CConstaterende datAlphen-Chaam
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel 17-10-23 BIJLAGE Geluidbeleid Alphen-Chaam

Algemene commissie 4 december 2023, gemeente Alphen-ChaamBij agendapunt: Geluidbeleid Alphen-Chaam6.358 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geluidbeleid gemeente Alphen-Chaam voor (spoor)wegen met oog op de omgevingswet.

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

2.

Wettelijk kader onder de Omgevingswet........................................................................................ 5 2.1

2.1.1

Standaardwaarden .......................................................................................................... 5

2.1.2

Grenswaarden ................................................................................................................. 6

2.1.3

Uitzonderingen en afwijkingen ....................................................................................... 6

2.1.4

Cumulatie en gezamenlijk geluid..................................................................................... 6

2.2

Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden ....................................................... 7

2.2.1

Geluidaandachtsgebied ................................................................................................... 7

2.2.2

Standaardwaarden .......................................................................................................... 7

2.2.3

Grenswaarden ................................................................................................................. 7

2.2.4

Uitzonderingen en afwijkingen ....................................................................................... 8

2.2.5

Geluidluwe gevel ............................................................................................................. 9

2.2.6

Cumulatie en gezamenlijk geluid..................................................................................... 9

2.3

Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer....................................................... 9

2.3.1

Grenswaarden ............................................................................................................... 10

2.3.2

Cumulatie van geluid ..................................................................................................... 10

2.3.3

Uitzonderingen en afwijkingen ..................................................................................... 10

2.4 3.

Geluid door wegen, spoorwegen zonder geluidproductieplafonds........................................ 5

Indirecte akoestische effecten van wijziging in de geluidoverdracht ................................... 10

Geluid door wegen, spoorwegen zonder geluidproductieplafonds.............................................. 11 3.1 Uitzondering ................................................................................................................................ 11

4.

3.2

Start van het initiatief............................................................................................................ 11

3.3

Onderzoeksplicht................................................................................................................... 11

3.4

Geluid beperkende maatregelen........................................................................................... 11

3.5

Cumulatie .............................................................................................................................. 12

3.6

Gezamenlijk geluid ................................................................................................................ 12

3.7

Zwaarwegend belang ............................................................................................................ 13

Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden ............................................................. 14 4.1 Uitzonderingen ............................................................................................................................ 14 4.2 Start van het initiatief.................................................................................................................. 14 4.3 Onderzoeksplicht......................................................................................................................... 14 4.4 Geluid beperkende maatregelen................................................................................................. 14

4.5 Geluidluwe gevel ......................................................................................................................... 15 4.6 Cumulatie .................................................................................................................................... 16 4.7 Gezamenlijk geluid ...................................................................................................................... 17 4.8 Zwaarwegend belang .................................................................................................................. 18

1. Inleiding Geluidbeleid is nodig om voor wat betreft het aspect geluid een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die in de zone van een (spoor)weg of industrieterrein liggen worden nieuwe geluidgevoelige functies getoetst aan wettelijke voorkeursgrenswaarden. Dit geldt eveneens indien er nieuwe (spoor)wegen of industrieterreinen gerealiseerd worden. Bij een overschrijding van deze voorkeursgrenswaarden heeft de gemeente de mogelijkheid om een hogere grenswaarde toe te staan indien de maximale grenswaarden niet overschreden worden. Aan deze hogere grenswaarde kan de gemeente voorwaarden stellen. Deze voorwaarden worden deels voorgeschreven vanuit de Wet geluidhinder, maar kunnen ook aanvullend geregeld worden door een hogere waardenbeleid vanuit de gemeente. Met een dergelijk beleid wordt op een transparante, wijze voor iedere ontwikkeling gelijke kaders gesteld. De gemeente Alphen-Chaam beschikt op dit moment niet over eigen geluidbeleid. De gemeente hanteert hierbij nu nog het geluidbeleid zoals dit door de Provincie Noord-Brabant vastgelegd is. De wettelijk basis hiervoor vormt de Wet geluidhinder. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de Wet geluidhinder te vervallen. Een aantal geluidonderdelen worden onder de Omgevingswet van rechtswege opgenomen in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan.

Het hogere waarde beleid maakt hier geen onderdeel van uit. De gemeente kan onder de Omgevingswet geen hogere waarden met bijbehorende voorschriften meer vaststellen op basis van het beleid van de Provincie Noord-Brabant. Wel geldt onder de Omgevingswet een vergelijkbare beoordelingssystematiek met standaardwaarden (voorkeurswaarden) en grenswaarden (maximale ontheffingswaarde). De gemeente dient hierbij op een zorgvuldige wijze (nieuwe) plannen te beoordelen. Is de geluidbelasting lager dan de standaardwaarden dan is het plan zondermeer inpasbaar. Is de geluidbelasting hoger dan de standaardwaarden of in bijzondere gevallen, hoger dan de grenswaarden dan moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt. Afgewogen dient te worden of sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting in combinatie met een evenwichtige toedeling van functies op die locatie. Om deze afweging te verduidelijken en te uniformeren is het noodzakelijk om geluidbeleid op te stellen. In dat kader is dit beleid opgesteld. Voor de volledigheid merken wij op dat reeds genomen hogere waarde besluiten op basis van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege deel uitmaken van het (tijdelijke) omgevingsplan. Bij de vaststelling van de gevelwering moet de toegestane geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige gebouwen in deze besluiten als uitgangspunt worden genomen.

Wel is hierbij aangegeven dat de gehanteerde aftrek op basis van artikel 110g van de Wet geluidhinder hierbij opgeteld moet worden. Het cumulatieve of gezamenlijk geluid wordt hierbij formeel niet als uitgangspunt genomen. Het geluid als gevolg van luchtvaartlawaai is specifiek niet opgenomen in dit beleid. Dit omdat dit niet onder de Wet geluidhinder valt, en op dit moment een luchthavenbesluit opgesteld wordt wat voor wat betreft dit aspect de leidraad zal zijn.

2. Wettelijk kader onder de Omgevingswet In de Omgevingswet zijn instructieregels voor wat betreft geluid opgeteld. Instructieregels betreffen bindende regels voor bestuursorganen. De voorschriften voor geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn onder de Omgevingswet opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit betreffen onder andere instructieregels. Decentrale overheden moeten de instructieregels van het Rijk volgen. Per instrument is er een hoofdstuk met instructieregels, zoals voor het instrument omgevingsplan. De instructieregels gaan onder meer over normen en regels voor externe veiligheid, geluid, erfgoed en geur van activiteiten. Voor de aanleg of het veranderen van nieuwe rijks- en provinciale wegen, (hoofd)spoorwegen en industrieterreinen met geluid productie plafonds gelden de instructieregels zoals opgenomen in het Bkl. De instructieregels van het Bkl gelden eveneens voor de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden of nieuwe wegen, spoorwegen zonder geluidproductieplafonds of indirecte akoestische effecten van het veranderen van wegen of het verkeer of veranderingen in de overdracht. Deze instructieregels kunnen op onderdelen nader worden ingevuld om de rechtsgelijkheid te bevorderen, maar ook om een evenwichtige toedeling van functies mogelijk te maken.

2.1

Geluid door wegen, spoorwegen zonder geluidproductieplafonds

In artikel 5.78i van het Bkl is gesteld dat deze paragraaf van toepassing is op wegen met een intensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen (mvt) per etmaal en lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen. Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel. In artikel 5.78j en 5.78k wordt vermeld wat onder een wijziging van een weg of spoorweg wordt verstaan. Bij dit voorschrift dient men er op bedacht te zijn dat de (voormalige) bestemmingsplanregels al kunnen voorzien in een mogelijke verbreding, verhoging of maatregelen. Indien dit aan de orde is, hoeft geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Bij de wijziging van wegen en spoorwegen zonder geluidproductieplafonds dient de aanvaardbaarheid van het geluid op een geluidgevoelig gebouw beoordeeld te worden. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting gebruikt (artikel 5.78l).

2.1.1 Standaardwaarden Een omgevingsplan dat een nieuwe weg of spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op een geluidgevoelig gebouw in het aandachtsgebied niet hoger is dan de standaardwaarden, die zijn opgenomen in tabel 3.34 van het Bkl. Bij een wijziging van de weg mag het geluid op een geluidgevoelig gebouw in het aandachtsgebied niet hoger zijn dan de standaardwaarde of niet hoger dan het geluidniveau op het geluidgevoelig gebouw op het tijdstip van wijziging van het omgevingsplan. Voor gemeentelijke- en waterschapswegen is de standaardwaarde 53 dB Lden, voor spoorwegen 55 dB Lden.

2.1.2 Grenswaarden Overschrijding van de standaardwaarden is ook op basis van de Omgevingswet mogelijk. Dit kan indien aangetoond wordt dat: a) geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de waarden van artikel 5.78m te voldoen; b) de overschrijding van de standaardwaarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 3.35 van het Bkl. c) geluidbeperkende maatregelen die financieel doelmatig zijn en waartegen geen bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan, in aanmerking worden genomen. o Op zich zijn de kosten geen argument om af te wijk van de standaardwaarde. Het is daarom noodzakelijk aan te tonen dat er sprake is van bovenmatige kosten met een getalsmatige onderbouwing. o Stedenbouwkundige en landschappelijke argumenten kunnen een reden zijn voor het verlenen van een ontheffing. Door de aanvragen dient hierbij gemotiveerd te worden dat de woningbouw ter plaatse dringend noodzakelijk is end at de bebouwing niet anders gesitueerd kan worden. De locatie specifieke kenmerken verdienen hierbij bijzondere aandacht. o Verkeers- en vervoerskundige argumenten moeten worden aangetoond met recente gegevens.

d) Tevens zijn er een aantal subcriteria waarvan sprake kan zijn te weten: o Vervanging van bestaande bebouwing, waarbij er sprake is van wijziging of gebruik van het gebouw; o Het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing; o Het doelmatig afschermen van reeds aanwezige of geprojecteerde bebouwing; o Het realiseren van geluidgevoelige functies ter dorpsvernieuwing. Hierbij is het noodzakelijk de afweging zoals genoemd onder C nauwkeurig te doorlopen in een vroeg stadium van het proces. Zodat het afwijken van de standaardwaarden tot een minimum beperkt wordt. Voor gemeentelijke- en waterschapswegen is de grenswaarde 70 dB Lden, voor spoorwegen 70 dB Lden.

2.1.3 Uitzonderingen en afwijkingen Een overschrijding van de grenswaarde is enkel mogelijk indien zwaarwegende economische belangen of andere zwaarwegende maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen en geen maatregelen in aanmerking komen om het geluid te laten voldoen aan de grenswaarde (artikel 5.78o).

2.1.4 Cumulatie en gezamenlijk geluid Om de aanvaardbaarheid van het geluid van een nieuwe of aan te passen weg of lokale spoorweg op een geluidgevoelig gebouw te beoordelen dient te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting en de gezamenlijke geluidbelasting (artikel 5.78p en 5.78q). Gecumuleerd geluid wordt gebruikt in geval van overschrijding van een standaardwaarde voor de afweging van de

aanvaardbaarheid. Gezamenlijk geluid wordt gebruikt bij de beoordeling van het binnenniveau, dan wel het bepalen van de eisen aan de geluidwering.

2.2

Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

Artikel 5.78s stelt dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied en dat een omgevingsplan erin voorziet dat het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Het gezamenlijke en cumulatieve geluid dient op de gevels van geluidgevoelige gevels van geluidgevoelige gebouwen bepaald te worden.

2.2.1 Geluidaandachtsgebied Het geluidaandachtsgebied is gedefinieerd in het Bkl. Een geluidaandachtsgebied betreft de locaties langs een (spoor)weg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde zoals opgenomen in het Bkl, zie hiervoor paragraaf 2.2.2.

2.2.2 Standaardwaarden Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t van het Bkl. Voor rijkswegen en provinciale wegen betreft de standaardwaarde 50 dB Lden, voor gemeente- en waterschapswegen 53 dB Lden, voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 55 dB Lden en voor industrieterreinen met geluidproductieplafonds 50 dB Lden en 40 dB Lnight.

2.2.3 Grenswaarden Overschrijding van de standaardwaarden is mogelijk. Dit kan indien aangetoond wordt dat: a) geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarden te voldoen; b) de overschrijding van de standaardwaarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en c) het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.78u van het Bkl. d) geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als deze financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. o Op zich zijn de kosten geen argument om af te wijk van de standaardwaarde. Het is daarom noodzakelijk aan te tonen dat er sprake is van bovenmatige kosten met een getalsmatige onderbouwing. o Stedenbouwkundige en landschappelijke argumenten kunnen een reden zijn voor het verlenen van een ontheffing. Door de aanvragen dient hierbij gemotiveerd te worden dat de woningbouw ter plaatse dringend noodzakelijk is end at de bebouwing niet anders gesitueerd kan worden. De locatie specifieke kenmerken verdienen hierbij bijzondere aandacht. o Verkeers- en vervoerskundige argumenten moeten worden aangetoond met recente gegevens. e) Tevens zijn er een aantal subcriteria waarvan sprake kan zijn te weten:

o o o o

Vervanging van bestaande bebouwing, waarbij er sprake is van wijziging of gebruik van het gebouw; Het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing; Het doelmatig afschermen van reeds aanwezige of geprojecteerde bebouwing; Het realiseren van geluidgevoelige functies ter dorpsvernieuwing. Hierbij is het noodzakelijk de afweging zoals genoemd onder C nauwkeurig te doorlopen in een vroeg stadium van het proces. Zodat het afwijken van de standaardwaarden tot een minimum beperkt wordt.

Voor rijkswegen en provinciale wegen betreft de grenswaarde maximaal 60 dB Lden, voor gemeenteen waterschapswegen maximaal 70 dB Lden en voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen maximaal 65 dB Lden.

2.2.4 Uitzonderingen en afwijkingen Er zijn een viertal uitzonderingen waarbij van de genoemde grenswaarde zoals benoemd in paragraaf 2.2.3 afgeweken kan worden: 1. Indien het gaat om vervangende nieuwbouw dan mag de grenswaarde zoals genoemd in paragraaf 2.2.3 worden opgehoogd met 5 dB (artikel 5.78v). 2. Een verhoging van de grenswaarde met 5 dB is ook mogelijk indien de gebruiksfunctie wijzigt (artikel 5.178w). 3. Een overschrijding van de grenswaarde is eveneens mogelijk indien de uitwendige scheidingsconstructie van het geluidgevoelig gebouw, waar de overschrijding van de grenswaarde plaatsvindt, geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang. Geborgd moet worden dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie, die direct grenzen aan een verblijfsgebied, niet hoger is dan de grenswaarde. In dit geval dient in het omgevingsplan bepaald te worden dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is (artikel 5.78y). Dit betreft een aanpassing van het begrip dove gevel zoals dit onder de Wet geluidhinder werd toegepast. Hierbij wordt op basis van de toelichting op het aanvullingsspoor geluid een geluidgedempt ventilatierooster (suskast) niet beschouwd als een te openen deel. Ook deuren die onderdeel zijn van een gemeenschappelijke doorgang worden niet beschouwd als een te openen deel.

Verder kunnen coulissen kasten, (mini)loggia’s, voorzetramen (Harbour Fensters, Silent Air, en dergelijke) vliesgevels of lamellen schermen worden toegepast om de geluidbelasting op de achterliggende te openen delen te reduceren tot of tot onder de grenswaarde. Hierbij geldt wel dat op basis van de vrije indeelbaarheid deze eis geldt voor elk te openen deel, ook als de achterliggende ruimte niet geluidgevoelig is. Op basis van artikel 5.78z dient hierbij echter wel aangetoond te worden dat: • •

geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarde te voldoen; de overschrijding van de grenswaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt;

•

geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. 4. Een overschrijding van de grenswaarde is ook mogelijk indien zwaarwegende economische belangen of andere zwaarwegende maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen en geen maatregelen in aanmerking komen om het geluid te laten voldoen aan de grenswaarde. Dit is opgenomen in artikel 5.78aa.

2.2.5 Geluidluwe gevel Indien één of meer van de standaardwaarden worden overschreden en de grenswaarde niet wordt overschreden dan wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel bij de afweging betrokken. Een geluidluwe gevel is conform de Omgevingswet een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Binnen de gemeente … wordt een geluidluwe gevel als volgt gedefinieerd: Een volledige gevel waar het geluid afkomstig van de verschillende bronnen de standaardwaarde niet overschreden wordt. Indien de grenswaarde wordt overschreden dan wordt rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel. Dit is opgenomen in artikel 5.78ab.

2.2.6 Cumulatie en gezamenlijk geluid Om de aanvaardbaarheid van het geluid op een geluidgevoelig gebouw te beoordelen dient te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting en de gezamenlijke geluidbelasting. De gezamenlijke geluidbelasting wordt toegepast voor het bepalen van de vereiste gevelwering. Dit op basis van artikel 5.78 ac en 5.78 ad. Het verschil is dat bij het gezamenlijke geluid geen rekening wordt gehouden met de hinderlijkheid van het geluid. Het gezamenlijke geluid is veelal lager dan het gecumuleerde geluid onder de Omgevingswet, doordat de hinderlijkheid niet wordt meegenomen in de optelling. Gecumuleerd geluid wordt gebruikt in geval van overschrijding van een standaardwaarde voor de afweging van de aanvaardbaarheid. Gezamenlijk geluid wordt gebruikt bij de beoordeling van het binnenniveau, dan wel het bepalen van de eisen aan de geluidwering.

2.3

Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer

In artikel 5.78ae is gesteld dat deze paragraaf van toepassing is op wegen met een intensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen (mvt) per etmaal en lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen. Deze paragraaf is niet van toepassing op, een weg of spoorweg waarop paragraaf 5.1.4.2.3 van toepassing is en een wijziging van een weg of spoorweg of het gebruik van een spoorweg waarop paragraaf 5.1.4.2.3 niet van toepassing is op grond van artikel 5.78j en 5.78k en het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel. In artikel 5.78af wordt vermeld wat onder een wijziging van een weg of spoorweg wordt verstaan. Bij dit voorschrift dient men er op bedacht te zijn dat de huidige regels al voorzien in een mogelijke verbreding, verhoging of maatregelen.

Een omgevingsplan dat een verandering van een weg of spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op een geluidgevoelig gebouw in het aandachtsgebied niet toeneemt met meer dan 1,5 dB. De toename van het geluid wordt bepaald door de situatie in een voor die weg of spoorweg maatgevend jaar na de wijziging te vergelijken met de situatie in datzelfde jaar zonder die wijziging.

2.3.1 Grenswaarden Een toename van meer dan 1,5 dB is mogelijk. Dit kan, indien aangetoond wordt dat: • •

•

geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om de toename boven de 1,5 dB te voorkomen; de overschrijding van de standaardwaarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 3.35 van het Bkl. geluidbeperkende maatregelen, die financieel doelmatig zijn en hiertegen geen bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan, in aanmerking worden genomen.

Voor gemeente-, waterschapswegen, lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen geldt een grenswaarde van 70 dB Lden. Voor Provinciale wegen en Rijkswegen geldt een grenswaarde van 65 dB Lden.

2.3.2 Cumulatie van geluid Om de aanvaardbaarheid van het geluid van het veranderende verkeer op een weg of lokale spoorweg op een geluidgevoelig gebouw te beoordelen dient te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting (artikel 5.78af).

2.3.3 Uitzonderingen en afwijkingen Een overschrijding van de grenswaarde is mogelijk indien zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen en geen andere dan de maatregelen in aanmerking komen om het geluid te laten voldoen aan de grenswaarde (artikel 5.78ag).

2.4

Indirecte akoestische effecten van wijziging in de geluidoverdracht

In artikel 5.78ah is gesteld dat deze paragraaf van toepassing is op wijzigingen in het geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg en industrieterrein die gevolgen hebben voor de geluidoverdracht. Dit is niet van toepassing op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel. In een omgevingsplan dat een wijziging in de geluidoverdracht in een geluidaandachtsgebied toelaat, wordt voor geluidgevoelige gebouwen, die als gevolg van die wijziging een significante toename van geluid ondervinden, bepaald of geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om de toename van het geluid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, of geluidwerende maatregelen worden getroffen om te voldoen aan de grenswaarde voor het binnenniveau als bedoeld in tabel 3.53.

3. Geluid door wegen, spoorwegen zonder geluidproductieplafonds Dit hoofdstuk is van toepassing bij de voorbereiding van het toelaten van een weg, spoorweg zonder geluidproductieplafonds.

3.1 Uitzondering Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het geluid: • • •

van een weg of spoorweg voor een periode van 10 jaar of minder; van een weg met een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde; van een weg of spoorweg op niet-geluidgevoelige gevels.

Indien sprake is van één of meerdere van deze uitzonderingen dan dienen deze uitzonderingen in het omgevingsplan vastgelegd te worden. Hierdoor is dit ook in de toekomst duidelijk en geborgd.

3.2

Start van het initiatief

De gemeente vindt het belangrijk dat een omgevingsplan voorziet in een evenwichtige toedeling van functies. In gebieden waar de geluidsituatie onder druk staat, acht de gemeente het zeer wenselijk dat de initiatiefnemer vanaf het begin van het planproces een geluiddeskundige betrekt en deze een actieve rol geeft om te komen tot een haalbaar plan met een optimale planopzet.

3.3

Onderzoeksplicht

Onderzoek naar de geluidbelasting van een nieuwe weg of spoorweg zonder geluidproductieplafond is nodig om een evenwichtige toedeling van functies te onderbouwen. Een nieuwe weg of spoorweg zonder geluidproductieplafond kan toegelaten worden, nadat onderzoek is verricht naar de geluidbelasting op geluidgevoelige gevels van geluidgevoelige gebouwen conform het van toepassing zijnde meet- en rekenvoorschrift. Het geluid op de geluidgevoelige gevels van een geluidgevoelige gebouwen wordt in elk geval aanvaardbaar geacht indien voldaan wordt aan de standaardwaarden zoals opgenomen in paragraaf 2.2.1. en indien het geluid niet hoger is dan het geluid op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan. Indien geen verkeersintensiteit en/of verdeling van het verkeer bekend is dan dient een gemotiveerde prognose te worden gemaakt door een verkeerskundige.

3.4

Geluid beperkende maatregelen

Bij een overschrijding van de standaardwaarden dient onderzoek te worden verricht naar geluidreducerende of geluid beperkende maatregelen (artikel 5.78u).

Geluidbeperkende maatregelen als hiervoor bedoeld, worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

3.5

Cumulatie

In het geval één geluidgevoelig gebouw door meerdere geluidbronsoorten wordt belast dan wordt elke bronsoort getoetst aan de afzonderlijke standaardwaarde en grenswaarde. Om te beoordelen of de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is dienen de afzonderlijke geluidbelastingen indien, deze boven de standaardwaarde liggen, gecumuleerd te worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Voor de beoordeling van het gecumuleerde geluid gelden geen standaard- of grenswaarden, dus geen normen. Wel moet de gemeente de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluidniveau beoordelen in relatie tot de ontwikkeling die met het voorgenomen besluit mogelijk wordt gemaakt en de omstandigheden en belangen die daarmee gemoeid zijn. Het komt zelden voor dat de gecumuleerde geluidbelasting overal binnen het plangebied hetzelfde is. Door in de planfase reeds naar de optimale indeling te kijken, geluidluwe zijde(s) te creëren of andere geluidreducerende of compenserende maatregelen toe te passen behoeft de gecumuleerde geluidbelasting in veel gevallen geen belemmering te zijn. Temeer ook omdat met bouwkundige maatregelen in de woningen een geluidbelasting van 33 dB of minder kan worden gerealiseerd.

In het uitzonderlijke geval dat de gecumuleerde geluidbelasting binnen het plangebied hoog is en door bijvoorbeeld (spui)ventilatie en of temperatuurbeheersing in geluidgevoelige ruimten niet goed mogelijk is om te voldoen aan de binnenwaarden dan dienen verdergaande (compenserende) maatregelen te worden getroffen. Op het bepalen van het gecumuleerd geluid zijn de regels uit paragraaf 3.5.1 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.38, lid 4 Bkl).

3.6

Gezamenlijk geluid

Het gezamenlijk geluid op de gevel is nodig voor het borgen van de binnenwaarde van het geluidgevoelig gebouw. Het gezamenlijk geluid op de gevel is de geluidbelasting van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid van de betrokken geluidbronnen wordt ongewogen bij elkaar opgeteld, zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid. Het gezamenlijk geluid op de gevel geeft geen inzicht in de geluidkwaliteit bij die gevel. Het houdt immers geen rekening met de verschillen in hinderlijkheid van het geluid van de verschillende geluidbronnen. De hinderlijkheid van het geluid is in de vorige paragraaf omschreven. Op het bepalen van het gezamenlijke geluid op de gevel zijn de regels uit paragraaf 3.5.1 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.39, lid 4 Bkl). Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw legt het bevoegd gezag de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vast. Dit staat in artikel 5.78ad Bkl respectievelijk artikel 8.0b

jo. In combinatie met de binnenwaarde kunnen initiatiefnemer en bevoegd gezag dan bij de bouwactiviteit de benodigde geluidwering van die gevel bepalen (artikel 4.103 Bbl). Het Bbl biedt een mogelijkheid om het gezamenlijk geluid op de gevel op een later moment opnieuw te bepalen (artikel 4.103a en 5.23a Bbl). Dat kan nodig zijn als een initiatiefnemer een aanvraag voor een bouwactiviteit indient geruime tijd na vaststelling van het gezamenlijke geluid en het geluid op de gevel van het nieuw te bouwen gebouw in de tussenliggende periode is veranderd. Bijvoorbeeld omdat de overheid geluidbeperkende maatregelen heeft getroffen aan een belangrijke geluidbron.

3.7

Zwaarwegend belang

In het algemeen is sprake van een zwaarwegend economisch belang als een gewenste aanleg van een weg aanmerkelijke economische voordelen heeft die het toestaan van een grotere geluidbelasting rechtvaardigen. Bijvoorbeeld ontwikkelingen die sterk bijdragen aan de werkgelegenheid of aan de economische ontwikkeling of structuur van een gebied. Zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen: - die het niveau van de maatschappelijke voorzieningen in een gebied verhogen; - die het realiseren van sociaal beleid ondersteunen; - die het behoud of de ontwikkeling van kwetsbare functies of delen van de fysieke leefomgeving ondersteunen. De grotere geluidbelasting mag dan maar voor een beperkt aantal gebouwen of mensen gelden. De volgende onderdelen dienen in dit geval in het onderzoek aan de orde te komen. • Is het doel gerechtvaardigd? Hierbij spelen de doelen van de Omgevingswet en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties een belangrijke rol. • Is het afwijken geschikt om het doel mee te bereiken? • Staat de afwijking in redelijke verhouding tot het doel? • Is de afwijking van de grenswaarden noodzakelijk? Met andere woorden kan het anders en is compensatie of monitoring nodig? • Is er genoeg maatschappelijk draagvlak voor de afwijking van de grenswaarden?

4. Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden Dit hoofdstuk is van toepassing bij de voorbereiding van het toelaten van geluidgevoelige gebouwen die geheel of gedeeltelijk in een geluidaandachtsgebied zijn gelegen.

4.1 Uitzonderingen Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het geluid: - van een weg of spoorweg op een geluidgevoelig gebouw dat wordt toegelaten voor een periode van 10 jaar of minder. - van een weg met een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde op het toelaten van een geluidgevoelig gebouw. - van een weg of spoorweg op niet-geluidgevoelige gevels. Indien sprake is van één of meerdere van deze uitzonderingen dan dienen deze in het omgevingsplan vastgelegd te worden. Hierdoor is dit ook in de toekomst duidelijk en geborgd.

4.2 Start van het initiatief De gemeente vindt het belangrijk dat een omgevingsplan voorziet in een evenwichtige toedeling van functies. In aandachtsgebieden van wegen, spoorwegen en industrieterreinen, waar de geluidssituatie onder druk staat, acht de gemeente het wenselijk dat de initiatiefnemer vanaf het begin van het planproces een geluiddeskundige betrekt en deze een actieve rol geeft om te komen tot een haalbaar plan met een optimale planopzet.

4.3 Onderzoeksplicht Indien een geluidgevoelig gebouw wordt opgericht in een geluidaandachtsgebied, dan dient onderzoek te worden verricht naar de geluidbelasting van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds en bij wegen en spoorwegen zonder geluidproductieplafonds met omgevingswaarden, het geluid in een voor het verkeer op die weg of spoorweg maatgevend jaar, op geluidgevoelige gevels van deze geluidgevoelige gebouwen. Dit onderzoek dient conform het van toepassing zijnde meet- en rekenvoorschrift uitgevoerd te worden. Indien het initiatief voorziet in niet geluidgevoelige gevels of niet geluidgevoelige ruimten dan dienen deze niet geluidgevoelige gevels of niet geluidgevoelige ruimten in het omgevingsplan vastgelegd te worden. Hierdoor is dit ook in de toekomst duidelijk en geborgd. Het geluid op de geluidgevoelige gevels van een geluidgevoelig gebouw wordt in elk geval aanvaardbaar geacht indien voldaan wordt aan de standaardwaarden.

4.4 Geluid beperkende maatregelen Bij een overschrijding van de standaardwaarden dient onderzoek te worden verricht naar geluid beperkende maatregelen zoals genoemd in artikel 2.1.2. (artikel 5.78u). Om de planvorming en het wegbeheer niet onnodig te belasten wil de gemeente niet-realistische of onhaalbare maatregelen uitsluiten.

Zo is: • het aanbrengen van geluidreducerend asfalt niet realistisch vanuit civieltechnisch oogpunt (beheer, onderhoud en duurzaamheid): in scherpe bochten en /of binnen 30 meter vanuit het hart van een druk kruispunt. Er treedt dan groot en snel kwaliteitsverlies op van het wegdek door afremmend, optrekkend en wringend verkeer; bij een lengte over minder dan 75 meter; de aanleg is dan vanuit beheers- en onderhoudsoverwegingen niet wenselijk; • het aanbrengen van geluidreducerend asfalt niet realistisch indien deze niet kosteneffectief is, zoals het toepassen van geluid reducerend asfalt over een grote lengte voor één of enkele nieuwe woningen. De gemeente kiest ervoor om bij het toelaten van 20 of minder geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden de toepassing van geluidreducerend asfalt niet te laten onderzoeken. • het aanbrengen van een geluidwal of scherm niet realistisch binnen de bebouwde kom vanwege stedenbouwkundige argumenten indien de geluidgevoelige gebouwen uit 3 of meer bouwlagen bestaan. Schermen of wallen dienen in dit geval dermate hoog te zijn om het geluid ook op de hogere verdiepingen af te schermen dat deze stedenbouwkundig niet inpasbaar zijn. • het vergroten van de afstand tussen het geluidgevoelig gebouw en de weg, spoorweg of industrieterrein is alleen zinvol indien er voldoende ruimte beschikbaar is.

Het wordt in algemeenheid beter geacht om over een grotere geluidluwe achtertuin te beschikken dan over een grotere geluid belaste voortuin. Daar komt bij dat om het geluidniveau met 3 dB te reduceren een verdubbeling van de afstand noodzakelijk is. Veelal is het verder naar achterplaatsen op basis van stedenbouwkundige argumenten ongewenst. Onderzoek naar het vergroten van de afstand tussen het geluidgevoelig gebouw en de weg, spoorweg of industrieterrein als maatregel, is alleen nodig indien het nieuwe geluidgevoelige gebouw op kleinere afstand van de weg, spoorweg of industrieterrein wordt gesitueerd dan direct naastgelegen bestaande geluidgevoelige gebouwen. Bij een overschrijding van de grenswaarden dienen alle bron- en of overdrachtsmaatregelen beschreven en berekend te worden. In het geval van overschrijdingen van de grenswaarden dient te worden aangegeven welke maatregelen worden getroffen om de geluidbelasting te verlagen tot onder de grenswaarde. Deze maatregel(en) dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden. De kosten van de maatregelen aan de gevel met en zonder bron- en overdrachtsmaatregelen dienen in beeld te worden gebracht. Op deze manier kan financieel worden onderbouwd welke (combinatie) van maatregelen financieel haalbaar zijn.

De maatregel(en) die worden getroffen dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden.

4.5 Geluidluwe gevel De gemeente acht het in het belang van een goede gezondheid noodzakelijk dat bij een overschrijding van de standaardwaarden en/of de grenswaarden een geluidluwe gevel aanwezig is. De gemeente staat echter op dit moment ook voor een woningbouwopgave waarbij verdichting binnen de bebouwde kom nodig is. Dit is vaker dan voorheen op geluidbelaste locaties. De gemeente

verlangt van initiatiefnemers dat zij in de planfase rekening houden met de indeling van het woongebouw en het toepassen van geluidluwe zijde(s). In uitzonderlijke situaties is het eisen van een geluidluwe gevel lastig of niet realiseerbaar en zijn hoge kosten gemoeid met het realiseren van een geluidluwe gevel. Bij vervangende nieuwbouw, aanpassingen van bestaande bouw en wijzigingen van de gebruiksfunctie zal het niet altijd mogelijk zijn om een geluidluwe gevel te realiseren. Ook bij geheel nieuwe situaties is dit in uitzonderlijke gevallen niet altijd mogelijk. Indien de locatie aan meerdere zijden belast is, dan zal een geheel of gedeeltelijke geluidluwe gevel wellicht niet mogelijk zijn. Opgemerkt wordt dat in het geval van een aanpassing van bestaande bouw door een optopping en/of aanbouw in de planfase rekening dient te worden gehouden met de eis van een geluidluwe gevel. Indien geen sprake is van een geluidluwe gevel of indien sprake is van een gedeeltelijke geluidluwe gevel dan dienen in het belang van de gezondheid compenserende maatregelen te worden getroffen. Bij compenserende maatregelen kan worden gedacht aan: - Het opnemen van een of meer gemeenschappelijke woonkamers die aan een geluidluwe zijde is/zijn gelegen.

Deze gemeenschappelijke woonkamer(s) dienen duurzaam in stand te worden gehouden en door de bewoners van de geluidgevoelige gebouwen zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel kosteloos gebruikt te mogen worden. - Het opnemen van een of meer gemeenschappelijke buitenruimte(s) of dakterras(sen) die aan de geluidluwe zijde is/zijn gelegen. Deze gemeenschappelijke buitenruimte(s) of dakterras(sen) dienen duurzaam in stand te worden gehouden en door de bewoners van de geluidgevoelige gebouwen zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel kosteloos gebruikt te mogen worden. De totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) dient minimaal 20 m2 te bedragen. Bij meer dan 10 geluidgevoelige gebouwen (woningen/appartementen) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel, dient de totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) met 3 m2 per extra geluidgevoelig gebouw (woning/appartement) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel opgehoogd te worden. Bij meer dan 20 geluidgevoelige gebouwen (woningen/appartementen) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel dient de totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) met 4 m2 per extra geluidgevoelig gebouw (woning/appartement) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel opgehoogd te worden.

- Het toepassen van coulissen kasten, (mini)loggia’s, voorzetramen (Harbour Fensters, Silent Air, en dergelijke) vliesgevels of lamellen schermen kunnen worden toegepast om de geluidbelasting op de achterliggende te openen delen te reduceren tot de standaardwaarde. Deze compenserende maatregelen dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden.

4.6 Cumulatie In het geval dat een geluidgevoelig gebouw door meerdere geluidbronsoorten wordt belast, wordt elke bronsoort getoetst aan de afzonderlijke standaardwaarde en grenswaarde. Om te beoordelen of

de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is, dienen de afzonderlijke geluidbelastingen, indien deze boven de standaardwaarde liggen, gecumuleerd te worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Voor de beoordeling van het gecumuleerde geluid gelden geen standaard- of grenswaarden, dus geen normen. Wel moet de gemeente de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluidniveau beoordelen in relatie tot de ontwikkeling die met het voorgenomen besluit mogelijk wordt gemaakt en de omstandigheden en belangen die daarmee gemoeid zijn. Het komt zelden voor dat de gecumuleerde geluidbelasting overal binnen het plangebied hetzelfde is. Door in de planfase reeds naar de optimale indeling te kijken, geluidluwe zijde(s) te creëren of andere geluidreducerende of compenserende maatregelen toe te passen behoeft de gecumuleerde geluidbelasting in veel gevallen geen belemmering te zijn. Temeer ook omdat met bouwkundige maatregelen in de woningen een geluidbelasting van 33 dB of minder kan worden gerealiseerd.

In het uitzonderlijke geval dat de gecumuleerde geluidbelasting binnen het plangebied hoog is en door bijvoorbeeld (spui)ventilatie en of temperatuurbeheersing in geluidgevoelige ruimten niet goed mogelijk is om te voldoen aan de binnenwaarden dan dienen verdergaande (compenserende) maatregelen te worden getroffen. Op het bepalen van het gecumuleerd geluid zijn de regels uit paragraaf 3.5.1 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.38, lid 4 Bkl).

4.7 Gezamenlijk geluid Het gezamenlijk geluid op de gevel is nodig voor borgen van de binnenwaarde van het geluidgevoelig gebouw. Het gezamenlijk geluid op de gevel is de geluidbelasting van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid van de betrokken geluidbronnen wordt ongewogen bij elkaar opgeteld, zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid. Het gezamenlijk geluid op de gevel geeft geen inzicht in de geluidkwaliteit bij die gevel. Het houdt immers geen rekening met de verschillen in hinderlijkheid van het geluid van de verschillende geluidbronnen. De hinderlijkheid van het geluid is in de vorige paragraaf omschreven. Op het bepalen van het gezamenlijke geluid op de gevel zijn de regels uit paragraaf 3.5.1 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.39, lid 4 Bkl) Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw legt het bevoegd gezag de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vast. Dit staat in artikel 5.78ad Bkl respectievelijk artikel 8.0b jo. artikel 5.78ad Bkl. In combinatie met de binnenwaarde kunnen initiatiefnemer en bevoegd gezag dan bij de bouwactiviteit de benodigde geluidwering van die gevel bepalen (artikel 4.103 Bbl).

Het Bbl biedt een mogelijkheid om het gezamenlijk geluid op de gevel op een later moment opnieuw te bepalen (artikel 4.103a en 5.23a Bbl). Dat kan nodig zijn als een initiatiefnemer een aanvraag voor een bouwactiviteit indient geruime tijd na vaststelling van het gezamenlijke geluid en het geluid op de gevel van het nieuw te bouwen gebouw in de tussenliggende periode is veranderd. Bijvoorbeeld omdat de overheid geluidbeperkende maatregelen heeft getroffen aan een belangrijke geluidbron.

4.8 Zwaarwegend belang In het algemeen is sprake van een zwaarwegend economisch belang als een gewenste toelating van geluidgevoelige gebouwen aanmerkelijke economische voordelen heeft voor de maatschappij die het toestaan van grotere geluidbelasting rechtvaardigen. Bijvoorbeeld ontwikkelingen die sterk bijdragen aan de werkgelegenheid of woningbouwopgave. Of aan de economische ontwikkeling of structuur van een dorpskern. Zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen die het niveau van de maatschappelijke voorzieningen in een gebied verhogen. Of ontwikkelingen die het realiseren van sociaal beleid ondersteunen. Of die het behoud of de ontwikkeling van kwetsbare functies of delen van de fysieke leefomgeving ondersteunen. De grotere geluidbelasting mag dan maar voor een beperkt aantal gebouwen of mensen gelden. De volgende onderdelen dienen in het onderzoek aan de orde te komen. • Is het doel gerechtvaardigd? Hierbij spelen de doelen van de Omgevingswet en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties een belangrijke rol.

• Is het afwijken geschikt om het doel mee te bereiken? • Staat de afwijking in redelijke verhouding tot het doel? • Is de afwijking van de grenswaarden noodzakelijk? Met andere woorden kan het anders en is compensatie of monitoring nodig? • Is er genoeg maatschappelijk draagvlak voor de afwijking van de grenswaarden? Wel dient in dit geval minimaal één geluidluwe gevel aanwezig te zijn in combinatie met compenserende maatregelen, zoals het realiseren van één of meer gemeenschappelijke woonkamers of één of meer gemeenschappelijke buitenruimte(s) of dakterras(sen), aan de geluidluwe zijde of het toepassen van coulissen kasten, (mini)loggia’s, voorzetramen (Harbour Fensters, Silent Air, en dergelijke) vliesgevels of lamellen schermen om de geluidbelasting op de achterliggende te openen delen te reduceren tot de standaardwaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13514616/1