Agressieprotocol gemeenteraad Altena 2025
Tekst van het document
1
Voor raads- en burgerleden is het van belang dat zij de vrijheid voelen zich uit te kunnen spreken, om op een goede manier hun publieke taak uit te kunnen voeren. Raads- en burgerleden kunnen, zowel in de uitvoering van hun publieke taak als in privé settingen, in aanraking komen met norm overschrijdend gedrag dat samenhangt met hun publieke functie. Dit kan in algemene zin gerelateerd zijn aan de uitvoering van hun publieke taak, maar ook aan het feit dat je als raads- en burgerlid goed zichtbaar en benaderbaar bent in de gemeente. Denk bij norm overschrijdend gedrag aan bijvoorbeeld belediging, intimidatie, bedreigingen, stalken of vernieling. Er kan niet alleen sprake zijn van norm overschrijdend gedrag vanuit inwoners, er kan ook sprake van zijn intimidatie tussen raads- en burgerleden. Norm overschrijdend gedrag heeft invloed op het raads- of burgerlid dat ermee te maken krijgt, maar ook op de omgeving. Het kan ertoe leiden dat raadsen burgerleden minder werkplezier ervaren en zich niet meer vrij voelen om zich uit te spreken. Dit beïnvloedt ook de besluitvormingen raakt hiermee aan de integriteit van het openbaar bestuur. Hierdoor is het van belang een gezamenlijke norm te stellen, die norm na te leven en naar elkaar om te zien wanneer deze norm wordt overschreden. Dit is het doel van dit agressieprotocol.
Dit agressieprotocol begint hieronder met de gestelde norm en met de te hanteren grens tussen emotie en agressie. Er wordt daarna nog aandacht gevraagd voor de positie van de vrouw. Vervolgens worden de preventieve maatregelen, handelingsperspectief tijdens een incident, handelingsproces na een incident, nazorg en communicatie verwoord. Tot slot zijn een aantal bijlagen ingevoegd. Hierin staat een tabel die de grens tussen emotie en agressie nogmaals inzichtelijk maakt. Ook is er een proceskaart inzichtelijk gemaakt waarin het handelingsperspectief voor tijdens een incident en de handelingsprocedure voor na een incident kort en krachtig in kaart is gebracht. Op het eind van de bijlage is het agressieregistratieformulier te vinden.
2
We willen als gemeenteraad toegankelijk en benaderbaar zijn, maar we willen wel een gedragsnorm hanteren. Onze norm, en die geldt ook voor de gemeentelijke organisatie, is “Agressief of gewelddadig gedrag tegen ambtenaren, bestuurders en politici wordt nooit getolereerd, agressie accepteren we niet!”. Deze normen staan centraal in dit agressieprotocol. Onder agressief en gewelddadig gedrag verstaan we in dit protocol al het gedrag dat direct op het raads- of burgerlid is gericht. Agressie kan voortkomen uit frustratie, uit de wens om een doel te behalen of uit een psychische stoornis. Gedrag kan nog gericht zijn op de inwoner zelf, op de eigen situatie of algemeen gericht zijn op regels, beleid en/of bestuurlijk orgaan. Hierbij is sprake van emotioneel gedrag. Vanaf het moment dat het gedrag gericht is op het raad- of burgerlid, er sprake is van (non) verbaal dreigen met geweld, intimidatie of fysieke handelingen, spreken we van agressie. Voor een schematisch overzicht van deze vormen van emotie en agressie zie bijlage 1. In bijlage 2 zijn ook de bijhorende handelingsperspectieven schematisch inzichtelijk gemaakt. Ongeacht met welke vorm van norm overschrijdend gedrag een raads- of burgerlid te maken krijgt, incidenten worden altijd gemeld. Ook als je er als persoon geen last van hebt of denkt te hebben.
Agressief gedrag wordt niet geaccepteerd en doordat agressie een subjectief begrip blijft en ieder raadsen burgerlid agressie toch anders kan ervaren, is het van belang melden te stimuleren. Hierdoor ontstaat er een beter zicht op de omvang van agressief gedrag en kan er beter worden gehandhaafd naar de daders. Burgemeester, wethouders en ambtenaren kunnen ook te maken hebben met norm overschrijdend gedrag. De norm die hierboven is gesteld is ook de norm die in het Agressiehandboek voor de ambtelijke organisatie is gesteld en wordt ook de lijn in het protocol voor burgemeester en wethouders. We willen samen één norm handhaven en naleven. Wel zijn er verschillen in de uitvoering van de publieke taken en hierdoor verschillen in handelingsperspectief. Hierdoor is ervoor gekozen een apart protocol op te stellen voor de gemeenteraad.
Uit onderzoek blijkt dat vrouwelijke politici vaker in aanraking komen met agressief gedrag dan mannen en ook dat ervaringen met agressie door vrouwelijke raads- en burgerleden anders ervaren kan worden dan door mannen. Het is belangrijk dit met elkaar te erkennen en herkennen, zodat je elkaar beter kunt ondersteunen en helpen door aandacht te hebben voor de mogelijke verschillen in de beleving en benadering van norm overschrijdend gedrag.
3
Probeer in eerste instantie om norm overschrijdend gedrag te voorkomen. Denk aan: Omgangsvormen binnen de raad Trainingen Voortdurend aandacht voor het thema, d.m.v. agendering Maatregelen rondom vergaderingen
Door zelf als gemeenteraad op een respectvolle manier met elkaar om te gaan zoals in de Altenacode staat omschreven, kan dit bijdragen aan het voorkomen van agressief of intimiderend gedrag van anderen. Op deze manier kunnen de gedragsvormen die door de raad als normaal worden geacht, ook een positieve invloed hebben op de inwoners.
Het is waardevol om de bewustwording rondom agressief gedrag onder de raadsleden te vergroten en hier samen bij stil te staan. Dit kan door gezamenlijk deel te nemen aan bijvoorbeeld beeldvormende sessies, bewustwordingstrainingen of andere manieren waarbij ervaringen en dilemma’s met elkaar gedeeld worden. In het inwerkprogramma voor raads- en burgerleden zal een eerste bewustwording sessie georganiseerd worden om met elkaar het gesprek over het thema te stimuleren. Op deze manier staat het vanaf het begin van de raadsperiode bij alle raads- en burgerleden op hun netvlies, maar is ook de drempel om het gesprek hierover te hebben verlaagd. Er kan ook extra aandacht zijn voor bepaalde thema’s of trainingen en gesprekken voor specifieke doelgroepen.
Het thema agressie wordt net zoals het thema integriteit met regelmaat op de agenda van het presidium gezet. Hierdoor kan over lopende casussen (wanneer deze er zijn) worden geïnformeerd en/of kunnen komende gevoelige onderwerpen die staan geagendeerd voor vergaderingen worden besproken. Op deze manier wordt er een inschatting gemaakt of er potentieel kans is op risico’s rondom agressie en of er nodige maatregelen moeten worden genomen. Ook kan elke fractievoorzitter het thema agressie met regelmaat in de fractievergadering aan de orde stellen.
4
Bij het vaststellen van de vergaderagenda’s wordt door het presidium beoordeeld of er onderwerpen geagendeerd zijn die het treffen van maatregelen vooraf nodig maken. In die gevallen worden door de griffie vooraf maatregelen getroffen om de veiligheid van aanwezige raads- en burgerleden, bestuurders en ambtenaren te waarborgen. Hiervoor is een draaiboek beschikbaar. Daarnaast is het wenselijk fysieke maatregelen te nemen om de raadszaal of andere vergaderlocaties van de raad veilig(er) te maken. Denk hierbij aan het realiseren van een fysieke belemmering tussen de raadsleden en het publiek, mogelijkheden voor publiek om vooraf of achteraf raadsleden ter benaderen, etc. Bij het ontwerp van een nieuwe raadszaal en commissiezaal wordt hiermee rekening gehouden. Ook kan overwogen worden om structureel organisatorische maatregelen te treffen, zoals de aanwezigheid van een professionele beveiliger in het gebouw tijdens (grotere) bijeenkomsten of wanneer er een gevoelig onderwerp staat geagendeerd.
5
1. Eigen veiligheid staat voorop, bel 112 wanneer er nood is. 2. Geef duidelijk aan dat het gedrag van de betreffende persoon niet acceptabel is en beëindig het gesprek. 3. Vraag de desbetreffende persoon het gebouw te verlaten. Weigert de persoon het pand te verlaten, wordt er hulp van een medewerker van de griffie bijgehaald. 4. De politie wordt gebeld om de persoon te verwijderen indien nodig. 5. Alleen bij fysieke agressie is het toegestaan fysieke maatregelen te nemen om de persoon te ontzetten en/of ter zelfbescherming in afwachting van hulp. 6. Norm overschrijdend gedrag tijdens vergaderingen: De voorzitter benoemt het gesignaleerde gedrag en verzoekt dit te beëindigen. Wanneer dat niet gebeurt geeft de voorzitter duidelijk aan dat desbetreffend gedrag niet wordt geaccepteerd. De voorzitter schorst de vergadering en vraagt de deelnemers aan de vergadering de zaal te verlaten. De voorzitter verzoekt de desbetreffende persoon om de zaal te verlaten. Wanneer dit wordt geweigerd, verzoekt de voorzitter het nog tweemaal. De politie wordt gebeld om de persoon te verwijderen indien nodig. Alleen bij fysieke agressie is het toegestaan fysieke maatregelen te nemen om de persoon te ontzetten en/of ter zelfbescherming in afwachting van hulp. De voorzitter besluit in samenspraak met de griffier en burgemeester tot het doen van aangifte van de ordeverstoring.
1. 2. 3. 4.
6
Eigen veiligheid staat voorop, bel 112 wanneer er nood is. Geef duidelijk aan dat het gedrag van de betreffende persoon niet acceptabel is en beëindig het gesprek. Verlaat het pand of de locatie waar het incident plaatsvindt. Wanneer het norm overschrijdende gedrag via social media plaatsvindt geef je ook duidelijk aan het gedrag niet acceptabel te vinden. Maak een screenshot van het desbetreffende gedrag en verlaat het gesprek.
Wanneer sprake is van norm overschrijdend gedrag binnen het gemeentehuis, hebben de griffie en de politie een rol. Wanneer voorafgaand aan een vergadering door het presidium de inschatting is gemaakt die die het treffen van maatregelen vooraf nodig maken, kunnen medewerkers OOV en het agressie interventieteam ook een belangrijke rol hebben. Vraag altijd hulp bij de dichtstbijzijnde persoon of degene die het snelste toegankelijk is. Wanneer er sprake is van norm overschrijdend gedrag buiten het gemeentehuis, kan ook altijd hulp worden gevraagd van omstanders indien nodig.
De handelingsprocedure na een incident bestaat uit de volgende stappen: Melding maken Incident afhandelen Nazorg Aangifte doen en schade verhalen
Maak altijd een melding om ervaringen met norm overschrijdend gedrag bespreekbaar te maken: 1. Na een incident met norm overschrijdend gedrag wordt dit altijd bij de griffier gemeld. Ook wanneer er twijfel is over of er wel sprake is van norm overschrijdend gedrag wordt er altijd contact gezocht met de griffier om samen te bepalen welke actie nodig is. 2. Er wordt gekeken in welke categorie het incident valt (zie bijlage). 3. De griffier vult samen met het betreffende raads- of burgerlid het agressieregistratieformulier in (zie bijlage). 4. De griffier informeert de burgemeester, de agressiecoördinator en het team OOV. 5. Het melden van het incident is van groot belang om de gewenste nazorg en kunnen geven en om inzicht te krijgen in de aard van het aantal incidenten.
Na het doen van de melding bespreekt de griffier met de melder en met de burgemeester welke maatregelen getroffen worden. Hierbij kan advies worden gegeven vanuit de agressiecoördinator en het team OOV. De maatregelen kunnen variëren van de persoon mondeling of schriftelijk waarschuwen, de
7
desbetreffende persoon uitnodigen voor een incidentgesprek, het voorval melden bij de politie, aangifte doen (dit wordt hierna behandeld), tijdelijke ontzegging van toegang tot het gemeentehuis of andere maatregelen. Iedere situatie vereist maatwerk en in samenspraak zal per incident bepaald worden welke acties ondernomen moeten worden. In zeer uitzonderlijke gevallen zijn er ook maatregelen denkbaar om het betreffende raads- of burgerlid te beveiligen. Besluiten hierover worden genomen door de burgemeester in afstemming met het presidium, politie en OM.
De gevolgen van een incident kunnen groot zijn voor de raads- en burgerleden zelf en hun omgeving. Daarom moeten er niet alleen praktische zaken zijn geregeld, maar moet er ook opvang en nazorg worden geboden. Dit voor zowel de periode direct na het incident als in de periode erna. De griffier is de eerste aangewezen persoon om opvang en nazorg te bieden aan raads- en burgerleden. De nazorg bestaat uit: Griffier onderneemt actie, zorgt voor de eerste opvang en brengt de nazorg op gang. Hiermee wordt gestart zodra er signalen van een incident binnenkomen, niet tot het raads- of burgerlid het incident gemeld heeft. Bij een ernstig incident gaat de persoonlijke opvolging van het desbetreffende raads- of burgerlid voor de plicht om het incident gelijk te melden. Een eerste opvanggesprek vindt plaatst binnen 24 uur na bekendwording van het incident. Met als doel emotionele ondersteuning, veiligheid en praktische hulp te bieden. Ook kan er informatie worden gegeven over het proces en verdere vervolgafspraken. Een tweede gesprek vindt plaats binnen 72 uur na bekendwording van het incident. Met als doel emotionele en praktische ondersteuning te bieden en het verloop tot nu toe te bespreken. Op deze manier kan er gekeken worden naar mogelijke vervolgstappen. Een derde gesprek vindt plaats na vier tot zes weken of eerder indien nodig.
Met als doel om terug te blikken op het incident en de ondernomen stappen. Hierbij kan ook, wanneer hier signalen voor zijn, het aanbod van professionele hulpverlening worden besproken. Er kan aanvullend voor familieleden hulp ingeschakeld worden, dit gebeurt via Slachtofferhulp Nederland. Er kan ook hulp van een bedrijfsmaatschappelijk werker of psycholoog nodig zijn. Wanneer een raads- of burgerlid moeite heeft met de verwerking van het incident of bij zeer ernstige incidenten. Ook wordt in de nazorg gekeken naar maatregelen om de veiligheid en het veiligheidsgevoel binnen de gemeenteraad weer te herstellen.
Wanneer er een vermoeden is van stafbare feiten wordt altijd, in afstemming met het desbetreffende raads- of burgerlid, aangifte gedaan. In overleg wordt bepaald of het desbetreffende raads- of burgerlid zelf aangifte doet, of dat de gemeente dit doet op basis van artikel 162 Wetboek van Strafverordening. Wanneer er namens de gemeente aangifte wordt gedaan, wordt het incident uit de persoonlijke sfeer gehaald.
8
Het betreffende raads- of burgerlid wordt als juridisch benadeelde beschouwd en er wordt volledige medewerking aan het politieonderzoek verwacht. De volgende stappen zijn van toepassing: De griffier heeft tijdens het opvanggesprek overleg met het raads- of burgerlid over het wel of niet doen van aangifte van het incident. De griffier meldt de burgemeester de uitkomst van dit gesprek. De griffier neemt contact op met team OOV in samenwerking met het desbetreffende raads- of burgerlid. Team OOV gaat in overleg met de griffier en het raads- of burgerlid over het incident. Dit om een beeld te vormen over of er aangifte gedaan kan worden en wat de (in)materiele schade is. Team OOV onderhoudt het contact met de politie en justitie uit naam van het raads- of burgerlid. Hiervoor wordt het adres van de gemeente als postadres ingezet. Het OM wordt door de politie op de hoogte gesteld bij een aangifte. Wanneer het raads- of burgerlid geen aangifte wil doen, kan de griffier de burgemeester adviseren om initiatief te nemen voor het doen van aangifte (bevoegdhedenbesluit). De griffier informeert het desbetreffende raads- of burgerlid en licht de veiligheidsadviseur in. De griffier draagt zorg voor een terugkoppeling aan het desbetreffende raads- of burgerlid en aan het presidium van de gemeenteraad over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten hiervan.
De griffier heeft een centrale rol in de handelingsprocedure na een incident. De griffier kan na melding van een incident dit bespreken met de burgemeester, de agressiecoördinator en het team OOV. Bij hen kunnen ook adviezen worden ingewonnen. In de nazorg heeft de griffier het initiatief en kan worden geschakeld met eventuele aanvullende hulp zoals bedrijfsmaatschappelijke werkers, psychologen of Slachtofferhulp. Bij het aangifte doen en schade verhalen hebben de griffier, de burgemeester en de Adviseur Veiligheid (team OOV) een zeer belangrijke rol. De griffier bespreekt in eerste instantie met het raads- of burgerlid of er aangifte moet worden gedaan, onderhoud het contact met de burgemeester en de veiligheidsadviseur en kan indien nodig de burgemeester adviseren aangifte te doen. Tijdens het aangifte proces kan een juridische adviseur ook nog begeleiding en ondersteuning bieden.
9
De burgemeester is woordvoerder namens de gemeente als het gaat om agressie en intimidatie tegenover raads- of burgerleden. De burgemeester kan zich laten bijstaan door de griffier, de Gebiedsofficier van Justitie of communicatieadviseur. Als de burgemeester zelf direct betrokken is, wordt in overleg met de plaatsvervangend raadsvoorzitter en eventueel de Commissaris van de Koning, de behandelwijze bepaald. Het presidium wordt, in overeenstemming met het betreffende raads- of burgerlid, op de hoogte gebracht van het incident. Vertrouwelijkheid staat hierbij altijd voorop. Bij het starten van een strafrechtelijk onderzoek wordt hierover gecommuniceerd door het OM. Communicatie richting de pers wordt overgelaten aan het OM in samenspraak met de burgemeester en de politie. Een persvraag wordt altijd besproken met de burgemeester. Bij een eventuele communicatieboodschap bij ernstige (be)dreiging wordt afgestemd met de afdeling voorlichting van het OM. De veiligheidsmaatregelen die zijn getroffen in de publieke ruimte worden nooit naar de pers gecommuniceerd.
10
11
12
13
14
15