CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

16-03-2021 Raadsvoorstel Beleidsuitgangspunten Sociaal Domein - bijlage

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Integrale verordening sociaal domein3.918 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsuitgangspunten Sociaal Domein gemeente Altena

Datum: 3 februari 2021

1. Inleiding Op 7 juli 2020 heeft de gemeenteraad een principe besluit genomen over de ombuigingen voor het programma Samenredzaam Altena. Het college heeft de opdracht gekregen de uitvoering voor te bereiden. Deze beleidsuitgangspunten vormen een belangrijke stap in deze uitvoering. Doorontwikkeling sociaal domein Op 1 maart as. gaat het nieuwe dienstverleningsproces van start, er worden nieuwe afspraken gemaakt met externe verwijzers jeugd om de kosten jeugd naar beneden te brengen en er wordt in maart gestart met de voorbereidingen voor de begroting 2022 en verder inclusief een update van de prognoses. Tevens worden onderstaande vier producten opgeleverd. In totaal gaat het om zeven projecten die samen het programma doorontwikkeling sociaal domein vormen. 1

•

Programma van eisen Open magazijn/ Vrij toegankelijke voorzieningen

• 2 3 4

Eerste versie raadsmonitor Sociaal Domein Nieuwe integrale verordening Sociaal Domein Inventarisatie en inkoopkalender Gesloten magazijn / maatwerk voorzieningen

• • •

Collegevoorstel en raadsinformatiebrief in mei Raadsinformatiebrief in september voorgenomen subsidietoekenning Raadsvoorstel in mei Raadsvoorstel in november Geen besluitvorming – informerend

Doel beleidsuitgangspunten Echter voordat bovenstaande producten verder worden uitgewerkt is er behoefte een aantal zaken vast te stellen als basis voor het verdere proces. In eerste instantie zou hierbij worden aangesloten bij de totstandkoming van de Sociale Altenacode, maar door de aangepaste planning van dat traject is dat niet langer haalbaar. Door het vaststellen van deze notitie ontstaat er een ‘rode draad’ in de uitwerking van genoemde eindproducten. Uiteraard worden inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeenteraad reeds nu en in de komende maanden tussentijds betrokken bij de verdere uitwerking. Zo zorgen we dat het sociaal domein de ondersteuning biedt die past bij Altena en haar inwoners: tijdig, passend en met oog voor elkaar. In deze notitie zijn vier onderdelen uitgewerkt: 1. Uitgangspunten - een vertaling van bestaande gemeentebrede uitgangspunten naar het sociaal domein. 2. Thema’s - een inhoudelijke uitwerking van het integrale sociaal domein in vijf thema’s. 3. Richtinggevende uitspraken - een viertal inhoudelijke dilemma’s vertaald naar richtinggevende uitspraken. 4. Kader raadsmonitor - vorm en onderdelen voor de uitwerking van de eerste versie van de monitor. Tot slot wordt in deze notitie voor verschillende producten toegelicht op welke manier met de Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASDA) is afgesproken hoe ze worden betrokken.

2

2. Uitgangspunten Onderstaande is een vertaling naar het sociaal domein van de reeds vastgestelde richtinggevende principes uit de ‘Toekomstvisie Altena’, kernwaarden uit de besturingsfilosofie Altena, ‘de stip op de horizon’ uit visie Sociaal Domein Altena en de waarden en doelen uit de uitvoeringsvisie Sociaal Domein Altena. Inhoud: ➢ Eigen kracht van de inwoner staat voorop. ▪ Wij zijn gericht op zelfredzaamheid (ook vertaald naar kernenniveau); ▪ Wij erkennen dat de mate van eigen kracht per persoon verschilt en hebben extra zorg voor kwetsbare groepen. ➢ Samenredzaamheid: iedereen doet mee ▪ Wij richten ons op de waarde van het vangnet en het voorliggende veld. We weten dat het in de cultuur van onze gemeente zit ingebakken dat onze inwoners terughoudend zijn met het stellen van hun hulpvraag aan de gemeente. Door het versterken van de signalerende functies van onze partners “in het veld” trachten we inwoners te verleiden toch hun hulpvraag te stellen. ▪ Collectieve hulp en ondersteuning als het kan, individuele hulp en ondersteuning als het moet. Het voorliggend veld koppelt individuele vragen tot collectieve ondersteuning. ➢ Duurzaamheid: Mensgerichte en volhoudbare zorg ▪ We organiseren hulp en ondersteuning bij diegenen die het echt nodig hebben (impactsturing); ▪ We organiseren structurele samenwerking tussen vrijwilligers en beroepskrachten.

Inrichting: ➢ De hulpvraag van de inwoner staat centraal. Voor de inrichting van het sociaal domein wordt er gekeken van buiten naar binnen. ➢ De toegang is integraal (Wmo, Jeugd en Participatiewet) met voldoende specialisme per expertisegebied: één gezin, één plan, één regisseur). ➢ We beperken regels en gevenruimte aan professionals (verantwoordelijkheden laag): we zijn een wendbare organisatie. Sturing: ➢ We doen het samen en vanuit partnerschap, waarbij wij als gemeente een slagvaardige samenwerkingspartner zijn met respect voor en vanuit ieders rol; ➢ We geven partijen ruimte, ‘vrijheid’ en daarmee verantwoordelijkheid en eigenaarschap binnen de (financiële) kaders; ➢ We zetten in op het beheersen van de middelen (effectief, efficiënt, resultaat- en mensgerichte volhoudbare hulp en ondersteuning).

3

3. Thema’s De inhoudelijke uitwerking van het integrale sociale domein wordt vormgegeven langs onderstaande vijf thema’s. Per thema zijn begrijpelijke en duidelijke kernwaarden opgenomen. Onderstaande indeling sluit aan bij de omgekeerde modelverordening sociaal domein van Stimulansz1. De thema’s verbinden het sociale domein tevens met het brede maatschappelijke domein waar onderwijs, sport en volksgezondheid zich bevinden. I.

Werk en participatie “Iedereen werkt, als betaald werken niet lukt doen inwoners naar vermogen mee.” De gemeente Altena vindt het belangrijk dat inwoners met een uitkering worden geholpen bij het vinden van betaald werk als zij kunnen werken. De hulpmiddelen die worden ingezet heten voorzieningen. Deze voorzieningen moeten op een goede manier worden verdeeld over verschillende doelgroepen. Inwoners die (al dan niet tijdelijk) een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben, ondersteunen we door inzet van loonkostensubsidie. it thema gaat verder over de wederkerigheid die wordt gevraagd, de maatschappelijke waarde van deze wederkerigheid en over meedoen aan activiteiten in de samenleving voor inwoners met een beperking. Het is belangrijk dat deze inwoners ook volwaardig kunnen meedoen en dat hun positie in de samenleving verbetert. Kernwaarden: • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. • Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. • De gemeente helpt bij het oplossen van de hulpvraag van de inwoner.Iedereen doet mee aan de samenleving. • De gemeente maakt de aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker.

II.

Gezond en veilig opgroeien “In Altena krijgen kinderen en jongeren optimale kansen.” Jongeren in Altena moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van jongeren, hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te verminderen. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jongeren bedoelen we kinderen en jongeren tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 werden en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Kernwaarden:

1

De omgekeerde modelverordening van Stimulansz vormt de basis voor de verordeningen van de eerste vijf gemeenten (Zaltbommel, Kampen, Bunschoten Borne en Gooise meren) die momenteel werken met een integrale verordening voor het sociaal domein.

4

•

• •

•

• III.

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. Daar waar het kan zetten we in op eigen mogelijkheden van gezinnen met inzet van hun sociale netwerken. In complexe casuïstiek nemen we de regie en beiden we tijdig passende ondersteuning. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp. Hierbij is het oplossen van de hulpvraag van de jeugdige en/of het gezin leidend. De gemeente stuurt op een goede samenwerking met vindplaatsen (in het bijzonder school en kinderopvang) om vroeg en adequaat te signaleren en advies/inzet in te vliegen waar nodig. De gemeente stuurt op tijdige, passende en effectieve jeugdhulp, zo veel mogelijk dicht bij de jeugdige en in zijn eigen sociale context. Zo is hulp makkelijker vindbaar en sluit het beter aan op de ondersteuningsbehoefte. Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat.

Wonen in een veilige en gezonde omgeving “Voor inwoners die hulp nodig hebben, bieden we laagdrempelige hulp, waarbij zij regie houden over hun eigen leven .” Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Jongvolwassenen hebben soms hulp nodig om zelfstandig(er) te gaan wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zich fysiek, mentaal en emotioneel gezond voelen (positieve gezondheid) en zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. Kernwaarden: • Inwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en leven. • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. • De gemeente helpt bij het oplossen van de hulpvraag van de inwoner • De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.

IV.

Vervoer “Inwoners kunnen veilig, flexibel en zelfstandig reizen om deel te kunnen (blijven) nemen aan de samenleving.” In Altena maken we werk van een inclusieve samenleving, waaraan iedereen kan deelnemen. Ongeacht waar je woont en ongeacht welke ondersteuning je nodig hebt. Een van de voorwaarden hiervoor is dat reizigers -jong en oud- veilig, flexibel en zelfstandig kunnen reizen en dat vervoersondersteuning-op-maat (of passend vervoersondersteuning) wordt geboden aan hen die dat nodig hebben. Daar waar dat mogelijk is worden koppelingen gemaakt om zo vervoersstromen slimmer te organiseren door integratie van doelgroepenvervoer en openbaar vervoer. Kernwaarden: • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. 5

• •

V.

Kinderen hebben recht op vervoer als ze niet zelfstandig naar school kunnen door ziekte of een handicap; Voorkomen van niet-noodzakelijke ‘zorg gerelateerde’ reisbewegingen door digitale toepassingen in zorg en welzijn (e-health oplossingen) in te zetten.

Inkomen en schulden “Inwoners worden versterkt in hun financiële zelfredzaamheid en hebben voldoende middelen om in hun eigen levensonderhoud te voorzien.”

Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen heeft de gemeente een financieel vangnet: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. Ook biedt de gemeente hulp bij het voorkomen en oplossen van schuldenproblematiek. Kernwaarden: • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. • Voorkomen is beter dan genezen (vroeg eropaf). • De gemeente helpt bij het oplossen van de hulpvraag van de inwoner. • De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. • Iedereen doet mee aan de samenleving.

6

4. Richtinggevende uitspraken Om de financiële doelstelling tot kostenbesparingen in het sociaal domein te behalen moeten beleidsaanpassingen doorgevoerd worden. Deze beleidsaanpassingen worden juridisch vastgelegd in een integrale verordening sociaal domein en onderliggende regelingen. Daarnaast worden de beleidsaanpassingen door middel van een programma van eisen vertaald in subsidieovereenkomsten met aanbieders van welzijn en ondersteuning. De integrale verordening en de regelingen moeten per 1-1-2022 in werking treden, waarbij deze een besparing van € 500.000 moeten opleveren. De subsidieopdrachten aan de maatschappelijke partners in het vrij toegankelijke veld (open magazijn) moeten per 1-1-2022 zijn verstrekt, waarbij deze een besparing van € 900.000 moeten opleveren. Eerdere besluitvorming Op 7 juli 2020 heeft de gemeenteraad het principebesluit genomen om op basis van het rapport “Evenwicht in het sociaal domein” de ombuigingen voor het sociaal domein vast te stellen. In de vastgestelde motie wordt het college opgedragen alle inspanningen te verrichten om de bouwstenen uit dat rapport verder uit te werken. Om de uitwerking te concretiseren in de verordening en beleidsregels is het wenselijk hiervoor een aantal richtinggevende uitspraken mee te geven.

Hieronder zijn deze weergegeven en zijn dilemma’s hierover geschetst 1) Draagkracht meenemen in beoordeling aanvragen / juridische risico’s Eén van de oorzaken van tekorten (in de eerste plaats Wmo) is de toename van aanvragen door beperking van de eigen bijdragen bij hogere inkomen. Gemeenten hebben geen instrumenten om de financiële draagkracht van mensen mee te nemen in de beoordelingen van hulpvragen. Tot nu toe blijft de financiële situatie van de hulpvragers buiten beschouwing. Het betrekken van de financiële draagkracht bij het bepalen van de eigen kracht is een mogelijkheid om de kosten verder te beheersen. Bij het gesprek met de cliënt zal de gemeente nagaan of de aanvrager zelf in een oplossing kan voorzien. Daarbij komt de financiële zelfredzaamheid aan de orde. Financiële zelfredzaamheid valt met andere woorden ook onder dit oplossend vermogen. Er is een verband tussen de zelfredzaamheid van een persoon en diens financiële omstandigheden, waarbij alle inkomsten en (zorg)kosten gewogen worden. Hierbij kan ook de vraag van voorzienbaarheid aan de orde komen. Het komt regelmatig voor dat mensen die in eerste instantie zelf een oplossing voor hun hulpvraag hebben gevonden en deze zelf betaald hebben, nu voor dezelfde ondersteuning aankloppen bij de gemeente, omdat dit voor hun financieel voordeliger is.

Deze burgers hebben zichzelf dus bewust in een ‘niet zelfredzame’ situatie gebracht. Een voorwaarde om de voorziening wel te kunnen afwijzen is dat de voorziening op de markt beschikbaar en passend moet zijn. De kans bestaat dat gemeenten waar deze maatregelen worden genomen bezwaar- en beroepsprocedures gestart zullen worden. Een proefproces kan mogelijk leiden tot een meer principiële rechterlijke uitspraak over de bedoeling van de Wmo 2015, in het bijzonder van de

7

zogeheten ‘eigen kracht’ artikelen 2.3.2 (het vierde lid sub b en c) en 2.3.5 (derde lid). De VNG wil gemeenten die een proefproces willen voeren, daarbij ondersteunen2. Wij vinden dat financiële draagkracht onderdeel uitmaakt van de eigen kracht en maken dat onderdeel van het oplossen van de hulpvraag. Juridische risico’s vinden wij hierbij aanvaardbaar.

2) Maximaliseren van beroep op eigen kracht Het beleid in het sociaal domein is erop gericht de eigen kracht van mensen zoveel te benutten. Hiervoor wordt de piramide van eigen kracht als uitgangspunt gebruikt:

Een maatregel die wel binnen het wettelijk kader van de Wmo past, is het inrichten van een algemene voorziening om de eigen kracht van de cliënt te stimuleren. Hiervoor zijn in het rapport “Evenwicht in het sociaal domein” ook een aantal maatregelen opgenomen, bijvoorbeeld met betrekking tot scootmobielen en dagbesteding. Deze beweging naar de basis van de piramide kan in het sociaal domein echter verder versterkt worden. Dit betekent dat inwoners voor hulpvragen waarvoor “de markt” (materiële en immateriële) oplossingen en producten beschikbaar heeft, (deels) een beroep moet doen op die markt. Het gaat dan om algemeen verkrijgbare hulpmiddelen en diensten, die door de gemeente als algemeen gebruikelijk worden verklaard. De taak van de gemeente beperkt zich dan tot het verwijzen naar en/of adviseren over hetgeen de markt biedt gebruik te maken. Hulpvragen worden hierdoor in sommige gevallen afgewezen, dan wel uitgesteld of een maatwerkvoorziening kan met een lagere intensiteit worden verstrekt. Als de in de vrije markt passende en haalbare oplossingen voor hulpvragen beschikbaar zijn, is de taak van de gemeente beperkt tot het verwijzen naar die oplossingen. Pas als die niet haalbaar en/of passend zijn, voorzien wij in een oplossing op basis van gemeenschappelijk gefinancierde voorzieningen.

2

Zie: https://vng.nl/sites/default/files/2020-11/20201123_ledenbrief_maatregelen-beheersing-kostenabonnementstarief.pdf

8

3)

Keuzevrijheid in relatie tot grip

Keuzevrijheid is een belangrijk uitgangpunt bij veel aanbestedingen voor immateriële ondersteuning. Dit vanuit de gedachte dat een goede relatie tussen inwoner en hulpverlener een belangrijke voorwaarde is om de ondersteuning tot resultaat te brengen. Op basis hiervan zijn veel inkooptrajecten open house vormgegeven, waarbij iedere aanbieder die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet een overeenkomst kan sluiten voor het leveren van de ondersteuning. Dit heeft ertoe geleid dat bij een aantal maatwerkvoorzieningen (bijv. Wmo-begeleiding en ambulante jeugdhulp) veel aanbieders gecontracteerd zijn. Dit biedt de gemeente de mogelijkheid om heel gericht een passende dienstverlener te vinden. Daartegenover staat dat het grote aantal aanbieders de inhoud van de relatie tussen de gemeente en aanbieders mede bepaalt3. Als er veel aanbieders zijn, gedragen deze zich minder als partner van de gemeente, maar meer als marktpartij gericht op omzet- en winstvergroting. In dit geval schept aanbod ook vraag; met kostenstijging tot gevolg4. Dit wordt deels wel ondervangen door de indicatiestelling in de toegang, maar het effect blijft bestaan. De onderlinge concurrentie belemmert eveneens samenwerking gericht op verbetering van ondersteuning van onze inwoners. Een breed landschap van aanbieders bevordert wel de innovatie bij individuele aanbieders.

Met het oog op komende aanbestedingen is het goed als de gemeente zich uitspreekt over de relatie met zorgaanbieders en een eventuele wens het aantal aanbieders te beperken. Kwaliteit gaat voor kwantiteit, op basis van kwaliteit perken we het aantal aanbieders in, waarbij alle doelgroepen in onze gemeente goed bediend moeten blijven. 4) Maatschappelijk vermogen verschilt per kern Met het gebruiken van de eigen kracht piramide als uitgangspunt wordt in toenemende mate een beroep gedaan op sociale netwerken. Sociale netwerken bestaan op twee wijzen: enerzijds sociaal georiënteerd op basis van familiebanden, vriendschappen, enz. en anderzijds geografisch per kern. Denk hierbij aan dorpsinitiatieven om laagdrempelig ondersteuning te bieden. Het maatschappelijk vermogen is niet in iedere kern even groot. In sommige kernen is meer informele ondersteuning aanwezig dan in andere kernen. Bij het oplossen van een hulpvraag kan hier op twee manieren mee omgegaan worden. De aanwezigheid van sociale netwerken maakt de noodzaak voor maatwerkvoorzieningen minder groot, de oplossing van hulpvragen van inwoners verschilt daardoor. Dit kan een gevoel van rechtsongelijkheid met zich meebrengen. De gemeente zet zich daarom in om de socialeinfrastructuur in de kernen te versterken met de kerngerichte aanpak.

Daartegenover staat de mogelijkheid om meer uit te gaan van de aanvraag van mensen voor een bepaalde voorziening. Voor inwoners betekent dit dat zij zich meer gelijk behandeld zullen voelen, doordat de voorziening onafhankelijk van het aanwezige sociaal kapitaal wordt verstrekt. Echter 3

Zie ook rapport over jeugdzorg: https://www.aef.nl/storage/images/Stelsel-in-groei-een-onderzoek-naarfinanci%C3%ABle-tekorten-in-de-jeugdzorg.pdf 4 Zie rapport herijking gemeentefonds sociaal domein (2020): https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/04/21/herijking-gemeentefonds-sociaal-domein2020

9

hierdoor wordt een groter beroep gedaan op maatwerkvoorzieningen. Tevens ontstaan verschillen tussen inwoners, doordat in kernen met een sterke sociale structuur bovenop de maatwerkvoorzieningen de informele ondersteuning toch beschikbaar blijft. Wij accepteren dat er verschillen bestaan in individuele oplossingen bij onze cliënten. Het oplossen van de hulpvraag is leidend.

Tot slot: zorgvuldige procedure en individueel maatwerk blijven uitgangspunten Ook wanneer de gemeente ertoe overgaat om het beleid aan te passen met de bedoeling om een voorziening te kunnen afwijzen op grond van eigen (financiële) kracht, zijn en blijven een zorgvuldige toegangsprocedure en het leveren van individueel maatwerk de centrale uitgangspunten van het sociaal domein. Iedere inwoner heeft recht op een zorgvuldige procedure. Het bij voorbaat afwijzen van een voorziening op grond van het inkomen is niet aan de orde. Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) blijkt dat het stellen van een extra vermogens- en inkomensvoorwaarde voor het kunnen verstrekken van een maatwerkvoorziening niet mag. Ook heeft de CRvB in haar uitspraken keer op keer het belang benadrukt van het doen van een zorgvuldig onderzoek, eventueel ondersteund door een deskundig advies en een goed onderbouwde motivering in de verslaglegging.

10

5. Raadsmonitor Op 3 november 2020 is het onderwerp raadsmonitor besproken met raad in de ‘extra Altena ronde Sociaal Domein’. De essentie van het hebben van een monitor om te voorzien in gerichte en juiste hoeveelheid informatie is hierin uitgesproken. Tevens is er ook aangegeven dat de raad zelf betrokken wil zijn bij het inhoudelijk vormgeven van de monitor. Om de ontwikkeling van deze monitor te beginnen dient het in (1) vorm en (2) onderdelen te worden bevestigd. Onderstaande vorm en onderdelen zijn opgesteld op basis van de met de raad besproken wensen op 3 november 2020. A. Vorm In 2020 is ieder kwartaal een ‘RIB Sociaal Domein’ gepresenteerd aan de raad. Deze hebben inzicht in de stand van zaken in het sociaal domein gegeven, maar zijn vooral financieel ingestoken. Vanaf 2021 zal deze financiële informatie worden opgenomen in de reguliere p&c cyclus. Naast financiële informatie is er ook behoefte aan inzicht- en sturingsinformatie. Voor dit doel wordt de raadsmonitor Sociaal Domein ontwikkeld. In kwartaal twee van 2021 zal een eerste conceptversie worden gepresenteerd, waarna de getoonde inhoud in overleg met de raad wordt doorontwikkeld. Er wordt gewerkt met een groeimodel om zo goed mogelijk aan te sluiten op de wensen en behoeften. B.

Onderdelen De monitor zal in overeenstemming met de in deze notitie benoemde vijf thema’s van het integrale sociaal domein worden vormgegeven, waar er middels data een koppeling wordt gezocht met de onderliggende kernwaarden en producten/voorzieningen. Tevens zal er een clustering in de onderliggende producten/voorzieningen worden aangebracht om op een dieper niveau informatie beschikbaar te stellen. Per thema wordt er naar gestreefd om de volgende data-onderdelen op te nemen in de eerste conceptversie; 1. Trends voorzien van actuele ontwikkelingen waarmee de impact van een maatregel kan worden getoond en onderbouwd. − Welke voorzieningen worden ingezet bij welke type hulpvraag. − Verdeling van aantallen (adressen & cliënten) op wijkniveau. − Instroom & Uitstroom. − Eventueel onderbouwd met kwalitatieve data. 2. (Concept) Klanttevredenheidsonderzoek. 3. Financiële positie. − Prognoses (bij)stellen. − De uitgebreide financiële verdieping zal worden gepresenteerd in de gemeentelijke planning-en-controlecyclus.

11

6. BASDA De uitgangspunten, thema’s en richtinggevende uitspraken uit de voorgaande hoofdstukken vormen het vertrekpunt voor de uitwerking van een aantal producten binnen het programma doorontwikkeling sociaal domein. De Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASDA) wordt betrokken in de ontwikkeling van de volgende producten: i.

Inrichting Sociale Basis (Open Magazijn)

In het project worden op basis van gesprekken met maatschappelijke partners, analyses en onderzoeken maatschappelijke opgaven uitgewerkt. Per opgave wordt geadviseerd om opdracht te verstrekken door middel van subsidie of invulling in eigen beheer. Voor de maatschappelijke opdrachten die door middel van subsidie worden verstrekt wordt een subsidietender georganiseerd op basis van een programma van eisen. Een afvaardiging van de BASDA is betrokken bij de totstandkoming en leest mee met een concept van het programma van eisen. In april 2021 wordt het programma van eisen aan de BASDA voorgelegd voor een formele adviesaanvraag. In mei wordt een collegebesluit verwacht en wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de inhoud van het programma van eisen en bijbehorende subsidieplafonds. Na beoordeling van ingediende subsidieaanvragen worden de maatschappelijke organisaties in september geïnformeerd over de voorgenomen subsidietoekenning (onder voorbehoud van vaststelling van de begroting 2022 door de gemeenteraad) en wordt de gemeenteraad geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. De BASDA ontvangt een afschrift van de raadsinformatiebrief. ii.

Integrale verordening Sociaal Domein

Per 2022 zal de integrale verordening sociaal domein met onderliggende beleidsregels in werking treden. Hierin worden ook inhoudelijke aanpassingen van het gemeentelijk beleid doorgevoerd. Gezien de impact hiervan op onze cliënten willen we de BASDA vroegtijdig betrekken bij deze wijzigingen. In het tweede kwartaal van 2021 zullen hiervoor één of meerdere bijeenkomsten met de BASDA worden belegd. Doel van deze bijeenkomsten is, naast het bespreken van vragen over de maatregelen, het toetsen van deze maatregelen bij de BASDA, zodat eventuele op- en aanmerkingen meegenomen kunnen worden in het verdere traject. Vaststelling van de documenten is voorzien voor het laatste kwartaal van 2021. Hiervoor zal de BASDA tijdig een formele adviesaanvraag ontvangen. iii.

Gesloten magazijn en raadsmonitor

Het project herinrichting gesloten magazijn maakt een inventarisatie van de niet vrij toegankelijke voorzieningen binnen het sociaal domein. De uitkomsten van deze inventarisatie worden meegenomen in nieuwe aanbestedingen van niet vrij toegankelijke voorzieningen. Per aanbesteding zal worden gekeken hoe de BASDA hierin mee genomen kan worden. Voor de ontwikkeling van de raadsmonitor wordt niet de BASDA om advies gevraagd, maar dit product wordt voor de gemeenteraad ontwikkeld en opgeleverd.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10817291/2