2025-06-18 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
In de Altenatafel, in de Altenaronde konden we vragen stellen. In de Altenatafel hebben we daar nog debat over gevoerd, hebben wij zaken naar voren gebracht. En de wethouder heeft daar een antwoord op gegeven en
verduidelijking gegeven. En zaken die we nog aangescherpt willen hebben, heeft zij daar op die manier ook toegezegd en ook bevestigd. Ik denk als we al die punten afzonderlijk gaan behandelen, dat we dan gewoon het debat weer opnieuw gaan voeren. En dat als ChristenUnie hebben we daar eigenlijk geen behoefte aan. En wat betreft het uitvoeringsplan. Ja, dat staat ook heel duidelijk in het raadsvoorstel, voorstellen. Dat hebben we ook zo in de Altenatafel ook besproken. Ja, dat volgt. En ook hier hebben wij weer vertrouwen in dat dat ook komt. Dus dat is onze bijdrage. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Kolff, VVD. De heer Kolff: Ja, dank, voorzitter. Het is een hele inleiding geweest natuurlijk, zo'n motie. Volgens mij kunnen we voortaan ook zelf wel oplezen wat er staat, qua tijd. Daarvoor willen wij hier ook tegenstemmen. We hebben het in de fractie beoordeeld en het is in het Altenatafel, Altenaronde besproken. We vinden het te ingrijpend met deze motie in te gaan stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Siland, AltenaLokaal. De heer Siland: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil het eigenlijk net als mijn voorganger, de heer Kolff niet te lang maken. In deze Gemeenschappelijke Regeling met Moerdijk, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout voldoen wij in deze regio aan de landelijk opgelegde klimaatakkoord.
Wij denken ook dat met het voorstel wat er ligt er rekening gehouden wordt in Altena met het landschap, leefomgeving en het draagvlak van de inwoners. En wij als Altena voelen dan ook weinig voor dit amendement. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Siland. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ja, we zijn van mening dat er een uitermate goed proces aan vooraf gegaan is. Het is meerdere malen besproken, uitvoerig besproken. Zienswijzen zijn ingediend, de samenleving is betrokken. Ja, we zien weinig tot geen aanknopingspunten eigenlijk om mee te gaan met dit amendement, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. CDA nog? Niet? Mijnheer Verbaarschot? De heer Verbaarschot: Ja, staat voor zich, mijnheer de voorzitter, dat ik wel redelijk teleurgesteld raak in een aantal reacties, behalve die van de SGP. Daar zit tenminste nog wat inhoudelijkheid in. De vraag was onder meer of ik, of wij als VVA akkoord zouden kunnen gaan met RES 2.0. Nee. Al die plannen zijn tot nu toe onvoldoende geweest. En dat is de reden waarom dat ik er nu mee kom met het amendement. Het is geen motie, maar een amendement. En het is best wel ja, belangrijk om hierover stil te staan. Als ik dan de reactie hoor van de ChristenUnie die hier dan niet om wil debatteren, omdat we het zogenaamd al gedaan zouden hebben.
Ik heb in die voorgaande rondes aan de tafel al diverse argumentatie gegeven van, waarom de argumentatie achter de nieuwe RPE wat mij betreft niet klopt. Omdat er te weinig rekening wordt gehouden met andere factoren en we houden nog steeds alleen maar rekening met het Klimaatplan. Ook AltenaLokaal heeft het daarover. Ja, luister, het gaat er niet over uit dat wij als een treintje de locomotief volgen. Als de locomotief verkeerd afslaat. Dan moeten wij het recht in eigen hand nemen en zeggen van oké, hier zijn we het niet mee eens. Dit doen wij voor onze eigen inwoners. De volgende vraag van de SGP. De uitwerkingsplannen moeten nog komen. Ja, dat klopt. Maar de gemeente geeft inhoud aan die plannen. En als wij hier als gemeente hetgeen niet laten weten wat wij willen, wat we natuurlijk wel met het bestuursplan doen als we dit goedkeuren, dan geeft Altena geen input. En die input die Altena wil gaan geven, die wil ik juist veranderen met het amendement. Dus dat is de reden. Ja, wat willen wij met die 1 miljard? Ja, dat is als volgt
is dat ingekleed. Het is niet zo dat die 1 miljard dan in één keer vrijkomt. Nee, die 1 miljard die hoef je niet te betalen als je dat plan niet uitvoert. De, het plan van de elektrificatie. Het plan van de elektrificatie. Als je alleen maar rekening houdt met dat je allemaal windmolens en allemaal zonnecollectoren op je land gaat plaatsen en warmtepompen moet gaan installeren, dat kost jouw elektriciteitsnet wel zoveel. Daarom is er nu netcongestie, nu al en het is nog niet eens volledig uitgevoerd heel die elektrificatie. Daar gaat echt nog, landelijk gezien gaat het 40 miljard kosten. En als je dat deelt door het aantal regio’s die de RES samenstellen, dan kom je ongeveer op die 1 miljard uit. Het is een om en nabij berekening, dus pin me niet vast op de euro nauwkeurig. Maar dat is de achtergrond. En natuurlijk zal er wel andere kosten komen, maar wat ons amendement betreft zijn die kosten voor het nieuw te bouwen thoriumenergiecentrale. En die centrale in Geertruidenberg of op andere plekken in Brabant of in Nederland, die moeten toch vervangen worden. Want als je die laat draaien, dan heeft het hele Klimaatplan geen ene donder zin. Want we hebben het over gasinname op de centrales of biobrandstof. Biobrandstof die notabene gevoed worden met de bossen uit Brazilië. Ik weet niet of iemand dat weet, maar er is een overeenkomst gesloten in de Europese Unie.
Daar weet bijna niemand wat van. Ze hebben een contract gesloten met Brazilië om delen van het regenwoud daar te slopen om hier als biobrandstof te verstoken. Complete waanzin. Dat heeft niks met milieu, niks met klimaat te maken. Dus dat soort kosten, dat hoeven wij dan niet meer te maken. En dat zijn de grootste energieverbruikers, de centrales. Daarnaast natuurlijk een hoop energie of fabrieken, grote plans zoals waar ik bijvoorbeeld werk in Moerdijk bij Shell. Die zijn ook al dik aan het elektrificeren. Maar ook dat moet bekend zijn, het tempo ligt veel te hoog. Die bedrijven kunnen het niet volgen, die gaan sluiten. En daar zijn ze al voor in de gemeenteraad in Rotterdam geweest. Daar zijn ze al bij landsbestuur in Den Haag geweest in de Tweede Kamer en daar luidden ze echt de noodklok. Het gaat te hard, de plannen zijn niet goed, niet efficiënt en het is te duur. Daarom dit amendement. En ik hoop dat jullie daar nog eens goed over willen nadenken en een goede argumentatie kunnen geven in de tweede termijn, want dit was dik onvoldoende. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Gaan we naar de reactie van het college, wethouder Schipper. Mevrouw Schipper: Voorzitter, het amendement bestuurd te hebben, geluisterd te hebben naar de punten die vanuit de VVA zijn voorgelegd en ook vanuit andere partijen, zie ik in de voorgestelde punten geen grote nieuwe richting.
Eerder een bevestiging van wat we al doen of overwegen of wat we gaan bespreken in de voorbereiding van de uitvoeringsprogramma 's. Ik denk dat we moeten vasthouden aan het realisme, aan het samenwerken in de regio en keuzes maken die passen bij onze schaal, ons landschap en in onze inwoners. En, voorzitter, het college wil de raad daarom ook ontraden om met dit amendement in te stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Gaan we naar de tweede termijn. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal vragen gesteld die netjes beantwoord zijn, dus ik vond het wel zo netjes om hier in ieder geval even op te reageren. Als ik het goed begrijp, mijnheer Verbaarschot, dan is uw amendement de RES 3.0 eigenlijk de vervanger voor 2.0. Misschien had u hem dan ook 2.0 kunnen noemen als de vervanger ervan. Maar goed, dat even terzijde. Dan is er net in de, in het eerste termijn is er heel veel over tafel gekomen van ja, we hebben eigenlijk al een heel lang traject achter de rug. Dat klopt. We hebben eerst het concept gekregen. Daar hebben we wensen en bedenkingen op geformuleerd. En ik denk dat dat dan het moment is om een hele fundamentele discussie te voeren.
En nu komt u eigenlijk terug met als verzoek van ja, wat is er nu gebeurd met die wensen en bedenking die Altena heeft ingediend? Is dat goed vertaald? En wat ons betreft, voorzitter, dan zijn wij daarmee akkoord. En dat dat houdt eigenlijk i, dat we het amendement ook niet zullen gaan steunen. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Andere fracties nog in tweede termijn? Mijnheer Verbaarschot zelf? De heer Verbaarschot: Dank u, mijnheer de voorzitter. Ik ben niet gerustgesteld over het getoonde niveau, de kennis van zaken inclusief de reactie van wethouders, college. Waarom hoor ik in de reactie van het college geen inhoudelijke argumenten over het amendement? Dat we verder zouden willen met het huidige plan, omdat er al voldoende in zou besloten staan of, dat dat dezelfde richting zou zijn als wat ik voorstel in het amendement. Ja, dat klopt niet. Of ze krijgen de kans om nog een keer uit te leggen van, waarom zouden we dat amendement niet doen? Of ik vraag een aans… een uitstel van het besluiting. Eén van de twee. De voorzitter: Mijnheer Verbaarschot, zo werkt het niet. U mag, het agendapunt staat op de agenda en dus gaan we daarover besluiten. U heeft een amendement ingediend en u mag daar het debat over voeren. En het college mag ook zeggen wat het college wil zeggen daarover, net zoals alle andere fracties. Dus als dit het einde is van uw termijn, dan is dit het einde van de termijn en dan gaan we zo direct stemmen over uw amendement en ook over het voorstel. De heer Verbaarschot: Natuurlijk mag iedereen zeggen wat hij wil en dat bestrijd ik niet. Alleen, ik bestrijd het niveau ervan.
En ik hoop dat het verslag wat hiervan wordt gemaakt, dat de mensen kunnen lezen en over 10 jaar dan misschien zeggen van ach, de VVA heeft toch gelijk gehad. Eigenlijk wil ik dat gewoon niet, maar ik denk dat gaat gebeuren. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Dan, college zie ik hoeft niet meer te reageren. Dan constateer ik dat de beraadslagingen ten einde zijn. Dan gaan we over tot stemming. Is er nog behoefte aan stemverklaring over het amendement? Nee? Dan ga ik als eerste het amendement in stemming brengen. Mag ik bij handopsteken wie voor het amendement is? Dat is de fractie van de VVA. Wie is tegen het amendement? Dat is de rest. Dan is het amendement verworpen met 24 stemmen tegen en twee stemmen voor. Dan kom ik bij het voorstel. Is daar nog behoefte aan stemverklaring? Mevrouw Boll, het CDA. Mevrouw Boll: Dank u wel, voorzitter. De stemverklaring van CDA Altena. Wij stemmen in met het Regionaal Plan Energiesysteem, RPE en zal vanuit de door ons ingebrachte wensen en bedenkingen op zorgvuldig grondgebruik, in het bijzonder de bescherming van landbouwgronden, de ontwikkeling van de uitvoeringsplannen nauwlettend volgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Boll. Mijnheer Verbaarschot. De heer Verbaarschot: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, wij gaan tegenstemmen. En waarom? Dit is gewoon niet goed.
Is niet goed voor Altena, is niet goed voor West-Brabant. En als alle regio's dit soort dingen gaan afleveren, dan kunnen we dik gaan betalen. Dat is een waarschuwing. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verbaarschot. Dan, mag ik dan bij handopsteken wie voor het voorstel is? Dat is de fractie van SGP, ChristenUnie, Progressief Altena, AltenaLokaal, de VVD en het CDA. En wie is tegen? Dat is de fractie van VVA. Dan is het voorstel met 24 stemmen voor en twee tegen, aangenomen.
Motie vreemd aan de orde 11. Motie R. Hoegee (AL) - Natuurbegraafplaats Altena De voorzitter: Gaan wij naar agendapunt 11 en dat is de motie vreemd aan de orde van de dag van de heer Hoegee over de Natuurbegraven in Altena. Mijnheer Hoegee, ga uw gang. De heer Hoegee: Dank u, voorzitter. Ja, in het verleden hebben wij een balletje opgegooid betreffende een natuurbegraafplaats. En wij waren mag ik wel zeggen, blij verrast met de werkelijk honderden positieve reacties die wij daarop ontvangen hebben. We hebben daarvan geleerd, dat er een duidelijke en grote behoefte is aan dergelijke voorziening. Vandaar deze motie met als doel, een positieve houding van ons college ten opzichte van natuurbegraven te vragen. Voor de duidelijkheid, we vragen niet meer als een positieve houding naar een initiatiefnemer toe. Dus het is niet ons plan om dat de gemeente hier geld in gaat steken of anders. Want ik begreep dat daar wat onduidelijkheid over was bij sommigen. De motie staat op het scherm, die spreekt voor zich denk ik. Dus ik hoor graag de instemmende geluiden van de andere facties. De voorzitter: Dat zullen we eens gaan zien. Mijnheer Nieuwenhuizen, ChristenUnie. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. We hebben met interesse kennisgenomen van de motie die de heer Hoegee ingediend heeft.
Ja, op zich staan wij er wel positief tegenover, zeker met de toelichting van de heer Hoegee over ja, wie in the lead is zeg maar. Of dat de gemeente is of een initiatiefnemer, dat was voor ons nog even een vraag wat we niet helemaal uit de motie konden halen. Ja, de overwegingen dat, wij zouden de overwegingen anders formuleren, maar het gaat uiteindelijk om wat aan het college verzocht wordt. Want ja, overwegingen, banden met Altena. Wij dachten dan van, als je kijkt nu en zeker in het dorp waar ik woon, dat mensen daar begraven willen worden omdat ze een band met Veen hebben. We hebben geen 21 natuurbegraafplaatsen straks. Dus de overwegingen zijn in die zin ja, daar hebben we wat moeite mee. Maar het is zeker goed om zo’n initiatief tegemoet te komen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Mijnheer Kolff, VVD. De heer Kolff: Ja, dank, voorzitter. Ja, eigenlijk vinden wij deze motie eigenlijk nu overbodig. Er is geen, zijn geen concrete plannen, er zijn geen voorstellen. Het is alleen maar een signaal afgeven. Dat signaal is afgegeven. Wij vinden eigenlijk de fractie van, kom naar de raad toe als er werkelijk een voorstel is. Je kan zeggen, we hebben heel veel voorstanders, maar ja, de uitvoerbaarheid en de met betrekking tot de grondwaterstand in Altena denk ik, dat het een probleem gaat geven. Maar ik ga niet in detail.
Ik vind hem zelf, we zijn wel positief over natuurbegraafplaatsen. Maar om dit nu deze motie aan te nemen om sympathie te krijgen, denk dat het een beetje overbodig is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Mijnheer Versluis van SGP. De heer Versluis: Ja, als ik in ieder geval naar de ChristenUnie heb geluisterd, ik had hier ook een aantekening van. Ook niet, voor SGP geldt hetzelfde, dat niet alle genoemde overwegingen ook onze overwegingen zouden zijn, maar dat staat ook los van het hele stuk. Laat in ieder geval duidelijk zijn. Voor de SGP, begraven is een bijbels principe. Dus daarom zijn wij ook voorstander voor begraven en ook voorstander voor natuurbegraafplaatsen, waarbij de eeuwig durende grafrust nog een extra puntje is wat het onderstreept. Echter, de heer Kolff die heeft het ook aangehaald. De SGP is van mening dat wij als gemeente op dit moment zeker niet in the lead zijn. We moeten ook geen, als gemeente geen ontwikkelaar van natuurbegraafplaatsen
willen worden. We hebben onze gemeentelijke algemene begraafplaatsen waar we al een behoorlijke taak in hebben om die ook in kwaliteit en kosten beheersbaar te houden. We hebben nog wel op zich los van onze overweging en onze mening over deze motie, wel een vraag richting AltenaLokaal. We hebben natuurlijk net een jaar geleden een presentatie gekregen. Meen dat er een werkgroep of was en we vroegen ons af van ja, hoe is dat eigenlijk verder gegaan? Je zou eigenlijk verwachten dat die werkgroep eindigt in een initiatief met een ontwikkelaar, een ondernemer die dan met een concreet plan komt. Dat die dat inlevert en wat dan hier in huis beoordeeld gaat worden aan de ruimtelijke ja, richtlijnen, aan de natuurwaarden, enzovoort. Maar dat is er niet. Maar nogmaals, we staan op zich positief als SGP tegenover een natuurbegraafplaats. We vinden echter niet dat wij op dit moment als gemeente aan zet zijn en zeker niet in the lead moeten zijn. En hierin ook geen faciliterende of ontwikkelende rol hebben te vervullen. Dus om deze reden zullen we deze motie niet steunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Mijnheer Timmermans, VVA. De heer Timmermans: Ja, dank u, voorzitter. Voorzitter, ik wil gelijk even reageren op twee partijen die dus in de overwegingen iets noemen. Ik denk dat ze dan volledig de plank misslaan.
Overwegende namelijk in op een natuurbegraafplaats is in den lande bekend, dat daar juist overal vandaan mensen naartoe komen om daar begraven te worden. Dus daar is een heel andere vormgeving aan als die de heer Nieuwenhuizen noemt van de ChristenUnie, dat je in eigen dorp begraven wil worden. Vaak kiezen mensen daarvoor omdat ze in hun eigen dorp maximaal zoveel jaar begraven kunnen blijven en dan weer geruimd worden. En dat is het negatieve beeld waar ook uw SGP achter heeft gestaan. Dus om dat eventjes aan te stippen. Ik kan me nog vele malen stemmingen herinneren waar de SGP daarvoor heeft gestemd. Los daarvan, voorzitter. VVD die opperde eigenlijk al een beetje van ja, dat is niet de taak van de gemeente. Zo zie ik dat ook. Maar mij is wel bekend dat er een initiatiefnemer zich heeft gemeld bij de gemeente en hierop wachtende is over de houding van de gemeente. Dus ik denk dat de wethouder dadelijk daar wel iets van, wellicht van kan zeggen om wellicht diegene over te halen. Wellicht ter ondersteuning van deze motie, want ik zie het ook meer als een ondersteuning voor een richting aan te geven. Dus hier wil ik de eerste termijn even bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Alderliesten, PA. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ja, ook wij zijn, in de basis zijn wij heel positief over het principe van natuurbegraven.
Wij zijn eigenlijk ook een beetje blijven hangen bij ja, het is toch een burgerinitiatief? En waar loopt het nu spaak, loopt het nu spaak? Een van de vragen die we daarbij hadden is eigenlijk al beantwoord door de heer Timmermans van de VVA van, er heeft zich blijkbaar al iemand gemeld. Wij gaan er dan vanuit dat die gesprekken met de gemeente gaan volgen, omdat wij een open houding hebben als gemeente naar burgerinitiatieven en dat het balletje dan gaat rollen. En wij verwachten dan eigenlijk een dergelijke motie als het daar ergens spaak loopt. Dus we horen graag van de wethouder of de, eigenlijk de opmerking van de heer Timmermans correct is of dat nu spaak loopt en of wij hier nu een motie moeten aannemen, om dat verder te helpen. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Vos, CDA. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ook wij staan positief ten opzichte van een natuurbegraafplaats, maar dat was al bekend. Maar ook wij hebben wel moeite met enige overwegingen, maar dat op een andere manier als de heer Timmermans dat meldt. Over het verzoek kunnen wij zeggen van, daar zijn we dus voor. Puntje één. Puntje twee en drie, daar hebben we iets meer vragen bij. We denken dan mee te denken om voor de realisatie van de natuurbegraafplaats om die te faciliteren. Dan denk ik dat we een omgevingstafel uitkomen.
En als het daarin past, dan lijkt me dat prima. En nummertje drie, de raad te informeren als een potentiële ondernemer zich gemeld heeft. Ja, er gaan hier nu geruchten rond dat er een ondernemer zou zijn geweest. Ja, ik neem niet aan dat overal de raad geïnformeerd wordt als er ergens een ondernemer bij de gemeente komt die iets wil, want dan worden we misschien wel heel veel geïnformeerd. Maar goed, dat laten we even aan het college en we horen het wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Hoegee, een reactie op de inbreng van andere fracties. De heer Hoegee: Ja. In algemeenheid worden er wat opmerkingen gemaakt over de overwegingen, maar de overwegingen stellen we niet vast. Dat is een voordeel. Maar mocht dat onoverkomelijk zijn en iemand een aanpassing in de overwegingen, dan willen wij dat graag overwegen. ChristenUnie gaf al aan over, positief. VVD, die geeft eigenlijk aan ja, overbodig, want er is geen plan. En er is geen voorstel. Nee, maar dan zou dit ook niet nodig zijn als het plan en het voorstel er al was. Het is juist, dat is het doel van ons met deze motie, dat wij op zijn plat Hollands gezegd, niet over drie jaar aangesproken worden door een initiatiefnemer van joh, nu komen we al 26 keer bij de gemeente geweest en we komen maar niet verder. Wij willen graag de commitment hebben van het college. Deze periode loopt bijna ten einde.
Dus als we de voorstel aannemen of de motie aannemen houdt dat ook in, dat het doorloopt naar de volgende periode. Dat is ook een voordeel daarvan. En er is wat onduidelijkheid denk ik over financiën of ondernemerschap. Kijk, het is absoluut niet ons idee dat de gemeente grond gaat kopen en een begraafplaats aanlegt. Het idee is slechts, het doel van de motie is slechts, dan komt er een ondernemer die zegt van, ik heb daar een idee in. Help die man gewoon als het even kan, zo vlot mogelijk verder. Dat is eigenlijk het enige idee, dat daar commitment aan gegeven wordt. Technisch kreeg ik nog een vraag volgens mij. Ja, de technische mogelijkheden die zijn aanwezig zover wij weten, maar dat zal niet overal zijn. Maar dat is ook helemaal afhankelijk van waar of dat zo'n initiatief ontplooid zou moeten worden. Dus dat komt, pas bij de uitwerking wordt duidelijk of dat het dan ook haalbaar is. VVA geeft aan dat een initiatiefnemer zich gemeld heeft bij de gemeente. Daar ben ik hartstikke blij mee, maar het is wel nieuws voor mij. Dat wist ik niet. Even kijken hoor. De voorzitter: Volgens mij was het dat, hoor, maar … De heer Hoegee: Ja, volgens mij ben ik er doorheen. Ik stond, ik had twee dingen staan, dus. De voorzitter: Dan gaan we volgens mij naar de reactie van het college, wethouder Schipper. Mevrouw Schipper: Voorzitter, dank u wel.
Ja, ook wij zien dat het onderwerp van natuurbegraafplaatsen leeft bij onze inwoners. Het sluit aan bij bredere maatschappelijke trends en bij de behoefte aan rust, verbondenheid met het landschap en bij de thema's als duurzaamheid en zingeving. En er zijn inderdaad in het verleden ook al gesprekken gevoerd. Mijnheer Hoegee zei het ook al. En als er zich nieuwe serieuze plannen worden aangediend, ja, dan staan wij daar als college voor open. We zullen die initiatieven toetsen en waar mogelijk ook faciliteren. Vanuit mijnheer Timmermans werd de opmerking geplaatst, dat er mogelijk al een ondernemer met een initiatief bekend zou zijn. En ik weet inmiddels dat via Grondzaken er inderdaad een initiatief bekend is bij de gemeente. Tegelijkertijd wil ik ook wel eerlijk zijn over de beperkingen die wij in Altena hebben bij de realisatie van begraafplaatsen, van natuurbegraafplaatsen. Onze gemeente kent een hoog grondwaterpeil. En voor begraven, voor natuurbegraven geldt nu eenmaal een minimale graafdiepte die op veel plekken in Altena niet gehaald zou kunnen worden door ondanks of met sorry … Je moet eerst een op, een flinke ophoging doen van de grond om ja, om daar aan die vereisten te kunnen komen. En dat ophogen ja, dat brengt aanzienlijke kosten met zich mee. Überhaupt nog, voordat het plan van start kan gaan.
Daar komt nog bij dat de gemeente heeft zelf geen gronden beschikbaar die en groot genoeg zijn en geschikt en niet al
een andere bestemming hebben, zoals voor agrarisch gebruik of natuurbeheer. Wat betekent dit in de praktijk? We hebben als college de minimale voorwaarden en knelpunten wel op hoofdlijnen in beeld en deze kunnen ook gedeeld worden met de initiatiefnemers, die zich melden of die zich al gemeld hebben. We nemen een open houding aan en we denken mee. Maar praktische en financiële realiteit, die moeten we wel van meet af aan helder hebben. Daar moeten we het met elkaar over kunnen hebben. Kortom, we omarmen de gedachte van natuurbegraven, maar het vraagt van initiatiefnemers een stevige voorbereiding en van ons als gemeente, eerlijkheid en transparantie. Waarbij natuurlijk de eerdere punten die ik zojuist heb aangediend van belang zijn. En als zich een concreet voorstel aandient, dan informeren wij de raad uiteraard. Maar om bij ieder initiatief bij de raad terug te komen. Ik weet niet of dat u dat überhaupt van ons ook wil. Voorzitter, ik laat het oordeel graag aan de raad en dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Gaan we naar de tweede termijn. Even voor de vlotheid van het debat, er werden wat opmerkingen over de overweging gemaakt. Ik stel voor dat we daar niet met elkaar het debat over gaan voeren, maar alleen nog maar over het dictum van de motie en of we hem wel of niet gaan steunen. Mijnheer Versluis.
De heer Versluis: Voorzitter, dat was ik ook zeker niet van plan, want het gaat tenslotte om het dictum. Maar als ik gewoon gehoord hebbende hoe deze beraadslagingen gaan. Ik denk dat de winst van deze motie is dat we met elkaar hebben gesproken over natuurbegraafplaatsen, wat we nog nooit eerder hebben gedaan in de raad van Altena. Ik denk, dat we dat positief kunnen duiden. Ik denk dat het ook merkbaar en voelbaar is, dat er unanieme ja, steun is. Als er een initiatief zou zijn voor een natuurbegraafplaats dat er denk ik, geen enkele partij is die daar ja, voor zou gaan liggen. Dus wat dat betreft zijn alle voorwaarden denk ik geschapen om het mogelijk te maken. Maar de SGP blijft van mening en dat is denk ik ook een beetje de lijn wat de wethouder aangeeft, het zal wel van onderop moet komen, dus van een initiatiefnemer, een ondernemer. En daar voegt deze motie eigenlijk niets toe. Als we gewoon met elkaar uitspreken dat dat met elkaar in Altena iets zien wat we zien zitten. Ja, dat geldt voor heel veel andere ontwikkelingen in onze gemeente. Dan laten we dat op ons afkomen en daar hebben we regels voor en dan wordt het beoordeeld. Ja, volgens mij is dat de stand van zaken. Dus wat mij betreft … De voorzitter: Mijnheer Timmermans. De heer Versluis: is voldoende het debat gevoerd en zou de motie nu ook teruggenomen kunnen worden en kunnen we volgens mij vooruit met elkaar.
De voorzitter: Mijnheer Timmermans bij interruptie. De heer Timmermans: Ja, voorzitter, daar wil ik graag even op inhaken. Want wat vindt u dan, mijnheer Versluis, wat vindt u dan behoorlijk om, u zegt, het komt van onderop. Ja, ik weet van een initiatief wat onderop begint of begonnen is. En dan stopt de trein, want dan vervolgens komt er eigenlijk zo goed als geen antwoord vanuit de gemeente. Dus het is denk ik wel een politiek punt dat het wel nodig is om een keer duidelijk te zijn als raad van, willen we dit of willen we het niet? Daar gaat deze motie over van joh, luister, willen we dit nu en willen we die kant op? Als dat nu eenmaal duidelijk is, dan denk ik dat de trein vervolgens de rails aangelegd wordt en de trein gaat, kan gaan rollen. Maar als we dat iedere keer in ons borstzakje houden en dan niks zeggen, ja, dan gaat die trein ook nooit rollen. De voorzitter: Mijnheer Versluis.
De heer Versluis: Ja, volgens mij is het ook precies wat ik in mijn eerste ter… of tenminste, als reactie hierbij geef is ja, dat wij volgens mij in dit huis hier medewerking aan zouden willen verlenen. Maar dan moet er wel een concreet voorstel, een concreet plan liggen. De gemeente zit niet op die stoel om zo'n begraafplaats te ontwikkelen. Het is natuurlijk op zich een, begraven is een tere zaak, maar al zou je het vergelijken met de … De heer Hoegee: Interruptie, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Hoegee. De heer Versluis: Ja, mag ik mijn zin afmaken, denk ik. Ja. De voorzitter: U mag uw zin afmaken en dan is het mijnheer Hoegee. De heer Versluis: Ik gaf aan, begraven is een tere zaak. En het gaat, we hebben het over het ontwikkelen van begraafplaatsen, maar het is toch ook niet zo dat men hier naar dit huis komt van gemeente, wilt u voor ons woningen bouwen? Nee, een initiatiefnemer die levert een plan in. Dat beoordelen we op de regel- en wetgeving die er is en dan gaat dat plan … De heer Hoegee: Voorzitter, ik wil graag wat verduidelijken. De voorzitter: Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Want nee, het is niet zo dat er hier een ondernemer komt van gemeente, wilt u huizen bouwen? Dat klopt. Dat is het idee ook niet. Maar die ondernemer die komt wel omdat hij huizen wil bouwen met een plan en dan vraagt hij toestemming voor zijn plan.
Meer verwachten wij ook niet van de gemeente. Dat is ons hele doel. Dat mocht een initiatiefnemer zich aandienen met een plan wat hij kan financieel zal dragen en alles wat daarbij nodig is, dat de gemeente voortvarend meewerkt aan dat plan. Omdat wij en ik denk meerderen met ons, het belang zien van een natuurbegraafplaats. Dat is het enige wat wij proberen te bereiken. Het is niet wat ik al eerder gezegd heb, dat wij vinden dat de gemeente als ondernemer op moet treden, of een begraafplaats aan moet leggen, of financiële verplichtingen aan moet gaan. Het is slechts dat wij commitment geven dat mocht een initiatiefnemer hier komen, dat dat plan op zijn merites beoordeeld wordt en met enige spoed. De voorzitter: Het is helder, mijnheer Hoegee. Mijnheer Versluis nog? De heer Versluis: Ja, het was een interruptie natuurlijk. De voorzitter: Ook nog mijnheer Nieuwenhuizen interruptie? Mijnheer Nieuwenhuizen ook nog een interruptie op dit debat. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter, een interruptie op de heer Versluis. De reden dat wij ook instemmen met die motie is tweeledig. Enerzijds, het belang van natuurbegraafplaats, maar anderzijds ook het belang onderstrepen dat een initiatief vanuit de bevolking ook omarmd wordt, of in ieder geval ruimte krijgt.
En in het betoog van de heer Versluis hoor ik allerlei bemerkingen, opwerpingen zeg maar wat er allemaal tegen zou kunnen zijn. Laat die initiatiefnemer gewoon zijn ding doen. Wij hoeven op voorhand allerlei, geen bedenkingen te geven, dus.
De voorzitter: Mijnheer Alderliesten, ook een interruptie op mijnheer Nieuwenhuizen. Dan gaan we dan nog een rondje maken. Ga uw gang. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ja, dan toch maar even kort, want ik heb net een wethouder gehoord die juist openstaat voor dit soort initiatieven. En er wordt nu een beeld geschetst alsof initiatiefnemers meer buiten de deur gehouden worden, dan dat ze een podium krijgen om hun initiatief hier te promoten en dat wij vervolgens faciliterend te werk gaan bij het onderzoeken van de haalbaarheid ervan. Kijk, het kan natuurlijk niet zo zijn dat een initiatiefnemer iets neerlegt, wat wij vervolgens gaan uitvoeren. De voorzitter: Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat, volgens mij is dat net wat ik bedoel van, als iemand binnenkomt en je hebt alleen maar bedenkingen, dan frustreer je alleen maar. Ik heb de wethouder ook goed gehoord. En wij zeggen niet dat initiatieven niet gehonoreerd worden, maar volgens mij wil de heer Hoegee als indiener en wij steunen dat. We willen gewoon onderstrepen dat dat ook de lijn van de gemeente moet zijn. Dus en het waardeoordeel wat de heer Alderliesten eraan geeft, dat hou ik voor zijn rekening. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten nog.
De heer Alderliesten: Dat waardeoordeel, dat is net uitgesproken door de wethouder dat wij met open armen dit soort initiatieven bekijken, op hun haalbaarheid beoordelen en vervolgens de initiatiefnemer verder te helpen bij het al dan niet doorzetten van het plan, of ervan af te zien. Als gewoon de omstandigheden niet genoeg of goed genoeg zijn om door te voeren. Ja, mooier kunnen we het niet maken, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Versluis nog en dan wil ik wel naar een afronding van dit debat gaan, want volgens mij zit u elkaar op de millimeter ergens van te proberen te overtuigen om wel of niet voor een motie te gaan stemmen. U bent het allemaal met elkaar eens, maar of dat tot leidt tot het steunen van de motie, dat is nog maar bij de stemming af te wachten. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Nee, ik dacht dat ik een interruptie van de heer Alderliesten kreeg. Maar hij gaf het antwoord wat ik wilde geven, dus die heb ik gehad. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten interrumpeerde op mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Versluis: Daarmee gaf hij het antwoord wat ik moest geven aan de heer Nieuwenhuizen, dus die heb ik dan gehad. En ik denk ook richting de heer Hoegee en we draaien het cirkeltje. De SGP heeft geen bedenkingen als het gaat om natuurbegraafplaatsen. Dat wil ik ook wel van me werpen.
Maar ook in de lijn wat de wethouder … Ja, als hier een plan in het huis binnengedragen wordt, zal dat op dat moment beoordeeld worden. Maar niet ieder initiatief is natuurlijk een plan hè? Dus in die zin, volgens mij staat het college in de stand, als er concreet iets komt van een ondernemer die hier mogelijkheden ziet, dan wordt het keurig behandeld. Ik wil nog even aanvullend op mijn eerste termijn meegeven. Dat is ook wellicht richting initiatiefnemers of werkgroep, of hoe je het noemt. Ja, misschien moeten ze ook eens te rade bij Brabants Landschap. Het is een combinatie met een natuurontwikkeling. En ik denk dat het ook goed is dat ze als het gaat om een locatie, een partij zoeken die laat ik zeggen ook in die omgeving zit. Dus wellicht, dat daar nog een bepaalde lijn in loopt. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Timmermans.
De heer Timmermans: Ja, heel kort, voorzitter, daarop reagerend. Ik denk dat het ook belangrijk is om eigenlijk de eisen van de gemeente daarin te kennen. We kunnen ons wel positief opstellen, maar daarin, dan weten we nog niks. Dan weten de initiatiefnemers ook niks. Dus het is belangrijk om daarin ook te zeggen van, wat zijn dan de voorwaarden om dit te gaan doen of dit te willen ontwikkelen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Versluis nog? De heer Versluis: Nee, het is denk een suggestie richting het college. De heer Timmermans: Een vraag van mij. De voorzitter: Mijnheer Vos en dan krijgt mijnheer Hoegee het laatste woord. De heer Vos: Ja, voorzitter, ik kan eigenlijk in grote lijnen wel met de heer Alderliesten instemmen. Als er een goed voorstel komt. Ik heb het daarstraks ook gezegd, dan komt het op de omgevingstafel en dan zal er naar gekeken worden. En ook of dat het aan alle voorwaarden voldoet en dat is vast een ding. En om op voorhand te zeggen dat we het gaan faciliteren, dat denk ik dat dat niet juist is. Dus wat ons betreft, punt één kunnen we volledig mee instemmen, twee en drie niet. Het is even de vraag wat mijnheer Hoegee daarmee wil. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mijnheer Hoegee. Tot slot.
De heer Hoegee: Om met de laatste vraag in te gaan, wat mijnheer Hoegee daarmee wil? Is dat, ik denk dat het vaak misgaat met de gedachtegang bij sommigen. Want nu wordt er ook gezegd van ja, het is niet zo dat als er een initiatief komt, dat dat zonder meer gefaciliteerd moet worden. Wat wij bedoelen met een initiatief. Als er iemand komt met een plan, dat dat gewoon op een redelijke manier beoordeeld wordt. Er wordt gezegd van, er is een probleem met grondwater. Dat klopt. Daar wordt op een hele hoop plekken wordt dat probleem opgelost door omdat je natuur ontwikkelt en begraven doet, te ontgronden op dezelfde plek. Dus je hoeft dan niet met transporten en je zit dan ook niet met hoge kosten. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten staat klaar voor een interruptie nog? De heer Alderliesten: Ja. En meteen de tweede termijn, voorzitter. Want het is precies een beetje waar ik elke keer op blijf hangen. Wat geeft mijnheer Hoegee dan het beeld, dat er niet op een redelijke manier gekeken wordt naar de haalbaarheid ervan? Want dat is feitelijk wat u zegt. Even mijn zin afmaken, voorzitter. Als er een initiatief komt, dan wordt hij bekeken. Dan wordt hij bekeken, dat is, je kan niet aan de voorkant en dat is misschien meteen het antwoord op de heer Timmermans. Je kan niet aan de voorkant zeggen, dit zijn de randvoorwaarden, die gelden overal.
Soms zit je op het zand, soms zit je in de klei, soms zit je hoog en soms laag. Grondwaterstand, ik noem het maar. De kern van de zaak is dat er een initiatiefnemer komt met een initiatief waar we eigenlijk, want als ik iedereen beluister raadsbreed van vinden van, dat hebben we graag. De wethouder geeft ook aan, we staan met open armen dat soort initiatieven te ontvangen. We bekijken ze op hun merites en op hun haalbaarheid. Maar laat het niet zo zijn, dat de gemeente vervolgens die natuurbegraafplaats gaat ontwikkelen. Dus … De heer Hoegee: Nee, dat wordt helemaal niet gevraagd. Daar wordt van uitgegaan, wij gaan ervan uit dat er straks een initiatiefnemer is, een ontwikkelaar of hoe je het dan ook wil noemen. En die gaat dat spul runnen. Die komt gewoon hier met een vergunningaanvraag. Er wordt gezegd van, die wordt al open ontvangen. Wij
vragen bijvoorbeeld, informeer ons als er een initiatief is. Ja, dat is geen probleem, zegt de wethouder. Maar wat wel opvalt is, dat initiatieven komen niet altijd gelijk bij het college terecht. En dat want dat zien we nu ook, want nu we de discussie hier hebben horen we in ene keer van de wethouder, ja, ik hoor net van de afdeling dat er inderdaad een initiatief ligt. Het is maar een voorbeeld. Wij vragen niet meer als, op moment dat er iemand komt met een initiatief, met een plan wat hij zelf wil betalen, wat hij zelf wil gaan exploiteren, dat de gemeente daar gewoon beetje commitment aan toont om daar, om die met spoed te beoordelen. Dus dat je niet enorme procedures weer krijgt. Of procedures, je moet de procedures doorlopen, niet nodig zijn, begrijp me niet verkeerd. Maar het voorbeeld wat ik eerder gaf dat je dus niet krijgt, dat wij over drie jaar horen als raad van ja, nu zijn we al zo lang bezig met die gemeente en dan is het dit, dan is het dat en het komt niet van de grond af en ik krijg geen gehoor en ik krijg niemand te spreken. Want dat is lang niet altijd het geval, maar het komt wel voor. Daarom vragen wij dus … De voorzitter: Eén laatste opmerking. De heer Hoegee: Feitelijk alleen een beetje commitment van deze raad door die motie, door in te stemmen met deze motie. Dan leggen wij volgens mij het college op, dat we … De voorzitter: Mijnheer Hoegee.
Mijnheer Hoegee, de argumenten die u heeft gebruikt voor het indienen van de motie, heeft u in dit debat nu zes keer herhaald. Alle andere reacties heb ik ook minstens vier keer gehoord. Ik vind dat dit debat wel voldoende gevoerd is. Ik wil eigenlijk overgaan tot stemming. En ik hoop eigenlijk want u staat nu nog met drie mensen achter de microfoon, dat u gehoord mijn oproep ook denkt van, het is wel genoeg geweest, we kunnen gaan zitten. En als u vindt van, ik heb nu nog echt een opmerking te maken die we nog niet gehoord hebben in het debat, dan geef ik u daar de kans voor. Maar dan moet u ook echt een opmerking maken die nog niet gehoord is in dit debat. Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Die durf ik wel aan, voorzitter. De voorzitter: Ja? De heer Alderliesten: Ik zou zeggen tegen de heer Timmer… of tegen de heer Timmermans, de heer Hoegee, tel uw zegeningen. Volgens mij zijn alle punten al toegezegd en daarmee overbodig, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Versluis. De heer Versluis: Ik wil puntje toevoegen van, puntje twee uit de motie. Want eigenlijk ja, er wordt nu gezegd, alles is toegezegd, maar juist puntje twee is natuurlijk niet toegezegd. Dat is het meedenken en het realiseren en faciliteren wat ook de heer Vos van het CDA aangeeft.
En ja, daarom begrijp ik … U blijft daar wel staan, maar wat bedoelt u dan echt concreet met puntje twee? Want u zegt van, die initiatiefnemer moet te woord gestaan worden, maar u zegt in punt twee … De voorzitter: Mijnheer Versluis, die opmerking heb ik wel gehoord. Mijnheer Vos heeft uitgenodigd aan mijnheer Hoegee, om punt twee en drie te schrappen. Mijnheer Hoegee krijgt nog het laatste woord. Maar nu gaan we een herhaling van dit debat krijgen en ik ben daar wel klaar mee. Mijnheer Hoegee. De heer Hoegee: Mijn apparaat werkt op moment niet helemaal mee. De voorzitter: U heeft nog eigenlijk één concrete vraag of …
De heer Hoegee: Ik wil graag twee, vijf, twee minuten als dat mag, om met mijn fractie te overleggen over het al dan niet schrappen van een paar punten. De voorzitter: Daar heeft u recht op. De vergadering wordt voor vijf minuten geschorst. Vergadering is geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer Hoegee. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Ja, we hebben even kort overlegd en we zijn van mening, dat we de motie laten zoals die is en graag in stemming brengen. De voorzitter: Prima. De heer Hoegee: We denken dat het een grote aanvulling voor Altena zou zijn. En één klein dingetje wat niet onbelangrijk is, maar wat ik toch nog zou willen noemen. Op het moment dat wij inderdaad een natuurbegraafplaats hebben, dan wordt het negatieve saldo van dat, van het begraven wordt ook veel minder. De voorzitter: Waarvan akte. Dank u wel, mijnheer Hoegee. Daarmee is de tweede termijn ten einde. Ik kijk nog even naar het college. Is er nu echt behoefte om iets te zeggen? Wethouder Schipper. Mevrouw Schipper: Voorzitter, even heel kort. We hebben gezegd ja, initiatiefnemers die zich hier melden worden, daar wordt in gesprek gegaan. Maar ik wil wel toch realistisch zijn. Hier en natuurbegraafplaats beginnen is niet zonder haken en ogen. Men zal met een goed gedegen plan komen. En gewoon de hele weg moeten bewandelen die iedereen moet bewandelen hier met een plan.
En even ter correctie. Ik heb niet gezegd dat wij met iedere initiatiefnemer die zich hier meldt, naar de raad toe gaan. Want ik zei, dat moet de raad volgens mij niet willen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Schipper. Dan besluit ik hiermee de beraadslagingen gaan we over tot stemming. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Nee. Mag ik dan bij handopsteken wie voor deze motie is? Dat is de fractie van de VVA en de fractie van AltenaLokaal en de ChristenUnie. Dat zijn, negen. En wie is tegen de motie? Dat zijn de andere fracties, dat zijn er 17. Dan is de motie met 17 stemmen tegen en negen voor, verworpen. Ik heb net te horen gekregen dat het eten nog onderweg is. Voordat wij overgaan tot agendapunt 12. Er was gevraagd aan het college om voordat we bij agendapunt 12 zouden starten, om nog een korte mondelinge toelichting te geven. Ik wil eigenlijk het college daar de gelegenheid voor geven, want we kunnen toch nog niet eten. Mag ik het college uitnodigen? Wethouder Tanis, ik had, u had daar ook nog één of twee sheets bij, heb ik begrepen? Die zijn volgens mij klaar. Ga uw gang. Dat is de etensbel van de heer Alderliesten, zijn maag begint te knorren. De heer Tanis: Ja, ik wou zeggen … Ik wou net zeggen, deze is niet van mij als een winstwaarschuwing, hoor, voorzitter. De voorzitter: Ga uw gang.
De heer Tanis: Voorzitter, wij hebben als gemeente recent de meicirculaire ontvangen en vervolgens die ook doorgerekend. Het leek ons goed, omdat er best wel sprake is van een forse afwijking voor 2026 om in het kader van de actieve informatieplicht de raad daar even op hoofdlijnen heel kort in mee te nemen. Hoe we er verder mee willen gaan, daar kom ik zo nog even op terug. Ik heb en ja, het zijn drie sheets, maar het is meer
omdat de cijfers anders te klein werden. Ik zal het kort houden, voorzitter. Misschien mag de eerste even voor? Nogmaals, zonder om hem helemaal door te nemen. Ik focus me even op 2026. De algemene uitkering. Ja, goed, u ziet wat daar staat. De beginstand en de eindstand, dat leidt tot extra inkomsten naar aanleiding van de meicirculaire 2025 van 8,5 miljoen. En omdat er een correctiepost zit met betrekking tot het zogenaamde abonnementstarief, is dus het totale positieve effect 7,6 miljoen. Ik rond hem even af. Er zijn twee dingen. Ik kom zo uiteraard nog op een stukje toelichting. Dit is uiteraard wel een momentopname. Voor de non-financials. Wij hebben de Kadernota opgesteld aan de hand van de cijfers die wij nu hebben. We actualiseren hem altijd met de meicirculaire, maar er komt uiteraard nog een septembercirculaire. En op basis van de septembercirculaire gaan wij de begroting definitief opstellen. Dus er kunnen wat dat betreft ook nog wat afwijkingen zijn of komen in de septembercirculaire. Als ik de tweede sheet mag? Dus 7,6 miljoen. Wij hadden al opgenomen in de Kadernota de drie punten die daar staan. Ik ga ze niet voordragen, want jullie krijgen ongetwijfeld ook zo de sheets via de griffie. Dus wij hadden voor de totaal mutaties meegenomen 5,5 miljoen in de Kadernota zoals die bij de, aan de raad aangeboden is.
En dat betekent dat het verschil van 2025 ten opzichte van de Kadernota is, afgerond 2,1 miljoen. Nu, wat is dat nu? Als ik dan de derde sheet mag? Dank. Dat bestaat eigenlijk uit een drietal punten. Nogmaals, er komt nog een toelichting in uw richting, maar even heel kort en bondig. De eerste is de aanpassing van de rekentarieven rond de woz. Elk jaar wordt de ontwikkeling van de landelijke woz-waarde verwerkt in de zogenaamde rekentarieven van het gemeentefonds. Wij kunnen de consequenties daarvan niet van tevoren inschatten, maar wij hebben dus in de meicirculaire ja, de nieuwe rekenregels toegepast, doorgewerkt. Dat betekent voor Altena een positief resultaat van afgerond 320.000 euro. Twee, de ontwikkeling van de uitkeringsbasis in de meicirculaire. Ook dat vindt plaats door middel van een actualisatie van de zogenaamde uitkeringsfactor. Ja, ik zal, de techniek ga ik even voorbij. Kort en goed, dat leidt tot een positieve correctie van 1 miljoen. En de, overigens is dat wel goed om het in het kader van verwachtingsmanagement voor de jaren daarna wel te melden, dat dit een correctie is die per gemeente maar ook per jaar, fors af kan wijken. We hebben nu voorzien nu op basis van de meicirculaire, dat er dus een positief effect is van 1 miljoen.
Vorig jaar hadden we uit mijn hoofd 1,3 miljoen, maar het jaar daarop, dat jaar daarvoor hadden wij een negatieve correctie van 1,3 of 1,5. Ik ben hem even kwijt, voorzitter, maar die orde grootte. Dus daar zit best een hele grote fluctuatie in, waardoor dat ook heel moeilijk van tevoren te voorspellen is. En ja, dat betekent dus ook dat de cijfers die er nu instaan voor 2027, 2028 en 2029 het de vraag is of dat de werkelijke cijfers gaan worden. Het derde punt dat is de, dat staat er heel mooi, huishoudens met een laag inkomen boven een drempel. Dit is een nieuwe maatstaf die bij de herijking van het gemeentefonds is ingevoerd. Dat heeft te maken aan de ene kant met een zogenaamd tweejarig gemiddelde van het aantal woonruimten in relatie tot het aantal huishoudens, die dus in dit segment vallen. Ook hier is de complexiteit van die maatstaf en het sterk fluctuerende karakter en daarmee uiteraard natuurlijk het financiële effect, heel moeilijk van tevoren in te schatten. De laatste, voorzitter, maar dat geldt dan meer voor 2028 en 2029. Wij hebben natuurlijk een toelichting gegeven in de stukken met betrekking tot de ontwikkelingen rond jeugdhulp. Op dat moment hadden wij geen signaal van de provincie, dat het toegestaan was om een inschatting te maken van de nog te ontvangen ramingen vanuit het Rijk voor jeugdhulp.
Dat was ook een van de redenen dat natuurlijk voor 2028 en 2029 het resultaat fors minder was dan de jaren ervoor. Inmiddels heeft de provincie aangegeven, dat we die ramingen wel op mogen nemen in het meerjarenperspectief. En dat is dus die negen ton afgerond voor de twee jaren. Hoe zit het college in de wedstrijd? Het leek ons goed om het in ieder geval jullie nu even te delen. Er volgt in ieder geval in uw richting een raadsinformatiebrief met nog een stukje nadere toelichting, maar vooruitlopend op het gesprek nu leek het wel goed om dit in ieder geval even met u te delen. Wij hebben er vanmiddag heel kort even met het college over gesproken. Zo vers zijn deze cijfers ook in onze, recent zijn de cijfers in onze richting gekomen. Dat betekent dat wij als college even de tijd willen hebben om ze te duiden. Maar het uitgangspunt voor nu is wel als u naar de stukken kijkt want we hebben het toch voornamelijk over 2026 vanavond, dat wat het
college betreft voor zover we nu in de wedstrijd zitten als uitgangspunt zou willen hanteren in uw richting, dat we de bezuinigingen zoals die nu staan ingeboekt voor 2026 wel willen handhaven. Dat zou tot consequentie hebben dat dus de uitgave of de uitname uit de algemene reserve ja, richting nul zou kunnen. Maar nogmaals, wij komen nog in uw richting met betrekking tot een toelichting en een duiding hiervan. En ook hoe het college ziet deze ontwikkelingen in relatie tot het meerjarenperspectief. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Heeft u een indicatie waarin de raad die rib zou mogen, kunnen mogen ontvangen? De heer Tanis: Ja, het is nu natuurlijk woensdag, voorzitter. Dus ik denk toch dat het college volgende week dinsdag daar pas naar kan kijken, omdat we dat ook even natuurlijk ambtelijk en bestuurlijk voor moeten bereiden. De voorzitter: Denk ik ook. Volgende week donderdag zal dat … De heer Tanis: Ja, ik denk dat we moeten proberen om zo snel mogelijk na dinsdag, ook gezien de voorbereidingen natuurlijk voor de volgende vergadering. De voorzitter: Ja, dank u wel. Daarmee is de toelichting gegeven. Ik hoor langzamerhand wat gerommel, maar wat mij betreft gaan we nog gewoon door. Of, ja? Begint erop te borrelen. Er is een vraag naar aanleiding van de presentatie? Dat mag altijd. Vraag, een vraag? Dat mag. Ja. Mijnheer Roovers. De heer Roovers: Dank je wel, voorzitter.
Niet zozeer een vraag naar aanleiding van de presentatie, maar wel een vraag naar aanleiding van het proces en de voortgang van het proces. Want wij gaan direct allerlei onderwerpen bespreken en het is maar de vraag of die onderwerpen nu nog relevant zijn. Het zou ons wel helpen als wij een bepaalde duiding en een bepaalde richting zouden krijgen van het college. De voorzitter: Maar volgens mij heeft u die net gehad. De heer Roovers: Dat klopt, voor 2026, maar voor 2027 en volgende niet. En volgens mij hebben we in het verleden ook een motie aangenomen, dat we op termijn willen naar een structureel sluitende begroting. De voorzitter: Ik kijk zo direct nog even of het college daarop wil reageren. Zijn er nog meer vragen? Wethouder Tanis nog? De heer Tanis: Ja, ik denk dat uw conclusie terecht was, voorzitter, dat ik geprobeerd heb namens het college aan te geven hoe wij er nu naar kijken. Ik denk kijk, het zwaartepunt van het gesprek vanavond en zeker over 14 dagen zal natuurlijk over de Kadernota van 2026 gaan. Omdat het college natuurlijk behoefte heeft aan helderheid van de raad welke uitgangspunten de raad aan het college mee wil geven om die op te stellen. Dat is één. Het perspectief van 2027 tot en met 2029 ja, daar neemt denk ik terecht de raad niet van kennis van, omdat daar natuurlijk twee dingen spelen.
Dat is de A, de financiële onzekerheid en hoe het Rijk verder omgaat met natuurlijk de uitwerking rond de financiën. En twee, hebben we natuurlijk volgend jaar verkiezingen en zullen, zal daar ongetwijfeld ook nog afspraken gemaakt worden over de financiën en de route daar omheen. Maar het uitgangspunt van u is helder. Maar dat is nu precies ook voor ons de aanleiding om even te zeggen namens het college, geef ons even de tijd om daarop terug te komen.
De voorzitter: Waarvan akte, volgens mij. Volgens mij is het tijd om te gaan eten. Dan kunnen mensen ook nog eventjes een stop maken. Ik ga de vergadering schorsen en dan wil ik even vragen of u nog even wil blijven zitten. Vergadering is geschorst tot 19.00 uur. En voordat wij van de maaltijd kunnen genieten, zou ik willen vragen een momentje stilte te betrachten. Een momentje stilte te betrachten. Vergadering is geschorst tot 19.00 uur. DEBATSTUKKEN (opiniërend debat) 12. Kadernota 2026, Eerste Bestuursrapportage 2025, jaarstukken 2024 a.
Kadernota 2026
b.
Eerste Bestuursrapportage 2025
c.
Jaarrekening 2024
De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering. Wij gaan verder met agendapunt 12. En agendapunt 12 betreft een opiniërende behandeling van de Kadernota 2026, de eerste Bestuursrapportage over het jaar 2025 en de jaarrekening over het jaar 2024. De bedoeling van het opiniërende debat is dat de fracties met elkaar even verkennen op welke onderwerpen eventueel bij de definitieve behandeling van deze stukken in de besluitvormende zin, met een motie of een amendement het college nadere richting zou moeten worden meegegeven richting de begroting of een aanpassing van de jaarrekening of de Brap te doen. Dat betekent ook dat wij gewoon zijn om deze opiniërende behandeling in één termijn te doen. Dat betekent dat zo dadelijk de fractie die het onderwerp heeft aangekondigd achter het spreekgestoelte gaat staan en daar ook blijft staan en het debat begint in te leiden. Alle fracties daarop mogen reageren als ze zouden willen. Hoeft niet allemaal, maar mag wel. Meteen op elkaar interrumperen. Dan een korte reactie van het college. Afsluiting van de indienende fractie. We hebben een veertigtal onderwerpen te gaan. U kunt rekenen in de tijd en u kunt ook nagaan. We hebben geen reservedatum gepland staan, dus wij gaan door totdat het af is. Totdat, tenzij u uzelf niet de gelegenheid geeft om dat voor nachtelijke uren te gaan doen, maar dat gaan we zien.
Ik ga ervan uit dat u weet waar u wel of niet de snelheid kunt maken of wilt maken, of daar waar u wat meer tijd nodig hebt. En ik ga u daarin begeleiden. We beginnen bij programma 1, onderwerp 1.1 Behoud de eigenheid van onze dorpen. De VVA, het woord is aan de heer Timmermans. De heer Timmermans: Ja, dank je wel, voorzitter, zal de spits afbijten dan bij dezen. Ja, Altena is geen stad, maar een gemeenschap met 21 kennen. We hebben wel een stad natuurlijk, maar we zijn geen stad als Altena. Een van die unieke dorpskernen en deze moeten wat ons betreft behouden blijven. En de VVA wil dat de toekomstige plannen rondom woningbouw, bedrijventerrein en infrastructuur altijd afgestemd worden op het karakter en de wensen van de dorpsgemeenschap zelf, die ze zelf hebben. En ja, goed, wat dus in Werkendam past, past dus niet automatisch dan in Genderen bijvoorbeeld. Dus concreet, toets bestemmingsplanwijzigingen en grote ruimtelijke ingrepen voortaan met een dorpsbreed raadgevend referendum, zoals wij ook al eerder hebben opgenomen. En dat wil ik eens eigenlijk eens even afmeten met mijn collega's, of dat die daar ook iets voor voelen. De voorzitter: Dan u wel, mijnheer Timmermans. Mevrouw Schermers, ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ik was even benieuwd welke kant het opging, want ik denk ja, wat hier staat, is toch een open doel? Dat wil iedereen. Maar ik begrijp dat u dus een
referendum wil. Daar zijn wij in eerste instantie geen voorstander van, want we zijn gekozen volksvertegenwoordigers. Dus stel dat er een voorstel komt vanuit het college, dan zijn wij ook ja, denk ik goed in staat om dat te beoordelen. Past dit bij deze gemeenschap bij deze dorpskern? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Meijboom, SGP. De heer Meijboom: Het was inderdaad een verrassing. Want zoals het hier staat, Altena is geen stad maar een gemeenschap van 21 unieke kernen. De kernen moeten niet op elkaar gaan lijken, 100 procent. Ik zou zeggen, bijna 300 procent mee eens. Dus maar goed, toen de rest kwam van een raadgevend referendum, daar zijn wij ook geen voorstander van. Ik ja, ik hoef niet te herhalen wat mevrouw Schermers … De heer Timmermans: Bent u dan een tegenstander? Oh, oké. De voorzitter: Mevrouw Maris, Progressief Altena. Mevrouw Maris: Ja, dank je wel, voorzitter. Positieve verrassing. Ik zal ook even reageren op de tekst die u natuurlijk heeft ingeleverd. Ik denk inderdaad dat het geen onderwerp van discussie is. Dat wij allemaal vinden in de raad en ook in de organisatie en in de gemeente, dat elke kern uniek is en dat wij, ons hele beleid daarop is afgestemd. Maar voor vormen voor nieuwe democratie, daar staan wij wel voor open. Dus het referendum is natuurlijk een nieuwe manier van democratie bedrijven, zou je kunnen zeggen.
Om nu te zeggen dat we voor een raadgevend referendum zijn, dat gaat nu voorhand zo wat ver, maar we zijn altijd wel in om hierover mee te denken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bakker, AltenaLokaal. De heer Bakker: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, wat de heer Meijboom natuurlijk al aangaf, elke kern een eigen identiteit is denk ik logisch. Mag van elkaar verschillen, zeker weten. Maar daar geven de inwoners volgens mij ook een identiteit aan, tenminste uit aan hun eigen kern. Overname, maar we zijn ondertussen wel een gemeenschappelijk gewoon één gemeente Altena, waar we procedures hebben, waar we volksvertegenwoordigers hebben. En wat ons betreft, dus geen steun voor een eventueel referendum. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer Bouman (CDA): Ja, dank je wel, voorzitter. Wij hadden ook op basis van de tekst ik dacht, de VVA gaat iets indienen naar mijn hart. Die gaat in de betoog tegen focus kennen beginnen, maar dat was het niet. Het gaat over een referendum. En ja, daar zijn wij op de wijze zoals u net zegt een dorpsbreed collectief referendum, geloof ik dat u het noemde. Daar zijn wij geen voor, geen voorstander of raadgevend, geen voorstander van. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolff, VVD. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Ik sluit me eigenlijk bij de vorige sprekers aan, geen referendum.
De voorzitter: Dan gaan we even naar het college, portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Ja, voorzitter voor het college was het natuurlijk ook een verrassing waar u heen zou gaan. En ja, ik wilde gaan zeggen, het college kan u helemaal ondersteunen in wat u heeft opgeschreven. Ja,
Altena is geen stad, maar we zijn een mooie gemeenschap van 21 unieke kernen. En daar proberen wij ons beleid ook wel op aan te passen. Ik hoorde mevrouw Maris daar ook wat over zeggen. De eigenheid van de kernen willen wij als college ook zeker koesteren. En in ons beleid streven we er ook naar om maatwerk per kern met oog voor de lokale identiteit, cultuur en behoefte ook mee te nemen in het beleid. Tegelijkertijd zoeken we natuurlijk ook wel de verbinding, want dat hoorde ik mijnheer Bakker ook zeggen. De verbinding tussen de kernen is er ook zeker, want we zijn ook één gemeente. En wat u over een referendum gaat bedenken, dat wachten we als college wel af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Ooijen. Mijnheer Timmermans, tot slot. De heer Timmermans: Ja, voorzitter. Het is heel verontrustend eigenlijk dat niemand van de, van mijn collega's de inwoner wel aan het woord wil laten, maar zelf wel het beter weet. Dus we gaan dat beraden en we komen hierop terug. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar 1.2 Burgerparticipatie en uitnodigend besturen. Ja, maar ik had daartoe opgeroepen dus. Maar mijnheer Timmermans had het over de inwoner aan het woord laten. Dat was een mooi bruggetje richting 1.2. Ga uw gang. Mevrouw Maris: Dan moet hij niet zo bommetjes laten vallen over referenda. Dan ben ik gelijk, mijn hele hoofd gaat spinnen. Dank u wel, voorzitter.
Ik zal het kort proberen te houden. Burgerparticipatie, uitnodigend besturen. In de gemeente Altena werken we aan versterken van de burgerparticipatie en de lokale betrokkenheid. Dat doen we met onze dienstverleningsvisie, de inzet van de gebiedsregisseurs, met het platform aan de slag, de kernen, de inwonersbudgetten. En ook via het Right to Challenge, het uitdaagrecht, het idee dat de inwoners taken van de gemeente overnemen. En nu werden wij getriggerd door de beantwoording van het college op vraag 30.2. Dat ging over de onkruidbeheersing van de plantsoenen, dus een heel ander onderwerp. Maar daar stond in ieder geval in, dat er toch nogal wat bezwaren zouden kleven aan het inzetten van burgerparticipatie. Namelijk, het vraagt veel ambtelijke uren, pagina 13 voor degenen die mee willen lezen. Dat beroep riep ons het gevoel op van, hoe zit dat nu met onze burgerparticipatie? Wat vinden wij daar eigenlijk als raad van? Is het zo dat we dat toch vooral ook zien dat er te weinig uren voor zijn? Vinden we dat er eigenlijk meer uren voor moeten zijn? Vinden we dat dat Right to Challenge goed tot zijn recht komt op dit moment en hebben we anders als raad ook nog een opgave om daar wellicht nog een positieve draai aan te geven? En wat vindt het college daar natuurlijk van? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Mijnheer Meijboom, SGP.