2020-09-18 Bijlage RV zonnekader - Uitgangspuntennotitie Zonnekader Altena versie 03-09-2020
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Altena
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
1
Inhoud Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1
Doel en definitie ...................................................................................................................... 3
1.2
Aanleiding ................................................................................................................................ 3
1.3
Leeswijzer ................................................................................................................................ 4
Bestaand beleid ............................................................................................................................... 5 2.1
Klimaatakkoord ....................................................................................................................... 5
2.2
Interim omgevingsverordening ............................................................................................... 5
2.3
Regionale Energiestrategie...................................................................................................... 5
2.4
Omgevingsvisie ........................................................................................................................ 6
2.5
Zonneladder ............................................................................................................................ 6
Proces .............................................................................................................................................. 8 3.1
Interviews stakeholders .......................................................................................................... 8
3.2
Ondersteuning Provincie en Enpuls ........................................................................................ 9
Uitgangspunten en randvoorwaarden .......................................................................................... 10 Vervolg en procedure .................................................................................................................... 14 Bijlage 1: gespreksleidraad interviews stakeholders ............................................................................ 16 Bijlage 2 : artikel 3.41 Interim Omgevingsverordening ......................................................................... 18 Bijlage 3: paragraaf 4.3 Ontwerp Omgevingsvisie ................................................................................ 19
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
2
Inleiding 1.1 Doel en definitie Deze notitie heeft als doel om richting te geven aan het vast te stellen beleid voor zonnevelden: het zonnekader Altena. Bij het ontwikkelen van grootschalige opwek van energie en in het bijzonder bij zonnevelden zijn verschillende aspecten relevant. Deze aspecten worden in deze notitie belicht zodat het gemeente bestuur richting kan geven voordat het zonnekader wordt uitgewerkt. Onder zonnevelden verstaan we opstellingen met zonnepanelen op de grond of op water (dus niet op gebouwen), bedoeld voor het opwekken van elektriciteit en/of warmte. In deze notitie gaan we voornamelijk uit van zonneparken voor de opwek van elektriciteit. Dit betekend niet dat we zonnevelden voor de opwerk van warmte uitsluiten. Zonnevelden zijn er inmiddels in vele soorten en maten. De kleinere zonnevelden hebben een omvang van 1,5 hectare of zelfs minder, terwijl in (met name het noordoosten van) het land zonnevelden van meer dan 100 hectare worden ontwikkeld. Voor deze notitie hanteren we wat betreft omvang een ondergrens die aansluit bij de SDE++ regeling: 15kWp en groter. We hanteren in deze definitiebepaling geen bovengrens maar dat wil niet zeggen dat er geen maximale grootte kan worden vastgesteld. Het zonnekader is bedoeld voor grootschalige opwekking van zon. Kleine initiatieven, uitsluitend voor eigen gebruik, vallen niet binnen het zonnekader.
Daarvoor wordt, indien nodig, apart beleid ontwikkeld.
1.2 Aanleiding Het totale energieverbruik in Altena (zonder snel- en vaarwegen) bedroeg in 2018 ca. 3,4 PJ oftewel 3.400 TJ1. Wanneer we inzoomen op alleen het elektriciteitsverbruik is dit 848 TJ, oftewel 236 GWh. Om dit op te wekken met zonnepanelen is met de huidige stand ter techniek grofweg 236 hectare nodig. Uit een landelijke benchmark blijkt dat de grote daken (groter dan 1.000 m2) in Altena een totaaloppervlak hebben van 124 hectare. Wanneer ook alle kleinere daken van bedrijven en kantoren worden meegerekend komt dit op ongeveer 250 hectare. Aangezien zeker niet alle daken geschikt zijn en niet alle dakeigenaren bereid zullen zijn om hun dak in te zetten voor het opwekken van energie kan worden geconcludeerd dat naast zon op dak ook andere energievormen noodzakelijk zijn. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat de behoefte aan elektriciteit in de toekomst (aanzienlijk) zal toenemen wanneer onze mobiliteit en verwarming van de gebouwde omgeving verder geëlektrificeerd zal worden. Dit maakt duidelijk dat zonnevelden nodig zijn als onderdeel van de zogenaamde energiemix. Op basis van de geldende bestemmingsplannen in de gemeente Altena zijn zonnevelden niet zonder meer toegestaan. Het gaat namelijk in veel gevallen om locaties met een agrarische bestemming. Binnen deze bestemming passen over het algemeen geen bouwwerken zoals zonnevelden.
Door een beleid vast te stellen voor zonnevelden bereiken we dat niet voor ieder initiatief een separate afweging moet worden gemaakt. Daarnaast stelt de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (zie ook par 2.2) dat onderzoek moet worden gedaan naar de noodzaak van zonnevelden en naar geschikte locaties.
1
Energieverbruik 2018 conform klimaatmonitor.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
3
Met een vastgesteld beleid zorgen we voor een uniforme set randvoorwaarden waaraan initiatieven kunnen worden getoetst. Het geeft ons de mogelijkheid om het aantal hectares aan zonneveld en daarmee de impact op ons landschap te beperken en te reguleren. Daarnaast kunnen in een zonnekader verschillende zaken nader worden ingevuld. Denk daarbij aan landschappelijke inpassing en lokaal eigenaarschap (minimaal 50% conform klimaatakkoord). Tot het moment van schrijven van deze notitie hebben zich een kleine 15 initiatiefnemers van zonnevelden bij de gemeente gemeld. Deze initiatieven variëren van eerste ideeën tot uitgewerkte plannen. Aan deze initiatiefnemers is gemeld dat met het ontbreken van een beleid op zonnevelden aanvragen of principeverzoeken niet in behandeling worden genomen.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op het al bestaande beleid omtrent zonnevelden in de gemeente Altena. In hoofdstuk 3 wordt het proces beschreven, zoals dat tot nu toe doorlopen is. Hoofdstuk 4 gaat over de uitganspunten en de randvoorwaarden waar het uitgewerkte zonnekader aan moet voldoen. Ten slotte gaat hoofdstuk 5 in op het vervolg en de procedure, waarmee het zonnekader tot stand komt.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
4
Bestaand beleid 2.1 Klimaatakkoord Met de energietransitie voor de deur staan we in Nederland voor een enorme opgave. De overgang van kolen, olie en aardgas naar duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie en aardwarmte zal veel van ons vergen. In het Klimaatakkoord is opgenomen om nationaal in 2030 20,2 Mton minder CO2 minder uit te stoten in vergelijking met 1990 (een reductie van 49%). Dit betekent dat er significant meer energie duurzaam geproduceerd moet gaan worden; 84 TWh in 2030 ten opzichte van 18,5 TWh in 2018. Het aankomende decennium zal de landelijke duurzame elektriciteitsproductie dus bijna moeten vervijfvoudigen! Van de 84 TWh zal 35 TWh door grootschalige (>15 kWp) productie-installaties op land moeten worden geproduceerd. De overige 49 TWh zal door windmolens op zee duurzaam worden opgewekt.
2.2 Interim omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening (IOV) van de provincie Noord-Brabant omvat alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving. In artikel 3.41 van de IOV (zie bijlage 2) zijn regels opgenomen voor Zonneparken in Landelijk gebied. Onder landelijk gebied worden alle gebieden verstaan die niet in de bestaande steden en dorpen liggen. Hierin is bepaald dat nieuwvestiging van een zonneveld in het landelijk gebied mogelijk is als op daken en binnen stedelijk gebied onvoldoende energie kan worden opgewekt (zie par 1.2). De provincie geeft de voorkeur aan locaties die voldoen aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Dat betekent dat locaties zoveel mogelijk gezocht moeten worden bij bestaande bouwpercelen. Voorbeelden daarvan zijn agrarische bedrijven, een rioolwaterzuivering, andere bedrijvigheid in het buitengebied of nabij infrastructuur zoals snelwegen. Daarnaast zijn ook locaties nabij stedelijk gebied en locaties die al zijn aangewezen als zoekgebied voor stedelijke ontwikkelingen geschikt. De IOV bepaalt dat ook op andere gronden in het landelijk gebied zonneparken gerealiseerd kunnen worden. Aan de ontwikkeling van zonneparken stelt de IOV de voorwaarde dat het park wordt gerealiseerd met een omgevingsvergunning voor maximaal 25 jaar.
Na afloop van die termijn moeten de betreffende gronden weer hersteld worden in oorspronkelijke staat (hiervoor wordt financiële zekerheid gesteld). Tenslotte bevat de IOV een aantal randvoorwaarden zoals maatschappelijke meerwaarde en inpasbaarheid in de omgeving. Maatschappelijke meerwaarde betekent niet alleen dat inwoners kunnen participeren, maar ook dat het zonnepark bijdraagt aan maatschappelijke opgaven. Voorbeelden daarvan is het saneren van overtollige bedrijfsbebouwing. Het feit dat de ontwikkeling duurzame energie oplevert, is niet voldoende. Verder stelt de provincie gemeenten verplicht om de ontwikkeling van zonneparken af te stemmen met de regio (zie par 2.3) en de netbeheerder (zie par 3.1).
2.3 Regionale Energiestrategie Samen met de provincie, de waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland en de andere 15 gemeenten in de regio West-Brabant hebben we de concept-RES vastgesteld. Op basis hiervan geldt voor de gemeente Altena tot 2030 een opgave voor grootschalige opwek van zonne-energie
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
5
van 44 GWh op dak en 36 GWh op veld. Dit is een doorvertaling van de landelijke doelstelling van 35 TWh uit het klimaatakkoord.
2.4 Omgevingsvisie In de Ontwerp-omgevingsvisie van de gemeente Altena (met name in paragraaf 4.3: zie bijlage 3) is al aandacht besteed aan grootschalige opwek van duurzame energie. Globaal is aangegeven welke verschillende schaalniveaus voor zonnevelden denkbaar zijn in onze gemeente, waarbij maatwerk altijd uitgangspunt blijft: • Enkele grote zoekgebieden voor grotere oppervlaktes (circa 30 ha). • Middelgrote locaties in/nabij kernrandzones op enkele locaties rondom dorpen. o maatwerk, integrale ontwerpopgave, versterken ruimtelijke kwaliteit o bijv 6 ha per dorp in ontworpen kernrandzone • In buitengebied koppelen aan daken of agrarische bouwblokken (maximaal 2 a 3 ha) of in coöperatief verband. Open middengebied in principe vrijwaren van zonnevelden. Andere uitgangspunten uit de Ontwerp Omgevingsvisie: • Gebruik van pauzelandschappen, sport- en recreatieterreinen en vrijkomende RWZI’s. • Koppelen aan afslagen van snelwegen, bruggen. • Geen grootschalige zonnevelden in weidevogelgebieden.
2.5 Zonneladder De zonnelader is een instrument om aan te geven welke voorkeursvolgorde wordt gehanteerd voor het realiseren van grootschalige opwek met zonnepanelen. In het land worden verschillende varianten van de zonneladder gebruikt. De meest gebruikte is de zogenaamde constructieve zonneladder die ontwikkeld is door de provinciale natuur en milieufederaties:
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
6
Deze zonneladder wordt ook genoemd in de Gedragscode zon op land2 die door brancheorganisatie Holland Solar samen met verschillende natuur- en milieuorganisaties is opgesteld. In de gedragscode conformeert de sector zich aan een aantal leidende principes en randvoorwaarden op het vlak van Efficiënt ruimtegebruik, Landschap en uitzicht, Biodiversiteit, Voedselproductie, Bodemkwaliteit, Burgerparticipatie in het proces en Mede-eigenaarschap en financiële betrokkenheid van bewoners en bedrijven uit de omgeving. Met de code erkennen de organisaties dat zon op land nodig is voor het halen van de doelen van de energietransitie. Daarvoor zullen leden van Holland Solar wel de volgende principes hanteren: 1. Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren. 2. Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren. 3. Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark; zowel planologisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit).
2
https://hollandsolar.nl/u/files/energie-samen-a4-klik-hr.pdf Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
7
Proces 3.1 Interviews stakeholders Voorbeelden uit het land hebben laten zien hoe belangrijk het is om vooraf het gesprek te voeren met partijen die betrokken zijn of belang hebben bij zonnevelden. Daarom zijn gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders. Hierdoor is een goed beeld ontstaan van de manier waarop deze partijen naar zonnevelden kijken en van het belang wat deze partijen hechten aan zaken als lokaal eigenaarschap en landschappelijke inpassing. We hebben ervoor gekozen om in deze fase nog geen input vanuit de bewoners op te halen. Hier zijn een aantal redenen voor. Allereerst is er in het kader van de klimaatagenda uitgebreid gesproken over zonneparken. Die input is voor de uitgangspunten notitie gebruikt. Daarnaast gaat het binnen de uitgangspuntennotitie voornamelijk om het bestaande kader in beeld te brengen. Deze komt uit stukken waar wel inspraak over is geweest. Tenslotte moeten de uitgangspunten nog verder uitgewerkt worden in een definitieve beleidsnota. In dat document worden de keuzes die de gemeente maakt pas gemaakt. In het proces van de beleidsnota komt er natuurlijk alle ruimte voor inwoners om te participeren. Er zijn gesprekken gevoerd met de volgende partijen: 1. Altena Nieuwe Energie 2. Altenatuur 3. ZLTO Altena Biesbosch 4. ANV Altena Biesbosch 5. Enexis 6. Waterschap Rivierenland 7. Brabants Landschap 8.
Natuur- en milieuvereniging VMB Hank 9. Archeoloog en cultuurhistoricus van de Regio West-Brabant 10. Erfgoed Altena Aan de hand van een gespreksleidraad (zie bijlage 1) is met deze partijen gesproken over: 1. zonnevelden in algemene zin - wat vindt men van zonnevelden en wat verwacht men van een zonnekader 2. gebieden - welke gebieden onderscheiden we/welke missen we en hoe flexibel zou een zonnekader moeten worden ingestoken 3. mogelijke criteria - welke criteria zijn passend voor onze situatie en hoe vul je de criteria specifiek in Uiteraard spreekt iedere stakeholder ook vanuit het eigen belang of aandachtsgebied. Dat betekent dat voor de ene stakeholder andere aspecten relevant zijn dan voor een andere stakeholder. Desondanks is uit de gesprekken een algemene lijn te trekken: • Nagenoeg alle stakeholders staan positief tegenover zonnevelden. • Het zonnekader moet flexibel zijn/ruimte houden voor maatwerk. • Waken voor verrommeling van het landschap. • Zonnevelden moeten niet op waardevolle agrarische gronden komen. • De meeste stakeholders willen geen echt grote parken. • Liever kleinschalig bij dorpen (initiatief vanuit de samenleving) of bij agrarische bedrijven (kans voor VAB’s). • Combi met natuur wordt wisselend over gedacht (sommigen zien juist liever scheiding). • Bevorderen biodiversiteit (in randen) is men over het algemeen wel positief over.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
8
• • • • • • • • •
Combi met agrarische functies wordt slechts door één partij omarmd. Combi met waterberging is goed mogelijk. Zon op water wordt genoemd maar kritisch over mogelijk negatieve effecten op natuurwaarden. Houd rekening met (oude of bestaande) landschapsstructuren en -lijnen. Eventueel accentueren cultuurhistorische elementen en lijnen. Over landschappelijke inpassing wordt wisselend gedacht (altijd inpakken versus zichtbaar maken): maatwerk. Benut infrastructuur en in het bijzonder de (verbreding van de) A27. Alle stakeholders zijn voor een flexibel beleid (maatwerk). Aandacht voor deelname van mensen met kleine beurs (betaalbaarheid/bereikbaarheid).
Ook met netbeheerder Enexis zijn gesprekken gevoerd. Omdat de rol van Enexis duidelijk anders is dan die van de andere stakeholders benoemen we hieronder de punten uit het gesprek met Enexis: • Stem ieder initiatief tijdig af met Enexis om de belasting van hoofd- en verdeelstations te kunnen managen. • Vanwege de wettelijke aansluitplicht kan Enexis zelf niet sturen in de locaties van zonnevelden. • De capaciteit op midden- en hoofdstations is beperkt. De kosten om deze uit te breiden zijn hoog en worden afgewenteld op de maatschappij. Enexis verzoekt daarom om bij de ontwikkeling van het verdere zonnekader ook rekening te houden met de beschikbare capaciteit. • Kleine parken tot ca 6 ha kunnen over het algemeen worden aangesloten op de verdeelstations bij de kernen. Grotere parken moeten worden aangesloten op een hoofdstation (in onze gemeente of net daarbuiten). • Niet teveel zonnevelden bij infrastructuur tenzij het om grote parken gaat. • Kleinere zonnevelden concurreren wat betreft de aansluiting met grote zon op dak installaties. Daarom bij voorkeur geen kleine zonneparken in de directe nabijheid van bedrijventerreinen (of tenminste een goede afstemming).
3.2 Ondersteuning Provincie en Enpuls Bij het tot stand komen van deze notitie zijn adviseurs betrokken vanuit het programma Sociale innovatie in de Energietransitie van Enpuls en Provincie Noord-Brabant, met name voor de juridische aspecten en financiële haalbaarheid. Het juridisch advies is verzorgd doorRenewabLAW en is gebaseerd op een aantal uitgangspunten die in het volgende hoofdstuk worden verwoord. Dit advies is verwerkt in de verschillende uitgangspunten die in het volgende hoofdstuk zijn uitgewerkt. Voor de financiële haalbaarheid is een aantal verschillende zonnevelden (40 ha, 6 ha en 2,4 ha) doorgerekend op basis van een SDE++ subsidie en/of de Regeling verlaagd tarief (huidige postcoderoosregeling). Conclusie is dat wanneer gebruik wordt gemaakt van de SDE++ subsidie vooral grote zonnevelden interessant zijn (>6ha). Een klein park is op basis van SDE++ subsidie niet of minder interessant. De Regeling verlaagd tarief levert dan wel een goede business case.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
9
Uitgangspunten en randvoorwaarden Om te komen tot een zonnekader zullen er op verschillende vlakken uitgangspunten moeten worden gedefinieerd. Op basis van de input van de geraadpleegde stakeholders en genoemde advisering zijn onderstaande uitgangspunten hieronder uitgewerkt. Uitgangspunt 1: we sluiten niet op voorhand locaties uit en wijzen ook geen locaties of gebieden aan Conform de zonneladder geven we voor zonnevelden de voorkeur aan locaties in of grenzend aan de bebouwde kom of bedrijventerreinen of bijvoorbeeld langs infrastructuur (analoog aan de RES). Voor zonnevelden in landelijk gebied sluiten we niet op voorhand locaties uit, met uitzondering van Natura2000 gebieden (Biesbosch, Pompveld en Kornsche Boezem) en Natuurnetwerk Brabant. Ook de stakeholders zijn niet voor het hard uitsluiten van bepaalde gebieden. Dat geldt ook voor het weidevogelgebied. Eventuele zonnevelden daar zijn echter bij voorkeur beperkt in schaalgrootte of liggen langs infrastructuur aan de randen van de waardevolle gebieden. We sluiten landbouwgronden niet uit maar conform de zonneladder geven we de voorkeur aan andere gronden boven waardevolle landbouwgrond. Het niet aanwijzen van locaties of gebieden bespaart tijd en middelen voor studies en biedt meer ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving.
Uitgangspunt 2: we gaan voor kleinere parken bij de kernen Om betrokkenheid van - en participatie door - inwoners te bevorderen is het idee om op termijn bij iedere kern een zonnepark te realiseren. Dit zijn geen grote zonnevelden (conform de Ontwerpomgevingsvisie tot ca 6 ha). Grote zonnevelden zijn in beginsel ook niet wenselijk, tenzij een initiatief voldoende tegemoet komt aan de andere uitgangspunten.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
10
Uit berekeningen vanuit de ondersteuning door de provincie is gebleken wanneer een zonnepark wordt gerealiseerd met behulp van SDE++-subsidie dit al snel meer dan 6 hectare groot moet zijn om te komen tot een rendabele business case. Wanneer echter gebruik wordt gemaakt van de Regeling Verlaagd Tarief (de huidige postcoderoosregeling die binnenkort wordt vernieuwd) zijn ook kleinere zonnevelden levensvatbaar, mits er voldoende animo is om deel te nemen vanuit nodig vanuit de lokale gemeenschap. De ervaring in andere projecten is dat slechts 1 tot 2 % van de bewoners in het postcoderoosgebied deelneemt.
Uitgangspunt 3: de lokale gemeenschap deelt mee in de opbrengsten en iedereen moet mee kunnen doen In navolging op het klimaatakkoord en de concept RES streven we naar minimaal 50% lokaal eigendom bij grootschalige opwek van energie. Wat we precies verstaan onder lokaal eigendom is te onderzoeken en te bepalen. We zien een belangrijke rol weggelegd voor Altena Nieuwe Energie bij het nader invullen van lokaal eigendom en het vergroten van draagvlak. Overigens mag op basis van de Gedragscode Zon op Land van leden van branchevereniging Holland Solar worden verwacht dat zij zich inspannen om 50% lokaal eigendom te bereiken. Participatie in duurzame energie moet bereikbaar zijn voor iedereen, ongeacht financiële draagkracht. Maatschappelijk draagvlak is van groot belang. Op zijn minst moet (proces)participatie worden ingericht om maximaal draagvlak te borgen. Uit uitspraken van de Raad van State volgt dat gemeenten in beleid de eis van breed maatschappelijk draagvlak kunnen opnemen. Initiatiefnemers zullen zich dan aantoonbaar moeten inspannen om breed maatschappelijk draagvlak te creëren. Wanneer een initiatiefnemer niet aan deze inspanningsverplichting voldoet kan dat een reden zijn om planologische medewerking te weigeren.
Bij de beoordeling van de inspanningen van de initiatiefnemer wordt zowel gekeken naar procesparticipatie (informatieavonden, nieuwsbrieven enz) als het aanbod voor financiële participatie. Het gaat hier overigens om een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Een initiatiefnemer moet zijn best doen om draagvlak te creëren maar als dat ondanks de inspanningen niet wordt vergroot kan dat geen reden zijn om planologische medewerking te weigeren.
Uitgangspunt 4: als gemeente staan we open voor het inzetten van onze eigen gronden De gemeente heeft verschillende gronden in eigendom die (tijdelijk) kunnen worden ingezet voor het ontwikkelen van zonnevelden. Door gemeentelijke grondposities in te zetten kunnen er meer eisen worden gesteld dan vanuit de rol van bevoegd gezag bij zonnevelden op andermans grond. Dit gaat ook op als de gemeente van andere overheden het recht krijgt om gronden van die overheden in te zetten. Bij het inzetten van eigen grondposities is de vrijheid niet onbeperkt. Indien de gemeente voorwaarden stelt die niet te koppelen zijn aan haar directe belangen als grondeigenaar/gerechtigde of haar publieke taak, kan er sprake zijn van een overheidsopdracht. Als dit het geval is moet een dergelijke opdracht middels een (Europese) aanbestedingsprocedure vergeven worden.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
11
Ook als er geen sprake is van een overheidsopdracht, zal de gemeente toch rekening moeten houden met de aanwezigheid van eventuele ‘schaarse private rechten’ als we onze eigen grondposities ter beschikking willen stellen. Als er (1) meerdere gegadigden zijn voor een grondpositie van de gemeente en (2) het aantal te ontwikkelen locaties voor zonneparken in de gemeente beperkt is, kan dit betekenen dat het ter beschikking stellen van een grondpositie vooraf bekend moet worden gemaakt zodat (mogelijke) gegadigden zich kunnen melden en de grondpositie op een transparante manier verdeeld kan worden. Dit volgt uit de zorgvuldigheidsnormen waar een gemeente aan gebonden is.
Uitgangspunt 5: landschappelijke inpassing is maatwerk Een zorgvuldige landschappelijke inpassing van zonnevelden is noodzakelijk. Dit is door meerdere stakeholders benadrukt. Sommigen geven hierbij de voorkeur aan het standaard aan het zicht onttrekken van zonnevelden maar flexibiliteit en maatwerk werd het meest genoemd. Het ligt voor de hand dat landschappelijke inpassing aansluit bij de uitgangspunten uit de Ontwerpomgevingsvisie. Hierbij maken we gebruik van de elementen uit de landschappelijke verdieping die in het kader van de RES wordt gemaakt. We gaan voor maatwerk waarbij de maatregelen zoveel mogelijk moeten aansluiten bij het landschap (streekeigen beplanting, aansluiten op bestaande of historische structuren en lijnen en eventueel water in plaats van hekken) en bij de wensen vanuit de omgeving. In het zonnekader kan ook worden geregeld wanneer de overeengekomen landschappelijke inpassing moet zijn gerealiseerd en hoe lang deze in stand moet worden gehouden.
Uitgangspunt 6: We streven ernaar het netwerk zo min mogelijk te belasten en daarmee de maatschappelijke kosten te beperken We zijn en blijven in nauw overleg met Enexis bij het opstellen van ons zonnekader en het ontwikkelen van zonnevelden. Enexis onderzoekt diverse oplossingsrichtingen voor het zo optimaal mogelijk benutten van het netwerk en daarmee het zo laag mogelijk houden van de maatschappelijke kosten die gemoeid zijn met het realiseren en exploiteren van zonnevelden. Soms worden deze mogelijkheden echter ingeperkt door wettelijke regels.
Uitgangspunt 7: We stellen niet alle ruimte voor zonnevelden in één keer beschikbaar Voor het beschikbaar stellen van ruimte voor zonnevelden denken we aan een horizon tot en met 2030. Dit is direct gekoppeld aan de RES die voor 2030 een doel stelt van wat aan Zon op Land (36 GWh) zou moeten worden gerealiseerd. We brengen de (publiekrechtelijke) ruimte om Zon op Land in de gemeente te ontwikkelen getrancheerd op de markt. Vanuit de RES-opgave (36 GWh = 36 ha) kan dan voor de eerste 5 jaar ruimte kunnen worden gecreëerd om maximaal 18 ha te ontwikkelen en de overige ha dan in de tweede 5 jaar. We kiezen hiervoor, omdat wij en veel andere gemeenten nog zoekende zijn naar de juiste aanpak voor het realiseren van zonnevelden. Door de opgave te faseren, kunnen we leren van de eerste projecten. Indien nodig kunnen we het beleid bijstellen.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
12
Door het beperkt ruimte geven (in omvang en tijd) wordt een schaars (publiek) recht gecreëerd. Om gelijke kansen te bieden aan alle gegadigden moet de verdeling van vergunningen voor zonnevelden transparant en zorgvuldig gebeuren.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
13
Vervolg en procedure Zoals verwoord in uitgangspunt 7 brengen we de (publiekrechtelijke) ruimte om zonnevelden in de gemeente te ontwikkelen getrancheerd op de markt. We willen hierbij werken met ‘maatschappelijke tenders’ voor vergunningen voor zonnevelden. Hiermee kunnen we kwalitatieve eisen stellen. Zo kunnen ‘wensen’ die niet als ‘plicht’ mogen worden opgelegd wellicht toch uitkomen. Denk hierbij aan een systematiek waarbij het plan dat het meest aannemelijk maakt hoe maximaal maatschappelijk draagvlak en betrokkenheid kan worden gerealiseerd, als beste wordt beoordeeld. De eisen en wensen die de gemeente stelt aan initiatiefnemers en initiatieven, dienen in verhouding staan tot het doel van die eisen en wensen. Te zware (financiële en/of technische) eisen en/of wensen die geen verband hebben met de ontwikkeling van zonnevelden, moeten worden vermeden. Om de benodigde proportionaliteit te borgen zal bij het opzetten van de maatschappelijke tender het inkoopbureau worden betrokken vanuit haar ervaring met aanbesteden en het formuleren van proportionele, objectieve en kwantificeerbare eisen en wensen. Om te komen tot een door de markt gedragen oplossing op basis van de vertrekpunten, kan een voorafgaande marktconsultatie zinvol zijn.
Zowel ontwikkelaars, grondeigenaren in relevante gebieden als burger/ondernemersinitiatieven kunnen bevraagd worden naar wat zij wenselijk vinden. Door deze uitgangspuntennotitie voor te leggen voor reactie tijdens in combinatie met informatiebijeenkomsten kunnen partijen elkaar ontmoeten en versterken. Het gaat hier met name om (1) vertegenwoordigers van partijen die het ‘lokaal eigendom’ kunnen invullen, (2) ontwikkelaars met grondpositie en (3) grondeigenaren die nog niet met een ontwikkelaar samenwerken.
Het voorstel is om het proces tot aan het verlenen van de vergunning voor zonnevelden in de gemeente Altena als volgt te doorlopen: kan er als volgt uitzien: A.
De gemeente maakt inzichtelijk hoe zij in de komende jaren zonneparken getrancheerd in de gemeente wil (doen laten) ontwikkelen.
B.
Voor een (elke) tranche wordt een selectie gemaakt van ontwikkelaars op basis van de kwaliteiten van de ontwikkelaar zelf (of consortium) én een rudimentair plan van aanpak om maximaal te voldoen aan de elementen (maar niet beperkt tot): • Ecologie/biodiversiteit, • Meervoudig ruimtegebruik (koppelkansen) • Beperken netbelasting en maatschappelijke kosten • Zorgvuldige landschappelijke inpassing • Maatschappelijke meerwaarde, • Borging van tijdelijkheid en verwijdering van zonneparken (na einde exploitatie), • Participatie (zowel in het proces als financieel c.q. lokaal eigendom) • Innovatie
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
14
C.
De geselecteerde ontwikkelaars wordt gevraagd het rudimentaire plan van aanpak uit te werken tot een finaal en gedetailleerd plan van aanpak, waarbij voorgaande elementen terugkomen maar waarbij de ontwikkelaar tevens ook aangeeft hoe zij denkt door middel van (proces en financiële) participatie draagvlak te vergroten en op welke KPI3’s de gemeente de ontwikkelaar mag afrekenen.
D.
Ontwikkelaars krijgen de mogelijkheid om een formeel principeverzoek in te dienen welk verzoek uiteindelijk kan leiden tot een vergunning. Dit wel onder voorwaarde dat de ontwikkelaar in het ontwikkelproces tot aan de eventuele vergunningverlening (blijvend) aan de KPI’s voldoet. De gemeente monitort de voortgang en de Raad heeft het laatste woord indien een ontwikkelaar onverhoopt niet aan de KPI’s voldoet.
E.
Het uitgangspunt is om de ruimte voor ontwikkelaars die een formeel principeverzoek in mogen dienen, aan te laten sluiten bij de publiekrechtelijke beschikbare ruimte. Er wordt dus tussen ontwikkelaars onderling niet nogmaals gestreden voor het recht om te ontwikkelen.4 De resultante is dan wel dat als een ontwikkelaar wegvalt doordat deze niet aan de KPI’s voldoet, er minder Zon op Land wordt ontwikkeld dan beoogd.
F.
Indien een ontwikkelaar aan de KPI’s voldoet, maar het beoogde maatschappelijke draagvlak tegenvalt ten opzichte van wat werd verwacht, kan en mag dit (juridisch) geen reden zijn om de vergunning niet te verstrekken.
3
Kritische Performance Indicatoren Wellicht dat het mogelijk is om na de honorering van een formeel principeverzoek ontwikkelaars te laten concurreren wat betreft de schaarse ruimte, maar dit vergt nader onderzoek. 4
15 Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
Bijlage 1: gespreksleidraad interviews stakeholders Inleiding: Opgave RES / Altenastrategie Interim Omgevingsverordening harde randvoorwaarden In ontwerpomgevingsvisie al uitgangspunten geformuleerd.
• • •
Aantal vragen langslopen. Sommige vragen relevant, andere wellicht niet of minder. A: Algemene vragen 1. Wat vindt u van zonnevelden? 2. Wat verwacht u van een zonnekader? 3. Hoe ziet u een zonnekader voor u? Gedetailleerd of meer op hoofdlijnen? Moet het een flexibel document zijn of juist met strakke eisen en regels? 4. Welke kansen biedt een zonnekader? B: Gebieden (aan de hand van kaartje - Kaarten Overmorgen in het achterhoofd meenemen) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Zou u nog meer gebieden willen onderscheiden? Welke andere gebieden vindt u niet geschikt voor zonnevelden? Welke slimme combi’s zijn te maken en waar? Welke schaal/maat/dichtheid zonnepark willen we? Zou je daarin moeten differentiëren per gebied? Zou een zonnepark toegankelijk/beleefbaar moeten zijn? Hoe kijk je aan tegen concurrentie van zonneparken met andere functies?
C: Criteria 1. Welke criteria ontbreken nog? 2. Welke criteria kunnen komen te vervallen? 3. Hoe vullen we de criteria nader in? Mogelijke generieke criteria: 1. Maatschappelijke participatie / meeprofiteren lokale samenleving (percentage, vormen) En/of 2. Financiële afdracht in fonds 3. Bij ZP op maagdelijke grond hoort een bod voor zon op dak (percentage? Vanaf #m2 ZP?) 4. Omgevingsdialoog / draagvlak 5. Voorkomen schittering voor omwonenden en verkeer 6. Landschappelijke kwaliteitsverbetering (min #% van ZP): a. Aanleggen/herstellen natuur- en landschapselementen b. Aanleggen extensieve recreatieve voorzieningen c. Behouden/restaureren cultuurhistorisch waardevolle bebouwing / elementen d. Slopen ontsierende bebouwing
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
16
e. Verkleinen/opheffen bouwvlak of aanduiding intensieve veehouderij f. Aanleggen extra waterberging 7. Gebruik van herbruikbare materialen (circulariteit) 8. Verwijderen panelen en bijbehorende voorzieningen na #jaar of na techn./econ. afschrijving > nieuw besluit nemen na vooraf gestelde periode. 9. Inzet van lokale partijen pluspunt Mogelijke criteria per gebiedstype: 1. 2. 3. 4.
Maximale maatvoering Hoogte panelen en voorziening Kleurstelling Landschappelijke inpassing: a. Percentage van totaal (evt vanaf bepaald # ha) b. Vorm (hagen, bossages, waterloop, juist open houden, wel/geen zichtbaar hekwerk, …) c. Gebiedseisen soorten / aandacht voor biodiversiteit d. Hekwerk e.d. geen belemmering voor doorgang van (kleine) dieren e. Elementen passend in landschap f. Evt permanente bestemming landschapselementen (of juist niet)
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
17
Bijlage 2 : artikel 3.41 Interim Omgevingsverordening Regels
Hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten Afdeling 3.4 Duurzame energie
Artikel 3.41 Zonne-parken in Landelijk gebied Lid 1. Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is; b. de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit; c. de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; d. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft; e. de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Lid 2. De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik; b. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; c. de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen. Lid 3.
Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt; b. na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld enwordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd; c. voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
18
Bijlage 3: paragraaf 4.3 Ontwerp Omgevingsvisie
Uitgangspuntennotitie Zonnekader Gemeente Altena
19