Bijlage 02 Akte statutenwijziging Stichting RTV Altena bij RV Advies aanwijziging lokale omroep 2024-2028
Tekst van het document
-1-
Statutenwijziging Stichting RTV Altena 2023.1664.01/KV
Heden, dertig augustus tweeduizend drieëntwintig, verscheen voor mij, mr. Petra ter Braak - van Straten, toegevoegd notaris in het protocol van mr. Stephanus Johannes Gerardus de Kort, notaris met de plaats van vestiging Altena: de heer JAN HENDRIK VERHAGEN, geboren te Gorinchem op drieëntwintig september negentienhonderd zevenentachtig, wonende te 4254 XK Sleeuwijk, gemeente Altena, Rijksstraatweg 170, ongehuwd en niet als partner geregistreerd, handelend als bestuurder van de stichting: STICHTING RTV ALTENA, gevestigd te Hank, destijds gemeente Werkendam en thans gemeente Altena, kantoorhoudende Ippelseweg 14 te 4255 HZ Nieuwendijk, ingeschreven in het handelsregister, onder dossiernummer 18072382, hierna te noemen: 'de Stichting' en als zodanig bevoegd op grond van artikel 15 lid 4 van de statuten van de Stichting de statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. De verschenen persoon heeft mij, notaris, het volgende verklaard: INLEIDING 1. De Stichting is opgericht bij notariële akte op acht december tweeduizend drie voor mr. S.J.G. de Kort, notaris met de plaats van vestiging Altena verleden. 2. De statuten van de Stichting zijn voor het laatst gewijzigd bij notariële akte op achttien december tweeduizend zeventien verleden voor een waarnemer van genoemde notaris De Kort. 3.
Het bestuur van de Stichting heeft op negenentwintig augustus tweeduizend drieëntwintig besloten de statuten te wijzigen. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. STATUTENWIJZIGING Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging luiden de statuten met onmiddellijke ingang als volgt: STATUTEN Artikel 1 - Naam en zetel 1. De naam van de stichting is: Stichting RTV Altena. 2. De stichting is gevestigd te Nieuwendijk, gemeente Altena. Artikel 2 – Doel 1. De stichting heeft tot doel: het verzorgen van media-aanbod bestemd voor de gemeente of gemeenten waarvoor zij door het Commissariaat voor de Media als lokale publieke media-instelling is aangewezen, hierna te noemen: het verzorgingsgebied. het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht voor het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van
-2-
maatschappelijke behoeften die in het verzorgingsgebied waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; zij gebruikt haar zendtijd geheel voor een media-aanbod dat in het bijzonder betrekking heeft op het verzorgingsgebied; Binnen haar doel kan de stichting al datgene verrichten wat met dit doel in de ruimste zin verband houdt. 2. De stichting tracht haar doel te bereiken door het aanwenden van alle geoorloofde middelen, welke voor verwezenlijking van het doel der stichting bevorderlijk zijn, alsmede door alle wettige en passende middelen te baat te nemen die kunnen leiden tot het gestelde doel. 3. De stichting beoogt het algemeen nut. 4. De stichting heeft geen winstoogmerk. Artikel 3 - Begunstigers 1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de stichting financieel te steunen met een door het bestuur vast te stellen minimum bijdrage. 2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van begunstigers. 3. De rechten en plichten van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd. 4. De begunstigers zijn gehouden tot het betalen van de bijdrage, die door het bestuur is vastgesteld. 5. Begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.
Artikel 4 - Geldmiddelen De geldmiddelen der stichting bestaan uit de bijdrage van de begunstigers, uit de eventuele uitgifte van een programmablad, uit eventuele verkrijging ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen en tenslotte uit eventuele overige geoorloofde baten. Artikel 5 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie personen. Het bestuur stelt het aantal bestuurders vast. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Het bestuur kan uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aanwijzen. Eén bestuurder kan meer van deze functies vervullen. 2. De bestuurders worden benoemd door het bestuur uit één of meer voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 7. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als ook de leden van het bestuur. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen drie maanden na het ontstaan ervan, voorzien. 3. Iedere bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een bestuurder is een natuurlijk persoon;
-3-
b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen; Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders mag met een andere bestuurder een familieband hebben. Onder familieband wordt verstaan bloedof aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel. 4. Bestuurders worden benoemd voor een periode van maximaal drie jaar. Een aftredende bestuurder is onbeperkt onmiddellijk herbenoembaar. Het bestuur kan bepalen dat een eerste benoemingsperiode niet in aanmerking wordt genomen bij de toepassing van de vorige zin als die periode drie jaar is of korter is dan drie jaar. 5. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. 6. Een bestuurder verliest zijn functie: a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling verkrijgt; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de rechtbank; f. door zijn ontslag gegeven door de gezamenlijke overige bestuurders, ten minste twee in getal. g.
door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd; 7. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het bestuur, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de bestuursleden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. 8. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit het bestuur overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is het bestuur vrij in de keus. 9. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten. 10. Bij het ontstaan van één (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden (of zal het enig overblijvende bestuurslid) zo spoedig mogelijk na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van één (of meer) opvolger(s). 11. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enig overblijvend bestuurslid niettemin een wettig bestuur. 12. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige
-4-
bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast. Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door het bestuur daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de stichting of een medebestuurder geen contact met een bestuurder kan worden verkregen, met dien verstande dat het bestuur kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. Artikel 6 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming 1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. 2. De bijeenroeping van de vergadering van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden behandeld (agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend. De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. 3.
De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept. 4. Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht. Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering vertegenwoordigen. 6. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij een stemming over de benoeming van personen, dan beslist het lot. 7. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan is de betreffende
-5-
bestuurder toch bevoegd om deel te nemen aan beraadslagingen en de besluitvorming en is het bestuur bevoegd het besluit op deze wijze te nemen. Het bestuur legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen. Artikel 7 - Bestuur: leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten vergadering 1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden. 3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon.
De notulen worden nadat zij zijn vastgesteld door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend. 5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan genomen als alle bestuurders zich vóór het voorstel hebben verklaard. Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt. Artikel 8- Bestuur: taken en bevoegdheden 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere
-6-
gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. Het bestuur is wel bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt 3. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard. Artikel 9 - Bestuur: vertegenwoordiging 1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. 2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan: twee gezamenlijk handelende bestuurders; de voorzitter. 3. De in beide vorige leden van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het bestuur en bestuurders tot vertegenwoordiging van de stichting bestaat ook als tussen de stichting en een of meer bestuurders een tegenstrijdig belang bestaat. 4. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 10 – Programmabeleid bepalend orgaan 1. De stichting kent een Programmabeleid Bepalend Orgaan, hierna ook te noemen: pbo.
Het pbo is een onafhankelijk orgaan, dat met uitzondering van ieder ander orgaan het programmabeleid bepaalt. Het pbo is samengesteld aan de hand van de eisen van het Commissariaat voor de Media. 2. Het pbo heeft tot taak: a. het bepalen van het media-aanbod beleid, rekening houdend met de mediawet; b. het controleren of het door hen vastgestelde beleid voor het media aanbod wordt uitgevoerd; c. het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd aan het bestuur; d. het jaarlijks rapporteren over de uitvoering van het door hen vastgestelde media-aanbod beleid. 3. Het aantal leden, tenminste vijf, wordt door de pbo, met inachtneming van lid 1 vastgesteld. 4. De pbo wijst uit haar midden een voorzitter aan. Zij kan een vervanger aanwijzen. 5. De vergaderingen van de pbo worden bijgewoond door een lid van het bestuur. Deze heeft een adviserende stem. Vergaderingen dienen ten minste drie maal per jaar plaats te vinden. 6. De leden van de pbo worden op bindende voordracht van het bestuur conform 2.
-7-
artikel 10 lid 1 van de omroepinstelling benoemd. De bindende voordracht dient binnen zes maanden na het ontstaan van een of meer vacatures door het bestuur aan Burgemeester en Wethouders te worden voorgelegd. 7. Is geen voordracht opgemaakt, dan is de pbo vrij in de keus. 8. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten. 9. Het is toegestaan de leden op persoonlijke titel te benoemen. Leden die afgevaardigd zijn door een organisatie of instelling (representatieve leden) vormen een ruime meerderheid ten opzichte van leden op persoonlijke titel. 10. Bij het ontstaan van één (of meer) vacature(s) in de pbo, zullen de overblijvende pbo-leden (of zal het enig overblijvende pbo-lid) binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van één (of meer) opvolger(s) op voordracht van het bestuur. 11. Mocht(en) in de pbo om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende pbo-leden, of vormt het enige overblijvende pbo-lid niettemin een wettige pbo. 12. Het bestuur kan besluiten een ontstane vacature niet opnieuw in te vullen wanneer wordt voldaan aan de wettelijke minimumeisen van het pbo. Artikel 11 – Einde lidmaatschap pbo 1. Het lidmaatschap van de pbo eindigt: a. indien het lid van de pbo heeft opgehouden vertegenwoordiger te zijn van een stroming; b. door bedanken; c.
door overlijden. 2. Elk lid van de pbo wordt voor een periode van vijf jaar benoemd, volgens een door de pbo op te maken rooster van aftreding. 3. De aftredende is terstond herbenoembaar voor éénmaal de maximale benoemingstermijn. Artikel 12 - Programmaleiding 1. De stichting kent een programmaleiding, bestaande uit een door het bestuur te bepalen aantal medewerkers, belast met de leiding over de taken die door het bestuur zijn toegekend. 2. Taakomschrijving en nadere regels worden vastgesteld door het bestuur. 3. Het bestuur kan te allen tijde besluiten de taakomschrijving en nadere regels met directe ingang te wijzigen. 4. Voor alle inhoud, werkzaamheden en taken is de programmaleiding verantwoordelijk en jegens het bestuur verantwoording verschuldigd. 5. Het bestuur kan de programmaleiding, of een deel daarvan, in de uitoefening van zijn of haar functie voor onbepaalde tijd schorsen of met directe ingang ontslaan. Artikel 13 - Boekjaar; verslaggeving 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
-8-
2.
Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te stellen. De penningmeester zendt deze stukken vóór het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn aan alle bestuurders. Het bestuur maakt een jaarrekening en een bestuursverslag op als bedoeld in artikel 2:300 Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval legt het bestuur een exemplaar daarvan voor het bestuur ter inzage op het kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens. 3. Het bestuur kan, voordat tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten wordt overgegaan, deze stukken laten onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de stukken. 4. De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt vastgesteld door het bestuur binnen een maand na het opmaken van de stukken als bedoeld in lid 2. De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders. Als een handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken vermeld. 5.
De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met ten hoogste vier maanden op grond van bijzondere omstandigheden. 6. Het pbo stelt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid vast 7. Het bestuur stelt een beleidsplan vast en actualiseert dit beleidsplan periodiek. Het beleidsplan geeft inzicht in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan. 8. De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld. 9. Na vaststelling kan door een ieder kennis worden genomen van het jaarverslag, de rapportage van het pbo en de jaarstukken. 10. Het bestuur is verplicht bescheiden als bedoeld in lid 4 tien jaar lang te bewaren. Artikel 14 - Reglementen 1. Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die het bestuur nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten of de wet. Het bestuur kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. 2. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop
-9-
het van kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit werd genomen. Artikel 15 - Statutenwijziging 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. 2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Is in de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is het vereiste aantal bestuurders niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan na die vergadering een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering. In de nieuwe vergadering kan het besluit tot statutenwijziging worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. 3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat bij de oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te laten verlijden. Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden. Artikel 16 - Fusie; splitsing; omzetting Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet. Artikel 17 - Ontbinding en vereffening 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 15, leden 2 en 3 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel batig saldo. Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling. 3. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen. BIJLAGEN Aan deze akte is het volgende stuk vastgemaakt:
- 10 -
notulen vergadering bestuur. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van deze akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. Ook is gewezen op de gevolgen die voor de verschenen persoon uit de inhoud van deze akte voortvloeien. De verschenen persoon heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van deze akte het ontwerp van deze akte te hebben ontvangen, van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met de inhoud daarvan in te stemmen. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte te Rijswijk, gemeente Altena, op de datum in het hoofd van deze akte vermeld door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris, ondertekend om twaalf uur en drie minuten. (Volgt handtekening) VOOR AFSCHRIFT
*