Beantwoording vragen over WRP - Altenaronde 3-9-2024
Tekst van het document
Raad gemeente Altena
Claudia Schipper - Heijmans 6 september 2024 Beantwoording technische vragen WRP: Altenaronde 3-9-2024
Wat is het effect van een storting vanuit de algemene reserve in de voorziening egalisatie riolering op de tarieven? Kan dit uitgerekend worden voor een eenmalige storting van € 1 mio, € 2 mio, € 3 mio, € 4 mio en € 5 mio? Onderstaande tabellen geven weer wat het effect is van een storting vanuit de algemene reserve in de voorziening riolering. Per jaar is weergegeven wat het effect is op de mogelijke stijgingspercentages voor de rioolheffing en wat de stand van de voorziening is, afgerond op hele duizendtallen. Tabel 1 Storting in voorziening in relatie tot rioolheffingstarieven
Storting in voorziening Jaar 2025 2026 2027 2028
€ 1.000.000 Perc. 12% 12% 6% 5%
Tarief €268,57 €300,80 €318,85 €334,79
€ 2.000.000 Perc. 10% 10% 6% 5%
Tarief €263,78 €290,16 €307,57 €322,94
€ 3.000.000 Perc. 8% 8% 6% 5%
Tarief €258,98 €279,70 €296,48 €311,31
€ 4.000.000 Perc. 6,5% 6% 5% 5%
Tarief €255,39 €270,71 €284,24 €298,46
€ 5.000.000 Perc. 5% 4% 4% 4%
Tarief €251,79 €261,86 €272,33 €283,23
Tabel 2 Verloop stand van de voorziening bij stortingen uit algemene reserve
Storting in voorziening
€ 1.000.000
€ 2.000.000
€ 3.000.000
€ 4.000.000
€ 5.000.000
Jaar 2024 € 2.782.000
€ 3.782.000
€ 4.782.000
€ 5.782.000
€ 6.782.000
2025 € 1.538.000
€ 2.418.000
€ 3.298.000
€ 4.208.000
€ 5.118.000
2026 € 975.000
€ 1.586.000
€ 2.202.000
€ 2.885.000
€ 3.571.000
2027 € 835.000
€ 1.158.000
€ 1.491.000
€ 1.862.000
€ 2.244.000
2028 € 1.003.000
€ 1.021.000
€ 1.054.000
€ 1.094.000
€ 1.084.000
1
En kan dan voor elke variant het meerjarig effect aangegeven worden en de evt (structurele) gevolgen voor de begroting? Op zichzelf heeft een onttrekking uit de algemene reserve en storting daarvan in de voorziening riolering geen direct effect op het begrotingssaldo. Het product riolering is een gesloten systeem. De stand van de algemene reserve daalt. De stand van de voorziening stijgt. Een storting in de voorziening riolering biedt de mogelijkheid de stijging van de rioolheffing te dempen. Een storting van middelen vanuit de algemene reserve in de voorziening riolering heeft wel een negatief effect op de gemeentelijke solvabiliteit (verhouding vreemd vermogen / eigen vermogen). De voorziening riolering is vreemd vermogen en de algemene reserve is eigen vermogen. Voor een goed beeld van de bestedingsruimte binnen de algemene reserve is het van belang dat de omvang van onze risicopositie nauwkeuriger bepaald wordt. De algemene reserve dient ook voor het opvangen van eventuele tegenvallers bij de jaarrekening. Met het oog op de toekomstige financiële situatie is het waarschijnlijk dat hiervoor aanspraak gemaakt moet worden op de algemene reserve. Voor de vrij besteedbare ruimte zijn mogelijk in de toekomst meer onderwerpen die een beroep kunnen gaan doen op de algemene reserve.
Hoe vaak heeft het college gebieden aangewezen voor het verplicht afkoppelen van hemelwater? Het college heeft, sinds de inwerkingtreding van de Verordening Riolering Altena in 2019, geen gebieden aangewezen waar het afkoppelen van hemelwater van het gemengde riool verplicht werd.
Kunt u een nadere specificatie geven van de exploitatiekosten? De exploitatie voor de reguliere beheer- en onderhoudswerkzaamheden, de investeringsvolumes en de geraamde kosten voor planvorming en onderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het WRP. De beheer- en onderhoudswerkzaamheden zijn opgenomen in lopende bestekken of vastgelegd met losse opdrachten. De onderhoudsfrequentie van de assets is opgenomen in hoofdstuk 2 van het WRP. De investeringsprojecten worden jaarlijks integraal opgenomen in het Jaarplan Openbare Ruimte (JOR). Dit gebeurt in afstemming met geplande werkzaamheden van de andere disciplines in de openbare ruimte, zoals wegen en groen. Voor de planvormings- en onderzoeksprojecten is in het WRP aangegeven in welk jaar deze projecten worden opgestart. Hierbij is rekening gehouden met de haalbaarheid, de chronologische volgordelijkheid en de onderlinge samenhang tussen projecten, die noodzakelijk is om invulling te geven aan de projecten. Na vaststelling van het WRP worden de projectopdrachten en uitvragen opgesteld. Op basis hiervan kunnen vervolgens meer gedetailleerdere planningen gemaakt worden. Een gedetailleerder beeld dan nu opgenomen in het WRP, kunnen we daarom nog niet bieden.
2
M.b.t. Strategie hemelwater (p18-22) In geval inundatie van het landelijk gebied nodig is: Welke maatregelen zijn getroffen om schade landelijk gebied te voorkomen? Hoe worden betrokkenen in het buitengebied hierover geïnformeerd vooraf en in geval dit aan de hand is? Wat is de procedure in geval vervuild water wordt uitgespoeld over gewas en bodem. Zijn hiervoor calamiteitenreserves beschikbaar? Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteitsbeheer en de communicatie hieromtrent. In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) zijn normen opgenomen die per type grondgebruik aangeven welke kans op inundatie vanuit het oppervlaktewater acceptabel is. Het waterschap voert regelmatig doorrekeningen uit waarmee de “robuustheid” van het watersysteem wordt onderzocht. Dit is de zogenaamde NBW-toetsing. Hieruit volgt mogelijk een uitvoeringsprogramma waarin maatregelen worden opgenomen om schade zoveel als mogelijk te voorkomen, bijvoorbeeld door het vergroten van duikers. Wanneer de gemeente water-gerelateerde meldingen ontvangt uit het buitengebied, treden we in contact met het waterschap. M.b.t. Zorgplicht grondwater (p 13) wordt verwezen naar de Droogteagenda 2040 voor Brabant.
Is u bekend of hierin voldoende rekening wordt gehouden met voor Altena gebied specifieke zaken (grondsoort, aanwezigheid grote rivieren, etc.) ten opzichte van andere Brabantse regio’s? De droogteagenda betreft een opgave voor geheel Brabant. Eén van de doelen uit de droogteagenda is bijvoorbeeld het aanvullen van ons grondwater met 150 miljoen m3 water. Aan deze doelstelling kunnen wij als Altena, gezien de grondslag, geen of een minimale bijdrage leveren. Als Altena hebben wij daarom aan de droogteagenda toegevoegd dat maatregelen “mits doelmatig” worden uitgevoerd. P18. Voorkomen van of aangepast bouwen op kwetsbare locaties (mbt bijv. grondwater/kwelwater schade in kruipruimtes): wordt historische kennis van plangebieden hierin voldoende meegenomen? Zoja; hoe? Bij ruimtelijke ontwikkelingen, met name op kwetsbare locaties, wordt historische kennis van het plangebied zorgvuldig meegenomen. Naast de bodemkaart, geomorfologische kaart en kwelkansenkaart raadplegen we ook historische bronnen zoals oude topografische kaarten en registraties van eerdere meldingen in het plangebied en de directe omgeving. Bovendien kunnen we binnen de gemeente rekenen op de expertise van collega’s met diepgaande kennis van het gebied, met name op het gebied van waterhuishouding.
3
Gemeentelijk beleid is gericht op omvorming naar meer ecologisch beheer van watergangen en oevers (p22/p28) ; welke consequenties heeft dat voor de opvang en doorstroom? (verwijzing naar de Kleine Beerze, Oost Brabant). natuurvriendelijke oevers= minder doorstroom, eerder overstroom) Bij het beheer- en onderhoud van onze watergangen houden wij ons aan de regels van het waterschap. In de waterschapsverordening zijn de normen vastgelegd die moeten worden gehanteerd voor het onderhoud van watergangen. Waar dit qua ruimte kan, passen we het maaibeleid van oevers aan. Op deze locaties wordt minder intensief gemaaid, om de natuur de kans te geven. Wanneer de ruimte te beperkt is, of een watergang van groot belang is voor de aan- en afvoer voor water, wordt intensiever gemaaid. Waar ecologisch wordt beheerd, zorgen we ervoor dat belangrijke civiele kunstwerken, zoals duikers, vrij blijven van vegetatie. Hiermee blijft de doorstroming gegarandeerd. De watergangen worden jaarlijks gecontroleerd (de schouw) door het waterschap om de doorstroom van de watergangen te borgen. P29 In de klimaatadaptatiestrategie is vastgelegd dat er zo min mogelijk gebiedsvreemd water uit Maas of Merwede wordt ingelaten.
In geval dit nodig is; is de waterkwaliteit bij inname bekend? Is dit een vast en openbaar onderdeel in de beschikbare data? Het waterschap is, als waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheerder, verantwoordelijk voor het inen uitlaten van water van en naar de rivier. Het waterschap monitort de kwaliteit van het oppervlaktewater in algemene zin. De openbaar beschikbare waterkwaliteitsinformatie van Waterschap Rivierenland is hier te raadplegen. Hoe worden burgers betrokken bij de uitvoering en bewustwording van het WRP op gebied van hemelwaterberging bij de bouw van nieuwe woningen, preventie op gebied van afvalwater (o.a. medicijnen), en grondwater (bouwvoorschriften etc.)? (enkele voorbeelden op p7 betreffen hemelwateropvang) We proberen water steeds meer zichtbaar te maken, bijvoorbeeld door hemelwater waar mogelijk bovengronds af te voeren. Er zijn geregeld acties, zoals het NK-tegelwippen, waarmee inwoners worden geïnformeerd over mogelijkheden om hun tuin klimaatbestendiger te maken. In onze communicatie over ruimtelijke projecten richting inwoners, leggen we uit waarom en hoe we klimaatadaptieve maatregelen nemen. Daarnaast blijven we alert op kansen om actief richting inwoners en bedrijven te communiceren en zo te werken aan bewustwording.
Ook maken we in de komende planperiode inzichtelijk wat het effect is van het bergen van hemelwater op eigen terrein door onze inwoners, om hierna een goede (doelmatige) afweging te kunnen maken tussen het bergen van hemelwater op eigen terrein of in openbaar gebied.
4
Worden er duurzame oplossingen overwogen voor waterbeheer/ opvang hemelwater zoals groen daken, waterdoorlatende bestrating in parkeervakken zoals uitgevoerd in Sleeuwijk en Hank? Dergelijke maatregelen worden zeker bekeken. Al brengen dit soort maatregelen ook beperkingen met zich mee. De instandhouding van de maatregel richting de toekomst, de handhaafbaarheid en het bewaken van het functioneren hiervan zijn daarbij punten van aandacht.
Er is gewerkt met een Waterbergingsbank t.b.v. afkoop van de waterbergingsverplichting; kunt u iets zeggen over de ervaringen hiermee? Wat is ingebracht, wat is met het ingebrachte geld gerealiseerd? Is daarbij sprak van voorwaarden aan uitvoering (bijv. binnen bepaald aantal km van het object)? Het instrument ‘waterbergingsbank’ is in het verleden toegepast om de watercompensatie op te lossen voor ruimtelijke ontwikkelingen waar deze opgave moeilijk in te vullen bleek. In plaats van een fysieke watercompensatie, wordt er door de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling geld betaald aan de gemeente. De gemeente realiseert hiermee op een later moment deze watercompensatie op een passende locatie. Hierbij wordt gestreefd naar compensatie van hemelwater in hetzelfde peilgebied als waar de watercompensatie oorspronkelijk benodigd is. In de voormalige gemeente Aalburg is voor een beperkt aantal plannen de watercompensatie afgekocht. Er is tot op heden nog geen geschikte locatie gevonden voor deze compensatie, maar we blijven alert op kansen om deze te realiseren. Onze ervaring is dat dit instrument alleen in goed overleg met het waterschap kan worden ingezet en dat hiervoor een heldere administratie gevoerd moet worden. Op locaties waar het kon, is er meer oppervlaktewater gegraven dan nodig was voor de vereiste watercompensatie.
Dit extra oppervlaktewater wordt ingezet als waterbergingsbank voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Bij Waterfront de Veene is ruim 32.000 m³ extra waterberging gegraven. Deze extra waterberging mag worden gebruikt voor het verlies van berging bij ontwikkelingen binnen het waterbergend gebied van de Afgedamde Maas. Bij de aanleg van het wandelpark in Eethen is nieuw water gegraven met een overcompensatie ter grootte van ruim 1.800 m2 die conform de watervergunning voor 5 jaar (tot juli 2026) kan worden benut voor hetzelfde peilgebied. Ook is extra watercompensatie gerealiseerd door de ontgraving van de Cloppenwaard en door het afgraven van het watertalud in de Beatrixhaven. Een gedeelte van de compensatie is destijds in 2014 voor diverse ontwikkelingen benut.
Wadi’s zijn en worden meer een onderdeel van hemelwaterberging. Is er in het kader van een gezonde en veilige leefomgeving een ongediertebestrijdingsplan voor wadi’s? (denk aan muggen, ratten en andere overlastdieren etc. p. 34) Er is geen ongediertebestrijdingsplan voor de gemeentelijke wadi’s. Momenteel ontvangen wij geen meldingen van ongedierteoverlast nabij deze wadi’s.
5
Innovatie (m.n. op gebied van riothermie en aquatermie) heeft in het WRP geen prioriteit. Toch liggen er veel kansen op gebied van innovatie op het thema water, ook in Altena. Is er voor ondernemers en particulieren die zich hiervoor willen inzetten experimenteerruimte, en zoja; hoe ziet dat er uit? (p. 35) Zoals in het WRP is beschreven, brengen wij waar nodig en mogelijk onze (gebieds)kennis in bij initiatieven voor innovaties van anderen. Wij zien innovatie als iets positiefs, maar hier ligt niet onze prioriteit voor de komende planperiode. Wat zijn of kunnen de gevolgen zijn van natuurlijker waterpeilbeheer? Bij natuurlijk peilbeheer volgt het waterpeil zoveel mogelijk het natuurlijke seizoensverloop door het vasthouden van grondwater middels een hoog peil in het voorjaar. Het winterpeil zal daarbij hoger zijn dan het zomerpeil, hetgeen nu niet het geval is. Gedurende de zomer zakt het water uit en verdampt onder andere via het gewas. Door een natuurlijker peilbeheer hoeft er onder andere minder gebiedsvreemd water te worden ingelaten en blijft de gemiddelde grondwaterstand hoger.
6