BASDA - advies Woonvisie
Tekst van het document
Het college van B&W van de gemeente Altena
Almkerk, 11 juni 2021
Betreft: Woonvisie 2021-2025
Geacht college,
Met belangstelling hebben wij de (concept) Woonvisie 2021-2025 gelezen. Een product waar wij middels deelname aan de woonlabs en bij de consultatieronde betrokken waren. Nu dit heeft geleid tot het voorliggende concept willen wij hier graag nog enkele opmerkingen bij plaatsen. De Woonvisie kent een drietal benaderingen kwantitatief (hoeveel woningen /mensen, huishoudens) kwalitatief (soorten/doelgroepen en fysieke kwaliteiten) en territoriaal (spreiding en de [vitale]woonkernen). De laatste benadering heeft het gevaar dat de neiging ontstaat om overal alles te willen en iedere woonkern naar een gemiddelde te brengen. Dat zou onvoldoende recht doen aan de eigenheid van de te onderscheiden kernen. Wij willen en voor pleiten dat het eigen karakter van de kernen wat scherper in beeld wordt gebracht en meer verder uitbebouwd. “Dorpsbranding” om de marketingterm te gebruiken. Accentueer karaktereigenschappen door ze middels de woonvisie te versterken. Durf te benoemen dat een kern door zijn karakter aantrekkelijker is voor bepaalde doelgroepen en richt daar het beleid op. Grotere kernen met voorzieningen zijn nou een maal geschikter voor mensen die minder mobiel zijn en/of een zorgvraag hebben of zullen gaan krijgen. De Woonvisie kan slechts voor een beperkt deel antwoord geven op de urgente vragen voor de korte termijn, maar is daarvoor wel richtinggevend.
De vraag naar wonen gericht op mensen met zorgvraag wordt naar ons beeld te laag ingeschat. Te weinig is rekening gehouden met de nu nog verborgen vraag en de “achterstand” die er is als we scherper inzoomen op de bestaande wachtlijsten. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt bijvoorbeeld minder een zaak van de centrumgemeente (Breda). Met deze ontwikkeling is in de visie rekening gehouden. Maar wij hebben onze twijfels of de wachtlijsten voldoende zijn meegenomen. Misschien voor de toekomstige ontwikkeling voldoende, maar te weinig om de bestaande “achterstanden” in te lopen.
“In een visie kun je niet wonen” (vrij naar Jan Schaeffer). Het gaat om de realisatie! Wij zijn uitermate benieuwd naar de uitvoeringsagenda voor de komende jaren. Niet alles kan immers en zeker niet tegelijk. Daarin moeten prioriteiten worden gesteld en keuzes gemaakt. Wij pleiten er voor om de uitvoeringsagenda heel “meetbaar” te maken en halverwege de werkingsduur van de Woonvisie [2023] een soort tussenbalans op te maken door middel van een analyse van de resultaten op dat moment. Bijsturen of accentverlegging moet dan mogelijk zijn zonder onmiddellijk te spreken over aanpassen van de visie. De voorgestelde monitoring zou daar een rol in kunnen spelen, maar onze indruk is dat die vooral op de bouwproductie is gericht. Een punt van zorg is dan de ambtelijke capaciteit. In de praktijk zien we dat door gebrek aan capaciteit initiatieven niet of te laat van de grond komen. Inwoners en initiatiefnemers ervaren de lokale overheid vaak eerder als rem dan als motor. Deze Woonvisie moet gebruikt kunnen worden als motor. Van groot belang is de wijze van betrokkenheid van verschillende maatschappelijke partners.
Wij hechten er aan dat de gemeente vanuit haar publieke verantwoordelijkheid haar regiefunctie vorm geeft maar in de beleidsontwikkeling en uitvoering samen op trekt maatschappelijke partners zoals woningcorporaties (prestatieafspraken) en zorg- en welzijnsorganisaties (platform WWZ). De woonconsumenten (huurdersorganisaties en bijv. seniorenplatform) dienen daarin ook hun plek te hebben. Maar vanuit de regiefunctie moet de gemeente ook juist “de markt”/ “de samenleving” z’n werk laten doen en initiatieven die aansluiten bij de Woonvisie faciliteren. Samenvattend ondersteunen wij de hoofdlijnen zoals geformuleerd in de Woonvisie die niet uitsluitend uit gaat van “stenen stapelen” en nieuwbouwproductie maar de mensen centraal stelt. Wij maken ons zorgen over de vraag hoe de urgente korte termijn problemen worden aangepakt. Om die reden willen wij graag betrokken blijven bij de uitvoeringsagenda en de monitoring / evaluatie gedurende de werkingsperiode van deze visie.
Namens de BASDA, Henk Schouwenaars voorzitter
Marjolijn Berendsen lid
Jan Spuijbroek lid