie van de eigenaren sluit volledig aan bij dit uitgangspunt. In de visie worden globale ambities benoemd, maar geen concrete uitspraken gedaan als het gaat om de uitbreiding van het bedrijventerrein aan de Veensesteeg en de Weerakkers. De uitgangspunten zoals in de eerdere omgevingsvisie uit 2019 worden niet meer expliciet benoemd. Antwoord: De voorgestelde uitbreiding met een omvang van 9 hectare zoals gevraagd past niet binnen de uitvoeringsagenda bedrijventerreinen. Enerzijds omdat niet alle voorgestelde bedrijven ter plaatse gevestigd zijn en anderzijds omdat er geen programma ruimte is. In hoeverre een beperkte afronding voor ter plaatse gevestigde bedrijven mogelijk is binnen het uitgangspunt van de strategie om onlogische contouren recht te trekken of wellicht iets meer, zal de komende periode moeten blijken o.a. na overleg met de provincie.
2.
Incorrecte begrenzing bedrijventerrein. Voor de kern Veen geldt dat de bestaande situatie is overgenomen in het kaartbeeld van de omgevingsvisie. Daarbij is naar ons inzien een verkeerde grens aangehouden voor het begrenzen van het bedrijventerrein Veensesteeg aan de zuidzijde. Antwoord: De begrenzing van het bedrijventerrein is op zich correct. Alleen is het perceel waarop City motel en City Bistro gevestigd zijn (Veensesteeg 17) aangeduid als agrarisch gebied (in het geldende bestemmingsplan is dat horeca) en het gedeelte dat als kleine kernen is aangeduid (achter een bedrijfskavel) zou agrarisch gebied moeten zijn. Dit wordt aangepast.
3.
Daarbij zouden de eigenaren graag zien dat het voorkeursscenario, zoals in bijlage 2 wordt weergegeven, wordt ingevoegd in de vast te stellen Omgevingsvisie Altena 2040. Graag gaan we samen in overleg voor verdere uitwerking. Antwoord: De voorgestelde uitbreiding met een omvang van 9 hectare zoals gevraagd past niet binnen de uitvoeringsagenda bedrijventerreinen. Enerzijds omdat niet alle voorgestelde bedrijven ter plaatse gevestigd zijn en anderzijds omdat er geen programma ruimte is. In hoeverre een beperkte afronding voor ter plaatse gevestigde bedrijven mogelijk is binnen het uitgangspunt van de strategie om onlogische contouren recht te trekken of wellicht iets meer, zal de komende periode moeten blijken o.a. na overleg met de provincie.
Deelconclusie De zienswijze leidt niet tot tekstuele wijzigingen in de omgevingsvisie Altena. Vanuit onderdeel 2 wordt de kaart van de bedrijventerreinen aangepast.
Ingediend op: 19 juli 2022 Algemeen 1. Het zou helpen om een samenvattende kaart met een toelichting op te nemen waarop de totaalvisie is verbeeld. Hiermee wordt het helderder wat het toekomstperspectief voor de hele gemeente is. Sowieso is het toevoegen van meer kaartbeelden verhelderend en maakt het een leesbaarder en levendiger stuk. Ook kan dit meer duidelijkheid geven in de ambities en woningbouw-en ontwikkellocaties. Er wordt namelijk in de visie nog niet aangegeven voor welke thema’s of gebieden u een programma wilt opstellen als vervolg. Antwoord: We hebben er bewust voor gekozen om een integrale, interactieve omgevingsvisie website te maken, een samenvattingskaart kan de verschillende lagen van het afwegingskader geen recht doen. Wel kijken we naar waar er verdieping mogelijk is, zoals bij de waarde cultureel erfgoed: daar voegen we een kaartlaag voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie toe. 2. Wij adviseren u om bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie voor Altena uit te gaan van het nieuwe provinciale beleid (de nieuwe omgevingsverordening). Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Waarden 3. Een nadere omschrijving is aan te raden voor de landschappelijke waarden, is nu vooral op hoofdlijnen.
Als u het landschap een meer sturende rol bij ontwikkelingen wilt laten vervullen en ook wilt weten hoe bij ontwikkelingen dat landschap versterkt kan worden, is een nadere omschrijving wel aan te raden. Ook hierbij kunnen kaarten en afbeeldingen heel versterkend werken. Antwoord: De Waarden dienen er in de omgevingsvisie juist voor om te behouden en te beschermen. Het landschap is hierin op hoofdlijnen omschreven. In het omgevingsplan werken we nader uit wat dit landschap betekent voor nieuwe ontwikkelingen. 4. Wij missen in de twee benoemde grote landschapsstructuren overigens de Nieuwe Hollandse Waterlinie als defensielandschap, dat over beide hoofdgebieden loopt. Antwoord: De rol van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de stempel op de omgeving zullen we toevoegen onder de Waarden Landschap. Ambities 5. Op sommige punten is het niet duidelijk welke ontwikkelingen bij de ambities horen. Wij vinden het bij de ambitie ‘Groenblauwe oase’ positief dat u verschillende natuurgebieden met een hoge ecologische waarde via ecologische verbindingszones wil verbinden, maar wij lezen niet welke gebieden en verbindingen u daarbij specifiek in gedachten heeft. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. We overwegen bij de uitwerking van het omgevingsplan hoe we deze ecologische verbindingszones verder kunnen specificeren. Gebieden
Kernen 6. Wel zou u als ambitie kunnen opnemen om met inbreiding of transformaties van locaties juist groen toe te voegen, bijvoorbeeld door te ontwerpen aan andere stedenbouwkundige vormen. Antwoord: Daar zijn wij het mee eens. Bij nieuwe ontwikkelingen nemen we gezondheid/duurzaamheid integraal mee in de keuzes die we maken. We overwegen bij de uitwerking van het omgevingsplan hoe we dit verder concretiseren. Natura 2000 gebieden 7. Wij zijn benieuwd hoe onderstaande uitspraken over de Natura 2000 gebieden in de visie zich verhouden tot de recente motie die de gemeenteraad heeft aangenomen met betrekking tot het stikstofbeleid. “De schil rondom de Natura 2000-gebieden betreft grotendeels landbouw waarbij we inzetten op een verduurzaming van de sector rekening houdend met de waarden in de natuurgebieden.” En “De stikstofgevoeligheid van Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente heeft invloed op wat we wel en niet kunnen toestaan aan (recreatieve) ontwikkelingen.” Antwoord: We hebben al een Programma Circulair voedselsystemen. In de omgevingsvisie blijft de gebiedsgerichte aanpak leidend. Indien daaruit nieuwe inzichten komen passen we de omgevingsvisie daarop aan. Onze ambitie blijft dat we stikstof gevoelige natuur in en rond onze gemeente beschermen door de stikstofdepositie terug te dringen. Door projecten pakken we daarin een voortrekkersrol. Buitengebied 8.
De beschrijving van het buitengebied is te beknopt. Het kan wel verstandig zijn om de globale indeling (ontwikkelingsrichting) alvast te benoemen met mogelijk een aantal kernwaarden. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Een ontwikkelingsrichting van het buitengebied zullen we in nader uitwerken in het programma (POW) Buitengebied. 9. De Veense Put wordt niet benoemd in de visie. Antwoord: Dit wordt aangepast. Onder het thema “toerisme en recreatie’ benoemen we de in voorbereiding zijnde visie voor de Veense Put. Thema’s Wonen 10. Er wordt niet concreet ingegaan op locaties, aantallen of kwaliteiten. Zowel voor inbreiding als uitbreiding is er geen programmadoelstelling opgenomen. Antwoord: Aantallen zijn opgenomen in de woondeal die gesloten is. Locaties worden afgewogen via het Programma Bebouwde Omgeving (dat nog opgesteld gaat worden). De omgevingsvisie zal periodiek worden geactualiseerd mocht er binnen de programma’s keuzes gemaakt worden die strijdig zijn met deze Omgevingsvisie 11. Er zou een standpunt in moeten genomen worden ten aanzien van het regionale woningbouwprogramma. Antwoord: Via de regionale woondeal die is gesloten wordt hier aan tegemoet gekomen.. Hierin staat ook wat onze inbreng hierin is/gaat zijn. In de woonvisie hebben we al het standpunt overgenomen vanuit de afspraken in de RIA: 3000 woningen tot 2030 en 2000
woningen tot 2040. Dit standpunt houden we ons aan vast. De ambitie van de Ria (3000 woningen tot 2030) is ook overgenomen binnen de concept ontwikkelstrategie van het SRBT ligt hoger dan de huidige provinciale prognose. In de woonvisie is hiervoor een onderbouwing opgenomen. 12. Ten zuiden van Woudrichem heeft u voorkeusrecht op een locatie gevestigd. Hier voorziet u een voornemen tot een woningbouwontwikkeling. In ambtelijke gesprekken hebben we al over deze locatie gesproken en is er aangegeven dat deze locatie voorstelbaar is voor een ontwikkeling. Wij gaan ervan uit dat u bij verdere ontwikkeling van deze locatie een diep, rond, brede afweging maakt. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 13. Het zou goed zijn om wat richtinggevende principes op te nemen, voor tiny houses in het buitengebied, om aan de voorkant naar inwoners duidelijk te maken waar initiatieven kansrijk zijn en waar niet. Antwoord: De afweging van locaties voor woningbouw waaronder tiny houses vindt plaats via de op te stellen programma’s .De omgevingsvisie geeft alleen de hoofdlijnen weer. Milieu en gezondheid 14. De meerwaarde van een stiltegebied (de Biesbosch) en specifiek dit stiltegebied wordt in de visie niet onderschreven. Antwoord: De Biesbosch als stiltegebied wordt kort benoemd onder de Natura 2000gebieden. Het belang van dit stiltegebied werken we hier verder in uit.
Ook is een verwijzing opgenomen naar het thema milieu en gezondheid. 15. De getallen die onder de figuren bij het thema milieu staan geven niet de juiste waarden (wat betreft luchtkwaliteit). Ook staat Het Schone Lucht Akkoord nergens genoemd. Wij adviseren dat u de kansen die dit akkoord biedt verkent. Antwoord: Wat betreft de cijfers voor luchtkwaliteit klopt het dat de WHO-advieswaarden van voor september 2021 nog gehanteerd zijn. Deze worden aangepast naar het aangescherpte advies. Reactie wat betreft het Schone Lucht Akkoord wordt voor kennisgeving aangenomen. We gaan dit akkoord verkennen. Klimaatadaptatie, groen en water Water als ordenend principe 16. Het is echter niet duidelijk in de visie waar de geplande woningbouw plaats gaat vinden. Het is daarmee niet duidelijk of dit mogelijk (deels) toch op laaggelegen plaatsen, in gebieden die gevoelig zijn voor overstroming of bijvoorbeeld buitendijks gebied gepland is. Antwoord: Aantallen zijn vastgesteld via de regionale woondeal. De planning en ruimtelijke keuzes voor woningbouw krijgen vorm via het Programma Bebouwde omgeving (dat nog opgesteld gaat worden). Klimaatadaptatie 17. In het stedelijk gebied zou nog wat meer nadruk op de infiltratie van water mogen liggen om verdroging tegen te gaan. We adviseren u om de gevolgen van verdroging in gehele gebied als
relevant thema te beschouwen. In het buitengebied en ook met name voor funderingen van cultureel erfgoed is verdroging een toenemend probleem. Antwoord: Hier zijn we het mee eens. We zullen in de gebieden: grote kernen en kleinere kernen ook het belang dat klimaatadaptatie heeft toevoegen. Hierbij maken we de nuance dat de gemeente Altena voor een groot deel uit kleigronden bestaan. Funderingsproblematiek door verdroging speelt hier minder dan op de zandgronden elders in Brabant. Waterveiligheid 18. In de visie staan bij het stuk ‘bescherming tegen water’ alleen de primaire keringen genoemd. De kering langs de Afgedamde Maas was dit eerst ook maar is door waterschap Rivierenland van Rijkswaterstaat overgenomen als regionale kering. Deze regionale kering langs de Afgedamde Maas heeft de hoogste veiligheidsnorm voor een regionale kering van Noord-Brabant. Dit is mede ingegeven door de economische waarden van het achterliggende gebied. We adviseren u om dit te benoemen in de visie. Antwoord: We passen de tekst aan en nemen ook de regionale kering hierin mee. 19. De tweede en derde laag van meerlaagsveiligheid kunnen nog wat verder worden uitgewerkt in de visie. De tweede laag gaat over het verminderen van schade door eventuele overstromingen zowel binnendijks als buitendijks, door keuzes te maken in de locatie van functies, de inrichting of de bouwwijze.
We adviseren u om op te nemen hoe u hier in uw gemeente mee om wilt gaan. Daarnaast adviseren we om rond waterveiligheid aandacht te hebben in de visie voor de evacuatiemogelijkheden in buitendijks gebied en voor kwetsbare groepen (derde laag). Antwoord: We passen de tekst aan en nemen de tweede en derde laag van meerlaagsveiligheid daarin mee. Zwemwater 20. We adviseren om bij de tekst over (de noodzaak van) klimaatadaptatie een verbinding te maken met de wens om (meer) verkoelingsmogelijkheden in de vorm van zwemwater voor dagrecreatie en andere mogelijkheden in de gemeente aan te bieden. Antwoord: Een toelichting hierop wordt opgenomen in de omgevingsvisie. Ontgrondingen 21. Het is te overwegen om de ontgravingen, die nodig zijn voor meer waterwinning, te combineren met zand-of kleiwinning. Wij vinden het belangrijk dat u uw verantwoordelijkheid neemt bij het vrijkomen van voldoende grondstoffen voor de bouw en adviseren hierover iets op te nemen in uw omgevingsvisie. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Bodemenergie 22. We willen u erop attent maken dat we vanwege de bescherming van de kwaliteit van het grondwater nieuwe regels voor bodemenergie hebben opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening. Wij adviseren u hier in uw omgevingsvisie concreter iets over op te nemen. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
Grondwaterbescherming 23. In de visie staat echter niets over deze zorgplicht en verantwoordelijkheid van de gemeente in de bescherming van de drinkwaterwinningen. We stellen voor deze bescherming meer nadrukkelijk te noemen in relatie tot het gebruik van de ondergrond en de inrichting van de leefomgeving ter plekke. Antwoord: Dit staat opgenomen onder de waarde Water. 24. Daarnaast stellen we voor dat de gemeente haar verantwoordelijkheid belang bij het tegengaan van verontreiniging van het (grond)water met industriële stoffen, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen benoemd. Antwoord: Dit staat opgenomen onder de waarde Water. Energietransitie 25. Net zoals andere thema’s in de visie krijgt duurzame energieopwekking wel aandacht, maar wordt het weinig concreet gemaakt. Wij adviseren u echter om niet te wachten tot het netwerk is uitgebreid maar nu al, gelijktijdig aan netversterking, naar kansrijke locaties te kijken en daarbij nauw in gesprek te blijven met Enexis. Antwoord: Door de raad is er een zonnekader vastgesteld. Dit biedt voldoende handvaten om initiatieven te onderzoeken. We overwegen bij de uitwerking van het omgevingsplan hoe we het zonnekader hierin een plek kunnen geven. Op dit moment zijn de doelstellingen vanuit de RES behaald voor zonneparken en zit er een stop op nieuwe initiatieven. 26.
Het zonnebeleid wordt in de visie niet uitgewerkt, omdat u ervoor kiest dit in een omgevingsplan te gaan doen. Wij zijn, met het oog op 2025, benieuwd naar de tijdsplanning hiervoor. Antwoord: Daar kunnen we op dit moment en in het kader van de omgevingsvisie nog geen uitspraken over doen. 27. U geeft aan dat een zorgvuldige landschappelijke inpassing noodzakelijk is. Wij onderschrijven dat ook, Belangrijk is om bij de inpassing ook aandacht te hebben denk voor de situatie die ontstaat nadat het zonnepark weer verwijderd is. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 28. In de visie wordt aangegeven om per kern kleinere zonneparken tot maximaal 6 ha te realiseren. Wij adviseren om naar de kwaliteit van de plannen te kijken en niet vooraf specifiek te maximeren. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Bereikbaarheid en mobiliteit 29. We gaan er van uit dat gemeenten rekening houden met deze gemeenschappelijke aanpak in deze RMA’s (Regionale Mobiliteitsagenda’s) en RMP’s (Regionale Mobiliteitsprogramma’s) en dat de relevante onderdelen daarvan worden vertaald in het gemeentelijk beleid van de omgevingsvisie en worden betrokken bij de uitvoering. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. De hoofdlijnen van de RMA en RMP zijn meegenomen onder het thema Bereikbaarheid.
Werk en ondernemen 30. In de ambitie Sterk in duurzaam ondernemen staat opgenomen dat ”In het kader van het mirtonderzoek voor de grote havenontwikkeling is als beslispunt opgenomen daarvoor samen met de provincie een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren voor de derde haven.” Inmiddels kunnen we aangeven dat provincie en gemeente in gesprek zijn over het vervolg van het MIRTonderzoek. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 31. U wilt aan bedrijven in het buitengebied ruimte geven om door te groeien zo lang die qua aard en schaal passen in hun omgeving. Het is goed om een beeld te hebben van die passende aard en schaal. Die wordt niet enkel ingegeven door de context van ruimte en bebouwing. Maar voornamelijk door de context van een goede ruimtelijke ordening. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Agrarische sector 32. Zoals al eerder aangegeven is niet gekwantificeerd hoeveel bedrijven er zijn en wat is de verwachte ontwikkeling van het aantal bedrijven naar de toekomst is. Zijn er bijvoorbeeld knelpunten op milieugebied, stikstof of waterkwaliteit? Ook als die er niet zijn is het ook goed om dat te noemen. Antwoord: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst.
Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. 33. Ook glas en Teelt Ondersteunende Voorzieningen (TOV) worden in de inleiding wel aangestipt, maar verder wordt er helemaal niets gezegd over de aanwezigheid en omvang binnen de gemeente, welke ontwikkeling u als wenselijk ziet en welke opgaven of kansen u ziet (bijvoorbeeld in relatie tot de energietransitie). Antwoord: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. 34. De ambitie om in 2046 een circulair voedselsysteem te hebben is interessant. Waar is dat jaartal op gebaseerd en hoe ziet zo'n systeem er op gemeentelijk niveau uit? Is een circulair voedselsysteem wel haalbaar op gemeentelijk niveau, zonder invoer van nutriënten uit andere delen van Brabant? Antwoord: Deze ambitie komt voort uit het Programma Circulair. We verwijzen u dan ook naar dit programma. 35. In de omgevingsvisie wordt enerzijds aangegeven dat er ruimere mogelijkheden gecreëerd worden voor nevenfuncties, het gebruik en functieverandering van vrijgekomen erven. Aan de andere kant wordt er aangegeven dat er voorzichtig omgegaan moet worden met nieuwe functies. Hierin lezen wij een tegenstrijdigheid.
Antwoord: In de omgevingsvisie geven we aandacht voor de waarden die bij de locatie horen. Dit houdt in dat voor elke locatie specifiek rekening gehouden wordt met deze waarden. (zie ook 8 bij zienswijze 10). Erfgoed en cultuurhistorie 36. Wij adviseren bij de erfgoedvisie en kwaliteitsatlas in ieder geval de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart te gebruiken, zodat naast het gebouwde erfgoed ook het landschappelijke erfgoed hierin meegenomen kan worden. Antwoord: De cultuurhistorische waardenkaart is opgenomen in de Leefomgevingsfoto, en niet direct opgenomen in de omgevingsvisie vanwege het detailniveau. 37. Specifiek voor het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies adviseren wij om bij de uitwerking van de erfgoedvisie en kwaliteitsatlas de ‘Handboeken Kernkwaliteiten NHW’ (die in opdracht van provincies Noord-Brabant en Gelderland en de gemeenten in het Pact van Loevestein, waaronder de voormalige gemeenten Werkendam en Woudrichem, zijn opgesteld) en de ‘Handreiking Visuele Integriteit NHW’ van het Kwaliteitsteam Hollandse Waterlinies te gebruiken. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 38. Ten aanzien van de Energietransitie in relatie tot het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies adviseren we het ‘Afwegingskader Energie’ te betrekken bij de ontwikkeling van het gemeentelijke beleid en in de RES West-Brabant.
Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Deelconclusie De zienswijze leidt tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena. De visie wordt op onderdeel 1, 4, 14, 15, 17, 18, 19, 20 en 22 aangevuld.
Ingediend op: 13 juli 2022 1. Wij adviseren u in (een bijlage bij) de omgevingsvisie een verwijzing op te nemen naar de kernwaarden veilige leefomgeving als ontwerpprincipes voor de ontwikkeling, het gebruik en bescherming van de leefomgeving. Antwoord: De kernwaarden voor een gezonde en veilige leefomgeving zijn opgenomen in de verschillende onderdelen van onze omgevingsvisie. De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. De ontwerpprincipes worden wel meegenomen in de nadere uitwerking van het omgevingsplan. 2. Wij adviseren u de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant vroegtijdig te betrekken bij de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van visie- en planvorming, vergunningverlening, toezicht en handhaving en programma’s en projectbesluit en om met gebruikmaking van onze expertise invulling te geven aan een veilige leefomgeving. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 3. Omgevingsveiligheid maak keuzes vooraf Omgevingsveiligheid is grotendeels geborgd in wet en regelgeving maar de gemeente Altena kan en moet keuzes maken of en waar Seveso bedrijven zich kunnen vestigen.
De aandachtsgebieden rondom de risicovolle bedrijven en Infrastructuur hebben een impact op de nieuw te bouwen objecten in de omgeving. In de visie kunnen vooraf keuzes worden gemaakt om deze aandachtsgebieden actief door te laten werken in de omgevingsplannen en door middel van voorschriftengebieden extra veiligheid en verbetering van de zelfredzaamheid kan worden gerealiseerd. Antwoord: Op dit moment kunnen we hier nog geen uitspraken over doen. Er zullen veel aspecten getoetst moeten worden en die aspecten worden uitgewerkt in het omgevingsplan. Er dient rekening gehouden te worden met de waarden uit de omgevingsvisie. 4. Overige risico’s Ook bij hoogspanningsmasten dient men terughoudend te zijn met bouwen van nieuwe kwetsbare objecten of objecten waar kleine kinderen verblijven. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 5. Brandveiligheid Brand is een snel escalerende vorm van fysieke bedreiging. Vervolgens gaat het om de vraag wat er gedaan kan worden om deze risico’s te beheersen. Welke fysieke, planologische of organisatorische maatregelen zijn er mogelijk en wenselijk om de risico’s te beheersen die we niet meer acceptabel vinden? Daaraan gekoppeld zit ook de vraag naar wat we van de brandbestrijding (kunnen) verwachten als het gaat om het beperken van maatschappelijke impact van branden. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
6.
Energietransitie • Energietransitie heeft betrekking op de zes onderstaande thema’s: • Kooldioxide (afvangen en opslaan van CO2); • Waterstof (gebruik als energiedrager); • Geothermie (gebruik als warmtebron); • Zon- en windenergie (opwekken van energie); • Elektrificatie (distributie en opslag van energie); • Biomassa (opwekken van energie). Voor elk van de onderwerpen geldt dat vooraf wordt onderzocht op welke wijze kan worden voorkomen dat de negatieve effecten invloed heeft op de leefomgeving. Betrek hierbij in een vroeg stadium de Veiligheidsregio Midden en West Brabant, immers de hulpdiensten dienen zich voor te kunnen bereiden en op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen die zich voltrekken door de energietransitie. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
7. Klimaatverandering Klimaatverandering en fysieke veiligheid gaan nauw samen. Als veiligheidsregio adviseren wij u in te zetten op klimaatadaptatie en klimaatmitigatie, door onder andere maatregelen te nemen gericht op CO2-reductie en op een klimaatbestendig grond- en oppervlaktewatersysteem, ruimtelijke inrichtingen grondgebruik. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 8. Verdicht wonen Stedelijke omgeving heeft invloed op veiligheid en de bestrijding van incidenten en crises. Het is dan ook van belang om veiligheid vroegtijdig in het visie-, plan- en ontwerpproces in te brengen. Graag delen wij onze expertise om u daarin te ondersteunen. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Deelconclusie De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena.
Ingediend op: 19 juli 2022 Agrarische sector 1. Het toekomstperspectief van de agrarische sector wordt beperkt tot natuur inclusief en circulair. U dient zich niet te beperken om de sector ook op andere maatschappelijke thema’s invulling te geven en een reëel verdienmodel. Antwoord: De omgevingsvisie biedt voldoende aanknopingspunten/ruimte voor de agrarische sector om aan maatschappelijke thema’s invulling te geven. Een verder uitwerking vindt plaats via het programma (POW) Buitengebied dat zal worden opgesteld. Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Uiterwaarden 2. Vruchtbare rivierkleigronden: wij vinden het te ver gaan dat in het geschetste perspectief voor de uiterwaarden er voorkeur uitgesproken wordt voor begrazing van kruidenrijkgrasland. Dit is niet realistisch gezien het huidige agrarische bedrijf en is niet overal mogelijk of economisch en ecologisch haalbaar. Wij verzoeken u dan ook om deze passage (met de genoemde voorkeuren voor het agrarische gebruik) uit de visie te schrappen. Antwoord: We hebben begrip voor uw reactie. De omgevingsvisie is gericht op de ontwikkeling van onze gemeente voor de komende twintig jaar: daarom kijken we verder dan wat er vandaag of morgen haalbaar is. We kiezen ervoor om in de uitwaarden de ambitie uit te spreken hier uiteindelijk begrazing van kruidenrijkgrasland te realiseren. We nemen uw reactie voor kennisgeving daarbij aan.
3. Cultuurhistorische waarden: wij maken als bedrijf en pachter gebruik van het Wijkerzand in Wijk en Aalburg. Wij verwachten van de gemeente dat zij het Bestuur van Wijkerzand volgen in het behoud van cultuurhistorische waarden en willen de huidige vorm van gebruik in stand houden. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 4. Waterberging: ‘De uiterwaarden behouden in de toekomst hun waterbergende functie en natuurwaarden als onderdeel van Natuurnetwerk Brabant (NNB)’. Wij vinden het vreemd dat met een goede motivatie wel buitendijks gebouwd kan worden. Verder wordt gesproken over de functie en waarden van de uiterwaarden als onderdeel van NNB. Wij gaan ervan uit dat NNB niet uitgebreid gaat worden naar agrarische gronden die nu in gebruik zijn. Er ontbreekt ook een verdere toelichting over de NNB. Antwoord: We zullen een verdere toelichting op NNB opnemen in de omgevingsvisie. De gebieden van NNB liggen vast en zullen niet worden uitgebreid. Wat betreft het buitendijks bouwen zullen we de volgende zin aanpassen: “Buitendijks bouwen van woningen staan we in principe niet toe, maar er zijn mogelijkheden om hier gemotiveerd van af te wijken.” We voegen hieraan toe dat we hier als gemeente heel terughoudend mee om gaan. 5.
Multifunctionele inzet van de uiterwaarden: de multifunctionele inzet van de uiterwaarden behelst een combinatie van waterberging, natuur en kleinschalige recreatieve mogelijkheden. Agrarisch gebruik wordt hierin niet genoemd maar is voor beheer van de uiterwaarden een belangrijke voorwaarde. Wij vragen u dit aan te passen.
Antwoord: Wij zijn het hiermee eens. Agrarisch gebruik voegen wij toe aan de multifunctionele inzet van de uiterwaarden. Deelconclusie De zienswijze leidt tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena. De visie wordt op onderdeel 4 en 5 aangevuld.
Ingediend op: 18 juli 2022 1. Het benoemen van het Uitwijkse Veld in deze omgevingsvisie zou dan ook op zijn plaats zijn, dit complex van cultuurgrienden is kenmerkend voor de streek. Het verzoek is dan ook de visie hierop aan te passen, waarbij het betreffende kaartgebruik niet zou misstaan. Antwoord: In de omgevingsvisie zullen we benoemen dat het Uitwijkse Veld behoort tot de griend- en rietcultuur. 2. De Visie stelt dat er een forse druk op het buitengebied staat vanwege o.a. de Energietransitie en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Onder het kopje Toekomst Perspectief wordt gemeld dat we hebben mee te bewegen met de voorwaarden van de overheid en wij verantwoordelijkheid dragen voor het slagen van de transitie. Zoals het er nu staat lijkt dit op een vorm van topdown-afschuifbeleid richting de actoren in ons buitengebied. Is hier dan het nodige draagvlak voor aanwezig bij de degenen op wiens bordje deze taakstelling terecht komt en realiseren boeren en buitenlui zich welke economische gevolgen de NHW op den duur kan hebben voor continuering, dus ontwikkeling van hun bedrijven, ook al zouden ze een duurzame slag maken? Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 3.
De visie stelt voorts dat het gehele platteland als belangrijk kenmerk heeft dat het een open landschap betreft, maar men kan toch niet beweren dat dit ook bij de 200 hectaren van Het Uitwijkse Veld het geval is, gezien de vele hectaren opgaand bos naast de bijhorende percelen griend. Neen, alhier is sprake van een verdicht landschap, dat dus ook als zo danig benoemd dient te worden. Dat de schootsvelden van de relatief nieuwe Hollandse Waterlinie open zouden moeten blijven, valt te begrijpen, maar dat het gehele inundatiegebied, dat bovendien nooit als zo danig is gebruikt, eveneens als open gebied zou kwalificeren, is niet correct. Het verzoek is dan ook om de visie hierop aan te passen. Antwoord: Door een nadere toelichting op het Uitwijkse Veld op te nemen (antwoord zienswijze 6 punt 1) en op de Nieuwe Hollandse Waterlinie (zienswijze 3 punt 1) geven we hier meer invulling aan. Daarnaast worden ontwikkelrichtingen voor het buitengebied in nader beleid voor het Buitengebied uitgewerkt en opgenomen in het omgevingsplan. 4. Nergens in de Visie wordt gerefereerd aan nog lopende projecten zoals de Groene Koppeling en verdere ontwikkelingen in en rond het Uitwijkse Veld. Wij verzoeken dit plan dan ook nu weer in de visie op te nemen als bestaand initiatief. Antwoord: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen.
Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de
inzichten/wensen voor de toekomst. Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. Bestaande initiatieven worden niet in de visie benoemd. 5. Bovendien wordt er in de visie niet gerept omtrent de onontbeerlijke financieringsvorm van Rood voor Groen zoals is opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening. Wij zouden graag zien dat deze regeling ook wordt opgenomen in de visie. Antwoord: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. Daarbij volstaat dat deze regeling als is opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening. Deelconclusie De zienswijze leidt tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena. De visie wordt op onderdeel 1 aangevuld.
Ingediend op: 18 juli 2022 1. TenneT verzoekt u om op een passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van de bestaande vitale infrastructuur in uw gemeente en eventuele doorwerking naar een Omgevingsplan. Deze ruimtelijke functie is niet doorvertaald op de verbeelding of interactieve kaart van de omgevingsvisie. Tennet vraagt dit te overwegen. Antwoord: De ruimtelijke functie van de bestaande vitale infrastructuur zal niet worden getoond op de interactieve kaart. De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. Wel zal dit een plek krijgen in het omgevingsplan. 2. De energietransitie en klimaatadaptatie vragen ruimte, wij verzoeken u om de voorziene uitbreidingen vanuit de RES’en (indien van toepassing) mee te nemen in de visie. Antwoord: Indien er sprake is van voorziene uitbreidingen vanuit de RES , dan passen we de omgevingsvisie daar in de toekomst op aan. 3. Kleinschalige windturbines: de gemeente is voornemens om de mogelijkheden voor kleinschalige windturbines in het buitengebied te onderzoeken.
Wij verzoeken om een beperkingengebied op te nemen ten opzichte van de aan te houden afstand tot een bovengrondse- en ondergrondse hoogspanningsverbinding en een hoogspanningsstation. Antwoord: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. De beperkingsgebieden sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. De beperkingsgebieden worden niet getoond op de interactieve kaart. Wel zal dit een plek krijgen in het omgevingsplan.
Deelconclusie De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena.
Ingediend op: 19 juli 2022 1. Gelet op de ambities die o.a. op basis van de advieswaarden van de W.H.O. worden nagestreefd gedurende de planperiode is het wenselijk dat het verhogen van bij geluidsnormeringen bij bouw- en bestemmingsplannen niet meer worden toegepast. Antwoord: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. De omgevingsvisie is niet de plaats om af te wegen dat er geen verhoging meer plaatsvindt van geluidsnormering bij bouw- en bestemmingsplannen, dit past niet bij het abstractieniveau van de visie. Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 2. Uit de opsomming van de domeinen, de ambities etc., die u beide bestuursorganen voor de komend jaren onderschrijven, is de mogelijkheid om de geluidbeperkende maatregelen (voor de A27) alsnog in het beleid op te nemen zeker aanwezig. Verwijzend naar de inhoud van de OOGV volsta ik op te merken om aandacht te hebben voor de integrale aanpak van de volgende items: • De Groen-blauwe oase uitgangspunten. • De Leefbare woonomgeving meer specifiek het “verblijfsklimaat”. • De Leefomgeving/gezond gedrag, verblijfsklimaat en groen zones. • De Milieu-aspecten zoals geluidsoverlast. • Duurzaamheid mede als potentiele oplossingsrichting. • Naleven van de ambities o.a.
door gehoor te geven aan de uitgangspunten van de WHO. • Financiering van de uitwerkingen per kern. Oplossingsrichting gericht op de kern Sleeuwijk: 3. Reserveer nu voldoende middelen, vanaf rekeningoverschot 2022 e.v.j. of anderszins, voor geluidbeperkende maatregelen langs de A27 om de kern Sleeuwijk definitief te ontlasten. 4. Kijk of de geluidbeperkende maatregelen passen in de “Groen Blauwe oase gedachte” door aankoop van gronden langs het Tracé voor aanplant van “groene” geluidswal of aanplant van specifiek lage bomen en struiken. Start alvast een onderzoek naar deze optie. 5. Onderzoek tegelijkertijd, als blijkt dat bovenstaande optie niet passend is, of en zo ja er, een geluidswal mogelijk is die betstaat uit zonneschermen en groen waardoor tevens een aantal van de beoogde doelstellingen uit de energietransitie en duurzaamheid te realiseren is. 6. Betrek RWS en eventueel andere partijen tijdig bij de potentiële oplossingsrichtingen en verzoek hen om een bijdrage of subsidie. 7. Stel vast binnen welke termijn van de aanleg van de A27 de potentiële oplossing(en) worden uitgevoerd. 8. Aanpassing van het bestemmingsplan Tracébesluit A27 gemeente Altena realiseren zodat de oplossing(en) ook (tijdig) uitvoerbaar zijn.
Antwoord 2 t/m 8: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. Wel kijken we bij de uitwerking van het omgevingsplan welke onderdelen hierbij uitwerking kunnen vinden. Eventuele geluidsbeperkende maatregelen die nu niet aan de orde zijn voor de A27 zullen niet worden opgenomen in de omgevingsvisie.
Deelconclusie De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena.
Ingediend op: 18 juli 2022 1. Wij vragen u dan ook om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen als ook te kunnen uitbreiden, als mede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. Door Cumela bedrijven niet naar een industrieterrein te verplaatsen worden mogelijke hinderlijke situaties voorkomen, zoals bijvoorbeeld onnodige verkeersbewegingen. Antwoord: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. Deelconclusie De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena.
Ingediend op: 21 juli 2022 1. In de concept-visie wordt een belangrijke constatering gemaakt in het thema "agrarische sector": "Er is een forse druk op het buitengebied en agrarische grond van andere functies met een ruimtevraag (zoals energietransitie, bedrijventerreinen, woningbouwopgave, recreatie/toerisme)". Voor ons gevoel blijft het bij deze constatering, zonder dat de gemeente uitwerkt wat de consequenties hiervan zijn en wat de gemeente zelf kan bijdragen om de gevolgen hiervan te beperken. Wij vragen u daarom terughoudend te zijn met ruimtelijke claims in het agrarisch gebied, te kijken naar multifunctioneel ruimtegebruik, en daar waar er toch gekeken moet worden naar het onttrekken van landbouwgronden altijd rekening te houden met de agrarische structuur van dat gebied. Antwoord: Wij zijn het hiermee eens en houden altijd rekening met de agrarische structuur van het gebied. Dat betekent echter niet dat we bij voorbaat andere ruimtelijke claims kunnen beperken. Multifunctioneel ruimtegebruik, nieuwe invulling geven aan vrijkomende agrarische bebouwing en nieuwe functies laten bijdragen aan de waarden in het buitengebied staan voor ons centraal. Zo is ook een en ander omschreven in de omgevingsvisie. We nemen deze reactie dan ook voor kennisgeving aan.
2. In de ambitie "groen-blauwe oase" staat letterlijk opgenomen: "groen en bomen breiden we waar mogelijk uit". Voor ons is niet duidelijk waar dit nu wordt bedoeld. Wat ons betreft kan dit nooit klakkeloos overal in het buitengebied zijn. Antwoord: Een toelichting hierop wordt opgenomen in de omgevingsvisie. De zin "groen en bomen breiden we waar mogelijk uit" vullen we als volgt aan: ‘’We werken aan het behouden, herstellen, versterken en uitbreiden van boomstructuren. Hiervoor kijken we ook naar invulling van ontbrekende schakels’’. 3. In het gebied Uiterwaarden wordt gesproken over de uiterwaarden als onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. Op dit moment zijn veel van de gronden in de uiterwaarden agrarisch in gebruik. Wij gaan ervan uit dat het Natuurnetwerk Brabant niet uitgebreid gaat worden naar gronden die momenteel agrarisch in gebruik zijn. Antwoord: De gebieden van NNB liggen vast en zullen niet worden uitgebreid. 4. Wat betreft de aanwezigheid van groen en natuur valt het ons op dat voor het beheren daarvan er niet naar de agrarische sector wordt gekeken. Maar wel naar Brabants Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.
De gemeente geeft bij de waarde natuur aan met de terreinbeherende organisaties (Brabants Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer worden expliciet genoemd) te willen samenwerken, maar er wordt met geen woord gesproken over de kansen die er liggen om met de agrarische natuurvereniging of met boeren individueel het natuur- en landschapsbeheer vorm te geven. Antwoord: Kansen voor samenwerking op het gebied van natuurbeheer met de agrarische natuurvereniging en individuele boeren wordt opgenomen. Altenatuur en Natuur- en Milieuvereniging VMB Hank zullen hierbij ook benoemd worden. 5. Wij zien dat op dit moment het verdienmodel voor Natuurinclusieve landbouw nog onvoldoende is. Anders dan bij circulaire landbouw, waar de gemeente aangeeft middels een programma toe te werken naar dit perspectief, geeft de omgevingsvisie ook niet aan hoe de gemeente ondernemers wil ondersteunen bij het vinden van een duurzaam verdienmodel. Antwoord: De opgestelde omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en is feitelijk een visie op hoofdlijnen. Aan de visie zijn geen regels verbonden, het geeft alleen de inzichten/wensen voor de toekomst. Bovenstaande sluit niet aan bij het abstractieniveau van de visie. Daarom werken we dit in het programma verder uit. 6.
Wat ons betreft dient er ook een duidelijk perspectief te zijn voor bedrijven die langs de lijn van innovatie oplossingen vinden voor milieuvraagstukken en voor bedrijven met een meer gangbare bedrijfsvoering die in kleine stapjes duurzamer of extensiever worden. Dat dit wordt weggeschreven als "wij sluiten andere vormen van landbouw niet uit" vinden wij te mager. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. De omgevingsvisie biedt voldoende ruimte/handvatten om invulling te geven aan een goed perspectief. 7. Bij het gebied "buitengebied" staat met betrekking tot zonnevelden het volgende geformuleerd: "Het inpassen van zonneparken op vruchtbare, productieve landbouwgronden, waardevolle landschappen of een weidevogelgebied gaan we in eerste instantie niet toestaan". Naar onze mening betekent dit dus dat in het complete buitengebied van de gemeente Altena in principe geen zonnevelden dienen te worden toegestaan, aangezien alle agrarische gronden hier vruchtbare en productieve gronden zijn. Echter, bij het thema "agrarische sector" staat het
volgende opgenomen: "Functies die de landbouw versterken staan we toe. Zonnevelden staan we in delen van ons buitengebied mede om die reden toe, aansluitend aan (boeren)erven." Dit lijken ogenschijnlijk tegenstrijdige passages, tenzij het alleen gaat over het toestaan van zonnevelden in combinatie met het telen van gewassen, maar de visie is daar niet duidelijk over. Antwoord: Om dit te verduidelijken is de volgende zin in de omgevingsvisie aangevuld: "Het inpassen van zonneparken op vruchtbare, productieve landbouwgronden, waardevolle landschappen of een weidevogelgebied gaan we in eerste instantie niet toestaan". De aanvulling betreft: ‘’Indien het de landbouw versterkt zijn er wel mogelijkheden voor zonnevelden, bijvoorbeeld aansluitend aan (boeren)erven’’. 8. Ook voor VAB’s en nevenactiviteiten lijken passages in de visie niet consistent met elkaar. Bij de ambitie "sterk in duurzaam ondernemen" staat voor het buitengebied het volgende opgenomen: Nieuwe functies (voorzieningen, sport, zorg, recreatie en niet-agrarische bedrijvigheid) laten we toe, ook als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf. Dit wekt de indruk van heel ruimhartig beleid wat hier opgemaakt gaat worden, waar wij vinden dat er per initiatief gebiedsgericht gekeken moet worden wat wel en wat niet kan. Niet alles kan overal.
Voor hetzelfde buitengebied, maar dan in de bouwsteen "buitengebied" blijkt dat ook de gemeente Altena de aanwezigheid van agrarische bedrijven in de directe omgeving wel wil meewegen in haar VAB beleid, blijkens de volgende passage: "Als herontwikkeling van een VAB of leegstaande boerderij niet past bij de agrarische functies in de omgeving, kan ook sloop worden geadviseerd. Ook wegen we de ontwikkelmogelijkheden voor de agrarische sector mee". Antwoord: In de omgevingsvisie geven we aandacht aan de waarden die bij de locatie horen. Dit houdt in dat voor elke locatie specifiek rekening gehouden wordt met deze waarden. (zie ook 35 bij zienswijze 3). 9. Een laatste voorbeeld betreft het gebruik van de gronden in de uiterwaarden: De ambitie "klimaatbestendig, CO2-neutraal en circulair" zegt over het gebruik van de gronden in de uiterwaarden: "In de uiterwaarden is voldoende ruimte voor water en natuur". Er wordt met geen woord gerept over agrarisch gebruik van de gronden. Hier zou ook ruimte voor dienen te zijn, iets wat de bouwsteen "uiterwaarden" zelf ook niet uitsluit: "De voorkeur ligt bij begrazing van kruidenrijke graslanden voor hooilandbeheer maar het telen van gewassen in de uiterwaarden sluiten we niet uit".
Antwoord: In de gebiedstekst Uiterwaarden passen we de volgende zin aan: ‘De voorkeur ligt bij begrazing van kruidenrijke graslanden voor hooilandbeheer maar het telen van gewassen in de uiterwaarden sluiten we niet uit.’ En wijzigen dit naar: ‘De voorkeur ligt bij begrazing van kruidenrijke graslanden voor hooilandbeheer. Het telen van gewassen in de uiterwaarden is uitgesloten, behalve waar dat nu al is toegestaan.’ 10. Het ontwerp laat zien dat de gemeente ambities heeft op onderdelen eigen beleid te gaan formuleren waar al vergaand bestaand beleid voor is. Dit geldt zowel voor het terugbrengen van de stikstofdepositie ("Stikstof gevoelige natuur in en rond onze gemeente beschermen we door de stikstofdepositie terug te dringen") als voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ("Hiervoor ontwikkelen we samen met andere partijen nieuw beleid, en nemen dit mee in de uitwerking van het omgevingsplan. Daarbij hebben we speciale aandacht voor pesticiden en het gebruik hiervan verder terugdringen"). Allereerst is het belangrijk te constateren dat de gemeente Altena zelf geen stikstofgevoelige Natura 2000 habitats binnen de gemeentegrenzen heeft. Daarnaast geldt dat voor stikstof en gewasbeschermingsmiddelen er landelijk en/of provinciaal beleid is. We vragen ons daarom af wat de meerwaarde van deze ambitie is?
Antwoord: Binnen onze gemeente ligt voor een deel het stikstofgevoelige gebied de Biesbosch. Komende periode werkt de provincie samen met alle gebiedspartners aan de gebiedsgerichte aanpak. Indien daaruit nieuwe inzichten komen passen we de omgevingsvisie daarop aan. Onze ambitie blijft dat we stikstof gevoelige natuur in en rond onze gemeente beschermen we door de stikstofdepositie terug te dringen. Door projecten pakken we daarin een voortrekkersrol. 11. In de bouwsteen "buitengebied" wordt (teelt ondersteunende) glastuinbouw benoemd. De indruk wordt gewekt dat er alleen uitbreidingsmogelijkheden zijn in de glastuinbouwconcentratiegebieden. Echter, ook voor solitaire glastuinbouwbedrijven gaan er onder voorwaarden mogelijkheden voor uitbreiding ontstaan binnen het nieuwe provinciale beleid. Wij vragen u dit ook over te nemen in de omgevingsvisie. Antwoord: Een toelichting hierop wordt opgenomen in de omgevingsvisie. Naast de uitbreidingsmogelijkheden voor de glastuinbouw zal ook de uitbreidingsmogelijkheden voor de solitaire glastuinbouw worden benoemd in de omgevingsvisie. 12. De teelt van bloemen-en planten komt overigens naar onze mening maar summier aan bod, maar ook hier spelen richting de toekomst diverse vragen om het perspectief op de locatie helder te krijgen. Antwoord: Een toelichting hierop wordt opgenomen in de omgevingsvisie onder het thema Agrarische sector.
13. Wij vinden dat prominenter onder buitengebied en onder agrarische sector vermeld dient te worden dat TOV’s nu en in de toekomst mogelijk blijven omdat ze een belangrijke rol kunnen hebben op thema’s als klimaatadaptatie, milieu en biodiversiteit. Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
Deelconclusie De zienswijze leidt tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena. De visie wordt op onderdeel 2, 4, 11 en 12 aangevuld.
Ingediend op: 21 juli 2022 1. De beschermingszone van de Afgedamde Maas dient te worden toegevoegd. Deze zone is bedoeld als hulpmiddel bij het voorkomen en beheersen van incidenten en calamiteiten. Antwoord: Deze beschermingszone wordt opgenomen in het omgevingsplan. Hoofdstuk Waarde water, toevoegen (onderstreept) 2. Beschikbaarheid van water is een randvoorwaarde voor bijvoorbeeld natuur, landbouw en drinkwater. Water kan daarnaast een ecologische en gezondheidswaarde hebben als het van goede kwaliteit is. Antwoord: Bovenstaande passage wordt overgenomen in de omgevingsvisie. 3. De gemeente heeft een zorgplicht voor schoon drinkwater binnen de gemeente. In de komende jaren moet de gemeente hier ook rekening mee gaan houden bij vergunningen, calamiteiten en ruimtelijke ontwikkelingen (zoals beschreven in thema klimaatadaptatie, groen en water en gebiedsdossier Brakel). Antwoord: Reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Thema klimaatadaptatie, groen en water 4. Tijdens extreme droogte kunnen niet al onze landbouw- en natuurgebieden worden voorzien van aanvoerwater en kan er een tekort aan kwalitatief goed oppervlaktewater ontstaan wat kan leiden tot capaciteitsproblemen voor de drinkwatervoorziening. Antwoord: Bovenstaande passage wordt overgenomen in de omgevingsvisie. 5.
Ook houden we rekening met de bescherming van en ruimte voor de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, zoals transportleidingen voor drinkwater, innamepunt Maaswater bij Brakel en de productlocatie Petrusplaat. Antwoord: Bovenstaande passage wordt overgenomen in de omgevingsvisie. Thema Milieu en Ambitie Groenblauwe oase, graag het volgende toevoegen 6. Het verzoek om aandacht te geven voor de noodzaak om de waterkwaliteit te verbeteren in het kader van een gezonde leefomgeving. Bodem, water en lucht vormen de basis van je leefomgeving (Gezonde bodem en schoon water | Atlas Leefomgeving, 2022). Denk hierbij aan het verminderen van uit- en afspoeling van onder andere bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Antwoord: Het Waterschap is primair verantwoordelijk voor het waterkwaliteitsbeheer en de zorg voor verbetering van de waterkwaliteit. Als gemeente zijn we voor de beschermingszones van grondwaterbeschermingsgebieden wel bezig met het opstellen van concrete regels die in het Omgevingsplan een plek zullen krijgen. Deelconclusie De zienswijze leidt tot wijzigingen in de omgevingsvisie Altena. De visie wordt op onderdeel 2, 4, 5 en 6 aangevuld.