Kadernota verbonden partijen Almere 2025 (26004) KADERNOTA
Tekst van het document
Gemeente Almere 10 december 2025
Kadernota verbonden partijen Almere 2025
Inhoud 1
INLEIDING ................................................................................................................................................ 5
2
DEFINITIE VERBONDEN PARTIJEN ........................................................................................................ 6
3
KADERS VERBONDEN PARTIJEN ........................................................................................................... 8 3.1 3.2 3.3
Aangaan van een verbonden partij ............................................................................................ 8 Uitvoering en beheer van een verbonden partij ..................................................................... 11 Evaluatie en heroverweging van een verbonden partij .......................................................... 12
BIJLAGE 1: WETTELIJK KADER VOOR VERBONDEN PARTIJEN ....................................................................... 14 BIJLAGE 2: AANGENOMEN MOTIES VERBONDEN PARTIJEN .......................................................................... 16
pag.4 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
1 Inleiding De gemeente Almere voert veel verschillende taken uit. Denk aan het uitgeven van paspoorten, het bieden van hulp bij schulden of het opstellen van beleid rond wonen. Veel van deze taken voeren we zelf uit via onze ambtelijke organisatie. Maar sommige taken worden uitgevoerd ‘op afstand’. Dat betekent dat we de uitvoering van een taak onderbrengen bij een externe partij. Soms doen we dat via een subsidie aan maatschappelijke organisaties of via de inkoop van een product of dienst. In andere gevallen werken we intensiever samen, bijvoorbeeld in een gemeenschappelijke regeling of via een andere vorm van een verbonden partij. Zo wordt de brandweerzorg in Almere uitgevoerd via en door de Veiligheidsregio Flevoland en laten we ons afval verwerken door Huisvuil Centrale Alkmaar (HVC). Soms is uitvoering op afstand wettelijk verplicht, zoals bij de veiligheidsregio. In andere gevallen kiezen we er zelf voor, omdat dit efficiënter is of schaalvoordelen oplevert. Maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo hebben we minder directe invloed op hoe de partij uitvoering geeft aan de door ons gewenste doelen. Ook kunnen er financiële of bestuurlijke risico’s ontstaan. Als gemeente willen we deze keuzes bewust maken. We wegen de voordelen en risico’s zorgvuldig af.
Dat doen we eerst bij het aangaan van nieuwe samenwerkingen, maar ook later bij het beheer en de evaluatie van verbonden partijen. Met deze kadernota maken we inzichtelijk welke afwegingen de gemeente maakt. We leggen vast welke stappen we nemen bij het aangaan, beheren, evalueren en – waar nodig – heroverwegen van verbonden partijen. Zo zorgen we dat de raad goed is geïnformeerd en sturing kan geven waar dat nodig is. Wettelijk kader en beleidsvrijheid van de gemeente Rondom verbonden partijen gelden landelijke wetten en regels. Denk aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), de Gemeentewet (artikel 160, lid 2), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze wet- en regelgeving is de basis voor hoe we met verbonden partijen omgaan, deze volgen we maar herhalen we niet in deze kadernota. Soms benoemen we de wettelijke verplichting in de context van een onderwerp wel. Naast deze wettelijke verplichtingen heeft de gemeente ook ruimte om eigen keuzes te maken. Binnen die beleidsvrijheid leggen we in deze kadernota afspraken vast over hoe we omgaan met verbonden partijen. Doel van de kadernota verbonden partijen: Het maken van afspraken, binnen onze beleidsvrijheid, rondom het aangaan, beheren, evalueren en waar nodig heroverwegen van verbonden partijen van de gemeente Almere.
Leeswijzer Na de inleiding leggen wij hoofdstuk 2 uit welke definitie van verbonden partij gehanteerd wordt en welke vormen er zijn. In hoofdstuk 3 schetsen we de kaders, verdeeld over drie fasen: de fase waarin we een verbonden partij aangaan, de fase van uitvoering en beheer, en de fase van evaluatie en heroverweging. Voor elke fase leggen we uit wat er precies gebeurt. Als we een duidelijke afspraak maken, noemen we dit een ‘kader’, en zetten we dit in een geel gearceerd blok. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader kort en krachtig omschreven. De kadernota gaat hier verder niet diep op in, omdat het om verplichtende wetgeving gaat. Toch biedt het extra inzicht in de rechten, plichten en invloed die we hebben rond verbonden partijen. In bijlage 2 geven wij een overzicht van hoe we omgegaan zijn met moties over verbonden partijen die eerder zijn aangenomen. Deze moties hebben direct verband met de kadernota.
pag.5 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
2 Definitie verbonden partijen We vinden het belangrijk om eerst te aan te geven wat een verbonden partij precies is. Hiervoor wordt de definitie uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) gebruikt. In de BBV zijn de spelregels voor gemeenten vastgelegd als het gaat om financiën, begroten en verantwoorden. Verbonden partij Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft de volgende definitie van een verbonden partij:
‘Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.’ Deze definitie volgen wij in deze kadernota en in de paragraaf verbonden partijen van de programmarekening en de programmabegroting. Wij kiezen voor deze definitie omdat deze de meeste helderheid biedt. Juist omdat wij gericht willen sturen op waar de (financiële) risico’s het grootst zijn kiezen wij ervoor om deze definitie te hanteren. Zo brengen we focus aan. Ook zijn juist de partijen die aan deze definitie voldoen de partijen waar we op kunnen sturen. Een bredere definitie hanteren zorgt ervoor dat de lijst met verbonden partijen groter wordt maar we minder gericht kunnen sturen op de partijen waar de financiële risico’s liggen. Dit betekent dus dat er sprake moet zijn van een financieel en een bestuurlijk belang om een partij als verbonden partij aan te merken. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de gemeente zeggenschap heeft door in het bestuur te zitten of door stemrecht te hebben. Dit stemrecht moet dan wel uitgeoefend worden namens de gemeente en niet op persoonlijke titel. Het hebben van recht op benoemen of voordragen van het bestuur of een bestuurder geldt formeel niet als bestuurlijk belang. Ook het hebben van een adviserende rol valt hier niet onder.
Van een financieel belang is sprake als: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet
verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een structurele bekostiging, bijvoorbeeld subsidie, valt niet onder financieel belang. Privaat- en publiekrechtelijk samenwerkingen Een verbonden partij kan zowel een privaatrechtelijk als een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn. Zolang deze maar voldoet aan de eisen van het hebben van bestuurlijk en financieel belang. Voor beiden gelden andere regels. Met name voor publiekrechtelijke samenwerkingen is er wettelijk al veel geregeld. Publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden zijn samenwerkingen tussen overheden onderling. Denk hierbij aan een gemeenschappelijke regeling, zoals de veiligheidsregio. De voorkeur gaat uit naar deze vorm van samenwerking omdat dit onder het publiekrecht valt. Dit biedt meer zekerheid over gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, toezicht, controle en openbaarheid. In de praktijk gaat dit enkel over gemeenschappelijke regelingen. Op deze vorm van samenwerking is de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) van toepassing. Privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden zijn organisatievormen die in het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn vastgelegd. Dit zijn stichtingen, verenigingen, coöperaties, besloten vennootschappen (BV’s) of naamloze vennootschappen (NV’s).
In de praktijk zal dit volgens de definitie die wij hanteren voor verbonden partij alleen gaan om BV’s en NV’s. Uit de Gemeentewet 1 blijkt dat het college alleen kiest voor het aangaan van een verbonden partij als dit het publiek belang dient. Dit besluit neemt het college niet voordat de raad eerst de mogelijkheid heeft gehad om wensen en bedenkingen te uitten.
1
Gemeentewet artikel 160 lid 2: ‘Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.’
pag.6 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
Kadernota verbonden partijen (reikwijdte)
Op afstand uitvoeren taken
Verbonden partij (definitie BBV)
Publiekrechtelijke verbonden partij
Gemeenschappelijke regelingen
Privaatrechtelijke verbonden partij
Verbonden partij uit Burgerlijk Wetboek, zoals verenigingen, BV’s, NV’s en stichtingen.
= Financieel belang
+ Bestuurlijk belang
• Geen bestuurlijk en/of financieel belang
• •
Bestuurlijke samenwerkingen op basis van een overeenkomst of convenant. Subsidiepartners Inkoop en aanbestedingen, bijvoorbeeld van groenonderhoud of welzijnswerk.
Figuur 1: Overzichtelijke weergave van de definitie en vormen van een verbonden partij De bovenstaande afbeelding geeft overzichtelijk weer wanneer er sprake is van een verbonden partij en dat dit een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke vorm kan hebben. Om de reikwijdte van deze kadernota aan te geven hebben wij hier ook laten zien dat een taak ‘op afstand’ kan worden uitgevoerd maar dat er geen sprake hoeft te zijn van een verbonden partij. Enkele voorbeelden geven wij in het grote blok onderaan het overzicht.
pag.7 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
3 Kaders verbonden partijen In dit hoofdstuk schetsen wij de kaders voor het aangaan, uitvoeren en beheren en evalueren en heroverwegen van verbonden partijen. Wij nemen geen kaders op die al in wet- en regelgeving zijn vastgelegd. Wel geven we - als dit helpt - aan wat deze wet- en regelgeving inhoudt. Zodat de raad weet waarom hier geen afspraken over zijn opgenomen. In bijlage 1 van deze kadernota beschrijven we wat er wettelijk is vastgelegd. We volgen de kaders, of wijken hier gemotiveerd van af Het kan dat we om bepaalde redenen af willen wijken van deze kadernota en het een bevoegdheid van het college is om dat te doen. Op deze kadernota is daarom het principe van ‘volg of leg uit’ van toepassing. Dit betekent dat wij deze kadernota volgen of aan de raad uitleggen waarom wij dat niet doen. Het college informeert de raad actief als er afgeweken wordt van de kadernota. Dit doen wij door middel van een raadsbrief. Waar dit het budgetrecht van de raad raakt of als het een wettelijk vereiste is vraagt het college de raad ook om besluitvorming. Vereisten vanuit wet- en regelgeving volgen we altijd. Dat valt buiten het principe van ‘volg of leg uit. Kader 1: het principe van ‘volg of leg uit Wij volgen het principe van ‘volg of leg uit’, wat betekent dat we de kaders uitvoeren of aan u uitleggen waarom wij dat niet doen.
3.1 Aangaan van een verbonden partij Is er sprake van een publiek belang? Bij het aangaan van een verbonden partij staat het publiek belang van Almere en Almeerders altijd centraal. Als er geen sprake is van publiek belang, gaan wij geen verbonden partij aan. Zo staat het ook beschreven in de gemeentewet (artikel 160 lid 2). Wij volgen de definitie van publiek belang zoals omschreven door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR): ‘Een publiek belang is een maatschappelijk
belang waarvan de overheid zich de behartiging aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt.’ Deze definitie is niet zwart-wit en is ook niet zwart-wit te maken. Het blijft een politieke afweging of er sprake is van een publiek belang. Daarom motiveren wij dit ook als wij het voornemen voorleggen. Bij het besluit om een verbonden partij aan te gaan hanteren wij ‘nee, tenzij’ en een afwegingskader Wij zijn terughoudend met het aangaan van verbonden partijen. Wij hanteren het principe ‘nee, tenzij’. Wij kiezen hiervoor omdat een verbonden partij altijd leidt tot een meer indirecte manier van sturing en zeggenschap. Soms kan dit gewenst zijn, maar vaker niet. Bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling dient op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen eerst een zienswijze te worden gevraagd aan de raad op de concept regeling, na verwerking daarvan wordt de definitieve regeling voor goedkeuring voorgelegd. Wij zullen onze overwegingen voor het aangaan van een gemeenschappelijke regeling meenemen in het voorstel voor de concept regeling. Voor het aangaan van privaatrechtelijke verbonden partijen wordt eerst een conceptbesluit aan de raad voorgelegd om wensen en bedenkingen te kunnen uitten. Daarbij motiveren wij onze afweging.
Uitzondering op het hanteren van het afwegingskader is als het aangaan van een verbonden partij een wettelijke verplichting is, zoals bij de Veiligheidsregio. In dat geval hanteren we het afwegingskader niet. Kader 2: het aangaan van een verbonden partij, het principe ‘nee, tenzij’ Wij zijn terughoudend in het aangaan van verbonden partijen en hebben de voorkeur voor een andere wijze van uitvoering van de publieke taak. Om te bepalen of wij en zo ja, in welke vorm wij een verbonden partij willen aangaan gebruiken we het afwegingskader. Uitzondering daarop is als het aangaan van een verbonden partij wettelijk verplicht is, dan hanteren we het afwegingskader niet.
pag.8 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
Afwegingskader Is er sprake van een publiek belang? 1. Wordt het maatschappelijke belang van de taak voldoende ingevuld en geborgd door de markt of de samenleving?
Ja
Er is geen sprake van een publiek belang voor uitvoering van deze taak. De gemeente laat deze taak aan de markt of het maatschappelijk veld.
Nee Er is sprake van een publiek belang. Een verbonden partij is één van de opties voor uitvoering hiervan.
Zelf uitvoeren of verbonden partij? 2. Kan het publieke belang ook voldoende uitvoering krijgen door subsidie, inkoop, regels of toezicht?
Ja
Zelf uitvoeren door subsidie, inkoop, regelgeving of toezicht.
Nee 3. Is het aangaan van een verbonden partij de beste wijze om de taak uit te voeren?
Nee Zelf uitvoeren.
Ja 4. Staat het (financiële) risico in redelijke verhouding tot het publieke belang?
Nee Zelf uitvoeren.
Ja Verbonden partij is het meest geschikte middel.
Welke vorm van verbonden partij past het beste bij de taakuitvoering? 5. De voorkeur gaat in volgorde uit naar: 1) Publiekrechtelijke verbonden partij in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. Omdat hiervoor meer wettelijke zekerheden zijn omtrent gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, toezicht, controle en openbaarheid. 2) Privaatrechtelijke verbonden partij. Dit kan een voorkeur zijn als er bijvoorbeeld meer bestuurlijke afstand gewenst is, als het fiscaal gunstiger is voor de gemeente of als wordt samengewerkt met andere partijen dan decentrale overheden. Wij motiveren altijd waarom we voor een bepaalde vorm kiezen. pag.9 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
Toelichting op het afwegingskader Vaststellen publiek belang. 1. Wij beginnen met het vaststellen of er sprake is van een publiek belang. Dit is voor de wet namelijk de belangrijkste voorwaarde voor het eventueel aangaan van een verbonden partij. Hiervoor kijken wij naar de eerder genoemde definitie van openbaar belang door de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid. Daar blijkt uit dat het moet gaan om een maatschappelijke taak die, als de overheid het niet doet, niet goed tot zijn recht komt. Daarom stellen wij eerst vast of de taak voldoende door de markt of maatschappij wordt uitgevoerd. Als dit niet zo is moet de overheid dit dus uitvoeren. Vaststellen zelf uitvoeren of op afstand: 2. We stellen daarna vast of we deze taak niet via een lichtere vorm van uitbesteding kunnen uitvoeren. Kunnen wij bijvoorbeeld subsidie geven aan een organisatie die de taak uitvoert? Zoals bij het welzijnswerk. Of kunnen we de dienst inkopen? Is het antwoord ‘ja’ dan voeren we de taak op afstand uit door bijvoorbeeld inkoop of subsidie of voeren wij hem zelf uit door bijvoorbeeld regelgeving te maken. 3. Als we vastgesteld hebben dat volledige gemeentelijke betrokkenheid niet noodzakelijk is en we de taak niet middels een lichtere vorm van samenwerking kunnen uitvoeren, kijken wij of een verbonden partij de beste wijze van uitvoering is.
Als wij bijvoorbeeld meer directe invloed wensen op de uitvoering van de taak kunnen we door deze vraag met ‘nee’ te beantwoorden alsnog uitkomen bij het zelf uitvoeren. 4. Als vastgesteld is dat een verbonden partij inhoudelijk de beste optie is, wegen wij af of dit ook opweegt tegen de risico’s. Bijvoorbeeld financiële risico’s. Dit is een belangrijke afweging die gemaakt moet worden. Wij wegen dit daarom af tegenover het publiek belang dat de taak dient. Ondanks dat er risico’s zijn kan dit dan namelijk alsnog zwaarder wegen. Welke vorm van een verbonden partij. 5. Bij de laatste vraag kijken wij naar de samenwerkingsvorm. Dit kan alleen als het gehele afwegingskader is doorlopen en wij bij de conclusie uitkomen dat dit de beste vorm van uitvoeren van de taak met publiek belang is. Ons uitgangspunt is dat we altijd eerst kijken of een publiekrechtelijke verbonden partij een optie is. Wij kiezen alleen voor een privaatrechtelijke verbonden partij als daar duidelijke voordelen aan zitten. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat we de samenwerking verder op afstand willen plaatsen van de gemeente of als dit financieel of fiscaal gunstiger is. Ook kan het zijn dat een publiekrechtelijke vorm niet kan omdat er geen andere overheden (willen) meedoen aan de verbonden partij. Dit is bijvoorbeeld als het alleen lokaal beleid betreft, een voorbeeld is verbonden partij IbbA 2.
Als dit afwegingskader is doorlopen en wij zouden beslissen om een verbonden partij te willen aangaan dan bereiden we dit verder voor. Hoe de raad hierin betrokken wordt, is wettelijk geregeld. Afspraken bij oprichting Wij vinden het belangrijk dat er een aantal dingen worden vastgelegd bij oprichting. Een groot aantal zaken moet wettelijk worden vastgelegd, maar er zijn ook zaken waarover geen verplichte afspraken gemaakt hoeven te worden. Dit verschilt ook weer voor publiekrechtelijke rechtspersonen (veel vastgelegd in de wet) en privaatrechtelijke rechtspersonen (weinig vastgelegd in de wet). Daarom sommen wij voor de duidelijkheid alle voor ons belangrijke onderwerpen op om afspraken over te maken. Kader 3: afspraken bij oprichting van een verbonden partij We maken in ieder geval afspraken, voor zover dat niet al vanuit een wettelijke verplichting moet, over de volgende onderwerpen: governance van de verbonden partij, bemensing van bestuur en andere organen van de verbonden partij, stemverhouding, financiën, mandaten, databeheer, privacy en archivering, escalatie in het geval van conflict en beëindiging en/of uittreding.
2
IbbA staat voor ‘Ik bouw betaalbaar in Almere’ voor meer informatie verwijzen wij naar de paragraaf verbonden partijen in de begroting 2026.
pag.10 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
3.2 Uitvoering en beheer van een verbonden partij Nadat een verbonden partij is aangegaan begint de uitvoerings- en beheerfase. In deze fase voert de verbonden partij haar taken uit. Deze fase staat voor de gemeente in het teken van sturing (op afspraken over doelen, prestaties en budget), beheersen (van bijvoorbeeld risico’s) en verantwoorden. Bestuurlijke vertegenwoordiging Bij publiekrechtelijke verbonden partijen is bestuurlijke vertegenwoordiging vanuit de gemeente verplicht gesteld in de Wgr. Hoe deze wordt ingevuld laat de Wgr open. Dit kan bijvoorbeeld door afvaardiging van een collegelid, raadslid of ambtenaar. Wij kiezen ervoor alleen collegeleden af te vaardigen in het dagelijks of algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. We kiezen ervoor geen raadsleden af te vaardigen. Dit kan een conflict opleveren met de kaderstellende en controlerende rol van de raad. We kiezen er ook voor geen ambtenaren af te vaardigen. Om te voorkomen dat hierdoor de schijn van belangenverstrengeling ontstaat en om hun adviserende positie ten opzichte van het college te bewaken. Bij privaatrechtelijke partijen is wettelijk niets geregeld over bestuurlijke vertegenwoordiging van de gemeente in het bestuur van de rechtspersoon. We vinden het verstandig hier kaders over af te spreken.
Wij kiezen ervoor niemand namens de gemeente te laten deelnemen in het algemeen of dagelijks bestuur of de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen van privaatrechtelijke verbonden partijen. Wij vinden dit onwenselijk gezien de mogelijke risico’s op gebied van conflicterende belangen en aansprakelijkheid. Hier voeren we onze rol uit middels het uitoefenen van onze rechten als aandeelhouder. Kader 4: bestuurlijke afvaardiging in een verbonden partij • Alleen collegeleden kunnen onderdeel zijn van het algemeen of dagelijks bestuur van een publiekrechtelijke verbonden partij. • Wij vaardigen geen bestuurder, ambtenaar of raadslid af in het algemeen of dagelijks bestuur of de Raad van Toezicht of Commissarissen van een privaatrechtelijke verbonden partij. Wij geven onze rol in een privaatrechtelijke verbonden partij vorm door uitoefening van onze rechten als aandeelhouder (stemrecht). Bestuurlijke rollen Het collegelid met de portefeuille financiën is systeem- en stelselverantwoordelijke voor verbonden partijen. Dat wil zeggen dat deze wethouder gaat over het algehele beleid ten aanzien van verbonden partijen en verantwoordelijk is voor het financiële belang van de gemeente in verbonden partijen. De verantwoordelijkheid voor het aangaan en beheer van individuele verbonden partijen ligt bij de (vak)wethouder van de portefeuille waarin de verbonden partij valt.
Deze vakwethouder is verantwoordelijk voor het beleidsinhoudelijke belang dat de gemeente heeft. De vakwethouder zorgt ervoor dat het college actief geïnformeerd wordt over ontwikkelingen bij verbonden partijen in zijn portefeuille. We scheiden deze rollen van elkaar. Zo vermijden we de schijn van een dubbele pet. Dit geldt in het bijzonder voor gemeenschappelijke regelingen omdat één collegelid in het bestuur zit en daarin te maken kan krijgen met een conflicterend belang tussen de gemeenschappelijke regeling en de gemeente. Informatievoorziening aan de raad Tijdens de fase van het uitvoeren en beheersen van de verbonden partij wordt de raad op verschillende momenten geïnformeerd over de stand van zaken bij verbonden partijen. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit deels in de Wgr geregeld. Daarnaast is het college in ieder geval verplicht om de raad in de programmabegroting en programmarekening te informeren via de paragraaf Verbonden partijen. Buiten de budgetcyclus zullen we u, aanvullend op wat de wet van ons vraagt, informeren als er actuele ontwikkelingen zijn die invloed hebben op het bestuurlijk en/of financieel belang van de gemeente.
Paragraaf Verbonden partijen Bij de programmarekening en de programmabegroting wordt een overzicht van verbonden partijen toegevoegd in de paragraaf verbonden partijen.
pag.11 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
Kader 5: informatievoorziening Wij stellen twee keer per jaar een paragraaf Verbonden Partijen op. In deze paragraaf gaan we in op de bestuurlijke vertegenwoordiging, het publieke en financiële belang. We gaan in op de ontwikkeling van de financiële positie door de belangrijkste balansgegevens op te nemen. Ook geven we inzicht in de belangrijkste risico’s voor de gemeente, de beheersing daarvan en het risicoprofiel van de verbonden partij. We volgen de notitie BBV over verbonden partijen uit 2025 voor wat er in de paragraaf aan informatie komt. Risicoprofiel en toezicht Voor alle verbonden partijen individueel stellen we een risicoprofiel op. Dit gebeurt in eerste instantie bij het aangaan van de verbonden partij. Dit risicoprofiel wordt in ieder geval bij elke evaluatie opnieuw beoordeeld en bijgewerkt (zie hierna afspraken over evalueren). Tussentijds kunnen er zich gebeurtenissen voordoen die invloed kunnen hebben op de risico’s. Dit kan bijvoorbeeld zijn als een verbonden partij zijn doelstellingen wijzigt, er deelnemende partijen uittreden of door een fusie of overname. Mocht zo’n wijziging zich voordoen dan herzien we het risicoprofiel. Dit hoeft niet te betekenen dat het risico wijzigt. Mocht dit wel het geval zijn dan informeert het college de raad hierover bij de eerstvolgende paragraaf Verbonden partijen in de begroting of de programmarekening.
Als daar aanleiding voor is, bijvoorbeeld als het risicoprofiel van een verbonden partij naar ‘hoog’ gaat, zullen wij de raad ook tussendoor informeren over wijzigingen in het risicoprofiel. Bij een verbonden partij is er sprake van een hoog, gemiddeld of laag risicoprofiel. Wij bepalen dit door middel van een eenduidige vragenlijst, waarbij in ieder geval financiële risico’s, afhankelijkheidsrisico’s, governance-risico’s en specifieke risico’s in de uitvoering van de publieke taak worden meegewogen. Aan de risicoprofielen is het volgende toezicht gekoppeld: Laag – de gemeente controleert de verbonden partij via de reguliere planning- en verantwoordingsstukken (jaarverslag, begroting, tussentijdse rapportages, etc.). Gemiddeld – de gemeente controleert de verbonden partij via de reguliere planning- en verantwoordingsstukken en controleert actief op het bereiken van beleids- en financiële doelstellingen. Hoog – de gemeente controleert in ieder geval hetzelfde als bij een gemiddeld risicoprofiel en besteed breder aandacht aan de beheersing van de verbonden partij in specifiek met dat doel ingeplande overleggen. Waar dat relevant is zullen we om een verbeter- of actieplan vragen om de risico’s beter te beheersen. Kader 6: Omgaan met risico’s Er wordt per verbonden partij een risicoprofiel opgesteld bij het aangaan van de verbonden partij.
Deze wordt in ieder geval bij ieder evaluatiemoment herzien en waar nodig eerder. De raad wordt over wijzigingen in het risicoprofiel geïnformeerd bij de eerstvolgende paragraaf Verbonden partijen in de begroting of de programmarekening. Indien er een risicoreservering wordt opgenomen rapporteren we hierover bij de eerstvolgende financiële rapportage. Aan de risicoprofielen is een toezichtvorm gekoppeld zoals hierboven staat beschreven.
3.3 Evaluatie en heroverweging van een verbonden partij Samenwerkingsvormen zoals verbonden partijen worden vaak met elkaar aangegaan voor onbepaalde tijd. Dat is logisch want de werkzaamheden van een verbonden partij zullen niet snel verdwijnen. Toch is het goed om periodiek te kijken of de samenwerking nog werkt en welke (nieuwe) risico’s er zijn. Evalueren Het college evalueert eenmaal per 6 jaar integraal alle verbonden partijen. Hierbij wordt in ieder geval gekeken naar: • Of de verbonden partij in voldoende mate bijdraagt aan de (beleids)doelstellingen. • Of de (financiële) risico’s nog steeds gemeentelijke deelneming in de verbonden partij rechtvaardigen. • Of de huidige vorm van samenwerking nog steeds de meest passende is. • Welke aanvullende maatregelen de gemeente kan treffen om het publiek belang te versterken en de risico’s te beperken.
pag.12 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
Kader 7: evaluatie Het college voert eenmaal per 6 jaar een integrale evaluatie uit voor alle verbonden partijen. Over de uitkomsten wordt de raad geïnformeerd. Op basis van deze evaluatie kunnen de volgende conclusies mogelijk zijn: • De verbonden partij draagt bij aan de doelstellingen en wij zijn in beheersing over het bestuurlijk en financieel belang. We gaan door zonder aanpassingen. • De verbonden partij draagt bij aan de doelstellingen maar er zijn aanvullende beheersingsmaatregelen nodig. We gaan door maar nemen mogelijk aanvullende maatregelen. • De verbonden partij draagt beperkt of niet bij aan doelstellingen of er zijn grote financiële of bestuurlijke risico’s. We nemen aanvullende beheermaatregelen en als er geen verbetering zichtbaar is of in het vooruitschiet ligt heroverwegen we deelname in de verbonden partij. Als een verbonden partij is ontstaan vanuit een wettelijke verplichting deze te hebben dan gaan we niet heroverwegen. Heroverwegen van deelname aan verbonden partij De mogelijkheid bestaat dat wij op enig moment de deelname aan een verbonden partij willen heroverwegen. Dit kan bijvoorbeeld zijn na een evaluatie of door tussentijdse ontwikkelingen. Voorbeelden van zulke ontwikkelingen zijn dat de doelstellingen van de verbonden partij wijzigen, er een partij uittreedt of er is een grote toename van risico in deelname.
Een conclusie kan zijn dat we aanvullende beheersmaatregelen nemen of dat we in gaan zetten op beëindiging van deelname. In de praktijk is het lastig om een verbonden partij te beëindigen of daaruit te stappen. Wij zullen daarom eerst in kaart brengen of het mogelijk is om uit te treden en wat de consequenties daarvan zijn. Als hieruit blijkt dat dit onmogelijk is of dat de consequenties te groot zijn dan zullen we niet uittreden. Beëindiging van deelname aan een verbonden partij Als uit de heroverweging blijkt dat de gemeente het voornemen heeft om deelname aan de verbonden partij te beëindigen dan vergt dit een zorgvuldige voorbereiding. Dit kan financiële consequenties hebben. Deze moeten eerst helder zijn. Ook moet helder zijn hoe de taak die de verbonden partij vervult na beëindiging uitgevoerd wordt. Niet eerder gaat de gemeente over tot een beëindigingstraject. Voor gemeenschappelijke regelingen is in de Wgr vastgelegd hoe het proces van uittreding eruitziet. Voor privaatrechtelijke verbonden partijen is dit niet het geval. Het uittreden is een collegebevoegdheid maar zij dient de raad wel in staat te stellen wensen en bedenkingen te uitten. Voor het afstoten van een verbonden partij bestaat geen standaardmodel of -proces.
Kader 8: Beëindiging van deelname aan een privaatrechtelijke verbonden partij Het college stelt de raad in staat om wensen en bedenkingen te uitten bij het voornemen tot beëindiging van deelname aan een privaatrechtelijke verbonden partij. Hierbij maakt het college in ieder geval inzichtelijk wat de financiële gevolgen van beëindiging zijn en hoe de taak die de verbonden partij uitvoert na beëindiging uitgevoerd wordt. Bij publiekrechtelijke verbonden partijen is al vastgelegd dat dit zo moet.
pag.13 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
Bijlage 1: Wettelijk kader voor verbonden partijen In deze kadernota leggen we de afspraken vast die binnen haar eigen beleidsvrijheid valt met betrekking tot verbonden partijen. Er is ook veel wettelijk geregeld. Hierover hoeven er dus geen afspraken gemaakt te worden. Om toch een volledig beeld te geven van rechten en plichten rondom verbonden partijen bieden we in deze bijlage inzicht in wat er al geregeld is. Daarbij gaan we specifiek in op de wettelijk vastgelegde mogelijkheden die de raad heeft bij het aangaan, beheersen en uittreden. De (wettelijke) richtlijnen voor een beleidskader over verbonden partijen worden gevormd door onder andere de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV), de Wet gemeenschappelijke regelingen en Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Deze wet ziet toe op samenwerkingen tussen bestuursorganen. Dit zijn in het geval van de gemeente Almere alleen gemeenschappelijke regelingen. In 2022 is deze wet gewijzigd om onder andere raden beter in staat te stellen hun kaderstellende en controlerende rol te kunnen laten uitvoeren.
We gaan in onderstaande samenvatting alleen in op het gedeelte van de wet dat gaat over gemeenschappelijke regelingen die getroffen worden door het college, omdat deze in de praktijk alleen voorkomt en binnen de eerdere definitie van verbonden partij valt. Voor een volledig overzicht van achtergrondinformatie en van verwijzingen naar de Wgr verwijzen we naar de website van de Vereniging Nederlandse Gemeenten 3. Voor de volledige wettekst verwijzen we u naar wetten.overheid.nl 4.
Aangaan van een gemeenschappelijke regeling De Wgr geeft aan dat zowel raden, colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van twee of meer gemeenten, ieder voor zover zij bevoegd zijn, een regeling kunnen treffen. Dit ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van een gemeente. Het college stuurt altijd een ontwerpregeling toe aan de raad. De raad kan hierop binnen 8 weken na ontvangst een zienswijze indienen op de conceptregeling. Het college moet schriftelijk reageren op deze zienswijze. Ook als de raad geen zienswijze wenst te geven zij dit zo snel mogelijk aan. Het college gaat niet eerder over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de raad. Deze toestemming kan alleen niet gegeven worden omdat de regeling in strijd is met de wet of het algemeen belang. Dit geldt naast het treffen van een gemeenschappelijke regeling ook voor wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling. Er kan met de regeling ook een openbaar lichaam worden opgericht, dit is een aparte rechtspersoon. Er zijn altijd afspraken opgenomen in de regeling met betrekking tot evaluatie van de regeling. In deze kan de regeling vergeleken worden met statuten. Een openbaar lichaam is de organisatie (aparte rechtspersoon) die uit de regeling voorkomt.
Uitvoering- en beheerfase Het bestuur van een gemeenschappelijke regeling bestaat altijd uit een algemeen en dagelijks bestuur en een voorzitter. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de openbaar lichaam. De voorzitter is voorzitter van zowel het algemeen als dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit leden die de deelnemende college’s individueel vanuit hun midden aanwijzen. Het algemeen bestuur kan nooit een meerderheid in het dagelijks bestuur vormen. In de regeling zelf dienen afspraken gemaakt te worden over zienswijzeprocedures. Voor de begroting van de gemeenschappelijke regeling is dit verplicht. Het is ook mogelijk om deze procedure te regelen voor andere documenten, bijvoorbeeld de kadernota. De Wgr biedt de mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadscommissie in te stellen als er ook sprake is van een openbaar lichaam. Als alle raden dit willen is het algemeen bestuur verplicht zo’n commissie in te stellen. De taak van deze commissie is het adviseren van het bestuur en het voorbereiden van
3 4
Gemeentelijke samenwerking | VNG https://wetten.overheid.nl/BWBR0003740/2025-02-12 pag.14
Kadernota verbonden partijen Almere 2025
besluitvorming in de raden. De Wgr biedt ook ruimte om behalve collegeleden ook raadsleden onderdeel te laten uitmaken van het algemeen bestuur. In de regeling moet iets worden opgenomen over participatie (inspraak) en het al dan niet toepassen daarvan. Wat staat niet vast en kan per regeling verschillen. Ook is er een actieve informatieplicht opgenomen vanuit het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling richting de individuele raden. Daarnaast is het recht opgenomen om een gemeenschappelijke enquêtecommissie op te zetten die onderzoek kan doen naar de gemeenschappelijke regeling. Dit moet dan wel unaniem door alle raden worden besloten.
Evaluatie en beëindiging deelname Daarnaast is in de Wgr geregeld dat er afspraken in de regeling moeten worden opgenomen over evaluatie van de regeling. Hoe dit gebeurt is aan de leden van de regeling. Een optie is ook om op te nemen dat er geen evaluatie zal plaatsvinden. Er moet ook duidelijk worden welke afspraken er zijn voor uittreding uit de regeling. Deze moeten worden opgenomen in de regeling zelf. Gemeentewet De Gemeentewet bepaalt wanneer de gemeente in een verbonden partij mag deelnemen. Artikel 160, tweede lid, van die wet regelt dat het college slechts namens de gemeente kan besluiten tot het oprichten van of deelnemen in een rechtspersoon als daar een openbaar belang is gelegen en de raad in de gelegenheid gesteld is daaromtrent wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. De Gemeentewet bevat ook voorschriften omtrent de verhoudingen tussen het college en de raad. Zo staat in artikel 169 de plicht van het college om zich te verantwoorden richting de gemeenteraad en om de gemeenteraad actief van bepaalde informatie te voorzien.
Verder volgt uit artikel 160, lid 1 onder e, van de Gemeentewet dat het college van B&W bevoegd is te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen, waardoor alle aandeelhoudersbesluiten worden voorbereid door het college van B&W, waarna de Burgemeester vervolgens op grond van artikel 171, eerste lid van de Gemeentewet de gemeente vertegenwoordigt bij het verrichten van die rechtshandelingen. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Uit het BBV volgen de wettelijke eisen die gelden voor de informatie die de gemeente in de begroting en de jaarrekening ter verantwoording geeft over (het functioneren van) verbonden partijen. Dit betreft met name de paragraaf verbonden partijen die deel uitmaakt van de gemeentelijke begroting en het jaarverslag. In de notitie BBV over verbonden partijen uit 2025 worden daarnaast nog een aantal stellige uitspraken gedaan waaraan de gemeente zich moet houden. Boek 2 Burgerlijk Wetboek Algemene regels voor een oprichting, fusie, splitsing, ontbinding of de werkwijze van privaatrechtelijke rechtspersonen zijn opgenomen in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (Boek 2 BW). In Boek 2 BW staan voor de diverse rechtspersonen de te benoemen organen, hun taken en bevoegdheden.
Er zijn wettelijke regelingen voor de verdeling van de bevoegdheden tussen de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA), het bestuur en de raad van commissarissen (RvC) of de raad van toezicht (RvT). Ook kent Boek 2 BW bepalingen waar de boekhouding en financiële verslaggeving van rechtspersonen aan moeten voldoen. Deze gelden daarmee voor zowel verbonden partijen als bestuurlijke relaties. Bij het oprichten en het beheren van verbonden partijen of bestuurlijke relaties is daarnaast wet- en regelgeving met betrekking tot informatievoorziening en digitalisering van toepassing. Mandaat en volmacht Er zijn geen algemene bevoegdheden en/of mandaten toegekend voor deelname en taken binnen de verbonden partijen. Tenzij in een regeling specifiek een mandaat en of volmacht is verleend wordt er voor bevoegdheden teruggevallen op het Algemeen Mandaatbesluit Almere.
pag.15 Kadernota verbonden partijen Almere 2025
Bijlage 2: aangenomen moties verbonden partijen In het verleden zijn er twee moties aangenomen die betrekking hebben op verbonden partijen. Deze hebben allebei invloed gehad op het opstellen van deze kadernota. In deze bijlage vertellen we u wat we hiermee gedaan hebben. RG-390/2021 Kaderstelling, sturing en controle van verbonden partijen
Samenvatting Deze motie is aangenomen bij de Programmabegroting 2022. De motie roept ons op om de kadernota verbonden partijen te vernieuwen en de raad voorafgaand aan het opstellen in de gelegenheid te stellen wensen te uitten. Daarnaast roept de motie op om de informatie in de paragraaf Verbonden partijen bij de programmabegroting en programmarekening uit te breiden. Hierbij wordt gevraagd om een overzicht van activiteiten en prestaties op te nemen en deze te koppelen aan doelstellingen van de gemeente.
Opvolging Aan de wens om de kadernota verbonden partijen te actualiseren geven we met dit voorstel uitvoering. Om het proces voor deze nieuwe kadernota efficiënt te laten verlopen hebben we ervoor gekozen niet voorafgaand aan het opstellen ervan een consultatie te houden. Veel is inmiddels wettelijk geregeld en dit zou voornamelijk een informerend karakter krijgen. Iets wat we veel beter vorm denken te kunnen geven is deze kadernota aan u voor te leggen, inclusief bijlage over wat wettelijk geregeld is. En daar het politieke gesprek over te voeren. We moedigen u dan ook aan naar aanleiding van dit gesprek de kadernota waar u wenst aan te scherpen. Daarom hebben we in het raadsvoorstel uitgebreid alternatieven benoemd. Daarnaast hebben we gekeken naar de paragraaf Verbonden partijen. We vertellen u in deze kadernota hoe we deze gaan aanpassen. Dit zult u voor het eerst terugzien in de Programmabegroting 2027. We hebben deze motie uitgevoerd en zien deze als afgedaan. RG-139/2021 Stel solvabiliteitsratio vast voor eigen vermogen Gemeenschappelijke Regelingen’
Samenvatting De motie roept ons op om een solvabiliteitsratio overeen te komen en te bepalen dat de winst welke deze ratio overstijgt naar deelnemende partijen in de gemeenschappelijke regeling terug te laten vloeien.
Opvolging We hebben onderzoek gedaan of dit mogelijk is en toegevoegde waarde heeft. De conclusie is dat dit niet het geval is. Eén algemene regel omtrent solvabiliteit is niet haalbaar voor onze gemeenschappelijke regelingen omdat deze erg van elkaar verschillen. Ook hebben we een meerderheid nog in het bestuur om een dergelijke ratio vast te stellen en daar ook consequenties aan te verbinden. Daarnaast is gekeken naar de financiële positie van gemeenschappelijke regelingen. Daaruit komt naar voren dat er bij het vaststellen van een dergelijke ratio geen (significante) vrijval van geld is dat kan terugvloeien naar gemeenten. De verdere uitvoering van deze motie levert daarmee geen toegevoegde waarde op. We hebben hierover daarom ook geen kader vastgesteld in deze nieuwe kadernota. We zien deze motie hiermee als afgedaan.
pag.16 Kadernota verbonden partijen Almere 2025