7. Begroting 2022 SVHW
Tekst van het document
Begroting 2022 Meerjarenraming 2023 - 2026
SVHW Rijksstraatweg 3b Postbus 7059 3286 ZH Klaaswaal www.svhw.nl (0186) 57 72 00
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 1 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Versie historie Versie
Datum
Status
Auteur
Controle
0.1
04-3-2021
1e concept
M. de Reus
J. Melissant
0.2
12-3-2021
2e concept
J. Melissant
R. Heij
0.3
16-3-2021
DB-versie
J. Melissant
R. Heij
0.4
29-3-2021
AC-versie
J. Melissant
R. Heij
0.5
07-4-2021
AB-versie
J. Melissant
R. Heij
0.6
14-4-2021
Ontwerp voor zienswijze
J. Melissant
AB SVHW
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 2 van 75
Paraaf
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Inhoudsopgave
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 3 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 4 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Aanbiedingsbrief Geachte deelnemers, Hierbij bieden wij u de Begroting 2022 en de Meerjarenraming 2023-2026 aan. SVHW is voor zijn deelnemers de uitvoeringsorganisatie voor de heffing en inning van de belastingen en daarmee een belangrijke schakel in het realiseren van de opbrengsten voor hun begrotingen. SVHW is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid om op een zo zorgvuldig mogelijk wijze inhoud te geven aan deze functie. Dit inzicht ligt ten grondslag aan de Begroting 2022. Hieronder wordt de Begroting 2022 in het kort toegelicht. Externe ontwikkelingen De omgeving van SVHW is onderhevig aan veel (snelle) veranderingen op het gebied wetgeving en technologie. De consequenties van deze externe ontwikkelingen moeten worden geïmplementeerd binnen de bedrijfsvoering en systemen van SVHW. Tevens dient de dienstverlening aan particulieren, ondernemers en de deelnemers hierop te worden aangepast. SVHW heeft daarom in de Begroting 2022 veel aandacht besteed aan het beschrijven van de ontwikkelingen en aan het zoveel mogelijk trachten te bepalen van de financiële impact. Het volgen van deze externe ontwikkelingen is geen keuze. SVHW moet zijn processen en systemen aanpassen op gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie.
Nieuw beleid Het nieuw beleid, dat SVHW naast alle activiteiten ten gevolge van externe ontwikkelingen uitvoert, bestaat voornamelijk uit de verdere ontwikkeling van de dienstverlening in de richting van particulieren, ondernemers en deelnemers. SVHW realiseert dit binnen de exploitatie waardoor er geen sprake is van aanvullende kosten. Indexering Bij het opstellen van de Kadernota 2022 is SVHW uitgegaan van de structurele indexering, zoals die door het Algemeen Bestuur op 1 februari 2017 is vastgesteld:
Voor de indexering van de materiele kosten wordt de meest recente gepubliceerde CBSConsumentenprijsindex gehanteerd. Deze bedraagt 1,3 procent;
Voor het indexeren van de personeelskosten de afspraken die zijn vastgelegd in de cao Werken voor waterschappen. In het geval van het ontbreken van een cao gaat SVHW uit van een loonstijging van 1 procent.
Financiële gedragslijn SVHW SVHW streeft er al jaren naar om de kostenstijging ten gevolge van de externe ontwikkelingen, indexering en nieuw beleid zoveel mogelijk op te vangen binnen de exploitatie. Dit streven heeft er toe geleid dat SVHW een aantoonbaar en bewezen laag kostenniveau heeft, dat substantieel onder het landelijk gemiddelde ligt. In de periode van 2016 tot en met 2021 bedraagt het binnen de begroting opgevangen bedrag (lees besparing) in totaal 1.093.000 euro . Daarnaast heeft SVHW in dezelfde periode ten gevolge van
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 5 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 gerealiseerde positieve resultaten 1.142.000 euro gerestitueerd aan de deelnemers. De onderstaande tabel geeft het overzicht:
Jaar
Toename bedrijfskosten t.g.v. indexering Nieuw Totaal (P+M) Beleid
Opgevangen Netto toename Resultaat Dotatie aan Restitutie kosten bedrijfskosten Jaarrekening reserves deelnemers binnen exploitatie 2016 239.000 239.000 -139.000 100.000 227.000 227.000 2017 110.000 185.000 295.000 -160.000 135.000 583.000 228.000 355.000 2018 90.000 45.000 135.000 -321.000 -186.000 589.000 43.000 546.000 2019 150.000 105.000 255.000 -105.000 150.000 479.000 238.000 241.000 2020 310.000 (1) 310.000 -15.000 295.000 -507.000 (2) -507.000 (2) 0 (2) 2021 456.000 315.000 (1) 771.000 -353.000 418.000 pm pm pm Totaal 1.355.000 650.000 2.005.000 -1.093.000 912.000 1.371.000 229.000 1.142.000 (1) De incidentele kosten voor de organisatie ontwikkeling 2020+2021 ad 195.000 euro worden ten laste gebracht van de reserve organisatie ontwikkeling en zijn niet opgenomen in dit overzicht. (2) Geprognosticeerde jaarcijfers. De ontrekking betreft: 404.000 euro uit de bestemmingsreserves en 103.000 euro uit de algemene reserve, begroot was 100.000 euro resp. 35.000 euro. E.e.a. onder voorbehoud van vaststelling door het Algemeen Bestuur. Daarnaast heeft de Waarderingskamer het algemeen oordeel over de uitvoering van de WOZ-processen bij SVHW in januari 2021 voor het derde jaar op rij met “goed” beoordeeld. De hoogste waardering is “bestendig goed” en deze wordt toegekend nadat een organisatie over meerdere jaren heeft aangetoond de WOZ-processen op een goede wijze uit te voeren.
Het voorafgaande toont aan, dat SVHW invulling geeft aan zijn strategie om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij een laag kostenniveau gehandhaafd blijft. Tegelijkertijd ontwikkelt SVHW de dienstverlening aan inwoners, bedrijven en deelnemers continu door, aangezien deze passend dient te blijven binnen de context van een veranderende omgeving. Financiële consequenties Begroting 2022 Ten gevolge van de externe ontwikkelingen is er sprake van een kostentoename van 659.432 euro. Dit bedrag is 50.000 euro lager dan in de Kadernota 2022 vermeld stond door lagere ICT kosten (waarderen) vanwege aangepaste contracten. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat SVHW door het treffen van mitigerende maatregelen de extra kosten voor de proceskostenvergoeding in verband met de WOZ-bezwaren ingediend door No-CureNo-Pay (NCNP) bureaus van 475.000 euro (2020) probeert terug te dringen tot 200.000 euro in 2022. Bovendien wordt er ten opzichte van 2020 door vergaande automatisering/digitalisering van het WOZbezwaarafhandelingsproces naar verwachting 350.000 euro aan aanvullende inhuur bespaard en is hiervoor geen extra budget meer benodigd. De ontwikkeling van nieuw beleid vindt plaats binnen de exploitatie en leidt niet tot extra kosten. Ten gevolge van indexering en stijging van de pensioenpremie nemen de personele lasten 90.142 euro en de materiële lasten 54.920 euro toe.
De onderstaande tabel geeft het overzicht van de kostentoename in de Begroting 2022
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 6 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 Item
Kosten (€) Incidenteel/ structureel
Indexering: Materiele kosten Personele kosten
90.142 54.290
structureel structureel
Ontwikkelingen: kosten WOZ (overige ontwikkelingen) Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Primaire systemen belastingen Aanbesteding printcontract Toename proceskostenvergoeding Totaal
100.000 50.000 150.000 15.000 200.000 659.432
structureel structureel structureel incidenteel structureel
Doordat SVHW het totaalbedrag van 659.432 euro met 40.000 euro corrigeert ten gevolge van een andere aanpak van de banenafspraak inclusief de daarmee samenhangende kosten en met 137.000 euro voor incidentele kosten 2021, die in 2022 niet doorwerken, is de netto kostentoename in 2022 482.432 euro waarvan 15.000 euro incidenteel. Daarnaast is er sprake van 95.000 euro aan incidentele kosten voor de organisatie ontwikkeling in 2021. Deze worden in 2022 budget neutraal verrekend (zowel aan kosten en opbrengstzijde), aangezien de dekking vanuit de reserve organisatie ontwikkeling in 2022 ook vervalt. Door de over meerdere jaren gevolgde financiële gedragslijn is het niet mogelijk om in 2022 de kosten ten gevolge van de externe ontwikkelingen en de indexering nog verder binnen de exploitatie op te vangen, zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit en uitvoering van de dienstverlening en het kunnen voldoen aan wettelijke eisen. Dit zou inhouden, dat de deelnemersbijdrage met 482.432 euro zou stijgen. Ten opzichte van de Kadernota 2022 is echter sprake van een hogere opbrengst invorderingskosten van 50.000 euro. Hierdoor stijgt de deelnemersbijdrage in 2022 met 432.432 euro (4,20%), waarvan 15.000 euro incidenteel. In de Kadernota 2022 bedroeg dit nog 532.432 euro (5,17%) De onderstaande tabel geeft het overzicht: Kosten Begroting 2022 (* 1.000€)
Deelnemersbijdrage 2022 (* 1.000€)
Kosten begroting 2021 Indexering Externe ontwikkelingen -/-Verrekening incidenteel 2021 -/-Andere aanpak banenafspraak Netto kosten toename -/- Kosten organisatie ontwikkeling
12.900 144 515 -137 -40
Kosten begroting 2022 -/- Opbrengst invorderingskosten incl. 15k€ incidenteel -/- Overige opbrengsten
482 -95
Deelnemersbijdrage 2022
10.727 incl. 15k€ incidenteel
Deelnemersbijdrage 2021 Stijging deelnemersbijdrage 2022 Percentuele toename 2021-2022
10.295 432 4,20%
buget neutrale verrekening
13.287
(3,00 % stijging)
Versie 0.6 14 april 2021
-2.550 -10 -2.560
387 Kosten Begroting 2022
13.287
Pagina 7 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 Het meerjarenperspectief van het structurele begrotingssaldo over de periode 2022 tot en met 2026 wordt weergegeven in de onderstaande tabel: Presentatie van het structureel
2022
2023
2024
2025
2026
begrotingssaldo (x 1.000) Saldo baten en lasten
-
-
-
-
-
Toevoegingen en onttrekking aan reserves
-
-
-
-
-
Begrotingssa ld o na b estemming
-
-
-
-
-
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
-
-
-
-
-
Structureel b egrotingssa ld o
-
-
-
-
-
De voorliggende begroting is binnen de kaders van de Kadernota 2022 opgesteld. De geschetste omvang van de begroting is voor SVHW noodzakelijk om de continuïteit en de verdere ontwikkeling van de organisatie en de dienstverlening te kunnen blijven borgen.
R.S. Heij MBA
P.J. van Leenen
Directeur
Voorzitter
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 8 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Organisatie 2.1
Algemeen
SVHW is voor zijn deelnemers de uitvoeringsorganisatie voor de heffing en inning van de belastingen en realiseert daarmee opbrengsten voor hun begrotingen. Voor de gemeenten zijn de belastingopbrengsten naast de algemene uitkering de belangrijkste bron van inkomsten. De begroting van het waterschap Hollandse Delta wordt vrijwel geheel gedragen door de belastingopbrengsten. Voor alle deelnemers is SVHW daarmee een belangrijke schakel in hun jaarlijkse exploitatie. De totale belastingopbrengst voor de deelnemers bedroeg in 2020 ruim 403 miljoen euro. SVHW is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid om op een zo zorgvuldig mogelijk wijze inhoud te geven aan zijn functie. Daarnaast vindt SVHW als zelfstandige overheidsorganisatie zijn basis in de Wet gemeenschappelijke regelingen en opereert onder verlengd lokaal bestuur voor en namens zijn deelnemers. Deze inzichten zijn verder verwoord in de missie, visie en strategische doelstellingen van SVHW. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de deelnemers per 1 januari 2021:
Type deelnemer Naam organisatie BAG deelnemer gemeente Alblasserdam Ja Albrandswaard Altena Ja Barendrecht Brielle Ja Goeree-Overflakkee Ja Hardinxveld-Giessendam Hellevoetsluis Ja Hoeksche Waard Krimpenerwaard Ja Lansingerland Nieuwkoop Ja Westvoorne waterschap Hollandse Delta N.v.t.
2.2
Missie
Een missie reflecteert de bestaansreden van een organisatie en geeft aan waarom, waartoe en voor wie de organisatie bestaat. De missie van SVHW luidt als volgt:
“Het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffing en Waardbepaling (SVHW) heft en int de lokale belastingen, stelt de WOZ-waarden vast en beheert de basisregistraties WOZ en BAG. SVHW voert deze taken uit voor haar deelnemers met een goede kwaliteit en tegen de laagst mogelijke kosten op basis van de beste prijs/prestatieverhouding en het gewenste niveau van dienstverlening. Als publieke, uitvoerende en dienstverlenende organisatie werkt SVHW efficiënt en volgens maatschappelijk aanvaarde bedrijfseconomische principes.”
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 9 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
2.3
Visie
De visie schetst wat een organisatie wil zijn en wat de ambities en het gewenste en haalbare toekomstbeeld zijn. Daarnaast geeft de visie aan waar de organisatie voor staat en wat de kernwaarden zijn. SVHW staat voor: Optimale samenwerking: SVHW wil een toonaangevend samenwerkingsverband zijn op het gebied van lokale belastingen. Hierbij zijn de continuïteit en het permanent verbeteren van de dienstverlening leidend. Wij zoeken actief samenwerking met andere overheden en aanvullende dienstverleners wanneer dit schaalvergroting en efficiency voordelen oplevert. Door optimale samenwerking kunnen we beter inspelen op veranderende en complexer wordende wet- en regelgeving en kosten besparen. Klantgerichte dienstverlening: SVHW is dienstbaar en transparant in de dienstverlening naar deelnemers, particulieren, instellingen en bedrijven. SVHW heeft oog voor de belangen van zijn klanten. Door digitalisering van het belastingproces wil SVHW zijn vraagbaakfunctie en de contactmogelijkheden met particulieren, instellingen en bedrijven optimaliseren en hen zoveel mogelijk faciliteren bij het voldoen van de lokale belastingen. In de contacten met de deelnemers zoekt SVHW de verbinding en streeft nabijheid en een collegiale sfeer na. Moderne werkgever: Als moderne werkgever hecht SVHW grote waarde aan het welzijn, de veiligheid en de persoonlijke ontwikkeling van haar medewerkers.
Om de kwaliteit te waarborgen investeert SVHW continu in de kennisontwikkeling en het resultaatbewustzijn. Kernwaarden: DABT = Dienstbaar, Aanspreekbaar, Betrouwbaar en Transparant.
2.4
Strategische doelstellingen/ontwikkelrichting SVHW
Het meerjarenperspectief van SVHW is het optimaliseren van de belastingopbrengst voor zijn deelnemers. SVHW heeft hierbij als strategie om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij een laag kostenniveau gehandhaafd blijft. Daarnaast moet de aard van de dienstverlening passen binnen de context van een veranderende omgeving en dient daarom continu doorontwikkeld te worden. Als uitgangspunt probeert SVHW de ontwikkeling van de dienstverlening zoveel mogelijk binnen de exploitatie op te vangen (interne financiering), door continue verbetering van de effectiviteit en efficiency van de processen en het actief zoeken naar samenwerking. SVHW heeft hierbij de ambitie om zijn deelnemers te boeien en te binden door:
de basis verder te versterken en de dienstverlening verder te optimaliseren (digitalisering, procesgericht en data gestuurd werken, toegankelijkheid van gegevens);
de deelnemers verder te ontzorgen door het breder aanbieden van het huidige takenpakket en daaraan gelieerde activiteiten;
meerwaarde te bieden voor de deelnemers door het ter beschikking stellen van bij SVHW aanwezige informatie voor beleidsbepaling en sturing op de uitvoering.
Een belangrijk element in de prijs-kwaliteitverhouding is de verhouding tussen standaardisatie en deelnemer specifieke dienstverlening. Vanwege de efficiënte inrichting van de primaire processen van SVHW is standaardisatie noodzakelijk en wenselijk, maar dit valt vanwege de politieke beleidsvrijheid Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 10 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 van de deelnemers niet altijd te realiseren. SVHW kenmerkt zich echter door een hoge mate van flexibiliteit en innovatief vermogen, waardoor standaardisatie en maatwerk tot op heden goed naast elkaar kunnen bestaan. De mogelijkheid om maatwerk te kunnen bieden, zal in de komende jaren waarschijnlijk onder druk komen te staan in verband met de ontwikkeling van Software as a Service (SaaS) vanuit de Cloud. Vanuit de Cloud wordt dan door de leverancier een standaardpakket van de belastingsoftware aangeboden. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen de belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Als mitigerende maatregel neemt SVHW samen met andere belastingkantoren deel aan zogenaamde co-creatiesessies met de leverancier, om zoveel mogelijk bestaand gemeenschappelijke “slim” maatwerk in de standaard te laten opnemen. Daarnaast kan SVHW Application Programming Interfaces (API’s) laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief voor het maatwerk. Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening, want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk.
Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol. Door ontwikkelingen zoals de digitale overheid, het Rijksprogramma Regie op Gegevens, de toename van open data en de ontwikkeling van API’s en Machine Learning, wordt het data gestuurd werken meer en meer een onderdeel van de operatie van SVHW en dan met name bij het waarderen in het WOZdomein en bij de (dwang)invordering in het Invorderingsdomein. SVHW verwacht dat de dreiging van WOZ-bezwaren van No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus in 2022 verder zal toenemen, aangezien in 2022 vanwege vertragingen en tegenstrijdige belangen in het wetgevingsproces er geen verlaging van de proceskostenvergoeding te verwachten valt en er nog genoeg “marktpotentieel” is. In 2020 heeft namelijk “slechts” 1-1,5% van de ontvangers van een WOZbeschikking bezwaar gemaakt via een NCNP-bureau. Bovendien ontstaat er mogelijkerwijs een nieuwe markt doordat het vanaf 1 januari 2022 ook mogelijk wordt om formeel bezwaar aan te tekenen tegen het niet toekennen van een kwijtscheldingsverzoek. De kosten en de druk op de capaciteit van SVHW zullen hierdoor toenemen. Om deze situatie te keren is SVHW in september 2020 gestart met een interne werkgroep, de zogenaamde “NCNP-busters”, om het aantal NCNP WOZ-bezwaren terug te dringen.
Door enerzijds het aantal WOZ-bezwaren te verminderen en anderzijds ervoor te zorgen dat als men bezwaar maakt dit zo eenvoudig en makkelijk mogelijk direct bij SVHW kan. Echter zolang de WOZ-waarde door de rechtelijke macht vanwege de wetgeving als een absolute wiskundige berekening geïnterpreteerd lijkt te worden, blijft dit een moeizame opgave. De “NCNP-Busters” dragen daarnaast zorg voor een verdere optimalisatie en digitalisering/ automatisering van het WOZ-bezwaarproces, waardoor het afdoen van bezwaren minder tijdsintensief wordt. Sinds 2019 SVHW betrekt de deelnemers al bij de ontwikkeling van de Samenhangende Objectenregistratie (SOR). Naar verwachting moet de SOR eind 2025 definitief gestalte krijgen. De uitdaging is om de samenwerking in de keten van gegevensinwinning en beheer van objectgegevens te optimaliseren. Hierbij is een discussie vanuit de “oude” basisregistratieve domeinen niet functioneel,
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 11 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 temeer er naast de traditionele rol van bronhouder er ook nieuwe rollen zoals gegevensleverancier en attribuutbeheerder gaan ontstaan. In 2021 onderneemt SVHW gerichte acties om de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW verder te ontwikkelen. SVHW neemt namelijk een integratie/ samenwerkings-platform voor de BAG/WOZ en de informatie-uitwisseling met de BGT in gebruik en stelt het ook ter beschikking aan de deelnemers. Naast de ingebruikname van het platform zal SVHW in 2021 in samenhang met de voortgang van het landelijke SOR-project met de deelnemers inventariseren op welke wijze de samenwerking het beste vorm gegeven kan worden. In 2022 kunnen de deelnemers en SVHW dan verdere concrete stappen nemen in de richting van de ingebruikname van de SOR eind 2025 SVHW verwacht dat ten gevolge van de externe factoren de kosten voor de uitvoering de komende jaren zullen stijgen. Was het bijvoorbeeld enkele jaren geleden nog de verwachting dat digitalisering en basisregistraties (die momenteel nog verre van optimaal functioneren) zouden leiden tot meer efficiency en lagere kosten, de praktijk laat inmiddels het tegenovergestelde zien. Ontwikkelingen zoals Common Ground, de Digitale Overheid en regie op gegevens vragen van overheden en dus ook van SVHW de nodige investeringen.
Het stellen van zeer hoge eisen aan beveiliging en privacy binnen deze digitaliseringsgolf is daarbij een belangrijk element. Daarnaast werken de voorzieningen die getroffen moeten worden in verband met gewijzigde wet- en regelgeving (o.a. op het gebied van invordering) kostenverhogend. SVHW ziet geen mogelijkheden om deze kostentoename verder binnen de exploitatie op te vangen, zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit en de uitvoering van de dienstverlening. Eén van de mogelijkheden om desondanks een laag kostenniveau te blijven handhaven is een toename van de schaalgrootte van de SVHW, waardoor een breder niveau van kostendragers ontstaat. Daarnaast leidt een toename van de schaalgrootte ook tot vermindering van de kwetsbaarheid (van met name de indirecte functies) en het beter kunnen voldoen aan de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het “in control” zijn van de interne organisatie. SVHW ziet de volgende mogelijkheden voor een toename van de schaalgrootte:
Het toetreden van nieuwe deelnemers Bij het toetreden van nieuwe deelnemers is het borgen van de kwaliteit van de dienstverlening voor de bestaande deelnemers van belang. Daarnaast moet uitbreiding voordelen opleveren voor de bestaande deelnemers en passend zijn binnen de ontwikkeling van SVHW. De strategie voor het verkrijgen van nieuwe deelnemers richt zich primair op nieuwe deelnemers binnen het gebied van het waterschap Hollandse Delta. Nieuwe deelnemers van buiten dit gebied zijn onder dezelfde voorwaarden echter ook gewenst. In de eerste helft van 2021 wordt het duidelijk of een gemeente een verzoek doet om per 1 januari 2022 toe te mogen treden tot SVHW. Een complicerende factor is, dat ten gevolge van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) de ambtenaren onder het civiele arbeidsrecht vallen. Hierdoor wordt een toetreding gezien als een overgang van onderneming, waarbij de betreffende medewerkers in principe allemaal met behoud van alle rechten en plichten overgaan. Dit vergt dat er op voorhand op individueel niveau afspraken worden gemaakt, aangezien het niet wenselijk is dat SVHW in het geval van overtolligheid ten gevolge van een toetreding moet reorganiseren. Ditzelfde geldt overigens ook, als een bestaande deelnemer uittreedt of activiteiten niet meer
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 12 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 bij SVHW onderbrengt. In deze gevallen zouden de betreffende medewerkers van SVHW namelijk ook overgaan naar de betreffende deelnemer.
Meer dienstverlening aan de huidige deelnemers Door meer diensten te verlenen aan de huidige deelnemers ontstaat er een win-win situatie. Enerzijds kan SVHW vanwege de schaalgrootte deze diensten goedkoper en minder kwetsbaar uitvoeren dan de deelnemers zelf en anderzijds ontstaan er meer kostendragers voor SVHW. Hierbij kan gedacht worden aan:
o
het uitvoeren van de kleinere belastingen en leges;
o
het verzorgen van de publiekrechtelijke invordering;
o
uitvoering van de BAG;
o
uitvoering van elementen van de SOR;
o
het optreden als leverancier van datasets.
Samenwerken met andere overheden (deelnemers)/partijen Een aantal niet-kernactiviteiten zou kunnen worden ondergebracht bij andere overheden/ partijen of samen georganiseerd kunnen worden. Voorwaarde is wel, dat dit leidt tot lagere kosten.
Samengaan/samenwerken met een ander belastingkantoor Daarnaast kan het gezien de geschetste ontwikkelingen wenselijk zijn, om ook een samengaan/samenwerking met een ander belastingkantoor te onderzoeken. Van belang is dan wel dat deze organisaties qua cultuur en kostenefficiency op elkaar lijken, dan wel op deze aspecten naar elkaar toegroeien voordat de daadwerkelijke integratie plaatsvindt.
SVHW is in 2020 al gestart met activiteiten om de schaalgrootte te laten toenemen en zal dit in 2021 en 2022 voortzetten.
2.5
Takenpakket
2.5.1
Overzicht
De (vastgoed)gegevens van SVHW omvatten de gegevens van kadastrale percelen, gebouwen, eigenaren, gebruikers en geometrie, aangevuld met de specifieke gegevens (onder andere cyclorama en luchtfoto’s) die nodig zijn voor de uitvoering van de taken van het SVHW. SVHW verzamelt, registreert en bewerkt deze gegevens. Ze zijn binnen de wettelijke kaders geactualiseerd beschikbaar voor de deelnemers. SVHW verzorgt voor de deelnemers de volgende processen/producten:
volledig uitvoering van overgedragen belastingtaken, inclusief het adviseren over fiscale zaken, verordeningen en dergelijke;
volledige uitvoering van de Wet WOZ inclusief de waardebepaling;
leveren van ramingen WOZ/waarden en overige belastingeenheden ten behoeve van de begroting;
het verzorgen van de financiële administratie van de belastingopbrengsten inclusief de jaarlijkse accountantsverklaring;
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 13 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
verwerken van bevolkingsmutaties, omgevingsvergunningen, kadastrale mutaties et cetera in de belastingbestanden;
volledige uitvoering van de BAG;
maken van aanslagen, waarde beschikkingen, afhandelen telefonische/schriftelijke vragen/reacties op aanslagen/waarde beschikkingen, afhandelen bezwaar- en beroepschriften;
invorderen van aanslagen, automatische incasso’s en beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken;
het beschikbaar stellen aan de deelnemers van kadastrale kaarten, cyclorama foto's van alle gebouwen, luchtfoto’s van de hele gemeente en het leveren van vastgoedinformatie voor beheersystemen van de gemeente.
De onderstaande tabel op de volgende bladzijde geeft een overzicht van de verschillende belastingsoorten, die SVHW per 1 januari 2021 per deelnemer heft en int. Daarnaast is per deelnemer aangegeven of SVHW de BAG en/of WOZ administratie (inclusief waardebepaling) uitvoert.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 14 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
2.5.2
Aanvullende taken
De ambitie om taken om de deelnemers te binden en te boeien vindt zijn weerslag in het realiseren van aanvullende taken voor de deelnemers op basis van reeds bij SVHW aanwezige werkwijzen, systemen en/of kennis. Hierbij kan gedacht worden aan het heffen en innen van kleine belastingen en van publiekrechtelijke invorderingen (ontzorgen) en het aanbieden van informatie voor beleidsbepaling en –sturing (meerwaarde bieden). Indien er sprake is van een eventuele uitbreiding van taken dan moet dit een gevolg zijn van de behoefte van de deelnemers en leiden tot verbetering van de doelmatigheid van de dienstverlening en verdere verlaging van de kosten per afgenomen dienst. De aanvullende kosten worden gedragen door afnemende deelnemer(s).
2.6
Bestuur
2.6.1
Algemeen Bestuur
Het Algemeen Bestuur vertegenwoordigt de verschillende deelnemende organisaties en is het hoogste bestuursorgaan. Het Algemeen Bestuur heeft als taak om het beleid vast te stellen en te controleren of het juist wordt uitgevoerd. De samenstelling van het Algemeen Bestuur is per 1 januari 2021 als volgt:
De heer J.L. van Driel (voorzitter)
heemraad waterschap Hollandse Delta
De heer P.J. Kome
heemraad waterschap Hollandse Delta
De heer P.J. Verheij
wethouder gemeente Alblasserdam
De heer M. Goedknegt
wethouder gemeente Albrandswaard
De heer J.P. Tanis
wethouder gemeente Altena
De heer N. Bults
wethouder gemeente Barendrecht
De heer R. van der Kooi
wethouder gemeente Brielle
De heer T. Boerman
wethouder gemeente Hardinxveld-Giessendam
Mevrouw M. den Brok
wethouder gemeente Hellevoetsluis
De heer P.J. van Leenen
wethouder gemeente Hoeksche Waard
Mevrouw M.G. Boere-Schoonderwoerd
wethouder gemeente Krimpenerwaard
De heer J.W. van den Beukel
wethouder gemeente Lansingerland
Mevrouw A. Ingwersen
wethouder gemeente Nieuwkoop
De heer P. Feller
wethouder gemeente Goeree-Overflakkee
Mevrouw J.D. de Jongh-de Champs
wethouder gemeente Westvoorne
2.6.2
Dagelijks Bestuur
De leden van het Dagelijks Bestuur zijn door en vanuit de leden van Algemeen Bestuur aangewezen. Het Dagelijks Bestuur bepaalt onder andere de instructies en de regels voor de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering van SVHW. De samenstelling van het Dagelijks Bestuur en portefeuilleverdeling zijn per 1 januari 2021 als volgt:
De heer J.L. van Driel
voorzitter
De heer P.J. van Leenen
plaatsvervangend voorzitter
Mevrouw M. den Brok
personele aangelegenheden
De heer N. Bults
financiën/externe ontwikkelingen
De heer M. Goedknegt
bedrijfsvoering/interne ontwikkelingen
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 15 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
2.7
Organogram
De organisatie van SVHW bestaat uit drie vakafdelingen en een groep met ondersteunende staf, waarin de interne bedrijfsvoeringsfuncties (PIOFACH) zijn ondergebracht. Binnen de vakafdelingen zijn de activiteiten geclusterd in teams, waarbij meewerkende coördinatoren zorg dragen voor de taakverdeling en de onderlinge afstemming. Het Management Team, bestaande uit de directie, de controller en de drie afdelingshoofden, draagt zorg voor de overkoepelende sturing van de werkzaamheden. De onderstaande figuur geeft het organogram van het SVHW weer.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 16 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
2.8
Kengetallen
De ontwikkeling van SVHW in de afgelopen jaren wordt weergegeven in de onderstaande tabellen: Algemeen
WOZ uitvoering Item % Objecten onder bezwaar woningen niet-woningen
2020 2019 2018 2017 Landelijk SVHW Landelijk SVHW Landelijk SVHW Landelijk SVHW 2,4% 3,8%
% aandeel NCNP-bureaus
3,7% 3,1%
2,5% 5,4%
49%
1,5% 3,3%
2016 Landelijk SVHW
2,2% 5,3%
1,4% 3,3%
2,1% 6,0%
2,2% (3) 3,3%
1,8% 6,1%
1,8% 4,1%
40%
40%
45%
38%
% Bezwaren gehonoreerd
volgt
39%
52%
51%
50%
45%
48%
WOZ kosten per object
volgt
volgt
€ 16,94 € 10,58 € 15,23 € 10,72 € 15,86
€ 10,91
€ 15,97 € 10,43
Over de bezwaren ingediend door No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus zijn geen landelijke cijfers bekend De toegenomen activiteit van de NCNP-bureaus lijkt zich te concentreren bij de belastingkantoren. Een korte rondgang langs zes grotere belastingkantoren leert, dat het aandeel van de NCNP-bureaus in de WOZ-bezwaren in 2020 varieert van 40% tot 60% en dat de toename in het aantal WOZ-objecten onder bezwaar varieert van 30% tot 63%.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 17 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
Beeld 2020 en 2021 De Jaarrekening 2020 sluit per saldo met een nadelig resultaat van 102.000 euro. Dit is een negatieve afwijking van 67.000 euro ten opzichte van de Begroting 2020, waarin een nadelig resultaat van 35.000 euro was begroot. De totale exploitatie 2020 bedraagt 13.362.000 euro ten opzichte van 12.536.000 euro begroot. De totale opbrengsten 2020 bedragen 13.260.000 euro ten opzichte van 12.501.000 begroot. Bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2021 verkrijgt SVHW meer inzicht in de meest recente ontwikkeling en de eventuele impact op de Begroting 2021.
Ontwikkelingen Deze paragraaf geeft de relevante ontwikkelingen voor de meerjarenbegroting 2022 weer, zoals deze bij het opstellen daarvan 2022 bekend zijn. De meeste ontwikkelingen hebben een meerjarig effect. Voor zover mogelijk en relevant wordt reeds in 2021 rekening gehouden met de ontwikkelingen door het starten of voorbereiden van activiteiten. In een aantal gevallen is er sprake van een doorontwikkeling vanuit 2021.
4.1
Externe ontwikkelingen
4.1.1
Technologische en proces ontwikkelingen
Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) In zijn kamerbrief nr. 55 van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven, dat het kabinet het voornemen heeft de financiering van de GDI met ingang van 2022 meer centraal gefinancierd in te richten. Naar verwachting stelt de Ministerraad de uitgewerkte plannen in het voorjaar 2021 vast. Mocht deze aanpassing doorgang vinden dan komt de huidige één-op-één doorbelasting van het gebruik van de GDI op basis van een 40/60 verdeling aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Waterschap Hollandse Delta te vervallen. Indien de aanpassing niet doorgaat, dan blijft de huidige doorbelastingsmethodiek gehandhaafd. De volgende voorzieningen maken onderdeel uit van de GDI:
de publicatie van wet- en regelgeving (o.a. overheid.nl);
veilige communicatie met de overheid (o.a. berichtenbox en Mijnoverheid);
veilige digitale toegang voor burgers en bedrijven richting de overheid (o.a. DigiD, eHerkenning, eIDAS en DigiMachtiging);
de basisregistraties (o.a. BRP, BAG, WOZ, BRK, NHR);
de afspraken, (open) standaarden en stelselvoorzieningen die ervoor zorgen dat overheden met elkaar kunnen communiceren en samenwerken (o.a. Digikoppeling, Digivering en Digimelding).
Landelijke stelsel van basisregistraties Op 20 november 2020 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de Tweede Kamer geïnformeerd dat er een programmaplan is opgesteld voor de verdere verbetering van het stelsel van basisregistraties. Het betreft een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren met een verbindende aanpak, waarin stapsgewijs resultaten worden opgeleverd. De activiteiten zijn Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 18 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 geclusterd langs drie hoofddoelen:
een betere dienstverlening aan burgers en bedrijven;
meer gebruik van gegevens uit de basisregistraties;
hogere kwaliteit van (in samenhang gebruikte) gegevens.
Daarnaast zal het Ministerie meer en meer de rol van stelselregisseur gaan vervullen. De ontwikkelingen bij de uitvoeringsorganisaties en gemeenten worden gestimuleerd door onder meer bijdragen vanuit de Investeringspost Digitale Overheid. In de dagelijkse uitvoeringspraktijk hebben de basisregistraties zich ondanks recente ontwikkelingen op het gebied van efficiencyverbetering nog niet bewezen. Daarnaast zullen ook de basisregistraties worden aangepast aan de principes van Common Ground en wordt het berichtenverkeer vervangen door koppelingen op basis van Application Programming Interfaces (API’s). Dit zal leiden tot aanpassingen in de primaire applicaties van SVHW. Common Ground Dit is een ontwerp en een veranderstrategie van de VNG voor een nieuwe gemeenschappelijke gemeentelijke informatievoorziening. Hierdoor ontstaat er een nieuw en modern gegevenslandschap, dat op een verantwoorde en consistente wijze wordt ondersteund. Dit maakt het mogelijk om de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering snel en flexibel te moderniseren. Het is een grote verandering die veel vraagt van de gemeenten, samenwerkingsverbanden, leveranciers en diverse partners in de digitale overheid. Vanuit de architectuur en standaarden is meerjarig een extra impuls nodig om deze veranderingen te realiseer en beheersbaar te maken. De winkel moet tijdens de verbouwing open blijven.
Naar verwachting zullen de bestaande voorzieningen daarom over een periode van 3 tot 8 jaar worden uitgefaseerd. De aanpassing/vervanging van de primaire applicaties van SVHW vraagt in ieder geval tijd en forse investeringen. Het gaat niet alleen om de applicaties maar ook om de transitie (o.a. implementatie, inhuur en opleidingen). Landelijke inschattingen spreken over bedragen van honderden miljoenen, die nodig zijn voor de realisatie van Common Ground. Daartegenover staan ook te verwachten besparingen op het moment dat uiteindelijk de principes van Common Ground goed zijn doorgevoerd. Samenhangende Objectenregistratie De samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZ-registratie (zoals objecttypen en eigenschappen) opgaan in de SOR. De ontwikkeling van de SOR is voorzien tot en met 2025 waarbij de huidige basisregistraties stapsgewijs met elkaar in samenhang worden gebracht. De inhoud van de SOR is eind 2020 duidelijk geworden.
Het Ministerie van BZK en de VNG streven er in Dis Geo verband naar, om in de eerste helft van 2021 de uitwerking van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden en de toedeling daarvan aan (groepen van) organisaties en de afspraken over de financiering van de benodigde investeringen duidelijk te hebben. De SOR heeft gevolgen voor werkprocessen, functieomschrijvingen, informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW. Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 19 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026
4.1.2
Sociaal-culturele en economische ontwikkelingen
Banenafspraak In het Sociaal Akkoord van april 2013 hebben de sociale partners in de marktssector en het kabinet afgesproken om 125.000 extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking bij reguliere werkgevers: de banenafspraak. Vervolgens is afgesproken, dat hiervan in 2024 25.000 banen bij overheidswerkgevers zullen worden gerealiseerd. Aangezien de realisatie van de extra banen bij de overheid achter liep, hebben de ministeries en de zelfstandige overheidswerkgevers (VNG, IPO, Vereniging werken voor waterschappen, etc.) op 11 april 2019 een bestuursakkoord getekend, waarin wordt benadrukt dat overheidswerkgevers hun aandeel nemen in de totale opgave en een werkagenda is geformuleerd. Voor SVHW betekent dit in 2022 het realiseren van 3 garantiebanen. Met ingang van 1 januari 2022 wordt er een quotumheffing opgelegd van 5.000 euro per niet gerealiseerde garantiebaan. Na contact met instanties is gebleken dat door de uitbesteding van lichtere werkzaamheden, het veranderende werkveld binnen SVHW (o.a. van data-invoer naar data-analyse) en het structureel thuiswerken het vrijwel onmogelijk is om de garantiebanen binnen SVHW te realiseren. SVHW zet nu in om via andere partijen invulling te geven aan de garantiebanen.
Invloed van Coronamaatregelen op de WOZ waarderingen In opdracht van de Waarderingskamer is door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen Lokale overheden (ESBL) een rapport geschreven over de mogelijke gevolgen van Coronamaatregelen op de WOZ waarderingen. De conclusie is, dat de huidige wettelijke systematiek van de Wet WOZ gemeenten en uitvoeringsorganisaties slechts in uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer deze leiden tot substantiële gebruiksbeperkingen van specifieke (typen) objecten, de mogelijkheid biedt om de invloed van coronamaatregelen tot uitdrukking te laten komen in de WOZ waarderingen, zeker voor belastingjaar 2021. Het ligt echter wel in de lijn der verwachting dat eventuele waardeveranderingen als gevolg van Coronamaatregelen, vanaf belastingjaar 2022 wel tot uitdrukking zullen gaan komen in de WOZ waarden van onroerende zaken (niet-woningen). Invloed van Coronamaatregelen op de leegstand De gevolgen van de Coronamaatregelen zullen, volgens een rapport van Planbureau voor de Leefomgeving, er toe leiden dat de leegstand van winkels en kantoorpanden in de periode 2021-2022 kan oplopen tot 25 à 40%. Naast het feit dat dit gevolgen heeft voor de WOZ-waarden en de OZBopbrengsten, zal dit ook leiden tot meer WOZ-mutaties en afbakenings-onderzoeken als gevolg van mogelijke bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld van winkel of kantoor naar woningen).
Dit zal leiden tot extra benodigde capaciteit bij SVHW.
4.1.3
Politiek-juridische ontwikkelingen
Aanpassing waterschapbelastingen De waterschappen hebben op 11 december 2020 een definitief voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld. Het voorstel lost een aantal urgente knelpunten op, te weten:
knelpunt zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen;
knelpunten watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten gevolge van WOZ-waardestijging.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 20 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 Het voorstel is aangeboden aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met het verzoek om een voortvarend wetgevingstraject in te zetten en om vervolgstappen te nemen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. Aangezien er een wetgevingstraject (wellicht met uitzondering van het beperken van de tariefdifferentiatie wegen tot 100%) noodzakelijk is en dit hoogstwaarschijnlijk wordt opgepakt door het volgende kabinet, verwacht SVHW geen effecten in 2022. Aanpassing gemeentelijke belastingen De staatsecretaris van Financiën heeft op 18 mei 2020 het pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. In het bijbehorende syntheserapport zit een voorbeeldpakket met meerdere varianten voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied door een belastingschuif van 4 miljard euro van het Rijk naar gemeenten, mogelijk in de vorm van o.a. gebruiksbelasting OZB en een ingezetenenbelasting. Het gemeentefonds neemt met hetzelfde bedrag af en de inwoners worden gecompenseerd door bijvoorbeeld lagere inkomstenbelasting. De VNG wil de komende kabinetsformatie aangrijpen om de gewenste verruiming van het lokale belastinggebied in beleid en wetgeving omgezet te krijgen. SVHW verwacht daarom in 2022 geen effecten.
Verduurzaming belastingstelsel De noodzaak voor de overheid om de duurzaamheid te bevorderen neemt toe. De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. Binnen de huidige wetgeving zijn de mogelijkheden echter beperkt en dienen de effectiviteit van deze zogenaamde “duurzaamheidsbepalingen” en bijbehorende risico’s in relatie tot de rechtsgelijkheid, extra inspanningen en uitvoeringskosten goed overwogen te worden (m.n. geldt dit voor de OZB). Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen. SVHW houdt in de Begroting 2022 geen rekening met eventuele extra inspanningen. Indien de deelnemers op individuele basis behoefte hebben aan aanvullende dienstverlening, dan zal SVHW de kosten doorbelasten aan de betreffende deelnemer(s) Wijziging toeristenbelasting Dit wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 in verband met de regulering van de toeristische verhuur van woonruimte. Aan de gemeente worden instrumenten gegeven om de handhaving mogelijk te maken en indien noodzakelijk de neveneffecten van de toeristische verhuur van woonruimte te kunnen voorkomen of beperken. Dit wetsvoorstel voorziet daartoe in de mogelijkheid voor een registratie-, meld- en/of vergunningplicht.
Door de registratieplicht wordt de informatiepositie van de gemeente verbeterd, waardoor gericht en effectief kan worden gehandhaafd. Door een meld- of vergunningplicht kunnen de negatieve neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte worden voorkomen of beperkt. Het wetsvoorstel is op 6 oktober 2020 aangenomen. De invoering van (onderdelen) van de wet wordt per apart Koninklijk Besluit bekrachtigd. Het is hierdoor onzeker wanneer de wijzigingen ingaan. SVHW volgt deze ontwikkeling en bekijkt de mogelijkheden om de aangifteplicht te faciliteren via de website/loket.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 21 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 WOZ De Waarderingkamer pleit voor een brede investeringsagenda voor de WOZ-uitvoering met name gelet op het bredere gebruik van de WOZ-waarden. Om te zorgen dat het maatschappelijk draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden verder toeneemt, is het van belang dat de WOZuitvoering mee blijft ontwikkelen met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. In de instemmingsbrief gericht aan het Dagelijks Bestuur van SVHW voor het mogen beschikken van WOZwaarden en het verzenden van de OZB-aanslagen in 2020 vroeg de Waarderingskamer dan ook voor blijvende aandacht voor het doen van de nodige investeringen. De Waarderingskamer gaf de hierbij de volgende redenen:
permanente educatie medewerkers;
software aanpassingen ten gevolge van Common Ground;
de ontwikkeling van een nieuwe generatie taxatiemodellen op basis kunstmatige intelligentie; en meer gebruik van locatiegegevens uit geo-registraties en GIS-analyse;
de totstandkoming van de samenhangende objectenregistratie;
het voorzien in de gegevensbehoefte voor de energietransitie;
de invoering van de Omgevingswet.
Daarnaast schetst de Waarderingskamer in haar strategiedocument 2020-2025 nog de volgende ontwikkeling die van grote invloed zijn op de WOZ-uitvoering:
iedereen wordt eigenaar van zijn/haar (persoons)gegevens;
het met meer flexibiliteit kunnen betrekken van gegevens bij de WOZ-waardebepaling;
in 2022 zullen naar verwachting het verantwoordingsdocument, waarin op hoofdlijnen wordt beschreven hoe de herwaardering is verlopen, en het taxatieverslag nieuwe stijl worden ingevoerd.
SVHW zal in de bedrijfsvoering en begroting rekening moeten houden met de bovenstaande punten. Waarderen op basis van gebruiksoppervlakte In 2022 verstuurt SVHW de eerste WOZ-waarde beschikkingen, waarbij er gewaardeerd is op basis van gebruiksoppervlakte in plaats van inhoud. SVHW heeft hiervoor in januari 2021 een conversieproject afgerond, waarbij onder nadere het gebruiksoppervlakte en objectgegevens tussen de BAG en WOZ registratie zijn geharmoniseerd en de conversie is geanalyseerd. De verandering zal goed gecommuniceerd moeten worden, om vragen en WOZ-bezwaren zoveel mogelijk te voorkomen. Wet verbetering rechtsbescherming WOZ De huidige Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is onvoldoende toegespitst op de situatie, dat belanghebbenden tegengestelde belangen bij dezelfde WOZ-waarde hebben. Begin 2019 is een wetsvoorstel, dat beoogt de rechtsbescherming van de belanghebbenden bij een WOZ-beschikking adequaat te regelen, voor internetconsultatie gepubliceerd. Op het wetsvoorstel was veel kritiek en daarom is het nog niet bekend of en wanneer de parlementaire behandeling plaats vindt en daarmee is het onduidelijk of de wijziging van de wet WOZ in 2022 van kracht zal zijn. Ondertussen worden in de jurisprudentie de ergste tekorten in de rechtsbescherming verholpen, bijvoorbeeld door medebelanghebbenden toegang te geven tot procedures.
De Waarderingskamer heeft inmiddels een handreiking voor gemeenten geschreven hoe in bezwaar- en beroepsprocedures met derde-belanghebbenden om te gaan bij het ontbreken van een wettelijke regeling Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 22 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 SVHW volgt de ontwikkeling nauwlettend, aangezien er gevolgen zijn voor de uitvoeringspraktijk. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is voorzien per 1 januari 2022. Hierdoor zal het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten toenemen en zullen gegevens ter beschikking moeten worden gesteld aan het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit vraagt om andere processen om de vastgoedgegevens in te winnen. SVHW zal dit in 2021 met de deelnemers afstemmen. Daarnaast zal SVHW, maar ook de deelnemers die zelf de BAG uitvoeren, rekening moeten houden met een mogelijke impact op de processen ten gevolge van de invoering van het omgevingsloket. Wet digitale overheid De Wet digitale overheid (Wdo) regelt verdere digitalisering van de Nederlandse overheid. Dit eerste deel van de wet gaat over hoe burgers en bedrijven veilig en betrouwbaar kunnen inloggen bij de (semi-) overheid. Daarnaast bevat de wet regels over informatieveiligheid en privacy en het toepassen van open standaarden. De wet verankert taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. de voorzieningen voor de generieke digitale infrastructuur (GDI), verplichtingen voor bestuursorganen en aanspraken van burgers en bedrijven.
Gewerkt wordt in tranches: de eerste tranche regelt onder meer de toegang tot digitale dienstverlening van de overheid door middel van elektronische identificatie en authenticatie, informatieveiligheid en standaarden. Naar verwachting wordt de Wdo in 2022 stapsgewijs ingevoerd. Na inwerkingtreding:
moet SVHW zijn digitale diensten indelen naar betrouwbaarheidsniveau;
heeft SVHW een acceptatieplicht voor toegelaten inlogmiddelen;
moet SVHW zijn informatiebeveiliging op orde hebben;
moet SVHW meebetalen voor het gebruik van inlogmiddelen door burgers.
Wet open overheid Begin januari 2019 is bekend geworden dat het wetsvoorstel voor de Wet open overheid (Woo) in verband met uitvoeringsproblemen en hoge kosten gewijzigd gaat worden. Overheden hoeven hierdoor niet langer registers op te gaan tuigen met alle ingekomen en uitgaande stukken. In plaats van een register met alle ingekomen en uitgaande stukken, wordt er in het gewijzigde wetsvoorstel een ‘overheidsbreed meerjarenplan’ opgenomen, dat gericht is op een verbeterde informatiehuishouding en -voorziening door overheden. Bestuursorganen moeten binnen de nieuwe invulling een contactpersoon aanwijzen die de burgers de weg kan wijzen naar de gewenste informatie. Ook wordt voorgesteld dat overheden gefaseerd werk kunnen maken van actieve openbaarmaking van stukken, in plaats van de harde verplichting dat alle overheidsinformatie na vijf jaar openbaar moet zijn. De Woo moet op termijn de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De parlementaire behandeling wordt naar verwachting in 2021 afgerond waardoor de Woo in 2022 in werking treedt. SVHW voorziet in 2022 vooralsnog geen grote inspanningen. Wet hergebruik Overheidsinformatie Naar verwachting zal in 2022 de Wet hergebruik Overheidsinformatie (Who) van kracht zijn.
Nu zijn overheden verplicht om op verzoek van burgers, bedrijven en onderzoeksinstellingen openbare overheidsinformatie (vrijwel gratis) voor hergebruik beschikbaar te stellen. De nieuwe wet introduceert een verplichting om dynamische, real-time data door middel van Application Programming Interfaces (API’s) te ontsluiten. In de praktijk gaat het hier veelal om sensordata. Overheden zullen ook onderzoeksdata beschikbaar moeten kunnen stellen als open data.
Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 23 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 De gevolgen voor SVHW zijn naar de letter van de wet genomen beperkt. De geest van de wet houdt echter een uitnodiging in om voortvarend met open datadeling aan de slag te gaan. Vanuit de VNG wordt er ingezet om datadeals te realiseren (een datadeal is een bestuurlijke afspraak met partners over datadeling). Als eerste gaat men aan de slag met thema’s als de energietransitie, de ondermijning en het vroegtijdig signaleren van schulden. Dit zou kunnen betekenen, dat SVHW, uiteraard met in achtneming van wet- en regelgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, op enig moment via API’s datasets beschikbaar zou moeten stellen. Rijksprogramma Regie op Gegevens Het programma ‘Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening in opdracht van het Ministerie van BZK en het Ministerie van Economische Zaken. De impact op SVHW is vooralsnog beperkt maar wanneer een afsprakenstelsel is ontwikkeld waarin persoonlijk datamanagement wordt ingevoerd, dan zal dit van invloed worden op de dienstverlening. Deze zou bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden in een meer interactieve ‘MijnOverheid’.
Wanneer inwoners en bedrijven laagdrempelig wijzigingen kunnen doorgeven en actief (vooraf) kunnen instemmen met getoonde gegevens, zou dit helpen om de overheidsinformatie op dit vlak eenvoudiger en goedkoper op orde te houden. Tevens ontstaat er op deze wijze betrokkenheid door (mede)regie op de eigen gegevens. Voor SVHW betekent dit, dat in de toekomst (nog) meer ingespeeld moeten worden op deze ontwikkeling en er steeds meer belang gehecht wordt aan de wijze waarop met (persoonlijke)gegevens wordt omgegaan. Zelfservice mogelijkheden via “Mijn SVHW”, WOZ-voormeldingen ter controle van objectkenmerken en datacontrole/analyse door SVHW nemen hierdoor in belang toe. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer In 2022 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden (WMEBV). De WMEBV regelt dat burgers en ondernemers hun zaken met overheid digitaal kunnen afhandelen. Zij krijgen daarmee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden. Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de overheid. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. SVHW moet de digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken.
Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. SVHW zal hiervoor de nodige zaken moeten inrichten, waarbij onder andere het gebruik van eformulieren met authenticatie wordt overwogen. Wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht De resultaten van het onderzoek door het WODC in opdracht de minister van Rechtsbescherming om de mogelijkheden voor de vergoeding aan No-Cure-No-Pay (NCNP)-bureaus te verminderen zijn op 12 februari 2021 gepubliceerd. Vanuit uitvoeringperspectief zijn de conclusies in het rapport ronduit teleurstellend en kunnen er ook vraagtekens worden geplaatst bij de zorgvuldigheid en compleetheid van het onderzoek. Het rapport stopt o.a. zodra het interessant begint te worden (wat doen die NCNPVersie 0.6 14 april 2021
Pagina 24 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 bedrijven eigenlijk voor hun geld) en ook de opgenomen uitvoeringskosten worden door SVHW niet herkend. In ieder geval zal dit rapport voor een nieuw kabinet geen directe aanleiding zijn om te komen tot maatregelen om de NCNP-bureaus een halt toe te roepen. Dit betekent dat de problematiek van de NCNP WOZ-bezwaren met de daaraan gerelateerde proceskostenvergoedingen en benodigde capaciteit in 2022 aanwezig blijft. In 2020 was SVHW voor de afhandeling van de NCNP WOZ-bezwaren circa 750.000 euro kwijt aan proceskostenvergoeding, een kostenoverschrijding van 475.000 euro, en circa 350.000 euro aan aanvullende inhuur. In totaal bedroegen de NCNP-bureau gerelateerde kosten in 2020 circa 1,1 miljoen euro (circa 11% van de deelnemersbijdrage). Om deze situatie te keren is SVHW in september 2020 gestart met een interne werkgroep, de zogenaamde “NCNP-busters” om het aantal NCNP WOZ-bezwaren terug te dringen. Door enerzijds het aantal WOZ-bezwaren te verminderen en anderzijds er voor te zorgen dat als men bezwaar maakt dit zo eenvoudig en makkelijk mogelijk direct bij SVHW kan. Hierbij gelden de aanbevelingen vanuit de VNG handreiking “Communicatie inzetten om WOZ-bezwaren te verminderen” als uitgangspunt. Bij de implementatie van de (communicatie)maatregelen zal voor ondersteuning ook een beroep worden gedaan op de deelnemers.
De ontwikkeling van het aantal NCNP WOZ-bezwaren in 2021 en 2022 en de gerelateerde kosten is onzeker. SVHW verwacht echter door de mitigerende maatregelen de overschrijding van de proceskostenvergoeding, die in 2020 475.000 euro bedroeg, in 2022 te beperken tot 200.000 euro en neemt daarnaast 200.000 euro aanvullend op in de risicoparagraaf. De kosten voor de aanvullende inhuur van 350.000 euro worden naar verwachting teruggebracht tot nihil, aangezien het WOZbezwaarproces verder geoptimaliseerd en gedigitaliseerd wordt. Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Vanaf 1 januari 2022 kan er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, mogelijk extra kosten voor SVHW met zich mee.
Hierbij kan worden gedacht aan:
dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn;
kosten voor beroepsprocedures;
griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen;
behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door ‘No Cure No Pay’-bureaus die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bureaus nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling).
Zodra er meer inzicht is in de mogelijke hoogte van de extra kosten en de personele inzet, dan zal SVHW dit kenbaar maken. Vooralsnog worden gevolgen van deze wijziging opgenomen in de risicoparagraaf. Versie 0.6 14 april 2021
Pagina 25 van 75
Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2026 Wet vereenvoudiging beslagvrije voet De wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) is per 1 januari 2021 ingegaan. SVHW moet onder deze wet extra inspanningen verrichten om de juiste beslagvrije voet (bvv) vast te stellen door onder andere: het contact opnemen met belastingschuldige, het raadplegen van openbare bronnen, het onderling uitwisselen van informatie tussen beslagleggers en het raadplegen van UWV gegevens. Als de beslaglegger dit niet doet, dan moet hij het normbedrag van de bvv hoger vaststellen, waardoor er vrijwel geen afdracht van de werkgever/uitkeringsinstantie te verwachten valt. SVHW verwacht de volgende effecten ten gevolge van de Wvbvv:
minder effectieve loonbeslagen;
een toenemende doorlooptijd van loonbeslagen in verband met een hogere bbv;
meer bezwaren tegen de vastgestelde bbv;
SVHW kan zelf geen bbv meer vaststellen en dient deze op te vragen;
een toename van hernieuwde dwangbevelen;
een veranderende rol van de deurwaarder (socialer, beperking in beslagrecht);
mogelijkerwijs meer betalingsregelingen en minnelijke schuldbemiddelingen en – saneringen.
In 2021 doet SVHW zijn eerste ervaringen op, waarmee het duidelijk moet worden in hoeverre er sprake is van meer uitvoeringswerkzaamheden dan wel hogere kosten vanwege het opvragen van de bbv gegevens bij externe instanties. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Met de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt de toegang tot het beslagregister verbreed. De verbeterde gegevensuitwisseling draagt er – in aanvulling op de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet – aan bij, dat het bestaansminimum van mensen die kampen met schulden beter kan worden geborgd in gevallen van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. In het beslagregister maken gerechtsdeurwaarders en overheidsinstanties die op grond van wetgeving de bevoegdheid hebben tot gerechtelijke incasso op een vordering tot periodieke betaling, hun incasso-acties bekend. Op die manier kan de potentieel beslaglegger op basis van deze gegevens inzicht verkrijgen in de afloscapaciteit en een afweging maken of het beslag niet enkel een kosten ophogend effect heeft.
Verbreding van de toegang tot het beslagregister maakt het mogelijk om meer afstemming en inzicht te verkrijgen in de mate waarin de afloscapaciteit van de schuldenaar onder druk staat en op basis daarvan een afweging te maken als het gaat om de wenselijkheid van incassohandelingen en de hiermee gemoeide kosten Het verbrede beslagregister krijgt de vorm van een routeervoorziening. Een routeervoorziening is te beschouwen als een virtueel register, vergelijkbaar met het Suwinet. De betrokken partijen maken gebruik van een digitale routeervoorziening om relevante informatie inzake beslagleggen bij elkaar op te vragen c.q. aan elkaar te leveren. Het is de bedoeling dat in het beslagregister naast informatie over de berekende beslagvrije voet ook gegevens worden opgenomen over de coördinerend deurwaarder, zodat een beslagleggende partij weet met wie er contact moet worden opgenomen voor meer informatie of overleg. Gedurende 2021-2022 vindt de invoering plaats via gefaseerde aansluiting van de partijen. De praktijk moet uitwijzen in hoeverre de administratieve druk voor SVHW toeneemt.