2023-06-20 Transcript raadsvergadering
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ALTENA d.d. 20 juni 2023
1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Dames en heren, we kunnen gaan beginnen. Heere, voorafgaand aan onze vergadering vragen wij U om Uw zegen over onze werkzaamheden. Geef ons besef van onze afhankelijkheid van U bij al onze overleggen en besluiten. Geef ons kennis en inzicht opdat wij in staat zijn onze taak juist te vervullen en de belangen van de gemeente Altena te behartigen. Wij vragen U dit om Jezus wil. Amen. En daarmee open ik deze raadsvergadering van de 20e juni 2023. Met in ieder geval de mededelingen voor wat betreft de afwezigen. De heren Versluis, Verdoorn, Kolff en Berm zijn afwezig, evenals mevrouw Schipper. En op dit moment zijn verlaat de raadsleden Schermers, Verbaarschot, Bakker, Vos en Noordergraaf. Die komen iets later. Op dit moment zijn we met 21. Dat is een quorum en dat wordt straks 26, als het goed is. Wij kunnen aan de slag. Het eerste deel van deze vergadering zal in het teken staan van een aantal besluiten, met finale debatten die wij hebben gevoerd. Vanaf ongeveer kwart over vijf verwacht ik met u twee opiniërende debatten zonder besluiten te kunnen voeren over de ombuigingen van het sociaal domein en de huisvesting van de organisatie. Ik kijk even straks of dat ook gaat lukken, zodat wij om zes uur aan de maaltijd kunnen beginnen en van kwart over zeven aan de Kadernota kunnen beginnen.
En dan is het maaltijdbuffet voor alle aanwezigen geregeld. Ik kijk even rond of er voor het vaststellen van de agenda nog vragen of ordevoorstellen zijn. Niemand? Dan gaan we met die agenda aan de slag.
2.
Vragenkwartier (vervalt, geen vragen ingediend) De voorzitter: Het vragenkwartier. Er zijn geen vragen ingediend.
HAMERSTUKKEN 3.
Zienswijzen conceptbegrotingen Gemeenschappelijke Regelingen 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar de zienswijzen op de conceptbegrotingen van de Gemeenschappelijke Regelingen 2024. Agendapunt 3. Is daar behoefte aan een stemverklaring of stemming? De heer Timmermans van de VVA, gaat uw gang. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, mijn stemverklaring hierbij. We kunnen er wel mee instemmen, maar met de opmerking om in de toekomst niet verder uit te breiden met Gemeenschappelijke Regelingen om zo de regie in eigen hand te houden. De voorzitter: Waarvan akte. Die opmerking wordt genoteerd. Dan met die stemverklaring is het voorstel aangenomen.
4.
Maatschappelijke Agenda De voorzitter: Dan agendapunt 4, de Maatschappelijke Agenda. Daarbij wil ik toch even memoreren dat dit onderwerp ook op de Raadsagenda gestaan heeft. En dat proces is vanuit de raad begeleid met een klein slim groepje, met mevrouw Buchholtz, mevrouw Rochat en de heer Bouman, P. Bouman. En we hebben met een brede verkenning een duidingsdebat gegeven, met de opdracht om een Maatschappelijke Agenda te
ontwikkelen. Die wordt nu vastgesteld. En hij krijgt een vervolg met het initiatief inwonersbudget, wat hierna op de agenda staat. Met deze toelichting, vond ik toch goed om dat even te memoreren, is er nog behoefte aan een stemverklaring of een stemming? Niet? Dan stellen we dat unaniem vast. 5.
Vervolgtraject Maatschappelijke Agenda: spelregels voor burgerinitiatieven De voorzitter: Dan agendapunt 5, de spelregels voor het burgerinitiatief Maatschappelijke Agenda. Daar nog behoefte aan stemverklaringen of stemming? Dan stellen we die ook vast.
6.
Vaststelling Bestemmingsplan Kern Hank Kerkstraat 4 De voorzitter: Dan agendapunt 6, het Bestemmingsplan Kern Hank Kerkstraat 4. Is daar behoefte aan een stemverklaring? De heer Den Haan. De heer Den Haan weet dat ik van korte stemverklaringen houd, maar hij heeft van tevoren bij mij aangegeven wat hij wilde zeggen. De heer Den Haan: Dank je wel, voorzitter voor deze tijd. Bijna een jaar geleden hebben wij dit college geïnstalleerd. En u weet allen dat ik gek ben op informatiegestuurd werken. En vanuit dat kader wil ik u ook vandaag feliciteren allemaal. Maar voor ik dat doe, dank ik vooral het voltallige college en natuurlijk de ambtelijke organisatie voor hun inzet van de afgelopen twaalf maanden. Vorige week, misschien kun je het zien, was ik een weekje in Malaga. En terwijl mijn omgeving op het goudgele strand lag te zonnen, keek ik mijn huiswerk na dat was nagezonden door onze fractieondersteuning. En voorzitter, ik zag, terwijl ik gelijktijdig de zonnebrillen, de handdoeken, de Thaise massages, de mojito's en de sangria 's moest afslaan, dat wij met dit besluit dat we vanavond nemen in één jaar tijd de bestemmingsplannen hebben goedgekeurd voor maar liefst 347 woningen. Dit staat overigens los van alle andere bestemmingsplannen. En wij zijn natuurlijk heel blij met dit resultaat en vinden dat de organisatie daar ook de complimenten en de felicitaties voor mag krijgen.
Ondanks de grote behoefte voor woningen in Altena zien we dat het steeds lastiger wordt om woningbouw te realiseren. Beperkende maatregelen rondom stikstof, geurhinder, landschappelijke eisen, water, archeologie, geluid, hindercirkels, andere verscherpte wetgeving en steeds meer bezwaren van omwonenden maken het er niet gemakkelijk op. En recent hebben we ook nog honger naar bomen en over ontsluitingswegen. Dat alles bekijkend zijn we des te trotser op het voltallige college en de ambtelijke organisatie, maar ook op u als raad dat dit mede mogelijk is gemaakt. Dat mag straks, Wijnand. Om de druk dan toch een beetje op te voeren, ik snap dat je dit vervelend vindt, maar met dit tempo moet in deze bestuursperiode het aantal van duizend woningen te realiseren zijn. En ik verzoek het college dan ook om de complimenten, de felicitaties en vooral ook de taart aan de afdelingen die zich hiermee hebben beziggehouden over te brengen. Vergeet ook niet om de kernen die niet aan bod zijn geweest de aandacht te geven die zij verdienen. En mag ik dan wethouder Hans Tanis verzoeken om naar voren te komen om de taart die we daarvoor hebben geregeld aan te snijden, als verantwoordelijk portefeuillehouder. Ik zie overigens hier gelijk al de collega Theo Meijboom kijken, want als het over taart gaat, had hij hem aan willen snijden, maar het gaat goed komen Theo.
Ik hoop dat er een groot mes bij zit. Jenneke, wil jij nog een fotootje nemen. En ondertussen de traktatie. En Wijnand, volgens mij mag er dan nu een felicitatie of een applausje zijn. Dank je wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Haan voor deze ludieke stemverklaring. Ik zal zo direct even afconcluderen als ... Geweldig. Dank je wel. Dan wil ik hem inwisselen. Ik kiezen. Ik heb voor vanavond ook al geregeld. Daar gaat de planning. Iedereen is voorzien, Jan. Iedereen heeft al gekregen. Jij hebt ze doorgestuurd? Heel goed. Ik zal het even doen. Met deze stemverklaring kijk ik rond of er nog behoefte is aan andere stemverklaringen? Anders dan concludeer ik dat het voorstel unaniem is aangenomen. Met dank voor de ludieke actie.
7.
Benoeming A. Visser (VVA) als lid Auditcommissie De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 7, de benoeming van de heer Visser als lid van de Auditcommissie. Levert dat nog behoefte aan een stemverklaring of stemming op? Dan is dat unaniem ook besloten.
DEBATSTUKKEN (Besluitvormend debat) De voorzitter: Dan gaan we naar de debatstukken. 8.
Ontheffing woonplaatsvereiste wethouders Van Hunnik en Tanis De voorzitter: Agendapunt 9, verzoek tot ontheffing van de woonplaatsvereiste van de wethouders Van Hunnik en Tanis. En de heer Timmermans heeft gevraagd om een kort debat op dit onderwerp. Mijnheer Timmermans, aan u het woord. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, de belofte van een jaar geleden komt hiermee ingewisseld, om hierop terug te komen op dit onderwerp. Wij streven er altijd naar om invloed vanuit de gemeente Altena met de voeten in de klei in plaats van buiten de gemeente Altena, zodat je onderdeel uitmaakt van de samenleving en daardoor laagdrempelig en toegankelijk bent voor inwoners en dit niet alleen tijdens kantooruren. Daar is het van groot belang dat de wethouders woonplaats ook in de gemeente Altena is. En dit wil ik gezegd hebbende. En met de vraag natuurlijk aan de wethouders of dat ze inmiddels veranderd zijn van hun gedachten om hier ook te komen wonen in het prachtige Altena, want ik heb net gehoord dat er toch wel wat huizen gebouwd gaan worden. Wie weet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Ik kijk rond of er behoefte is vanuit andere fracties om te reageren. De heer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Ik moest even mijn mond leegeten, voorzitter. Wat staat dat ding ver weg joh.
Wat ik even kort en krachtig wilde zeggen voorzitter, is dat wij als VVD niet altijd tevreden zijn met het college, maar wij stellen wel zeer de aanwezigheid van wethouder Tanis en wethouder Van Hunnik op prijs. En wat ons betreft hoeven ze zelfs daarvoor niet hier te komen wonen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van der Hoeven van de ChristenUnie De heer Van der Hoeven: Wij delen de mening van de heer Bouman van de VVD. Maar goed, ik wil wel in overweging geven aan de wethouders, ze gaan die A15, A27 aanpakken. Neem dat wel mee. Dat we niet al die gezeur hebben van, ik kan niet thuiskomen. Daar moet u dan ook niet mee aankomen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Heel kort. Wij kunnen ons ook aansluiten bij de woorden van de heer Bouman van de VVD. Met wellicht nog de aanvulling, de heer Timmermans memoreerde nog even iets van buiten kantooruren, ik denk dat we allemaal hier objectief kunnen vaststellen dat zowel wethouder Van Hunnik als wethouder Tanis veel buiten kantooruren doen en dat dat niet daarvoor noodzakelijk is om in Altena te wonen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Alderliesten, Progressief Altena.
De heer Alderliesten: Ik zal het kort houden, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de eerder gemaakte opmerkingen. De kwaliteit is duidelijk niet afhankelijk van de woonplaats. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Ik hou het ook kort, voorzitter. Daar sluit ik me ook bij aan. En nog met de opmerking dat de argumenten door de heer Timmermans genoemd, zoals net ook alweer een beetje gememoreerd, dat zien we helemaal niet. Wij zien juist wel die aanwezigheid en ook wel buiten die kantooruren. Wij gaan daar niet mee akkoord. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. En mijnheer Meijboom van de SGP. De heer Meijboom: Voorzitter, ik ben dat gewend daar. Dit is onwennig. Voorzitter, wij zijn altijd als SGP, en ik ook persoonlijk, zeer voor het invullen van beloften. Wat ons betreft had de heer Timmermans deze belofte wel kunnen laten, want het is eigenlijk een beetje een zinloos debat, vind ikzelf. Want inderdaad de argumenten ... Maar goed, die zijn al door anderen ook genoemd. Hij wil de uren niet tellen die de wethouders ook buiten de kantooruren in deze gemeente verblijven. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Ik kijk even of er behoefte is ... Nee. Volgens mij was het duidelijk wat de wethouders niet van gedachten veranderd zijn, mijnheer Timmermans. Aan u het woord. Tot slot.
De heer Timmermans: Voorzitter, ik wil een korte opmerking maken. Ik betwijfel ook niet of ik bestrijd ook niet de kwaliteiten van de wethouders die hier zijn, want inderdaad daar sluit ik mijn eigen volledig aan bij de woorden van de VVD. Er zitten goede kwaliteiten. Alleen wij stellen altijd op prijs dat ze dan ook in de gemeente Altena wonen. De voorzitter: En is dat een stemverklaring over het voorstel, voor u? De heer Timmermans: Wij kunnen nu wel gewoon instemmen. De voorzitter: Prima. Dat is mooi om te horen. Dan even bij handopsteken, want dit is wel een debatstuk. Mag ik bij handopsteken wie voor het voorstel is? En dat is unaniem. Dan is het voorstel met 21 stemmen voor en 0 stemmen tegen aangenomen. 9.
Beleid huisvesting arbeidsmigranten De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9, het beleid van de huisvesting van arbeidsmigranten. Dat is een uitgebreid onderwerp waar één amendement en vijf moties zijn aangekondigd. Ik wil u vragen om in eerste termijn alles in te dienen. En mijnheer Timmermans, u wilde graag een ordepunt maken. De heer Timmermans: Voorzitter, ik wil even een punt van orde maken, dat ik aan dit debat niet meedoe. De voorzitter: Dank u wel. En ook niet meestemt, even voor de goede orde. En dat is helder. Ik wilde u wel voorstellen in eerste termijn alle amendementen en moties in te dienen. En dan gaan we kijken in de tweede termijn of we nog door willen praten. En dan zal ik enige ordening aanbrengen over de onderwerpen die dan nog debat vragen. Dan wil ik als eerste de heer Bouman en Bouman, en dan mogen ze zelf kiezen wie als eerste het woord voert. Mijnheer Bouman van het CDA begint het amendement in te dienen.
De heer A. Bouman: Wat mij betreft wilde ik het eigenlijk ook een beetje combineren, voorzitter, met uw goedvinden. Ook omwille van de efficiëntie en de tijd. We hebben hier natuurlijk al langdurig over gesproken als raad van Altena. Meerdere keren over gedebatteerd. Ook tijdens de laatste Altenaronde en Altenatafel is er flink over gedebatteerd met elkaar. En de afdronk van het debat was, in elk geval bij collega Bouman en mij, dat het voorstel best een goede balans heeft gevonden, wat er ligt, maar dat we eigenlijk op een aantal punten nog wat accenten zouden willen verleggen en willen veranderen. En dan gaat het eigenlijk als eerste om het amendement afstand tussen grootschalige locaties. In het voorstel wordt voorgesteld om dat in te stellen op één kilometer. Dat is op zich een afstand. Daar kun je voor kiezen. We kunnen ook kiezen voor drie kilometer. En wij dachten, we kiezen voor twee kilometer. En dat heeft als reden dat we met name bij kleine kernen dan het gevaar in elk geval wat willen verminderen. Dat daar op toch een wat kleine afstand van elkaar, die één kilometer, twee grootschalige locaties zouden kunnen komen, terwijl het heel goed kan in Altena. Is een grote gemeente, waar verspreid allerlei dorpen liggen. Dat het wat meer verspreid in het gebied kan plaatsvinden. En gelukkig hebben we een aantal andere partijen die ook mee ingediend.
Een tweede element, dat is een motie geworden, ging over de seizoensarbeid. Acht weken werd daar voorgesteld. Tijdens de inspraak werd al duidelijk dat dat soms op praktische bezwaren zou stuiten. Daarom was het voorstel van ons, roepen wij eigenlijk het college op om te kijken bij de uitvoering van de beleidsregels of dat daar ook uitzonderingen op gemaakt kunnen worden en dat eventueel verlengd kan worden met vier weken, als dat van toepassing is. En dan willen we dat wel beperken tot die duur van twaalf weken en dat niet onbeperkt laten, want dan hebben we dadelijk wellicht voor een half jaar dat soort vestigingen. En dan vinden we dat een grootschalige huisvesting daarvoor beter geschikt zou zijn. En als laatste, en dan gaat het over het behoefteonderzoek. We hebben natuurlijk het stelsel van schaarse rechten. En wat we in elk geval willen voorkomen, dat is ook de geest van de motie die daar opgesteld is, dat we op het moment dat er zich een nieuw initiatief of initiatieven aandienen, bijvoorbeeld aan het westen van Altena, daar werd ook wel over gesproken, dan zou het wel een beetje zuur zijn als dat geen doorgang kan vinden, vanwege het feit dat er dan eerst na jaren wellicht een nieuw behoefteonderzoek uitgevoerd moet worden. Wij willen daar eigenlijk pleiten voor meer snelheid en daar eventueel wat aan kunnen sluiten bij de praktijk.
Dat is eigenlijk de geest van de twee moties en het amendement en de accenten die we daar in het voorstel wat willen verleggen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. En u heeft ook mede-indieners met het amendement en de moties. In het raadinformatiesysteem te lezen wie dat zijn. Dat wisselt een klein beetje. Dan wil ik de heer Van der Hoeven vragen om zijn moties in te dienen. De heer Van der Hoeven: Dank u wel, voorzitter. Even een korte opmerking over het gewone voorstel. Hoe langer wij erover nadenken, hoe kritischer we eigenlijk worden over het schaarse rechtssysteem. Ik denk dat er een paar partijen heel blij mee zullen zijn. Dat zijn advocaten die de rekening gaan sturen over alle processen die we er rond omheen gaan doen. Dat zullen de grote huisvesters zijn, die plannen op de plank hebben liggen. Maar de illusie dat we daarmee de maatschappelijke discussie gaan stroomlijnen, ik denk zelfs dat we gewoon bijna deelnemer worden aan de initiatieven die we via dat schaarse recht dan ook toe gaan staan. Wij zijn daar best zorgelijk over. Maar goed, we wachten even de discussie af over onze verbetervoorstellen, of wij daar dan uiteindelijk mee in zullen stemmen. En wij hebben drie voorstellen. In principe ligt het heel dicht bij het voorstel wat de heer Bouman van het CDA nu noemde.
Alleen om van acht weken twaalf weken te maken, vinden wij net zo discutabel. We weten dat de mensen die dat doen in de fruitsector bedrijfsmatig te werk gaan en prima aan kunnen tonen. En eis en weder dienende, want als het de komende maand regent, dan zal het seizoen er anders uitzien als dat ze nu gepland hebben. Maar wij zouden dat graag aan het college laten. Gewoon hou die acht weken in stand. En als een tuinder dat onderbouwd kan
aantonen vanuit zijn kweekplan of zijn jaarplan dat hij drie weken nodig heeft of vijf weken nodig heeft, dan vertrouwen wij dat aan het college toe. De tweede opmerking die wij hebben, gaat over de tweede tranche opstarten. Dat zit ook heel dicht aan wat het CDA zegt. Maar wij zeggen, ga van tevoren gewoon het gesprek met die ondernemers aan. Leg een actief register aan van wie er behoefte heeft aan huisvesting van arbeidsmigranten. Daarmee heb je ook het gesprek van, hoe denk je er dan over? Kan je het met eigen mensen doen. En als je arbeidsmigranten nodig hebt, hoe denk je die dan te gaan huisvesten? En het grote voordeel van dit systeem is dat je geen duur adviesbureau in moet huren. Op het moment dat we de grens hebben bereikt dat we een schaarse rechtensysteem op willen starten, dan moeten we misschien tien ondernemers bellen of hun vraag nog actueel is. Kan je heel veel tijd en heel veel geld schelen. Het zit heel dicht tegen het verhaal van de heer Bouman aan, maar ik denk dat dit een completer voorstel is. Het laatste element dat we in willen brengen, is we verlenen nu tijdelijke vergunningen voor tien jaar voor grootschalige locaties. We hebben van de week ook bij een woningbouwcorporatie gehoord, als je voor tien jaar moet gaan bouwen, dan kan je er bijna geen geld aan verdienen. Als dat niet het geval is, dan gaat het ten koste van de kwaliteit van die woonvormen.
Dat is één. Het tweede is, wat gebeurt er na die tien jaar? Blijft het staan, is het afvoerbaar of gaan we bouwmaterialen tien jaar gebruiken en dan alles weer slopen en naar de vuilstort brengen. Wij willen dit graag toevoegen in de beoordeling die het college gaat doen op het moment dat ze het schaarse recht gaan beoordelen van, wat zijn uw plannen na tien jaar? Staat los van wat je dan doet. Of je kan verlengen of niks. Heeft het niks mee te maken. Maar uw plan, wat betekent dat na tien jaar? En als het college dat zou toevoegen als criteria, dan denken dat dat ook een verbetering is van het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Heeft u nog behoefte om nog dieper te reageren op het amendement en de moties die door het CDA en anderen zijn ingebracht? De heer Van der Hoeven: Het amendement van de twee kilometer zullen wij steunen. Daar hoeven we verder geen debat over te voeren. De grenzen zijn discutabel. Wij vonden drie kilometer te veel, want dan ga je hele dorpen uitsluiten. En ik denk met twee kilometer dat je daar een goede modus voor hebt gevonden. Mijn overtuiging is dat de twee moties van ons scherper en beter zijn. Wij hopen graag dat de anderen daarop reageren en met ons meegaan. En dat we zo tot een gezamenlijk voorstel komen waar we over kunnen stemmen. Zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven.
Dan kijk ik rond of er behoefte is vanuit andere fracties om in eerste termijn op de moties en amendementen te reageren. Mijnheer Alderliesten, u zit klaar. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Ik kan het ook wederom kort houden. Ik doe de heer Meijboom een plezier, want ik had gezegd dat ik vandaag mijn spreektijd zou bekorten. Het amendement, dat hebben wij medeondertekend. Daar kunnen we sowieso in meegaan. En wat betreft de moties van CDA en VVD, hebben we overigens ook het behoefteonderzoek ondertekend. Dat geeft misschien reactie ook op de motie van de ChristenUnie. Met betrekking tot de seizoensarbeid, en daar heeft inderdaad de ChristenUnie en ook de VVD en CDA hebben daar een motie over ingediend, hebben wij ons afgevraagd, want aanvankelijk zaten we een beetje op dezelfde lijn als de ChristenUnie, waar het gaat over het maatwerk, want dat was nadrukkelijk ook wat gepleit was of werd door de ondernemers bij de Altenatafel. Maar navraag heeft ertoe geleid, en daar horen we graag reactie van de wethouder op, dat wanneer je dat te vrij laat, dat daarmee het herstel voor schaarse rechten onder druk komt te staan en daarmee de juridische haalbaarheid van het geheel.
En de laatste, en dat is de motie over tien jaar en dan, zou ook graag van de wethouder horen in hoeverre dat dat niet al geborgd is in onze traditionele planontwikkeling, omdat we feitelijk ook een cyclus van ongeveer tien jaar hebben waarop wij onze plannen actualiseren. En kijk, het is sympathiek om aan de voorkant al informatie
in te winnen, maar in hoeverre dat je dat dan vervolgens kunt verankeren in je ruimtelijke plannen, daar horen we graag van de wethouder een antwoord op. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Ik kijk rond of er nog behoefte is bij andere fracties. Niemand meer? Er komt nog een tweede termijn. Dan kijk ik eerst even weer naar de heer Bouman of hij nog wil reageren op de inbreng van de ChristenUnie en op de inbreng van de heer Alderliesten. De heer A. Bouman: Heel kort, voorzitter. Misschien even met betrekking tot de motie over tien jaar, wat na tien jaar? Ik was ook bij die bijeenkomst inderdaad bij de woningcorporatie. En daar ging het inderdaad over, voor tien jaar bouwen, dat is lastig. Hoef je geen geld aan te verdienen. Wat ons betreft is de doelstelling ook niet per se dat met arbeidsmigrantenhuisvesting geld verdiend hoeft te worden. Het gaat ons om het feit dat er goede huisvesting gerealiseerd moet worden. En ik weet niet of het kan, dat je, inderdaad daar ben ik ook al benieuwd naar het antwoord van de wethouder, of je in je kwaliteitscriteria voor het verlenen van een tijdelijke vergunning van tien jaar kunt meenemen wat je na tien jaar doet. Want dat is eigenlijk een beetje wat het vraagt. En dan kom je een beetje in het kip en het ei gevoel ... Krijg ik daarbij. Daar ben ik eigenlijk ook even benieuwd wat daaruit voort gaat komen.
En inzake de reactie van de heer Alderliesten sluit ik me eigenlijk bij aan voor die tweede tranche. Ik ben eigenlijk ook wel benieuwd wat dat betekent voor het systeem van schaarse rechten. Hoe dat zich inhoudt. Wat het in gaat houden. En ik had al in mijn inleiding gezegd, waarom hebben we gekozen voor acht plus vier, eventueel twaalf? Als je het zo zou willen verwoorden. Om er wel een termijn aan te koppelen, om daarmee te voorkomen dat dadelijk ... We willen eigenlijk op een of andere manier aan de knoppen kunnen blijven zitten, in elk geval als raad van Altena. Als we mensen dan weer helemaal vrijlaten, dan ontstaat er eigenlijk ook weer een mogelijkheid om daar huisvesting voor een half jaar en dergelijke te realiseren. En dat willen we eigenlijk voorkomen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van der Hoeven nog behoefte om te reageren? De heer Van der Hoeven: In die zin ben ik ook wel benieuwd naar het antwoord van de wethouder, want als een verlenging het schaarse recht op het spel zet, dan staat het schaarse recht sowieso denk ik op spel. Tweede argument wordt genoemd die tien jaar. Zo meteen in de Omgevingswet worden sowieso die termijnen heel anders ingedeeld. Het kan volgens ons geen kwaad om een criteria toe te voegen voor na tien jaar.
En geld verdienen, als huisvesting niet om geld verdienen gaat, het gaat wel over geld verdienen, mijnheer Bouman. En dat wij het belang van de arbeidsmigranten centraal stellen en goede huisvesting, daar zijn we het wel over eens. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Even voor de notulen, de heer Vos is binnengekomen. We zijn formeel met zijn tweeëntwintigen, maar bij dit onder onderwerp nog weer met zijn eenentwintigen, omdat de heer Timmermans er niet is. En mijnheer Bakker is er ook. Dan zijn we met 23 zelfs. Heb ik nog iemand gemist die binnengekomen is? Nee. Dan gaan we voor de reactie van het college naar mevrouw Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u, voorzitter. Eerst nog een klein woordje vooraf, voordat ik mijn reactie geef op het amendement en de moties die zijn ingediend. Mijnheer Bouman refereerde daar ook al aan, afgelopen jaren hebben wij veelvuldig met elkaar gesproken over het beleid huisvesting arbeidsmigranten. Na het intrekken van de beleidsregels in juli 2021 en de raadsvergadering in maart 2022 is het college aan de slag gegaan met de opdracht die u als raad heeft meegegeven om de regels te actualiseren. En daarbij heeft u het college een aantal aandachtspunten meegegeven, zoals het opnemen van het maximaal aantal te huisvesten arbeidsmigranten, borging van afspraken met de initiatiefnemer en een stelsel van schaarse rechten in het
leven te roepen, om iedere potentiële gegadigde een gelijke kans te geven om de te verdelen schaarse rechten te verwerven. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in het raadsvoorstel dat nu hier voorligt. En voor het college was het ook belangrijk dat in deze geactualiseerde regels zou doorklinken dat we niet alleen de belangen van de ondernemers waarborgen, maar ook de belangen van de omwonenden en de belangen van de arbeidsmigrant zelf. Kwalitatieve goede huisvesting die voldoet aan de normen, vinden wij als college belangrijk. Dan zal ik nu een reactie geven eerst op het amendement en daarna op de moties. Het amendement beleid huisvesting arbeidsmigranten over de afstand tussen de locaties. De raad heeft ons onder andere opdracht gegeven om na te denken over de spreiding over de kernen. En uit het rapport van Companen komt naar voren dat spreiding over de kernen praktisch gezien moeilijk te realiseren zal zijn. En daarom is bij de voorbereiding van het beleid nagedacht over het principe dat huisvesting dicht bij werk de voorkeur verdient, mede om woon-werkverkeer te matigen. En dit is daarom ook als beoordelingscriteria opgenomen in de concept beleidsregels. Om te voorkomen dat een aantal locaties bij wijze van spreken naast elkaar zouden ontstaan, wat volgens het college ook onwenselijk is, is de afstand van één kilometer tussen locaties als voorstel bij u aangeboden.
En inderdaad, met een afstand van één kilometer hemelsbreed kunnen in wat grotere kernen meerdere locaties gerealiseerd worden. Dat hoeft geen probleem te zijn. En in sommige delen van onze gemeente is de behoefte aan locaties en het draagvlak daarvoor groter dan in andere delen. Genoemd is eerder al bijvoorbeeld de westkant van Altena, Werkendam. Maar met het verder vergroten van de afstand tussen locaties werp je mogelijk ook een beperking op. En met name op de plekken waar juist behoefte is aan arbeidskrachten. En om die reden wil het college dit amendement ontraden. Dan ga ik naar de motie die bij mij op het lijstje als eerste stond van de regeling huisvesting seizoenarbeiders langer dan acht weken van de ChristenUnie. In deze motie is de vraag naar maatwerk zeker te lezen. U geeft in deze motie niet aan wat de uiterlijke termijn van huisvesting arbeidsmigranten moet zijn. Uiteindelijk zou dit uit kunnen komen op een half jaar of zelfs wel langer. Het college raadt deze motie af, omdat de aanvraag voor huisvesting van seizoensarbeiders voor onbepaalde tijd onder het stelsel van schaarse rechten zou moeten vallen. Met langere huisvesting van seizoensarbeiders hol je het stelsel van schaarse rechten verder uit.
De maximale verblijfsduur die we nu hebben openen genomen, geeft de waarborg dat er geen grote aantallen arbeidsmigranten voor langere tijd bij een bedrijf zullen wonen en werken. Dan de motie regeling seizoensarbeid van de heren Bouman en Bouman. Met uw motie wilt u de duur van seizoensarbeid eenmalig kunnen verlengen tot twaalf weken, indien een ondernemer hier behoefte aan heeft. Ook u bent op zoek met deze motie naar maatwerk. Maar u begrijpt hopelijk ook dat uw motie ervoor zal zorgen dat er extra regels en afspraken gemaakt moeten worden om een verlengingsvraag op tijd te kunnen beoordelen en daarop ook toezicht te houden. Zo'n tussentijdse verlenging vinden wij daarom met het oog op de haalbaarheid van de uitvoering en toezicht niet wenselijk. U heeft in het raadsvoorstel ook kunnen lezen dat het college heeft geworsteld met het toestaan van de uitzondering voor seizoensarbeid. Het college is van mening dat deze vorm van huisvesting nog meer dan bij andere vormen het door de Commissie Roemer benoemde risico van uitbuiting kan optreden. En als u dan voorstelt om van die acht weken een verlenging te maken naar twaalf weken, dan snapt u dat we hier nog iets minder enthousiast over zijn. Het college raadt u dan om deze twee redenen ook deze motie af. De motie bestemming na tien jaar van de ChristenUnie. De essentie is een tijdelijke vergunning.
Tijdelijk gebruik en val je na tien jaar weer terug naar de oorspronkelijke bestemming. De gedachte is erachter dat het na tien jaar eindigt. De ondernemer die hieraan deelneemt, kent de spelregels en we verwachten dat daarop ook ingespeeld wordt met de flexibele vorm van huisvesting. Dat is echter aan de ondernemer in kwestie en niet aan het college. Deze motie ontraden we daarom ook. En dan kom ik bij motie 4 en 5, die beiden wat mij betreft over behoefte gaat. De ChristenUnie met haar tweede tranche en het behoefteonderzoek van Bouman en Bouman weer, volgens mij. Willen we het stelsel van schaarse rechten goed zijn werk laten doen, dan zullen we de behoefte naar arbeidsmigranten goed moeten monitoren. En we hebben dat nu in 2022 laten doen. En uit onderzoek van Companen blijkt dat er tot 2030 de behoefte is aan
365 extra huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten. En daarnaast geeft het onderzoek aan dat er sprake is van een vervangingsvraag van 360 plaatsen. Het college kan in de toekomst zelfstandig invulling geven aan het realiseren van grootschalige huisvesting wanneer het gaat om die vervangingsvraag. Concreet betekent die invulling dat het college een uitvraag op de markt zet voor een grootschalige locatie. Vervangingsvraag kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer een grootschalige locatie sluit of er een vergunningstermijn afloopt. In het kader van de monitoring van die behoefte zeg ik u graag toe dat wij een behoefteonderzoek om de drie à vier jaar zullen uitvoeren. Dit tijdspad doet recht aan de werking van het stelsel van schaarse rechten. Want dit zou betekenen dat het volgende behoefteonderzoek in 2025 gestart moet worden. Met de resultaten van dat behoefteonderzoek komen wij dan weer bij u als raad terug. Overigens willen we ook nog wel benadrukken dat we met de twee reeds vergunde locaties nu al een groei van ruim dertig procent aan huisvestingsplaatsen kunnen realiseren. We willen zorgvuldig omgaan met verdere groei, om te voorkomen dat Altena arbeidsmigranten gaat huisvesten die in de praktijk in andere gemeenten werken. Uiteraard blijven wij met de ondernemers in contact over de behoefte aan huisvesting van arbeidsmigranten.
Tot zover mijn reactie op het amendement en de moties. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Ooijen. Dan gaan we naar de tweede termijn. Dan zou ik willen voorstellen om die vier blokjes inhoudelijk te behandelen en niet alles tegelijkertijd, als u dat goed vindt. U houdt van blokjes? Ja. Ik wil eigenlijk als eerste dan nog eventjes debatteren met u over de afstand tussen de grootschalige locaties. Dan over de huisvesting van seizoensarbeiders. Daar zijn twee moties van. Dan de bestemming na tien jaar. En tenslotte over het behoefteonderzoek. Daar zijn ook nog twee moties van. Als u dat goed vindt, dan houden we het een klein beetje ordelijk. Mijnheer Bouman, mag u de tweede termijn aftrappen, als u wilt hoor. Als het over de afstand wil hebben. Dan niet meer. Die is het minst leuk. Maar dan gaat u naamgenoot dat doen. Mijnheer Bouman van het CDA, ga uw gang. De heer A. Bouman: Dank je wel. Ook de wethouder bedankt voor alle positieve beoordelingen die we hebben ontvangen. Even over het amendement met betrekking tot spreiding. Ik denk, als ik uw beantwoording hoor en ook de onderbouwing die wij hebben gegeven bij het indienen van het amendement, is mijn gevoel en overtuiging dat we het amendement gewoon eigenlijk graag willen handhaven en in stemming willen brengen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Andere mijnheer Bouman. De heer P.
Bouman: Ik wil dat graag ondersteunen. En daarbij ook wel even mijn verbazing toevoegen bij de argumentatie van het college, want dat geeft wel een bepaalde miskenning van wat er in het verleden is gebeurd en waarom wij naar twee kilometer willen in plaats van één kilometer. Want één kilometer voorkom je niet alleen in grote kernen ... Wat ik probeer te zeggen, is dat je met een afstand van één kilometer maak je ook nog weldegelijk huisvesting in kleine kernen mogelijk, twee stuks. Als we bijvoorbeeld een willekeurige kern pakken als voorbeeld, Andel. Met deze grens van één kilometer kan er een tweede huisvesting bijkomen. Als u dat maatschappelijk aanvaardbaar vindt, dan moet u nog even nadenken van, heb ik een goed besef van wat maatschappelijk aanvaardbaar is? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Anderen nog over dit onderwerp in tweede termijn? Niemand? Mijnheer Van der Hoeven, gaat uw gang. De heer Van der Hoeven: Wij hebben ook in principe aangegeven het amendement te steunen, met dezelfde bewoording die de heer Bouman wel aangeeft. Andere kant, als er kwalitatief getoetst wordt, dan zal er wat ons betreft geen bloed uit vloeien als het één kilometer blijft, maar wij blijven ook die twee kilometer steunen.
De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog rond of er op dit onderwerp nog meer gezegd wil worden. Dan gaan we naar het onderwerp huisvesting seizoensarbeiders. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Het college zei hierover eigenlijk een aantal dingen. Eén, dat het voorstel van de ChristenUnie zou neerkomen op een ongedefinieerde bovengrens. Zou je in theorie ook een half jaar kunnen mogelijk maken. Daar zijn we het mee eens. Dat lijkt ons ook onwenselijk, want het moet hier echt gaan om een korte periode, anders dan doen we heel veel afstand aan het schaarse rechtenstelsel. Het college had nog twee andere dingen. Eén is seizoensarbeid, dat is gevoeliger voor uitbuiting, onderdrukking. Ik weet niet meer precies welke term u bedoelde, maar zoiets bedoelde u in ieder geval. Ik denk dat je daar een bepaalde miskenning geeft aan onze lokale ondernemers. En ik denk dat we het vertrouwen moeten geven dat die hun zaken wel goed kunnen regelen hier. We gaan er ook een keurig vergunningsstelsel voor optuigen. Je weet wie een vergunning heeft. Die kan je controleren. Ik denk dat we dat argument moeten kunnen tackelen hier in dit gebied. Tweede argument wat u zei is van, hoe langer je hem wil hebben, hoe meer je afbreuk doet aan het schaarse rechtenstelsel. U zegt eigenlijk ook van, acht weken is beter dan twaalf. Ik denk dat je een bovengrens moet hebben.
Of die acht is of twaalf, dat denk ik dat dat niet heel veel uitmaakt voor het schaarse rechtenstelsel. En het derde wat u zei, is uitvoeringstechnisch. U vindt die verlenging lastig? U zegt van, ik wil niet eerst een vergunning verlenen en dan moet ik nog een verlenging verlenen. Ik denk dat we daar wel een praktische oplossing voor hebben. Misschien dat de andere heer Bouman het er ook wel mee eens is. Dan maken we er gewoon gelijk twaalf van. Dan zijn we van die verlenging af. Ik weet niet wat mijnheer Bouman ervan vindt, het mag ook elf worden hoor, wat mij betreft. Maar als die verlenging u steekt, dan lossen we dat op. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Hoeven, vindt u het goed dat andere mijnheer Bouman eerst reageert op een amendement op zijn eigen motie? De heer A. Bouman: Het was onze motie. Ik denk dat we het inderdaad praktisch moeten proberen te houden, ook voor de organisatie alhier. En ik denk dat twaalf weken dan een goede termijn is. Die doet misschien het risico ook nog wel wat verkleinen dat er dan nog ... Van de risico's die benoemd worden, ik ben het overigens met wat de heer Bouman van de VVD zegt, dat onze ondernemers daar prima zelf ook bij zijn en daar ook op getoetst moeten worden. Want in het voorstel staat dat we aan de handhavingskant ook wat zouden plussen. Het staat ook in de Kadernota, volgens mij, dat we daar het een en ander mee doen.
Ik ben het wel eens om de motie te amenderen en inderdaad om de griffie te vragen om te kijken op wat voor manier het dan eventjes tekstueel moet plaatsvinden. Dat we dan gaan ... Als de andere indieners dat ook natuurlijk, medeindieners, kunnen steunen voor gewoon twaalf weken in plaats van acht weken, want dat is dan eigenlijk ... Misschien wordt het dan wel een amendement in plaats van een motie. Dat zou dan weleens zo kunnen zijn. De voorzitter: Of een amendement op uw motie. Mondeling amendement. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ik heb blijkbaar te veel vertrouwen in het college gehad, want ik heb nergens gezegd dat dat een half jaar of een jaar moet worden of vast. U krijgt gewoon aanvragen en u beoordeelt dat. En acht is de norm. En als u vindt dat dat een redelijk verzoek is, mag u dat van ons vergunnen. Maar goed, als u dat niet wil, lees dan nog een keer goed het beleidsplan arbeidsmigranten, want er zijn allerlei mogelijkheden waarop die ondernemer nu zijn vraag gaat opvullen. Hij mag dat op verschillende producties doen. Is het per locatie? Die vraag heeft u ook gesteld. Wij hebben dat even met rust gelaten, want wij hadden een goed tegenvoorstel. Maar het probleem wordt natuurlijk niet opgelost als iemand twaalf weken of dertien weken mensen nodig heeft, dat hij dan ergens aan een boom groeien en dat hij er kan plukken als hij ze nodig heeft.
Als we dit probleem op willen lossen wat past bij de ondernemers, bij de fruittelers die in dit gebied horen,
zou ik af en toe eens naar ons luisteren en niet zo strak erin zitten en ons advies ook gewoon opvolgen. Waar wij blij mee zijn, is dat in de stukken staat dat ook die tijdelijke huisvesting aan de norm van arbeidsmigranten moet voldoen. De ondernemer reageert daar ook gelijk op, die units die ik nu heb staan, die voldoen daar niet helemaal aan. Zorg maar dat ze er wel aan voldoen. Daar zijn wij blij mee. Dat is ook een reden waarom wij gezegd hebben, als die dingen aan de norm voldoen, dan mogen ze er ook wel twaalf weken inzitten. Als ze er niet aan voldoen, mogen ze er van ons nog een acht weken inzitten. Wethouder, denk er nog eens goed over na, want er zijn echt verbetervoorstellen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Dan gaan we naar het derde onderwerp, de bestemming na tien jaar. Mevrouw Rochat, sorry. Gaat uw gang. Mevrouw Rochat: Dank u, voorzitter. Ik wilde even reageren op de tekstsuggestie wat de indieners zeggen, want wij zijn medeondertekenaar van de motie. Wij staan er ook zo in. Als het makkelijker voor de organisatie is, willen wij ook naar die twaalf weken gaan, want dat mag niet de belemmering zijn. De voorzitter: Dank u wel voor de helderheid. Gaat uw gang. De heer De Raad: Dan ga ik als mede-indiener ook nog maar even met fiat geven daarop. Wat ons betreft ook prima.
Wij willen wel graag vasthouden aan acht of twaalf of dertien of wat het dan ook is, maar dat we in ieder geval wel gewoon een vast uitgangspunt of in ieder geval een maximumaantal weken vastleggen om dit ook te realiseren. Wat ons betreft prima om deze aanpassing door te voeren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad van de SGP. Dan is die aanpassing voldoende besproken. Dan gaan we naar de bestemming na tien jaar. Is daar nog behoefte om in tweede termijn te debatteren. Mijnheer Van der Hoeven, na de reactie van het college. De heer Van der Hoeven: Ook hier enige verwondering. Op het moment dat je aan de voorkant kwaliteitscriteria noemt die je meeneemt in je schaarse rechtsstelsel, dan vloeit daar in ieder op geen enkele wijze bloed uit. En als dat gewoon goede huisvesting is, wat niet in tien jaar terugverdiend wordt, maar in twaalf jaar tijd of in twintig jaar tijd, dan gaan wij ervanuit dat dat kwalitatief betere huisvesting zou zijn. En dat dat een beter plan is of dat dat omgeturnd kan worden naar zorgwoningen. Ik ga dat niet invullen voor die ondernemer. Waar bent u bang voor? Buiten dat u naar allerlei dingen kijkt die al in het stuk staan, waar ze aan moeten voldoen, zeggen wij van, vraag eens door wat hij van plan is na tien jaar met die bebouwing. Hij krijgt geen enkele toezegging dat het op die plek mag.
In de schaarse rechten is het zelfs heel onwaarschijnlijk dat hij zomaar door kan stromen en opnieuw mee kan doen. Daar kan hij zijn verwachting ontlenen. Maar vraag nu gewoon wat zijn visie is op die huisvesting en wat hij daar na tien jaar mee denkt te doen. En dat kan zijn dat hij zegt, doe ik niks mee. Het is klaar. Ik koop wel oude rotzooi en dan na tien jaar is het helemaal afgeschreven. Verdien ik lekker veel geld. En dan is het klaar. Daar kan je toch gewoon naar vragen. Wat is daar mis mee? De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Laten we vooropstellen dat we wel begrijpen wat de heer Van der Hoeven bedoelt, want de kans dat die objecten blijven staan na tien jaar, die is natuurlijk aanwezig. En dan snappen we ook wel dat hij de behoefte heeft om te regelen van, wat gaat u dan doen na die tien jaar? Maar de wellicht fictieve werkelijkheid, waarheid is dat ze na tien jaar weg moeten, want die vergunning ziet op een termijn van tien jaar. En dat is niet alleen maar een vergunning voor huisvesting. In de praktijk is dat ook een vergunning voor
de bouw. Op papier is die bebouwing weg na tien jaar. En als je dan in je beleidsregels eisen gaat stellen wat je na die tien jaar gaat doen, dan is de vraag of je beleid dan nog in orde is. Dat is waar wij bang voor zijn. U vroeg, waar bent u bang voor? Daar zijn wij bang voor. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: En lukt het u om dan zo’n extra kwaliteitscriteria te zien aan de voorkant? Want daar gaat het eigenlijk over. De heer P. Bouman: Dat lukt ons wel, maar dat wil niet zeggen dat je het daarmee rechtmatig mag opnemen in je beleid. Je maakt beleid voor vergunningen die tien jaar gelden. En dan voelt het, is een beetje als jurist, dat krijg ik weleens hier verweten dat ik een jurist ben, als jurist voelt het een beetje raar om dan eisen te stellen aan de periode na die tien jaar. Ik vraag me af of dat standhoudt. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ik luister graag naar de juridische kennis van de heer Bouman. Daar heb ik geen bezwaar tegen. Wij denken dat je gewoon een extra criteria op zou kunnen nemen en dat dat leidt tot betere en kwalitatievere plannen waar als arbeidsmigrant meer mee gediend is en waarmee ook op een zuinigere manier omgaan met grondstoffen, die ook in die tijdelijke huisvesting worden gestoken. Er zit ook nog een duurzaamheidsaspect in.
De voorzitter: Volgens mij, de gedachtewisseling heeft erover plaatsgevonden. Mijnheer Alderliesten nog hierover. De heer Alderliesten: De heer Bouman bleef nog even staan. Ik denk, naar welk katheder zal ik lopen? Eigenlijk de heer Van der Hoeven triggerde mij wel, want waar het uiteindelijk om gaat, is de kwalitatieve huisvesting. Daar had de heer Van der Hoeven het over, maar daar had volgens mij iedereen het over. En ik hoorde net de heer Van der Hoeven zeggen, ik koop maar oude rommel, dat is dan na tien jaar toch volledig afgeschreven. Dat zou mogelijk ten koste gaan van de kwaliteit van de geboden huisvesting. Volgens mij hebben we daar juist die kwaliteitskaders voor in het leven geroepen. En een tweede, duurzaamheid noemde u ook. Ik kan me juist goed voorstellen dat bijvoorbeeld het demonteren of het verplaatsbaar maken van dergelijke units ook een duurzaamheidsaspect met zich meebrengt, wat juist invulling geeft aan die wens en die kwaliteit, maar daarmee niet noodzakelijk een doorkijk gegeven hoeft te worden van, hoe gaan we om met die locatie? Want in dat geval steun ik de heer Bouman van de VVD. Feitelijk regeren we over de vergunning heen.
En dat was eigenlijk ook de kern van de opmerking die ik in eerste termijn maakte van, hoe valt dat te verankeren? De vraag is sympathiek en dat geeft misschien ook richting omwonenden wat meer kleuring van, op termijn gebeurt er iets anders mee. Maar wat we er concreet mee kunnen en hoever we ze daaraan kunnen houden, dat is voor mij niet duidelijk. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ik zou het fictieve voorbeeld willen noemen dat er twee initiatiefnemers een gelijkluidend plan indienen en dat de één geen idee heeft en dat het gesloopt moet worden en dat de andere units heeft die verplaatsbaar zijn en op een ander locatie nog tien jaar mee kunnen. Dan hebben we in deze huidige regelgeving ... Kunnen we daar geen punten aan meegeven. Jongens, dat is een veel beter plan. Die heeft voor ons voorkeur boven ... Dat beoog ik. Als er nu twee plannen naast elkaar liggen en de één is
duurzamer, gaat langer mee, kwalitatief betere woningen. Puur op basis van, wat doe je na die tien jaar? Dat kunnen we nu niet honoreren richting die initiatiefnemer. En dat zou ik jammer vinden. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Dan zit het niet zozeer op de invulling op de locatie, maar veel meer op de duurzaamheidsaspecten van de geboden huisvesting aan de voorkant. Volgens mij is daar op zich als kwaliteitscriterium niet zo gek veel mis mee. Maar zoals ik de motie gelezen heb, in ieder geval, wordt er gevraagd aan de initiatiefnemer, hoe ziet u de situatie op de locatie na tien jaar voor u? De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Dan zal ik hem zelf nog even goed lezen, voordat we het in stemming brengen. Maar ik beoog niet een recht te claimen op die locatie. Het gaat echt over, wat doen we met de opstallen en kunnen we daar nog wat mee na tien jaar? Dat is dat is wat ik beoog, wat we beogen. Is netter. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij is het helder wat u beoogt, maar de gedachtewisseling was ook helder. Dan kijken we zo direct wat dat voor gevolgen heeft. Dan tot slot waren er twee moties over de tweede tranche behoefteonderzoek. En daar is ook een toezegging door de wethouder namens het college in gedaan. Is daar nog behoefte om te reageren in de tweede termijn? Mijnheer Bouman van het CDA of VVD.
Wie is er als eerste? Mijnheer Bouman van de VVD, u krijgt de ... De heer P. Bouman: Wat een eer. Ik wilde al de andere Bouman voor laten gaan. Hier verbaasde ik me wel een beetje over, over deze gang van zaken. Even wat context. De heer Van der Hoeven gaf aan, dat schaarse rechtenstelsel, hoe langer ik erover nadenk, hoe kritischer ik word. Wij waren al even kritisch. En in alle eerlijkheid zouden wij het liefste gewoon helemaal geen schaarse rechtenstelsel willen. Wij zijn van mening dat als je de locaties genoeg spreidt en je hebt een maximum per locatie en je verplicht dat die mensen die daar wonen ook hier werken, heb je alle problemen opgelost en heb je heel dat stelsel niet nodig. Maar wij konden koppen tellen en we dachten van, als we daar te veel op gaan door hameren en per se daar ons zin halen, dan halen we dat nooit. Laten we eens kijken wat we wel kunnen bereiken. Want één van de redenen dat wij een hekel hebben aan dat schaarse rechtenstelsel, is dat die nu al helemaal vol zit. Waardoor heel het vergunningsstelsel hier op slot zit en mensen bijvoorbeeld inderdaad aan de westkant niks kunnen. Dat was onze aversie tegen dat stelsel. We dachten van, hoe kunnen we dat oplossen en het stelsel wel handhaven? Dat is dan zo snel mogelijk een nieuwe raming doen. Daar hebben we de verbinding gezocht met collega Bouman en iets moois geschreven.
En wat zegt de wethouder, als je goed luistert zegt de wethouder, ik doe even niks met heel die raming totdat het 2025 is. Ik doe even anderhalf jaar niks. Ze doet genoeg, maar niet hiermee. En dat is voor ons echt volstrekt acceptabel. En deze reactie van de wethouder geeft aan dat dit, wat wij hier nu voorstellen, om per direct, zodra er iemand zich meldt, een raming te doen, dat dat gewoon nodig is en dat we dit gewoon er doorheen moeten helpen, want anders gebeurt er inderdaad anderhalf jaar niks. De voorzitter: De andere mijnheer Bouman. De heer A. Bouman: Iets andere reactie dan de vorige heer Bouman. Op zich, dit vind ik ook een lastig thema, zal ik maar zeggen. Van de vier blokjes, vind ik deze een beetje het moeilijkste om daar iets goeds uit te krijgen. Als ik de wethouder ook beluister, dan hoor ik inderdaad, over ruim een jaar kunnen we een behoefteonderzoek uit laten voeren, want dan is het weer 2025. Maar ik hoorde haar volgens mij ook zeggen, en misschien vereist dat nog even wat nadere toelichting, als het gaat om het invullen van een
vervangingsvraag, een huidige vervangingsvraag, dan kan ik eigenlijk, bij wijze van spreken, volgende week al een uitvraag doen voor een nieuw en grootschalige huisvesting. En dat zou volgens mij wel weer aardig tegemoetkomen ook aan de wens die we eerder hadden om sneller te kunnen schakelen als er inderdaad sprake is ook van een vervangingsvraag op zo’n locatie. Eventueel bestaande woningen in een kern of een vergunning wellicht die afloopt. Daar zou ik eigenlijk nog even wat nadere uitleg willen of ik het helemaal fout begrijp of misschien een beetje goed of helemaal goed. De voorzitter: We gaan zo direct nog luisteren naar het college in de tweede termijn. Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Ik was ook getriggerd door die vervangingsvraag, opmerking, want dat zou natuurlijk ook een combinatie kunnen zijn van extra vraag en vervangingsvraag. Alleen hoe definiëren we vervangingsvraag? Betekent dat de huizen die vrij zijn of verplicht terug in de markt komen, die zitten misschien helemaal niet bij de marktpartij die die dingen heeft. Ik zie dat best lastig. En als ik de wethouder hoor tellen, dan praten we over een onderzoek over twee jaar. En daar gaat dan een half jaartje overheen. En dan gaan wij er eens een keer over debatteren. En dan gaan we een prijsvraag uitschrijven. Duurt een half jaartje. En dan komt daar een plan uit.
En waar is de ondernemer dan? Want we moeten nog bouwen. En dan moeten we nog plek hebben. Er is bezwaar mogelijk. Dat komt er gegarandeerd als je ergens 150 mensen wil huisvesten. Op het moment dat we dat schaarse recht openen, praten we over 5jaar, heb je geluk, voordat je iets gerealiseerd hebt. Heeft college daar dan over nagedacht? Want ik denk dat het gewoon niet gaat. Ons voorstel is, ga gewoon in gesprek met die ondernemer, hou een actief register mee. En op het moment dat er kansen zijn om een tranche op te starten, doe dat dan gewoon en informeer ons daarover. En dan hoef je niet twee jaar te wachten of drie jaar te wachten en een hoop geld aan een adviesbureau uit te zetten. Dan zal het wel onderbouwd moeten zijn wat je vraag is, want anders loop je daar juridisch ook weer vast. Daar worstel ik nog mee, maar dat laat ik graag aan het college over. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Anderen nog op dit punt, tweede termijn? Nee. Dan gaan we luisteren naar de reactie van het college. Dan wil ik daarna eventjes met u inventariseren op welke wijze u de motie zelf in de stemming wil brengen en hoe u daarmee om wil gaan. Mevrouw Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is er een goed debat gevoerd over de moties en het amendement die er liggen.
Een aantal zaken vind ik ook des oordeels van de raad, maar ik wil wel op een aantal dingen reageren. Allereerst het amendement. Ja, dat klopt, één kilometer of twee kilometer zal voor de ene kern positief en voor de andere kern negatief kunnen uitvallen. Het oordeel is daarvoor, wat mij betreft, aan de raad om daar een keuze in te maken. Ik moet ze even op volgorde leggen, dat is handiger misschien. Seizoensarbeid. U geeft aan dat u dan voor de werkbaarheid meteen naar de twaalf wil gaan. Dat zal de werkbaarheid inderdaad wel, hoe zal ik dat zeggen, positief doen beïnvloeden. De uitvoering van deze motie zal dan wel makkelijker zijn. Het behoud zit hem nog wel in, wat ik in de eerdere toelichting al heb gegeven, bij de seizoensarbeid. De bestemming na tien jaar. Het wordt mij nu wel wat duidelijker waar mijnheer Van der Hoeven op doelt, op de duurzaamheid van de locatie. Wat mij betreft kan ik u toezeggen dat we daar wel iets over opnemen in de beleidsregels, dat we wel met de ondernemer in gesprek gaan hoe hij denkt over duurzaamheid. Na tien jaar vind ik wel een lange periode voor een ondernemer om daar zover over na te denken, maar wel over gebruik, hergebruik, het afval, dat we daar wel over met de ondernemer in gesprek gaan hoe hij daarover denkt met zijn locatie die hij wil gaan bouwen. De behoefte, behoefteonderzoek.
Misschien ook wel goed om nog te noemen, vervangingsvraag, wat u heeft gezegd mijnheer Bouman, dat klopt. Zo zit dat in elkaar. Wanneer een vergunning verloopt of de woningen in de kernen, daar zouden we
graag ook met ondernemers over in gesprek gaan, dan valt dat onder de vervangingsvraag. Mijnheer Bouman wil graag dat ik, als er een nieuwe aanvraag komt, meteen weer een behoefteonderzoek ga doen. Ik verwacht niet dat een behoefteonderzoek dat we nodig hebben voor het stelsel van schaarse rechten, als ik die volgend jaar weer uitvoer, dat daar hele andere getallen uit zullen komen. De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD, ter interruptie. De heer P. Bouman: Voor de duidelijkheid. Dat wil mijnheer Bouman niet, dat willen mijnheren Bouman en de rest van de indieners van de motie. Dat is niet mijn persoonlijke standpunt dat er zo snel mogelijk een ramen moet komen, dat is wat er in de motie staat die we hebben ingediend. Dat is niet mijn persoonlijke standpunt. Mevrouw Van Ooijen: Dan zal ik in meervoud spreken. De heer P. Bouman: Koninklijk meervoud graag. Mevrouw Van Ooijen: De indieners van deze motie willen graag dat ik bij een nieuwe aanvraag of een nieuw initiatief een behoefteonderzoek ga uitvoeren. Als dat al volgende week zou zijn, bij wijze van, en we zouden weer een behoefteonderzoek gaan uitvoeren, dan verwacht ik niet dat daar andere cijfers uit zullen komen dan de vierhonderd die we nu hebben opgenomen in het stelsel van schaarse rechten. De voorzitter: Mijnheer Bouman, ter interruptie. De heer P.
Bouman: Het eerste dat in me opkomt, is de vraag, waarom niet? Want die ondernemer die een plan bij u presenteert, die zal dat ook niet doen zonder dat hij beseft dat hij die mensen die hij wil huisvesten ook ergens in deze gemeente moet tewerkstellen. Op basis van de gegevens van die ondernemer is de behoefte er in ieder geval wel. Waarom denkt u dat die behoefte er niet is? En volgens mij hadden we in principe al gewoon kunnen starten met die behoefteraming. Mijn persoonlijke standpunt is nog wat ernstiger dan in de motie staat. U had wat mij betreft gisteren al moeten starten of vorige maand of een jaar geleden. Mevrouw Van Ooijen: Voorzitter, dan denk ik niet dat ik begrijp wat mijnheer Bouman onder behoefteraming bedoelt. Behoefteonderzoek hebben we vorig jaar uitgevoerd. Companen heeft een rapport daarvoor opgeleverd. Die heeft de behoefte onderzocht tot 2030. Daar is uitgekomen dat 400 extra arbeidsmigranten plaatsen nodig is voor onze gemeente en 360 voor de vervangingsvraag. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Die raming, overnieuw, naar aanleiding van een concrete aanleiding van een ondernemer in Altena. Precies wat er in de motie staat.
Komt er morgen iemand met een plan, bijvoorbeeld aan de westkant van Altena, dan gaat u een nieuwe raming uitvoeren om te kijken of datgene wat die ondernemer beweert van, ik heb die behoefte, of die inderdaad klopt, of nee. En of er misschien nog meer is dan waar die ondernemer van uitgaat. Mevrouw Van Ooijen: Helder wat u bedoelt. En ik hoop dat mijn antwoord ook helder is. E De voorzitter: Dat leverde nog wat verschillende vragen op. U heeft in de eerste termijn beide moties ontraden. Maar u heeft toegezegd namens het college een behoefteonderzoek in 2025, om de drie, vier jaar, te willen uitvoeren. En dat levert nog twee interrupties op. Mijnheer Bouman van CDA.
De heer A. Bouman: Dank je wel. Ik snap best wel dat als wij inderdaad een behoefteonderzoek uit hebben laten voeren recent, dan zou het merkwaardig zijn als we nu in één keer bruto in het totale gebied vijfhonderd extra arbeidsmigranten nodig zouden zijn, want dan zou eigenlijk het behoefteonderzoek van afgelopen jaar waardeloos zijn geweest of er moet in een keer heel veel nieuwe werkgelegenheid ontstaan zijn. Dat is dan nog een andere mogelijkheid die op papier zou bestaan. Ik verwacht niet dat de totale behoefte heel erg veranderd zou zijn. Wat ik wel interessant vind, en daar doen we het volgens mij allemaal voor, dat er goede huisvesting komt voor arbeidsmigranten en dat we de kernen daar waar mogelijk met woningen die ook geschikt zijn voor bijvoorbeeld starters, dat we die zoveel mogelijk willen ontlasten. Die vervangingsvraag, hoe gaat dat concreet in zijn werk? Stel inderdaad volgende week komt daar een ondernemer en die zegt, ik wil graag een huisvesting rond Werkendam realiseren en ik heb zus en zo geïnventariseerd en ik kan daar, bij wijze van spreken, veertig of vijftig plekken in een kern mee vrijspelen of in meerdere keren. Wat is dan op dat moment concreet de houding van het college? Want dat vind ik belangrijk voor het beoordelen of wij daar nog iets mee moeten, of nee. De voorzitter: Wethouder Van Ooijen.
Mevrouw Van Ooijen: Voorzitter, dan gaan wij in gesprek met deze ondernemer en dan komt hij in aanmerking voor de vervangingsvraag. Maar dan gaan we hem openstellen. En met openstellen bedoelen we dat ook andere ondernemers daarop kunnen inschrijven. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven nog ter interruptie. De heer Van der Hoeven: Even over mijn eigen motie over de bestemming na tien jaar. Daar zei de wethouder interessante dingen, namelijk dat zij criteria op wilde nemen. Dat betekent volgens mij dat ze een positief advies geeft over onze motie. Om de zorg bij mijn collega's weg te halen, denk ik dat het goed is dat de griffie even meeluistert dat het in de laatste zin bij het opdragen, dat het niet gaat over de bestemming van de huisvestingslocatie, maar over de bestemming van de huisvesting. En als laatste over de ... Wij willen graag even schorsen, als dat mag, voordat er gestemd wordt over dit voorstel, want wij moeten ook even als fractie de klokjes gelijkzetten. De voorzitter: Dat dacht ik al. De heer Van der Hoeven: Wij willen eigenlijk een continu gesprek met die ondernemer over, wat is uw behoefte? We hebben volgens mij vijf of zes ambtenaren die op economische zaken zitten en een bedrijfscontactfunctionaris die mensen gewoon continu spreken. Die ons ook weten te vinden op het moment dat ze die behoefte hebben.
En dan zal er een startmoment zijn wanneer je een onderzoek doet en hoe je dat vormgeeft, maar blijf zo dicht mogelijk op die markt zitten en volg dat gewoon. En dan is twee of vier jaar voor ons eigenlijk een beetje een rare discussie. Op het moment dat we het vanuit het gesprek met ondernemers weten dat die behoefte er is en wij vinden dat verantwoord, dan moeten we het gewoon starten, zo snel mogelijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Wethouder Van Ooijen nog? Mevrouw Van Ooijen: Ja. Dank u wel. Ik ga niet helemaal mee in uw motie. Ik heb u wel de toezegging gedaan, want ik vind tien jaar te lang voor een ondernemer om over tien jaar te kunnen kijken wat hij dan wil. Maar ik wil wel in gesprek met de ondernemer om hem te vragen, heb je daarover nagedacht, over de duurzaamheid, over het hergebruik van je gebouw, van je pand wat je daar neerzet, over afval? Dat gesprek willen we wel