CConstaterende datAlmere
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling wijziging omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst (26007) NOTA ZIENSWIJZEN (publicatieversie)

Overige evenementen 31 december 2025, gemeente AlmereBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Fase 5 Nobelhorst (26007)7.741 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording Zienswijzen en Wijzigingen TAM-omgevingsplan H22A Fase 5 Nobelhorst

1

Inhoud 1 Algemeen .............................................................................................................................3 1.1 Ter inzagelegging ..................................................................................................................................... 3 1.2 Overzicht zienswijzen ............................................................................................................................... 3 1.3 Ontvankelijkheid....................................................................................................................................... 3 2 Beantwoording zienswijzen.................................................................................................. 4 2.1 Zienswijze A ............................................................................................................................................. 4 2.2 Zienswijze B ............................................................................................................................................. 8 3 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen ......................................................................... 11 4 Ambtshalve wijzigingen ...................................................................................................... 15

2

1 Algemeen

1.1 Ter inzagelegging

Het ontwerp TAM-omgevingsplan “H22A Fase 5 Nobelhorst” heeft met de daarbij behorende stukken, van 19 juni 2025 tot en met 30 juli 2025 , voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon een ieder zijn zienswijze over het ontwerp TAM wijzigingomgevingsplan naar voren brengen bij de gemeenteraad van Almere.

1.2 Overzicht zienswijzen De volgende zienswijzen zijn ontvangen:

A.

Reclamant J. Biervliet, namens: -De gemeenschappelijke Buurtschappen Nobelhorst: Noord, Midden, Zuid, de Vallei - Oudernetwerk Montessori Campus 0-18

B.

Adres Onbekend

Ontvangstdatum 28 juli 2025

Almere

21 juli 2025

1.3 Ontvankelijkheid

Het ontwerp TAM-omgevingsplan H22A Fase 5 Nobelhorst heeft van 19 juni 2025 tot en met 30 juli 2025 ter inzage gelegen. Zienswijze A is op 28 juli 2025 ontvangen. Zienswijze B is op 21 juli 2025 ontvangen. Alle zienswijzen zijn tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk.

3

2 Beantwoording zienswijzen

Algemeen Om de zienswijzen op een gestructureerde wijze van een antwoord te kunnen voorzien, zijn in dit hoofdstuk de zienswijzen per inhoudelijk argument voorzien van een cijfer. Per inhoudelijk punt wordt een antwoord gegeven. Wanneer de argumenten in verschillende zienswijzen terugkomen, maar inhoudelijk gelijk zijn, wordt een verwijzing naar een eerder antwoord gegeven.

2.1 Zienswijze A 1. De MER-beoordelingsnotitie concludeert dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten veroorzaakt en dat geen plan-MER of project-MER nodig is. Wij achten deze conclusie onzorgvuldig en voorbarig. In de beoordeling wordt namelijk geen rekening gehouden met de gecombineerde blootstelling aan luchtverontreiniging (fijnstof, NO₂) en geluidsoverlast. Dit betreft een medisch erkend, synergistisch gezondheidsrisico, met name voor kinderen en andere kwetsbare groepen. Antwoord De gecombineerde plan- en project-MER-beoordeling is bedoeld om na te gaan of er aanzienlijke milieueffecten optreden naar aanleiding van het plan. Hiervoor zijn door de EU criteria opgesteld die gebruikt zijn voor de verrichte integrale beoordeling. Die beoordeling is neergelegd in het MER-beoordelingsbesluit in samenhang met de mer-beoordelingsnotitie (bijlage 10 bij de toelichting), waaruit volgt dat na een integrale beoordeling en toetsing aan de relevante criteria uit de mer-richtlijn, naar het oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Die conclusie is gebaseerd op de uitgevoerde studies en onderzoeken (die deels ook gebruikt voor de beoordeling dat sprake is van een Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locatie (ETFAL). Zo volgt onder meer uit paragraaf 2.3 van de mer-beoordelingsnotitie.

Daaronder valt ook de toetsing aan de door indieners genoemde (gezondheids)aspecten (zoals geluid en lucht). Gelet op de verrichte mer-beoordeling is er geen verplichting tot het opstellen van een MER. De integrale beoordeling of dit plan en de beoogde functies passen in het gebied met inachtneming van de effecten op de leefomgeving, is verder uitgebreid beschreven en toegelicht in het omgevingsplan. Het aspect gezondheid is ook hierbij betrokken. Zie in dit verband paragraaf 5.16 van de toelichting, die (ook gelet op uw zienswijze) is aangevuld ten opzichte van het ontwerp-TAM-omgevingsplan. In paragraaf 5.16 van de toelichting is uitvoerig ingegaan op gezondheidsaspecten. Gemotiveerd is dat het plan voldoet aan de wettelijke grenswaarden, waaronder die voor geluid en luchtkwaliteit. De gezondheidskundige advieswaarden (hoewel geen wettelijke normen) zijn voort uitsluitend indicatief betrokken in de integrale beoordeling van de gezondheidsaspecten. In dat verband is beoordeeld dat het plan grotendeels aan de nietwettelijke advieswaarden uit het GGD-omgevingsadvies voldoet. Alleen wat betreft de door de GGD geadviseerde advieswaarden voor fijnstof (PM 2,5) en stikstofdioxide (NO2) voldoet het plan op dit moment net niet. De raad betrekt in de beoordeling dat de gemeente Almere deelnemer is van het Schone Lucht Akkoord (SLA).

Het college van B&W geeft in dat verband uitvoering aan een Plan van Aanpak om de luchtkwaliteit te verbeteren. Gelet daarop is het aannemelijk dat in de nabije toekomst ook voor fijnstof (PM 2,5) en stokstofdioxide (NO2) aan de advieswaarden van de GGD kan worden voldaan, temeer de overschrijding op dit 4

moment zeer beperkt is. Daarbij geldt dat de advieswaarden uit het GGD-omgevingsadvies niet wettelijk bindend zijn en dat de raad in de thans geringe overschrijding geen aanleiding hoeft te zien om af te zien van vaststelling van het plan.

2. De snelweg A6 – een belangrijke bron van zowel luchtverontreiniging als geluid – bevindt zich in de directe nabijheid van het plangebied. Aan de rand daarvan ligt de Montessori Campus, een groot opleidingsinstituut waar (zeer) jonge en kwetsbare kinderen van 0 tot 18 jaar dagelijks verblijven. Ondanks deze twee zwaarwegende elementen zijn de bijbehorende risicoverhogende factoren noch afzonderlijk, noch in hun onderlinge samenhang beoordeeld in de MER-notitie. De noodzakelijke accuratesse ontbreekt, en dat ondermijnt de zorgvuldigheid en juistheid van het voorgenomen besluit. Antwoord De Montessori Campus maakt geen onderdeel van het plangebied van het TAM-omgevingsplan Fase 5 Nobelhorst. De campus is onherroepelijk vergund en maakt daarmee onderdeel van de autonome situatie, waar ook de A6 deel van uitmaakt. In de verschillende onderzoeken bij het TAM-omgevingsplan is de autonome situatie vergeleken met de toekomstige situatie, na invulling van het plangebied Nobelhorst Fase 5 en is een afweging gemaakt of de situatie acceptabel is. De samenhang met de aanwezigheid van de A6 en de Montessori Campus is daarmee wel beoordeeld. Er is geen sprake van het ontbreken van accuratesse. In aanvulling hierop geldt dat de mer-beoordelingsnotitie is opgesteld aan de hand van de onderzoeken en berekeningen die ten behoeve van dit plan zijn uitgevoerd.

In de toelichting van het plan is uitgebreid ingegaan op de gezondheidsaspecten, met name geluid en de blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen. Hieruit is gebleken dat er geen relevante gezondheidsrisico’s zullen ontstaan. Met name voor geluid is een speciaal toetskader opgenomen in de regels van het plan om het aspect geluidluw te normeren, alsmede om de buitenruimte waar bewoners langere tijd kunnen vertoeven (tuinen, balkons o.o.) van een degelijk en acceptabel akoestisch klimaat te voorzien. Tevens is het een feit dat door het ‘omkleuren’ van een deel van het bedrijventerrein waar maximaal categorie 3.2 bedrijven zich zouden kunnen vestigen, eventuele industriële bronnen met veel zwaar vrachtverkeer deels vervangen worden door woningen. Kwalitatief beschouwd, wordt de hiermee gepaard gaande luchtverontreiniging en geluidsoverlast minder en is dat beter voor de leefomgeving. Daarnaast wordt luchtverontreiniging en geluidshinder vanwege de regelgeving stringent via monitoring in de gaten gehouden. In Almere wordt dit dus ook gedaan. Voor geluid van de A6 worden de zogenaamde Geluid Productie Plafonds (GPP’s) in de gaten gehouden (het maximale emissiegeluidsplafond dat de A6 mag veroorzaken).

Voor luchtkwaliteit wordt dit via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (via verkeersdata en modelberekeningen) uitgevoerd (Rijkswaterstaat voor de A6 en de gemeente voor haar gemeentelijke wegen). Daarnaast houdt de gemeente de overall luchtkwaliteit in haar gebied in de gaten via satellietdata wat verwerkt is tot grondniveau waarden. Ook deze data gaven geen extra aanleiding om extra onderzoeken uit te voeren boven op de reeds uitgevoerde onderzoeken. De Milieugezondheidsrisicokaart van de Atlas voor de leefomgeving geeft aan dat de risico’s laag zijn in dit gebied, vergeleken met bijvoorbeeld andere delen van de Randstad. 3. De conclusie van de gemeente is niet in lijn met recente ontwikkelingen in Europees en nationaal beleid. Er zijn duidelijke kaders: De EU-richtlijn Luchtkwaliteit stelt normen ter bescherming van de volksgezondheid; Het WHO-advies (2021) stelt fors lagere grenswaarden voor fijnstof en stikstofoxiden; 5

De Omgevingswet benadrukt het belang van een gezonde leefomgeving, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Gemeenten mogen – en moeten – bij dergelijke plannen strengere normen hanteren dan wettelijk vereist, juist om gezondheidsschade op de lange termijn, op de meest kwetsbaren, te voorkómen. Antwoord In Nederland is de Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn geïmplementeerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In de onderzoeken ten behoeve van het plan is beoordeeld of wordt voldaan aan de waarden uit het Bkl. In de plantoelichting is gemotiveerd dat hieraan wordt voldaan (zie paragraaf 5.6 van de toelichting). Kortom, er is geen sprake van dat gemeenten strengere normen moeten hanteren dan wettelijk vereist. Als er getoetst moet worden aan luchtkwaliteitsnormen, dan moet er getoetst worden aan de geldende normen zoals opgenomen in de nationale wetgeving. Gelet op de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak (zie de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1734) is de wijze waarop in Nederland luchtkwaliteit wordt gemeten in overeenstemming is met de (bestaande) Luchtkwaliteitsrichtlijn. Dat betekent ook dat er geen rechtstreekse werking toekomt aan de Luchtkwaliteitsrichtlijn (zie: ABRS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3910). Het klopt dat er op Europees niveau in de toekomst strengere normen gaan gelden voor luchtkwaliteit.

De Europese Raad heeft namelijk op 14 oktober 2024 een nieuwe richtlijn (2024/2881) voor luchtkwaliteit aangenomen. Dit is een samenvoeging van twee bestaande richtlijnen (2004/107/EG en 2008/50/EG) en bevat strengere normen. Eind 2026 moeten alle lidstaten, dus ook Nederland, de nationale regels in overeenstemming hebben gebracht met deze nieuwe richtlijn. Er geldt op dit moment geen wettelijke verplichting om aan de strengere normen uit de nieuwe Luchtkwaliteitsrichtlijn te toetsen. Vanuit de World Health Organisation (WHO) worden voor PM10 en PM2,5 strengere waarden geadviseerd dan de omgevingswaarden in het Bkl. De WHO hanteert voor PM10 een advieswaarde van 15 μg/m3, voor PM2,5 een advieswaarde van 5 μg/m3 en voor NO2 een advieswaarde van 10 μg/m3. Voor wat betreft PM2,5 en NO2 wordt (net) niet aan de advieswaarden voldaan. Op grond van rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak hoeft echter niet aan de WHO-advieswaarden getoetst te worden. Zie bijvoorbeeld ABRS 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1971, r.ov 164 e.v.. Wel wordt landelijk gewerkt aan het behalen van de nieuwe strengere EU luchtkwaliteitsnormen (halvering van de huidige normen, zie ook hiervoor). Het streven is vervolgens om daarna toe te werken aan de strengere WHO-waarden. Dit is ook het voornemen van de EU.

In Almere is de luchtkwaliteit gemiddeld genomen lager of rond de nieuwe strengere EU luchtkwaliteitsnormen die gaan gelden. Daarnaast is de gemeente deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord (SLA) en is door het college een Plan van Aanpak opgesteld om hier uitvoering aan te geven met de huidige beschikbare middelen die nu voorhanden zijn. Dat wordt nu uitgevoerd. Het SLA is bedoeld om niet een bepaalde norm te behalen maar om de luchtkwaliteit continu te verbeteren. In mindere mate ook met het oog op de toekomstige strengere normstelling van de EU. Daarnaast is het mogelijk om via het SLA speciale aandacht te schenken aan kwetsbare doelgroepen. Verder is de gemeente o.a. bezig met het realiseren van emissiezones voor logistiek in de centra en zijn we als gemeente binnen de MRA een van de koplopers als het gaat om het faciliteren van de e-rijders met laadinfrastructuur. De gemeente neemt derhalve het aspect luchtkwaliteit serieus. 4. Wat in deze MER-beoordeling zorgwekkend – op de grens van moraliteit - ontbreekt, is een visie op de gezondheid van toekomstige bewoners, in het bijzonder kinderen in hun ontwikkeling en mensen met pre-existente aandoeningen zoals astma, hart- of longproblemen. Het besluit is onderbouwd met aantoonbare achterhaalde normen uit het verleden, terwijl bekend is dat op zeer korte termijn strengere gezondheidsnormen zullen gelden, nationaal én Europees.

Antwoord Een visie op de gezondheid van toekomstige bewoners wordt niet gemaakt in het kader van de MERbeoordeling. De MER-beoordeling is bedoeld om na te gaan of er aanzienlijke milieueffecten optreden naar aanleiding van het plan, zie ook de beantwoording van zienswijze 1. 6

Via het ontwikkelingsplan van ‘Nobelhorst fase 5’ is voor een stedenbouwkundige opzet gekozen die bijdraagt aan een goed woon- en leefklimaat. Verschillende maatregelen in het gebied, zoals groen, fietsverbindingen, ontmoetingsplekken etc. faciliteren een gezonde levenswijze van toekomstige bewoners. 5. Hiermee wekt het besluit – en Almere - de indruk dat men bewust afstand neemt van aankomende normen – alsof volksgezondheid zich laat reguleren door een administratieve grensdatum, terwijl gezondheidseffecten juist geleidelijk en langdurig doorwerken. Uw huidige insteek ontkent impliciet dat deze bevolkingsgroepen extra bescherming nodig hebben, en baseert zich op een absoluut minimumniveau van regelgeving dat wetenschappelijk inmiddels als onvoldoende wordt beschouwd. Dit is in strijd met het voorzorgsbeginsel, en het ondermijnt het doel van de Omgevingswet: het garanderen van een gezonde fysieke leefomgeving voor mens en milieu, nu én in de toekomst. Het is moeilijk verdedigbaar - voor ons onacceptabel - dat een overheid bij de ruimtelijke inrichting geen expliciete aandacht heeft voor de toekomstige gezondheid van kwetsbare bewoners, terwijl deze wijk zich op korte afstand van een snelweg bevindt. Wij vragen ons af of eenzelfde besluit genomen zou zijn als het een geplande villawijk betrof, in plaats van sociale huurwoningen.

Antwoord Zoals hiervoor toegelicht, is getoetst aan geldende wettelijk vastgelegde normen. Er is geen sprake van bewust afstand nemen van aankomende normen. De berekeningen tonen aan dat het project niet in Betekenende Mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Dit betekent dat er geen normen zullen worden overschreden. I 6. Wij verzoeken de gemeente dringend om: • Een aanvullende beoordeling uit te voeren naar de gezondheidseffecten van cumulatieve blootstelling aan luchtverontreiniging en geluid, specifiek voor kinderen en andere gevoelige groepen. • Een (project)MER op te stellen, waarin deze effecten en scenario’s met toekomstige normen zijn meegenomen; • In de ruimtelijke onderbouwing expliciet aan te tonen hoe het plan bijdraagt aan een gezonde leefomgeving op de lange termijn; al dan niet met beschermende maatregelen zoals geluidswallen en groenvoorzieningen en dergelijke, zoals elders in Almere aan dezelfde A6; • Het voorzorgsbeginsel toe te passen als dwingend inhoudelijk en beleidsmatig afwegingskader. Antwoord Er is in voldoende mate aangetoond dat dit gebied geschikt is voor woningbouw. Het opstellen van een (project)MER is niet nodig gezien de conclusies van de mer-beoordeling in combinatie met de uitgevoerde onderzoeken in het kader van onder andere ETFAL.

In het hoofdstuk Gezondheid (paragraaf 5.16 van de toelichting) wordt ingegaan hoe het plan bijdraagt aan een gezonde leefomgeving op de lange termijn. Via de regels worden beschermde maatregelen voorgeschreven, met name ten aanzien van geluidbescherming. Het toepassen van het voorzorgsbeginsel is niet aan de orde. Tot slot Via het ontwikkelingsplan van ‘Nobelhorst fase 5’ is voor een stedenbouwkundige opzet gekozen die bijdraagt aan een goed woon- en leefklimaat. Deze stedenbouwkundige opzet is het vertrekpunt voor alle verdere planuitwerking, waaronder de voorliggende omgevingsplanwijziging. De vier tot zeslaagse appartementen houden geluid van de A6 en de J.H. van ’t Hofflaan tegen, waardoor er aan de achterliggende zijde, de geluidsluwe zijde, een goed woon- en leefklimaat ontstaat. 7

Aan de appartementen zelf worden bouwkundige maatregelen getroffen die het geluid tegenhouden. Ook het openbare leven in fase 5 (de in te richten speelterreinen, het openbaar groen, de tuinen en de dorpsstraatjes) zal zich daardoor afspelen in een geluidsluwe omgeving. Ook zal bedrijventerrein Twentsekant ontwikkeld gaan worden, gelegen tussen Nobelhorst fase 5 en de A6. De verwachting is dat hierdoor de geluidsbelasting verder zal afnemen. Ten aanzien van luchtkwaliteit is het advies van de landelijke GGD om gevoelige bestemmingen zo ver als mogelijk van drukke wegen te situeren. De GGD adviseert om gevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen en zorginstellingen op voldoende afstand van drukke wegen te situeren: • Snelweg: minimaal 150 meter • Drukke weg buiten bebouwde kom (>10.000 voertuigen/dag): minimaal 50 meter • Drukke weg binnen bebouwde kom (>10.000 voertuigen/dag): minimaal 25 meter Deze afstanden zijn richtlijnen, geen wettelijke normen, en zijn bedoeld om hooggevoelige groepen (kinderen, ouderen, zieken) te beschermen. In het te ontwikkelen gebied ligt de A6 gemiddeld op een afstand groter dan 200 meter en zijn er geen gemeentelijke wegen met meer dan 10.000 voertuigen/dag. Conclusie De zienswijze vormt geen aanleiding voor aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

2.2 Zienswijze B 1. Nobelhorst is een van de meest kinderrijke wijken van Almere waar vooral jonge kinderen wonen die, geheel in lijn met het dorpse karakter van Nobelhorst, lekker buiten spelen op straat en in de speeltuintjes. Ik heb begrepen dat beschermd wonen huisvesting inhoudt is voor mensen met (behoorlijke) psychische problemen en drugsproblemen, waarbij het zelfs zo kan zijn dat drugsgebruik door de bewoners gereguleerd wordt toegestaan vanuit de instelling. Uit diverse websites op internet, waarin beschermd wonen vanuit verschillende instanties wordt uitgelegd, begrijp ik dat er in zekere mate enige vorm van toezicht is op de bewoners die beschermd wonen, maar dat deze toezicht beperkt is en dat de bewoners toch een zekere vrijheid hebben om te gaan en te staan waar zij willen. Antwoord Onder ‘beschermd wonen’ wordt een veilige woonplek voor inwoners van Almere verstaan, die door psychische problemen (tijdelijk) hulp nodig hebben bij dagelijkse activiteiten. Er is 24 uur begeleiding aanwezig. De ene vorm van beschermd wonen is de andere niet. De ene groep zal intensievere zorg nodig hebben dan de andere. Het kan bijvoorbeeld gaan om jongeren (16-27) uit de jeugdzorg die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben.

De definitieve invulling van de gronden aangewezen voor maatschappelijke activiteiten zijn nog niet bekend. Dit heeft te maken met het feit dat er in de komende maanden nog een afweging moet worden gemaakt voor een passende invulling. Echter, eerder is toegezegd dat de zwaardere categorieën patiënten (beschermd wonen plus) niet in Nobelhorst gevestigd zullen worden. Om aan deze toezegging tegemoet te komen zijn de regels van het 8

TAM-omgevingsplan aangepast. De begripsbepaling ‘woonzorgvoorzieningen’ is aan het plan toegevoegd, evenals de begripsbepaling ‘beschermd wonen’. In de regels voor ‘Maatschappelijk II’ is de bepaling opgenomen dat een vergunning voor beschermd wonen slechts wordt verleend, wanneer bewoners van een beschermd wonen voorziening een milde zorgproblematiek hebben die beheersbaar en begeleidbaar blijft (voor de exacte inhoud van de regeling wordt verwezen naar de Nota van wijzigingen). 2. U begrijpt dat ik mij als moeder van 2 jonge kinderen zorgen maak over uw plannen voor de beschermd wonen locatie in Nobelhorst. Ik voel mij er niet gerust op mijn kinderen buiten te laten spelen als een paar honderd meter verderop een woonlocatie is voor mensen met psychische problemen en verslavingsproblemen. Antwoord Naar aanleiding van uw zienswijze en uw zorgen over veiligheid zijn de regels van het TAM-plan aangepast. Zie ook de beantwoording onder 1. 3. Mensen die psychisch in de war zijn en/of onder invloed zijn van verslavende middelen kun je toch niet midden in een woonwijk en in de buurt van een basisschool plaatsen? Ik zie niet in waarom dit hier moet komen in zo'n drukke wijk. Antwoord Wij snappen de zorgen. Beschermd wonen plus is zodoende in het plan uitgesloten. Anderzijds is het belangrijk om woon-zorg voorzieningen mogelijk te maken.

De locatie lijkt ons naast dat dat het vlak bij een bestaande ov-halte is, een geschikte locatie voor een soortgelijke voorziening. De bewoners zijn mensen die meedoen in de maatschappij en behoefte hebben aan zowel aan een bereikbare omgeving met voorzieningen in de directe buurt als een zo mogelijke prikkelarme omgeving. 4. In Oosterwold heb je nog hele plekken, zeker aan de achterkant van Oosterwold, die niet zo drukbevolkt zijn met gezinnen met jonge kinderen. Een rustige groene omgeving met minder prikkels lijkt mij ook voor de bewoners van het beschermd wonen project veel fijner. Wellicht valt dit te combineren met de huidige plannen die er al zijn voor een soortgelijke locatie in Oosterwold? Antwoord We willen nogmaals benadrukken dat het TAM-imro wijzigingsplan beschermd woon voorzieningen mogelijk maakt, maar beschermd wonen plus wordt uitgesloten. De definitieve invulling nog moet plaatsvinden. Het plan is flexibel ingestoken en kan het zomaar zijn dat bijvoorbeeld alleen een woonzorgvoorziening er landt en geen beschermd wonen. Er wordt rekening gehouden met de draagkracht van de buurt. 5. Om u een inzicht te geven waar mijn zorgen op gebaseerd zijn: ik werk in Almere Stad (bij het Busplein) en ervaar regelmatig overlast van de mensen met psychische en/of verslavingsproblemen die zich ophouden in de omgeving van het Leger des Heils.

Regelmatig liggen mensen die onder invloed zijn met elkaar of hun omgeving op het Busplein overhoop. Dreigende en onveilige situaties tot gevolg. Dit soort situaties moet je toch niet hebben midden in een kinderrijke woonwijk? Antwoord Zie de antwoorden onder 1, 2, 3 en 4. De beoogde voorziening voor de door u genoemde overlast gevende doelgroep die zich ophoudt op het Busplein zal niet in het plan mogelijk gemaakt worden. 6. Ik verzoek U, gemeenteraad, om nog eens goed te overwegen of een locatie voor beschermd of 9

beschut wonen wel past in een kinderrijke wijk als Nobelhorst. Want ik, en veel van mijn buurtgenoten met mij, houden mijn hart vast als deze locatie er wel komt. Antwoord Naar aanleiding van uw zienswijze zijn de planregels aangepast. Bij het bepalen van de hoeveelheid voorzieningen en de aard van de voorzieningen zal er zal rekening worden gehouden met de draagkracht van de buurt. Conclusie De zienswijze vormt wel aanleiding voor aanpassing van het TAM-omgevingsplan. De planregels zijn aangepast. Beschermd wonen plus wordt niet mogelijk gemaakt. Zie voor meer informatie over de wijzigingen in hoofdstuk 3 “Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen”.

10

3 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

De volgende wijzingen zijn gedaan naar aanleiding van zienwijze B. In het onderstaande overzicht van de wijzigingen in de regels zijn de artikelnummers van het vastgestelde Tam-omgevingsplan genoemd (na eventuele vernummering): Regels: Artikel 2.8 beschermd wonen

Artikel 2.48 Woonzorgvoorziening

Aanpassingen: Er is een nieuw artikel 2.8 beschermd wonen toegevoegd, luidende: “Een woonzorgvoorziening voor bewoners (cliënten) die, doorgaans tijdelijk, beperkt zelfredzaam zijn als gevolg van psychiatrische en/of psychosociale problematiek, waarbij 24 uur per dag hulp, begeleiding en toezicht wordt geboden’’ Er is een nieuw artikel 2.48 woonzorgvoorzieningen toegevoegd, luidende: “Bebouwing bestaande uit zorggerelateerde woningen in combinatie met maatschappelijke voorzieningen en ondersteunende woonzorgfuncties, in hoofdzaak ten behoeve van de bewoners van de woningen zoals voorzieningen en functies in het kader van de gezondheidszorg, kleinschalige detailhandel, publiekverzorgend ambacht en dienstverlening, niet zijnde beschermd wonen.

Artikel 8.1 Toegestane activiteit

8.1 toegestane activiteiten is aangepast en komt te luiden “Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - activiteit maatschappelijk II' zijn activiteiten toegestaan met betrekking tot beheer en gebruik van woonzorgvoorzieningen.

Artikel 8.2 specifieke beoordelingsregels

Nieuw lid toegevoegd aan artikel 8, luidende: Artikel 8.2 specifieke beoordelingsregels

Artikel 8.2.1 vergunningplicht beschermd wonen

Nieuw sublid toegevoegd, luidende: “8.2.1 vergunningplicht beschermd wonen

11

Met omgevingsvergunning is ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone- activiteit maatschappelijk II’ beschermd wonen toegestaan.”

Artikel 8.2.2 Beoordelingsregels beschermd wonen

Nieuw sublid toegevoegd, luidende: “8.2.2 Beoordelingsregels beschermd wonen

Artikel 8.2.3 Vergunningvoorschriften

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.2.1 wordt slechts verleend als: a. naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders de beoogde bewoners een milde zorgvraag hebben, waarbij de hulpvraag weliswaar tijdelijk kan toenemen, maar die door de aanwezigheid van permanent 24-uurs toezicht beheersbaar en begeleidbaar blijft, zodat aanvullende risicobeheersings- of veiligheidsmaatregelen niet noodzakelijk zijn; b. de zorgverlening binnen de voorziening is gericht op stabilisatie en herstel van cliënten, waarbij wordt ingezet op activering en dagbesteding die plaatsvindt op de locatie zelf of, indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders passend, in de directe omgeving; c. de voorziening uitsluitend is bestemd voor cliënten die, gelet op hun vaardigheden en gedrag, in staat zijn om, met behulp van het permanente toezicht, te wonen en te functioneren in een gezinsrijke stedelijke woonomgeving, met de daarbij behorende sociale en fysieke prikkels en; d. de bewoners van de voorziening beschikken over een geldige indicatie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Wet langdurige zorg (Wlz), passend bij de aard en intensiteit van de geboden begeleiding en/of zorg.” Nieuw sublid toegevoegd, luidende: “8.2.3 Vergunningvoorschriften

12

1. Aan een omgevingsvergunning kunnen de voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van een onaanvaardbare aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van de gronden zelf en van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de sociale veiligheid; en c. het woon- en leefklimaat. 2. Aan een omgevingsvergunning worden in elk geval voorschriften verbonden over: a. positionering en omvang van de beschermd wonen voorziening; b. het aantal zorgplekken dat maximaal in de beschermd wonen voorziening aanwezig mag zijn.” Artikel 8.2.4 Aanvraagvereisten vergunning omgevingsplanactiviteit beschermd wonen

Nieuw sublid toegevoegd, luidende: “8.2.4 Aanvraagvereisten vergunning omgevingsplanactiviteit beschermd wonen

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. gegevens over de locatie, aard en omvang van de beschermd wonen voorziening; b. tekeningen op schaal van de locatie van het beoogde beschermd wonen voorziening en van de omvang en inrichting ervan; c. inzicht in het aantal woonzorgplekken.”

Verbeelding:

De zienswijzen hebben niet geleid tot wijzigingen in de verbeelding

13

Motivering: Paragraaf 3.3.4 Hoofdstuk 3 activiteiten

Artikel 8 Maatschappelijk II

Deze paragraaf is aangepast naar aanleiding van aanpassingen in de regels.

De tekst onder deze kop is aangepast en komt te luiden: Lid 1 Met het bepaalde onder lid 1 worden de activiteiten betrekking tot aanleg, gebruik en instandhouding van woonzorgvoorzieningen mogelijk gemaakt. Lid 2 Het tweede lid bepaald dat activiteiten met betrekking tot aanleg, gebruik en instandhouding van beschermd wonen voorzieningen enkel met een omgevingsvergunning mogelijk zijn. Sublid 8.2.2 Dit sublid geeft de beoordelingsregels voor de vergunningaanvraag als bedoeld in sublid 8.2.1. Met dit sublid wordt beoogd te waarborgen dat bij de toepassing van de beoordelingsregels, na oordeel van het college, slechts medewerking wordt verleend aan activiteiten die geen onevenredige hinder veroorzaken en die passend zijn binnen een gezinsrijke stedelijke woonomgeving, met de daarbij behorende sociale en fysieke prikkels. De beoordelingsregels geven het college de mogelijkheid om de mate van overlast en de ruimtelijke impact op de omgeving te beoordelen en zo te waarborgen dat de belangen van omwonenden op evenwichtige wijze worden meegewogen. Sublid 8.2.3 Dit sublid bepaald dat aan een omgevingsvergunning voorschriften kunnen worden verbonden. Het eerste lid geeft het college van burgemeester en wethouders beoordelingsruimte om voorschriften te stellen ter voorkoming van een onaanvaardbare aantasting van gebruiksmogelijkheden, sociale veiligheid en woon-en leefklimaat.

Het tweede lid schrijft voor dat in elk geval voorschriften worden opgenomen over de positionering, omvang en het maximaal aantal zorgplekken. Hiermee wordt een zorgvuldige ruimtelijke inpassing en beperking van overlast gewaarborgd. Sublid 8.2.4 14

Dit sublid geeft de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste sublid.

4 Ambtshalve wijzigingen

Ambtshalve wijzigingen zijn wijzigingen in het vastgestelde Tam-omgevingsplan (ten opzichte van het ontwerp Tam-omgevingsplan) die niet naar aanleiding van zienswijzen, maar ambtshalve worden doorgevoerd. Deze aanpassingen zijn nodig ter verhoging van de juridische kwaliteit van het Tamomgevingsplan of zijn het gevolg van gewijzigde inzichten, beleid of regelgeving. In het onderstaande overzicht van de wijzigingen in de regels zijn de artikelnummers van het vastgestelde Tam-omgevingsplan genoemd (na eventuele vernummering). Regels: Artikel: Artikel 1.1 Verhouding ruimtelijke regels omgevingspla n tijdelijk deel Artikel 2 begrippen

Artikel 2.14 buurtkamer Artikel 9 Maatschappel ijk III Artikel 9.1 Toegestane activiteiten

Artikel 9.2 Specifieke regels

Aanpassingen: Artikel 1.1 is aangepast en luidt: “De besluiten in afdeling 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid.”

Artikel 2 is aangepast en luidt: “ 1. Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn overeenkomstig van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in het tweede lid daarvan is afgeweken. 2. Voor de toepassing van hoofdstuk 22b gelden de volgende aanvullende begripsbepalingen:’’ Er is een nieuw artikel 2.14 “buurtkamer” toegevoegd, luidende: een voorziening voor de buurt gericht op het houden van niet commerciële activiteiten. Nieuw artikel 9 “Maatschappelijk III” toegevoegd

Lid aan artikel 9 toegevoegd, luidende: “9.1 Toegestane activiteiten Op de voor 'overige-zone – activiteit Maatschappelijk III' aangewezen gronden zijn de volgende activiteiten toegestaan, voor zover deze verband houden met het beheer en gebruik van de daarbij behorende voorzieningen: a. een buurtkamer.” Lid aan artikel 9 toegevoegd, luidende: “9.2 Specifieke regels a. Een buurtkamer als bedoeld in artikel 9.1 is uitsluitend toegestaan in de plint van gebouwen; 15

Artikel 14 Maatschappel ijk I, II en III Artikel 14.1

b. Een buurtkamer als bedoeld in artikel 9.1 is uitsluitend toegestaan voor zover de activiteit zodanig weinig milieubelastend is dat deze inpandig grenzend aan milieugevoelige functies kan worden gerealiseerd.” Artikel 14 is aangepast en komt te luiden: ´Artikel 14 Maatschappelijk I, II en III` 14.1 is aangepast en komt te luiden: “Bouwregels a. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel maatschappelijk I', 'overige zone - bouwregel maatschappelijk II' en 'overige zone - bouwregel maatschappelijk III geldt dat maatschappelijke-, onderwijs- en zorgvoorzieningen worden gebouwd. b. de volgende bouwregels gelden voor voorzieningen als bedoeld onder a:

Artikel 15 verblijfsgebie d

Verbeelding: Gebiedsaand uiding overige zone – activiteit maatschappe lijk III Gebiedsaand uiding “Overige zone –

Gebiedsaanduiding 'overige zone - activiteit maatschappelijk I'

Omvang Maximaal 4.800 m2 bvo

'overige zone - activiteit maatschappelijk II'

Maximaal 2.700 m2 bvo

'overige zone - activiteit maatschappelijk III'

Maximaal 500 m2 bvo

Maximale bouwhoogte 16 meter, waarbij geldt dat 35% van deze gebouwen een hogere bouwhoogte met een maximum van 20 meter. 16 meter, waarbij geldt dat 35% van deze gebouwen een hogere bouwhoogte met een maximum van 20 meter. Niet van toepassing

Artikel 15 is aangepast en luidt:” a. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel verblijfsgebied' geldt dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de activiteit verblijfsgebied worden gebouwd. b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:”

Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding “overige zone- activiteit maatschappelijk III” toegevoegd.

Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding “Overige zone – bouwregel Maatschappelijk III” toegevoegd.

16

bouwregel Maatschappel ijk III” Correctie van verbeelding aan oostzijde. Het plangebied is gecorrigeerd tot aan de zijgrens van bouwveld 29.

Motivering: Figuur 1.2 Paragraaf 3.3.4 Hoofdstuk 3 activiteiten

Figuur 1.2 is aangepast n.a.v. aandachtspunten Rijkswaterstaat Deze paragraaf is aangepast naar aanleiding van aanpassingen in de regels.

Tabel 4.1 beleidskader

Onder provinciaal beleid is het beleidsstuk “Visie werklocaties 2015” toegevoegd.

Paragraaf 5.1.1 Parkeeropgav e

Paragraaf 5.1.1 onder “conclusie” is aangevuld met het volgende:

Paragraaf 5.2 Bedrijven en milieuzonerin g

Paragraaf 5.2 onder “beoordeling” is aangevuld met het volgende:

Paragraaf 5.5 Ecologie

“De buurtkamer betreft een voorziening voor de buurt gericht op het houden van niet commerciële activiteiten. Het heeft een lokaal verzorgingsgebied. Het is niet aannemelijk dat daarmee een aanvullende parkeervraag ontstaat.”

“Ten aanzien van functiemenging in gebouwen is uitsluitend categorie A toegestaan in combinatie met geluidgevoelige (en trilling gevoelige) functies. Categorie B is uitsluitend toegestaan in combinatie met geluidgevoelige/ trillingsgevoelige functies, wanneer deze bouwkundig gescheiden zijn.” Paragraaf 5.5 onder “Natura 2000-gebieden” is aangevuld met het volgende: “Aanvullend is een herberekening gemaakt met Aerius versie 2025. Deze herberekening is eveneens opgenomen als bijlage bij deze motivering (bijlage 7).”

Paragraaf 5.5 onder de conclusie bij “Natura 2000-gebieden” is aangevuld met het volgende: “Bij de uitgevoerde herberekening met AERIUS 2025 zijn de resultaten onveranderd. Voor zowel het maatgevend jaar als de gebruiksfase worden geen toenames verwacht van de stikstofdepositie. Ook de conclusie uit het additionaliteitsvereiste verandert niet. Uitgesloten is dan ook dat de natuurlijke kenmerken van deze Natura 2000-gebieden 17

door het plan worden aangetast. Het plan kan in overeenstemming met het gebiedsbeschermingsrecht (artikel 10.24 lid 1 Bkl) worden vastgesteld.”

Paragraaf 5.6 Luchtkwalitei t

Paragraaf 5.6 onder “aandachtsgebieden” is aangepast en komt te luiden: Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51, lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. In enkele situaties moet de luchtkwaliteit altijd worden beoordeeld:

•

Bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;

•

Bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter of als een tunnel gewijzigd wordt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt;

•

Bij de aanleg van een autoweg of autosnelweg.

De gemeente Almere en het plangebied liggen niet binnen een aandachtsgebied.

De Rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (o.a. art. 2.4 & 2.5 Bkl) De belangrijkste omgevingswaarden zijn hieronder opgesomd: Grenswaarden

Stof

Toetsing van

Fijn stof PM10

jaargemiddelde

40

Fijn stof PM2,5

jaargemiddelde

25

Stikstofdioxide NO2

jaargemiddelde

40

Wm

3

[µg/m ]

Beoordeling huidige situatie omliggende wegen De luchtkwaliteit vindt landelijk plaats via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Deze monitoringstool wordt jaarlijks herzien. De resultaten van het afgelopen jaar zijn voor Almere te zien via het CIMLK. Via het CIMLK wordt berekend wat de omgevingswaarden zijn (NO2 en Fijn stof):

18

Uit bovenstaande gegevens blijkt dat het plangebied voldoet aan de Rijksomgevingswaarden.

19

Paragraaf 5.15 gezondheid

Paragraaf 5.15 is aangepast en komt te luiden: “Kader Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort (art. 1.3) en wordt vereist dat bij de een evenwichtige toedeling van functies rekening gehouden dient te worden met het beschermen van de gezondheid (art. 2.4 lid 4).

Omdat de Omgevingswet het begrip gezondheid niet inkadert, kan het veel verschillende

onderwerpen

raken.

Zo

zijn

milieunormen

vastgelegd

om

de

volksgezondheid te beschermen (zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit), maar kunnen overheden ook eigen gezondheidsambities uitwerken en vastleggen.

De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet

kunnen

overheden

eigen

gezondheidsambities

vastleggen

en

uitwerken.

De GGD geeft een praktische invulling aan dit kader door middel van verschillende kernwaarden met bijbehorende gezondheidsadviezen. De GGD heeft de volgende kernwaarden opgesteld:

•

rookvrije omgeving;

•

aantrekkelijke plekken;

•

gezond gewicht;

•

wonen en druk verkeer;

•

voorzieningen dichtbij;

•

actief vervoer;

•

fiets- en ov-verbindingen;

•

gezond binnenklimaat;

•

prettig wonen;

•

geschikte woningen.

Verder stelt de GGD dat het voldoen aan de wettelijke normen niet automatisch betekent

dat

er

geen

gezondheidseffecten

kunnen

optreden.

In

het

GGD

omgevingsadvies zijn daarom gezondheidskundige advieswaarden opgenomen. De GGD heeft gezondheidskundige advieswaarden voor de thema's luchtkwaliteit, geur, geluid, bodem, elektromagnetische velden (straling), veehouderijen en akkerbouw.

20

Om af te kunnen wegen of het plan voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zorgt in het kader van het thema gezondheid, heeft Antea Group het begrip gezondheid uiteengezet in verschillende aspecten (zie onderstaand figuur).

Figuur 5.19 Gezondheid in het kader van ruimtelijke plannen

Een gezonde leefomgeving wordt beïnvloed door zowel fysieke als sociale factoren, die

onderverdeeld

kunnen

worden

in

gezondheidsbescherming

(blauw

in

bovenstaande figuur) en gezondheidsbevordering (paars in bovenstaande figuur). Voor de aspecten die vallen binnen gezondheidsbescherming zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd die in de voorgaande paragrafen zijn getoetst (o.a. bodem, lucht en geluid).

In het GGD omgevingsadvies wordt echter aangegeven dat het voldoen aan de wettelijke grenswaarden niet automatisch betekent dat er geen gezondheidseffecten kunnen optreden. In de wettelijke grenswaarden zijn namelijk ook andere factoren dan enkel gezondheid afgewogen, zoals bijvoorbeeld economische en technische haalbaarheid. In het GGD omgevingsadvies zijn daarom voor een aantal aspecten 'gezondheidskundige advieswaarden' opgenomen, waar enkel gezondheidsaspecten aan ten grondslag liggen. Daarnaast zijn in het GGD omgevingsadvies ook meer kwalitatieve adviezen opgenomen voor een gezonde leefomgeving. Hiervoor wordt ook verwezen naar de 'Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving' van GGD-GHOR Nederland.

Deze adviezen (en advieswaarden) van de GGD zijn bedoeld als inspiratie ter bevordering van een gezonde leefomgeving en in de beoordeling van het voornemen zal op deze manier met de adviezen worden omgegaan. De advieswaarden zijn niet

21

bedoeld voor toetsing van vergunningaanvragen. Een dergelijke toetsing heeft in de voorgaande paragrafen plaatsgevonden aan de hand van de wettelijke grenswaarden voor onder meer bodem, geluid, lucht en water.

Beoordeling Gezondheidsbescherming geluid, lucht, bodem en water Voor de aspecten geluid (paragraaf 5.4), luchtkwaliteit (paragraaf 5.6), bodem (paragraaf 5.7) en water (paragraaf 5.12) wordt voldaan aan de geldende regels en normen (wettelijke grenswaarden).

Gezondheidskundige advieswaarden De gezondheidskundige advieswaarden (hoewel geen wettelijke normen) worden hierna door ons uitsluitend indicatief betrokken in de integrale beoordeling van de gezondheidsaspecten. Voor beoordeling aan de gezondheidskundige advieswaarden van de GGD wordt verwezen naar onderstaande tabel:

Onderwerp

Gezondheidskundige

Beoordeling

advieswaarden Luchtkwaliteit en

De

concentratie

fijnstof

geur

PM10 ligt onder de 15 µg/m3

Ja, de concentratie fijnstof PM10

ligt

µg/m3,

en bedraagt ca. 14

µg/m3

onder

(zie

de

15

hiervoor

paragraaf 5.6). De

concentratie

fijnstof

PM2,5 ligt onder de 5 µg/m3

Nee, de concentratie fijnstof PM2,5 ligt net boven de µg/m3

5

en bedraagt ca. 7

µg/m3

(zie

hiervoor

paragraaf 5.6). De

concentratie

Nee,

stikstofdioxide

(NO2)

stikstofdioxide

ligt

onder de 10 µg/m3

de

concentratie (NO2)

bedraagt ca. 10 µg/m3 en varieert van <10 µg/m3 tot ca. 12 µg/m3 (zie hiervoor paragraaf 5.6).

Afstand houden tot de weg is

Het plan voldoet aan de

het

advies.

minimale

Hanteer hierbij de volgende

opzichte

minimale afstanden:

grote

•

belangrijkste

Snelweg:

ten

afstanden van

wegen.

ten

drukke

en

In

te

het

minste

ontwikkelen gebied ligt de

150 meter (bij voorkeur

A6 gemiddeld op een afstand

300 meter).

groter dan 200 meter en zijn

22

• •

Provinciale

weg:

ten

er geen provinciale wegen of

minste 50 meter.

gemeentelijke

Drukke binnenstedelijke

meer

weg

voertuigen/dag.

(>10.000

wegen

dan

met

10.000

mvt/etm): ten minste 25 meter (bij voorkeur 50 meter). Er

liggen

geen

gevoelige binnen

(nieuwe)

De

aanwezigheid

van

bestemmingen

veehouderijen speelt geen

endotoxine

rol in dit plan. Er zijn geen

de

richtafstand

van

veehouderijen

aanwezig

veehouderijen.

De

nabij het plangebied.

richtafstand is de afstand waar

de

concentratie

endotoxine

30

eu/m3 bedraagt Er

gelden

verschillende

De

aanwezigheid

van

advieswaarden ten aanzien

veehouderijen

van geur voor veehouderijen

geurhinderlijke bedrijvigheid

en

speelt geen rol in dit plan. Er

geurhinderlijke

of

bedrijvigheid

zijn geen veehouderijen of

(voorgrondgeurbelasting en

geurhinderlijke

achtergrondgeurbelasting).

aanwezig

nabij

het

plangebied

met

een

bedrijven

voorgrond-

of

achtergrondgeurbelasting. Geluid

Zorg voor tenminste één

Of er één stille zijde op

stille zijde op geluidbelaste

geluidbelaste

locaties en borg dit in lokaal

aanwezig is en een lager

beleid.

geluidniveau

•

Een stille zijde heeft een

nachtelijke uren kan op dit

geluidbelasting

van

moment nog niet beoordeeld

minder dan 50 dB Lden

worden. Dit is onderdeel van

(afkomstig van verkeer,

de

industrie en spoorweg).

geluidbeleid van Almere is

De slaapkamers moeten

onderdeel van de regels van

zo

het

•

veel

mogelijk

aan

locaties

in

planuitwerking.

bestemmingsplan aan

de

Het

en

deze geluidsluwe zijde

gekoppeld

zijn gesitueerd.

voorwaardelijke

Het geluidsniveau op de

verplichting.

gevel is in de nachtelijke

primair geborgd dat het in

uren lager 40dB Lnight.

gebruik

Daarmee

nemen

een

is

van

23

geluidgevoelige

gebouwen

alleen is toegestaan indien wordt

voldaan

aan

standaardwaarde

de

conform

art. 5.78t Bkl. Het afwijken van deze standaardwaarde en daarmee het verkrijgen van

een

omgevingsvergunning,

kan

alleen als wordt voldaan aan paragraaf

5.1.4.2a.5

Bkl,

alsmede

de

eisen

zoals

in

de

opgenomen geluidregeling

welke

onderdeel uitmaken van de planregels. Het geluidsniveau binnen is

Of het geluidsniveau binnen

maximaal 33dB Lden

maximaal

33

dB

Lden

bedraagt kan op dit moment nog niet beoordeeld worden. Dit

is

onderdeel

van

de

planuitwerking. Het geluidsniveau afkomstig

Geluidhinder

van vliegverkeer bedraagt

vliegverkeer is niet aan de

op de gevel maximaal 45dB

orde. Het plangebied ligt niet

Lden en 40dB Lnight. Besef

onder

dat bij deze waarden nog

aanvliegroutes

10% ernstige hinder en 11%

luchtvaart.

ernstige

van

of

nabij voor

de

slaapverstoring

ervaar Het geluidsniveau afkomstig

Geluidhinder

van windmolens bedraagt,

windmolens is niet aan de

volgens de WHO, op

de

orde. Het plangebied ligt niet

gevel maximaal 45dB Lden

in of nabij een gebied met

gemiddeld over een jaar. Let

windmolens of waar deze in

daarnaast op slagschaduw,

de toekomst voorzien zijn.

hiervoor

is

van

geen

gezondheidskundige advieswaarde vastgesteld. De

overheid

heeft een norm gesteld van gemiddeld maximaal

20

24

minuten

slagschaduw

per

dag voor niet meer dan 17 dagen per jaar Elektromagnetisc

Woningen,

h

kinderdagverblijven liggen

voor

niet binnen de zone van 0.4

elektriciteitsvoorzieningen”

µT

door

(straling)

velden

scholen

en

jaargemiddeld van

hoogspanningslijnen

en –

Uit de brief “Voorzorgbeleid magneetvelden

het

bij

ministerie

Economische

van

Zaken

en

kabels, transformatorhuisjes

Klimaat (21 april 2023) is

en dergelijke.

opgenomen

dat

door

de

minister voor Klimaat en Energie (KE) en de minister voor

Volkshuisvesting

en

Ruimtelijke Ordening (VRO), in

afstemming

met

de

staatssecretaris

van

Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), besloten is om voor

andere

netcomponenten

dan

bovengrondse hoogspanningslijnen

geen

afstanden ten opzichte van gevoelige bestemmingen te adviseren. Dat betekent dat er

ook

geen

magneetveldzone bij deze netcomponenten

bepaald

wordt. Zowel uit de evaluatie als

uit

overleg

met

gemeenten

en

netbeheerders

komt

naar

voren dat het werken met een

magneetveldzone

stations,

kabels

bij

en/of

transformatorhuisjes

tot

problemen

de

in

uitvoeringspraktijk leidt en tot een forse claim op de ruimte,

die

niet

in

tot

de

verhouding

staat

mogelijke

risico’s

van

25

magneetvelden.

Uit

onderzoek is niet gebleken dat er een verhoging van het aantal

gevallen

van

leukemie

voorkomt

bij

andere

netcomponenten

(dan hoogspanningskabels).

Akkerbouw

Het advies is een zo groot

Er

mogelijke afstand aan te

akkerbouwgebieden

houden tussen de velden

nabijheid of grenzend aan

waar

het plangebied. Invloed van

gewasbeschermingsmiddele

gewasbeschermingsmiddele

n

n is daarmee uit te sluiten.

worden

gebruikt

gevoelige

en

zijn

geen in

de

bestemmingen.

Het advies is minimaal een spuitzone van 50 meter aan te houden. Bodem

Voor lood geldt dat dit met

Uit het vooronderzoek dat is

name

voor

gedaan ten behoeve van dit

kleine kinderen (tot circa 7

plan is gebleken dat er geen

jaar).

te

verdenking

een

aanwezigheid

schadelijk

Het

is

advies

streven

naar

is

gezondheidskundig bodemkwaliteit.

Door

GGD

zijn

op van

de een

bodemverontreiniging.

voldoende de

is

hier

afhankelijk van het gebruik advieswaarden

voor

opgesteld.

Milieugezondheidsrisico’s Via de Atlas voor de Leefomgeving zijn de milieugezondheidsrisico’s (MGR’s) inzichtelijk. Op de kaart staat de geschatte, opeengestapelde invloed van geluid en luchtkwaliteit op de gezondheid. Het milieugezondheidsrisico (MGR) geeft in procenten

aan

hoeveel

van

de

totale

ziektelast

door

omgevingsgeluid

en

luchtvervuiling komt. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakte deze kaart voor de Planmonitor NOVI van het Planbureau voor de Leefomgeving (2023). Er zijn gegevens gebruikt voor fijnstof (2020), stikstofdioxide (2020) en geluid van weg- en treinverkeer (2019-2021). Ook geluid van vliegverkeer (2016) en geluid van industrie (2008) is meegenomen.

26

Het MGR in het plangebied ligt op ongeveer 4,5%. Toekomstige bewoners van het plangebied hebben hiermee een relatief laag risico om ziek te worden door milieufactoren.

Gezondheidsbevordering In een gezonde leefomgeving is niet alleen sprake van gezondheidsbescherming, maar ook van gezondheidsbevordering. Dit betekent dat de omgeving uitnodigt tot gezond gedrag met invloed op zowel de fysieke als de mentale gezondheid. De volgende aspecten dragen bij aan onder andere ontspanning, beweging en ontmoeting.

Groen en water in de leefomgeving hebben een positief effect op de gezondheid, zowel fysiek als mentaal en zowel direct als indirect (bijvoorbeeld door klimaatadaptatie). De projectlocatie is in ontwikkeling een groene omgeving, met een hoog percentage groen, water en bomen.

De te ontwikkelen woningen worden omringd door groenvoorzieningen. In de rest van de nabije omgeving is daarnaast ook veel natuur te vinden. In de omgeving van de ontwikkeling bevinden zich namelijk verschillende natuurgebieden behorende tot het NatuurNetwerk

Nederland

(EHS).

De

omgevingsaspecten

bevorderen

de

luchtkwaliteit, verminderen stress en bevorderen de algehele welzijn door de mogelijkheid te bieden voor ontspanning en recreatie. Groenruimtes in het plangebied stimuleren sociale interactie en fysieke activiteit, wat bijdraagt aan een gezondere levensstijl en versterkt het gevoel van verbondenheid met de omgeving. Door deze voordelen dragen groenvoorzieningen bij aan een hogere levenskwaliteit en een duurzamer milieu.

27

In het plangebied zijn daarnaast fietsen en wandelen belangrijk, met een nadruk op het afstemmen op de bestaande hoofdfietsstructuur. Er zijn diverse routes voor fietsers, waaronder vrij liggende fietspaden voor snelle verplaatsingen. Belangrijke noord-zuid en oost-west fietspaden worden rood gemarkeerd, met een geplande fietstunnel onder de J.H. van 't Hofflaan voor een veilige kruising. Naast deze hoofdstructuur zijn er extra vrij liggende fietspaden en informele routes door buurtstraatjes. Ook zijn er diverse sport- en speelmogelijkheden voor zowel kinderen als adolescenten aanwezig in de beoogde ontwikkeling. Ten behoeve van de gezondheidsbevordering zijn binnen het plangebied plannen voor ontmoetingsplekken binnen de openbare ruimte. Daarnaast is er een focus op het leven buiten en mét elkaar, wat zorgt voor een sterke sociale cohesie binnen de wijk.

Conclusie Gezondheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Het plan voldoet aan de geldende regels en normen voor geluid, lucht, bodem en water. Daarnaast voldoet het plan grotendeels ook aan de niet-wettelijke advieswaarden uit het GGDomgevingsadvies.

Alleen

aan

de

advieswaarden

voor

fijnstof

(PM

2,5)

en

stikstofdioxide (NO2) voldoet het plan op dit moment net niet. De gemeente Almere

is deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Door het college is een Plan van Aanpak opgesteld om hier uitvoering aan te geven met de huidige beschikbare middelen die nu voorhanden zijn. Dat wordt nu uitgevoerd. Het SLA is bedoeld om de luchtkwaliteit continu te verbeteren. Van daaruit is het aannemelijk dat in de nabije toekomst ook voor fijnstof PM 2,5 en stokstofdioxide (NO2) aan de advieswaarden van de GGD kan worden voldaan, temeer de overschrijding op dit moment zeer beperkt is. Paragraaf 5.16 Merbeoordeling

Bijlage 10

Uit de paragraaf is de volgende alinea geschrapt: “Op basis van alle informatie uit deze notitie neemt het bevoegd gezag (de raad van de gemeente Almere) na de te verrichten integrale beoordeling aan de relevante selectiecriteria een gecombineerd plan- en project- m.e.r.-beoordelingsbesluit. In dat besluit wordt besloten of inderdaad een volledige project- en/of plan-m.e.r.-procedure, gelet op hetgeen is opgenomen in bijlage 10, niet nodig is. Het besluit wordt gepubliceerd en het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling met de bijbehorende motivering op in voorliggend omgevingsplan.” Bijlage 10 is vervangen door een aangepast gecombineerde mer-beoordelingsnotitie

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16421615/2