CConstaterende datAlmere
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundel PM 28 januari

Politieke Markt 28 januari 2021, gemeente Almere28.534 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN TE V UL L EN DOOR DE RA A DSGRIFFIE RV -NUM M ER P ROC EDURE P A GINA

RV-08/2021 Carrousel 28 januari 2021 (Videobespreking) 3

- betrek goed de geleerde lessen uit fase 1 hierbij, - kijk goed naar de specifieke ruimtelijke kenmerken van de tweede fase en - besluit op basis van de voorbereiding het moment van openstelling van fase 2.

De ambities Oosterwold blijven onverkort van kracht en worden breed gedragen

De 6 ambities van Oosterwold zoals verwoord in de Intergemeentelijke Structuur Visie; maken Oosterwold tot een innovatieve gebiedsontwikkeling passend binnen de Omgevingswet. Hoewel de ambities nog breed gedragen worden en niet ter discussie gesteld hoeven te worden, heeft de uitwerking in regels in fase 1 wel vragen opgeroepen en is op onderdelen in de uitwerking verduidelijking, versterking of verfijning nodig.

Stand van zaken en lessen uit de eerste fase

In de eerste fase van Oosterwold is veel ervaring opgedaan met de ambities en ontwikkeling van Oosterwold. De eerder genoemde lessen uit de eerste fase zullen worden meegenomen bij de voorbereiding en uitwerking van de tweede fase. Deze werkwijze sluit ook goed aan bij de aanpak zoals die vanaf het begin is neergezet: ‘vraagstukken dienen zich aan en worden in overleg met de initiatiefnemers opgelost’.

Zonder uitputtend te zijn vragen de volgende onderwerpen ieder voor zich een passende aanpak;

Doorwaadbaarheid Niet op elke plek is de doorwaadbare zone blijvend, goed doorwaadbaar. Er is met een pilot gebied gestart om samen met een vertegenwoordiging vanuit het platform Oosterwold in werkgroep verband hieraan te werken. De doelstelling is en blijft het blijvend realiseren van de doorwaadbare zones, maar het ook kunnen bieden van maatwerk waar andere functies om ruimte vragen en er daardoor een meerwaarde ontstaat in het gebied. Stadslandbouw Er ligt hier een vraagstuk om helder te maken wat stadslandbouw nu precies is en wanneer dit voldoet aan de eisen uit het bestemmingsplan. Ook hiervoor gaan wij met een werkgroep aan de slag, voorop staat dat de stadslandbouw als groene drager gaat en blijft functioneren. Afvalwaterzuivering Hierover zijn besluiten genomen die uitgaan van behoud van de IBA’s (Individuele Behandeling Afvalwater) in fase 1a. En een vorm van riolering in fase 1b. De nadere uitwerking, inclusief oplossing voor niet functionerende IBA’s van fase 1a, zal bij het GRP (Gemeentelijk RioleringsPlan) in 2021 ter besluitvorming aan u worden voorgelegd. Fase 1b zal worden gerealiseerd met een gemeentelijk hoofdriool onder of naast de polderwegen. Supermarktontwikkelingen Er zijn nu 3 grote supermarkten vergund en er is 1 kleine supermarkt gerealiseerd in Oosterwold.

Wij hebben u al aangegeven dat dit in onze ogen de detailhandelsstructuur op wijkniveau in de wielen rijdt en u daartoe een voorbereidingsbesluit voorgelegd. Wij verwachten hier voor de zomer van 2021 een ontwerp bestemmingsplan aan u voor te kunnen leggen waarmee meer aantasting van de detailhandelsstructuur op wijkniveau wordt voorkomen. Clustering De versnippering van functies op kleine kavels zorgt er voor dat niet al die functies goed tot hun recht komen. De mogelijkheid voor het vormen van clusters van woningbouw wordt meegenomen in de uitwerkingsopdracht voor de ruimtelijke verkenning. Zie verder bij de uitleg van het beslispunt 3.a. Strategische fasering In een groot gebied als fase 2 alles tegelijk en overal vrijgeven zorgt voor problemen met het aanmaken van deelgebieden en goed laten landen van over het gehele gebied in te passen ontwikkelingen, zoals het Windpark. Het niet in één keer vrijgeven van de ontwikkeling, maar ook fase 2 in (sub)fases te ontwikkelen, wordt meegenomen in de ruimtelijke verkenning en zal bij de besluitvorming van de openstellingdatum aan u worden voorgelegd. Betaalbaarheid Ten aanzien van betaalbaarheid zijn in de eerste fase al stappen gezet door voor sociale en betaalbare huur de eindgebruikersregeling anders in te vullen: corporaties en beleggers krijgen op die manier ruimte

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN TE V UL L EN DOOR DE RA A DSGRIFFIE RV -NUM M ER P ROC EDURE P A GINA

RV-08/2021 Carrousel 28 januari 2021 (Videobespreking) 4

om te bouwen in deze segmenten. Desondanks moet geconcludeerd worden dat zelf bouwen in Oosterwold niet is weggelegd voor alle inkomensgroepen. Daarom zal de rol die ontwikkelaars en wooncoöperaties hier in kunnen spelen verder worden uitgewerkt. Maatschappelijke voorzieningen Voor maatschappelijke voorzieningen waar een wettelijke taak onder ligt, denk hierbij aan scholen, zijn de nodige stappen gezet, samen met de bewoners. Ook hier geldt dat er in principe wordt gewacht op een initiatiefnemer. Door het instellen en begeleiden van werkgroepen wordt er echter wel gewerkt aan de bewustwording wat dit in Oosterwold betekent en worden initiatieven ondersteund als dat nodig is. Betrokkenheid bewoners Zowel via het platform Oosterwold als de daaronder functionerende werkgroepen op vele onderwerpen vindt gestructureerd en regelmatig overleg plaats. Ook hier geldt dat het in principe uit de bewoners zelf moet komen, maar niet zonder enige ondersteuning en de nodige aandacht vanuit de gemeente. Het is ook wederkerig, gemeentelijke vraagstukken worden aan bewoners voorgelegd en bewoners agenderen vraagstukken voor bespreking met gemeente. Onderzocht moet worden of de betrokkenheid vanuit de ontwikkeling ook logisch doorzet in het duurzame beheer.

Dit proces staat nog maar net aan het begin van de toekomst van Oosterwold, hier valt dan ook nog veel te leren en ontdekken, zowel voor bewoners als voor de overheden. Nu betreft het vooral de ontwikkelfase van het gebied, inmiddels ontstaan ook vraagstukken over samenlevingsopbouw.

Ad 3 Uitgangspunten voor de voorbereiding van fase 2:

a. Huidige ambities en woningdichtheid De hiervoor genoemde 6 ambities en de betrokkenheid daarbij van vijf verschillende overheden, hebben geleid tot een unieke gebiedsontwikkeling. Met deze ambities loopt Oosterwold voorop in de praktijk van een andere vorm van gebiedsontwikkeling passend binnen de Omgevingswet. Alhoewel de uitwerking van deze ambities in regels in de eerste fase van Oosterwold nog wel vragen oproept, staan de ambities zelf niet ter discussie. Niet alleen initiatiefnemers zijn enthousiast, maar ook nationaal en internationaal is er grote belangstelling voor deze bijzondere ontwikkeling waarbij de initiatiefnemer zelf de regie heeft op de realisatie van de eigen woon- en werkomgeving. Uit de evaluatie komt naar voren dat deze vorm van gebiedsontwikkeling een groot voortdurend aanpassend vermogen in zich heeft. Binnen de geformuleerde ambities kan ook antwoord worden gegeven op nieuwe en actuele opgaven als ecologische diversiteit, zelfvoorzienendheid, stadslandbouw, duurzaamheid en inclusiviteit.

De huidige druk op de woningmarkt en de aangenomen motie Koerhuis in de tweede kamer om in Flevoland 100.000 woningen te bouwen resulteert in de vraag of in de tweede fase van Oosterwold meer woningen zouden kunnen worden gerealiseerd dan de geplande 10.000 woningen. De evaluatie van de onderscheidende ontwikkelaanpak in Oosterwold en het handelingsperspectief voor de ontwikkeling van de oostkant van de Metropoolregio leiden tot het voorstel om vast te houden aan de oorspronkelijke ambitie van 15.000 woningen in Oosterwold.

Oosterwold vormt een overgangsgebied tussen stad en de agrarische polder en biedt ruimte voor 15.000 woningen, waarbij er circa 5.000 in de eerste fase passen en nog eens 10.000 in de tweede fase. Deze aantallen passen bij het beoogde landelijke groene karakter. Het landelijk wonen in het groen met lage dichtheid vormt hiermee een tegenpool voor de hoog-stedelijke ontwikkeling aan de westzijde van Almere en het MRA gebied.

Het toevoegen van woningen of het versnellen van de woningbouwproductie staat haaks op de ambitie van Oosterwold om als overgang tussen stad en land een groene woonomgeving te bieden en het opnieuw bevestigen van de ambitie voor een organische wijze van ontwikkelen. Oosterwold voegt op deze manier een uniek woonmilieu toe aan de regio en draagt op deze manier bij aan evenwicht en diversiteit.

b. Maximale vrijheid: organisch ontwikkelen als fundamentele keuze In de evaluatie wordt bijzondere aandacht gevraagd voor organisch ontwikkelen en de maximale vrijheid van initiatiefnemers. Het opnieuw kiezen voor organische ontwikkeling en maximale vrijheid voor initiatiefnemers kan niet langer worden gezien als een experiment zoals dat bij de start van de eerste fase

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN TE V UL L EN DOOR DE RA A DSGRIFFIE RV -NUM M ER P ROC EDURE P A GINA

RV-08/2021 Carrousel 28 januari 2021 (Videobespreking) 5

nog wel het geval was. Het is een fundamentele keuze waarvan het samen leren over de manier waarop we dat doen onlosmakelijk deel uitmaakt.

c. Adaptief vermogen van Oosterwold past binnen de ambities De ontwikkeling van de tweede fase van Oosterwold op organische wijze zal een lange doorlooptijd kennen. De ambities van Oosterwold bieden voldoende ruimte om in de uitwerking mee te bewegen met een steeds veranderende context. Op dit moment zijn onder meer thema’s als klimaatadaptatie en energietransitie actueel. Gedurende de ontwikkeling van de volgende fase Oosterwold zullen nieuwe thema’s en vraagstukken in gebiedsontwikkeling zich aandienen waar Oosterwold een antwoord op moet of kan formuleren. De brede formulering van de ambities van Oosterwold biedt ook hiervoor ruimte, Oosterwold heeft de potentie om koploper in gebiedsontwikkeling te blijven door steeds in te spelen op de actuele context.

d. Aandacht voor borging ambities Het vasthouden aan de ambities van Oosterwold op langere termijn is niet vanzelfsprekend. Er is aandacht nodig voor de borging van ambities. Daarbij gaat het niet alleen om het vastleggen van de regels in bestemmingsplannen en overeenkomsten, en het handhaven op regels op een manier die past bij Oosterwold. Het gaat ook over commitment aan de bedoeling van Oosterwold en de rol van bewoners en gemeentes hierbij. De borging van ambities en het commitment aan de bedoeling van Oosterwold zal worden meegenomen in de uitwerking die hoort bij de focus op samen leven.

Processtappen richting definitieve vaststelling openingsdatum fase 2

a. Clustering van woningen in de tweede fase zodat er kernen of buurtschappen in het groen ontstaan. De eerste fase van Oosterwold ontwikkelt zich tot een groen woongebied waarbij woningen verspreid in het landschap worden gerealiseerd. Van clustering van woningen is slechts beperkt sprake. Dit heeft onder andere als consequentie dat er geen plekken ontstaan waar voorzieningen (denk daarbij aan scholen) een logische plek vinden. Daarnaast raken voor Oosterwold belangrijke functies als stadslandbouw en groen versnipperd. Bij de evaluatie is dan ook veel gesproken over de mogelijkheid om woningen en andere functies zoals bijvoorbeeld stadslandbouw in de tweede fase meer te clusteren, zodat er kernen of buurtschappen in het groen ontstaan.

De omvang van kernen of buurtschappen die mede ontstaan op basis van gebiedskenmerken en ruimtelijke claims verdient nadere uitwerking. Wat betekent clustering en fasering voor de organische ontwikkelingsfilosofie en de vrijheid voor initiatiefnemers? Hoe groot kan een cluster van woningen zijn zonder het unieke karakter van Oosterwold te verliezen? Op welke manier blijven bewoners en initiatiefnemers betrokken bij hun woning en woonomgeving? Deze vragen zullen worden betrokken bij de uitwerkingsopdracht ruimtelijke verkenning en de uitwerking van de ambities voor de tweede fase van Oosterwold.

Clustering is mogelijk binnen de vastgestelde ambities in de ISV Oosterwold, mits de relatie tussen wonen, stadslandbouw en overige aspecten van de leefomgeving in stand blijft. Het moet dan alleen anders georganiseerd worden, bijvoorbeeld door de gebundelde stadslandbouw van een cluster in een coöperatie onder te brengen waar de bewoners van een woning in participeren. Het is uiteraard niet de bedoeling, dat in de tweede fase alleen maar clusters gaan ontstaan. Er zal ruimte zijn en moeten blijven voor individuele initiatiefnemers die op een eigen kavel alles willen organiseren, realiseren en uitvoeren. Eén en ander zal in de komende tijd nog wel op hoofdlijnen nader uitgewerkt moeten worden. Wij zijn van mening, dat het wel bij een uitwerking op hoofdlijnen moet blijven. Oosterwold is uiteindelijk een organische ontwikkeling met een lange looptijd. Een gedetailleerde geplande uitwerking past hier niet bij. Verder zal zoals in de evaluatie aangegeven, het belang van een continu groen landschap bij de uitwerking zwaar moeten blijven tellen.

b. Beschikbaarheid gronden in fase 2

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN TE V UL L EN DOOR DE RA A DSGRIFFIE RV -NUM M ER P ROC EDURE P A GINA

RV-08/2021 Carrousel 28 januari 2021 (Videobespreking) 6

Wij zien een belang van de beschikbaarheid van publieke grond bij de openstelling van de tweede fase 2, maar willen dit niet als dwingende voorwaarde hanteren bij het bepalen van de datum van openstelling van de tweede fase. In de tweede fase liggen gronden van het RVB die in reguliere pachtcontracten zijn ondergebracht bij agrarisch ondernemers. Daarnaast zijn er gronden die in eigendom zijn van projectontwikkelaars en corporaties. In de evaluatie is geconcludeerd dat deze grondposities van grote invloed zullen zijn op de vraag of Oosterwold volgens de ambities ontwikkeld zal gaan worden. De beschikbaarheid van publieke grond wordt gezien als cruciaal voor de totstandkoming van Oosterwold. Om die reden wordt aanbevolen om op korte termijn te komen tot een grondstrategie waarbij RVB gronden en gronden van derden gelijktijdig beschikbaar zijn. De uitkomst van deze grondstrategie en dan met name de beantwoording van de vraag wanneer er ‘publieke grond’ beschikbaar komt, is mede bepalend voor het vaststellen van een datum voor de start van fase 2. Is er volgend jaar nog geen zicht op de beschikbaarheid van ‘publieke grond’ of geldt hiervoor een lange wachttermijn, dan is het aan uw raad om te besluiten hoe u hiermee om wenst te gaan.

c. Opdracht te geven om de voorbereiding voor de tweede fase te starten Voordat de tweede fase gestart kan worden is op basis van de bovengenoemde beslispunten nadere uitwerking nodig op de volgende onderdelen: • Grondstrategie: gronden Rijksvastgoedbedrijf en gronden van derden, hernieuwde samenwerkingsovereenkomst grondoverdracht. • Ruimtelijke verkenning: clustering woningen en stadslandbouw, fasering en gebiedsclaims. • Nadere uitwerking ambities in regels. • Borging ambities Oosterwold op langere termijn. • Organisatie/governance gebiedsorganisatie Oosterwold. • Voorbereidingen planologisch kader. • Hernieuwde Samenwerkingsovereenkomst Water waarbij de lessen uit de eerste fase worden betrokken.

De opdracht om de voorbereiding van de tweede fase te starten is noodzakelijk voor alle betrokken partners bij Oosterwold om hier concreet mee aan de slag te gaan. Uw raad en die van Zeewolde geven hiermee te kennen dat de ontwikkeling van Oosterwold in fase 2 als gebiedsontwikkeling wordt doorgezet en opgepakt gaat worden. Voor het RVB is dit van belang om prioriteit te geven aan het maken van vrijwillige afspraken met boeren in het gebied ten aanzien van verplaatsing en voor de andere partners om hier inhoudelijk aan mee te werken. Voor ons college en daarmee ook de ambtelijke organisatie geeft het duidelijkheid waar we de komende tijd aan moeten werken.

d. Uiterlijk 31 december 2021 een voorstel tegemoet te zien voor de definitieve vaststelling van de openingsdatum fase 2.

Op basis van de bovengenoemde uitwerking kan meer duidelijkheid gegeven worden over het moment en de wijze waarop een tweede fase Oosterwold opengesteld kan worden.

Het is gewenst om aan te geven wanneer uw raad duidelijkheid wenst te hebben en te geven over de tweede fase. De vervolgstappen die nu gezet moeten worden, worden in een planning opgenomen. Sommige stappen zullen niet gelijktijdig maar volgtijdelijk gezet moeten worden. Hier zal in 2021 meer duidelijkheid over ontstaan, waardoor wij u eind van dat jaar een concreet voorstel kunnen voorleggen omtrent een reële datum voor openstelling. Omtrent een aantal onderwerpen zal het waarschijnlijk gewenst zijn om u volgend jaar tussentijds te consulteren, dan wel om een uitspraak te vragen.

WA T IS HET DOEL EN HET BEOOGD EFFEC T V A N HET V OORGESTEL D BESL UIT? De voorbereidingen te starten die nodig zijn om de openstellingdatum van de start van fase 2 in Oosterwold vast te kunnen laten stellen. Het besluit geeft tevens duidelijkheid aan bewoners,

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN TE V UL L EN DOOR DE RA A DSGRIFFIE RV -NUM M ER P ROC EDURE P A GINA

RV-08/2021 Carrousel 28 januari 2021 (Videobespreking) 7

initiatiefnemers, ondernemers en grondeigenaren dat de verdere ontwikkeling van Oosterwold plaats zal vinden.

WA T ZIJ N A L TERNA TIEV EN V OOR DE RA A D? Algemene notie Dit voorstel wordt door het college aan u voorgelegd, met inachtneming van het verzoek van het bestuurlijk overleg Oosterwold. Een wezenlijk ander besluit zal het college daarom dienen af te stemmen met de 5 betrokken partners in het bestuurlijk overleg. Voor Zeewolde geldt hetzelfde.

Alternatieven

De lessen uit fase 1 eerst afronden voordat een keuze voor fase 2 wordt gemaakt.

Uit de evaluatie komen ook veel onderwerpen naar voren die in fase 1 naar boven zijn gekomen en waar nog aan wordt gewerkt. Daar zitten ook elementen in die voor het college bedoeld zijn of die meer zien op de operationele uitvoering. Op zaken als afvalwater, betaalbaarheid en voorzieningen bijvoorbeeld is nog nadere uitwerking nodig die niet allemaal al in 2021 zullen zijn afgerond. Omdat deze elementen wellicht toch nog invloed kunnen hebben voor fase 2 kan het een keuze zijn om nu nog niet te besluiten om de voorbereiding voor fase 2 al te starten, maar te kiezen voor een integraal besluit nadat de resultaten van de uitwerkingsopdrachten gereed zijn. De nu voorgestelde route geeft ruimte om de tot nu toe geleerder lessen nog een plek te geven bij het besluit tot vaststelling van de openingsdatum.

Voor de borging van de belangen van Almere die niet direct op de gebiedsontwikkeling Oosterwold zien, maar wel effect hebben op geheel Almere hebben wij verzocht deze belangen expliciet mee te nemen bij de uitwerkingsopdrachten. Het gaat hierbij om de segmentering (functies), programmering (planning), mogelijke verdringingseffecten (marktwerking) en conflicterende belangen op algemene beleidsuitgangspunten (wonen, mobiliteit, onderwijs, sport, duurzaamheid, financiën e.d.). Wij zullen daar bij het openstellingsbesluit op terug komen.

De openstellingsdatum nu reeds te bepalen.

Het nu voorliggende besluit is een principebesluit om fase 2 te starten, maar een definitieve openstellingsdatum te laten afhangen van de nadere uitwerkingsopdrachten. Er kan ook nu worden besloten de voorbereiding te starten en de openstellingsdatum al vast te bepalen. Bijvoorbeeld 1 jaar na start voorbereiding, zoals in de evaluatie van 2016 is voorgesteld. De belangen van grondeigenaren en grondgebruikers zijn divers. Vraag is of dit erg is en in hoeverre een vooraf gestelde openstellingsdatum voor de individuele belanghebbenden daadwerkelijk duidelijkheid biedt. Ontwikkelaars en woningbouwcorporaties in het gebied met grondposities die ze in 2002-2003 hebben verworven, willen misschien wel aan de gang, maar hebben tot nu toe in de eerste fase nog niet veel haast getoond. Voor agrariërs op RVB-grond met langlopende contracten geldt, dat ze niet gedwongen hoeven te vertrekken. Sommige willen misschien stoppen of vrijwillig ergens anders heen, maar ook al stellen we morgen een datum vast, dan kan het voor degenen die ergens anders heen willen, nog lang duren voordat het RVB een geschikt bedrijf voorhanden heeft. Degenen die willen stoppen, kunnen dat ook nu doen. De enkele agrariërs die hun kavel in eigendom hebben, kunnen sowieso tot in lengte van jaren doorgaan met hun activiteiten.

Wat wel voor hen van belang kan zijn, is wat er op een gegeven ogenblik naast hun kavel wordt gerealiseerd. Hoewel het uitgangspunt is, dat nieuwe initiatieven rekening moeten houden met de bestaande landbouwfunctie en die niet mogen belemmeren, kunnen ze er wel last van ondervinden. Ook hiervoor geldt dat een datum van openstelling hierover geen uitsluitsel geeft.

Fase 2 nog sneller openstellen

De ontwikkeling van Oosterwold stokt mogelijk wanneer fase 2 niet snel opengaat. Dit zal naar verwachting niet zo’n vaart lopen. In fase 1 is ruimte voor ca. 4500 woningen terwijl er minder dan 1100 zijn gerealiseerd. Wat dat betreft is er op zich nog voldoende ruimte in fase 1. Ook in

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN TE V UL L EN DOOR DE RA A DSGRIFFIE RV -NUM M ER P ROC EDURE P A GINA

RV-08/2021 Carrousel 28 januari 2021 (Videobespreking) 8

fase 1 geldt echter, dat RVB alleen vrij beschikbare grond inzet. De voorraad beschikbare gronden wordt snel minder, maar inmiddels komt er met ingang van begin 2023 weer 40 ha beschikbaar. Het RVB zal geen onteigening inzetten, maar maakt wel maximaal gebruik van kansen die zich voordoen. In combinatie met het aantal initiatieven dat de gebiedsorganisatie op jaarbasis kan verwerken, stopt de ontwikkeling in fase 1 voorlopig nog niet.

WA T ZIJ N DE C ONSEQ UENTIES V A N DIT BESL UIT V OOR INWONERS EN ORGA NISA TIES IN DE STA D OF A NDERE DERDEN? IS OF WORDT HIERA A N IN HET KA DER V A N EEN P A RTIC IP A TIETRA J EC T A A NDA C HT BESTEED? Dit besluit geeft duidelijkheid aan de bewoners, initiatiefnemers, ondernemers en grondeigenaren dat de reeds in de structuurvisie neergelegde ambities ook in fase 2 een vervolg gaan krijgen. Voor Almere betekent dit een uitbreiding van de huidige 1300 ha, naar de uiteindelijk maximale 1800 ha. Voor Zeewolde betekent dit een nieuwe toevoeging op haar grondgebied van 2500 ha. Bij de evaluatie heeft een participatie traject gelopen (zie document evaluatie) en bij de uitwerkingsopdrachten die uiteindelijk moeten leiden tot het definitieve startbesluit eind 2021 zullen (deel)participatietrajecten worden doorlopen. Belangrijkste partners daarin zijn het platform Oosterwold, de daaronder functionerende werkgroepen en consultaties van betrokkenen en marktpartijen.

WEL KE FINA NC IËL E M IDDEL EN ZIJ N M ET DIT BESL UIT GEM OEID? De bij dit besluit behorende kosten zijn voor 2021 geraamd op 65.000 euro en worden gedekt uit de exploitatiebegroting Oosterwold die separaat aan u zal worden voorgelegd. De kosten voor de begeleiding vanuit de gemeentelijke organisatie zijn opgenomen in het budget voor de Taskforce Oosterwold (opgenomen in de programmabegroting 2020) en bedragen in 2020 € 640.000, in 2021 € 540.000 en in 2022 € 315.000. Dit besluit vergt geen aanvullende middelen.

WA NNEER WORDT HET BESL UIT V A N DE GEM EENTERA A D UITGEV OERD, GEREA L ISEERD EN WA NNEER WORDT DE GEM EENTERA A D DA A ROV ER GERA P P ORTEERD? In 2021 worden de besluiten uitgevoerd en gerealiseerd zodat eind 2021 de raad een besluit kan nemen over de datum van openstelling van de 2de fase van Oosterwold.

IS A A N DE BESL UITV ORM ING OV ER DIT V OORSTEL EEN FA TA L E TERM IJ N (WETTEL IJ KE DEA DL INE) V ERBONDEN? ZO J A , WA A ROM ? Nee

BIJ L A GEN 1. Evaluatie Oosterwold Koersdocument 2 juni 2020 2. Evaluatie Oosterwold Rapportage juni 2020

A C HTERL IGGENDE STUKKEN Collegevoorstel Evaluatie 1ste fase en voorbereiding 2de fase Oosterwold en besluit d.d. 15 december 2020

RAADSBESLUIT

IN TE V UL L EN DOOR DE RA A DSGRIFFIE RV -NUM M ER P ROC EDURE P A GINA

1 RV-08/2021 Carrousel 28 januari 2021 (Videobespreking)

ONDERWERP

Evaluatie 1ste fase en voorbereiding 2 de fase Oosterwold

De raad van de Gemeente Almere

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders,

Besluit: 1. Kennis te nemen van de stand van zaken en lessen uit de eerste fase Oosterwold zoals omschreven in de toelichting op dit voorstel. 2. In te stemmen met het starten van de voorbereidingen voor fase 2 Oosterwold en daarvoor de volgende uitgangspunten te hanteren: a. De huidige ambities en bijbehorende woningdichtheid van Oosterwold worden gehandhaafd met ruimte om in te spelen op de actuele vraagstukken en de vraagstukken van de toekomst. b. De maximale vrijheid van initiatieven blijft voorop staan: organische gebiedsontwikkeling in Oosterwold is geen experiment maar een fundamentele keuze. c. De lessen uit de eerste fase worden betrokken bij de uitwerking van de ambities in spelregels en scenario’s voor de tweede fase. d. Het belang van Oosterwold als een ontspannen groen woonmilieu ten oosten van Almere als tegenhanger van de stedelijke ontwikkeling aan de westkant wordt onderschreven. 3. In te stemmen met de volgende processtappen voor de openstelling van fase 2: a. Een uitwerking tegemoet te zien van clustering van woningen in de tweede fase, waarmee kernen of buurtschappen in het groen kunnen ontstaan. b. Een uitwerking tegemoet te zien van een evenwichtige beschikbaarheid van publieke gronden en gronden van derden. c.

Opdracht te geven om de voorbereiding voor de tweede fase te starten en hierbij in ieder geval invulling te geven aan: ▪ Grondstrategie: gronden Rijksvastgoedbedrijf en gronden van derden, hernieuwde samenwerkingsovereenkomst grondoverdracht. ▪ Ruimtelijke verkenning: clustering woningen en stadslandbouw, fasering en gebiedsclaims. ▪ Nadere uitwerking ambities in regels. ▪ Borging ambities Oosterwold op langere termijn. ▪ Organisatie/governance gebiedsorganisatie Oosterwold. ▪ Voorbereidingen planologisch kader. ▪ Hernieuwde Samenwerkingsovereenkomst Water waarbij de lessen uit de eerste fase worden betrokken. d. Uiterlijk 31 december 2021 een voorstel tegemoet te zien voor de definitieve vaststelling van de openingsdatum fase 2.

RAADSBESLUIT

IN TE V UL L EN DOOR DE RA A DSGRIFFIE RV -NUM M ER P ROC EDURE P A GINA

2 RV-08/2021 Carrousel 28 januari 2021 (Videobespreking)

Almere,

De raad voornoemd,

De griffier, De voorzitter,

J.D. Pruim F.M. Weerwind

Evaluatie Oosterwold Koersdocument 02-06-2020

s

Inhoudsopgave. 1 Evaluatie Oosterwold: vraag en aanpak

2 Bestuurlijke relevantie

3 Ambities en sturingsfilosofie met hoofdaanbevelingen

4 Bijlage: aandachtspunten op hoofdlijnen bij ambities en spelregels

2

Evaluatie Oosterwold: vraag en aanpak 1 Het besluit om een totaal vernieuwend concept van gebiedsontwikkeling op te pakken bij de ontwikkeling van Oosterwold is moedig. De gekozen vorm van ‘doe- het-zelf gebiedsontwikkeling’ is op deze schaal een volstrekt onbekende binnen de traditionele wijze waarop in Nederland de ruimtelijke ordening is opgebouwd en stedelijke ontwikkeling vorm krijgt. De betrokken overheden hebben de rolverdeling tussen toekomstige bewoners en lokale overheid zo georganiseerd dat er optimale keuzevrijheid bij de invulling van de woonomgeving ontstaat binnen een kader van ambities en daarop geënte spelregels.

De visie als stuwende kracht voor de ontwikkeling van Oosterwold wordt in vijf vragen kernachting verwoord in het ‘Voorwoord Intergemeentelijke structuurvisie Oosterwold 2013’:

‘Hoe pas je de principes van zelfbouw nu op een hoger schaalniveau toe? Hoe zorg je dat de burgers (weer) zeggenschap krijgen over de volle breedte van de stedelijke ontwikkeling? Dus niet alleen over het wonen, maar ook over bedrijvigheid, infrastructuur, het groen/blauwe raamwerk en de publieke ruimte? Hoe creëer je buurtschappen die normaal gesproken in de loop der eeuwen als vanzelf ontstaan? Hoe kom je tot een bijna eindeloze differentiatie, met een veelheid aan functies en een grote intimiteit? Hoe plan je organische groei?

Deze vragen vorm(d)en het fundament onder de ontwikkelstrategie voor Almere Oosterwold, die de titel ‘Land-Goed voor Initiatieven’ heeft gekregen. De ontwikkelstrategie beschrijft de wijze waarop Oosterwold, een gebied van 4.300 hectare ten oosten van Almere en ten westen van Zeewolde, geleidelijk en bottom- up vorm kan krijgen.

Inmiddels is de eerste fase van Oosterwold volop in ontwikkeling en doet zich de vraag voor óf en op welke wijze openstelling van de tweede fase aan de orde is. Als bouwsteen voor het beantwoorden van deze vraag hebben wij tezamen met tal van betrokkenen bij deze gebiedsontwikkeling een ‘evaluatie Oosterwold’ uitgevoerd. Centrale vraag daarbij is:

Kan op basis van de ervaringen van de unieke wijze van organische gebiedsontwikkeling in Oosterwold tot op heden in fase 1 op het grondgebied Almere, een relevante uitspraak worden gedaan over de openstelling van de volgende (fase 2) op het grondgebied van Zeewolde? Welke aanbevelingen horen daarbij? En welke aanbevelingen zijn nog mee te nemen in de fasen 1a en 1b?

Er is een aantal redenen om deze vraag nu te stellen: 1. De vraag naar een landelijk (groen) woonmilieu als toevoeging op het bestaande aanbod in de Randstad is groot. Medio 2019 bestond de wachtlijst voor Oosterwold uit circa 800 potentiele initiatiefnemers en is er een tijdelijke stop gezet op het inschrijven voor een standaardkavel. De ruimte voor nieuwe initiatieven in fase 1 is beperkt. Aan de oostkant van de A27 is nog wel ruimte op het grondgebied van Almere. Met de huidige wachtlijst van initiatiefnemers die willen ontwikkelen in Oosterwold, is de beschikbare ruimte op publieke grond in de gemeente Almere nagenoeg uitgegeven.

3

2. Momenteel staat er landelijk grote druk op de woningmarkt en is de vraag aan Flevoland en met name Almere om daar een bijdrage aan te leveren. Staan daarbij de bestuurlijke uitgangspunten van Oostwold nog overeind zoals deze bij de start zijn vastgelegd in de door beide gemeenteraden vastgestelde intergemeentelijke structuurvisie van 2013? 3. Inzicht is gewenst in de uitwerking van de gestelde ambities en spelregels. Hoe werkt doe-het-zelf-gebiedsontwikkeling uit in de praktijk? Wordt daarmee daadwerkelijk invulling gegeven aan de geformuleerde ambities? Is voor fase 2 bijstelling van de ambities dan wel bijstelling van de spelregels wenselijk? En welke bijstelling kunnen nog meegenomen worden voor fase 1a en 1b?

Met deze koersnotitie geven we u de belangrijkste aandachtspunten mee zoals deze naar voren komen uit de ‘evaluatie Oosterwold’. De evaluatie is gebaseerd op de ervaringen tot op heden met de realisatie van fase 1 van Oosterwold in Almere. Deze ervaringen zijn geïnventariseerd en bediscussieerd door middel van gesprekken met bestuurders, raadsleden, initiatiefnemers en andere belanghebbenden. Daarnaast is er een enquête afgenomen waar circa 500 reacties op zijn ontvangen. De hoofdvraag is of fase 2 van de gebiedsontwikkeling van Oosterwold op het grondgebied van Zeewolde en de grond van Almere aan de oostkant van de A27 opengesteld kan worden? Deze evaluatie vormt een bouwsteen voor de beantwoording van die vraag door het Bestuurlijk Overleg.

Evaluatie in drie stappen We hebben de evaluatie in drie stappen uitgevoerd.

Stap 1: Bestuurlijke evaluatie op ambities De eerste uitkomsten ‘bezinning op de ambities, sturingsfilosofie en ontwikkelstrategie’ zijn met het Bestuurlijk Overleg besproken op 20 januari jl. De vraag stond toen centraal of de ambities nog actueel zijn en worden gedragen en of de uitwerking van de ambities via de gehanteerde sturingsfilosofie en ontwikkelstrategie voldoen aan de verwachtingen van de betrokken overheden en initiatiefnemers.

Stap 2: Reactie op ambities vanuit de praktijk en de uitwerking van spelregels De vervolgstap van de evaluatie richtte zich op de uitwerking van de spelregels, organisatie en samenwerking op basis van gesprekken met stakeholders en een uitgebreide digitale enquête onder initiatiefnemers en ambtelijk betrokkenen.

Stap 3: Koers en aanpak 2e fase

4

Het resultaat daarvan is dit koersdocument en de bijlage met een uitgebreide rapportage waarin de resultaten van beide stappen zijn verwoord. Achtereenvolgend reageren we op de centrale vraag vanuit: • Bestuurlijke relevantie • Ambities en sturingsfilosofie o Overall conclusies o Hoofdaanbevelingen voor fase 2 & aanbevelingen voor fase 1a en 1b o Specifieke aspecten fase 2 o Strategische fasering gronduitgifte • Verdieping ambities en spelregels (bijlage)

5

Bestuurlijke relevantie 2 De gekozen koers en aanpak voor de gebiedsontwikkeling Oosterwold heeft nog steeds op verschillende niveaus zijn bestuurlijke relevantie.

A. De bestuurlijk-politieke oorsprong De bestuurlijk-politieke basis van het concept van organische gebiedsontwikkeling in de ‘Oosterwold-vorm’, kent zijn oorsprong in twee bestuurlijk en politiek gedragen visies en keuzes: • De positie van de burger als initiatiefnemer, zelfbouwer met eigen verantwoordelijkheden in gebiedsontwikkeling: De dieper liggende ‘drive’ voor zelforganisatie in de gebiedsontwikkeling van Oosterwold is om de burger maximale ruimte te geven voor eigen initiatief en eigen (financiële) keuzes en daarmee een transformatie in de woningbouw in Nederland te initiëren. Deze benadering past in de lijn van ruimte voor Particulier Opdrachtgeverschap en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap waarmee Almere vanaf 2002 is gestart, en legt de ambitie een stap verder van zeggenschap over de eigen woning naar zeggenschap over de eigen woonomgeving. • De stedelijke ontwikkeling van Almere: Het ontwikkelingsperspectief van de geplande stad in de polder is vanuit de rijksdienst voorbereid tot en met de stadsdelen, Haven, Centrum en Buiten.

Begin 21ste eeuw ontwikkelde zich de eerste visies op de doorontwikkeling van de stad waarbij in samenwerking met Rijk en regio is afgestemd dat Almere aan de westzijde meer ‘verdicht’ (Poort) tot een stedelijk waterfront (Pampus) en aan de oostzijde doorontwikkelt tot een ‘verdund’ gebied waar wonen, landschap en landbouw zich vermengen.

B. Oosterwold binnen de Metropoolregio Amsterdam De ontwikkelstrategie is verankerd binnen het RRAAM 2013 (Rijk-Regioprograma- Amsterdam-Almere-Markermeer). Bij de recente Herijking Oostflank MRA (Metropool Regio Amsterdam) is de rol en betekenis van Oosterwold nogmaals onderschreven. Kenmerkende begrippen hierin zijn: • Landelijke tegenhanger van de stedelijke ontwikkeling aan de westkant van Almere. • Overgangsgebied tussen stad en agrarische polder. • Duurzaam karakter en volop ruimte voor stadslandbouw. • Voorbeeld voor de nieuwe omgevingswet en vooruitstrevende pilot voor de Novi.

C. Regionale en lokale relevantie Almere profileert zich als een stad met veel ruimte voor innovaties in wonen, een koploper op het gebied van particuliere wooninitiatieven. Oosterwold biedt een uniek woonmilieu en leefomgeving en trekt daar doelgroepen mee vanuit het hele land die zich anders niet snel in Almere zouden vestigen (ruim 40% komt van buiten Almere). Zeewolde participeert in de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking en leert van de ervaringen in Almere voor de vervolgfase op eigen grondgebied. Relevant voor de gemeente Zeewolde is om ook op eigen grondgebied bij te dragen aan de realisatie van de unieke aanpak van Oosterwold.

6

D. Oosterwold in nationaal en internationaal perspectief De ontwikkelfilosofie van Oosterwold is een vooruitstrevend voorbeeld van ‘samen stad maken’ in het kader van de bedoeling van de Nationale Omgevingswet. Met deze aanpak geeft de overheid de burger weer regie op de realisatie van de eigen woning en woonomgeving. Almere is met deze opzet van organische gebiedsontwikkeling een inspirerend voorbeeld voor meerdere steden in Nederland. In het essay van 12 september 2019 van de praktijkleerstoel gebiedsontwikkeling (Verdaas & c.s. TU Delft) wordt de bijzondere ontwikkelfilosofie en -strategie van Oosterwold genoemd die uniek is in Nederland en ook in vergelijking tot omliggende landen. Een recent artikel in The New York Times van 11 maart 20201, evenals andere publicaties en werkbezoeken uit het buitenland geeft de internationale belangstelling goed weer.

E. Gronden in publiek eigendom Cruciale basis voor de ontwikkeling van de ‘geplande stad’ was het publieke eigendom van de gronden. Daarmee kon waar nodig en wenselijk betrokkenheid van de markt worden georganiseerd zonder dat via grondbezit tot gedwongen winkelnering moest worden overgegaan. Deze grondpositie was en is ook cruciaal voor de start en verdere ontwikkeling van Oosterwold en voor het verwezenlijken van de filosofie en ambities. Deze positie zal ook van eminent belang zijn bij de doorontwikkeling van Oosterwold op het grondgebied van Zeewolde.

Conclusie en aanbeveling De bestuurlijke en maatschappelijke relevantie van Oosterwold uit zich nog steeds in de concrete vertaling van onderliggende principes ten aanzien van individuele en collectieve keuzevrijheid op het gebied van wonen en bredere (stedelijke) ontwikkeling, de rol van marktpartijen in dat proces en de algehele ontwikkeling van een ‘compleet’ Almere. Er is toegevoegde waarde voor zowel de ontwikkeling van Almere en Zeewolde zelf als voor de regio. Er is grote belangstelling uit binnen- en buitenland voor deze vorm van ‘doe-het-zelf-gebiedsontwikkeling’ en de inzet van de Omgevingswet krijgt hier al een zichtbare en praktische (voorbeeld)uitwerking. En last but not least: Oosterwold voorziet in een behoefte aan het ‘zelf ontwikkelen in een groene setting’, zoals blijkt uit de grote belangstelling en een wachtlijst van potentiële initiatiefnemers.

Op basis hiervan ligt een vervolg met fase 2 op het grondgebied van de gemeente Zeewolde en Almere voor de hand.

Een vervolg dat gezamenlijk wordt voortgezet. Door alle (vijf) overheidspartijen wordt de noodzaak gevoeld om bestuurlijk in gezamenlijkheid invulling en betekenis te blijven geven aan deze unieke gebiedsontwikkeling. Die samenwerking gaat over de eigen grenzen heen en houdt ook in dat wanneer een vraagstuk bij één specifieke overheid speelt, álle bestuurlijk vertegenwoordigers vanuit gezamenlijke betrokkenheid invulling blijven geven aan de bedoeling van Oosterwold.

1 https://www.nytimes.com/2020/03/11/style/netherlands-almere-planned-community.html

7

Ten aanzien van fase 1a en 1b bevelen wij aan op onderdelen de praktijk van de uitvoering in overleg met de bewoners aan te passen, zonder dat daarmee op ambities hoeft te worden ingeleverd. Voor de details verwijzen wij naar de onderzoeksrapportage als bijlage bij dit koersdocument. Tevens kunnen vrijwel alle hoofdaanbevelingen die wij doen voor fase 2 ook in meer of mindere mate toegepast worden op fase 1 a en/of 1b. Waar de specifieke situatie van fase 2 ertoe leidt dat deze toepasbaarheid niet aanwezig is, zullen wij dat in die aanbevelingen expliciet vermelden.

Hierna gaan we in op de vraag of voor de ontwikkeling van Oosterwold nog dezelfde ambities uit 2013 gelden en of de manier van werken tot de gewenste resultaten leidt.

Ambities en sturingsfilosofie 3 ‘Initiatiefnemers en bewoners hebben in Oosterwold de volledige regie over de eigen woning en woonomgeving om eigen wensen en dromen mogelijk te maken’. (citaat deelnemer panelgesprekken)

Regie bij de bewoner over de eigen woning én de eigen woonomgeving is één van de fundamenten van Oosterwold. De ontwikkeling van Oosterwold is bij uitstek ‘organisch’ te noemen. Er is geen sprake van overheidsplanning anders dan de principes en de uitwerking daarvan zoals opgenomen in de structuurvisie en in het bestemmingsplan. Het zetten van stippen op de kaart door initiatiefnemers en benodigde afstemming met andere initiatiefnemers over omvang van de kavels, waterwegen, doorwaadbaarheid, eventueel gezamenlijke waterzuivering en ook initiatieven rond gezamenlijke stadslandbouw, geven invulling aan deze organische gebiedsontwikkeling.

Er zijn twee uitersten in de wijze waarop de organische gebiedsontwikkeling in Oosterwold gewaardeerd kan worden: 1. Organische gebiedsontwikkeling geeft de initiatiefnemer het heft in eigen hand en leidt tot een andere rolverdeling tussen burger en overheid, gelijkwaardig en gericht op ‘samen stad maken’. Marktpartijen als ontwikkelaars en vastgoedbeleggers spelen een ondergeschikte rol. 2. Met organische gebiedsontwikkeling is de overheid de regie kwijt. Bestaande regels die op basis van decennia lange ervaring zijn ontwikkeld lijken een ondergeschikte rol te spelen. De behartiging van lange termijn belangen in stedelijke ontwikkeling door de overheid is verdwenen met het risico op een gebiedsontwikkeling die op terrein van veiligheid, gezondheid, mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen tekort schiet. De evaluatie laat zien dat met name de eerste zienswijze onderschreven wordt.

De hoofdconclusie uit de evaluatie is dan ook dat de gekozen vorm van organische c.q. doe-het-zelf-gebiedsontwikkeling weliswaar een proces is van vallen en opstaan, maar dat deze nog steeds door overheden en initiatiefnemers omarmd en gekoesterd wordt.

8

‘“Het is verdraaid ingewikkeld maar het is ook wel heel erg leuk.” (citaat deelnemer panelgesprekken).

De overheden moeten loslaten waar ze normaliter de regie en vaak ook de uitvoering zelf in de hand hadden. De initiatiefnemer / bewoner heeft veel meer eigen verantwoordelijkheid dan in de vormen van PO en CPO die we tot voor kort kenden. Het werken met spelregels wordt voor iedereen een leerproces met daarbij horende onzekerheid. Uit de reacties van alle betrokkenen blijkt dat deze vorm van doe-het-zelf-gebiedsontwikkeling echter wel een zeer gewenste vorm van samenwerking is. Eigen keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid wordt gewaardeerd en is een belangrijke reden waarom initiatiefnemers zich aanmelden.

Vrijheid is voor Oosterwold ingevuld op basis van een transparante kaderstelling vanuit de overheid. De invulling van deze kaders is uitgewerkt in ambities, principes en ontwikkelregels. In deze evaluatie hebben we de principes en ontwikkelregels samengevoegd als spelregels. Dit is geen statisch geheel. Op basis van de praktijkervaringen: > is soms maatwerk nodig waar de bedoeling overeind blijft, maar de spelregels niet bijdragen aan de realisatie van een initiatief, > zullen sommige ambities verhelderd / toegelicht moeten worden en sommige regels aangepast.

De evaluatie met bijbehorende meningen en bespiegelingen is gebaseerd op de ervaringen tot op heden (maart 2020). De effecten van Oosterwold zullen op langere termijn pas beter zichtbaar worden, zowel fysiek, economisch als maatschappelijk. Mede daarom ligt terughoudendheid met het doorvoeren van (ingrijpende) wijzigingen voor de hand.

Met de komst van bewoners die invulling geven aan hun leefomgeving onderscheiden we de volgende fasen: • de ontwikkelfase – fase die gaat over de ontwikkeling van de eigen woning en kavel (van idee, naar bouw, tot bewonen): Door bewoners zelf op te pakken met volledige regie op de eigen woning en woonomgeving en binnen de principes en spelregels van de ontwikkelstrategie Oosterwold • de beheerfase – fase waarin bewoners hun woning en woonomgeving gaan beheren (en invulling gaan geven aan o.a. stadslandbouw): Hier hebben bewoners duidelijk een eigen verantwoordelijkheid in, waarbij de verhouding en verantwoordelijkheden tussen bewoners en overheid nadrukkelijk naar voren komt (zie ook sturingsfilosofie). • de samenlevingsopbouw – fase waarin bewoners gezamenlijk invulling geven aan de community Oosterwold (zowel in verbinding als in de ontwikkeling van voorzieningen): Deze fase wordt naar gelang de verdere ontwikkeling steeds belangrijker. Het toekomstbeeld van Oosterwold is een rijke variatie aan woon- en werkmilieus en voorzieningen in lage dichtheden.

Voordat wij onze hoofdaanbevelingen voor de openstelling van fase 2 formuleren staan we eerst stil bij enkele specifieke aspecten voor het gebied van fase 2 die

9

van invloed (kunnen) zijn op de wijze waarop aan de ambities invulling gegeven kan en moet worden.

Specifieke aspecten voor fase 2 Wat maakt de ontwikkeling op grondgebied Zeewolde anders dan in fase 1?

Allereerst is de wegenstructuur grofmaziger dan de structuur van de polderwegen in fase 1. Wegen liggen op grotere afstanden van elkaar waardoor er wellicht langere kavelwegen nodig zijn en waardoor ook het voorzien in basis-infrastructuur (hoofdinfrastructuur incl. riolering) door de overheid van meer gewicht zal worden.

Daarnaast zijn er andere verhoudingen in grondeigendommen met grondposities van projectontwikkelaars, woningcorporaties en overige partijen. Het RVB heeft de meeste gronden in pacht uitstaan bij landbouwbedrijven. Zie onze opmerking en ons advies daarover bij de algemene conclusie en aanbeveling.

Daarnaast zijn er nog enkele relevante ontwikkelingen in het gebied van fase 2: • De realisatie van een omvangrijk windmolenpark, met gevolgen van slagschaduw en niet-te-bebouwen gebieden van dien; • In het kader van natuurontwikkeling realisatie van de voortzetting van met name Eemvallei; • De mogelijke invloed/hinder van Lelystad Airport. Deze situatie en (grootschalige) gebiedsclaims rechtvaardigen c.q. vereisen een zoektocht naar specifieke initiatieven die in de hinderzones mogelijk zijn, waaronder circulaire bedrijvigheid, (geclusterde) kringloop stadslandbouw en aanverwante bedrijvigheid en bijzondere aandacht voor de mogelijkheid van clustervorming/buurtschappen.

Beschikbaarheid publieke gronden. Als bijzonder element halen wij hierbij de beschikbaarheid van ‘publieke grond’ in fase 2 naar voren. Het aandeel ‘private grond’ is in deze fase aanzienlijk groter dan in fase 1, terwijl op dit moment tegelijkertijd de publieke gronden niet direct beschikbaar zijn voor ontwikkeling. Dit aspect van relatief beperkt maar strategisch cruciaal publiek eigendom in Zeewolde is een belangrijk uit te werken en zelfs conditionerend element voor de aanpak van fase 2. Daarbij doet zich de kwetsbaarheid voor dat de prioriteitstelling bij het op vrijwillige basis vrijmaken van landbouwgrond niet (alleen) door de belangen van Oosterwold wordt bepaald. Wij adviseren daarom de bestuurlijke partners op dit onderdeel zo spoedig mogelijk nadere afspraken te maken over de te volgen aanpak en strategie en de basisvoorwaarden daarvoor. Ten overvloede: wanneer bij de openstelling van fase 2 alleen grond in particulier eigendom beschikbaar is, dan zal ‘gedwongen winkelnering’ grote druk zetten op de realisatie van de ambities en de basis van de ontwikkelfilosofie. De eindgebruikersregeling blijft overeind zowel bij publieke als private gronden.

10

Onze hoofdaanbevelingen voor de openstelling van fase 2:2

De uitgangspunten van doe-het-zelf gebiedsontwikkeling in Oosterwold zijn verankerd in de volgende zes ambities.

Ambitie 1: Oosterwold ontwikkelt zich organisch Ambitie 2: Oosterwold biedt maximale vrijheid aan initiatieven Ambitie 3: Oosterwold is een continu groen landschap Ambitie 4: Oosterwold heeft stadslandbouw als groene drager Ambitie 5: Oosterwold is duurzaam en zelfvoorzienend Ambitie 6: Oosterwold is financieel stabiel

1. Houdt vast aan de bestuurlijke visie en ambities op ‘samen stad maken in Oosterwold’. Uit de evaluatie blijkt dat de 6 geformuleerde ambities zowel bestuurlijk en ambtelijk als ook door de initiatiefnemers en bewoners op hoofdlijnen breed worden gedragen, waarbij op onderdelen in de uitwerking verduidelijking, versterking of verfijning nodig is.

2. De gekozen vorm van gebiedsontwikkeling draagt een groot adaptief vermogen in zich. Binnen de geformuleerde ambities kan nog steeds antwoord worden gegeven op nieuwe en actuele opgaven als ecologische diversiteit, zelfvoorzienendheid, stadslandbouw en inclusiviteit. Oosterwold is de plek waar ruimte is voor innovaties en waar die zo nodig worden gestimuleerd. In dit kader adviseren we ook om fase 2 gefaseerd open te stellen voor initiatieven opdat er ruimte is om innovaties en lerend vermogen mee te nemen in de volgende uitgifte. Wij adviseren wel om nu al na te gaan welke aanvulling op ambitie- dan wel spelregelniveau nodig zal zijn om recht te doen aan actuele inzichten met betrekking tot klimaatadaptatie en energietransitie.

3. Maximale vrijheid van initiatieven moet voorop blijven staan. De aanpak van organische gebiedsontwikkeling is geen experiment maar een fundamentele keuze. Deze aanpak werkt positief uit voor bewoners / initiatiefnemers en voor de betrokken overheden, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Dit uitgangspunt gaat op voor het gehele gebied inclusief de gronden van derden (projectontwikkelaars en woningcorporaties). In deze realisatiefase zijn er geen ervaringen opgedaan op gronden van derden. Bewoners, overheden en gebiedsorganisatie leren van de uitvoering op onderdelen, zoals de invulling van de kavelwegsystematiek. De verantwoordelijkheid voor het in gezamenlijkheid aanleggen en beheren van ‘kavelwegen’ is een belangrijk ordenend principe van de organische ontwikkeling en keuzevrijheid binnen Oosterwold. Ondanks de problemen bij sommige kavelwegverenigingen wordt deze systematiek, waarmee gezamenlijk invulling wordt gegeven aan ‘eigen verantwoordelijkheden’, als voorbeeld genoemd voor het regelen van ‘doorwaadbaarheid’, organiseren van ‘voorzieningen' en realiseren van ‘openbare ruimtes’.

2 Zoals eerder aangegeven deze hoofdaanbevelingen voor fase 2 ook in meer of mindere mate toegepast worden op

fase 1 a en/of 1b. Waar een aanbeveling alleen betrekking heeft op fase 2 wordt dat vermeld. 11

4. Geef ruimte en professionele ondersteuning aan het voortdurende interactieve leerproces waarbij bewoners en overheden in samenspel oplossingsrichtingen aangeven voor praktijkvraagstukken en in samenspraak invulling kunnen geven aan hun leefomgeving met bijbehorende voorzieningen. Wij achten het daarom verantwoord om ‘Co-creatie moet je samen leren’ expliciet als aanvullende ambitie op te nemen, om daarmee te borgen dat dit aspect van de ‘maximale vrijheid’ voor zowel overheid als initiatiefnemers een volwaardige plek in het geheel van de gebiedsontwikkeling en de samenlevingsopbouw krijgt. In dit verband is het mogelijk om te zoeken naar verankering van ‘vrijheid en eigen verantwoordelijkheid’ voor en na de pioniersfasen in Oosterwold. Bouw samen aan Oosterwold met name ook in de vervolgfase van beheer en samenlevingsopbouw. Professionaliseer de samenwerking opdat initiatiefnemers en bewoners volwaardig mee kunnen praten en denken over nieuwe ontwikkelingen en voorgenomen besluiten. Vertegenwoordigingen van bewoners en initiatiefnemers, zoals het inmiddels opgerichte Platform Oosterwold, kunnen hier een belangrijke rol in hebben. Hierdoor kan onderling begrip ontstaan voor elkaars situatie en standpunten. Deze vertegenwoordiging moet een redelijke afspiegeling zijn van alle initiatiefnemers en bewoners.

Daarbij leren betrokkenen omgaan met eigen verantwoordelijkheden én de verandering in rolverdeling en verantwoordelijkheden tussen overheden en bewoners / initiatiefnemers en met de samenwerking die daar bij hoort. Denk daarbij bijvoorbeeld ook aan ‘Right to Challenge’ oftewel ‘uitdaagrecht’: bewoners en andere partijen kunnen taken van overheden overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Voer in dit kader ook het gesprek over handhaving volgens de ‘Oosterwoldse aanpak’ in de volgorde: bewoner spreekt bewoner aan - collectief van bewoners spreekt individu aan - overheid en collectief spreken elkaar aan - overheid spreekt individu aan en v.v. (de klassieke relatie van overheid verantwoordelijk houden versus handhaving).

5. Verbreedt de ruimtelijke focus naar gelijktijdige aandacht voor samenlevingsopbouw. Specifieke aandacht is nodig voor de wijze waarop bewoners/initiatiefnemers individueel en collectief verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de realisatie van maatschappelijke voorzieningen en voor kernvorming. Professionele werkvormen van ‘zelfsturing’ kunnen helpen bij het leerproces en bijdragen aan de invulling van gezamenlijke verantwoordelijkheden van bewoners. De realisatie van voorzieningen, met name publieke, vraagt extra aandacht. Zowel voor locatiereservering als voorzieningen in samenhang met clustervorming (zie aanbeveling 7) is een ‘aanjaagfunctie’ vanuit de gebiedsorganisatie gewenst, ten aanzien van ruimtereservering en agendering van de behoefte.

6. Betere financiële bereikbaarheid voor iedereen. Oosterwold lijkt nu amper bereikbaar voor mensen die ook eigen verantwoordelijkheid willen nemen en hun eigen droom willen verwezenlijken, maar die over beperkte financiële middelen beschikken. Wij bevelen aan om in fase 2 bij private partijen het realiseren van betaalbare koop en/of middenhuur te stimuleren. In algemene zin geldt dat het realiseren van sociale huurwoningen gestimuleerd zou moeten worden, evenals het aanbieden van betaalbare woningen en kavels stimuleren via particuliere initiatieven (waaronder ook CPO, wooncoöperaties e.d.).

7. De ambitie van een ‘continu groen landschap’ is een sterke drager onder de gekozen vorm van gebiedsontwikkeling. Het belang hiervan wordt breed onderschreven. Daar staat tegenover dat er tevens wordt gepleit voor meer clustering en vorming van buurtschappen en kernen. Wij adviseren om de mogelijke aanpak van en randvoorwaarden voor ‘meer clustering’ in fase 2 bij voorrang uit te werken. Dat

12

omdat de ambitie van ‘continu groen landschap’ en ‘clustering’ op gespannen voet met elkaar kunnen staan. Gelet op het hogere belang van een groene setting, waarin ‘kwaliteit’ op objectniveau op middellange termijn opgaat in volgroeide landschapskwaliteit, zal bij de uitwerking van deze potentiële spanning het belang van een continu groen landschap zwaar moeten tellen. Bij die uitwerking is het van belang dat het particulier initiatief (of groep van particulieren / CPO) uitgangspunt blijft, eventueel in nieuwe vormen van wooncoöperaties. Clusters moeten groot genoeg zijn om keuzevrijheid te behouden, maar niet zo groot dat het onbeheersbaar wordt. Hierbij denken we aan vormen van enkele tientallen woningen, voorzieningen en bedrijvigheid, waarbij de maximale omvang vooral bepaald wordt door de wijze waarop nog steeds invulling wordt gegeven aan de ambities. Realisatie van stadslandbouw blijft hierbij een belangrijk uitgangspunt. De bedoeling van clustering is dan om meer woningen en voorzieningen in een meer kernachtige setting mogelijk te maken, waarbij de uitgangspunten van particulier initiatief, eigen verantwoordelijkheid en realisatie van stadslandbouw overeind blijven. Deze aanbeveling is voor fase 1a niet meer relevant. Toepassing in 1b kan alleen plaatsvinden na tijdige en vertrouwende uitwerking van aanpak en randvoorwaarden.

8. De ambitie ‘stadslandbouw als groene drager’ heeft een aantal elementen in zich die aandacht vragen, mede in relatie tot andere ambities en doelstellingen: a. In hoeverre draagt de huidige invulling van stadslandbouw bij aan de ambitie van groene drager? (ambitie 4) b. Draagt de huidige (individuele) invulling bij aan de productie-ambitie? (ambitie 5). Leg bij deze ambitie de focus op de eigen en lokale voedselproductie. Bewoners vinden stadslandbouw prettig omdat het zorgt voor een groen aanzicht, het gemeenschapszin stimuleert en het invulling geeft aan doelen rond duurzaamheid en zelfvoorzienendheid. Waar ze meer moeite mee hebben is dat ze echt moeten produceren. Ze zijn geen boer en zien dat ook als een last. Invulling geven aan de productie-ambitie vraagt dan ook extra aandacht. Een initiatief zoals die van de stadsboer in fase 1 kan daar een relevante bijdrage aan leveren.

9. De ambities duurzaam en zelfvoorzienend worden in de praktijk ingevuld en geeft enthousiaste initiatiefnemers ruimte, maar er wordt niet op gestuurd en er is geen prikkel om hier wel invulling aan te geven. Invulling van deze ambities en innovaties hierbij zijn echter wel van groot belang voor een langere termijn stabiel en zichzelf instandhoudend systeem. Wij adviseren dan ook te onderzoeken of een aanpak werkt waarbij extra ambitie op gebied van duurzaamheid en zelfvoorzienendheid mag worden ingeruild tegen stadslandbouw of een andere ambitie. Mogelijk kan hiermee in fase 1b al geoefend worden. Bij de aanleg en beheer van nutsvoorzieningen en afvalwatersysteem kan worden voortgeborduurd op de lessen uit fase 1a, waarbij een duidelijk onderscheid wordt aangebracht tussen rol en verantwoordelijkheid ten aanzien: • de hoofdinfrastructuur; deze ligt eenduidig bij de overheid en de nutsbedrijven, incl. technische uitwerking, realisatie en beheer • de invulling van aansluiting op de hoofdinfrastructuur en op eigen terrein; verantwoordelijkheid ligt nog steeds bewoners Bij de invulling van individuele afvalwatersystemen zijn problemen ontstaan met de kwaliteit en veiligheid van afvalwater. De oplossing daarvan vanuit het Waterschap zullen meegenomen moeten worden bij de nadere invulling van fase 1b en fase 2.

10. De ambitie ‘financieel stabiel’ is een eenzijdige overheidsambitie. De ontwikkeling tot nu toe heeft aangetoond dat dit doel bereikt wordt. Aandachtspunt is de financiële positie van de gemeenten c.q. tijdig reserveren van financiën voor de volgende stap die nodig zal zijn in het voorzien in publieke voorzieningen. 13

11. Communiceer blijvend over de bedoeling van Oosterwold en over de verantwoordelijkheden die daarbij horen, zowel voor overheden als voor bewoners. Betrek niet alleen initiatiefnemers maar ook de ‘tweede generatie’ bewoners.

Strategische fasering van gronduitgifte Overwegingen om gronduitgifte strategisch te faseren: • Begin met een beperkte omvang om grip te krijgen op nieuwe vraagstukken die zich voor gaan doen. • Streef naar evenredige uitgifte van RVB-gronden voor particulier initiatief en uitgifte gronden in privaat eigendom. Dit om het risico te vermijden dat door de druk op woningbouwproductie in de regio, de commerciële grondeigenaren de druk gaan opvoeren op het loslaten van spelregels en daarmee de organische ontwikkeling wordt afgeschaald. In fase 1 is ervaring opgedaan met de rol en positie van de eindgebruiker. De gemeenteraad van Almere heeft daarop ‘de eindgebruikersregeling’ opgenomen. Het uitgangspunt van de eindgebruiker blijft cruciaal voor het succes van organische ontwikkeling en optimale keuzevrijheid.

Suggestie voor wijze van uitgifte / openstellen: • Zet fase 2 niet in één keer open maar clusters voor cluster. Clustervorming is niet te baseren op een vaste maat (aantal hectares) of aantal woningen en voorzieningen. Het is wel zinvol om de openstelling van clusters te baseren op potentiele combinaties van passende initiatieven, individueel, CPO en van projectontwikkelaars en woningcorporaties. • Aandacht voor het ‘Daily Urban System’ in relatie tot de bereikbaarheid van voorzieningen in Almere en Zeewolde. Dit in relatie tot de huidige werkwijze van organische ontwikkeling met de optie om ‘stippen’ te zetten / initiatief te nemen. • Zones ongeschikt voor wonen bestemmen voor bedrijvigheid / ondernemerschap passend bij de ontwikkeling van Oosterwold, zoals vernieuwende initiatieven op het grensvlak van stad en landbouw.

Organisatie & leerproces Met de overgang van fase 1 geheel op het grondgebied van Almere naar fase 2 blijft bestuurlijke en ambtelijke samenwerking uitgangspunt. Het feit dat er in twee stedelijke gebieden gewerkt gaat worden vraagt om reflectie op de opbouw van de gebiedsorganisatie en de rol en invulling van het ambtelijk opdrachtgeversoverleg. De gebiedsorganisatie heeft veel ervaring opgedaan en expertise opgebouwd. Dat neemt de komende jaren alleen maar toe. Deze gebiedsorganisatie zal in fase 2 een vergelijkbare rol kunnen en moeten spelen, zowel in haar zelfstandige rol als ten opzichte van de organisaties van de gemeente Zeewolde en de gemeente Almere. De ervaringen vanuit de gemeente Almere zijn cruciaal in de afstemming met bewoners / initiatiefnemers en met de gebiedsorganisatie. Wij adviseren daarom nu expliciete actie te zetten op het borgen en overdragen van deze ervaringen van Almere naar Zeewolde, waarbij de gebiedsorganisatie als intermediair en belanghebbende betrokken moet worden. Over de bestuurlijke organisatie hebben wij eerder al een aanbeveling gedaan: blijf als 5 overheidspartijen in gezamenlijkheid aan deze kar trekken.

14

Bijlage: Aandachtspunten ambities en 4 spelregels (samenvatting uit rapportage) Extra aandachtspunten per ambitie

Oosterwold ontwikkelt zich organisch • Totstandkoming van voorzieningen: wie neemt initiatief en wat is de rol van overheid c.q. bewoners? • Het plan- en bouwproces is voor bewoners inspannend en ingewikkeld, opvolgende collectieve actie komt in het gedrang. Accepteren of ondersteunen? • Er is veel ‘gedoe’ over de aanleg van kavelwegen: kijk of dit verbeterd kan worden. Bijvoorbeeld meer ondersteuning bij uitvoering (advies, kennis) door gebiedsorganisatie. • ‘Bescheiden rol overheid’: term dekt de lading niet. Gaat om ‘faciliterende overheid’ die initiatiefnemers in staat stelt ‘well-informed’ keuzes te maken. • Van bescheiden overheid naar faciliterende overheid. • Tempo ontwikkeling afstemmen op mate waarin initiatiefnemers combinatie kunnen maken tussen individuele en collectieve actie. • In fase 2 meer eigendom private partijen: aanpak en spelregels handhaven ongeacht eigendom grond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9667309/1