CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-04-22 Transcript raadsvergadering tot en met agendapunt 6

Raadsvergadering 22 april 2025, gemeente Altena27.002 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ALTENA d.d. 22 april 2025

1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren, we gaan beginnen. Heere, voorafgaande aan onze vergadering vragen wij U om Uw zegen over onze werkzaamheden. Geef ons besef van onze afhankelijkheid van U bij al onze overleggen en besluiten. Geef ons kennis en inzicht, opdat wij in staat zijn onze taak juist te vervullen en de belangen van de gemeente Altena te behartigen. Wij vragen U dit om Jezus’ wil. Amen. Daarmee open ik deze vergadering. Dat doe ik ook even vanaf deze plek, omdat ik graag een in memoriam wil uitspreken voor Kees de Waal. En ik wil een bijzonder welkom heten aan zijn vrouw Isabel, zijn kinderen Laura, Hans en Tineke en zijn zus Maya. Mag ik jullie allen vragen om te gaan staan? Op zaterdag 22 maart jongstleden is Kees de Waal overleden. Kees was raadslid en fractievoorzitter voor Progressief Altena tot de gemeenteraadsverkiezingen in 2022. Kees heeft in die rol bijgedragen aan de opbouw van het gemeentebestuur van Altena na de fusie. Hij kon daarvoor putten uit zijn jarenlange ervaring als raadslid in de gemeente Aalburg, waar hij in 2006 zijn politieke loopbaan was begonnen. Wij herinneren ons Kees als een rustig en bedachtzaam raadslid. Hij leek soms nauwelijks boos te krijgen. Kon ook soms onverwacht grappig zijn. En wat Kees kenmerkte, was zijn grote sociale betrokkenheid.

Hij was inhoudelijk scherp, bleef ook oog houden voor zijn politieke tegenstanders. Het ging hem altijd om het inhoudelijke debat en hij maakte dat nooit persoonlijk. Een belangrijke waarde in de politiek. Zijn eigenzinnigheid bleek ook toen hij als betrouwbaar coalitielid wat hij was, bij de stemming over de zondagopenstelling van het gemeentehuis wel vreemd ging met de VVD, want de zaak was voor hem altijd belangrijker dan de politiek. Onbaatzuchtig was hij ook. Het ging Kees nooit om zichzelf, maar altijd om de inwoners van Altena. En een Koninklijke onderscheiding was dan ook echt, echt niet aan hem besteed. En ik heb het echt geprobeerd. We zullen een dierbare herinnering houden aan Kees en zijn in gedachte bij jullie als familie. Heel veel sterkte en steun toegewenst. Ik dank jullie wel. Als de familie naar huis wil gaan, dan mag dat natuurlijk hoor. Ja, dank u wel, allemaal. Wij zijn vanavond met 28 raadsleden, want de leden Noordergraaf, Meijboom en Roovers hebben zich afgemeld, zijn verhinderd. En we hebben bij de vaststelling van de agenda te behandelen het verzoek tot interpellatie, ingediend door de heer Duizer. Het is aan u als raad één, om te bepalen of de interpellatie wordt toegelaten. En twee, waar het eventueel in de agenda wordt toegevoegd.

Het voorstel van mij zou zijn om dit te doen na de hamerstukken, ook in verband met de noodzakelijke opheffing van de geheimhouding. Kunt u zich daarmee vereenzelvigen? En ik zie dat dat zo is, dan gaan we dat doen. Het tweede is, dat er twee moties vreemd zijn aangekondigd van de heer Timmermans over het huisvestingsbeleid en van de heer De Raad en mevrouw hofsteden over de wachtlijsten in de jeugdhulp. En die zullen we zoals te doen gebruikelijk als laatste agendapunten toevoegen. En daar kunt u ook mee leven. Gaan we dat op die manier doen.

2.

Vragenkwartier De voorzitter: Het Vragenkwartier is vervalt, vervallen, want er zijn geen vragen.

HAMERSTUKKEN 3.

Verlenging ontheffing ingezetenschap wethouders De voorzitter: Komen we bij het hamerstuk. Agendapunt drie, de Verlenging van de ontheffing van het ingezetenschap van de wethouders. Is daar behoefte aan een stemverklaring dan wel een stemming? Ik kijk even. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank u voorzitter. Ja, u kent onze opmerkingen inmiddels wel na, dit is nu het, zo'n beetje het laatste jaar aan het worden, geloof ik. Wij hebben ons eigenlijk altijd afgevraagd waarom dat het zou moeten, om geen wethouders uit de streek zelf te hebben en deze van buitenaf te halen. Deze wethouders zijn wel goed, dat kunnen we wel onderschrijven. Maar ze hebben ook al na meerdere vragen aangegeven, dat ze niet hierheen willen verhuizen en dat betreurt ons ten zeerste. Dus we zijn van voornemens om er dit jaar niks meer mee te doen, maar de volgende periode gaan we hier wel consequenties aan verbinden. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee beschouwen we dit als een stemverklaring, maar dat u wel gewoon met het voorstel kunt instemmen. Daarmee is er ook niemand die nog stemming vraagt. Dan is het voorstel aangenomen.

4.

Opheffing geheimhouding informatie raad Bronkhorst fase 3 en Nieuwe Banne/Waterlinie De voorzitter: Dan agendapunt vier, de Opheffing van de geheimhouding van de informatie van de, voor de raad van Bronkhorst fase 3 en Nieuwe Banne/Waterlinie. Is daar nog behoefte aan stemming? Nee, dan aldus besloten. Dan kan ik ook aangeven, dat vanaf dit moment al die informatie ook openbaar beschikbaar wordt gesteld in het raadsinformatiesysteem. Dus ook voor iedereen die daarin wil kijken, wil neuzen. Het is nu, vanaf nu beschikbaar langzamerhand. Met de ICT zou je denken, dat het een druk op een knop is. Dat is nog niet helemaal zo. Maar het zal in de loop van de, het debat vast en zeker gaan gebeuren.

INTERPELLATIE 5.

Interpellatie A. Duizer (CU) over de verkoop van gronden aan de Nieuwe Banne Sleeuwijk De voorzitter: Daarmee komen we agendapunt vijf, het interpellatiedebat, interpellatie van de heer Duizer over de verkoop van gronden aan de Nieuwe Banne in Sleeuwijk. De procedure daarvan is als volgt, dat eerst de indiener van de interpellatie het woord krijgt. Die formuleert een aantal vragen, die die voorlegt aan het college. Dan reageert als eerste het college op de vragen die gesteld zijn. Dan krijgt de interpellant weer de kans om als eerste op het college te reageren. Aansluitend, hebben de andere fracties gelegenheid op te reageren op de interpellatie en zich in het debat te mengen. En dan heeft het college weer kans op die, dat debat te reageren op de inbreng van de fracties. Dan kijken we of er behoefte is aan een tweede termijn. Als dat zo is, dan doen we nog een tweede termijn eventueel van de fracties en het college. En tot slot, krijgt de interpellant het slotwoord om zijn conclusie te trekken over het gevoerde debat. Het woord is aan de heer Duizer. Mijnheer Duizer, ga uw gang. De heer Duizer: Dank u wel, voorzitter. Dit interpellatiedebat gaat over de Nieuwe Banne waar een stuk bouwgrond één op één is verkocht aan een projectontwikkelaar, die daar 36 appartementen aan het bouwen is.

Wij als ChristenUnie hebben grote twijfels over hoe deze deal tot stand is gekomen en of deze doel, deal

wel rechtmatig is. Er ligt een directe relatie tussen de Nieuwe Banne in Sleeuwijk en de Bronkhorst in Andel, maar u zult ook Didam langs horen komen vanavond. Dan denkt u van, Didam, dat ligt toch helemaal niet al in Altena? Dat klopt. Maar de raadsleden, maar voor de raadsleden leg ik eventjes uit, hoe dat zit. Didam is een plaatsje in het oosten van het land en daar is een ondernemer naar de rechter gestapt, omdat de gemeente daar een stuk grond één op één verkocht had aan een concurrent. Dit is, heeft uiteindelijk tot een uitspraak bij de Hoge Raad gekomen en die heeft geoordeeld, dat de gemeente is gehouden aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur. Eigenlijk gewoon heel logisch, want daar is elke gemeente en elke overheid aan gebonden. Een belangrijk beginsel hierin is het gelijkheidsbeginsel. In het kort houdt dit in, dat een gemeente niet zomaar aan iemand iets mag of mag gunnen of verkopen als er meerdere gegadigden zijn. Alleen als er objectieve toetsbare en redelijke criteria zijn, dan mag een gemeente één op één verkopen. Vorig jaar heeft de wethouder in een debat met ons het hospice bijvoorbeeld in Sleeuwijk genoemd, als voorbeeld. Dat is een hele specifieke functie met een maatschappelijk doel, waar maar één stichting in Altena zich mee bezighoudt. En dat is dan ook heel goed uitlegbaar. Maar aan de Nieuwe Banne in Sleeuwijk ligt het anders.

De oorsprong van deze deal ligt zoals gezegd in Andel. Het college is van mening, dat zij de projectontwikkelaar moest compenseren voor het niet volledig kunnen leveren van het afgesproken woningbouwprogramma in de Bronkhorst in Andel. Of dat werkelijk zo is, daar heb ik later nog een vraag over. Maar eerst heb ik een vraag aan de wethouder over het informeren van de raad. In april 2024 heeft u tijdens het interpellatiedebat toegezegd, ons eerder en transparant actief te informeren over de verkoop van gemeentegronden. Waarom is dit niet gebeurd? En waarom waren er eerst vragen vanuit de raad nodig om de benodigde informatie te krijgen? En waarom hebben wij na vijf maanden nog steeds niet alle informatie? Het is goed dat het college ondertussen heeft geanalyseerd, wat er misgaat in de informatievoorziening aan de raad vanaf november 2024. Maar wanneer denkt het college nu een volledig dossier aan de raad te kunnen aanbieden, waarvan helder is wat wel en niet geheim is? Al hebben we die geheimhouding nu recent opgeheven. En waarom is de informatievoorziening van vóór november 2024 niet in de laatste analyse opgenomen? Voor de duidelijkheid, ik heb het hier over de analyse die we afgelopen vrijdag via een rib hebben ontvangen. Ook hier staan weer zaken wel en niet in, waar het nodige op af te dingen valt.

Maar een van de eerste zaken die mij opviel is, dat er blijkbaar wordt bijgehouden waar raadsleden zich vertonen. Want op pagina zeven staat, dat een ChristenUnie-raadslid achter in de zaal zat met de zitting van de bezwarencommissie op 13 maart jongstleden. Dan vraag ik me af, wat doet dat ertoe en worden alle raadsleden in de gaten gehouden? Heel vreemd, dat we dat in zo'n stuk terugvinden. Maar nog veel vreemder is, dat wij daar helemaal niet waren. Want wij hadden gewoon een fractievergadering hier op het gemeentehuis en daar waren alle fractieleden van de ChristenUnie hier beneden aanwezig. Dus wat heeft u nu eigenlijk waargenomen? En hoe komt zo'n slordigheid in zo'n dossier? Heel slordig. Maar helaas is dit tekenend voor wat ons betreft heel de analyse en de eerdere stukken, die op meerdere punten tekortschieten. Dit roept bij mij wel de vraag op, of het college het stuk goed heeft gelezen. En dus mijn vraag, staat het college integraal achter de analyse zoals deze afgelopen vrijdag is toegezonden aan de raad? Maar nu terug naar de inhoud. Op basis van de stukken die we tot nu toe hebben ontvangen, heb ik nog een drietal vragen zoals ook al in het interpellatieverzoek weergegeven. Ten eerste.

Waarom vond het college het nodig de projectontwikkelaar te compenseren met de verkoop van de grond in Sleeuwijk? Op basis van een ontwerp van de ontwikkelaar zelf, wat geen onderdeel uitmaakte van de anterieure overeenkomst uit 2018. En terwijl uit meerdere interne stukken blijkt, dat compensatie niet nodig was. Dus waarom gaat het college en waarom gaat het college in de analyse die vrijdag is verstrekt, hier niet op in? Ten tweede. Waarom heeft het college ervoor gekozen, het perceel te verkopen voor 185.000 euro? Terwijl, de waarde van de grond vele malen hoger is. En de derde. En daar wil ik eventjes de plaatjes bij, als het kan. Ik heb even drie plaatjes achter elkaar. Waarom heeft het college ervoor gekozen om het perceel te vergroten van 2185 naar 2835 vierkante meter, toen gebleken was dat het perceel te klein was voor de bouw van 36 appartementen? Dat wil ik even op basis van deze plaatjes uitleggen. Dit is wat we in de rib hebben

gekregen over uitleg, waarom het perceel groter, kleiner, waarom het is zoals het is. Hier wordt gezegd, dat de aanvang was 2400 nog wat vierkante meter. Maar als ik het volgende plaatje mag? Dit zijn de plannen uit januari 2023. Op basis van het perceel wat is gegeven aan de projectontwikkelaar, waar die binnen mocht ontwerpen. En als ik nu het laatste plaatje zie, mag zien. Hier ziet u het verschil. Aan de rechterkant is blijkbaar halverwege het proces ineens bedacht, dat de rechter stuk grond wat bestemming heeft groen en waarvoor het bestemmingsplan helemaal niet mag worden geparkeerd. Waarom is er halverwege besloten om dit toe te voegen, om die 36 appartementen mogelijk te maken? Want zonder dat stuk perceel was er te weinig parkeerplek. Dus graag uitleg, waarom van 2118 vierkante meter naar 2835 vierkante meter zonder meerkosten voor de projectontwikkelaar? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Dan gaan we naar het college om te antwoorden op de gestelde vragen. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank u, voorzitter. Allereerst even een paar reflecties van de kant van het college, voordat ik concreet inga op de vragen die de heer Duizer net heeft gesteld. Voorzitter, een open deur dat de druk op de woningmarkt in Altena groot is. En dat we, dat er meer woningen nodig zijn.

Zowel in het bestuursakkoord als ook in de Woonvisie hebben we vastgelegd, dat we actief inzetten op versnelling van de woningbouw in onze gemeente. En dat er voor allerlei doelgroepen woningen nodig zijn, dat weten we allemaal. Dat betekent, dat ook het creëren van voldoende woningaanbod een complexe en soms ook een grote uitdaging vormt. Voorzitter, in deze context even heel terug wil ik u even heel kort meenemen in de tijd naar de voormalige gemeente Woudrichem. De voormalige gemeente Woudrichem heeft in 2018 een overeenkomst gesloten met een ontwikkelaar over de ontwikkeling van de Bronkhorst in Andel. Na verloop van tijd bleek, dat deze afspraken niet meer voldeden. De uitgangspunten waren achterhaald. Het stedenbouwkundig kader uit 2018 sloot onvoldoende aan bij de huidige behoefte en was ook niet in lijn met het inmiddels vastgestelde woningbouwprogramma en andere beleidskaders vanuit de gemeenteraad en het college. Ik kom daar zo nog even op terug bij de beantwoording van de vragen. Voorzitter, als gemeente creëren we condities voor woningbouw. Maar voor het daadwerkelijk bouwen van woningen hebben we ook partners nodig, zoals in willekeurige volgorde ontwikkelaars, grondeigenaren en woningcoöperaties. Samen hebben we elkaar nodig om ervoor te zorgen, dat er woningen komen die we ook nodig hebben.

Met een knipoog zou ik haast zeggen, maar dat past in dit kader niet helemaal. Na de discussie en het gesprek wat we in de vorige vergaderingen hebben gehad, is het helder dat de informatievoorziening naar de raad niet zo voortvarend is gegaan als u en als het college ook graag had gezien. In de analyse van de controller en de raadsinformatiebrief die wij in februari naar de raad hebben gestuurd is daar reeds op gereflecteerd. Als u het college op de man af zou vragen en dat geldt voor het hele college, maar dat geldt uiteraard ook voor deze portefeuillehouder, op de man af zou vragen of wij de ophef van de laatste tijd graag hadden voorkomen, dan is het antwoord daar natuurlijk volmondig ja op. Ik herhaal wat ik de vorige keer ook gezegd heb namens het college, dat wij echt betreuren dat er onzorgvuldigheden zijn opgetreden bij het voldoen aan uw vraag om informatie. Dat kon door een deel ontstaan door de onvoldoende analyse van de vragen die de raad aan ons heeft gesteld, maar ook door de onvoldoende coördinatie op het proces en onvolkomenheden in de dossiervorming. De politieke vraag die in dit debat voorligt is niet, of de gebeurtenissen van de afgelopen tijd rondom dit dossier de schoonheidsprijs verdienen. De vraag is of de overeenkomst een goede deal met de ontwikkelaar is en die ook, of dat een deal is die rechtmatig tot stand is gekomen.

Het college zegt daarop, dat dat het geval is. Voorzitter, ik ga even kort op de vragen die de heer Duizer heeft gesteld. Ik heb geprobeerd even ook mee te schrijven, heer Duizer moet ik eerlijk zeggen, want u maakte er nog wat meer vragen bij dan de vragen die vooraf met ons gedeeld waren. Dus ongetwijfeld zal ik er één of twee vergeten, maar dat moet u maar mij maar even niet euvel duiden, dan hoor ik dat ongetwijfeld wel. Maar misschien is het goed, voorzitter, om

even te beginnen met een punt wat de heer Duizer noemde en waar toch echt een misverstand over ontstaan is. Onze controller die een eigenstandige behoeft, bevoegdheid heeft in de organisatie, heeft een analyse opgesteld. Die analyse is ter informatie aan het college gedeeld en waar het college dus in een vergadering kennis van heeft genomen. Dat is iets anders dan, dat het dus de analyse van het college is. Dat wil niet zeggen, dat we ons herkennen in een heleboel dingen. Maar over, wat de inhoud betreft, is het echt een ambtelijke verantwoordelijkheid vanuit de rol die de controller heeft. En dat is goed ook, denk ik. Als u vraagt, ik begin, ik loop de vragen maar even af, voorzitter, waar het misgaat in de informatievoorziening. Wellicht is het goed om daar toch even op terug te komen. Het college heeft de raad geïnformeerd bij de Begrotingsraad in november 2023 in het Meerjarenperspectief Grondexploitaties. Het punt is namelijk, dat de Nieuwe Banne is een GREX. En over de GREXEN, maar dat weet u als raad allemaal, rapporteren wij twee keer per jaar, bij zeg maar de Kadernota en bij de begroting met de actuele stand van zaken.

In de GREX die in november 2023 hier op tafel heeft gelegen is expliciet aangegeven, dat er onder het kopje de Nieuwe Banne op dit moment gesprekken gevoerd worden met een ontwikkelaar voor de bouw van 36 appartementen in de Nieuwe Banne slash Waterlinie. Het klopt, dat wij u niet expliciet apart hebben geïnformeerd. Maar dat heeft echt te maken met ja, de rolopvatting die het college heeft, dat deze grondverkoop past binnen de gemeentelijke GREX de Nieuwe Banne, zoals die is vastgesteld en wij als college ook ruimte krijgen om daarin te acteren. Wat wij ook doen op andere GREXEN, grondexploitaties, net hoe je dat wil noemen en wij twee keer per jaar de verantwoording daarvan, over afleggen in de richting van u als gemeenteraad. En het derde punt, omdat u ook verwijst naar het gesprek wat wij hebben gehad in het vorige debat over een grondverkoop in de Reygerboslaan. Laat ik het maar gewoon heel concreet noemen, dan weten we precies waar het over gaat. Is het college ook wel van mening, dat dit dossier niet vergelijkbaar is met dat dossier. Omdat daar ook sprake was van ik noem het maar het ontbreken van een anti-speculatiebeding met de gevolgen daarvan, waar we toen zeer uitvoerig met elkaar over hebben gesproken. De tweede vraag, voorzitter, van de heer Duizer of de fractie van de ChristenUnie, neem me niet kwalijk.

Wanneer denkt het college een volledig dossier aan de raad aan te kunnen bieden? Komma. Waarvan heel nadrukkelijk bijstaat, waarvan helder is wat wel en wat niet geheim is. Vooropgesteld voorzitter, wij hebben het dossier compleet. Dat is één. De stukken die u nog niet gezien heeft, zouden wij wat dat betreft dus morgen kunnen aanbieden. Maar dat is dan onvermijdelijk dat we dit doen onder geheimhouding, omdat wij niet vooraf kunnen uitsluiten dat hier geheime informatie tussen zit. Wij hebben en dat kunt u ook lezen in het raadsvoorstel wat u net afgetikt heeft, in het kader van de zorgvuldigheid de route gekozen dat wij daarom eerst vooraf willen screenen, of er geheime informatie tussen zit. Die verklaren we vervolgens geheim en kan de openbare informatie direct opvraagbaar zijn, zodat u daar ook met elkaar het gesprek over kan voeren. In het raadsvoorstel is ook heel kort en bondig aangegeven, voorzitter, wat de proces is wat wij lopen rond de zogenaamde day lijst om het maar even zo te noemen. En als u een concrete vraag stelt van, ja, waarom hebben, wanneer denkt u een volledig dossier te hebben, waarvan helder is wat wel en niet geheim is? Ja, dan moet ik gezien het voorgaande er toch namens het college van zeggen, dat wij over dat laatste stuk nog een aantal weken nodig zullen hebben.

Een inschatting is dat wij daar nog wel een week of vijf voor nodig zouden kunnen hebben. Maar nogmaals, nadrukkelijk met verwijzing naar de processtappen die ook vermeld staan in het raadsvoorstel, wat net op de agenda is gepasseerd. De volgende vraag gaat over het compenseren van de projectontwikkelaar, waarbij er nadrukkelijk een relatie is gelegd met het ontwerp van wat de ontwikkelaar zelf aangeleverd heeft, maar wat geen onderdeel uitmaakte van de anterieure overeenkomst. En als u zegt van, waarom vond het college het nodig om de projectontwikkelaar te compenseren? Ik meen uit uw vraag te beantwoorden, dat u dat geen goed idee vindt. Daar zijn we het heel snel over eens, want het college zit, heeft ook absoluut niet de route gelopen om de projectontwikkelaar te compenseren op basis van een stedenbouwkundig ontwerp of de tekening waar u naar verwijst van 2018. Dat is nadrukkelijk niet gebeurd. Er speelde wel een aantal andere zaken. Als we naar de oorspronkelijke overeenkomst keken, die de voormalige gemeente Woudrichem en we

leggen dat, we hebben dat vervolgens als college gelegd naast een aantal beleidsuitgangspunten die de afgelopen jaren door de raad slash het college zijn vastgesteld, zagen wij mogelijkheden om een aantal wensen te bespreken. Heel concreet, voorzitter. In het oorspronkelijke plan was er geen sociale woningbouw opgenomen, voorzien in Andel in de Bronkhorst. En dat was een van de reden naast de wens om tot levensbeloopbestendige of seniorenwoningen, net hoe u het wil noemen. Maar ook een aantal spelregels die we de afgelopen jaren met elkaar hebben afgesproken, bijvoorbeeld rondom anti-speculatie. De afspraken die we hebben gemaakt met projectontwikkelaars om woningen eerst aan te bieden aan inwoners van Altena. En ze zouden er nog een paar kleine dingen genoemd kunnen worden. Die punten waren voor het college van belang om het gesprek aan te gaan met de projectontwikkelaar om te kijken, of wij de oorspronkelijke overeenkomst die afgesloten was, zouden kunnen wijzigen. Dat heeft er inderdaad toe geleid, dat er heel veel onderhandelingen gevoerd zijn. Dat was bepaald geen makkelijke, hoe moet ik dat zeggen, proces. En omdat bleek, dat een gedragen oplossing eigenlijk alleen mogelijk was door een koppeling met een andere locatie, hebben wij de grond in Sleeuwijk verkocht aan de ontwikkelaar.

U refereert, voorzitter, in uw inleidende beschietingen heer Duizer, ook nog even aan het Didam-arrest. En ja, het college is echt van mening, dat wij conform die regels hebben gehandeld. Maar dat terzijde. Waarom heeft het college ervoor gekozen om het perceel te verkopen voor 185.000 euro, terwijl de waarde van de grond vele malen hoger is? Daar zitten een paar kanten aan, voorzitter. De waarde van de grond wordt bepaald door het woningbouwprogramma, wat daar gerealiseerd wordt. Dat is ook een uitgangspunt wat we met elkaar hebben vastgelegd in de gemeentelijke grondprijsbrief. In die gemeentelijke grondprijsbrief wordt expliciet verwezen naar de wijze waarop we de grondwaarde bepalen voor de, het bouwen van appartementen. Er staat expliciet in benoemd, dat we dat situationeel doen op basis van een onafhankelijke taxatie, waarbij het gaat over het type woningen wat gerealiseerd wordt, de kosten die dat met zich meebrengt, of daar specifieke afspraken gemaakt zijn met betrekking tot de looptijd van de huur. Ze zijn er nog meer dingen te noemen, maar ik heb ze niet uit mijn hoofd geleerd. Op basis van deze uitgangspunten heeft een onafhankelijk bureau een taxatie uitgevoerd. Ter voorkoming van misverstanden, voorzitter. Omdat hier ook de vraag is en ook de suggestie er ligt, dat de waarde van de grond vele malen hoger is. Ik hoop niet, dat ik het nu te ingewikkeld maak.

We hebben een taxatie, dat is één. Daarnaast heeft het college ervoor gekozen zoals dat ook gebruikelijk is voor, geweest voor een aantal andere bouwprojecten om een zogenaamde SBI-subsidie aan te vragen. Dat is subsidie voor de start bouwimpuls. Dat is ook gebeurd voor deze locatie, waarbij de afspraak is gemaakt dat als de projectontwikkelaar in staat is om conform de afspraken die gelden voor zo’n SBI-subsidie, dat de gemeente de SBI-subsidie als vergoeding ontvangt. Dat betekent dat dat gaat over een bedrag van 450.000 euro. En als je het dus hebt over de vraag ja, terwijl de waarde van de grond vele malen hoger is. Dat hebben wij ook geconstateerd. En ja, door dus die 185.000 en de 450.000 bij elkaar op te tellen is de uiteindelijke bijdrage die de gemeente ontvangt voor de, als waarde van de grond 635.000 euro. Waarbij en dat valt echt maar even onder de categorie klein bier, voorzitter, dat de grond iets hoger is verkocht dan de getaxeerde marktwaarde. Dat was 158.000 ten opzicht van 185.000, maar dat is een klein bedrag. De laatste vraag voorzitter, waarom heeft het college ervoor gekozen om het perceel te vergroten van, ik rond het maar even af, van 2100 naar 2800? Ja, ik kan het niet mooier maken dan dat het is, voorzitter, dat de tekening waar de heer Duizer naar verwijst, die past wat het college betreft in de afspraken en het proces zoals dat gelopen is.

Dat is een proces van een aantal maanden, zelfs een paar jaar geweest om te komen tot de uiteindelijke deal. In het begin heeft daar inderdaad een ambtelijke, ik noem het maar concept tekening op tafel gelegen van een klein gebied van ongeveer 2100 vierkante meter. Dat was nadrukkelijk een ambtelijke concept tekening als een soort gedachteexperiment en had ook geen, wat dat betreft geen status. Is ook verder niet op de bestuurlijke tafel, laat staan op de collegetafel geweest. Om het gewenste programma te kunnen realiseren binnen de regels van het bestemmingsplan is dit de verkoopoppervlakte bepaald. We hebben het daar al over gehad in een vorige sessie over 2835 vierkante meter. Het is bekend, dat dat natuurlijk niet goed verwerkt was in het addendum.

En ik heb dat vorige keer ook gezegd en dat herhaal ik hier maar als laatste, voorzitter, dat het uiteraard heel vervelend is dat hierdoor verwarring is ontstaan. Dat was in ieder geval namens het college even mijn eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Tanis. Ik heb in ieder geval één toezegging alvast van u kunnen horen, dat het volledige dossier wat het college betreft over vijf weken beschikbaar kan komen, mits het proces doorlopen is zoals dat is aangegeven. Het eerste woord is aan de heer Duizer, die mag als eerste reageren. De heer Bouman (VVD): Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Bouman wil een voorstel van orde doen dan? De heer Bouman (VVD): We hadden eventjes een, non-verbaal al eventjes overleg. We willen even een korte schorsing om eventjes te overleggen, wat de wethouder nu precies heeft gezegd. Ik kan dat heel kort toelichten, als u wil, voorzitter, want dan weet u waarom ik verzoek om een schorsing. De wethouder heeft net namelijk aangegeven, dat er geen sprake was van compensatie en dat het college zelf zocht naar een andere invulling van het woningbouwprogramma. Ik heb nog even de publicatie van Didam erbij gezocht en daar staat in, dat de ontwikkelaar moet worden gecompenseerd voor het nakomen, voor het niet nakomen van de eerder gesloten overeenkomst.

En ik wil overleggen met de heer Duizer wat we moeten doen met die foutieve mededeling van de wethouder. De voorzitter: Ja, u mag vragen om een schorsing en u mag horen wat u heeft gehoord. Dus hoe lang heeft u nodig? De heer Bouman (VVD): Ik denk een minuutje of vijf, dan zijn we aardig op weg. De voorzitter: Ja? Ik stel voor, dat we dan tot 20.10 uur schorsen. Dan heeft u acht minuten. De vergadering is geschorst tot 20.10 uur. De vergadering is geschorst tot 20.10 uur. De voorzitter: De vergadering is heropend. De heer Duizer heeft het woord. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Ja, we hebben het er even over gehad. De heer Bouman heeft hem al kort aangegeven. In de publicatie voor de voorgenomen verkoop van de grond in Sleeuwijk, waarvan de wethouder net heeft gezegd dat er geen sprake was van compensatie wordt er gewoon in de publicatie gezegd, dat de overeenkomst niet kan worden nagekomen vanwege een ander programma typologie woningen dan in de overeenkomst beschreven en dat is een ander verhaal dan u net zei, heeft dit nadelige gevolgen voor de exploitatie van de koper. Daarom zal de gemeente in het kader van een compensatie een perceel grond gelegen in de nieuwbouw de Nieuwe Banne in Sleeuwijk ter grootte van ongeveer 2664 meter verkopen.

Partijen zijn overeengekomen met deze verkoop geen verdere compensatie benodigd is, in verband met het niet volledig nakomen van in 2018 gesloten overeenkomst. Dus wij lezen hier echt wat anders, een openbare publicatie tot een voornemen van verkoop, wat net door de wethouder is gezegd. En dan horen we straks graag, waarom die dat nu anders vertelt dan in de publicatie is weergegeven. Dat is één. En dan ga ik nu ook met mijn eigen stukken verder, want er zijn nog wel meer dingen. U begon uw verhaal met een korte reflectie over de rol van de overheid. De druk op de woningmarkt is groot. Er moeten woningen gebouwd worden, dat weten we. Maar een overheid heeft meerdere functies. Naast het grondbeleid hebben wij ook gewoon

ruimtelijk ordening beleid en daarin moeten we voor iedereen toetsen of iets wel of niet past binnen de kaders. En waarom is in januari of februari 2023 niet ingegrepen door de afdeling ruimtelijke ordening? Op het moment dat duidelijk was, dat niet kon worden voldaan aan de eisen die daar golden. Want het programma was gewoon te groot. Er komen 54 parkeerplekken op, terwijl er 72 voor het programma benodigd waren Dus mijn vraag, waarom heeft RO op dat moment niet gezegd, dit past niet? En waarom is dit ook niet meegenomen in de vraag aan de concern controller om dit goed na te gaan? En waarom heeft het college toegestemd, dat er op de bestemming groen geparkeerd mag worden? Terwijl de kaders heel duidelijk zijn. En ook die heeft de raad meegegeven in het vaststellen van het bestemmingsplan. Op groen mag je daar niet parkeren. Dus hiermee schaadt u ook d omwonenden die daar wonen. Die mensen hadden een verwachting van hoe hun omgeving eruit ging zien en daar walst u gewoon overheen met dit soort besluiten. Waarom? Die 2118 vierkante meter. Ik denk dat u de stukken nog eens even goed moet nalezen. Want er zit een tekening bij uit november 2023 waarin en dan zal ik kijken of ik het goed zeg. Nee, november 2022 met een te verkopen grond aan Looye Vastgoed van 2118 vierkante meter.

En in de stukken zit ook notulen van de bespreking met u als wethouder waarin u de opdracht meegeeft, om met die 2118 vierkante meter de onderhandeling te starten met de projectontwikkelaar. Dus u was er als wethouder wel degelijk van op de hoogte. U heeft zelf die opdracht meegegeven. Waarom zegt u nu dan, dat dit alleen een ambtelijk stuk was? De verkoopprijs. U zegt, het is op een eerlijke manier getaxeerd. Daar hebben we vorig jaar in debat inderdaad over gehad en u zegt ja, maar dat is een heel andere casus. Maar u heeft gezegd in dat debat en ik citeer nu, in de nota Grondprijzenbeleid die wij hebben vastgesteld hanteren wij voor sociale woningbouw als de gemeente grond verkoopt aan bijvoorbeeld Basalt, een bedrag van 18.500 euro per woning. Dat is gewoon een feit wat vastgesteld is. Voor middeldure huur hanteer wij bedrag, dat varieert een klein beetje gebiedt de eerlijkheid te zeggen, maar ik rond het even af op een bedrag van 22.500 euro. Einde citaat. Dit zijn uw woorden van precies een jaar geleden. Dus bij 36 sociale huurwoningen had de grond 666.000 euro gekost. Bij middeldure huur wat het nu is, kom je op 810.000 euro en dat zit ver af van de 156.000 euro die in het STEK-rapport staat. Want daar kom ik uit op 5139 euro per woning. En ten tijde van het interpellatiedebat van een jaar geleden lag dit taxatierapport al een half jaar hier in huis.

Dus hoe kon u een jaar geleden vertellen, dat die grond 810.000 euro waard was? En nu met droge ogen vertellen, dat 185.000 euro voor deze projectontwikkelaar best een hoge prijs is. Graag uitleg daarover. En dan nog de compensatie in de Bronkhorst. Ja, u zegt, het hangt niet aan de programma vast, want ‘…’ gewoon wat anders. Maar toch staat elke keer weer ook in uw antwoorden, het programma als uitgangspunt voor de compensatie, die u geen compensatie noemt. Ik ben het zo zachtjes aan kwijt. Maar nog 49 woningen was de afspraak, maar daar moest de projectontwikkelaar wel een aantal percelen grond voor kopen. Die grondeigenaren hebben gezegd van ja, het is goed, wij kunnen zelf ook bouwen. We willen gewoon zelf een woning bouwen. En dat recht hebben ze gewoon. Dus de helft van die grond heeft de projectontwikkelaar niet kunnen kopen. 36 woningen lag vast, 13 woningen mochten ze bouwen als ze die grond konden verkopen, bemachtigen, maar ze hebben maar de helft kunnen bemachtigen. Dat is een heel simpel rekensommetje, van die 13 moeten er zes of zeven af. Waardoor de projectontwikkelaar recht had op 43 woningen in Andel. Ze hebben er uiteindelijk 49 mogen bouwen. Dat is u toch gelukt. Met inzet van de mensen hier hebben ze toch die 49 woningen op dat perceel gekregen. En dan zegt u nog, ze hebben schade geleden dus we moesten iets doen.

Hoeveel is die schade in Andel geweest? Nergens kan ik vinden welk bedrag daarmee gemoeid is. U zegt heel makkelijk, ja, maar we wilden het niet financieel. Dat dat zie ik ook ergens in het stuk van de concern controller, wat u dan alleen maar ter informatie heeft tot u genomen. Maar ze zullen de informatie wel degelijk uit dit huis hebben gehaald. Dus hoe komen ze daarbij? En nogmaals, wat was nu eigenlijk werkelijk de schade die de projectontwikkelaar in Andel heeft geleden? Dan de motivatie over de, we nemen dit op in de GREX. Volgens mij heeft u heel duidelijk een jaar geleden gezegd, we gaan u actief informeren. Zeker bij één op één verkopen. We kunnen nergens uit de GREX halen, dat u één op één gaat verkopen. Dat staat er gewoon niet bij. En dan tot slot, het informeren van de

raad. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan in Andel staat, dat er geen financiële consequenties waren. Er waren ook geen bijzonderheden te vermelden, die bij het vaststellen van het bestemmingsplan het melden waard waren. Maar met het besluit van de raad om het bestemmingsplan zo vast te stellen, had blijkbaar een projectontwikkelaar ineens een claim te pakken. Dus er zat wel degelijk een financiële component aan. Dus waarom zijn wij bij het vaststellen van het bestemmingsplan Andel niet geïnformeerd? En deze vraag heb ik schriftelijk ook al in november gesteld. Daarvan was uw antwoord, daarmee was er geen zicht of nee, sorry, ik moet aan het begin beginnen. Even kijken. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan in Andel was de overeenstemming over de aanpassing van het woningbouwprogramma nog niet rond. Daarmee was er geen zicht op een eventuele compensatie. Dat snap ik niet. Want uit de stukken blijkt dat twee maanden daarvoor de overeenkomst voor Andel, de overeenkomst voor de Nieuwe Banne in Sleeuwijk, de publicatie in het kader van Didam voor zowel Andel als Sleeuwijk al kant en klaar lagen. Gecontroleerd door de projectontwikkelaar, met een planning erbij om ze uit te brengen. En u zegt, wij hadden op dat moment nog geen zicht op een eventuele compensatie. Dat zult u toch echt moeten uitleggen, want ik snap het hier niet meer. Tot zover.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Ik kijk rond of er andere fracties zijn, die zich in het debat willen mengen? Dat mag op dit moment. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer Bouman (VVD): Ja, voorzitter, eerst eventjes over de rol van de concern controller. Voor ons als raad bestaan er geen ambtelijke stukken. Wij kunnen en mogen en willen de ambtelijke organisatie niet aanspreken. Wij spreken altijd het college aan. Dus als het college iets mee zendt van een ambtenaar, dan is het niet aan ons om die ambtenaar daarop aan te spreken, maar u als college. Dus ook al heeft u dat stuk niet zelf vastgesteld. Als wij iets te vinden hebben over dat stuk, dan zullen wij nooit de concern controller daarop aanspreken, maar altijd u als college. Dus we zouden het op prijs stellen als u dat formele spel zoals dat hoort, ook gewoon netjes meespeelt. Dus u staat voor uw ambtenaren, wij spreken u aan en u verdedigt uw standpunt ten opzichte van ons. Dus laten we de concern controller verder dan in de discussie voortaan buiten beschouwing laten. Dan vervolgens over de inhoud van dat stuk wat u ons toegezonden heeft. Volgens ons ontbreekt daar de belangrijkste vraag. Dus je kan de vraag stellen, is de juiste vraag gesteld aan de opsteller van het stuk, was compensatie überhaupt nodig? Want daar wordt helemaal niet op ingegaan.

Dus dat is een interessant punt om nog eens nader uit te diepen. En voorzitter, over dat punt die compensatie, ik schrok me een hoedje. Want ik was hier naartoe gegaan vanavond met een verwachting van van alles. Maar niet dat het college zou ontkennen, dat er sprake was van compensatie. Want dat hebben ze namelijk een hele tijd geleden al gezegd in het gemeenteblad dat de hele reden waarom wij hier vanavond staat, een compensatie is wegens het niet nakomen van een overeenkomst uit 2018. Dus dat levert twee punten op, voorzitter, twee mogelijkheden. Ofwel wat de wethouder net heeft gezegd, klopt niet, wat niet al te best is. Verklaring twee, die is misschien wel erger. Wat het college in het gemeenteblad heeft gezet, klopt niet. Een van de twee klopt niet, dus dat is niet best. En daar moeten we ook iets mee. Vervolgens over de informatievoorziening. De heer Duizer geeft al aan, de wethouder die geeft, zegt van ja, stond in de GREX. Maar zo werkt het natuurlijk wel, maar zo werkt het ook niet. Het stond ongetwijfeld in de GREX, zal ik niet ontkennen. Maar de GREX is een onderdeel van de P&C-cyclus. De P&C-cyclus, de documenten bij elkaar opgeteld inclusief alle bijlages zijn ongeveer zo groot. Daar staat van alles in. Los van de P&C-cyclus heeft u als taak om ons actief te informeren over zaken die, waarover wij geïnformeerd moeten worden.

Zeker als u weet, dat het belangrijk is. En dan kunt u niet volstaan aan te zeggen van, kijk maar in de GREX. Dit is informatie die in ieder geval tijdens vaststelling van het bestemmingsplan Andel relevant had geweest. En daar heeft u ook niks mee gedaan. Dus zijn tweeledig dingen aan de hand, voorzitter. Die moeten we misschien wel scheiden van elkaar. Eén, de informatietaak van het college naar de raad is geschonden. Dat geeft het college zelf ook wel aan in die

raadsinformatiebrief. Maar de vraag is, hebben ze door in hoeverre dat in, de mate van ernstigheid waarin die geschonden wordt. En moeten we daar dan nog wat mee als raad? Of zeggen we van, het college zet het in een rib, dus dan is het wel weer genoeg. De twee, die is nog belangrijker. Inhoudelijk klopt het ook gewoon nog steeds niet. Want het verhaal wat het college hier schetst, klopt evident niet met het feit wat ze eerder hebben gepubliceerd. En het rapport wat het college zegt over die analyse, dat is maar een heel kleine analyse voor een heel erg groot probleem. Dus inhoudelijk hebben we de waarheid ook niet boven tafel. Heer Duizer die vraagt van, wanneer heb ik nu het dossier eindelijk eens compleet? Dossier is dus blijkbaar compleet. Maar omdat er nog geheimhouding opgelegd moet worden bepaalde dingen, hebben wij die niet vanavond. Terwijl we vanavond een interpellatiedebat hebben over dat onderwerp. Ook zoiets. Dus er klopt niks mee, voorzitter. Dus ik moet er even rustig nadenken voor het tweede termijn wat we hiermee moeten, maar dit is niet het laatste woord vanavond hierover gezegd. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik kijk even of er andere fracties zijn die zich willen melden. Nee? Wel? Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Voorzitter, laat ik het kort houden. Ik denk dat ik op deze twee heren niet veel toe te voegen heb aan dingen.

Ik, na het lezen van de reactie die de heer Duizer heeft gegeven, dan vind ik het toch wel een ernstig feit. Ik wil ook graag van de andere collega’s horen, wat die ervan vinden. Zal zo terecht doen aan de heer Duizer zijn vraag, om daar toch iets van te vinden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Ik constateer wel verder, dat er niemand naar een spreekgestoelte staat, wat ook eenieder vrij staat om te doen. Dan kijk ik naar het college voor de reactie op de inbreng van de anderen. Wethouder Tanis wil schorsen? Dat mag. Hoe lang heeft het college nodig voor de schorsing? Tot 20.45 uur? Dat is ruime tijd, maar goed. Dat is 20, ruim 20 minuten. Ik stel voor dat we proberen 20.40 uur, dat is ietsjes minder, dat u 20.40 uur terug bent. De vergadering is geschorst tot 20.40 uur. Vergadering is geschorst tot 20.40 uur. De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering. Het woord is aan het college, bij monde van wethouder Tanis. Wethouder Tanis, ga uw gang. De heer Tanis: Dank, voorzitter. Misschien is het goed om eerst even een misverstand uit de weg te ruimen. Zowel de heer Duizer als de heer Bouman hebben mij en het college aangesproken over het punt van de compensatie. Maar ik heb bewust gezegd wat ik heb gezegd.

Dat naar aanleiding van de expliciete vraag van de heer Duizer, vond het college het nodig de projectontwikkelaar te compenseren met de verkoop van grond in Sleeuwijk op basis van een ontwerp, enzovoort de rest van de tekst. Heb ik gezegd als college, dat wij inderdaad geen reden hebben om te compenseren op basis van dit ontwerp. Dat is echt iets anders dan dat het college in de moot zit, dat er geen sprake zou zijn van compensatie. Wellicht ben ik te snel geweest, dan betreur ik dat ongemak. Maar ik wil dat echt wel even gecorrigeerd hebben, voorzitter. Omdat dat een verkeerd beeld geeft, wat ik echt oprecht heel vervelend zou vinden. Het tweede en dat is een opmerking in de richting van de heer Bouman. Ik begrijp uiteraard uw opmerking met betrekking tot de analyse die de controller heeft gemaakt. En natuurlijk mag u het college en mij, maar ook andere collegeleden daarop aanspreken. Dus ik heb dit niet geprobeerd op te bouwen als een soort verdedigingslinie van, door alleen te melden dat het college er kennis van heeft genomen. Maar het college heeft er bewust voor gekozen, welbewust voor gekozen om er kennis van te nemen en het niet vast te stellen. Maar als u daar vragen en opmerkingen over heeft nu of op een later moment, dan moeten wij daar als college uiteraard en willen we

daar als college uiteraard ook gewoon over spreken. Geen enkel misverstand. Maar ik heb geprobeerd aan te geven, maar dat weet u als geen ander gezien uw ervaring in de gemeentelijke politiek dat natuurlijk en dat geldt trouwens voor het bedrijfsleven ook, een controller een eigenstandige verantwoordelijkheid heeft. Maar ook daar heb ik misschien me niet helemaal correct uitgedrukt. Ik hoop ook oprecht dat dat misverstand van tafel is, voorzitter. Ik ga proberen alle vragen te beantwoorden, voorzitter. De heer Duizer heeft ook nog de vraag gesteld, die ik net inderdaad vergeten ben van nou ja, dat hij, hoe zeg ik dat? Mag het wel zo zeggen volgens mij, onaangenaam verrast was dat u gemeld werd als zijnde aanwezig bij de bezwaarschriftencommissie. Ik begrijp uw punt. Ja, dat vind ik oprecht vervelend dat, ik heb gehoord wat u heeft gezegd en dan neem ik absoluut aan, dat dat de waarheid is. En is het vervelend dat daar een ander beeld bij u ontstaan is, laat staan dat dit punt tot irritatie heeft geleid. Ik hoop dat dat ook absoluut uit de wereld is, voorzitter, dat dit misverstand is ontstaan. En dat de hoorzittingen openbaar zijn, dat weten wij natuurlijk ook. Het is ook zeker niet zo, dat het college raadsleden volgt.

Met betrekking tot de Didampublicatie heb ik de opmerkingen net al gemaakt met betrekking tot de compensatie, dat de gemeente andere afspraken ook wilde maken over het woningbouwprogramma en de implementatie daarvan. Met betrekking tot de opmerking van de heer Duizer over de RO-vragen, laat ik het zo maar even formuleren. De voorzitter: U krijgt een interruptie van mijnheer Bouman. Ga uw gang, mijnheer Bouman. De heer Bouman (VVD): Ja, wethouder, we zullen toch even moeten ingaan op die compensatie. Want u zei net, want ik heb bedoeld dat compensatie op grond van tekening geef het een woord, tekening niet nodig is. Vervolgens gaat u weer in op die Didam-publicatie. Die Didam-publicatie staat in, dat de overeenkomst uit 2018 niet kan worden nagekomen. Hoe legt u dat dan naast uw verhaal wat u net heeft gehouden, dat het college er actief en zelf voor heeft gekozen om een ander programma na te streven in Andel, waardoor de overeenkomst niet kan worden nagekomen? De publicatie impliceert dat u geen keuze had, maar blijkbaar heeft u die keuze dus alvorens, volgens uw verhaal net zeer bewust gemaakt. Wat de compensatie tot gevolg heeft gehad. Misschien dat u daar nog even op in kan gaan. De heer Tanis: Nee, dat klopt, voorzitter.

Ik heb dat ook geprobeerd in mijn eerste termijn helder te maken, dat wij juist als college hebben geconstateerd dat er een overeenkomst lag van de voormalige gemeente Woudrichem, die uitging van een aantal uitgangspunten. Waarbij we ook als college hebben geconstateerd dat er inmiddels in de nieuwe gemeente een aantal andere beleidsuitgangspunten geformuleerd zijn. De Woonvisie is natuurlijk een mooi voorbeeld, maar waarin ook heel nadrukkelijk de wens van de raad een plek heeft gekregen van ja, geef nadrukkelijk aandacht op voor sociale woningbouw en bijvoorbeeld ook voor seniorenwoningen. En dat dat een van de aanleidingen is geweest naast een aantal andere praktische dingen met betrekking tot doelgroepenverordening, de manier waarop met de grondprijzen omgegaan wordt, met indexering en nog een paar van dat soort ja, noem het maar wat kleinere dingen die we hebben kunnen verknopen in de uiteindelijke nieuwe overeenkomst. Maar dat natuurlijk de keuze die gemaakt is op verzoek van het college, daar loop ik echt niet voor weg. Maar ook wel met een knipoog naar de uitspraak of de afspraken die de raad het college heeft ook meegegeven van, geef aandacht voor sociale woningbouw. Dat dat natuurlijk een financiële consequentie heeft. De voorzitter: Eerst mijnheer Duizer, dan mijnheer Bouman. De heer Duizer: Dank u, voorzitter.

U gaat naar de projectontwikkelaar en u zegt van we moeten het programma anders gaan inrichten, want de tijden zijn veranderd. Volgens mij was er best nog wel ruimte in het oude overeenkomst om daar wijzigingen in door te voeren. Maar wij hebben ook gevraagd, wat is nu eigenlijk de financiële, wat zijn de financiële gevolgen van die wijzigingen die u heeft gedaan? Had u die aan de

voorkant inzichtelijk? Heeft u die nu inzichtelijk? En nogmaals de vraag, waarom heeft u dat dan niet gewoon in Andel gecompenseerd en bent u gewoon naar de raad gekomen met de vraag, mogen we dat doen? De voorzitter: Mijnheer Bouman nog. De heer Bouman (VVD): Ja, daar wil ik graag op aanhaken, want de heer Duizer zit op dezelfde lijn. U heeft er dus blijkbaar bewust voor gekozen om Andel te verknopen aan Sleeuwijk. En u heeft er dan bewust voor gekozen om een overeenkomst uit 2018, om daar een andere invulling aan te geven en dat dan te compenseren met extra grond in Sleeuwijk. Terwijl dat normaal gesproken gewoon op de markt gezet moet worden. En heeft u daarbij op geen enkel moment de gedachte gehad, goh, misschien moet ik dit even expliciet aan de raad vragen wat zij van dit geknoop vinden? Dat is nooit in u opgekomen, zeg maar? De voorzitter: Wethouder Tanis. Volgens mij zijn er een aantal vragen achter elkaar gesteld. Dus ik zou, wil ook wethouder even de gelegenheid geven om in zijn beantwoording een stukje verder te komen. Wellicht dat dan de antwoorden komen op de vragen, die u gesteld heeft. En zo niet, dan interrumpeert u gewoon weer. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Mag ik dan nu verdergaan met mijn antwoorden? De voorzitter: Ja. De heer Tanis: Ja, oké. Dan, ik kom op uw punt terug.

Ja? De voorzitter: Houden we even scherp in de gaten, dat die vraag beantwoord wordt. De heer Tanis: De heer Duizer. Daarna ook even mijn volgorde, voorzitter. Dus neem me niet kwalijk, heer Bouman, maar ik mag, heb toestemming van de burge… van de voorzitter om het op deze manier te doen dus. Maar ik ben uw vraag niet vergeten. Ik moet me even herpakken. De heer Duizer heeft een aantal vragen gesteld die zeg maar de RO-procedure raken. Laat ik het even maar zo formuleren. Ter voorkoming van misverstanden. Het bestemmingsplan maakt 15 meter hoogbouw mogelijk. Dat is één. Er is ook een vergunning verleend door het college die binnen het bestemmingsplan past. De verharding van groen is daarbij niet onevenredig belastend. Dat is beoordeeld bij het college, ligt momenteel ook bij de bezwarencommissie. En de voorzieningenrechter heeft al geoordeeld dat die van mening is in ieder geval, dat het niet onevenredig is. De voorzitter: Mijnheer Duizer, gaat het hierover dat u wil interrumperen? De heer Duizer: Het gaat over dat parkeren in groen. Als wij in een bestemmingsplan vastleggen, je mag van alles in het groen, maar niet parkeren. Waarom is dat niet gewoon een uitgangspunt voor het college om daaraan te houden? Zeker als dat stuk groen helemaal niet was toegezegd aan deze projectontwikkelaar, om daar überhaupt te ontwikkelen. De voorzitter: Mijnheer Bouman.

De heer Bouman (VVD): Als ik me goed herinner, dan is er wel degelijk een afwijking van het bestemmingsplan, alleen niet eentje die naar de raad moet. De voorzitter: Wethouder Tanis.

De heer Tanis: Dat klopt, voorzitter. We hebben het inderdaad over de zogenaamde binnenplanse afwijking dus dat, daar heeft de heer Bouman een punt. Geen enkel misverstand over. Vervolgens is het ook zo, voorzitter, dat is denk ik goed om te melden, dat het college nadrukkelijk de insteek volgt om bouwmogelijkheden mogelijk te maken. Daar, daarmee zeg ik niet dat het college vindt dat alles zou moeten of alles zou moeten kunnen, maar dat het op die manier wel intern hier ook getoetst wordt. Het bestemmingsplan is uiteraard een uitgangspunt. Maar als het over ja, kleine afwijkingen gaat, dan hebben we natuurlijk daar een eigen procedure voor. De voorzitter: Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dat snap ik. Maar is het niet zo, dat bij de verkoop van zo'n stuk grond wordt gezegd van, parkeren moet je op eigen terrein oplossen? En vervolgens gaat deze projectontwikkelaar ver over zijn grenzen en zegt men hier bij RO, oh, dat is prima. En wat me dan nog meer verbaast. In de beantwoording die wij in februari hebben gehad, wordt gezegd ja, we waren in het begin per ongeluk uitgegaan van anderhalve parkeerplek per appartement. Maar later hebben we dat gecorrigeerd, want het moesten er eigenlijk twee zijn. Maar op de tekening van de projectontwikkelaar staat vanaf het begin, we moeten er twee doen, maar we kunnen maar anderhalf kwijt.

Dus stuk grond wordt in december toegewezen aan deze projectontwikkelaar. Drie weken later heeft hij een plan liggen. Daar staat, we kunnen niet alle parkeerplekken kwijt de rest, we kunnen anderhalf kwijt en de rest moeten we dan maar oplossen. En het RO-antwoord is van, dan zeggen we toch anderhalf is goed en later zeggen we, oh nee, had toch twee moeten zijn. Waar zit de sturing van RO en waar mogen burgers erop vertrouwen, dat er een goede ruimtelijke afweging plaatsvindt? En niet alleen maar gekeken wordt naar de portemonnee of de ontwik... de taken van het vastgoedbedrijf. De voorzitter: Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, voorzitter, ik hoor de vraag van de heer Duizer. Ik hoor ook een suggestie daaronder ja, die ik echt namens het college van mij afwerp, alsof er iets gebeurt waardoor we een uitsluitend de focus leggen op de belangen van de projectontwikkelaar en de belangen van de omwonenden of de inwoner onvoldoende aandacht geven. Ik bestrijd dat echt. Wij proberen vanuit het college samen met de organisatie, zoals ik net al zei om bouwmogelijkheden mogelijk te maken. Er is een bestemmingsplan. De voorzieningenrechter heeft daar ook een oordeel over uitgesproken als het gaat over het verharden van groen, dat dat voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies.

Dus dat onderstreept wat dat betreft, dat deze portefeuillehouder, dat het college de juiste route heeft gelopen. De voorzitter: Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Volgens mij heeft de voorzieningenrechter gezegd dat er voorlopig geen reden is om, tot schorsing, maar moet de rechter nog steeds een uitspraak doen of dit wel of niet rechtmatig is. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer Bouman (VVD): Ja, en dan los daarvan. Het feit dat iets rechtmatig is en dat je het mag doen, wil niet zeggen dat je het moet doen. Kijk, ik kan aan u mijn fiets aanbieden voor een miljoen euro. Als u dan heel bewust zegt, mijnheer Bouman, goede deal, hier heeft u een miljoen euro. Dan hebben wij, rechtmatig hebben wij zaken gedaan, maar dan bent u ook knap lomp bezig. Dus je kan ook domme dingen doen die rechtmatig zijn, dus u moet zich niet de hele tijd verschuilen achter, wat ik doe is rechtmatig. Rechtmatig is maar een deel van uw werk.

De voorzitter: Het college bij wethouder van, bij monde van wethouder Tanis. Ik wil even, de raadsleden mogen alles vragen en interrumperen, is hun goed recht. Maar er liggen nog een aantal vragen vanuit de interpellatie aan het college, die volgens mij ook voor mensen in de zaal van belang zijn om daar de antwoorden op te horen. Ik hoop ook, dat we even het college de kans geven om die antwoorden op een goede manier te geven. En dan is het aan u om te kijken, wat u verder in het debat nog nodig heeft. Dus ik wil ook de wethouder de kans geven om de antwoorden die nog gesteld zijn door de heer Duizer en door u mijnheer Bouman, om die nog te geven. Want volgens mij, zijn die antwoorden nog niet gegeven. Dat hou ik ook mede namens u in de gaten. Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, dank, voorzitter. Dan toch nog even een korte toevoeging als, op het vorige punt, noem het maar de RO-procedure. Uiteraard heer Duizer is er ook vanuit stedenbouw en vanuit RO-perspectief gekeken. De bouw van het complex is passend in het bestemmingsplan, dat gaf ik al aan met een klein aantal binnenplanse afwijkingen. En het verharden van een stukje groen ter grootte van 12 parkeerplaatsen en ik bagatelliseer het niet, dus begrijp me niet verkeerd, maar is daarbij wat het college betreft niet onevenredig belastend.

Dan, voorzitter, een vraag met betrekking tot de tekening van de 2118 meter en de opmerkingen die ik erover heb gemaakt. Voorzitter, wij hebben uiteraard ook even gekeken naar de, het addendum. Ik heb namens het college al aangegeven dat er natuurlijk sprake is geweest van een hele lange looptijd en een hele lange discussie, waarbij diverse ideeën en suggesties op tafel zijn gegaan. Wij zijn ook maar even de details ingegaan, voorzitter. Er is inderdaad, ik noem het dan toch maar een schets gemaakt die op, die uitgaat van dit aantal vierkante meters waar de heer Duizer ook aan refereert. Die is op 28 november na de pre, ambtelijk naar de projectontwikkelaar gestuurd. Die is op de stuurgroep van 14 december waar ik inderdaad ook aan tafel zit, als bijlage aangehecht. Maar die als zodanig niet besproken is in de vergadering en wat dat betreft, dus ook meegenomen is in de verdere ontwikkelingen en onderhandelingen. De voorzitter: Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. Het was volgens u een tekening die als bijlage alleen in dat overleg heeft plaatsgevonden. Nu heb ik in de notulen gelezen want het was inderdaad eind 2022, gaat u mee met, om door te zetten met het bestemmingsplan in Andel, dat de projectontwikkelaar in Sleeuwijk mocht gaan bouwen. En daar staat in de notulen, de wethouder geeft een aantal voorwaarden mee voor de verkoop van de grond in Sleeuwijk.

Punt één, grondverkoop 2118 vierkante meter tegen marktconforme prijzen. Twee, binnen twee maanden een omgevingsvergunning aanvragen. Drie, stedenbouwkundige kwaliteiten passen binnen het bestemmingsplan. En vier, voornemen grondverkoop worden gepubliceerd. Dat zijn de voorwaarden die volgens de notulen, door u zijn meegegeven in die stuurgroep. Dus ik snap eerlijk gezegd niet zo goed waarom u nu zegt, dat het alleen een bijlage was. De voorzitter: Wethouder Tanis. De heer Tanis: Ja, voorzitter. Ik neem aan, dat dit debat met mijn bijdrage niet afgerond is, dus ik zal daar nog even op terugkomen. Ik kan het ja, ik kan het niet anders formuleren, heer Duizer. Ik baseer me even op ja, wat ik nu heb. De volgende vraag, voorzitter met betrekking tot de waarde van de woningen. U refereert aan een gesprek wat wij hebben gehad met betrekking tot de 18.500 euro per woning en voor de middeldure huur. Ik denk dat er sprake is van een misverstand, want deze tarieven of prijzen die wij hanteren, dat zijn de grondprijzen die wij hanteren voor grondgebonden woningen, sociale huur en middeldure huur. En we hebben het hier natuurlijk wel over appartementen. De voorzitter: Mijnheer Duizer.

De heer Duizer: U noemde deze prijzen toen we het over het plan hadden in Giessen. Dat zijn appartementjes. Dus ik snap eerlijk gezegd deze move niet. Ook daar zijn het 10 appartementen en in het kader van die, dat plan noemde u deze prijzen. De heer Tanis: Ja, voorzitter, ik bestrijd dat niet, maar ik heb zo niet meer op mijn netvlies wat ik daar gezegd heb. Ik geef even door wat wij hanteren als het gaat over grondgebonden woningen. En dat ik dus uw redenering van aantal maal tarieven richting die acht ton niet helemaal begrijp. Dat is dan de consequentie daarvan. Voorzitter, de volgende vraag die er is met betrekking tot de compensatie. Ja, ook daar herhaal ik eigenlijk wat ik net heb gezegd, voorzitter, dat door een ander programma te verlangen dan omschreven werd in de overeenkomst zoals het aantal sociale huur en seniorenwoningen, veranderen de financiële uitgangspunten. Meer sociaal heeft uiteraard een financieel effect op de totale verdiencapaciteit van een projectontwikkelaar. Als u vraagt van, is dat heel concreet financieel doorgerekend? Voorzitter, het antwoord is dat we het niet heel concreet hebben gekwantificeerd. Wij hebben het traject gelopen zoals we hebben gelopen. Ik heb dat al een paar keer verteld. En dat heeft geleid tot het sluiten van het addendum. De voorzitter: Mijnheer Bouman.

De heer Bouman (VVD): Dank u wel, voorzitter, want het gaat precies over dit punt. U zegt, u heeft niet precies gekwalificeerd welke schade zou optreden door wijziging van het programma. Maar hoe kunt u dan een vergelijk maken als college zijnde, met de compensatie die u aangeboden heeft in Sleeuwijk? Hoe weet u dan, wat u aangeboden heeft in verhouding staat tot de volgens u geleden schade door de wijziging van het programma? Dat weet u dan toch niet? De heer Tanis: Wij hebben de gronddeal die er was in Sleeuwijk gewoon via een marktconforme taxatie plaats laten vinden. Maar wij hebben geen laat ik het simpel zeggen, heer Bouman, geen boekenonderzoek gedaan bij de projectontwikkelaar wat de keuze tussen in eerste instantie het oorspronkelijke programma wat heel veel twee-onder-één-kappers waren, in relatie tot ja, de sociale en seniorenwoningen tot gevolg heeft. De voorzitter: Mijnheer Bouman. Ja? Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Ja, even denken wat u nu precies zei. U weet in Andel niet wat de schade was. Maar in het STEK-rapport, de taxatie zegt u wel hoeveel geld deze projectontwikkelaar mag verdienen in Sleeuwijk. Te weten, vijf procent rendement. Dus hij mag drieënhalve ton per jaar daar verdienen en dat vindt u een redelijke compensatie voor iets, waarvan u niet weet hoeveel geld dat heeft gekost? De voorzitter: Wethouder Tanis.

De heer Tanis: Ja, voorzitter, ik vind dat een ingewikkelde. Ik vind dat een redenering waar die, waar ik het ingewikkeld van vind om daar op dit moment om te reageren, omdat ik het rapport hier niet bij de hand heb. Ik bestrijd die vijf procent niet. Maar dat heeft natuurlijk ook te maken met de route die gelopen wordt met betrekking tot middeldure huur en de afspraken die daaronder liggen. Dus ik vind dat heel moeilijk om daar op dit moment zo op deze manier op te reageren. Ik heb aangegeven in alle transparantie, dat wij het exacte bedrag niet hebben gekwantificeerd. Maar dat wat het college betreft, de voordelen die er zijn met betrekking tot aanpassen van het woningbouwprogramma naast een daadwerkelijk getaxeerde marktwaarde die we dus gewoon door een onafhankelijk bureau hebben laten opstellen het alleszins, deze deal alleszins rechtvaardigt. Ik moet even kijken, voorzitter, welke vragen ik nog niet beantwoord heb.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15488435/1