7. Begroting 2022 SVHW
Tekst van het document
Het weerstandsvermogen is: het vermogen van SVHW om niet-structurele risico's op te vangen zonder het beleid en de bedrijfsvoering aan te hoeven passen. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de deelnemers verplicht eventuele tekorten bij een gemeenschappelijke regeling aan te vullen. Het SVHW verwerkt de kosten in de tarieven van de producten. Een eventueel overschot/tekort aan het einde van het jaar wordt in rekening of in mindering gebracht op de te ontvangen bedragen van de deelnemers. In formele zin loopt het SVHW geen risico, omdat het eventuele tekorten afwentelt op de deelnemers, dan wel verrekent met de algemene reserve (buffer) van de gemeenschappelijke regeling. In 2021 wordt een aangepaste uitvoeringsnotitie Risicomanagement opgesteld. Deze notitie beschrijft de structuur ten aanzien van het uit te voeren beleid omtrent risico’s en fraude. SVHW hanteert een risicomijdend profiel ten aanzien van risico’s en streeft ernaar om risico 's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. De risico’s hebben een intern (SVHW, “eigen” organisatie) en/of een extern (deelnemers) karakter. Op basis van de risico’s zijn/worden (aanvullende) beheersmaatregelen genomen. In de Voor- en Najaarsnota rapporteert SVHW over de voortgang van de risico’s en de beheersmaatregelen.
SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 14 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Dit dient op het niveau van directie en Dagelijks Bestuur te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de vergadering van het Algemeen bestuur van 5 december 2013 is daarom besloten de omvang daarvan vast te stellen op minimaal 400.000 euro en maximaal 700.000 euro. Er doen zich geen juridische procedures voor die aanleiding kunnen geven tot enig financieel nadeel. Eind 2004 is bij de Bank Nederlandse Gemeenten een lening van 2.600.000 euro met een looptijd van 30 jaar aangetrokken. Deze lening heeft gedurende de gehele looptijd van 30 jaar een vast rentepercentage van 4,445%, zodat er geen sprake is van een financieel risico. In de Begroting 2022 is, op basis van aannames, een aantal ontwikkelingen verwerkt waarvan de uitkomsten nog onzeker zijn. Deze ontwikkelingen hebben betrekking op de volgende gebieden:
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 64 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 Par.
Omschrijving
Mutatie Realisatie binnen exploitatie exploitatie
Ontwikkelingen extern 3.1.1 Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
PM
Betreft een risico voor de deelnemers indien het huidige financieringsmodel via het gemeentefonds verandert. € 150.000 Deze ontwikkelingen staan in relatie tot elkaar; gezamenlijk een riscico voor 2022 van 150K
3.1.1
Common Ground
3.1.1 3.1.1 3.1.2
Landelijk stelsel van basisregistraties Samenhangende Objecten Registratie (SOR) Banenafspraak
3.1.2 3.1.3
Invloed Corona maatregelen op leegstand Verduurzaming belastingstelsel
3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3
Wijziging toeristenbelasting WOZ (overige ontwikkelingen) WOZ (opleidingen) Waarderen op basis van gebruiksoppervlakte Omgevingswet Wet digitale overheid Wet open overheid Wet hergebruik Overheidsinformatie
3.1.3 3.1.3
Rijksprogramma Regie op Gegevens Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer € 50.000
3.1.3
Wijziging besluit proceskosten bestuursrecht
3.1.3
Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding
3.1.3 Wet vereenvoudiging beslagvrije voet 3.1.3 Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Ontwikkelingen intern 3.2.1/ Ontwikkeling dienstverlening particulieren en 2 ondernemers 3.2.3 Samenwerking met collega belastingkantoren 3.2.4 Primaire systemen Belastingen 3.2.4 Primaire systemen Waarderen/BAG 3.2.4 Aanbesteding print ontracten 3.2.6 Organisatie: SOR 3.2.6 3.2.7
€ -40.000
PM
Garantiebanen kunnen niet binnen SVHW gerealiseerd worden. Betreft correctie op exploitatie. Resterende post van 20.000 eur is bedoeld voor een bijdrage in het realiseren bij een andere organisatie dan wel boete. extra werkzaamheden ivm herbestemmingen naar verwachting nog niet actueel in 2022; evt. tussentijdse extra uitvoeringskosten worden doorberekend aanbetreffende deelnemer(s)
ja € 100.000
in samenhang met ontwikkeling systemen ja PM
risico op extra bezwaren
PM
impact op 2022 naar verwachting beperkt. E.e.a. afhankelijk van landelijke ambities
ja ja ja
ja kosten portaal/broker
€ 200.000
€ 200.000 Toename proceskostenvergoeding. In 2020 bedroeg de overschrijding 475.000 euro, door mitigerende maatregelen wordt dit teruggebracht tot 200.000 euro in de exploitatie met daarnaast 200.000 euro in de risicoparagraaf PM gevolgen nog onduidelijk evt. meer proceskostenvergoeding PM PM
eerste ervaringen worden in 2021 opgedaan toename administratieve lasten.
ja ja € 150.000 ja
€ 100.000 Ontwikkeling API's, ontsluiten data, robotisering doorontwikkeling SOR
€ 15.000 PM
Organisatie: Datagedreven werken Personeel
Totaal Mutatie exploitatie 2021
Opnemen Opmerkingen in risico paragraaf
zie ook WOZ overige ontwikkelingen en primaire systemen Waarderen/BAG
ja ja € 475.000
€ 450.000 exclusief PM posten
De risico’s kunnen worden in eerste instantie worden opgevangen vanuit de algemene reserve, die 700.000 euro bedraagt. Op basis van de geprognosticeerde meerjarenbalans 2022-2026 (paragraaf 15.5) kunnen de volgende kengetallen worden berekend:
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 65 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 Kengetallen
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Rekening
Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Netto schuldquote
3,32%
9,19%
9,70%
7,38%
5,53%
4,15%
2,70%
1,76%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
3,32%
9,19%
9,70%
7,38%
5,53%
4,15%
2,70%
1,76%
Grondexploitatie
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Solvabiliteitsrisico
26,19%
8,78%
11,22%
11,38%
11,56%
11,75%
11,95%
12,18%
Structurele exploitatieruimte
1,43%
-3,61%
0,33%
0,11%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Belastingcapaciteit
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van SVHW ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend en vervolgens weer afgelost. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SVHW in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van SVHW. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Financiële positie SVHW De uitkomsten van bovenstaande financiële kengetallen worden beïnvloed door de afspraken die gemaakt zijn omtrent de omvang van het weerstandsvermogen. Hierdoor beschikt SVHW over een beperkt eigen vermogen. Tegenover dit beperkte eigen vermogen staan kortlopende- en langlopende verplichtingen die invloed hebben op de uitkomsten van de kengetallen. De financiële bedrijfsvoering van SVHW is onder andere gericht op het voldoen aan de kaders die gesteld worden in de begroting, exploitatietekorten komen ten laste van het weerstandsvermogen. Indien het weerstandsvermogen niet voldoende is om het tekort op te vangen wordt het exploitatietekort doorbelast aan de deelnemers.
16.2
Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen
Ultimo december 2004 heeft het SVHW voor eigen gebruik het kantoor Rijksstraatweg 3B te Klaaswaal aangekocht. De aankoopprijs bedroeg 2.000.000 euro. Het kantoorpand was bij aankoop in goede staat van onderhoud. Na aankoop is het gehele gebouw voorzien van airconditioning. Het periodieke onderhoud is in de begroting 2022 verwerkt. Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 66 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
16.3
Paragraaf Taakstelling en Stelposten
In de begroting 2022 is geen taakstelling opgenomen anders dan het voldoen aan de financiële kaders zoals genoemd in begroting. De bedragen en eenheden die verwerkt zijn, zijn gebaseerd op de realisaties in het boekjaar 2020 en de Begroting 2021 Er zijn in de begroting 2022 geen stelposten opgenomen.
16.4
Paragraaf dotatie/onttrekking reserves
In de begroting 2022 zijn geen (structurele) dotaties/onttrekkingen aan de reserves verwerkt.
16.5
Paragraaf Financiering
16.5.1
Algemeen
De financieringsparagraaf gaat in op de eisen van de wet Fido. Het moet blijken dat de uitvoering van de treasuryfunctie alleen de publieke taak dient, het beheer prudent is en dat aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is voldaan.
16.5.2
Treasurybeheer
De volgende risico`s zijn voor de organisatie van belang:
Renterisicobeheer;
Kredietrisicobeheer.
Renterisicobeheer Het doel van het renterisicobeheer is het beheersen van de risico`s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de rentelasten van vreemd vermogen in de toekomst hoger zouden worden dan gewenst zou zijn. De aangetrokken geldlening heeft gedurende de looptijd (30 jaar) een vast rentepercentage. Er is dus geen sprake van een renterisico. Kredietrisicobeheer Per twee weken vinden afgeronde voorschotbetalingen plaats aan de deelnemers. SVHW bepaalt de hoogte van het voorschot aan de hand van de werkelijk ontvangen belastingopbrengsten per deelnemer. Een gering bedrag reserveren we voor restituties. Elk kwartaal ontvangen de deelnemers een overzicht van de stand van de invordering alsmede van de ontvangsten en de daarop in mindering gebrachte voorschot afdrachten. Medio van het jaar ontvangt SVHW de geraamde bijdragen van de deelnemers in de kosten van de dienstverlening. Het verstrekken van gelden aan derden in welke vorm dan ook komt niet voor.
16.5.3
Kasgeldlimiet en renterisiconorm
De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben beiden als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een decentrale overheid in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 8,2%. In onderstaande is een prognose opgenomen van de ruimte onder kasgeldlimiet. Uit deze prognose blijkt dat de gemiddelde ruimte onder het kasgeldgeldlimiet gedurende in 2022 meer dan 7,6 miljoen euro bedraagt.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 67 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 (bedragen x 1.000 euro) Ka sge ld limie t
1
Omvang begroting Kasgeldlimiet
2
Vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar
1 e kwa rt. 2 e kwa rt. 3 e kwa rt. 4 e kwa rt. 1.094
1.094
1.094
1.094
0
0
0
0
3
Vlottende middelen Rekening-courantsaldi < 1 jaar
9.250
13.975
4.060
4.450
4
Totaal netto vlottende schuld (2)-(3)
-9.250
-13.975
-4.060
-4.450
Ruimte onder kasgeldlimiet (1)-(4)
10.344
15.069
5.154
5.544
De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer te beperken. Dit komt erop neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 20%. Uit de onderstaande tabel blijkt, dat SVHW geen renterisico heeft. (bedragen x 1.000 euro) 2022
2023
2024
2025
2026
1a Renteherziening vaste schuld o/g
0
0
0
0
0
1b Renteherziening vaste schuld u/g 2 Netto renteherziening (1a-1b)
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
3a Nieuwe vaste schuld 3b Nieuwe verstrekte lange leningen
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
4
Netto nieuwe vaste schuld
5 6
Betaalde aflossingen Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
0
0
0
0
0
90
94
98
103
107
0
0
0
0
0
7
Renterisico vaste schuld (2 en 6)
0
0
0
0
0
13.287 20,00%
13.399 20,00%
13.532 20,00%
13.667 20,00%
13.803 20,00%
10 Renterisiconorm (minimumnorm)
2.657
3.216
3.248
3.280
3.313
7 Renterisico vaste schuld 11 Ruimte (10-7)
0 2.657
0 3.216
0 3.248
0 3.280
0 3.313
Renterisiconorm 8 9
Begrotingstotaal Vastgesteld % (20%)
16.5.4
Financiering
Het saldo van de aangetrokken geldleningen is per 1 januari 2022 1.540.747 euro. Op de lening van de Bank Nederlandse Gemeenten wordt in 2022 90.101 euro afgelost. Het saldo van de geldlening per 31 december 2022 bedraagt 1.450.646 euro. Het verloop van de geldlening in de jaren 2022 tot en met 2026 is in onderstaand overzicht opgenomen.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 68 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 (bedragen x 1.000 euro) 2022
2023
2024
2025
2026
Stand 1-1 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Renteaanpassing (oud %)
1.541 0 90 0
1.451 0 94 0
1.357 0 98 0
1.258 0 103 0
1.156 0 107 0
Renteaanpassing (nieuw %) Stand 31-12
0 1.451
0 1.357
0 1.258
0 1.156
0 1.048
Bij deze lening bedraagt het vaste rentepercentage 4,445 %.
16.5.5
Relatiebeheer
Het SVHW heeft met de Bank Nederlandse Gemeenten en de ING bank een rekeningcourant verhouding. De banken vallen beide onder Nederlands toezicht.
16.5.6 Toelichting EMU-saldo In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld, dat er in de jaarrekening een overzicht verstrekt moet worden over het boekjaar. Hieronder volgt het EMU-Saldo van SVHW over 2022 tot en met 2026: (bedragen in x 1.000 euro) :
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 69 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Omschrijving 1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
10
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
11 Verkoop van effecten: a Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) b Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
Berekend EMU-saldo
2022 Begroting x € 1000,-
2021 Begroting x € 1000,-
2020 Jaarrekening x € 1000,-
2023 Begroting x € 1000,-
2024 Begroting x € 1000,-
2026 Begroting x € 1000,-
0
-95
-506
0
0
0
0
262
204
170
248
255
263
270
-48
ja
nee ja
262
nee
ja
109
Versie 0.6 14 april 2021
2025 Begroting x € 1000,-
Pagina 70 van 75
nee
-384
ja
nee ja
248
nee ja
255
nee
263
neeja
nee
270
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
16.5.7
Renteresultaat op taakveld Treasury
Conform de vernieuwde BBV richtlijnen worden de rentekosten toegerekend naar de taakvelden. In onderstaand overzicht wordt de rente toerekening naar het taakveld Treasury weergegeven. (bedragen x 1.000 euro) a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
68
b.
De rente baten (idem)
-
Saldo rentelasten en rente baten
68
c1.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-
c2.
De rente van projectfinanciering dien aan het betreffende taakveld
-
moet worden toegerekend c3.
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke
-
lening voor is aangetrokken (projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
Aan taak velden toe te rek enen externe rente
-
d1.
Rente over eigen vermogen
-
d2.
Rente over voorzieningen
-
Totaal aan taak velden toe te rek enen rente
-
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
68
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 71 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Bijlagen 17.1
Formatieplaatsen 2022 (actief personeel) en personele lasten
(bedragen x 1.000 euro) Be groting 2022 Afd e ling fte
Be groting 2021
Aa nta l p e rs.
fte
Be groting 2020
Aa nta l p e rs.
fte
Aa nta l p e rs.
Directie Afdeling Diensten Afdeling Bestanden
1,0 12,2 22,7
1,0 14,0 26,0
1,0 14,2 22,2
1,0 16,0 26,0
1,0 12,2 22,7
1,0 14,0 26,0
Afdeling Heffingen Afdeling Invordering Uitbreiding formatie
22,4 20,9
24,0 25,0
22,4 20,9
24,0 25,0
22,4 20,9
24,0 25,0
79,2
90,0
80,7
92,0
79,2
90,0
Omschrij ving
G e ra a md e koste n
G e ra a md e koste n
G e ra a md e koste n
4.145
4.152
3.951
Sociale verzekeringspremies
570
546
510
Pensioenpremie
658
601
510
Overige personeelslasten
104
164
160
5.478
5.463
5.131
Salarissen
Totaal
De bovenstaande kosten (5.478.000 euro) zijn onderdeel van de personele kosten in het programma Algemeen Beheer. Deze bestaan daarnaast uit verstrekkingen aan personeel, opleidingen en overige lasten, waardoor de totale personele kosten in totaal 5.964.000 euro bedragen.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 72 van 75
14 april 2021
3.038.958
Totaal vaste activa
152.223 383.441 179.160 260.000
3.038.958
10 jr. ann. 4 jr. ann. 10 jr. ann. 4 jr. ann.
Bouwkundig - verbouwing serverruimte Investeringen Automatisering (hardware) Bouwkundig: verbouwing entree Mobiele werkplekken
2.002.031 62.103
Totaal materiele vaste activa
30 jr. ann. 10 jr. ann.
Kantoorgebouw Inventaris - kantoormeubilair
Afschr. termijn
Versie 0.6
Pagina 73 van 75
0 3.038.958
0 3.038.958
152.223 383.441 179.160 260.000
2.002.031 62.103
1.097.045
1.097.045
38.939 211.945 14.617 0
815.657 15.887
boekjaar
Afschrijving tot en met vorig
1.941.913
1.941.913
113.284 171.496 164.542 260.000
1.186.374 46.216
Boekwaarde einde vorig boekjaar
348.107
348.107
19.186 104.020 22.581 72.380
122.114 7.827
Totaal
4,445% 4,445% 4,445% 4,445%
4,445% 4,445%
86.318
86.318
5.035 7.623 7.314 11.557
52.734 2.054
Kapitaallasten Rente percent. bedrag
261.792
261.792
14.150 96.397 15.267 60.823
69.382 5.773
Afschrijving
1.358.838
1.358.838
53.090 308.342 29.884 60.823
885.039 21.660
Afschrijving tot en met boekjaar
1.680.119
1.680.119
99.133 75.099 149.276 199.177
1.116.992 40.443
Boekwaarde einde boekjaar
2028 2023 2030 2025
2034 2028
Laatste jaar afschrijving
17.2
Materiele vaste activa
Omschrijving
Oorspronkelijke kosten Begin Mutaties Einde boekjaar boekjaar
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Staat van investeringen 2022
2.600.000
2.600.000
Totaal
per 1-1-2022
mutaties
-
termijn
14 april 2021
2.600.000
90.101
90.101
Aflossings-Aflossing
2.600.000 30 jr.ann.
per 31-12-2022
oorspronkelijk bedrag lening
1.540.747
1.540.747
per 1-1-2022
1.450.646
-
1.450.646
per 31-12-2022
schuldrestant
4,445
%
68.486
68.486
bedrag
rente
158.587
158.587
aflossing
rente en
17.3
Bank Nederlandse Gemeenten
Omschrijving
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Staat van opgenomen geldleningen 2022
Versie 0.6
Pagina 74 van 75
14 april 2021
9.943 11.831 26.725 22.743 9.669 30.847 8.606 20.942 45.140 28.474 28.948 15.487 7.946
464.937
732.238
Alblasserdam Albrandswaard Altena Barendrecht Brielle Goeree-Overflakkee Hardinxveld-Giessendam Hellevoetsluis Hoeksche Waard Krimpenerwaard Lansingerland Nieuwkoop Westvoorne
Hollandse Delta
Versie 0.6
Pagina 75 van 75
TOTAAL
2.610
1.657
35 42 95 81 34 110 31 75 161 101 103 55 28
3,564
Tarief programma
267.301
9.943 11.831 26.725 22.743 9.669 30.847 8.606 20.942 45.140 28.474 28.948 15.487 7.946
0,98
objecten
totaal bijdrage
2.610
WOZ
aantal
bedrag
per object/
aantal
objecten
Vastgoedinformatie bedrag BAG
aantal
52 19 60 40 55 30
26.725 9.669 30.847 20.942 28.474 15.487
274
19
1,931
274
9.943
274 142.087
10 12 27 23 10 32 9 21 46 29 30 16 8
1,026
274
totaal bijdrage objecten
per object/
BAG-administratie
29 12 79 23 29 91 9 62 46 84 30 46 8
549
administratie
BAG
Totaal bijdrage
267.301
9.943 11.831 26.725 22.743 9.669 30.847 8.606 20.942 45.140 28.474 28.948 15.487 7.946
objecten
aantal
2.080.769
181.918 132.165 63.135 45.312
358.943
104.441 44.188 149.339 40.084 119.945
166.409
47.329 49.700
aanslagen
aantal
4.101
2.381
54 57 190 120 51 171 46 137 411 208 151 72 52
1,144
4.101
totaal bijdrage
per regel/
bedrag
1.115
1.115
1.115
totaal bijdrage
WOZ-kosten/
bedrag
Heffing en Invordering belastingen
2.353 3.583.677
88 104 235 200 85 271 76 184 397 251 255 136 70
8,801
2.353
totaal bijdrage
per object/
bedrag
WOZ-administratie
10.727
5.153
207 215 600 424 199 644 161 458 1.015 644 539 310 158
( x € 1.000,--)
afgerond
KOSTEN
TOTALE
17.4
Programmakosten
Deelnemer
Specificatie kosten per deelnemer 2022
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Specificatie kosten per deelnemer
(bedragen x 1.000 euro)